Categoriearchief: Cases

Sociale media cases uitgelicht en gebundeld; van live verslagen tot overzichtelijk archief. Denk aan Project X de Londonse rellen of het Utoya schietincident.

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

Wouter Jong, Michel D?ckers, Jorien Holsappel 8.1 Inleiding Op dinsdagochtend 7 mei 2013 wordt in het recreatiegebied het Doornse?Gat het lichaam van een 38-jarige man uit Vleuten aangetroffen. Het?blijkt de vader te zijn van de 9-jarige Ruben en de 7-jarige Julian uit?Zeist. De jongens zijn een dag eerder voor het laatst gezien in gezelschap?van hun vader. Hun ouders zijn gescheiden. Omdat elk spoor?van de kinderen ontbreekt, roept de moeder via haar Facebookpagina?de hulp in van het publiek. Wat volgt is een zoektocht van bijna twee?weken die de gemoederen landelijk, en zelfs in het buitenland, flink?bezighoudt. In dit hoofdstuk staat zowel de zoektocht naar de verdwenen jongens?als de nasleep centraal. Het mysterie rondom de vermissing, de?bezorgdheid over het lot van de kinderen en de uiteindelijke, trieste ontknoping?maken de casus tot een drama voor alle direct betrokkenen.?Dat dit drama daarnaast een buitengewoon sterke collectieve dimensie?kreeg, plaatste het openbaar bestuur verschillende momenten voor?afwegingen tussen individuele en collectieve belangen, tussen betrokkenheid?en veiligheid. Op deze afwegingen wordt in dit hoofdstuk uitvoerig ingegaan. Het hoofdstuk is gebaseerd op gesprekken met enkele?politiefunctionarissen en informatie uit diverse media. 8.2 Feitenrelaas Het is dinsdagavond 7 mei 2013 wanneer de moeder van Ruben en?Julian op haar Facebookpagina foto?s plaatst van haar zoontjes. iris_ruben_julian_zeist_doorn_vermist_broers Ze schrijft: ?Alsjeblieft, wil iedereen uitkijken naar mijn kleine mannetjes,?ze worden sinds gisterochtend vermist.? Het is voor de buitenwereld?het eerste signaal dat er iets bijzonders aan de hand is. Twee jongens?van 7 en 9 jaar die al bijna twee hele dagen worden vermist, is nieuws?dat de aandacht trekt. Die avond en de daarop volgende nacht wordt het Facebookbericht 17.000 keer gedeeld. Ook op Twitter vindt het bericht?alras zijn weg. In de loop van dinsdagavond wordt ook de context van de vermissing?duidelijk. De vader van Ruben en Julian is ?s ochtends dood aangetroffen?in het Doornse Gat, een recreatiegebied halverwege Doorn?en Leersum. Hij blijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Als de?politie in de loop van de dag de nabestaanden informeert, wordt duidelijk?dat de kinderen hun vakantie bij hem zouden doorbrengen. Van de?kinderen ontbreekt op dat moment elk spoor. In het bos vindt een grote?zoekactie plaats, met honden, politiehelikopter en bijstand van mariniers?van de in Doorn gelegen Van Braam Houckgeestkazerne. Om?01.13 uur ?s nachts wordt een Amber Alert uitgegeven, waarin wordt?opgeroepen naar de jongens uit te kijken. In de dagen die volgen blijft de politie zoeken naar informatie over?waar de vader van Ruben en Julian de laatste uren met zijn zoons is?geweest. Op woensdag 8 mei blijkt uit camerabeelden van een tankstation?bij het Limburgse Neerbeek dat de vader daar maandagavond?nog heeft getankt. Op de beelden is niet te zien of de jongens op dat?moment in de auto zaten. Voor het onderzoek is het een complicerende?factor, omdat hiermee in principe het hele gebied tussen het Doornse?Gat en het 180 kilometer verderop gelegen Neerbeek potentieel zoekgebied?is. De politie start die avond een zoekactie in het Bunderbos nabij?Elsloo, maar ook daar wordt geen spoor van de kinderen gevonden. twitter Ondertussen gebeurt tevens het nodige online. Nadat bekend is geworden?dat twee jongens worden vermist, helpen diverse mensen om de?zaak onder de aandacht te brengen. Een van hen is Hans Huizinga,?een betrokken burger die via het twitteraccount @JulianRubenNL informatie?verzamelt en filtert. De familie van de broertjes is door hem?over zijn initiatief ge?nformeerd. Uiteindelijk groeit zijn initiatief uit?tot een team van elf personen dat de klok rond online de informatievoorziening?over de vermissing ter harte neemt. Ook beheren zij een?Facebookpagina?en worden als spin-off Duitse en Belgische twitteraccounts?aangemaakt.

De reguliere media storten zich mede naar aanleiding van het?Amber Alert eveneens op de vermissingszaak. De directeur van de?basisschool van de broertjes staat de media na de meivakantie te woord?en laat weten dat de school probeert om de lessen zo gewoon mogelijk?door te laten gaan. Ook Jeugdzorg wordt bevraagd. Die bevestigt dat?het gebroken gezin bij de instantie bekend was, maar wil verder niet?inhoudelijk op de zaak ingaan.

Op donderdag 9 mei verschijnt op Facebook voor het eerst een oproep?van een inwoner uit Utrecht om te helpen zoeken in het Doornse Gat.?Om acht uur ?s avonds melden zich daar tientallen mensen. Zij worden?begeleid door de politie en een boswachter die het gebied goed kent. De??burgerzoektochten? nemen in de dagen daarop een hoge vlucht. Her?en der ontstaan groepen burgers die tips natrekken en in de bossen op?zoek gaan naar sporen die de zaak tot een oplossing kunnen brengen.

Vermissing-Ruben-en-Julian

In sommige gevallen melden zich zo?n honderd mensen die ? soms?met kinderen ? de bossen in trekken. De politie speelt hier in eerste?instantie ad hoc op in, maar onderkent al snel de noodzaak om de initiatieven?te kanaliseren. Met onder meer de hulp van medewerkers die?zijn aangesloten bij de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers?worden de burgers begeleid en wordt bepaald welke zoekgebieden voor?hen worden opengesteld.

Het programma Opsporing Verzocht besteedt op dinsdag 14 mei?aandacht aan de zaak. Enkele dagen later, aan het begin van het?Pinksterweekend, laat de politie weten dat het totaal aantal tips in
de zaak op bijna 3000 staat. De doorbraak in het onderzoek komt op?Eerste Pinksterdag, zondag 19 mei 2013. Om 17.15 uur maakt de politie?bekend dat een voorbijganger in het buitengebied van het Utrechtse?dorp Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede) twee lichamen heeft aangetroffen.?Ook zijn daar de spanbanden aangetroffen waar de politie?naar op zoek was. Het versterkt het vermoeden dat het om de twee vermiste?jongens gaat. Alle wegen richting de plaats delict en een deel van?het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal worden afgezet. ?s Avonds om?23.00 uur vindt op het hoofdbureau van de politie in Utrecht een persconferentie?plaats.

Persconferentie over de gevonden lichaampjes van Ruben en Julian:

Burgemeester Janssen, hoofdofficier van justitie Bac?en korpschef Barendse bevestigen het nieuws waar heel Nederland op?dat moment al ernstig rekening mee houdt: de lichamen zijn naar alle?waarschijnlijkheid van de vermiste broertjes. Er kan op dat moment?echter nog geen definitief uitsluitsel worden gegeven, omdat de lichamen?lange tijd in het water hebben gelegen. Een nadere analyse op?basis van DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zal?moeten uitwijzen of het inderdaad om de broertjes gaat.

Tijdens de persconferentie betuigt vervolgens burgemeester?Janssen zijn medeleven met de familie van de vermiste jongens en?dankt, mede namens de familie, iedereen die heeft meegewerkt aan
de zoektocht. Ook bedankt hij de media voor de manier waarop zij over?de vermissing hebben bericht. Tot slot kondigt hij aan dat de gemeente?zich met maatschappelijke organisaties zal buigen over de manier?waarop de verwerking de komende dagen zal worden vormgegeven.

De volgende dag, maandag 20 mei, opent in Zeist de St. Jozefkerk?haar deuren voor gebed en bezinning. In Cothen wordt een minuut stilte?gehouden bij de Trekkertrek, die traditioneel op Tweede Pinksterdag?plaatsvindt. Op dinsdag 21 mei komt de politie met de bevestiging dat?de lichamen volgens het NFI inderdaad die van Ruben en Julian zijn.?In de gemeentehuizen van Zeist en Wijk bij Duurstede worden condoleanceregisters?geopend; ook online verschijnen condoleanceregisters.

De moeder van de overleden broertjes ontvangt persoonlijke brieven?van koning Willem-Alexander, premier Rutte, de commissaris van?de Koning en enkele ministers. De gemeente Zeist overlegt met haar,?de school, de voetbalclub en andere betrokkenen over de wijze van herdenken.?Uiteindelijk wordt besloten geen stille tocht te organiseren,?maar voor een alternatief te kiezen. De nabestaanden doen een oproep?om zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur een kaarsje aan te steken?en thuis voor het raam te zetten.

Op 27 mei 2013 vindt in Zeist de begrafenis plaats van Ruben en?Julian. De stoet gaat langs de school, waar kinderen een afscheidsgroet?geven met rode en blauwe lintjes, de lievelingskleuren van Ruben en?Julian. In een legervoertuig worden de lichamen overgebracht naar?de begraafplaats in Zeist. De begrafenis vindt vervolgens in besloten?kring plaats.

8.3 Dilemma

In Nederland vinden met enige regelmaat gezinsdrama?s plaats. Het?zijn tragische geschiedenissen die afbreuk doen aan ons beeld van?het gezin als veilige omgeving. In de meeste gevallen zijn dergelijke?incidenten slechts kort in het nieuws en blijft de impact beperkt tot de?naaste omgeving. In het geval van de moord op Ruben en Julian was?dat anders. Door de lange periode van vermissing, de vele vraagtekens?rond hun verdwijning en de grote media-aandacht toonde Nederland?een ongekende betrokkenheid. De ?explosie? op Facebook en Twitter?was een uiting van medeleven, die vervolgens tot concrete acties leidde.?Burgers mobiliseerden zich en startten her en der zoekacties. Het?plaatste gemeente en hulpdiensten voor nieuwe uitdagingen. Want?enerzijds kon de politie baat hebben bij de hulp van het publiek, anderzijds?zouden ongeco?rdineerde zoektochten het opsporingsonderzoek?juist kunnen verstoren en zelfs schaden. Daarnaast is er de fundamentele?vraag over wederkerigheid, die vaker gesteld kan worden ten?aanzien van burgerparticipatie, en in de nasleep van deze gebeurtenis?kwam nog een ander dilemma naar voren. De balans tussen de belangen?van de directe nabestaanden en de collectieve vormen van rouw?elders in het land. Ook hier gaan we in de analyse nader op in.

image-3815632

4 Analyse

4.1 Online en offline impact

De publieke betrokkenheid was groot vanaf het moment dat de moeder?van Ruben en Julian haar oproep via Facebook de wereld in stuurde.?De attentiewaarde bleef gedurende de hele vermissing hoog; vanaf het?eerste bericht tot en met het nieuws over de vondst van de lichamen in?Cothen. Dat het nieuws van de vermissing verder ging dan de reguliere?kring van nabije vrienden en dorpsgenoten is drieledig te verklaren.?Het nieuws was mediageniek, de vermissing hield lang aan en het?raakte, in potentie, een groot deel van het land.

Allereerst de mediagenieke elementen. De raadselachtige verdwijning?van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van?het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem
voor speculatie.

Daarbij speelde mee dat verdwijningen van kinderen?tot de verbeelding spreken. Denk aan de media-impact van de vermissingen?van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly?Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast?zullen velen zich hebben herkend in de aanleiding van het verhaal:?twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over
het lot van de kinderen. In combinatie met de radeloosheid die uit het?eerste Facebookbericht van de moeder sprak, vormde dat een ?ergst?denkbare nachtmerrie?.

Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield,?waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen?dood. De tijdslijn van de route die de vader die bewuste nacht had afgelegd, bevatte gaten. Het werd een puzzel die onopgelost bleef. Het?bevatte ingredi?nten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van?Malaysia Airlines in 2014. In de huidige casus versterkte de lange duur?van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere?verdwijning op Nederlandse bodem heeft recent geleid tot een vergelijkbare?onrust. Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot?deel van het land uitstrekte. Alles tussen het Doornse Gat en Neerbeek?werd potentieel zoekgebied. Daarmee kwam de casus voor veel mensen?letterlijk ?heel dichtbij?. Want mogelijk was de vader langs hun huis?gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het?voedde als het ware op grote schaal een gevoel van betrokkenheid.

Amber Alert

Op de avond van het Facebookbericht was er online de nodige aandacht?voor de vermissing, mede vanwege het mediagenieke karakter van het?nieuws: het was een ?bijzonder verhaal?. Alle scenario?s stonden die?avond nog open; onbekend was welk strafbaar feit achter de vermissing?schuilging. De kinderen konden op een onbekende locatie zijn ondergebracht,?maar ook zijn omgebracht. Het nachtelijke Amber Alert?bracht de vermissing breder onder de aandacht. Het zorgde ervoor dat?de reguliere media de vermissing de volgende ochtend in de journaals?meenamen. Daarmee werden ook de mensen bereikt die niet op sociale?media actief zijn of het nieuws de avond ervoor hadden gemist. Volgens?de inzetcriteria is een Amber Alert gewenst als wordt gevreesd voor het?leven van of voor ernstig letsel bij de vermiste minderjarige(n). Voor?een Amber Alert is toestemming nodig van de ouder(s) of wettelijk?vertegenwoordiger van de vermiste minderjarige(n). In deze casus?werd aan beide criteria voldaan (zie de?criteria van Amber Alert). Alles werd uit de kast gehaald om de?broertjes te vinden, al leert de ervaring dat een Amber Alert de grootste?toegevoegde waarde heeft in een periode tot enkele uren na de vermissing.?Die eerste uren waren in deze casus reeds verstreken, omdat pas?aan het einde van de middag duidelijk werd dat de twee jongens aan de
zorg van hun vader waren toevertrouwd ten tijde van zijn zelfmoord en?sinds het aantreffen van zijn lichaam al bijna 18 uur verstreken waren?toen het Amber Alert uitging. Mogelijk viel er op dat moment weinig?meer van te verwachten. In een eigen evaluatie gaf de politie aan dat?toch is besloten het Amber Alert uit te geven, omdat voor het leven van?de jongens werd gevreesd.

4.2 Burgerzoektochten

Mobilisatiekracht van het volk

Al op dinsdagavond 7 mei dienden de eerste burgers zich aan bij het?Doornse Gat om daar te helpen zoeken naar de twee vermiste broertjes.?Deze zoektochten namen in de dagen en weken erna een hoge?vlucht. Via de online media werden zoektochten georganiseerd, die her?en der honderden mensen op de been brachten om bospercelen uit te?kammen. Soms gingen hele gezinnen het bos in om te helpen zoeken.?Dergelijke burgerhulp bij vermissingen was geen nieuw fenomeen. Zo?leidde een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest in?februari 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Toen bleef?de zoektocht echter beperkt tot de dorpsbewoners. Een paar maanden?later startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort uit Goirle?een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten?van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden,?nabij de plek waar zij voor het laatst waren gezien.

In dit geval was de massaliteit waarmee werd gezocht een onderscheidende?factor ten opzichte van eerdere zoekacties. Het potenti?le?zoekgebied was ook groter dan bij voorgaande vermissingen en?daardoor konden burgers op meerdere plekken in het land hun hulp?aanbieden.

Voor sommigen werd het zelfs een bijzondere besteding?van de meivakantie (wat niets afdoet aan de oprechtheid waarmee werd?gezocht).?Wanda van den Bovenkamp ? een vriendin van de moeder ? was?een van de initiatiefneemsters die via haar Facebookpagina voor de?Utrechtse Heuvelrug op de eerste avond een impulsieve oproep deed?om te komen helpen. Er kwamen zestig mensen op af. In Nieuwe Revu (?Mijn bos is mijn bos niet meer?, 21 mei 2013) vertelde zij erover:

?Ik kwam er meteen achter dat het allemaal niet zo makkelijk is. Er?stond een mediacircus voor mijn neus. Ik moet met dingen rekening?houden waar ik nooit aan had gedacht. Wild dat wordt opgejaagd,?allerlei priv?percelen in het bos, de techniek van het uitlijnen, boswachters?die niet zo blij zijn (red.: het ging hier om een rookverbod in?het bos en de tijdsblokken waarin gezocht mocht worden). Het ging?met vallen en opstaan.?

Het perspectief van de politie

De burgerzoektochten wierpen bij de autoriteiten nieuwe vragen op:?Hoe kunnen de goede intenties van burgers worden gekanaliseerd als?zij en masse op meerdere locaties willen helpen? De politie zocht naar?een passend antwoord. Het was niet dat bij voorbaat afwijzend op de?zoekacties werd gereageerd, maar voor de politie waren de forensische?afwegingen leidend. Waar het publiek mogelijk denkt ?baat het niet,?dan schaadt het niet?, gelden er vanuit forensisch belang andere afwegingen.?Wat in dat opzicht schadelijk is, is voor het publiek niet altijd?evident. Om een situatie volgens de forensische normen af te handelen,?wordt bij voorkeur eerst de eigen mobiele eenheid (ME) ingezet.?De ME heeft voldoende capaciteit om percelen te doorzoeken, is ervoor
opgeleid en weet wat te doen als er mogelijke sporen worden aangetroffen.?Ook kunnen ? zoals ook is gebeurd ? gespecialiseerde eenheden?van Defensie worden ingezet. Daarnaast zijn er bij een zoekstrategie?soms operationele afwegingen die de politie niet altijd met het publiek?zal willen delen. Mogelijk is er sprake van een medeverdachte of zijn?andere scenario?s denkbaar en komen grote zoekacties van burgers?op een bepaalde plek of tijd slecht uit. De inzet van lijkenhonden is bijvoorbeeld?pas optimaal als het ontbindingsproces op gang is gekomen.?Het is onkies om dergelijke informatie tijdens een grootscheepse?zoektocht te delen, terwijl de afwegingen om dit type speurhonden?direct na een vermissing in te zetten, legitiem kunnen zijn. Tot slot?spelen soms ethische aspecten mee. In dit geval was het twijfelachtig of?mensen beseften wat zij mogelijk zouden kunnen aantreffen. Maar in?hoeverre moeten mensen op de eventuele consequenties van hun zoektocht?worden geattendeerd? De boodschap dat men zich moest realiseren?dat meezoekende kinderen stoffelijk overschotten zouden kunnen?aantreffen, kon betuttelend overkomen, terwijl de deelnemers aan de?zoekacties?? zeker in het begin ? lang niet altijd leken te beseffen dat hier een gerede kans toe bestond. Ouders met kinderen maakten er een?alternatief ?dagje uit? van.

Samenwerking tussen burger en politie

Voor de politie was het duidelijk dat de spontaan aangeboden hulp ?niet?te stoppen? was. Het negeren van de burgerhulp zou bij het publiek niet?in goede aarde vallen, ook al had de politie zijn eigen afwegingen om er?terughoudend mee om te gaan. Er werd gezocht naar een middenweg,?waarin de publieke acties werden begeleid door ervaren politieagenten?die enige structuur aanbrachten in de zoekacties. Hierin was een?belangrijke rol weggelegd voor de politievrijwilligers. Maar net als voor?de burgers was het ook voor de politie een proces van vallen en opstaan.
Zo zijn de politievrijwilligers soms zonder stafkaarten met grote groepen?mensen op pad gestuurd, in gebieden waarvan later bleek dat die?eerder al door de ME en mariniers waren doorzocht. In de teams kregen?politievrijwilligers te maken met zoekers van allerlei pluimage;?van ervaren Afghanistanveteranen tot huisvrouwen en studenten. Ze?structureerden de zoekacties door vooraf een briefing te geven, waarin?zij uitleg gaven hoe het zoeken in zijn werk zou gaan. Ook werd afgesproken?om tijdens het zoeken geen foto?s op sociale media te plaatsen,?om te voorkomen dat de moeder en familieleden van Ruben en Julian?eventueel via de sociale media nieuws zouden vernemen.

Na een wat rommelige start kwam er gaandeweg meer structuur?in de samenwerking tussen burgers en politie. De initiatiefnemers?stemden zoekacties af met de politie, om te voorkomen dat het rechercheonderzoek?in de wielen werd gereden. Er is ook nadrukkelijk ontmoedigd?om op eigen houtje te gaan zoeken. Het twitteraccount en?de Facebookpagina van @JulianRubenNL speelden hierbij een steeds?grotere?co?rdinerende rol. De kracht van de burger deed daarmee?online en offline zijn werk; de offline burgerhulp werd door medeburgers?via sociale media gekanaliseerd. Er ontstond uiteindelijk een?modus waarin burgers, na overleg met de politie, de ruimte kregen om?her en der in het land zoekacties op touw te zetten.

Het dilemma van de wederkerigheid

In het verlengde van de burgerzoektochten ontwaren we een interessante?kwestie: wederkerigheid. Burgers ondersteunden het zoekproces,?maar wat kregen ze daarvoor terug? Een terugkomsessie voor iedereen?die had geholpen, op de hoogte gehouden worden over de voortgang,?een dankbrief of een lintje? Verwachtingen blijven vaak onuitgesproken,?maar er zullen verschillende motivaties een rol gespeeld hebben,?zoals het uiten van meeleven, de kans om onderdeel van iets groters?te zijn, een spannend uitstapje, of de hoop op meer informatie over de?stand van zaken, of waardering. Hoe dan ook, mensen zijn bereid om?het risico te nemen. Daarin ligt voor de overheid een dilemma: een?overheid die actief het belang van zelfredzaamheid en burgerparticipatie?belijdt, draagt onverminderd een verantwoordelijkheid voor de?redzamen die (uiteindelijk) niet veerkrachtig blijken. De reciprociteit?omvat in wezen dat de burger capaciteit aanbiedt, maar er daarbij impliciet
van uit gaat dat hij of zij op de overheid kan terugvallen wanneer?hij of zij schade ondervindt. In dit geval houdt de wederkerigheid in dat?de overheid garant moet kunnen staan voor passende nazorg, mocht?dit nodig blijken. Inzet vanuit Slachtofferhulp Nederland, veelal geactiveerd?vanuit de blauwe kolom, behoort tot het standaardrepertoire.?De Nederlandse samenleving kent bovendien een zorgsysteem dat is?ingericht op het faciliteren van die reciprociteit (ook al wordt de term?wederkerigheid traditioneel niet gebruikt in combinatie met de grondwettelijke
plicht van overheden om de ?gezondheid der ingezetenen? te?bevorderen). Mochten mensen problemen ontwikkelen tijdens het verlenen?van burgerparticipatie die zij niet op eigen kracht ? dus ook niet?binnen eigen sociale kring ? kunnen oplossen, dan bestaat er een vangnet?in de vorm van professionele hulp- en zorgverleners. Het is niet?zozeer paternalistisch dan wel verstandig om mensen die inderdaad?worden blootgesteld aan een schokkende omstandigheid (het aantreffen?van kinderlichamen valt daar zeker onder, maar misschien ook het?niet vinden, hoop houden en vervolgens erachter komen dat ze tientallen?kilometers verderop liggen) te informeren over mogelijke reacties,?met de toevoeging dat die overwegend vanzelf verdwijnen. Voor de vinders?van de lichamen ligt dat vermoedelijk meer voor de hand dan voor?specifieke groepen vrijwillige zoekers. Hoe het ook zij, gedragstips hoe?met een schokkende gebeurtenis om te gaan, ook als eigen kinderen?zijn blootgesteld, kunnen eenvoudig worden verstrekt (helemaal als de?zoektocht onder co?rdinatie plaatsvindt). Mochten reacties na ongeveer?een maand niet minder worden, is een bezoek aan de huisarts aan te?bevelen. En als dat ontoereikend is, voert de verwijslijn verder.?De hier geschetste redenering is verder uitgewerkt in de ?Multidisciplinaire richtlijn psychosociale?hulp bij rampen en crises? (Impact, 2014).

3 Nafase

De ontknoping

Toen de politie op zondagmiddag 19 mei 2013 bekend maakte dat in het?buitengebied van Cothen twee lichamen waren aangetroffen, barstte?het speculatiecircus los. Het duurde uiteindelijk tot 23.00 uur ?s avonds?voordat de driehoek (de burgemeester van Zeist, de hoofdofficier?van justitie en de chef van de politie-eenheid Midden-Nederland)?in Utrecht toelichtte dat het ? zoals iedereen op dat moment al vermoedde?? hoogstwaarschijnlijk ging om de lichamen van Ruben en?Julian. Dat het niet met zekerheid kon worden gesteld, kwam doordat?de lichamen lange tijd in het water hadden gelegen en in staat van ontbinding?waren. Op basis van DNA-onderzoek werd de identiteit later?bevestigd. In de persconferentie stond hoofdofficier Bac stil bij de vraag?of de autoriteiten niet eerder op de avond naar buiten hadden kunnen?komen. Hij stelde dat een zorgvuldig (en tijdrovend) onderzoek nodig?was om de toedracht te kunnen achterhalen, mede in het licht van het
feit dat de vermoedelijke dader zelfmoord had gepleegd.

Fragment ?Eerste identificatie op basis van gevonden kleding? uit het NOS Journaal?van maandag 20 mei 2013, 00.09 uur:

Na de ontknoping van de vermissingszaak pakte de gemeente Zeist?de regie op de nafase. De aandacht ging in de eerste plaats uit naar?de binnenste cirkels van betrokkenen: de moeder, de grootouders, de school en de voetbalclub, de vriendin van de vader. Gedurende de?periode?van vermissing waren echter steeds meer mensen in Nederland?zich gaan rekenen tot de binnencirkel. Via sociale media verspreidden?zich plannen voor een stille tocht of een herdenking in Zeist of?zelfs bij Cothen, waar de jongens gevonden waren. In Limburg, waar?ook groepen mensen hadden meegezocht, werd een herdenkmoment?gehouden bij Stein, en in Kerkrade kwam een vrouw met een plan voor?een herdenking met duizend witte heliumballonnen. Dat zelfs even de?vraag rees of de Trekkertrek, die op Tweede Pinksterdag in Cothen zou?plaatsvinden, moest worden afgelast, geeft wel aan dat de impact als??groot? werd ingeschat.

Rouwen en herdenken in Zeist

Tijdens de persconferentie gaf de burgemeester van Zeist aan dat hij?zich met betrokkenen en maatschappelijke organisaties zou bezinnen?op het verder vormgeven van de verwerking. Waar gewoonlijk initiatieven?van burgers voor een stille tocht gefaciliteerd worden, was nu niet?in te schatten hoeveel mensen erop af zouden komen. Een grote toeloop?zou kunnen betekenen dat de gemeente de openbare orde en veiligheid?niet zou kunnen waarborgen. Mede om die reden werd gezocht?naar een alternatief dat wel uitdrukking gaf aan de collectieve beleving,?maar waarbij die verbondenheid niet door plaats, maar door moment?tot stand zou komen.

In overleg met de moeder werd besloten om iedereen die de jongens?wilde gedenken op te roepen om op zondag tussen 19.00 en 20.00?uur twee brandende kaarsjes in de vensterbank te plaatsen. Hiermee?werd een verbinding gelegd met Wereldlichtjesdag, die altijd op de?tweede zondag in december plaatsvindt voor kinderen die slachtoffer?zijn van geweld. Op deze manier werd tevens de aandacht wat afgeleid?van het priv?domein; niet de eigenheid van de jongens stond centraal,?maar hun positie als slachtoffer. Door een kaarsje te laten branden,?werden ze voor de buitenwereld tot een symbool gemaakt en hoefden?de moeder en andere intimi hun persoonlijke herinneringen en rouwbeleving?niet te delen met de rest van Nederland. Zodra de keuze voor?de kaarsjes bekend was gemaakt, luwde ook de storm van particuliere?initiatieven. Iedereen sloot zich aan bij de beslissing; de ballonnen in?Kerkrade werden afgeblazen. Daarnaast werden duidelijke afspraken
gemaakt om ook bij andere gedenkmomenten publiek en priv? goed?te scheiden. De uitvaart zou besloten zijn, met langs de rouwstoet???n plek waar de media foto?s mochten maken. Via de gemeente was de?afspraak gemaakt dat alleen het ANP een interview zou afnemen met?een woordvoerder van de familie. Door de sociale media goed te volgen,?werd het voor de gemeente duidelijk dat ze geen maatregelen hoefde te?treffen voor eventuele spontane stille tochten. Net als bij de zoektochten?bleek dat de snelheid waarmee het bericht zich verspreidde hielp?om de betrokkenheid binnen de samenleving te kanaliseren.

De school

Ook op de Kerckeboschschool in Zeist werd stilgestaan bij het overlijden?van de broertjes. De herdenking op school was alleen voor de kinderen,?leerkrachten en ouders toegankelijk, maar na afloop waren het?schoolhoofd en de burgemeester beschikbaar voor een kort interview.?Door op deze manier duidelijke grenzen te trekken, werd zowel aan?de direct betrokkenen als aan de kringen daarom heen proportioneel?ruimte geboden voor rouw.

Rouwen en herdenken in Wijk bij Duurstede

Niet alleen in Zeist, maar ook in Wijk bij Duurstede werd gerouwd, de?plaats waar de vader opgroeide en de kinderen regelmatig bij hun opa?en oma op bezoek kwamen. De verbijstering was er minstens zo groot?als in Zeist. Er werd een condoleanceregister geopend en de burgemeester?bracht een bezoek aan de ouders van de vader. Zij hadden immers?drie dierbaren verloren; hun zoon, die zelfmoord had gepleegd, en hun?twee kleinkinderen met wie ze een sterke band hadden. Hun verdriet?was heftig en heel dubbel, aldus de burgemeester voor RTV Utrecht:

?Bij de ouders overheerst onbegrip en ongeloof. Hun betrokkenheid?bij hun kleinkinderen is enorm. Wat hun verdriet nog complexer?maakt, is dat ze natuurlijk treuren om de zelfgekozen dood van hun?zoon en tegelijkertijd part noch deel hebben gehad aan wat hij zeer?waarschijnlijk heeft gedaan.?

5 Afronding

Dit hoofdstuk draaide om een vermissingszaak die Nederland bijna?twee weken lang in zijn greep hield. De betrokkenheid was verklaarbaar.?Anders dan een gezinsmoord waarbij het publiek vrij snel duidelijkheid?krijgt over wat er is gebeurd, was dit een drama met lange tijd?een open einde. Naarmate de onzekerheid voortduurde, werden de vragen?eerder groter dan kleiner. De online buzz over de vermissing leidde?ertoe dat de media al vanaf de eerste avond de zaak nauwgezet volgden.?Maar de vraag is of de maatschappelijke impact zonder sociale media?minder groot zou zijn geweest. Het valt te betwijfelen. De wekenlange?vermissing van Nicole van den Hurk in 1995 bijvoorbeeld (die uiteindelijk?eveneens vermoord bleek), vond plaats in de periode voordat sociale
media bestonden en ook hier was sprake van maatschappelijke onrust.?De sociale media hebben er bij deze casus wel voor gezorgd dat de vermissing?van Ruben en Julian snel in het nieuws kwam en de ontwikkelingen?(bijvoorbeeld via @JulianRubenNL) nauwgezet konden worden?gevolgd. Maar de maatschappelijke impact gedurende de weken van de?vermissing zou volgens ons ook zonder sociale media waarschijnlijk?van vergelijkbare grootte zijn geweest. De casus had voldoende componenten?in zich om ook zonder Facebook en Twitter een landelijke?impact te krijgen. De drijvende kracht achter de voortdurende aandacht?zien we in de vraag ?waar zijn de vermiste kinderen gebleven???De behoefte van burgers om te helpen een antwoord op deze vraag te
vinden, doet zich vaker voor. Het waren nu vooral de lange duur vande vermissing, de omvang van het zoekgebied en (mede daardoor) de?massaliteit van de zoekacties die deze casus extra bijzonder maakten.

Toch werden de sociale media wel een onlosmakelijk onderdeel?van de aanpak. Via de sociale media werden mensen opgeroepen om?te komen helpen en werden de zoekacties over het land gereguleerd.?Net zoals bij de verdwijning van Steve Fosset (in 2007) gebruik werd?gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te?vinden, zijn ook hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen?van goedwillende burgers te co?rdineren. Bij Steve Fosset was het?een centrale website, bij Ruben en Julian werden Facebook en Twitter?de centrale platformen. Daarnaast klonk via Facebook en Twitter ook?het collectieve medeleven door. Alles wijst erop dat de moeder zich?hierdoor erg gesteund heeft gevoeld; zij heeft herhaaldelijk haar dank?daarvoor uitgesproken.

In de kern van de zaak zien we een vader die kennelijk geen andere?uitweg zag dan zichzelf en zijn kinderen het leven te ontnemen. Op dat?aspect wijkt deze casus niet af van gezinsdrama?s die zich, hoe vreselijk?ook, vaker in Nederland voltrekken. Wat er gebeurde tijdens de eerste?uren van de vermissing en de laatste uren van beide kinderen zal een?raadsel blijven, net zoals de exacte aanleiding. Het is eerst en vooral een?drama voor de directe betrokkenen en hun omgeving. Het is dan ook?de kunst om in dergelijke situaties op een betrokken en nabije manier?de situatie te managen, zonder partij te kiezen of uitspraken te doen?over de aanleiding. In deze casus stond dat voorop en is ondanks alle?media-aandacht steeds de insteek geweest om het klein te houden en er?te zijn voor de direct betrokkenen.

DocU van RTV Utrecht over Ruben en Julian, “Twee weken tussen hoop en vrees” van zondag 18 mei 2014, met daarin oa Henk Bril aan het woord.?Henk Bril (49) loopt al wat jaren mee als hoofd recherche van de politie Midden-Nederland en zag een heleboel gezinsdrama?s voorbijkomen. Maar de kindermoord op Ruben en Julian, gepleegd door vader Jeroen Denis (38), was in alle opzichten uniek en zal tot in lengte van dagen in zijn geheugen gegrift staan. ?Bij een familiedrama vind je doorgaans heel snel alle slachtoffers bij elkaar. Nu waren wekenlang twee jongetjes zoek en kon het alle kanten opgaan. Waren ze achtergelaten zonder eten en drinken, ontvoerd? Was er misschien nog iemand anders in het spel??:

De docu is een eerbetoon aan Ruben en Julian:

Moeder Iris schreef een bedankbrief in de Telegraaf en bedankt iedereen die heeft geholpen bij het zoeken naar haar jongens.

Wouter Jong schreef eerder ook een blog over de rol van social media bij de vermissing in deze zaak en er verscheen ook een artikel in Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing over het Twitteraccount @JulianRubenNL, dat Wouter schreef samen met Jeroen Jacobs van?SocialMediaGrip?schreef, de club die zich online belangeloos inzette voor zoektocht Julian en Ruben.

Scholen in Leiden dicht vanwege een 4Chan bericht

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van hetlectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

Dreiging van een school shooting in Leiden

Menno van Duin, Annet Ponjee

Inleiding

Op zondagavond 21 april 2013 wordt via de media bekendgemaakt dat de middelbare scholen en mbo-scholen in Leiden op maandag 22 april dicht blijven. Dit in verband met een dreigement dat er op een school in Leiden een schietpartij zal plaatsvinden. Het bericht leidt tot consternatie in Leiden en de directe omgeving.
Naast de zorgen die de dreiging van een schietincident teweegbrengt, speelt ook de vraag of deze maatregel, het sluiten van scholen, noodzakelijk is, of dat het een overdreven reactie is op het bericht van ?een idioot?. In dit hoofdstuk staat het dilemma centraal tussen ?niets doen? en ?alles uit de kast halen?. Het hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de beschikbare evaluaties en een gesprek met burgemeester Lenferink van Leiden.


Feitenrelaas

In de nacht van zaterdag 20 op zondag 21 april 2013 neemt de politie in Z?rich (Zwitserland) contact op met de politie in Leiden (regionale eenheid Den Haag), omdat op internet een bericht staat waarin wordt gedreigd in Leiden een school shooting te plegen. Op de website 4Chan is het volgende bericht geplaatst:

4chanthreat

?Tomorrow, I will shoot my Dutch teacher, and as many students as I can. It will be on the news tomorrow. It?s a school in a dutch city called Leiden, and for more proof, I will be using a 9mm Colt Defender. I will be carrying a note with me when I go into the school
which will explain why I did it. If the message of the note will not be published, a friend of mine will post it here on 4chan a day later. Oh, and I?m using a proxy, the police is not gonna find me before tomorrow.?

Door de politie wordt de melding serieus opgepakt. Dezelfde nacht nog zet de politie interne opdrachten uit die tot doel hebben een inschatting
te kunnen maken van de ernst van de melding. De districtchef van Leiden informeert zondagochtend 21 april 2013 de leiding van de politie-eenheid in Den Haag en het gemeentebestuur. Afgesproken wordt dat als aan het begin van de middag nog geen zicht is op het IP-adres of een dader, de politie een zogenaamde Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) zal instellen. Een SGBO is een team van politiemensen dat doorgaans wordt ingesteld voor de aansturing van
het politieoptreden bij ernstige incidenten, calamiteiten of bijzondere activiteiten.

Om 12.00 uur die zondagmiddag hebben de werkzaamheden die tot dan toe zijn ondernomen nog onvoldoende resultaat gehad en dus start de politie, zoals afgesproken, een SGBO. De Algemeen Commandant (AC) van de SGBO is de districtschef van Leiden.
Rond 14.00 uur besluiten de burgemeester van Leiden en de districtschef (c.q. de AC-SGBO) om met de gebiedsofficier van justitie als driehoek bij elkaar te komen. Op zondagmiddag om 15.30 uur vindt het eerste overleg van de driehoek plaats.

Intussen wordt door de SGBO via de landelijke deskundigheidsmakelaar van de Politieacademie een gedragsdeskundige ingeschakeld. Omdat de eerste deskundige in het buitenland zit en onbereikbaar is, wordt pas zondagmiddag laat een andere gedragsdeskundige bereikt. Deze ontvangt het dreigbericht per e-mail en beoordeelt op basis daarvan (en onder tijdsdruk) dat de bedreiging serieus moet worden genomen. Omdat uit het opsporingsonderzoek van de politie nog geen nadere informatie over de zender van het bericht is gebleken, besluit de driehoek nog diezelfde avond een overleg in te plannen met de schooldirecteuren
van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs uit Leiden. Immers, deze scholen kunnen op basis van het bericht (waarin gesproken wordt van een ?leraar Nederlands?) tot de doelgroep van de bedreiging worden gerekend. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren op zondagavond dat hun scholen de volgende dag (22 april) gesloten blijven. Zij informeren hun leerlingen en medewerkers.

Mede doordat het bericht dat scholen gesloten blijven vanwege een dreiging van een schietpartij op de sociale media een grote impact heeft, worden vrijwel alle leerlingen tijdig bereikt. Slechts een enkele leerling blijkt het bericht niet voor maandagochtend te hebben vernomen. Bij alle scholen die gesloten zijn, is zichtbaar politie aanwezig. Onder medewerkers en (ouders van) leerlingen van andere scholen (basisscholen en scholen net buiten Leiden) bestaat enige verwarring waarom hun school niet gesloten is. Sommige ouders nemen geen risico en houden hun kinderen, ook al zitten ze op een andere school,?thuis. Enkele van de schooldirecteuren die niet over de sluiting van de andere scholen ge?nformeerd zijn, besluiten hun scholen eveneens te sluiten.

Rond het middaguur wordt bekend dat er een arrestatie heeft plaatsgevonden in verband met de dreiging van de school shooting. Los daarvan vindt op maandag een nadere analyse plaats van het dreigbericht waarvoor ook andere gedragsdeskundigen worden geconsulteerd. Op basis van hun analyse en nadere informatie uit het opsporingsonderzoek wordt de dreiging die van het bericht uitgaat als minder risicovol beschouwd dan de dag ervoor. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren dat hun scholen dinsdag weer open zullen gaan. Zowel dinsdag als woensdag zullen bij de scholen nog wel politieagenten
aanwezig zijn.

Maandagavond wordt duidelijk dat de aangehouden verdachte niets met de zaak te maken heeft. Het opsporingsonderzoek naar de afzender van het bericht wordt daarom voortgezet. Op woensdagmiddag 24 april blijkt uit het opsporingsonderzoek dat de persoon die het bericht heeft geplaatst, zich niet in Nederland, maar in Costa Rica bevindt. Daarmee komt er een einde aan de dreiging.

Dilemma

Op het eerste gezicht lijkt hier sprake van ??n dilemma: risico?s nemen (het zal wel loos alarm zijn) of risico?s mijden. Een ?duivels dilemma? noemde de Leidse burgemeester Lenferink het: ?Aan de ene kant is er het risico van overreactie. Aan de andere kant het risico dat je niks doet en er vervolgens iets ernstigs gebeurt. Dat wil je niet op je geweten hebben.? De evaluatie beschrijft het als volgt (Driehoek Leiden, 2013, p. 4):

?Het feit dat het in dit geval ging om een dreiging via internet, die niet heel specifiek was over tijd, locatie en personen, maar wel heel concreet in zijn doel, maakte het tot een, zoals de burgemeester steeds omschreef, duivels dilemma. Welke maatregelen te nemen op basis van een dergelijk internetbericht.?

In dit geval koos men voor het vermijden van de mogelijke risico?s. Daarbij speelde zeker ook mee dat men in Leiden en de regio nog niet eerder met een vergelijkbare situatie te maken had. Wordt de casus nauwkeuriger bekeken en ook datgene wat in de media rond deze casus naar voren kwam wordt meegenomen, dan blijkt echter dat een aantal vragen achter dit dilemma schuil gaat, zoals:
? Wanneer wordt door wie de beslissing genomen om de scholen te sluiten?
? Welke scholen worden gesloten?
? Wat wordt er (door wie en wanneer) naar buiten gecommuniceerd?
? Wat gebeurt er met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden (en eventueel in de regio)?
? Hoe verhouden zich de rollen van de burgemeester en het OM?

Beslissen in onzekerheid is de kern van crisisbeheersing. Immers, als je alles weet, is er nauwelijks sprake meer van een crisis. Dat verklaart ook dat achteraf velen het wat overdreven vonden dat men tot deze maatregelen overging, maar achteraf is het altijd zo veel makkelijker te adviseren hoe te beslissen!

Mede naar aanleiding van deze casus is in de bestaande Burgemeestersgame (waarin dilemma?s centraal staan) dit voorbeeld opgenomen. Bij een actieve presentatie van deze nieuwe game (Arnhem, 16 april 2014: Digitale verstoring openbare orde) gaf maar een enkeling (van de tientallen aanwezigen) aan dat zij zouden adviseren scholen te sluiten.

Bgame

Analyse

Wie besliste en wanneer?

De directeuren van Leidse middelbare scholen lieten zich die zondagavond door de driehoek de situatie uitleggen. Sommigen zagen sluiting als de enige optie; anderen twijfelden eerst wat. Toch besloten de directeuren die avond eensgezind op basis van de beschikbare informatie dat het beter was hun scholen maandag te sluiten. Terwijl bij velen het beeld leek te bestaan dat de burgemeester ? gezien zijn optreden in de media ? of de driehoek deze beslissing nam, was het feitelijk anders. Ongetwijfeld speelde de driehoek een cruciale rol, maar de formele beslissing lag bij de scholen zelf. Uiteraard lag een gemeenschappelijk?doel ? de veiligheid op de scholen ? achter deze eensgezindheid.

De vraag wie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen (de gemeente of de schooldirecteuren) is relevant. Wij zien in dergelijke situaties nogal eens dat de gemeente c.q. burgemeester een beslissing neemt, in plaats van de meest betrokken partij. Zo gelastte in 2012 de gemeente Veere vanwege de weersverwachtingen het evenement Concert at Sea af, terwijl de organisatie dat eigenlijk zelf had moeten doen. Boeiend zou het natuurlijk zijn geworden als in dit geval de schooldirecteuren een andere afweging zouden hebben gemaakt. Tegelijkertijd is dat niet zo waarschijnlijk als het OM en het gemeentebestuur?eensgezind zijn.

In het volgende ?jaarboek mini-crises? zal dan ook zeker de casus Pinkpop (2014) worden opgenomen. Hier werd ondanks ?alarmweercode rood? het festival niet afgelast en werden de aanwezigen niet ge?vacueerd. Een nadere analyse is hier op zijn plaats.

Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen de driehoek en de schooldirecteuren als goed is ervaren:

?Er was een duidelijk gemeenschappelijk doel: de veiligheid van scholieren, docenten en overig personeel op de scholen. Het besluitvormingsproces rondom de sluiting van de scholen en de informatievoorziening is als zeer open en transparant ervaren. Hierdoor konden de schooldirecteuren een afgewogen besluit nemen en was er vertrouwen in de genomen maatregelen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 4).

Welke scholen?

leiden scholen

Op grond van de dreigingsanalyse beperkte de driehoek de dreiging tot het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Er werd gesproken over my Dutch teacher wat men vertaalde als mijn leraar Nederlands. Andere scholen ?bleven zo buiten schot?. Die zondagavond kregen de ouders van leerlingen een boodschap: ?wegens omstandigheden zijn morgen alle scholen van Voortgezet Onderwijs en MBO in Leiden gesloten?. Gelet op het dreigement was dit op zich logisch. De dreiging leek eerder gericht op deze scholen dan op bijvoorbeeld een basisschool. Maar of bijvoorbeeld ook het Luzac niet tot de bedreigde scholen?kon behoren, was veel minder zeker. Aanvankelijk was op basis van de dreigingsanalyse een uitzondering gemaakt voor het voortgezet speciaal onderwijs.

?Het besluit van de driehoek om, op basis van de dreigingsinschatting, de focus te leggen op het nemen van maatregelen bij de scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in Leiden had als gevolg dat er geen maatregelen zijn genomen, er geen handelingsperspectief is gegeven en ook niet direct gecommuniceerd is naar andere scholen in Leiden en buurgemeenten? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6).

Welke boodschap en welk medium? Het formuleren van een boodschap naar de buitenwacht levert in gevallen als deze misschien nog wel het lastigste dilemma op. Daarbij gaat het vooral om de mate van transparantie. Uit rampsociologisch onderzoek weten wij dat een goede waarschuwingsboodschap dient te bestaan uit een tweetal aspecten. Ten eerste geeft het aan wat het probleem of het risico is en ten tweede welk handelingsperspectief daarbij wordt aanbevolen of verwacht (Quarantelli & Taylor, 1977). Mensen zullen vaak iets vooral doen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen. In deze casus was aanvankelijk niet al te grote openheid betracht (zie onder: verhouding OM en burgemeester). ?Wegens omstandigheden? ? de opening van de boodschap van scholen aan hun leerlingen ? is natuurlijk geen formulering die tot grote helderheid bij de ontvangers zal leiden. Een andere school gaf de boodschap: ?Maandag 22 april zijn alle VO-scholen gesloten, dus ook onze school! Er zijn geen lessen. Berichten volgen via de site.? Zie bijgaand persbericht.

Persbericht Alle Leidse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen dicht door dreiging De politie heeft zondag 21 april 2013 een melding gekregen over een mogelijke schoolshooting op zeer korte termijn in Leiden. Er is door een nog onbekende persoon een bericht op een internetsite geplaatst. De gemeente, politie en openbaar ministerie nemen de zaak zeer serieus. Er is besloten om alle scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen gesloten te houden. De politie heeft nog niet kunnen achterhalen wie achter het bericht zit. Ook is nog onbekend om welke school en/of locatie het zou kunnen gaan. Gezien de ernst van de dreiging is besloten om geen enkel risico te nemen en blijven alle voortgezet onderwijs en middelbare beroepsonderwijs maandag 22 april dicht. Daartoe is door de scholen in nauw overleg met de burgemeester, de officier van justitie en de leiding van de politie besloten. Maandag 22 april 2013 zullen alle betrokkenen weer bijeenkomen om de situatie nader te beoordelen. De politie zet haar onderzoek onverminderd voort. Leerlingen en hun ouders zijn voor zover mogelijk vanavond reeds ge?nformeerd en zullen via de eigen informatiekanalen op de hoogte worden gehouden. Mensen die over of naar aanleiding van dit bericht informatie hebben voor de politie kunnen bellen met 0900-8844.

Feit is dat de boodschap van de middelbare scholen aan hun leerlingen goed overkwam, ondanks dat de boodschap pas ?s avonds laat werd verspreid. De volgende dag was er nauwelijks een middelbare scholier die naar school ging. Dit toont eens te meer dat traditionele communicatiemodellen (met een zender, een boodschap, een ontvanger en een medium) achterhaald zijn. In dit geval kwamen er al snel verschillende boodschappen en nog veel meer zenders. Ontvangers kregen daardoor waarschijnlijk de boodschap zelden eenmalig, maar (per telefoon en/ of per mail) van onder andere hun school, ouders, medeleerlingen en via de massamedia. De sociale media maken ontvangers vaak tot zenders en vice versa. Er is ook niet meer sprake van ??n medium (een traditionele ?radioboodschap?), maar van verschillende media die naar elkaar verwijzen en elkaar versterken. Een krachtig element in de communicatie naar buiten was dat burgemeester Lenferink het besluit van de schooldirecteuren direct typeerde als een duivels dilemma. Natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten een enorme impact op de Leidse samenleving (maar ook daarbuiten) en kon het goed zijn dat de bedreiger niet de daad bij het woord zou voegen. En natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten het risico in zich dat het ?copycat?-gedrag opriep. Toch woog het alles bij elkaar genomen en met de (beperkte) informatie die voorhanden was niet op tegen de mogelijkheid dat de dreiging wel realistisch was en dat men achteraf had moeten constateren dat men het wel had geweten, maar te weinig had gedaan het te voorkomen. Eigenlijk begreep eenieder dat ? onder deze omstandigheden ? dit het dilemma was en had men ook begrip voor de maatregelen die werden getroffen. Achteraf constateerde de driehoek dat het gemeentelijke proces communicatie te laat (maandagochtend) werd opgeschaald. Dit was mede het gevolg van het feit dat de SGBO-structuur leidend bleef en er geen GRIP-structuur werd gehanteerd. ?Geconcludeerd moet worden dat als gevolg van de impliciete keuze om deze crisis af te handelen binnen de driehoek en de SGBO er niet voldoende aandacht is geweest voor de opschaling c.q. organisatie van de ondersteuning vanuit de gemeentelijke crisisorganisatie. (?) Hierdoor was er intern onduidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en vooral over de verslaglegging (die niet in de driehoek heeft plaatsgevonden). (?) Aanbevolen wordt om ook voor?de crisisbeheersingsstructuur van een driehoek/SGBO een concrete uitwerking te maken binnen het regionaal crisisplan, zodat er meer duidelijkheid bestaat over de gemeentelijke processen en taken, over deze vorm van opschaling in het kader van de crisisbeheersing, naast de bestaande multidisciplinaire GRIP-opschaling? (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). Deze constatering is opvallend, omdat de commissie die het onderzoek naar Haren verrichtte, vrijwel het tegenovergestelde beweerde. Bij Haren?was juist de GRIP-structuur een belemmering; hier was de afwezigheid van een goede koppeling met de crisisbeheersingsstructuur een belemmering. De basisscholen? Een thema dat logisch volgt uit het voorgaande is de vraag hoe met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden moest worden omgegaan. Ouders met bijvoorbeeld kinderen op zowel een middelbare school als een basisschool vroegen zich vanzelfsprekend af: waarom kan mijn ene kind niet naar de middelbare maar mijn andere wel naar de naastgelegen basisschool? Als er dan (volgens het uitgebrachte persbericht) een gefrustreerde schutter is en stel dat die een lege middelbare school aantreft, gaat die dan niet naar de nabij gelegen basisschool? Kunnen de agenten niet juist beter bij die basisscholen?gaan staan? Nadat het persbericht was uitgebracht, vroegen vele ouders zich dergelijke zaken af. Die maandag is een fors deel van de basisschoolleerlingen dan ook niet op school geweest. Hun ouders en ook anderen hadden natuurlijk gelijk dat ook zij ?het zekere voor het onzekere? namen. De casus doet wat dat betreft denken aan de ontdekking van radioactieve straling na Tsjernobyl. Minister Winsemius kondigde een spinazieverbod af. Dat mocht voorlopig niet gegeten worden, maar sla, komkommer en tomaatjes die ernaast stonden, waren geen probleem. De achterliggende gedachte was dat spinazie ? door al die kleine blaadjes ? relatief veel meer radioactieve stof zou opvangen dan een krop sla of tomaten. Alleen wisten en begrepen velen dat niet. Zo was het ook met de basisscholen. Zolang mensen niet wisten dat de schutter het gemunt had op een leraar Nederlands, was de boodschap over wel het ??n maar niet het ander vaag. Er is uiteindelijk niet voldoende rekening gehouden, zo concludeerde ook de driehoek, met de gevoelens van onveiligheid op andere scholen in Leiden. Hen is geen duidelijk handelingsperspectief geboden. ?Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een dreigingsinschatting en de besluitvorming hierover ook de impact op andere onderdelen van de samenleving op te nemen (bron- versus effectgebied) en op basis hiervan handelingsperspectieven aan te reiken, zodat, indien nodig en/of wenselijk, eigen maatregelen kunnen worden genomen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6). Verhouding OM en burgemeester Een klassiek dilemma ? dat ook in deze casus zichtbaar was ? was de mate van transparantie en openheid. Enerzijds was er het brede belang dat de bevolking zo snel en goed mogelijk ge?nformeerd zou worden (?het dempen van sociale onrust?); anderzijds was er een opsporingsen strafrechtelijk belang. Het gaat bij dit dilemma over bevoegdheden, afwegingen, de mate van transparantie en openheid. Deze thema?s komen veelal samen in de vraag: wie communiceert wat en wanneer naar buiten? Omdat de dreiging niet gericht was tegen een concrete school of specifieke docent, was de reactie op de dreiging formeel de verantwoordelijkheid van de burgemeester (openbare orde) en niet van de officier van justitie. Volgens het stelsel ?Bewaken en beveiligen? is immers de burgemeester verantwoordelijk voor zover het de handhaving van de openbare orde betreft; de (hoofd)officier van justitie wanneer het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is ook doorgetrokken in de lijn van de communicatie en woordvoering. Het blijft natuurlijk in dergelijke gevallen lastig om de rollen van bestuur en OM te scheiden. Openbare orde- en de strafrechtelijke handhavingstaken liggen dicht bij elkaar.?Voor een uitvoerig expos? over dit thema zie Van Duin et al., 2012, p. 126-130 De dreiging?was bijvoorbeeld in dit geval dan wel gericht op een docent Nederlands, maar in die school bevinden zich veel meer leerlingen en personeelsleden die direct of indirect ook gevaar kunnen lopen. Wanneer beide aspecten zo verweven zijn, is de lokale driehoek dan ook de plaats waar beide belangen bij elkaar komen en gewogen dienen te worden. De bestuurlijke lijn is in dergelijke gevallen vaak meer gericht op openheid, terwijl de justiti?le lijn zich vooral richt op opsporing, het niet delen van daderinformatie en dus geslotenheid. Een klassiek dilemma. De burgemeester van Leiden voerde de regie over de woordvoering. Hierbij werd in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen woordvoering over openbare orde (verantwoordelijkheid burgemeester) en opsporing (verantwoordelijkheid OM). Dat leidde in het begin tot ??n gevoeligheid. Daarover uit de Volkskrant: ?De gouden tip die naar hem [de verdachte, red.] leidde is waarschijnlijk te danken aan ?een kleine verspreking van mij op maandagavond?, zegt burgemeester Henri Lenferink. ?Ik maakte bekend dat het bericht uit Costa Rica kwam en had dat in het belang van het onderzoek misschien stil moeten houden. Maar het heeft een heleboel tips opgeleverd, waarvan er eentje de gouden was.?? Overigens was de informatie dat het bericht uit Costa Rica kwam op zondagavond al bekend. Tot de laatste persconferentie pakte de afspraak zoveel mogelijk openheid en transparantie te betrachten, goed uit. Bij de laatste persconferentie (woensdag 24 april) ontstond een discussie waarin het belang van het opsporingsonderzoek (OM) en het belang van het beteugelen van sociale onrust (burgemeester) niet met elkaar te verenigen leek. Tijdens deze persconferentie voerde de officier van justitie uitgebreid het woord over opsporingsgerelateerde zaken. ?In de voorbereidingen op deze persconferentie ? waar gezegd zou worden dat de verdachte bekend was, in Costa Rica verbleef en alle maatregelen opgeheven konden worden ? is discussie ontstaan over de inhoud van de persconferentie? (Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Ondanks het feit dat de burgemeester met de hoofdofficier van justitie had afgestemd welke informatie (vrijwel alles met uitzondering van de naam van de verdachte) naar buiten zou worden gebracht, gebeurde dat aanvankelijk tijdens de betreffende persconferentie niet. Uiteindelijk is tijdens de persconferentie ? na een moeilijke start ? alsnog de tot dan toe gehanteerde strategie van maximale transparantie en openheid doorgevoerd (zie Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Deze persconferentie verdiende, mede door dit geharrewar, zeker geen schoonheidsprijs. Het maakte wederom duidelijk dat de spanning tussen het strafrechtelijk belang en het dempen van de sociale onrust een lastig dilemma betreft dat zich de komende jaren zeker in nieuwe, grotere of kleinere, clashes tussen burgemeesters en het OM zal uiten.

Afronding

De politie heeft in totaal 443 mandagen in het onderzoek gestopt; 25 instanties om advies heeft gevraagd; op maandag en dinsdag zeven schoollocaties bewaakt en zowel rechercheurs als een arrestatieteam paraat gehad. Daarbij viel ook op dat in de SGBO geen liaison van het OM aanwezig was, waardoor er onduidelijkheid was over de verhouding tussen de SGBO en het onderzoeksteam onder leiding van de officier van justitie. Hierdoor raakte het OM pas op de hoogte van de casus toen de driehoek werd geactiveerd (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). De interne evaluatie van de politie-eenheid Den Haag leverde dan ook?de nodige lessen op (over dubbelrollen; betrokkenheid van de korpsleiding; een effectiever gebruik van de SGBO e.a., bron:?Politie-eenheid Den Haag, 2013). Vanzelfsprekend hebben ook gemeente, OM, scholen en andere instanties veel tijd aan het dreigbericht besteed.

Hoewel er jaarlijks vele duizenden bedreigingen via internet worden geuit, werd deze dreiging om verschillende redenen (site, specificiteit) aanvankelijk door deskundigen serieus genomen. Op grond daarvan moesten de autoriteiten wel handelen. Dat leidde tot het duivelse dilemma, dat mede door de betrachte transparantie door betrokkenen overwegend goed werd opgevat. Dat aanvankelijk bij de communicatie onvoldoende duidelijk was waarom andere Leidse scholen wel open konden blijven, kan ? gezien de snelheid waarmee de beslissing diende te worden genomen ? als een begrijpelijke schoonheidsfout worden beschouwd.

Frappant is dat een mededeling laat op zondagavond de volgende dag bij alle betrokkenen bekend was. Dat betekent dat het dikwijls gehoorde argument om burgers niet te informeren, omdat er maar geringe (handelings)tijd is (en er dus alleen maar paniek zou uitbreken), echt naar het land der fabelen kan worden verwezen.

Bekijk eventueel nog het?verslag van het liveblog van de NOS?over deze casus.?Er?is al eens eerder een dreigement geplaatst voor een schietpartij op een Nederlandse school.?In maart 2009 dreigde een 18-jarige jongen uit Rijsbergen op die site met een schietpartij op een school in Breda. Na verhoor bekende de jongen. Hij zei dat het een grap was.

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

Vermist: Hannah Graham

Een week na het verdwijnen van de 18 jarige eerstejaars studente Hannah Graham van de Virginia Universiteit heeft de politie de hele buurt al uitgekamd en met al haar vrienden en familie gepraat. Ze verdween plots in de avond terwijl ze naar huis liep. Een beveiligingscamera ving haar laatste beelden op.

Maar amateur speurders viel deze publieke tragedie al snel op en kwamen in actie. Ze zochten mee op de video’s die beschikbaar gesteld waren door de politie en maakten kaarten van de mogelijke routes die Graham had kunnen afleggen. Ze cre?erden en bediscussieerden scenario’s over wat er plaats had kunnen vinden.

?Ik denk dat Hannah de garage is ingelokt,? Stelde een man op?Facebook. ?Ik denk dat de oudere man en de man met de dreadlocks hierin samenwerkten.? Doelend op de mannen die ook op de beveiligingsbeelden te zien zijn van die avond.

?Laat de politie weten dat de tweede man op deze video staat,? schrijft iemand anders als reactie op een?YouTube video?. ?Grote zwarte gast met dreadlocks volgt haar overduidelijk.?

?Het is zeer wel mogelijk? dat Graham’s verdwijning gelinkt kan worden aan andere individuen die op de beelden voorkomen, schrijft iemand op Reddit?in een forum dat gaat over seriemoordenaars. ?Naast dat ze vrouw is en vermist wordt, welke andere overeenkomsten zijn er met andere Slachtoffers? Leeftijd, ras, beroep, etc??

Hannah

Deze voorbeelden?betekenen niet dat gecrowdsourced speurwerk verkeerd is, of dat de overheid het moet ontmoedigen. Integendeel, in gevallen als Graham’s verdwijning wordt de hoop van de politie vaak gevestigd op zo veel mogelijk getuigen en tipgevers, en de inspanningen van 20.000 enthousiaste Facebook-gebruikers kunnen vooral ook?helpen om deze boodschap met groot bereik te verspreiden. De laatste “grote doorbraak” in deze zaak?kwam?in feite van openbare tips: Meerdere bellers stuurden de politie naar?een appartement en een auto in een appartementencomplex van de universiteitscampus.

Hannah2

Dit is in feite de kritische rode lijn tussen “goede” internetspeurders en “slechte”: De eerste groep doet werkzaamheden die professionele?onderzoekers daadwerkelijk helpen; de slechte speurders?willen zelf onderzoekers of de politie zijn. Het is een subtiel verschil in overmoed dat ook de ethische grenzen aangeeft. Het verschil tussen de politie voorzien van een goede aanwijzing en bijvoorbeeld het zelf rechtstreeks gaan bellen?van een?verdachte of een getuige.

In de zaak?van Hannah Graham is het verschil te zien tussen het delen van informatie van de politie en het delen van veel ongekwalificeerde analyses duidelijk merkbaar. Zogenaamde ‘armchair’ detectives op Facebook en YouTube willen bijvoorbeeld weten waarom de politie de?”dreads guy” niet gewoon arresteren – de man met dreadlocks die voorkomt in?twee surveillance video’s en volgens deze amateurs?overtuigend werd uitgesloten als verdachte.

“Ik geloof echt dat dit de man is die we zoeken” zegt een vrouw op Facebook met een surveillance foto van de “dreads guy”.

“Ik denk niet dat je dit uit die?video kunt bepalen,” antwoordde een andere man “Dat weten we pas als de politie ons informatie erover geeft.”

Het is een goed advies bij alle zaken waar de meeste ‘freelance’ speurders in duiken. Toch kregen de meeste amateurs ook in deze zaak gelijk. De man met de dreads lijkt inderdaad de dader te zijn en is als hoofdverdachte opgepakt. Hij werd honderden kilometers verderop in Texas aangehouden.?Na deze?zoektocht richt de massa zich nu alleen nog op het zoeken naar Hannah Graham zelf.

Harde les of hardleers? Twee jaar na Project X Haren

Hieronder een blog van Gilbert Sewnandan dat op Ambtenaar 2.0 gepost werd twee jaar na dato terugkijkt op Project X Haren met daarin zijn eigen rol en de mening van een aantal experts.

Alweer 2 jaar geleden kreeg de gemeente Haren te maken met de rellen van ProjectX. Een oproep op de sociale netwerksite Facebook om naar het ‘sweet 16’ verjaardagsfeestje van een meisje uit het dorp te komen, liep volledig uit de hand. Met vernielingen, plundering, alcoholmisbruik en een open zenuw in het Groningse villadorp als resultaat. Een half jaar later trad Burgemeester Bats af nadat de onderzoekscommissie Cohen haar bevindingen presenteerde. E?n van die bevindingen was dat overheidsinstanties niet goed voorbereid waren op het fenomeen ‘sociale media’ als trigger in een crisis. De ‘Facebook rellen’ noopten Cohen tot de aanbeveling om het kennisniveau bij overheidsdienaren van ‘sociale media’ snel op niveau te brengen.

2 jaar na dato
En hoe ver zijn gemeenten, politie en bestuurders nu met sociale media? Zijn sociale media opgenomen in reguliere communicatie(strategie) van overheden? En hoe zit het met webmonitoring : het luisteren op internet? Zijn ambtenaren inmiddels voldoende opgeleid en getraind? Verschilt het gebruik van sociale media door wijkagenten en buurtwerkers van dat van bestuurders? Vinden we nog steeds zelf het wiel uit of bundelen we landelijke kennis en ervaring?

Experts aan het woord

Arnout de Vries is senior innovator bij TNO, schreef diverse artikelen en gaf presentaties over ProjectX Haren. Over de mate waarop de politie nu preventief het internet monitort zegt hij: “de indruk die Minister Opstelten geeft van ‘ga rustig slapen, we schuimen nu 24 uur/dag het internet af’, is een schijnzekerheid.” Er komen steeds alternatieve internetplatformen bij. Jongeren en criminelen bewegen zich van de grotere platformen af op zoek naar nieuwe, minder gemakkelijk te monitoren netwerken. We moeten eraan wennen, zegt Arnout: de overheid loopt altijd achter de digitale feiten aan. Ook de afstemming tussen overheden over de inzet van monitoringtools kan beter. Over het actief aanwezig zijn op sociale media is hij positiever: “Nederland telt zo’n 1.800 twitterende wijkagenten. Dat lokale niveau maakt het persoonlijk; op twitter volg je m?nsen, niet organisaties.” Maar aanwezig zijn op sociale media heeft ook een keerzijde. Handhavers en hulpverleners krijgen steeds meer te maken met digitale agressie. En dat leidt weer tot terughoudendheid in het gebruik van sociale media bij deze ambtenaren.

Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en begeleidde burgemeester Bats tijdens en na de rellen op 21 september 2012. Hij wijst erop dat ‘sociale media’ niet enkel een communicatietaak is. “Communicatiemensen hebben de neiging dat naar zich toe te trekken, maar zoals in Haren kwam er ook intelligence bij kijken. De politie, niet de communicatieafdeling moet inschatten wie de smaakmakers zijn, wat ze van plan zijn, of het tot openbare orde problemen gaat leiden of niet. Het is niet alleen het speeltje van de afdeling communicatie.” In reguliere omstandigheden pikken bestuurders de kansen en bedreigingen van sociale media snel op, is zijn ervaring. ?Vaak ook sneller dan de ambtelijke organisatie?, vindt Wouter. “Om de kansen en bedreigingen te ervaren, moet de overheid vooral v??l vlieguren maken op de sociale media.” Iets dergelijks als ProjectX Haren zal Nederlandse gemeenten niet snel meer overkomen: “Haren was een ‘perfect storm’: alle onheil kwam tegelijk. Er was geen houden meer aan.”

Ina Strating is specialist crisiscommunicatie/nazorg bij Howaboutyou dat zich richt op webcare en social media monitoring. Ina merkt zeker dat gemeenten meer bewust zijn van de invloed van sociale media. “Maar tussen ‘intentie om’ en ‘daadwerkelijke inzet’ van sociale media zit een gat. De overheid onderschat hoe hard de ontwikkelingen in de ‘buitenwereld’ gaan.” M??r nog dan opleiden en trainen van ambtenaren is er organisatieverandering bij overheden nodig om openheid en transparantie te bewerkstelligen, vindt Ina. Wat crisiscommunicatie betreft ziet Ina mooie dingen op lokaal niveau gebeuren. Maar op niveau van de Veiligheidsregio en hoger (ministeries) is het voornamelijk zenden op sociale media.

Conclusie?
Omdat ik zelf ook betrokken was bij de communicatie rond ProjectX – zie links naar mijn blogs hieronder – heb ik in de afgelopen twee jaar de ontwikkelingen op sociale media gebied bij de overheid proberen te volgen. Zeker, er zal geen gemeentelijke communicatieafdeling zijn voor wie sociale media onontgonnen gebied zijn. Steeds meer communicatiemensen en andere gemeenteambtenaren worden opgeleid en/of doen praktijkervaring op. Bij grote evenementen in de stad Groningen werken we tegenwoordig schouder en schouder met de collega’s van de politie bij het monitoren van het web. Ook zijn er gesprekken gaande over afstemming op regionaal niveau van de Veiligheidsregio. Maar de overheid moet v??l meer vlieguren moet maken op sociale media vanuit een organisatie die open en transparant is. Dat betekent risico lopen, kennis uitwisselen en (blijven) experimenteren. En de realiteit is dat we als overheid altijd achter de ontwikkelingen en nieuwe technieken zullen aanlopen. Dat geeft niets maar betekent des te meer dat we innovatieve technieken moeten omarmen en uitproberen. “If at first you don’t succeed, try try again!”

Links naar eerdere blogs:

de invloed van social media tijdens de slag om Haren
En wat doen we na Cohen?

Meer over?achtergrond ProjectX Haren?

Bronnen: Ambtenaar 2.0

Social Media Sentimenten #MH17

MH17-Dag-van-Nationale-RouwDe hashtag #bringthemhome werd al snel?in het leven geroepen. Die wordt vergezeld door een zwarte avatar, waarmee mensen willen aangeven dat de regering hun uiterste best moet doen om onze mensen terug naar huis te brengen. Maar de?hashtag werd ook gebruikt als een oproep aan de rebellen om de lichamen van de slachtoffers vrij te geven, wat zij volgen ook Twitter, zo bleek. De hashtag werd al snel internationaal trending op Twitter en werd ook veel?gebruikt in Australi?, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten; alle landen die burgers verloren bij MH17.

Social media worden veelal gebruikt door mensen om hun ontzetting te laten zien en hun medeleven te betuigen. Dat?is zeker de eerste 24 uur heel erg sterk. Daarna komt het nieuws via offici?lere bronnen naar buiten en wordt dat weer besproken. Social media en traditionele media zijn een katalisator van elkaar in dit proces. 23 juli werd een?dag van nationale rouw?en later werd 10 november aangeduid als nationale herdenkingsdag.

Het is in feite een dorpsplein waar iedereen bespreekt wat er gebeurt. “Zeker in de loop van het weekend, en met name na de reacties van premier Rutte, is er steeds meer ongeloof over zijn wat zwakke optreden en zijn niet erg duidelijke uitspraken richting Rusland over wat er nu moet gebeuren. John van ?t Schip vindt dat de KNVB het WK 2018?moet boycotten.?Zeker bij een aantal influencers, mensen met een hoop volgers en een sterk bereik, zie je dat er zware oproepen voor komen. Derk Sauer bijvoorbeeld, die zegt dat Rutte echt actie moet ondernemen.”

Maar ook kritiek op de media is er, die niet altijd rekening houden met deze delicate zaak:

Veel Nederlanders rouwen via internet om de slachtoffers van de vliegramp in Oekra?ne. In de afgelopen paar dagen veranderden veel mensen hun Twitterprofiel of Facebookfoto in een zwart vlak, een foto van een vlag die halfstok hangt of een zwart lintje tegen een witte achtergrond. Het online condoleanceregister werd massaal getekend.

De trend van een zwart internetprofiel is volgens de?BBC?ontstaan op Facebook. Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken was ??n van de eersten om zijn profielfoto op Facebook te veranderen in een zwart vlak.

Facebook gaat zwart

Bovenstaand de Facebookpagina van Minister Timmermans. Hij gebruikt?Facebook om z?n boodschap te verspreiden?en?veranderde zijn coverfoto in een zwart vlak.


Tussen de vliegramp en de speech van Timmermans was het sentiment rondom het kabinet (inclusief Frans Timmermans) negatief. Het ongeduld veranderde daarna vrij snel in respect voor de inzet.

Online condoleanceregister

Nederlanders hebben ook de mogelijkheid een online condoleanceregister te tekenen. Hier kunnen zij hun medeleven betuigen aan de nabestaanden van de slachtoffers. Het condoleanceregister is inmiddels50 duizend keer?getekend.

Lintje als tatoeage

Tatoe?erder Peter Maas (midden) zette gratis herdenkingstatoeages voor de MH17. Links Mandy Claessens uit Budel; zij heeft de sterfdatum van haar opa in het lint laten zetten. Rechts Annet Meulendijk.Tatoe?erder Peter Maas uit Maarheeze bracht zo’n 30 tatoeages aan, op zo’n 30 verschillende mensen: ter herdenking van de vliegramp in Oekra?ne. Afbeeldingen van een rouwlintje met daarbij MH17, het vluchtnummer van het toestel dat op 17 juli werd neergeschoten. Hij?deed het voor niks. “Omdat de slachtoffers niet vergeten mogen worden.”?Via Facebook kondigde Maas zijn actie aan. Tot uit Apeldoorn kwamen er mensen op af.?Zelf zette Maas eenrouwlint?op zijn?linkeronderbeen.?”Een normale ramp, daar kun je mee leven. Maar dit vliegtuig is neergeschoten terwijl dat helemaal niet nodig was. Ik denk dat je over drie, vier jaar niks meer over deze ramp hoort, daarom heb ik mijn actie opgezet”, legt Maas uit.

Schorsing medewerker

De gemeente Den Bosch heeft?aangifte gedaan tegen een medewerker van een sociale werkplaats. Die zou op Facebook een kwetsende opmerking hebben gemaakt over de slachtoffers van MH17: ?280 Hollanders minder?, inclusief smiley. De man, die zich voordeed als gemeentemedewerker, plaatste wel zijn foto bij de account. Daardoor kwam de gemeente hem op het spoor. De politie doet onderzoek.

Scriptie naar de rol van social media

Jesse van de Ven schreef?zijn?studeerscriptie over de rol van social media bij de berichtgeving rond vliegramp met de MH17.?Op zijn site staat ?De vliegramp met vlucht MH17 zal voorlopig nog wel in het collectief geheugen van Nederland blijven zitten. We waren geschokt, diep bedroefd en boos. Deze emoties blijven tegenwoordig niet hangen rond de keukentafel of in de kerk. Nee, we delen onze emoties met heel de wereld via social media. We bereiken zo met groot gemak al onze vrienden en verre kennissen en zelfs onbekenden. In de kranten was een sterk sentiment zichtbaar. Dit kent meerdere oorzaken. Hier zal in het theoretisch kader kort op in worden gegaan, maar in deze scriptie zal louter onderzocht worden in hoeverre social media hierin een rol hebben gespeeld.?

[slideshare id=63128517&doc=mh17-scriptie-jesse-van-de-ven-160616085947&type=d]

Bronnen: BNR, Volkskrant, Coosto, Eindhovens Dagblad

Online oplichters #MH17

lijkpikkers

Gewetenloze oplichters proberen een slaatje te slaan uit de vliegtuigramp. Niet alleen sloegen?mensen die op de fysieke rampplek hun slag. Ook online wordt bij vrijwel elke ramp grof gebruik van gemaakt. We hebben het al eerder beschreven tijdens rampen als de Boston Marathon of de orkanen Irene en Sandy. Dit keer werd er al snel?gewaarschuwd?voor mogelijke misleidende mails waarin het verongelukte vliegtuig van?Malaysia Airlines?aan de orde komt.

De?video die op Facebook circuleert en waarin te zien is hoe vlucht MH17 wordt neergehaald door een raket, is een hoax. Sterker nog, de video?bestaat niet. Wie er op klikt, moet eerst iets doorsturen of installeren maar feitelijk wordt dan een virus binnengehaald. Het bericht, getiteld ?Missile Fired From Pro-Russian Militants to Malaysian Airliner MH-17? bevat weliswaar een afbeelding van het neergeschoten vliegtuig maar ook een foto van een rakettank die van enkele maanden terug dateert. Ook de link naar de video player van iLivid is nep. De Hoaxwijzer geeft?ook tips?om zo?n ?bogus video post? te ontdekken: het gaat altijd om iets sensationeels, je wordt uitgedaagd langer dan tien seconden te kijken (het virus moet immers ge?nstalleerd worden?) , je moet eerst de link delen voordat je de video te zien krijgt. Het spul verwijderen kan via je prikbord en je activiteitenlogboek.

‘Journalist Amin Harris’
De internetfraudeurs benaderen?potenti?le?slachtoffers via een handelssite. Mensen die een advertentie hadden geplaatst, kregen een van de mails die zogenaamd zijn verstuurd door ‘Amin Harris’. In de ene mail beweert hij een journalist te zijn die op de rampplek aanwezig was. Daar trof hij een voorwerp van miljoenen euro’s aan. “Het waardevolle voorwerp was van een van de Nederlandse slachtoffers van vlucht MH17.” Hij wil de opbrengst van het voorwerp delen.

Het fenomeen staat bekend als?voorschotfraude, ook wel bekend als advance fee fraude. Oplichters hebben ‘Amin Harris’ verzonnen om geld af te troggelen. Voorschotfraude wordt ook wel Nigeriaanse fraude genoemd, omdat deze vorm van fraude meestal het werk is van Nigerianen. Het staat ook bekend als 419-fraude, naar artikel 4.19 van het Nigeriaanse strafrecht. De Nigeriaanse zakelijke voorstellen duiken al meer dan 10 jaar op via de fax, e-mail of een brief.

‘Dokter Amin Harris’

In een ander bericht schrijft ‘Harris’ dat hij een 85-jarige gepensioneerde dokter is uit Kuala Lumpur. Hij heeft zijn Nederlandse vrouw verloren in de vliegtuigramp. In de mail staat daadwerkelijk de naam van een Nederlands slachtoffer. De dokter stelt dat hij samen met zijn vrouw geld wilde doneren aan een goed doel. Het gaat om miljoenen euro’s.

Nu hij zijn geliefde vrouw heeft verloren bij de verschrikkelijk ramp, wil hij haar laatste wens alsnog uitvoeren. Zij zou namelijk naar Londen gaan om de geldzaken te regelen. Door zijn slechte gezondheid kan ‘Harris’ dat niet. Daarom heeft hij hulp nodig. Als de ontvanger van de emotionele mail hem helpt, staat daar een geldbedrag en een huis in Duitsland tegenover.

Facebookfraude

Het AD?meldde?eerder ook al?dat oplichters ook op Facebook proberen geld te verdienen.?Ze hebben pagina’s gemaakt op naam van slachtoffers om zo via advertenties geld op te strijken. Op de pagina’s staat een filmpje dat wordt aangeduid als een opname van de vliegtuigcrash in het oosten van Oekra?ne. In werkelijkheid wordt de internetter bij het klikken doorgestuurd naar advertenties van gok- en sekssites. Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie spreekt in de krant zijn afschuw uit. “Als dit waar is, is het schandalig.”

Corporate Communications Manager Tina Kulow van Facebook laat weten dat de bewuste pagina’s zo snel mogelijk uit de lucht worden gehaald.

Klikfraude bij donaties

Behalve de vele neppagina?s op Facebook zijn er veel herdenkingspagina?s die eigenlijk als enige doel?hebben?om geld te verdienen aan het leed van nabestaanden en slachtoffers. Op de pagina?s staan vaak links naar blogs of andere updates. Soms wordt er gevraagd geld te doneren aan de familie van de slachtoffers. In Australi? heeft de consumentenorganisatie ACCC al gewaarschuwd voor deze klikfraude. ?Elke cent die je overmaakt gaat rechtstreeks naar de oplichters?,?alduseen persbericht.

Facebook heeft actie ondernomen tegen de tientallen pagina?s en groepen die de afgelopen dagen werden aangemaakt op naam van de slachtoffers van vlucht MH17. Op veel van die pagina?s staat een filmpje waarin te zien zou zijn hoe de raket in het vliegtuig sloeg. Maar het filmpje is een hoax: wie het aanklikt, wordt ofwel doorgestuurd naar gok- en sekssites, ofwel naar een website die malware op jouw computer installeert. Volgens minister Ivo Opstelten (VenJ) is dit schandalig. Corporate Communications Manager Tina Kulow van Facebook?zegt?dat de bewuste pagina?s snel uit de lucht worden gehaald.

Bronnen: AD, BNDeStem, FraudeHelpdesk, CopsInCyberspace

 

 

 

Online sociale be?nvloeding #MH17

Faceboomanipulation

Social media zijn steeds vaker toneel waarop politieke partijen, overheden, afscheidingsbewegingen en terroristische organisaties strijd leveren om de publieke opinie. Het nieuws is instant en onderzoek naar de achtergronden grijpt om zich heen, omdat velen hier?door de nieuwe interactieve media ingezogen worden. Niet alleen door?alle mediakanalen tegelijk maar ook door miljoenen individuele afzenders. Iedereen op Social Media wordt ?zelf-made? rampenjournalist en DIY detective. Nooit eerder kregen we de beelden van een Nederlandse ramp zo snel, ongefilterd en rauw binnen, als bij de aanslag op MH17. Al een half uur na het neerschieten, vlogen de eerste ontluisterende foto?s van lichamen en herkenbare paspoorten over het wereldwijde internet.

Al die berichten te samen vormen wel een nieuwe realiteit, cre?ren een opruiende stemming die snel in kracht kan toenemen. Vooral als de traditionele nieuwsmedia die social media berichten in hun nieuwsrubrieken en op hun voorpagina?s sterk uitvergroot gaan overnemen.

Menno van Duin, lector Crisisbeheersing bij het?NIFV?en de Polititeacademie?schrijft in zijn?blog: “Altijd vinden wij het lang duren alvorens de lijsten met de namen slachtoffers beschikbaar komen. Veel speculaties over nationaliteiten. Onduidelijkheden wie nu uiteindelijk wel en wie niet aan boord zat. Waarschijnlijk is nooit eerder zo snel al zoveel informatie beschikbaar geweest.”

Frans Timmermans

Bijna 63.000 likes oogstte Frans Timmermans op Facebook met zijn emotionele toespraak bij de VN Veiligheidsraad over de vliegramp met Malaysia Airlines in Oekra?ne. Maar tussen de meer dan 10.000 reacties zat ook kritiek verstopt op de ‘valse sentimenten’ van de minister van Buitenlandse Zaken.?Timmermans noemde bij de VN het schrijnende voorbeeld van een trouwring die ontvreemd zou kunnen worden van de rampplek.

Volgens Jan Melissen, hoogleraar diplomatie aan de universiteit van Antwerpen en als onderzoeker verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, kan dat gezien worden als een poging “de rauwe werkelijkheid” in abstracte discussies over VN – resoluties te brengen, maar, zegt de hoogleraar, de Russen zien dat wellicht heel anders. “Die kunnen het zien als het opzwepen van emoties.”
Dus zou het best kunnen dat ze ’trols’ het internet opsturen: Op het eerste gezicht individuele Facebook-gebruikers of Twitteraars die achter de schermen werken voor een overheid of belangengroep.
Onder meer de Engelse krant The Guardian stelde recent vast met dit fenomeen te maken te hebben. Lezers, verslaggevers en webredacteuren die reacties monitoren, zijn ervan overtuigd dat een groep door het Kremlin geregisseerde internet-trols actief is. Ze werden vooral aangetroffen bij stukken die gingen over Oekra?ne.

China
Melissen wijst op de Twitteraars die de Chinese overheid voor een luttel bedrag inhuurt voor het versturen van berichten via de Chinese Twitter-variant Weibo.
Volgens hem zijn het vooral landen als China, maar ook Iran, die veel actiever zijn geworden op internet, en dan vooral als het gaat om kwesties die deze landen in opspraak brengen.
“Het zijn vooral autoritair geregeerde landen die veel kritiek van buiten krijgen die veel actiever zijn geworden op internet”, constateert Melissen. “Zij willen hun eigen verhaal doen. Ze komen dan met heel gekleurde of ronduit misleidende informatie.”

Military_Facebook

Westerse landen
Maar tegelijkertijd laten westerse landen zich ook niet onbetuigd. Melissen spreekt van een trend: Steeds meer landen doen er alles aan om zich te laten gelden in het digitale domein. “Dat neemt enorme vormen aan.”

Drie jaar geleden begon het Amerikaanse ministerie van Defensie al met het programma SMISC (Social Media in Strategic Communication) dat bedoeld is om campagnes op blogs en in de sociale media op te sporen die misleidende informatie verspreiden op gebieden die voor de Amerikanen van belang zijn.?Daar moet SMISCS dan de ‘waarheid’ tegenover zetten, allemaal met als doel om de tegenstander te beletten werkelijkheid naar eigen hand te zetten. Melissen wijst erop dat deze vorm van ‘strategische communicatie’ in militaire kringen om zich heen grijpt. “Het is propaganda om het internationale debat te be?nvloeden.”

facebook-old-like-button

Terroristische organisaties
Niet alleen landen begeven zich op het digitale slagveld. In het Midden-Oosten zijn terroristische organisaties als al-Qaida, ISIS en al-Nusra bijzonder actief. En heel professioneel, zegt Joas Wagemakers, islamspecialist aan de Radboud Universiteit Nijmegen.?”De video?s van al-Qaida zien er gelikt uit.” De boodschap die de islamitische organisaties online willen verspreiden is dat er moet worden teruggevochten in een oorlog die vanuit het Westen wordt gevoerd tegen de islam. De oproep is mee te doen in die strijd.

Is het eigenlijk erg, dat ’trollen’ op internet? Je weet op internet toch wel vaker niet zeker met wie je te maken hebt? “Nou”, zegt Mark Vos van NuJij en Nufoto, “het is op zijn minst niet chique om je voor te doen als Piet67 uit Zaandam, terwijl je in werkelijkheid bent ingehuurd door een geoliede propagandaclub.”

“En digitaal ramptoerisme faciliteren met beeldmateriaal, dat doet het internet inderdaad. Maar er is geen enkele aanleiding daar over te janken.” zegt GeenStijl, om te vervolgen: “Kijk, in de New York Times een ooggetuigenverslag, waarin tekstueel zeer gedetailleerd enkele lijken worden beschreven. Oh, het is tekst, het is de NYT, dus is de correcte vorm van ramptoerisme, in tegenstelling tot foto’s van exact dezelfde omgekomen mensen…. Zie hier het internet…. Want het is psychisch natuurlijk veel beter dat nabestaanden er via offici?le kanalen achterkomen dat hun geliefden op gruwelijke wijze om het leven zijn gekomen. In plaats van via social media. Via social media komt de klap veel harder aan. Of zoiets….Bepalen dat de ?ne manier, via offici?le instanties, de correcte is en de andere manier, via social media, de incorrecte. Dat is vreemd.”

Mediadeskundige Wim Westera zegt erover: “Op Twitter gaat het er rauwer aan toe dan in de kranten en op televisie. Er zitten mensen tussen die ongegeneerd alles posten zonder te denken aan de impact.” Hij adviseert mensen daarom hun eigen grenzen te stellen. “Als je merkt dat je het moeilijk vindt, kan je jezelf er beter voor afsluiten.”

Toch moedigt Westera het aan dat mensen hun bevindingen plaatsen. “We moeten de mensen dankbaar zijn dat ze de informatie beschikbaar stellen, want het is goede nieuwsvoorziening. Wel is het jammer dat veel van hen niet in staat zijn om vast te stellen wat wel of geen nieuwswaarde heeft. Iemand die een schoen of een knuffelbeer plaatst, kan denken ‘ik laat even de rotzooi hier zien’, zonder te beseffen wat voor emoties dat oproept bij de nabestaanden.”

Hoaxes en complottheorie?n?

Ondertussen verschijnen er op Russische websites steeds meer complottheorie?n over de ramp. Zo zou het vliegtuig vol hebben gezeten met lijken en zou het zijn afgeweken van zijn normale route. Ook wordt beweerd dat alles een vooropgezette actie van Amerika was om Rusland te provoceren tot oorlog.

Waar veel Nederlanders er van uit gaan dat de MH17 door separatisten uit de lucht is geschoten, horen de Russen een heel ander verhaal in een documentaire van een klein half uur, gemaakt door de Russische nieuwszender Ruptly.

Misschien nog wel de meest bizarre theorie is dat MH17 eigenlijk het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines was. De MH370 zou gestald zijn op een Amerikaanse militaire basis en naar Nederland zijn gebracht. Het werd niet bestuurd door echte piloten, maar stond op de automatische piloot en werd boven Oekra?ne opgeblazen.

Er is een dunne scheidslijn tussen ramptoerisme en medeleven,?schrijft Haro Kraak in De Volkskrant, naar aanleiding van het vele getwitter over #MH17. Veel mensen moeten inderdaad nog wennen aan de nieuwe wereld, waarin ?nieuwe media? ons op ?indringende wijze? verslag doen van wat er aan de hand is. ?Geintjes worden wrang, pi?teit jegens de doden ontbreekt?, schrijft Kraak die zich afvraagt of het nieuwsgierigheid is, dan wel ?onze instinctieve neiging tot voyeurisme?. Maar anno 2014 is iedereen zijn/haar eigen nieuwsbron, iedereen zoekt zelf het eigen nieuws, iedereen levert daar commentaar op, iedereen fotografeert en filmt. Dus ook het meisje dat, een paar uur voor ze overleed, schreef hoe blij ze was naar Maleisi? te vliegen. De tweet werd duizenden keren geretweet, door ?doodgewone mensen? die zich, stelt Kraak, met het retweeten schuldig maken aan sensatiezucht, of ?aan de hijgerigheid die sociale media kan kenmerken?.

Enfin, het is al vaker gebeurt: tijdens rampen tonen sociale media zich van hun beste ?n hun slechtste kant. Geweldig dat we een uur later beelden en ooggetuigeverslagen kunnen zien, minder leuk als er persoonlijke details getoond worden. Dat veel foto?s gemanipuleerd zijn, lijkt een zorg voor later. We willen er allemaal als eerste bij zijn, allemaal als eerste een mening hebben, allemaal als eerste geliked of geshared worden ? ?de virtuele opperbeleving van het nu?, aldus Kraak.

En dat heeft perverse gevolgen, soms. Zoals?wat er gebeurde bij de bomaanslag in Boston?waarover we blogden en?onschuldigen naar ?het cyberschavot? werden geleid. Of?de foto van het paspoort van de Nederlandse vrouw op vlucht MH17 ? duizend retweets, soms naar tienduizenden volgers. En?de streaming beelden van Russische tv-zenders als L!feNews dat van een paar meter afstand de lijken filmde.

Traditionele media, zoals kranten, ?hebben daar nog steeds moeite mee, zegt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. Hij ?wil niet dat nabestaanden aan de kleren hun omgekomen familieleden of vrienden herkennen? en spreekt van een precaire balans. Daar zijn krantenmakers volgens hem wel aan gewend, maar twitteraars niet ? die sturen van alles maar door en rond. Zoals de foto van ?Cor Pan?, de Volendammer die vlak voor vertrek nog een foto (?Mocht ie verdwijnen, zo ziet hij er uit?) van het vliegtuig nam. Het bericht werd 25 duizend keer gedeeld.

Tot slot voor de liefhebbers een aantal onderzoeksrapporten over online sociale?be?nvloeding

Hieronder de reactie van Darpa op het controversi?le Facebook onderzoek waarin emoties van Facebook gebruikers werden gemanipuleerd, en daarna het betreffende onderzoek dat inmiddels ook is aangepast:

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat