Tagarchief: burgeropsporing

Online onderzoek #MH17

Mh173

Foto: vadim ghirda/associated press

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 van Malaysia Airlines in Oekra?ne is, voor zover bekend, volgens het Openbaar Ministerie het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Het landelijk parket van het OM is belast met het onderzoek. De Nederlandse justitie heeft het voortouw genomen in de internationale samenwerking met de landen die zijn getroffen door de vliegramp, die zich op 17 juli voltrok.

Het onderzoek naar wat er gebeurde met vlucht MH17 is niet alleen voor het Nederlandse Openbaar Ministerie een historisch onderzoek. Het is de eerste keer dat de bewijsstukken van zo’n grootschalige ramp zo snel aan het publiek gegeven werden. Naast de inlichtingendiensten van overheden publiceren ook blogs en nieuwssites onderbouwde analyses. Het onderzoek naar de waarheid is helemaal open source.

Russian Defense Ministry MH17

Foto: dmitry serebryakov/afp/getty images

Het voornaamste doel van het strafrechtelijk onderzoek is het vaststellen van de toedracht van de vliegramp en het achterhalen van de daders. Na dagen proberen kunnen dan eindelijk de onderzoekers op de rampplek in Oekra?ne aan de slag. Op internet wordt al ruim twee weken gespeurd. Niet alleen door echte experts, maar ook door amateurs, die op basis van foto?s, satellietbeelden andere bronnen de ramp constueren. En ze zijn daar al ver mee, maar of alles klopt?

Bellingcat

De nieuwe dienst van Bellingcat?(van oprichter Elliot Higgins die op Twitter het alias Brown Moses heeft) speelde hierin ook een belangrijke rol, terwijl het nog maar net een kickstarter project was. We hebben er een apart blog aan gewijd, maar hieronder kun je in twee?filmpjes zien wat Elliot Higgings met Bellingcat zoal bijdraagt:


Ook?EenVandaag?had een interessant gesprek met?hem?en docent internetjournalistiek Toine Kamphuis?(zie filmpje hieronder). sitestat Zonder toegang tot de rampplek puzzelden reporters, social media en overheden het verhaal achter vlucht MH17 van Malaysia Airlines in elkaar. Het onderzoek wordt gevoerd op social media en door de traditionele media. Grote kranten, zoals The New York Times, analyseren de crash met allerhande experts. De Verenigde Staten, Rusland en Oekra?ne schuiven bewijzen naar voren om hun aanklachten te verdedigen. Het lijkt erop alsof een ‘officieel onderzoek’ zelfs niet meer aan de orde is.

Content curatie: Storyful Open Newsroom

Naast Bellingcat was ook het initiatief van?Storyful met hun?Open Newsroom erg actief om informatie te valideren middels crowdsourcing. ?Het bedrijf uit Dublin ??overgenomen door News Corp for ?18m in December 2013?specialiseert zich in het vinden en valideren van nieuws op?social media. In april lanceerden ze een Facebook OpenNewsroom en in juni 2013 kwamen ze?op Google+. Het is een ?real-time community van?nieuws professionals? die als doel benoemen om informatie te ?ontmaskeren, fact-checken, verduidelijken en te voorzien van echte bronnen? bij grote nieuwswaardige gebeurtenissen.

Crowdsourcing van de MH17 crash

Open Newsroom bevestigde dat leden van de separatistische milities van de Donetsk Volksrepubliek ?”op zijn minst” de toegang tot raketsystemen hadden om zo’n aanval op een vliegtuig als MH17 te laten uitvoeren. “Er zijn nu vier brokstukken van informatie?- drie videofragmenten en een afbeelding – die?overtuigend genoeg?zijn om vast te stellen?dat rebellen een Buk raket?hebben gehad en?vrijwel zeker op hun eigen grondgebied “, zegt hoofdredacteur David Clinch?van?Storyful,?”Van die vier stukken hebben individuele groepen of bedrijven dit?geverifieerd rond dezelfde tijd.”

Clinch, pionier in het gebruik van sociale media voor de nieuwsgaring op CNN, is van mening dat de journalistiek – los van sommige?echt exclusieve verhalen – alleen nog?kan?werken?door een open source benadering. “Het eindproduct is beter, omdat van die [eerste] discussie in het openbaar plaatsvindt,” zegt hij.

Mark Little, voormalig RTE journalist en oprichter van Storyful, zegt: “Open Newsroom biedt een transparantie die de traditionele journalistiek ontbeerde. Elke redactionele beslissing biedt online een spoor van verificatie en discussie erover. Elk verhaal evolueert met de snelheid van feiten, niet alleen maar commentaar of speculatie. ”

Na de?crash van vlucht MH17 publiceerde Storyful een blog waarin de belangrijkste validatiestappen werden genoemd die zij ondernamen?voor de controle van social media informatie. Dit ging onder andere over het doorzoeken van Twitter-berichten vanuit?de rebellen van de Donetsk Volksrepubliek – waarvan er velen werden?verwijderd – op zoek naar aanwijzingen over?de?raketsystemen en het geotaggen van?YouTube-video’s die ogenschijnlijk het raketsysteem toonden in het oosten van Oekra?ne voorafgaand aan de crash. Ook video’s van de crash site werden gevalideerd. Het crowdsourcing proces zelf was alleen open voor Storyful leden, en zij hadden toegang tot alle ?”forensische aanwijzingen?en verificatie daarvan”, inclusief telefoonnummers en e-mails. Wil je meer weten over gratis tools voor het valideren van open source informatie? Lees dan ons blog hierover met het gratis gepubliceerde “content validation handbook”.

De man die te snel tweette

De?separatistenleider in het oosten van Oekra?ne zou je eerder in een operette verwachten. Totdat je zijn bewapening ziet.?Een boekenwurm uit Moskou, die zich Igor de Schutter noemt, daagt Nederland en de rest van de wereld tot op het bot uit en brengt zelfs zijn beschermheren in het Kremlin in de problemen. Vooral door zijn bericht op sociale media dat de pro-Russische landstorm in de buurt van Thorez ?boven onze hemel? een vrachtvliegtuig had neergehaald, een melding die hij daarna schielijk verwijderde, heeft deze Igor Strelkov (?schutter?) een verdenking op zich geladen dat zijn separatisten mogelijk het toestel uit Amsterdam bij vergissing hebben neergeschoten.

@Dnrpress tweet

Omstreeks hetzelfde tijdstip dat vlucht MH17 neerstortte, plaatste?een militair leider van de separatisten,?Igor Girkin, een triomfantelijk bericht op de Russische?social mediasite?VKontakte?dat een Oekra?ens troepentransportvliegtuig was neergehaald.

Volgens dit bericht zou dit toestel in hetzelfde luchtruim hebben gevlogen en zijn neergestort in dezelfde omgeving als het Maleisische burgervliegtuig. De separatisten ontkenden later die dag vlucht MH17 te hebben neergeschoten.

A site from a VKontakte page attributed to Igor Girkin, known as Strelkov.

In het bericht ? dat al snel werd verwijderd ? herhaalde Girkin dat er was gewaarschuwd om niet te vliegen boven het betreffende gebied.?Na de ramp verwijderde het offici?le?Twitteraccount?van de?Volksrepubliek Donetsk?twitterberichten waarop te zien was dat de rebellen beschikten over luchtdoelraketten.?Een lokale rebellenleider gaf in een interview met Reuters toe dat zij over het Buk-systeem beschikten (althans een lanceervoertuig met de raketten).

Inlichtingen

De Oekra?ense inlichtingendiensten plaatsten na de crash een getapt telefoongesprek op internet, waaruit zou blijken dat het de rebellen waren die het passagiersvliegtuig hadden neergehaald.?Later verklaarde het Oekra?ense hoofd van de contraspionagedienst over bewijzen te beschikken dat de aanslag was gepleegd met de hulp van Rusland.

Rusland van zijn kant ontkende dit echter met klem en legde de schuld bij Oekra?ne. Het Russische ministerie van Defensie gaf beelden vrij die moesten aantonen dat zich op het moment van de ramp een Oekra?ens gevechtsvliegtuig?op enkele kilometers afstand van vlucht MH17 bevond.

Kaart met namen, voorzien van?informatie uit social media

Al snel werden er vele namen gedeeld via Twitter en op Facebook. Daarna werd er vlug een mash-up gemaakt op Google maps waarin een?kaart met alle Nederlandse slachtoffers erop geplot openbaar gemaakt werd, voorzien van veel achtergronden van de slachtoffers. Allemaal grotendeels via social media achterhaald. Het is ongelooflijk hoeveel details er zo snel naar buiten kwamen en verzameld werden door vele webgebruikers.?

MHkaart?

De hele wereld onderzoekt?mee

Omdat vlucht MH17 in ongecontroleerd gebied belandde, is er spontaan een collectief onderzoek ontstaan om de waarheid te achterhalen. Iedereen helpt mee. De eerste dagen was de rampplek niet toegankelijk voor luchtvaartexperts, waarop de experts zich vanaf hun thuisbasis baseerden op foto’s en satellietbeelden. Oekra?ne lekte telefoongesprekken van telefoongesprekken tussen pro-Russische separatisten. Er ontstond een propaganda-oorlog tussen Kiev, Moskou en Washington. Terwijl voorgaande landen hun bewijzenoorlog in de pers houden, werkt het Nederlands Openbaar Ministerie bewust in alle stilte aan de schuldvraag van MH17.?

Het collectief streven naar de waarheid wordt gedreven door een gevoel van internationale verontwaardiging. Terwijl het onderzoek nog moet beginnen hebben veel mensen zich al een oordeel geveld over de zaak. De zwarte dozen worden overgebracht naar een special onderzoekscentrum in Londen. Het kan een jaar duren voor de gegevens volledig geanalyseerd zijn. Maar het verhaal dat ze vertellen, is al verteld in de media.?

Allerlei online tools worden hierbij gebruikt. Van foto’s wordt berekend waar ze genomen kunnen zijn, zelfs met tools als Suncalc die de stand van de zon op de foto meenemen, zoals van onderstaande foto:?


Op onderstaande video is te zien hoe brokstukken worden weggevoerd, materiaal dat wederom middels crowdsourcing via Bellingcat tot stand kwam:

Wereldpers op de rampplek
De wereldpers is massaal aanwezig op de rampplek in het oosten van Oekra?ne. Dat resulteert in een gedetailleerde verslaggeving van het rampgebied en met duizenden foto’s die gebruikt kunnen worden voor het onderzoek. Journalisten en fotografen waren veel sneller ter plaatse dan het internationale onderzoeksteam. Met verslagen en foto’s van de pers kunnen onderzoekers hun analyse bijschaven. Maar ook de sociaalnetwerksites kunnen ingeroepen worden om de waarheid achter MH17 te achterhalen. Kiev en Washington gebruiken tweets om te bewijzen dat de pro-Russische separtisten achter de aanval zitten.?

BtJ-AWCCYAEWInw

Lees hieronder het 35 pagina’s tellende document met social media bewijs van Bellingcat:

Bronnen: Mashable, HLN.Be, TheGuardian, TheWire, EenVandaag, Telegraaf, Graphics.wsj.com, Wikipedia

 

Bellingcat

Bellingcat_380_340

Bellingcat?is een online platform voor burger-onderzoeksjournalistiek.

Eliot Higgins, online beter bekend als Brown Moses, werd in slechts twee jaar tijd en zonder specialistische kennis vanachter zijn computer in Leicester een veel geraadpleegde wapenexpert in het Syri?-conflict. Als gevolg van?dit succes bedacht hij Bellingcat. Het is een platform voor open source-onderzoeksjournalistiek. Binnen exact vier weken?behaalde hij zijn target van 47.000 pond op Kickstarter, nadat hij eerder al via Indiegogo geld binnenhaalde voor zijn blog. Bellingcat ging direct online en werd ingezet bij de analyse van de neergehaalde vlucht MH17.

?Op internet is?een enorme hoeveelheid informatie beschikbaar?, stelt Eliot Higgins, die door donaties de komende zes maanden verder kan werken aan zijn?Bellingcat. Het idee voor het platform is een vervolg van het?werk dat hij de afgelopen twee en een half jaar al deed op zijn?Brown Moses-blog. Thuis vanachter zijn laptop. De destijds werkloze boekhouder begon op systematische wijze vrij toegankelijke informatie op sociale media te analyseren en te verifi?ren. Deze burger-onderzoeksjournalist wist onder meer aan te tonen dat het Syrische leger clusterbommen gebruikt. Hij werd expert en een bron van informatie voor het?Syri?-conflict. En iets recenter ontmaskerden ze de locatie van de video van James Foley.

Met Bellingcat wil Higgins deze vorm van onderzoeksjournalistiek een stap verder brengen en professionaliseren. ?Het is ongelofelijk hoe weinig mensen weten hoe je?open source-onderzoek uitvoert?, zei hij in een eerder?interview?met Journalism.co.uk. En dat terwijl online content steeds vaker strategisch wordt gebruikt, meent Higgins. Zo heeft hij?sterk bewijs?gevonden dat het Russische ministerie van Defensie tijdens een persconferentie loog over een online video met daarin de truck en de raket waarmee MH17 uit de lucht zou zijn geschoten. Hieronder meer daarover.

Aan de andere kant kent Higgins heel wat mensen die hetzelfde doen als hij: eenpitters die goed werk leveren. Op Bellingcat komt alles samen: tips, tools, technieken, maar ook onderzoek en verhalen. Krachten bundelen en anderen aanzetten mee te doen, dat lijkt het doel van dit initiatief. Hij heeft al heel wat mensen aan zich weten te binden die bijdragen leveren, zoals Peter Jukes, die veel schreef over het afluisterschandaal in Groot-Brittanni? en Aaron Zelin van Jihadology.net.

Wat kan online onderzoek beter doen dan een team van honderd professionele experts op locatie? In het geval van MH17 is dat volgens Higgins wel duidelijk: ?Het duurde een aantal weken voordat het team aan de slag kon. Tegen die tijd was er al veel veranderd. Wij werken met honderden filmpjes en foto?s, ook van vlak na de crash. Over het algemeen vervangt wat wij doen het werk van experts niet, maar het maakt het onderzoek wel completer.?

Higgins is heel wat van plan?met Bellingcat. E?n van die plannen betreft het helpen van burger-onderzoeksjournalisten, die heel goed zijn in wat ze doen, maar moeilijk aan werk komen. ?Vooral als je expert bent op een bepaald gebied kan het zijn dat je voor lange tijd geen klussen hebt.? Met Bellingcat wil hij hen in contact brengen met mensen voor wie ze iets kunnen betekenen. Een prachtig voorbeeld van de Long tail van experts waarover we ook in ons boek schreven. Deze online speurneuzen?vinden elkaar tijdens belangrijke momenten als deze ramp en?bundelen middels?crowdsourcing en online cocreatie elkaars krachten tot interessante vindingen.?Higgins hoopt in de toekomst samen te gaan werken met nieuwsorganisaties en technische bedrijven zodat Bellingcat ook na zes maanden in de lucht kan blijven?en initiatieven van anderen kan steunen. Hou Bellingcat dus in de gaten!

In Vrij Nederland stond een uitgebreid en persoonlijk interview met hem. Hieronder een aantal fragmenten daaruit:

“Veel vrienden heeft Higgins niet. Hij brengt zijn vrije tijd door met zijn vrouw of thuis achter de computer. In het echte leven is Higgins timide en gaat hij confrontaties uit de weg, maar online, onder de dekmantel van zijn pseudoniem Brown Moses (naar een liedje van Frank Zappa), is hij meester in de ‘nobele kunst van het internetruzi?n’.

Hij heeft nu een filmpje gevonden van een rebel die zegt door Brega te wandelen; geen Khadaffi-strijder te bekennen. Alleen naar het filmpje linken is niet voldoende. Veel van de beelden uit Libi? die dagelijks op YouTube belanden, zijn propaganda van betrokken partijen ‘ het zou overal opgenomen kunnen zijn. Higgins bekijkt het filmpje aandachtig. Een man die door verlaten straten zonder opmerkelijke gebouwen loopt. Wat wel opvalt: een flauwe bocht naar rechts en een kruising. Higgins pakt een stuk papier en tekent het stratenpatroon uit. Op Google Maps zoomt hij in op de woonwijken van Brega. Daar, raak: de kruising en de flauwe bocht. Ook de gebouwen lijken overeen te komen. Higgins’ hart gaat sneller kloppen. Hij plaatst de kaart en het filmpje bij de reacties op het Guardian liveblog.

‘Houla was een keerpunt. Vanaf toen ben ik mijn blog een stuk systematischer gaan aanpakken,’ zegt Higgins later. ‘Als ik iets leuk of interessant vind, dan raak ik geobsedeerd, zo zit ik in elkaar.’ Nu is het Syri?. Eerder probeerde hij obsessief nieuwe recepten uit, sportte hij als een gek (‘dat geloof je misschien niet als je me nu ziet’), en tijdens de zwangerschap van zijn vrouw keek hij alle films van Hitchcock.

Dat Higgins geen woord Arabisch spreekt, doet er niet toe voor het verifi?ren van YouTube-filmpjes: de beelden spreken voor zich. Met Google Earth kan hij steeds preciezer de locaties van de strijdende groepen vaststellen. Hij let ook op de wapens die Assads troepen en de rebellen gebruiken. Voorkennis heeft hij niet, maar alle informatie die hij nodig heeft, is op internet te vinden. Hij googelt zichtbare serienummers, raadpleegt het online wapennaslagwerk Jane’s en vraagt als hij er niet uitkomt hulp op Twitter. Nieuwe wapens die hij tegenkomt, documenteert hij op zijn blog, met de relevante YouTube-filmpjes eronder. Regelmatig zit Higgins urenlang aan ??n stuk door filmpjes te bekijken. ?’Ik probeerde zoveel mogelijk te doen zonder mijn vrouw al te boos te maken,’ zegt hij.

New York Times-journalist C.J. Chivers volgt Higgins’ blog op dat moment al een tijdje. Hij vraagt Higgins een bijdrage te schrijven voor het At War-blog van de krant. Higgins levert een stuk in over de Joegoslavische wapens. Enige tijd hoort hij niets terug. ‘Ik dacht dat hij het niets vond,’ zegt Higgins terugkijkend vanuit zijn nieuwe kantoor in Leicester. Dan gaat de telefoon: ‘Het lijkt erop dat je het slachtoffer van je eigen succes bent geworden,’ klinkt het aan de andere kant van de lijn. Chivers vertelt Higgins dat de New York Times onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van Higgins’ stuk. Een team journalisten ontdekte dat de Saoedische regering de wapens kocht van Kroati?. De vracht werd Jordani? ingevlogen en bij Daara de grens over gesmokkeld in een poging de rebellen te versterken. De ontdekking haalt de voorpagina van de New York Times, met Higgins’ naam en het Brown Moses-blog als bronvermelding. Een Guardian-journalist belt Higgins op voor een interview. De week erna verschijnen vier cameraploegen van Britse en internationale media op de stoep in Leicester. ‘Plotseling realiseerden de journalisten die mijn blog al een tijd volgden dat ik niet een of andere gek in een kelder beplakt met wapenposters ben,’ zegt Higgins nu. ‘Mijn buren moeten gedacht hebben dat ik de loterij had gewonnen.’

Higgins heeft een team samengesteld van mensen die soortgelijke methoden als hijzelf gebruiken. Aymenn Jawad-Al Tamimi is een van hen. De 21-jarige student gebruikt sociale media om jihadistische groeperingen in voornamelijk Syri? en Irak te onderzoeken. Hij ontdekte als eerste drie voormalige Guant?namo Bay-gevangenen in Syri?. Twee van hen zijn inmiddels om het leven gekomen.

Onderzoeksjournalist en Pulitzerprijswinnaar Seymour Hersh publiceerde enkele dagen eerder in de London Review of Books, waarin hij?beweert dat de gifgasaanval in Ghouta geco?rdineerd werd door de Turkse regering en uitgevoerd door Syrische rebellen in de hoop een Amerikaanse interventie uit te lokken. ‘Horseshit’ noemt Higgins de beweringen. ‘Of Hersh-shit,’ voegt hij er grinnikend aan toe. ‘Hij heeft niet eens de meest basale Google-research gedaan.’

Brian Whitaker, voormalig chef Midden-Oosten bij The Guardian?zegt over Higgins’ werkwijze: ‘Veel traditionele journalistiek, zoals die van Seymour Hersh, reduceert de rol van het publiek door gebruik te maken van geheimzinnige contacten. Wat Eliot doet, is bewijs verzamelen en analyseren, om het vervolgens te publiceren zodat andere mensen het met de grond gelijk kunnen maken, als ze dat willen.

Op Twitter wordt Higgins belaagd door trolls: Assad-sympathisanten, complotdenkers of gewoon idioten. Maar het commentaar komt ook uit zwaardere hoek. Wapenexpert Theodore Postol doceert aan MIT en is voormalig wetenschappelijk adviseur van het Amerikaanse hoofd marine-operaties in het Pentagon. Hij vindt dat Higgins geen expert genoemd mag worden. ‘Hij weet niets van deze wapens af,’ zegt Postol. ‘Dat hoeft ook niet. Hij heeft ons al een waardevolle dienst bewezen door een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal op zijn website te verzamelen, maar hij is geen analist.’ Postol denkt dat Higgins een te gekleurd beeld heeft van het conflict in Syri?. ‘Hij verandert zijn redenering steeds weer om tot een conclusie te komen waarin hij bij voorbaat al lijkt te geloven: dat de Syrische regering achter de gifgasaanval zat.’

‘Alle informatie die je nodig hebt, is openbaar beschikbaar. Mensen moeten gewoon leren wat ze ermee kunnen doen,’ zegt Higgins. ‘Ik ben er zelf blindelings doorheen gestruikeld. Het enige wat ik heb gedaan, is me steeds weer afvragen: “Wat kan ik met wat ik heb en hoe doe ik het?”‘

Onderzoek na crash vlucht MH17

De Amerikaanse inlichtingendienst?geeft toe?dat het niet bewezen is dat de?Buk SA-11 raket lanceerder?van de Russen was, ondanks dat bekend is dat Rusland de Russische rebellen?van wapens voorziet. (Hoewel een Oekra?ense?rebellenleider wel weer heeft bevestigd?dat deze rebellen?Buk raketten hebben.)

“We hebben geen?naam, weten niet welk rang hij had en we zijn nog niet eens 100% zeker van zijn nationaliteit,” zei een ambtenaar tijdens een persconferentie. “Er zal geen Perry Mason komen nu.” (Perry Mason, vernoemd naar de TV serie,?is een verwijzing naar het tevoorschijn toveren van bewijsmateriaal en het onderzoek een drastische wending geeft).

Een groep burgerjournalisten, begeleid door Eliot Higgins heeft de afgelopen dagen veel Perry Mason momenten gehad. Higgins zette zijn Twitter-volgers in en was in staat om de locatie van een Buk launcher te lokaliseren terwijl deze door de plaats Snizhne, in handen van pro-Russische ?rebellen, werd getransporteerd op basis van een YouTube video:

De volgende dag plaatste Aric Toler, een van de eerste Twitter-volgers van Higgins, tot ieders verrassing de exacte locatie van de Buk launcher in het plaatsje Torez, een andere stad in Oost-Oekra?ne. Hij gebruikte alleen open source informatie zoals de naam van een winkel in de foto en YouTube filmpjes uit het gebied. Toler en Higgins gebruikten de stand van de zon op de foto in?de tool Suncalc?om te bepalen dat de foto rond 11:40 was genomen. Higgins checkte de tool door zelf foto’s te nemen in zijn achtertuin?op verschillende tijdstippen van de dag tot hij een zelfde schaduwrichting had zoals op deze foto.?

Een andere crowdsource analyse?die Higgins samenvoegde toont bovendien dat er veel bewijs lijkt te zijn dat het voertuig terug op weg naar Rusland is via diverse Rebellensteden, en hij leek bovendien een raket te missen. De Russische overheid wuifd ede beelden weg en zei dat het ergens anders was genomen (Krasnoarmeisk, onderdeel van ?Oekra?ense?leger).

“De Russen hebben gelogen,” schrijft Higgins in zijn bericht op Bellingcat. Voor Higgins is dit werk slechts het eenvoudig verzamen van intelligence die het zoeken op de grond verder kan helpen. Journalisten gingen snel naar de plekken die Toler en Higgins hadden aangeduid en spraken ooggetuigen die bevestigden dat ze dit hadden gezien.

“Het is belangrijk dat dit werk door verschillende mensen gedaan wordt, dat ook het belang van het openbaar stellen van onderzoeksmethodieken en tools maar weer eens onderschrijft, opdat iedereen ze kan gebruiken.” ?schreef Higgins op zijn blog. “En dat is precies waar Bellingcat over gaat”.

Of luister het radio interview met Pieter van Huis.

Bronnen: Persinnovatie, Wikipedia, Bellingcat

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

Twitter reconstructie van een misdaad

reconstructie

De Politie uit Surrey gebruikte Twitter om een ??misdrijf op een plaats delict te reconstrueren en genereerde daarmee voldoende?tips en aanwijzingen om een zaak tegen twee gewelddadige overvallers aan te spannen. De politie plaatste een reeks van foto’s met tijdstippen erbij, op zoek naar een vader en zoon die een gewapende overval pleegden.

Twitter reconstruction

De reconstructie start bij de Chevrolet die rondjes reed?bij de supermarkt?waar de overval later plaatsvond en eindigde bij de vluchtroute met dezelfde verlaten Chevrolet.

De supermarkt Co-op bij Tattenham in Epsom werd overvallen en 45 duizend pond werd buitgemaakt. Een maand na deze overal startte de politie deze vernieuwde Twitteractie en 53 duizend mensen deelden de foto’s en informatie. Het leverde 40 telefoontjes op en de daders zitten nu achter de tralies. De vader kreeg levenslang en de zoon 16 jaar. Voor de rechter werd bovendien aangetoond dat de daders YouTube op hun mobieltje hadden geraadpleegd over hoe een overval te plegen.

De Co-op medewerkers gaven aan dat het een horror scenario was geweest. Een van de?overvallers haalden de trekker over, maar toen die?niet afging sloeg hij er een medewerker hard ?mee naar de grond.

Naast Twitter werden uiteraard traditionele methoden gebruikt, zoals CCTV camera’s van de supermarkt en ANPR (Automatic License Plate Recognition). Voormalig hoofdrechercheur Dave Lattimore, nu adviseur voor forensische wetenschappelijke ?LGC Group zegt dat hij wou dat Twitter er was toen hij nog bij de politie van de Thames Vallei werkte.??Volgens hem was een real-time Twitter reconstructie nog nooit eerder gedaan, maar zal dit met de groeiende volgersaantallen ook bij andere politieeenheden waarschijnlijk snel herhaald worden. “Het is een slimme methode. Met Crimewatch reconstructies moet iedereen op hetzelfde moment achter de buis kruipen en daarna nog bellen. Maar de meesten hebben nu de hele dag een mobieltje bij zich en daarom heb je zoveel respons.”

Dr Paul Reilly van de Leicester Universiteit, vakgroep?media en communicatie, zegt dat de Britse politie social media is gaan omarmen sinds de Londense rellen. “In 2011 ging het vooral over hoe je er informatie vanaf kon halen voor intelligence en het volk kon informeren over gezochte verdachten. Nu is het ingebed in het politiewerk. Er wordt gereageerd op het publiek en interactief ingezet om boeven te vangen.” Naar zijn weten was dit ook de eerste keer dat een dergelijke reconstructie samen met het publiek gedaan werd. De politie gebruikte daarom de hashtags # tweconstruction en #opjadeite.

Twitter reconstruction

De reconstructiekaart die gedeeld werd met de vluchtroute van de overvallers


Bronnen: Telegraph, BBC, MediaBistro.

Allemaal agent?

Als er op websites als GeenStijl een bericht wordt geplaatst over een laffe roofoverval of zinloos geweld zijn wij burgers er als de kippen bij om de daders op te sporen en publiekelijk aan de (moderne internet) schandpaal te nagelen. Maar ook de politie zelf betrekt op grote schaal burgers bij opsporing en veiligheid.?Op 6 maart was er een uitzending van Zembla over burgeropsporing en buurtwachten. Hieronder de beschrijving van de site over de uitzending waarin experts als?Albert Meijer,?Bart de Koning en Diederik Greive hun mening delen.

De veiligheid is niet slecht in Nederland en de cijfers zijn in 2013 gedaald. Op grote schaal worden burgers betrokken bij opsporing en veiligheid. Bijna anderhalf miljoen doen mee aan Burgernet. En in meer dan 200 wijken en buurten zijn burgerwachten de ogen en oren van de politie. ’s Avonds patrouilleren ze door de straten, verdachte situaties worden doorgegeven aan de wijkagent. Veiligheid is een zaak van ons allemaal, zegt het kabinet, en de burger? mag best een handje helpen. Maar steeds vaker nemen burgers zelf het initiatief.? Ondernemers beginnen op Facebook hun eigen Opsporing Verzocht. Op het internet wordt jacht gemaakt op dierenbeulen.? En pedojagers trappen de deur in bij vermeende kindermisbruikers. ZEMBLA onderzoekt: Waarom willen zo veel mensen zelf politieagent spelen? En wat zijn de gevaren?

Op geen enkel ander terrein is de bereidheid van de burger om te participeren zo groot als op gebied van veiligheid.’, zegt Albert Meijer, hoofddocent publiek management verbonden aan de? Universiteit Utrecht. ‘Als mensen de politie helpen, dan is daar natuurlijk helemaal niks mis mee. Maar mensen kunnen? snel een stap te ver gaan.‘?Meijer doet onderzoek naar de rol van sociale media bij de politie.?‘Je ziet dat de politie steeds vaker de sociale media gebruiken om de burger te betrekken bij de veiligheid. Het is snel en goedkoop en je kan op een makkelijke manier veel mensen bereiken.

Zembla laat zien hoe in Nijmegen een twitterbericht van de dierenpolitie over een dode hond uitloopt op een bijna-lynchpartij.

Volgens publicist en privacy expert Bart de Koning lopen de gemoederen vooral hoog op als het gaat om dierenmishandeling of misbruik bij kinderen. ‘Op het internet wordt jacht gemaakt op ?een ponypletter?. Vermeende pedo?s worden ernstig bedreigd.? Als we niet uitkijken gaan er doden vallen.

Hieronder een deel uit de uitzending van ZEMBLA: ?Allemaal agent?, over de aanpak van dierenmishandeling door burgers:

 

Homicide Watch

Homicide Watch is een door de gemeenschap ge?nitieerd initiatief uit Washington D.C. dat elke moord in het Columbia district rapporteert. Het is gestart door journalisten Laura en Chris Amico. Ze plaatsen alle?originele dossiers, gerechtelijke documenten, sociale media, en andere informatie met hulp van slachtoffers en verdachten online. “Met vrienden, familie, buren en anderen, bespreken we elke doodslag tot we overtuigd zijn van de toedracht” staat er op de site.

Het voorbeeld uit Washington D.C. is inmiddels ook in andere gebieden van?de Verenigde Staten overgenomen. Ze zijn bekroond met de?Knight Public Service Award door de Online News Association in 2012, en werd ?Open Gov Champion??bij de Sunlight Foundation.

homicide-watch

De site werd in 2011 opnieuw gelanceerd?met een professionelere?database van moordzaken om sporen en aanwijzingen beter op te slaan en te ontsluiten. Het is een van de meest complete openbare bronnen van informatie waar burgers terecht kunnen die dergelijke informatie nodig hebben of er graag iets aan bijdragen: gezinnen van slachtoffers, gezinnen van verdachten en alle anderen die een relatie hebben of iets weten?over criminaliteit in het gebied.

Hieronder een passage uit het Handboek datajournalistiek van Henk van Ess en Hille van der Kaa:

Laura Norton is redacteur van Homicide Watch, een online platform waarop iedere moord in Columbia wordt weergegeven. Haar echtgenoot Chris Amico is journalist en web developer in Washington DC. Hij bouwt een platform voor lokale reporters van radiostation National Public Radio (NPR), het State Impact-project. Daarnaast werkt hij mee aan Homicide Watch.

Laura werkt fulltime voor Homicide Watch, een platform over moord op basis van databases. ?Ik ben de redacteur en eerste verslaggever van onze centrale website en ben daarnaast verantwoordelijk voor de zakelijke kant van het ?merk?. Homicide Watch is het beste wat ik gemaakt heb. Het gaat niet alleen om de data en ook niet alleen om de journalistiek. We voorzien op een innovatieve manier in een behoefte van de gemeenschap. Het idee ervoor kwam voor het eerst in me op toen ik nog maar net in Washington DC woonde en een paar rechtszaken wilde volgen. Het bleek bijna onmogelijk om nieuwsbronnen te vinden. Ik ontdekte dat familie en vrienden van slachtoffers en verdachten vaak informatie plaatsen op ongebruikelijke plekken ? online necrologie?n en herinneringspagina?s over de overledene op Facebook. Toen ging ik nadenken over manieren waarop een nieuwsproduct het nieuws over moordzaken zou kunnen brengen ?n een plek zou kunnen zijn waar de gemeenschap er contact over kan houden.?

?De eerste beschrijving van de site luidde: ?alles wat een verslaggever in zijn notitieboek of op zijn bureau heeft wanneer hij een moordzaak volgt?. Dat is nog steeds een van de uitgangspunten van de site, maar het houdt wel in dat het organiseren van informatie superbelangrijk is. Zo is het publiceren van zittingsdata bijvoorbeeld pas zinvol als je ze in een kalender zet.?

?Een gemiddelde dag begint voor mij met verslaggeving. Ik bekijk het nieuws en post soms wat korte artikelen over wat er die nacht gebeurd is. Daarna ga ik meestal naar de rechtbank om hoorzittingen en rechtszaken bij te wonen, documenten te verzamelen en verslag te doen. Meestal heb ik een lijstje met wat ik die dag wil doen: zakelijke afspraken, freelancers inplannen, een planning maken voor lange-termijnprojecten, interviews geven over de website, et cetera. Ik houd ook nog een persoonlijk blog bij over datajournalistiek. Mijn werkdag is nooit echt voorbij. Tot ik ga slapen ben ik online.?

?Homicide Watch DC was mijn eerste dataproject. Ik heb alles op dat vlak geleerd door te werken aan de website. Homicide Watch begon als een spreadsheet. De start-up kit die we hebben gemaakt voor newsrooms die ook willen beginnen met een Homicide Watch-site, bevat nog steeds een spreadsheet die ingevuld moet worden.?

?Mijn datagereedschapskist bestaat uit de site zelf en de database die erbij hoort, WordPress, WordPress Analytics, Google Analytics, Google Calendar, Twitter, Facebook, Storify, Document Cloud, VINElink, en het archief van de rechtbank waarin je rechtszaken kunt opzoeken.?

?Door het werk aan Homicide Watch weet ik dat nieuws zoveel meer is dan ?verhalen?. In een gemiddeld nieuwsbericht over misdaad staat bijvoorbeeld een heleboel informatie, in ieder geval wie-wat-waar-wanneer. Zodra dat stukje gepubliceerd is, is alle informatie verdwenen. Werken met nieuws apps maakt het mogelijk om die informatie vaker te gebruiken en opnieuw te ?verpakken?. We proberen alles uit onze verslaggeving te halen wat erin zit.?

Bronnen: Homicide Watch,?The Atlantic,?New York Times, Handboek Datajournalistiek.

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing

Burgers zijn positief over het feit dat de politie hen betrekt bij de opsporing. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat het lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde van de Politieacademie uitvoerde in opdracht van politie Zeeland-West-Brabant naar aanleiding van het plaatsen van een moordzaak op het internet (onderzoek Mostafa Talaie zie persbericht 20 dec 2013).

Bij de inzet van van het Dossier Talaie is door 122 burgers een korte enqu?te ingevuld van tien vragen. De inzet van burgers heeft bij dit politieonderzoek zelf niet tot de oplossing van de zaak geleid. De vraag is volgens de onderzoekers of dit ?berhaupt wel lukt, als burgers op een voor hen onvolledig dossier hun scenario’s moeten baseren. Burgers lijken daar zelf ook aan te wijfelen, is gebleken uit de reacties. Voor veel respondenten voelde de hulpvraag als ‘ mosterd na de maaltijd’, aangezien het onderzoek al twee maanden aan de gang was. Ook de vraagstelling moet gerichter, meer op basis van informatie die dan al bekend is. Tegenover die twijfel staan wel grote pluspunten: het publiek vindt het een goed initiatief en waardeert het feit dat ze betrokken wordt. Volgens onderzoekers Henk Sollie en Nicolien Kop dient het rechercheteam ook een ‘ dossierfunctionaris’ aan te stellen dat input bijhoudt en vastlegt. Deze persoon houdt dan overzicht zodat er effici?nter gewerkt kan worden. Ook is het belangrijk burgers direct terugkoppeling te geven over hun bijdrage. Mensen weten dan wat ze wel of niet hoeven aan te dragen. Dit voorkomt dubbel werk bij zowel burgers als politie, aldus de onderzoekers.

Ik ben zelf sinds 2006 actief ten aanzien van het betrekken van burgers bij de opsporing. In Utrecht plaatsten we destijds al een cold case online met het verzoek aan burgers om mee te rechercheren.

In september 2011 vroeg de Groningse politie hulp van burgers bij het onderzoek Zuiderdiep. Hier werd de moordzaak al na een week online gezet. De Rotterdamse politie vroeg in 2012 de hulp van burgers via een website bij de vermissing van Monika Tanova.

Achtergrond
Begin 2011 heeft de politie de Strategie Aanpak Criminaliteit vastgesteld. In deze strategie is cocreatie met burgers en bedrijven benoemd als een van de drie hefbomen om de effectiviteit van de aanpak van criminaliteit te vergroten. De politie vraagt bijvoorbeeld burgers om hulp bij het oplossen van een moord. Het lijkt een moderne variant op het familiespel Cluedo, maar het is een serieuze oproep aan burgers om mee te denken in een lopend recherche-onderzoek. Wie kan het gedaan hebben, hoe kan het gebeurd zijn en wat is het mogelijke motief? Cocreatie is de meest intensieve vorm van burgerparticipatie waarbij een bedrijf of burger en de politie een gedeeld probleem hebben en gezamenlijk werken aan een oplossing die voor beide partijen waarde cre?ert.

Bij al deze zaken werden speciale websites gelanceerd waar burgers werd gevraagd mee te puzzelen en scenario’s aan te leveren ten behoeve van het onderzoek. Na enig recherchewerk werden deze scenario’s door de politie terug geplaatst op de website. Het grote verschil met de traditionele werkwijze is dat burgers niet enkel als informant betrokken werden, maar dat ze ook meedenken in de hypothese- en scenariovorming. Er kwam, zo bleek uit de evaluaties, waardevolle informatie binnen, die echter in deze zaken niet tot een doorbraak hebben geleid.

Positief over de inzet van het online dossier op politie.nl
Uit het onderzoek van de Politieacademie is gebleken dat nagenoeg alle respondenten positief zijn over de inzet van het online dossier op politie.nl. Met name vanwege de grote kennisbron en ?frisse blik? die aangeboord wordt. Iets meer dan de helft van de respondenten leverde ook suggesties voor verbetering van het onlinedossier en/of burgerparticipatie bij de opsporing. Hun aanbevelingen hebben betrekking op de wijze van informatieverstrekking, het design van de website en de interactie tussen burgers en het opsporingsteam en tussen burgers onderling. De resultaten van het onderzoek worden door de politie gebruikt om burgerparticipatie in de opsporing te bevorderen en verbeteren.

Lees hier het volledige rapport:

In de uitzending van Nieuwsuur (3 mei 2013) geven deskundigen een reactie:

Peter van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie aan de Faculteiten der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en de Vrije Universiteit, spreekt over diskwalificatie van de recherche

?Wat hier gebeurd, is om burgers te laten meedenken alsof ze zelf rechercheurs zijn. Het is een diskwalificatie van je eigen vak. Want wat je zegt is: ?Ach, dat werk dat jullie als rechercheurs doen, dat kan iedere willekeurige burger doen.? Wat ze in feite doen is goed te vergelijken met een chirurg, die denkt van: ?Ach, ik heb hier een ingewikkeld probleem en hij gaat buiten op straat een paar willekeurige burgers aanhouden: ?Ik heb een ingewikkelde operatie, komen jullie dat even voor mij doen, dan hou ik wel even toezicht van een afstand.? Dat is nou precies wat de recherche nu aan het doen is.?

?Wij vragen burgers mee te denken en dan moet je ze informatie geven. Welke selectie aan informatie geef je ze. Dat is ten eerste een selectie aan informatie die gemaakt wordt door de rechercheurs die kennelijk niet instaat zijn om de zaak op te lossen. En bovendien moet je een zodanige selectie geven dat je niet alle privacy van allerlei mensen gaat schenden. En recherchewerk is nou eenmaal het schenden van de privacy van heel veel mensen. Dat hoort er bij. Als je dus de burgers het goed wilt laten doen, dan is het uitermate onethisch en als je het ethisch wilt doen, dan kunnen ze nooit helpen. We hebben bijvoorbeeld gezien in zaken als Marianne Vaatstra, waar allerlei mensen hun eigen onderzoekje zijn gaan doen op een uitermate onsmakelijke manier. En dat zou je hier ook kunnen verwachten als je mensen oproept om dit soort werk te gaan doen.?

?Wat natuurlijk het probleem is, stel dat burgers enthousiast gaan meewerken, dan gaan ze ontzettend veel gegevens produceren en aan de politie aanleveren. Filmpjes aanleveren, hun eigen bevindingen aanleveren, de scenario?s die ze bedacht hebben aanleveren. En als je burgers serieus neemt in dit project, moet je dat ook serieus gaan onderzoeken. Dus het is heel veel werk voor de politie met een hele kleine kans dat het ergens toe leidt.?

Danny Mekic, ondernemer en internetexpert, spreekt over een goed initiatief, want burgers bemoeien zich hoe dan ook met politieonderzoeken

?Wat je nu ziet gebeuren is dat burgers dus wel op zoek gaan naar daders, die informatie openbaar op sociale media met elkaar gaan lopen delen waar ook foutieve informatie tussen komt te staan en dus kwetsbare onschuldige mensen met naam en toenaam opeens worden gezien als een verdachte van iets. En het zou veel beter zijn als de politie iets zou ontwikkelen, een heel goed, mooi platform, noem het ?crowd-policing?, waarbij burgers dus kunnen zien: ?Dit zijn op dit moment lopende zaken waar wij zelf geen spoor meer hebben?.?

Achtergrondfilmpjes over het moordonderzoek Zuiderdiep:

Brandstichtingen ?t Zandt

?We waren niet blij maar opgelucht toen de dader gepakt werd? -?Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum over de serie brandstichtingen die ?t Zandt in zijn
greep hield.

Met de arrestatie van een 20-jarige verdachte wordt in 2007 een reeks van brandstichtingen in ?t Zandt gestopt. Burgemeester Albert Rodenboog van Loppersum kijkt terug op een periode waarin de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgden en de kleine dorpsgemeenschap op het Groninger platteland werd geteisterd door 19 branden.

De reeks van branden start volgens burgemeester Rodenboog direct met een bijzondere brand.??De eerste brand vond op 4 augustus 2007 plaats in een leegstaand pand, in het midden van het?dorp?, zo vertelt Rodenboog. ?Omdat het een oud huis van een aalmoezenier was, werd van meet?af aan rekening gehouden met het feit dat er mogelijk nog munitie in het huis lag. Het hele dorp?was uitgelopen om te zien wat er gaande was. De hulpverlening was groots opgeschaald. Als?burgemeester moest ik op enig moment zelfs het besluit nemen om een van de muren met een?shovel naar binnen te drukken. Dat maakte de brand in dat opzicht wel bijzonder. Gelukkig bleek?dat er geen munitie in het pand lag en dus spraken we gekscherend nog van een ?mooie oefening?.?Rodenboog weet op dat moment nog niet dat de bewuste brand het werk is van een pyromaan.

Onrust onder bewoners
?Het idee dat er mogelijk sprake was van een pyromaan begon echter al snel te dagen. De tweede?brand vond ook in een leegstaande woning plaats. Ook hier was het gas en licht al afgesloten.Toen zetten wij de eerste vraagtekens. De hulpdiensten maakten al de opmerking dat muizen?niet met vuur spelen. We waren op ons hoede.? De branden volgen elkaar daarna in hoog tempo?op. Naarmate het aantal branden toeneemt, beginnen de lokale media zich ook steeds sterker?op ?t Zandt te richten. ?Week na week kwamen de branden terug. Naarmate de situatie langer?aanhield begon ook de onrust onder de bewoners toe te nemen.? De burgemeester vertelt hoe hij?naar manieren zocht om de rust in het dorp te behouden. ?Ik bemerkte bij mijzelf dat ik keer op?keer hetzelfde verhaal hield tegen de media. Vanuit de gemeenschap kwamen er signalen op mij?af dat de kinderen slechter sliepen, uit angst voor nieuwe branden. Dat was voor mij de aanleiding?om nadrukkelijk iets richting de bevolking te doen. Ik wilde de bevolking bijpraten en laten zien?dat we er vanuit de overheid bovenop zaten.? De politie was op dat moment nog niet zover om?een gezamenlijke bewonersbijeenkomst te organiseren. ?De politie vroeg zich in eerste instantie?af of ?berhaupt iets er verteld kon worden. Het onderzoek was immers nog in volle gang en een?bijeenkomst zou het verloop daarvan kunnen schaden. Na een gezamenlijk overleg waren ze?gelukkig toch bereid om mee te werken aan een ontmoeting met de dorpsbewoners.?Op een besloten bijeenkomst hebben we hen ingelicht en betrokkenheid getoond. De politie heeft?vooral verteld over de dingen die zij sinds de eerste brand had ondernomen. Al met al was het een?goede avond.? Later wordt de bijeenkomst nog drie keer herhaald. ?Er kwamen per keer circa?120 mensen op de bijeenkomsten af. Op een van de bijeenkomsten heb ik mensen erop gewezen?dat er een gerede kans was dat de pyromaan op dat moment in de zaal zat. Op een dergelijk?moment wordt het dan ijzig stil. Later blijkt dat de jongen die als verdachte is opgepakt ook?daadwerkelijk aanwezig is geweest bij een van die bijeenkomsten. We zaten er dus niet ver naast?met onze inschatting.?

Politiepost in het dorp
Omdat de angst en zorgen onder de bevolking blijven, zoekt Rodenboog naar nieuwe strategie?n.??Ik pleitte voor een politiepost in het dorp. Terwijl in heel Nederland her en der politieposten?waren gesloten, pleitte ik ervoor om in een dorp een 24-uurs post te bemannen. Het idee is tot?aan de korpsleiding doorgesproken. Uiteindelijk is in het dorpshuis een post geopend, waar men?in de dagsituatie kon binnenlopen, een babbeltje kon maken en opvallende zaken kon melden.?Dat heeft uiteindelijk erg goed gewerkt.? Waar gedurende de eerste branden vooral de lokale en?regionale media als het Dagblad van het Noorden en RTV Noord op de branden afkomen, merkt?Rodenboog bij de tiende brand dat ?t Zandt inmiddels onderdeel is geworden van een heuse?landelijke mediahype. ?Ik dacht nog, wat gebeurt me hier? Zo? n beetje heel Nederland was naar??t Zandt gekomen om verslag te doen. Om hen tegemoet te komen hebben we op een gegeven?moment een persconferentie gegeven met de laatste stand van zaken.? Rodenboog staat stil?bij deze persconferentie. ?We hebben toen de fout gemaakt om de persconferentie echt aan te?kondigen, waardoor er bij de pers verwachtingen ontstonden dat wij met groot nieuws zouden?komen. Toen bleek dat we alleen het nieuws van de tijdelijke politiepost konden geven en nog niet?met de aanhouding van een mogelijke dader naar buiten kwamen, was dat voor de aanwezige?media een teleurstelling. We dachten alles juist te co?rdineren door de filmploegen tegelijkertijd?te woord te staan. Maar onder deze omstandigheden werkte dat averechts.??Lange tijd is de voormalige blusploeg uit ?t Zandt bij veel dorpsbewoners verdachte nummer ??n.??Het was een buitengewoon vervelende situatie. In 2006 had de gemeenteraad besloten om de?brandweerpost in het dorp op te heffen. Al bij de eerste brand bij het pand van de aalmoezenier?kreeg ik dat besluit weer terug op mijn bord, door dorpsbewoners die me toevertrouwden dat?de ?aig?n brandweer ?t met ain stroaltje nog had kunn?n bluss?n?. Hoe dan ook, het besluit is?indertijd weloverwogen genomen. Via een herverdeling van de posten was de dekking in ?t Zandt?gegarandeerd, waardoor de brandweerpost in het dorp niet langer in stand hoefde te worden?gehouden. Toen de branden ontstonden, hadden veel mensen richting de oude blusgroep iets van??het zal wel iemand van de brandweer zijn?. Dat was voor de betrokken jongens heel ?vervelend,?juist omdat ze zo geworteld zijn in de lokale samenleving. Ze kregen het ook moeilijk toen de?politie hen wilde horen. Er bestaat een verschil tussen ?verhoren? en ?horen?. In het eerste?geval ben je verdachte, in het tweede geval niet. Toch leverde ook het ?horen? van de blusploeg?spanning op in het dorp. Aan de pers hebben ze doorlopend uitgelegd dat zij het niet waren.?Gelukkig had de jongen die uiteindelijk is opgepakt niets van doen met de voormalige blusploeg?uit ?t Zandt?.

Tips van basisscholen
Achter de schermen wordt hard gewerkt om de dader te pakken te krijgen. Ook defensie wordt?betrokken bij de operatie en biedt onder meer technische ondersteuning met nachtkijkers. Op het hoogtepunt zijn veertig rechercheurs betrokken bij het onderzoek. ?De recherche kreeg daarnaast?ondersteuning uit onverwachte hoek?, zo vertelt Rodenboog lachend. ?Op een gegeven moment?kreeg ik een e-mailtje binnen van een basisschool uit Staphorst. Zij hadden in een kringgesprek?over de pyromaan gesproken en mailden een aantal tips door. Ik heb hen keurig teruggemaild?dat ik hen bedankte voor de tips en dat ik deze aan de politie zou doorgeven.? Het e-mailtje uit?Staphorst blijkt de voorbode te zijn voor stapels post die in de dagen daarna op het bureau van?de burgemeester landen. ?Ik wist niet wat me overkwam. Totdat mij later bleek dat er wekelijks?op de basisscholen een actueel thema wordt gekozen, waar de groepen over spreken. Laat?nou net de pyromaan van ?t Zandt die week als landelijk thema voor de basisscholen te zijn?gekozen.? Rodenboog bladert door de mappen vol met tips die hij van basisscholen uit het hele?land mocht ontvangen. ?We kregen tal van tips binnen. Zoals deze: ?Als ze de pyromaan vinden,?sluit hem dan levenslang op, dan kunnen de kinderen rustig slapen. Groetjes van Nathalie? of?deze: ?U moet overal camera?s ophangen en spioneren. Als u de pyromaan pakt dan is mijn?bankrekeningnummer dit-en-dit?.? Een minder wenselijke ?tip? komt van een paragnost, die op?een congres in Groningen zegt dat de pyromaan ?Edwin? heet en uit het dorp komt. ?Dat stond?vervolgens op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden. Diezelfde ochtend hing Edwin?bij mij aan de lijn. Hij woonde middenin het dorp en was helemaal overstuur.? De jongen is gebeld?door RTL4 en SBS6, die al met een filmploeg onderweg zijn naar ?t Zandt om opnamen te maken?van zijn ontkenning. ?In een goed gesprek heb ik hem ervan kunnen overtuigen dat het beter was?om af te zien van het interview, om te voorkomen dat hij de situatie, zowel voor zichzelf als voor?het dorp, van kwaad tot erger zou maken. ?De volgende dag was het vijf december en ik wilde voorkomen dat we dan nog meer heisa in het?dorp zouden krijgen.? Dan slaat het noodlot toch toe. ?We zaten middenin de cyclus van branden,?toen midden op de dag een grote bewoonde boerderij afbrandde. Het hele dorp was weer?overstuur. Later bleek dat het een ?gewone? brand met een technische oorzaak was.?Het leidde tot een vreemd gevoel. Enerzijds was ik opgelucht dat het niet het werk van de?pyromaan was, anderzijds was het een nieuw drama voor iemand wiens huis was afgebrand.??Naarmate het aantal branden groeit, neemt ook de zorg toe dat de medewerking van de burgers?omslaat naar kritiek. ?In totaal heeft het vier maanden geduurd. Je verwacht dat het geduld op?een gegeven moment opraakt. Het is vooral dankzij de grootschalige inzet en de zichtbaarheid?van de politie geweest, dat het omslagpunt nooit is bereikt. Zo zijn huis-aan-huis bezoeken?afgelegd om mensen te bevragen over de mogelijke dader. Het was duidelijk dat ook de politie?alles uit de kast haalde om het probleem uit de wereld te helpen.?

Aanhouding
De opsporing leidt op 19 december 2007 tot de aanhouding van de 20-jarige verdachte, een?inwoner uit het dorp. ?Ik heb gedurende het hele onderzoek tegen de politie gezegd dat ik?geen namen wilde horen. Ik had al moeite genoeg om mij te concentreren op mijn eigen rol als?boegbeeld richting het dorp. Dat wilde ik niet laten vertroebelen door kennis over mensen die?mogelijk verdacht werden van betrokkenheid bij de branden.? Het bericht dat tot een aanhouding?wordt overgegaan bereikt Rodenboog, wanneer hij een bezoek brengt aan de politiepost in het?dorpshuis. ?De politie kwam uit het hele land om het onderzoek te ondersteunen en de post te?bemannen. Daar hing een aparte sfeer. Voor veel van de politieagenten was het een kleine re?nie,?mensen die elkaar jaren niet hadden gezien kwamen elkaar in ?t Zandt tegen.? Als Rodenboog?op de post arriveert wordt hij verzocht om naar Groningen te komen, alwaar hij door het hoofd?van het onderzoeksteam nader zal worden bijgepraat. ?Toen ik daar de naam van de verdachte?vernam en het gegeven dat hij en zijn familie daadwerkelijk uit ?t Zandt kwamen, bekroop mij?direct het gevoel van ?dit is niet best?. Bij de politie was een lichte euforie waar te nemen. Ik had?op dat moment veel meer oog voor de kant van de verdachte en zijn familie. Ik stelde mij een?jonge jongen voor, die hiermee de ruiten van zijn eigen leven ingooide.?

Opgelucht
Op de latere persconferentie kiest Rodenboog, daarin bijgestaan door voorlichter Hans?Coenraads, zijn woorden zorgvuldig. ?Vanuit de Voorlichterspool van de veiligheidsregio ben ik?een aantal weken ondersteund door Hans Coenraads, die toen nog bij de gemeente Stadskanaal?werkte. Samen stelden we vast dat we vooral ?opgelucht? waren. We waren niet zozeer ?blij? dat?we een mogelijke dader te pakken hadden, maar we waren vooral ?opgelucht? omdat het mysterie in ?t Zandt was opgelost en er een einde zou komen aan de periode van onrust.??Nog voor de persconferentie op het hoofdbureau van politie legt Rodenboog contact met de?familie van de verdachte. Ook in de dagen na de aanhouding buigt Rodenboog zich nadrukkelijk?over de familie van de dader. ?Op de afsluitende bewonersbijeenkomst heb ik nog nadrukkelijk het?verzoek gedaan om de familie niet met de nek aan te kijken. Dat is gelukkig ook niet gebeurd.?Die zijn enorm goed opgevangen door het dorp. Daar ben ik ontzettend blij om.’

Collegiaal sparren
‘Ik heb in die weken onder meer contact gehad met Jan Mans en het Genootschap, om te sparren?over de aanpak die we hadden gekozen. Mans stuurde me nog een sms?je, nadat ik in Nova had?toegelicht dat we een verdachte te pakken hadden. Dat zijn zaken die je enorm goed doen.?Ook de betrokkenheid van de korpsleiding, de commissaris van de Koningin en collegaburgemeesters?hebben me goed gedaan. Juist die collegiale betrokkenheid is enorm belangrijk?voor je functioneren in dergelijke unieke situaties.? De waardering richting de burgemeester wordt?ook gedeeld door de eigen inwoners. ?Op de nieuwjaarsbijeenkomst werd aan de branden in??t Zandt gememoreerd. Men sprak zijn waardering uit voor mijn optreden. Mijn echtgenote en ik?werden in het zonnetje gezet. Het was fijn om die waardering ook uit de eigen gemeenschap te?vernemen.?

Bovenstaand stuk is ontleend uit ‘Ingrijpende gebeurtenissen. Bestuurlijke ervairngen bij crises met lokale impact‘ van het?NGB.

Naschrift: In 2008 is Johnny B. door de rechtbank in Groningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan?9 voorwaardelijk. Er kwam geen hoger beroep. In 2012 werd hij opnieuw bestraft vanwege een nieuwe reeks brandstichtingen en?(pogingen tot) inbraken. Voor die feiten kreeg hij vijf jaar cel opgelegd.

Impact op de opsporing

Een week nadat de pyromaan van ?t Zandt na een gevangenisstraf van twee jaar vrijkwam, brak er weer een brand uit. Ondanks verwoede pogingen slaagde de politie er niet in de man op heterdaad te betrappen. Opvallend was echter wel dat de man direct toen hij thuiskwam na de brand was gaan kijken of er al iets over op de 112-website te vinden was.

“Ik pleit voor betere ondersteuning burgeropsporing via Social Media”

“Grote veranderingen vinden plaats in de opsporing. Burgers mobiliseren elkaar via social media en lossen zaken op. Deze ‘do it yourself police’ verandert de tactische opsporing radicaal.” Dat vertelt TNO-onderzoeker Arnout de Vries. “Politie en justitie kunnen daar nog beter gebruik van maken. Daarom zet ik mij in voor een nieuwe balans tussen gesloten veiligheidsorganisaties en de open genetwerkte maatschappij die social media volop benut.”

sherlock-holmes_artikel-arnout_240“De kritieke massa is bereikt. De adoptie van social media is zo groot in Nederland, dat burgers elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Daardoor neemt hun invloed toe en gaan dingen veranderen. Dat heeft een positieve uitwerking. Bijvoorbeeld als het gaat om samenwerking met de politie. Maar de negatieve kant hiervan is dat ook criminelen elkaar weten te vinden en te mobiliseren. Vanuit TNO help ik om de kracht van deze massa in goede banen te leiden. En de wereld veiliger te maken met behulp van social media. Dat doe ik vanuit een drang om alles beter te willen maken. Niet voor mezelf, maar voor anderen. Voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Die komen op Facebook minder frisse figuren tegen en krijgen contactverzoeken van vreemden. Terwijl ik ze daarvoor zou beschermen in de fysieke wereld. Internet gooit alle bestaande structuren en werkwijzen overhoop. Het vraagt van veiligheidsorganisaties een volledig andere manier van denken en werken.

Doe-het-zelf-politie

De Nederlandse politie loopt wereldwijd voorop in het gebruik van social media. Toch zie ik dat politie en justitie graag vasthouden aan het oude en vertrouwde. Terwijl burgers social media omarmen en volop benutten om gezamenlijk een dader op te sporen. Veel waakzame dienders zouden het liefst deze burgeropsporing verbieden. Maar ik zie in de praktijk dat de tactische opsporing door de ‘do it yourself police’ gigantisch gaat veranderen. Het is een ?game changer? van jewelste. We leven niet in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. Als de politie niet heel snel inspeelt op deze ontwikkeling, maakt zij zichzelf overbodig. Vanuit het klassieke denken moeten burgers nu nog wijken als de politie komt. Straks hebben diezelfde burgers via social media het voortouw. Zij hebben met elkaar een groot potentieel aan intelligentie en vaardigheden om zaken op te lossen of te voorkomen. En dat gaan ze ook doen. Met of zonder politie.

Verbeteren van kennis

Social media zijn nog een relatief nieuw fenomeen. Hoe mensen zich online gedragen en hoe de politie daar op kan inspelen, weten we nog niet precies. Daarom werk ik samen met techneuten, gedragswetenschappers en juristen om de kennis hierover te vergroten bij politie en justitie. In dat kader analyseren we als TNO de rol van social media bij incidenten. Bij ‘project X’ in Haren zien we bijvoorbeeld dat de Mobiele Eenheid wordt ingezet, maar online nauwelijks optreedt. En bij de vermissing van Ruben en Julian uit Zeist neemt de politie wel de regie over de burgerzoekacties, maar niet over de online burgerinitiatieven. Dat kan beter. Burgers willen graag helpen. De politie experimenteert daar dan ook mee. Ik help ze daarbij. Bijvoorbeeld met een social recherche game op Facebook. Maar ook met het online corrigeren van mensen die onacceptabel gedrag vertonen. En een nieuwe versie van Burgernet , die gebruikmaakt van ’the wisdom of the crowd’ via burger- en bedrijfsnetwerken.

Pak gericht de regie

Een aantal voorlopers binnen de politie begrijpen deze nieuwe tijd. Een daarvan is Frank Smilda, districtschef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Hij had zeven jaar geleden al een virtuele plaats delict op Second Life om burgers bij het politiewerk te betrekken. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit. Binnenkort verschijnt ons boek ‘Social media: Het nieuwe DNA’. Het laat zien hoe de rechercheur en de amateur elkaar versterken met social media. De Sherlock Holmes’ van deze tijd kunnen veel voor de politie betekenen. Wereldwijd staan veel experts ter beschikking van de politie. Veel meer dan ze ooit zelf in huis kan hebben. Maak daar gebruik van. Burgers willen graag helpen. En ze mogen soms meer dan de politie. Bied ze een platform. En pak gericht de regie daar waar burgers tegen hun grenzen aanlopen. Uiteindelijk blijven politie en justitie nodig om een zaak rond te krijgen en daders op te pakken. Ik blijf mij inzetten om deze nieuwe balans te bereiken.”

Bron:?https://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&content=thema_nieuwsbericht&laag1=893&item_id=2013-12-17%2010:04:03.0&Taal=1

Burgers lossen misdaad op via Facebook en Twitter

In het Haarlems Dagblad viel onlangs een interessant voorbeeld te lezen van burgeropsporing en bewijslast zoals die door de rechter geaccepteerd werd, met als titel “?Twee Haarlemse meiden hebben de politie via Facebook geleid naar drie jongens die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige mishandeling” .

Twee van de verdachten werden woensdag door de politierechter veroordeeld tot een gevangenis-, een werkstraf en tot betaling van een schadevergoeding van elk ?1000 aan het slachtoffer. De derde jongen, die minderjarig is, moet nog voorkomen.

De meiden waren begin februari in de Haarlemse binnenstad getuige van de mishandeling van een jonge plaatsgenoot. Drie jongens trapten en sloegen hem, ook toen hij al roerloos op de grond lag. Hij liep een gebroken kaak, een hersenschudding en veel blauwe plekken op. Een andere getuige wist de meiden de naam van een van de daders te melden. Via Facebook wisten zij niet alleen de foto te achterhalen van de dader wiens naam was genoemd. Ook de beide andere knapen kwamen tijdens het surfen in beeld. Op basis van dit speurwerk confronteerde de politie andere getuigen met de gevonden foto’s. De daders werden door hen opnieuw herkend.

De verdediging noemde het politieonderzoek ‘broddelwerk’ en de Facebookbewijzen ‘onrechtmatig’. De rechter niet: ,,Dit is het tijdperk van burgeropsporing en social media. Deze meiden mogen dit bewijs aandragen. Ik zie niet in dat dit onrechtmatig of onbetrouwbaar zou zijn.”

Hollandse Zaken over de heilzaamheid van internet bij opsporing door burgers

Afgelopen week werd in het programma Hollandse Zaken van omroep Max aandacht besteed aan burgerparticipatie en invloed van social media. Het discussieprogramma, geleid door Cees Grimbergen, besprak hoe heilzaam internet is bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen?

Er wordt stilgestaan bij de ‘ Helden van Krimpen‘?die verdacht worden van mishandeling van een 9-jarig meisje. De foto werd na 2 dagen door burgers op Facebook geslingerd. Onder andere de vader van een van de verdachten als de advocaat?doen hun verhaal. Een Twitterfoto met de verdachten in beeld op plaats delict werd verstuurd na een oproep van de politie.

Het Algemeen Dagblad besteedde uitgebreid aandacht aan deze zaak.

Bekijk hier de uitzending van Hollandse Zaken terug:

Bron: Haarlems Dagblad, Hollandse zaken