Tagarchief: burgerparticipatie

Rent A Cop: Waar willen burgers blauw op straat zien?

rent-a-cop

Op initiatief van de wijkagent bepaalden een aantal buurten in Breda op dinsdag 13 juni 2017 waaraan drie politie-eenheden aandacht besteedt op die dag. De dag heeft daarom als titel ?Rent a cop-dag? gekregen. ?Oftewel: politie op bestelling?, zoals politieteam Markdal het verwoordt op Facebook.

?We zijn ’s middags en ’s avonds met drie eenheden tot uw beschikking in de wijken Biesdonk-Wisselaar, Doornbos-Linie, Geeren-Noord en -Zuid, in het dorp Teteringen en in Waterdonken en de Krogten?, geeft de politie aan.

De drie eenheden rijden daar naar de meldingen die wijkbewoners op Facebook, Twitter of op het spreekuur van de wijkagent hebben aangegeven. Op Facebook heeft het team om suggesties gevraagd. Die komen er voldoende. ?Parkeren in de Antwerpstraat?, reageert iemand, en een ander vraagt om snelheidscontroles in de Brusselstraat.

Ook uit andere delen van de stad komen verzoeken. In de antwoorden verwijst team Markdal naar de wijkagenten ter plekke.

Mochten er meer kwesties aan de orde komen, dan te behappen valt, dan handelen de drie eenheden ze af volgens het principe meeste stemmen gelden. ?Dan kiezen we de meest besproken thema?s uit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan snelheidscontroles of controles vanwege.?

De gedachte achter ?Rent a Cop? is dat de politie in contact komt met burgers om wijkproblematiek in kaart te brengen. ?Zo kunnen agenten ingezet worden op de plekken waar dat (in de ogen van burgers) ?cht nodig is.?

Op de Facebookpagina was te lezen:

“Vanaf 13:30 uur is er onder andere bij de verschillende basisscholen gecontroleerd op fout parkeren, verkeershinder en andere overlast rondom de scholen. Hierin zijn foutparkeerders vooral gewaarschuwd! Dit was ook het geval op andere locaties waar foutparkeerders werden gemeld.

Op de Bali?ndijk, Lelystraat, Groenedijk, Vlaanderenstraat, Oosterhoutseweg zijn meerdere bekeuringen geschreven voor snelheid.
Verder is voor diverse andere feiten geschreven waarvan buurtbewoners aangaven dit als overlast te ervaren;
– 1x niet op 1e vordering tonen rijbewijs
– 7x niet dragen van de autogordel
– 15x snelheid (op de bovengenoemde locaties, hoogst gemeten snelheid binnen de 30 km/u zone is 56 km/u)
– 1x geen verzekering in stand houden
– 1x parkeren invalidenparkeerplaats zonder invalidenparkeerkaart bij winkelcentrum Hoge Vucht
– 12x parkeren rondom winkelcentrum Hoge Vucht
– 4x voor onnodig ophouden en veroorzaken van overlast op het Groenedijkplein
– 1 minibike in beslag genomen en een goed gesprek met de ouders van de 2 jeugdigen van 9 en 10 jaar oud
– 1x openstaande vordering ? 699 euro ge?nd

Een actie die tot op heden op social media en op straat door wijkbewoners met positieve reacties is ontvangen. We hebben vandaag helaas niet alle verzoeken kunnen controleren, of verslaan op social media. Maar hebben naast de hierboven genoemde ook de genoemde overlast situaties aan de wijkagenten gemeld. Deze zullen de komende tijd door de reguliere diensten heen gecontroleerd worden. We vragen ook zeker om overlast via 0900-8844 te blijven melden zodat het voor wijkagenten inzichtelijk is waar er overlast ervaren wordt.

Wat ons betreft een goede dag, waarop we op de diverse vragen uit de wijk hebben kunnen acteren en actie hebben kunnen ondernemen daar waar dat door buurtbewoners gewenst is.
Vanuit de wijkagenten van Breda-Noord en deelnemende collega’s bedankt voor de participatie, tevens aan de Gemeente Breda.
Een actie die zeker voor herhaling vatbaar is! #wordtvervolgd#resultaten #controles #verkeersonveilig #overlast #rentacop#politieopbestelling #polbrd ^LS”

De politie Weert-Nederweert-Leudal start op maandag 3 juli 2017 ook met het project Rent-A-Cop. In een periode van ??n week wordt er door de politie extra aandacht besteed aan problemen uit de gemeente Nederweert die door jou gemeld kunnen worden. Het probleem dat burgers?doorgeven moet wel aan enkele voorwaarden voldoen:

  • Het probleem moet zich afspelen in een van de dorpen behorende bij de gemeente Nederweert
  • Het moet een ?klein? probleem zijn waar in kort tijdsbestek iets in betekend kan worden;
  • Je bent bereid om desgevraagd meer informatie te verstrekken.

Uit de inzendingen zal een selectie worden gemaakt van problemen die extra aandacht van de politie gaan krijgen. Wanneer je?probleem in die betreffende week niet behandeld kan worden, betekent dit niet dat er niets mee gedaan word. Tot zaterdag 24-06-2017 hebben burgers de tijd om inzendingen te sturen. Dit kunnen ze doen door op dit bericht te reageren en/of een priv?bericht te sturen.

Huur een agent

Ook het politieteam Langstraat wilde weten wat er bij de burger speelt en laat inwoners bepalen waar zij optreden.

Reacties op sociale media zijn wisselend: ,,Daar betalen we toch belasting voor?” Ergert u zich aan hondenpoep? Aan hardrijders in de woonwijk of aan rondhangende jongeren? Rent a cop!
Ofwel: huur een agent. De politie van het team Langstraat (onder meer actief in Rijen en Dongen) gaat er ook mee door. ‘Waar in de gemeente Gilze en Rijen wilt u de politieagenten van team Langstraat en de BOA’s van de gemeente zien?’ Deze oproep plaatste het Team Langstraat op zijn Facebookpagina, zoals het dat afgelopen week ook al deed voor inwoners van onder meer Dongen. Doel: laat de burger het maar eens zeggen. De politie wil meer interactie met de bevolking. Niet iedereen begrijpt dit initiatief overigens. Getuige bijvoorbeeld de reactie van Kay Oomen op Facebook: ,,Ik ben eigenlijk voor minder politie in Gils… dat ze boeven gaan vangen of zo.”

In Dongen leverde de actie vorige week 111 bekeuringen op. Die werden uitgedeeld voor het overschrijden van de maximale snelheid, voor het niet dragen van de autogordel, het niet kunnen tonen van het rijbewijs en mobiel bellen in de auto. In Waalwijk, waar de inwoners in oktober een agent mochten ‘huren’, regende het reacties. Meer dan vijftig inwoners vroegen met name om snelheidsovertreders in de kraag te grijpen. Ook in Waalwijk was niet iedereen even gecharmeerd van de actie: ,,Met alle respect hoor, maar ik hoef de politie toch niet in te huren? Daar betalen we in Nederland belasting voor”, aldus Ton Straver via sociale media. De inwoners van Gilze en Rijen die op de Facebookoproep reageerden, kozen ook in meerderheid voor controles op snelheid. Maar ook vroegen zij om op te treden tegen overlast van jongeren in de omgeving van de Isabella van Spanjestraat en de Monseigneur Ari?nsstraat (locaties basisscholen Oude en Nieuwe Kring) en overlast van loslopende honden en hondenpoep. Dus gingen de agenten en bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) van de gemeente gisteren om 16.00 uur aan de slag. Met in hun kielzog een cameraman en reporter van het televisieprogramma Hallo Nederland van Omroep Max.

De actie startte in de Hannie Schaftlaan, waar 60 kilometer per uur mag worden gereden. Daar werd een agent met laser opgesteld. Collega’s parkeerden hun wagens aan weerszijden van de weg in de Zwarte Dijk. Op de kruising een motoragent, die hardrijders van de weg dirigeerde. De snelste: een motorrijder. Hij werd geklokt met een snelheid van 92 kilometer per uur. Na correctie bleven er daar nog 89 van over. Boete: 374 euro. Een van de aan de controle deelnemende agenten, met veel gevoel: ,,Ik vind het ook altijd hard geld.” Co?rdinator Jarno Leduc had het met zo mogelijk nog meer empathie over ‘bekeuren met zingeving.’ De politie deelde veertien bekeuringen uit op de Hannie Schaftlaan. De overtreders reageerden kalm, een enkeling met begrip. Nog meer enthousiasme was er bij bewoners: ,,Prima dat ze dit doen. Er wordt hier vaak erg hard gereden.” Om 17.15 werd de verkeerscontrole afgeblazen, waarna het team zich onder meer op jongerenoverlast richtte. Hoewel er volgens de politie regelmatig meldingen komen van overlast bij de Oude en Nieuwe Kring, werden er tussen 19.00 en 21.00 uur geen overtredingen waargenomen. Maar het was dan ook erg koud. Nu al staat vast dat het team Langstraat de actie ‘Rent a cop’ ook in 2017 voortzet. Volgens Leduc zullen er in alle vier de gemeenten van het team Langstraat (werkgebied Gilze en Rijen, Dongen, Waalwijk en Loon op Zand) twee dagen lang controles op verzoek worden gehouden. Leduc: ,,Ik hoop dat er dan ook nieuwe idee?n worden ingediend. Misschien wordt er dan ook om persoons- of gezinsgerichte acties gevraagd. We hebben met ‘Rent a cop’ een breder doel voor ogen dan verkeerscontroles alleen.”

Resultaten van de actie in Gilze en Rijen: in totaal zijn er 28 bekeuringen uitgeschreven:
– Snelheidscontrole Hannie Schaftlaan (14 overtredingen, hoogste snelheid 92 km/uur)
– Verkeerscontrole Spoorlaan Noord/Constance Gerlingsstraat: vijf bekeuringen, o.a. voor niet dragen gordel
– Parkeercontrole/geen voorrang verlenen Hoofdstraat t.h.v. winkelcentrum: 1 bekeuring voor fout parkeren
– Parkeren Pastoor Gillisstraat: geen overtredingen
– Controle loslopende honden/niet opruimen hondenpoep Laagstraat: geen overtredingen
– Overlast hangjongeren Oude en Nieuwe Kring: geen overtredingen
– Snelheidscontrole Lange Wagenstraat Gilze: acht bekeuringen voor snelheidsovertreding (4), geen verlichting op fiets (3) en voeren mistverlichting (1)
– Snelheidscontrole Oranjestraat Gilze: geen overtredingen.

Bronnen: BN De Stem (8 december 2016), BredaVandaag

A-Team uit Kootwijkerbroek

Crimineel gespuis kan het Veluwse dorp Kootwijkerbroek maar beter links laten liggen. Een 50 man sterke burgerwacht jaagt met honden en helikopters op inbrekers.

Criminelen die het hazenpad kiezen, komen niet ver. Al snel voelen ze de hete adem van de burgerwacht in hun nek, die de achtervolging heeft ingezet per helikopter. Foto’s van de burgerwacht uit Kootwijkerbroek tonen hoe een ronkende heli enkele meters boven twee sidderende verdachten hangt. Ook is te zien hoe groepsleden de verdachten stevig tegen de grond drukken. Ze kunnen geen kant meer op.

Deze burgerwacht is professioneel uitgerust. Volgens een anonieme ingewijde staan er drie helikopters klaar die direct kunnen opstijgen zodra er een melding komt. Die zijn eigendom van bedrijven uit de omgeving. Tijdens acties dragen leden van de groep kogelvrije vesten, portofoons en zaklampen die ook te gebruiken zijn als slagwapen. De motieven van deze groep zijn meerledig. Zo was er?een tijd lang sprake van diefstallen van grote bedragen bij een aantal ondernemers uit de buurt en men had veel inbraken op zondag tijdens de kerkdienst waar veel bewoners uit dit gebied heen gaan wat een groot onveiligheidsgevoel gaf. De relatief lange aanrijtijden van de politie (een burgergroep kan binnen 2-3 minuten op bestemming zijn) en het negatieve beeld dat ontstond van het effect van de politie leidde tot de oprichting van deze groep. Inmiddels bestaat de groep uit zo’n 50 personen.

De burgerwacht is erg succesvol. Dankzij hen heeft Henk van de Kamp, eigenaar van G. van de Kamp Transport in Stroe, geen last meer van brandstofdieven. ,,Twee Poolse dieven hebben twaalf keer brandstof van mijn vrachtwagens afgetapt. De laatste keer waren ze het haasje. De dieven waren nog niet op mijn terrein of ze hadden veertig man achter zich aan rennen. Toen we ze hadden gepakt, stonden ze te beven op hun benen. We hebben ze overgedragen aan de politie. Ik heb nooit meer last van ze gehad.”

De leden van de groep willen zelf onder geen beding vertellen over hun ervaringen. Wel traden ze op in een videoreportage over Kootwijkerbroek. Daarin vertelt ??n van de initiatiefnemers over het succes. ,,Door onze snelheid hebben we al heel wat boeven gevangen. We overmeesteren ze, leggen ze plat op de grond en wachten tot de politie er is.”

Betrokkenen willen niet zeggen of aanhoudingen gepaard gaan met geweld. ,,Daar moet je niet te veel over lullen”, zegt een 19-jarige inwoner van Stroe, die ??n van de brandstofdieven bij Van de Kamp in de kladden greep. ,,Maar een groep boze boeren schrikt meer af dan de politie. Gepakte inbrekers komen hier niet meer terug.”

Bij onraad krijgen leden van de groep meteen een whatsappje. Dan springen ze in hun auto en scheuren met gierende banden en knipperende alarmlichten door het dorp. ,,Bij een melding staan binnen een paar minuten de eerste leden op je erf”, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Terwijl het een halfuur duurt voor de politie er is.

De gemeente Barneveld en de politie werken samen met de burgerwacht, die nu vier jaar bestaat. ,,Als er tegelijkertijd een incident is aan de andere kant van de gemeente, is de politie niet vaak niet in staat om op tijd te komen”, zegt gemeentewoordvoerder Bertil Rebel.

De knokploeg draagt kogelwerende vesten.

De ploeg draagt kogelwerende vesten.?

?Agressieve mensen en doetjes? worden uit de groep geweerd en de groep is zeer professioneel opgezet. Ze gebruiken een eigen alarmnummer, beschikken over wagens, helikopters, en hebben al meerdere zelfverdedigingstrainingen gevolgd.

Hij zegt niet bang te zijn voor geweldsexcessen. ,,Natuurlijk kan het staande houden van een inbreker weleens gepaard gaan met geweld. Dat gebeurt soms in het heetst van de strijd.” Socioloog en expert op het gebied van burgerwachten Vasco Lub ziet meer haken en ogen. ,,De politie is er om zijn burgers te beschermen. Ze moet voorkomen dat burgers het heft in eigen handen nemen.”?De afgelopen jaren is het aantal inbraken flink afgenomen, zegt een inwoner van Kootwijkerbroek. ,,Criminelen geven natuurlijk ook aan elkaar door wat hier gebeurt. Ze weten dat ze zich hier beter niet meer kunnen vertonen.”

Ontwikkelpleinbijeenkomst
Burgers organiseren zichzelf via WhatsApp of speciale buurtapps en attenderen elkaar en de politie of gemeente op veiligheidszaken en verdachte situaties in de buurt. In Nederland zijn er naar schatting nu al meer dan 7000 groepen. Er zijn enkele incidenten waarbij geweld is gebruikt door burgers, maar die worden over-gerepresenteerd in de media. Over het algemeen is het een positive ontwikkeling, met vaak een daling van inbraken, daders die eerder gepakt worden, of soms een vermist personen die eerder wordt teruggevonden. De politie is heel blij met deze betrokkenheid, want; met vele ogen zien we meer en dit vergroot de kans op heterdaad aanhoudingen. Maar wat moet de politie of het lokale bestuur doen als een dergelijke groep uitgroeit tot een burgerwacht die 24/7 paraat staat om met eigen middelen de veiligheid in de wijk te bewaken? Andere burgers kunnen zich ge?ntimideerd voelen en in het uiterste geval wordt zelfs geweld niet geschuwd, met als gevolg een strafrechtelijk onderzoek. Het inspiratiepunt Eenheid Oost organiseerde een ontwikkelpleinbijeenkomst op 23 mei waar een aantal wijkagenten hun ervaringen en dilemma?s over dit onderwerp deelden en gaan we samen met collega?s, partners, experts ?n (niet te vergeten) met burgers zelf op zoek naar oplossingen voor vragen als: Hoe verhoudt de politie en het lokaal bestuur zich in relatie tot dergelijke groepen? Wat is het effect op ons imago en het vertrouwen in de politie? Wat zijn de do?s en don?ts? Waar ligt de grens van wat wel en niet mag? Hoe blijf je in verbinding en kom je tot goede afspraken met buurtpreventiegroepen? Het doel is dat we komen tot praktische oplossingen voor een toch wel complex vraagstuk en van dit ?probleem? weer ?de bedoeling? maken.

Naast een aantal hele goede punten, zoals over informatie uitwisseling, waren er ook een aantal leerpunten voor zowel politie, gemeente als de WhatsApp groep.?De communicatie tussen politie en leden whatsappgroep is erg belangrijk en kan verbeterd worden:

  • Wijkagent zou op periodieke momenten bij de groep aan moeten schuiven
  • Negatieve beelden van elkaar zouden moeten worden ontkracht door met elkaar te praten
  • Begrip van de processen en protocollen waar de politie zich aan moet houden zou vergroot moeten worden bij de burgers door deze aan hen uit te leggen
  • Duidelijke afspraken maken wat burgers strafrechtelijk wel of niet mogen doen (alleen persoon aanhouden op heterdaad)
  • Initiatief moet hier bij alle drie de partijen liggen (burgerinitiatieven, politie en gemeente)

Bronnen: Gelderlander

 

Burgeropsporing: Het Nieuwe Werk Voorbereiding Opsporing?

3740048383_c9f728f7e9

Kan de recherche aan slagkracht winnen door burgers intensiever te betrekken bij de opsporing? In menig beleidsstuk wordt de potenti?le rol van burgers onderstreept. De meningen lopen echter uiteen wanneer het aankomt op de manier waarop burgerparticipatie moet worden vormgegeven. Arnout de Vries, werkzaam bij TNO, houdt deze ontwikkelingen beroepsmatig nauwgezet in de gaten, publiceert over het onderwerp en is zelf ook als burger betrokken bij de opsporing, bijvoorbeeld met het Bellingcat-netwerk (onder andere bekend van hun onderzoek naar de MH17-ramp).

Wat moeten we verstaan onder burgerparticipatie in de opsporing?
?Het komt in beginsel neer op het betrekken van burgers bij de opsporing. Daar is met het buurtonderzoek en de opsporingsberichtgeving in feite al lang sprake van geweest. Er kan onderscheid worden gemaakt in de mate waarin burgers worden betrokken aan de hand van de participatieladder-metafoor; van meedenken (de laagste trede) tot meedoen of zelfs (deels) overnemen (de hoogste trede) en met alles wat daartussen zit kan de participatie vormkrijgen. Het laatste, het actief laten meedoen van burgers binnen de opsporing, is het spannendst. Ik hanteer daarvoor de term burgeropsporing.?

Welke trends zie jij op het gebied van burgeropsporing?
?De burger wordt gelukkig nu al door de politie steeds eerder betrokken bij het onderzoek. Zo wordt bijvoorbeeld sneller overgegaan tot opsporingsberichtgeving, terwijl het vroeger als laatste redmiddel werd beschouwd. Ook wordt er niet meer uitsluitend gevraagd om tips, maar ook om zienswijzen, om idee?n of scenario?s. Bij de burgers is er ook een groeiende behoefte om mee te doen. Mensen zijn minder geneigd om op hun handen te gaan zitten en gaan vaker zelf over tot opsporen. Die trend is behoorlijk. Neem de vermissingzaak van Ruben en Julian in Zeist. Hier gingen tal van mensen spontaan meezoeken in de bossen en op internet. Of neem de ?Kopschopperszaak? in Eindhoven, waar razendsnel beelden via het internet werden verspreid om de daders te vinden. Er zijn tal van voorbeelden te noemen.?

Hoe verklaar jij deze trend?
?Mensen zijn minder geneigd om af te wachten. Ze gaan over tot actie wanneer zij het idee hebben dat het onderzoek van de politie niet opschiet. Dit beeld wordt in de hand gewerkt door de media die smullen van succesverhalen van burgeropsporing. Het lijkt daardoor net alsof de politie er niks van bakt. Verder spelen het internet en de social media een rol die een democratisering van opsporingskennis tot gevolg hebben. Burgers kunnen zelf over informatie en analysetechnieken beschikken waarmee ze aan een zaak kunnen werken. Via social media kunnen ze die kennis uitwisselen en netwerken vormen om tot samenwerking te komen.?

—- ?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden (?) Je kunt ze niet tegenhouden.?

Wat zijn de voordelen van burgeropsporing?
?Samenwerking zoeken met burgeropsporing kan soms sneller tot resultaat leiden. In de ?Kopschopperszaak? waren de daders binnen een dag gevonden. Daarbij kunnen burgers over kennis of expertise beschikken die voor het onderzoek erg nuttig kunnen zijn en bijvoorbeeld het gevaar op tunnelvisie verminderen. Een persoon als Maurice de Hond, los van je mening over zijn werkwijze, beschikt over een enorm netwerk van experts wat hij snel kon inzetten bij de Deventer moordzaak. Een burger kan, net zoals een journalist, veel, wat aanvullend kan zijn voor recerche. Een burger kan in Whatsapp-groepen rondneuzen of (in theorie) het gesprek aangaan met een crimineel of terrorist. Hij is daarin vrijer dan de gemiddelde opsporingsambtenaar.?

Welke nadelen kleven er aan burgeropsporing?
?De ?Kopschopperszaak? toont ook de nadelen aan van burgeropsporing. Er kan een heksenjacht ontstaan die veel impact kan hebben voor de personen in kwestie. De privacy van de verdachten raakt in het geding, ze raken extra geschaad in hun priv?leven, verliezen mogelijk hun baan of raken hun partner kwijt. Uiteindelijk kan dat leiden tot strafvermindering voor de daders. Bij de politie heerst vaak de angst dat er daderinformatie op straat komt te liggen. Dit is deels terecht, maar is er vaak ook al veel informatie in openbaarheid geraakt. Verder is de politie vaak bang om bezaaid te worden met honderden tips en scenario?s. Ook hier kan de politie op inspelen door te vragen naar een prioritering, of door een samenwerkingsverband van burgers te vragen een selectie te maken van de meest relevante bijdragen. Verder bestaan er twijfels over de betrouwbaarheid van burgers. Het is belangrijk om stil te staan bij de motieven van burgers om mee te helpen. Er zijn voorbeelden van pedojagers die verdachten chanteren met hun zelf vergaarde bewijs. Binnen netwerken van burgers speelt de kwestie van betrouwbaarheid ook; het is een ontdekkingsreis.?

Hoe zie jij de verhouding tussen voor- en nadelen?
?Ik sta hier overwegend positief in. Uiteindelijk moeten de maatschappij en de overheid bepalen en ondervinden in welke mate verdergaande burgerparticipatie wenselijk is.?

Welke uitdaging levert burgeropsporing op voor de politie?
?De mensen die echt willen helpen, moet je iets bieden: spelregels en tips over wenselijke gereedschappen of werkwijzen. Je kunt ze niet tegenhouden, maar je kunt ze wel waarschuwen voor mogelijke gevolgen. Denk aan die zoektocht naar de vermiste jongetjes; daar had een man, in zijn beste bedoelingen, niet stilgestaan bij de mogelijkheid een lijk aan te treffen terwijl hij met zijn kinderen wilde meedoen aan de zoektocht in het bos.?

Welke obstakels ervaren burgers wanneer zij aan opsporing doen?
?De bewijswaarde van materiaal dat door burgers is verkregen is nog een uitdaging. Hoe kun je bijvoorbeeld als burger aantonen dat er niet geknoeid is met een filmpje waarop de verdachte te zien is? Deze vraag speelde bij beeldmateriaal dat Bellingcat had veiliggesteld in het onderzoek naar de MH17-ramp. Het veiligstellen en aanleveren van (digitaal) forensisch materiaal moeten we nog organiseren. Burgers weten hier veelal nog niet hoe ze te werk moeten gaan en doen soms maar wat.?

Moet de politie de regie houden?
?Regie is een te groot woord. Het is onmogelijk om regie te houden op alle opsporingsactiviteiten van burgers. Het beste wat de politie kan doen is faciliterend optreden en proberen het onderzoek in goede banen te leiden.
Uiteindelijk zijn burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Wanneer ze een bepaalde wettelijke grens overschrijden, lopen ze het risico om zelf te worden aangeklaagd. En als ze ethische grenzen overschrijden is er nog het corrigerend vermogen van andere burgers.?

Hoe kan de politie faciliterend optreden?
?De politie schakelt zoals gezegd steeds eerder de hulp in van burgers. Het ontbreekt echter nog aan voorlichting: op politie.nl is niks te vinden voor burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan een opsporingsonderzoek. Enige tijd geleden was er een recherche spel ontwikkeld waarin spelers in echte onderzoeken op ontdekkingstocht konden, wat erg nuttig was omdat het duidelijk maakte hoe de opsporing in zijn steel steekt. Dit spel is echter nooit officieel gelanceerd. Door dergelijke voorlichting te geven kan de politie de burger laten inzien waar een opsporingsteam tegenaan loopt en waarom een onderzoek wat langer kan duren. Het geeft burgers bovendien beter inzicht in waar zij een productieve bijdrage kunnen leveren aan een onderzoek.

—-??Wanneer is de recherche failliet??

Hoe zie jij de toekomst van burgeropsporing?
?Burgeropsporing is een behoorlijke trend geworden. Er zijn intussen meerdere netwerken actief, die globaal opereren en groeien. Het kan ook een grote impact hebben op opsporingsonderzoeken, zowel positief als negatief. Na de aanslag op de Boston marathon zag de FBI zich gedwongen om onder druk van burgers foto?s van de daders te publiceren omdat burgerspeurders een persoon uit het publiek (onterecht) als verdachte hadden aangemerkt. Die persoon is helaas niet meer levend aangetroffen.?

?De politie heeft er dus iets bijgekregen om te ?managen?. Het standpunt innemen dat er geen ruimte is om burgerparticipatie/-opsporing op te pakken vanwege reorganisatieperikelen, te weinig tijd of manschappen, schiet tekort omdat je je daarmee afsluit voor ontwikkelingen die zich buiten de organisatie voltrekken. Wanneer de politie niet weet in te spelen op de vraag naar burgerparticipatie kan er een negatieve spiraal ontstaan. Burgers zullen eerder zelf het heft in handen nemen, gesteund door de groeiende technische mogelijkheden zoals steeds goedkoper wordende oplossingen die Find-my-Iphone-achtige technieken voor meer dingen beschikbaar stellen. Het voorbeeld van Kodak dringt zich hier op: dit bedrijf ging vrijwel ten onder omdat mensen zelf foto?s konden maken met hun mobiele telefoons en geen camera?s meer kochten. De vraag is: wanneer is de recherche failliet??

?De politie kan juist inspelen op de kansen die burgeropsporing biedt. Er bestaan al apps waarmee burgers zelf getuigenverhoren kunnen afnemen en deze kunnen aanleveren aan de politie. Zulke ontwikkelingen gaan zich doorzetten met als gevolg dat burgers steeds vaker (halve) dossiers aanleveren waarna de politie vervolgens moet bepalen of er voldoende aanknopingspunten in zitten. De burger als werkvoorbereider dus en een werkverdeling die in sommige zaken minstens 50-50 kan zijn. Zoiets zou juist een positieve spiraal kunnen bewerkstelligen: meer zaken oppakken en het ophelderingspercentage zou kunnen stijgen net als het vertrouwen in de politie. Wat dat betreft is er wel sprake van een wake-up call nu?.

Assen-Alert

assenalert500x500

Assen Alert wil een laagdrempelig platform voor de burger om door middel van WhatsApp, email en socialmedia op een eenvoudige, gestructureerde en een eenduidige wijze neerzetten om de veiligheid in de?buurt te verhogen. Het wil burgers helpen en adviseren met/over het implementeren en onderhouden van de betreffende WhatsApp groepen.

assen-alert

Per wijk kiezen ze?een regiegroep. Regiegroep leden nemen deel aan alle buurt WhatsApp groepen en geven berichten van buurtgroepen door naar de regiegroep en indien nodig naar andere buurtgroepen. De wijkagent neemt deel aan regiegroep en neemt kennis van meldingen.?Regiegroep leden adviseren buurtgroep deelnemers over het toepassen en gebruik van de S.A.A.R. methode.

assen-alert2

Minister van Der Steur bezocht de initiatiefnemers en zegt erover:

Dinsdagavond was ik in Drenthe en heb ik vrij uitgebreid gesproken met de initiatiefnemers van Assen-Alert. Dit is een burgerparticipatiegroep, een appgroep, die inmiddels in bijna geheel Assen is uitgerold en de ambitie heeft om langzamerhand geheel Nederland over te nemen op dit terrein. Het is een heel goede, professionele manier om burgers te betrekken bij een appgroep. Tijdens de presentatie waarbij ik aanwezig was, vroeg een aantal mensen in het gezelschap wat het oplevert. Toen bleek inderdaad dat het heel lastig is om het uiteindelijke rendement van een appgroep te bepalen, los van het positieve element dat mensen weten dat ze niet alleen zijn en dat zij hun eigen omgeving en elkaar beter leren kennen. Op dit moment is echter nog onvoldoende inzicht in de vraag wat het effect is op bijvoorbeeld de veiligheid en het pakken van criminelen. De gemeente Assen is met dit vraagstuk bezig. Ik ben ervan overtuigd dat een appgroep het veiligheidsgevoel van mensen verbetert, maar het zou natuurlijk fantastisch zijn als deze, op welke manier dan ook georganiseerd, leidt tot een verbetering van de veiligheid. Als men steeds meer informatie krijgt over wat er in de buurt gebeurt, kan het echter ook een averechts effect hebben. Dat is zoals het is en moeten we dan maar accepteren.

assen-alert3

Er zijn enkele succesvolle voorbeelden, zoals Burgernet, waarbij de burger op gemeentelijk niveau beter betrokken wordt. Ik juich derhalve het pleidooi toe voor meer verantwoordelijkheid van burgers. De app Assen-Alert is een geslaagd voorbeeld dat is voortgekomen uit de burgers. Ik ben altijd bereid om dergelijke initiatieven te ondersteunen, maar de verantwoordelijkheid op dit punt ligt wel bij de mensen in de wijken. Voor de effectiviteit is dat van groot belang. De gemeente is aan zet en niet de rijksoverheid. Er is een Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) dat op zijn beurt het Expertisecentrum Zelfredzaamheid heeft opgericht. Via dit instituut pakken de veiligheidsregio’s hun verantwoordelijkheid op.

Er is namelijk ook een moderator bij betrokken, die voorkomt dat een bericht aspecten bevat die misschien wel interessant zijn voor de betrokkene maar niet relevant voor de groep als zodanig. Een mooi voorbeeld van deze week was iemand die via de appgroep Assen-Alert meldde dat hij zijn huisdier kwijt was. Dat is niet de bedoeling. Het gaat echt om andere aspecten van veiligheid. Daar wordt op gemodereerd. Er wordt ook bekeken wie er lid zijn van de appgroep. De Kamer kan zich voorstellen dat het een fijne groep is om aan deel te nemen voor iemand die foute plannen heeft. Ik vind Assen-Alert echt een heel mooi voorbeeld dat ik graag onder de aandacht breng van iedereen en bij dezen ook van de Kamer. Ik sluit overigens niet uit dat er vele andere voorbeelden in Nederland zijn met eenzelfde mate van professionaliteit.

Bronnen: Tweede Kamer, Assen Alert

Samen signaleren

De klassieke verzorgingsstaat verandert in een participatiesamenleving. Iedereen die daartoe in staat is, moet volgens de regering zelf verantwoordelijkheid nemen om zijn eigen leefomgeving veiliger te maken. Dat doen burgers dan ook. Met name met behulp van sociale media dragen burgers uit eigen initiatief bij aan sociale veiligheid. De huidige, nieuwe vormen van burgerparticipatie ? van WhatsApp-groep tot burgerwacht ? stellen gemeenten en politiekorpsen voor de vraag: hoe gaan we zo goed mogelijk om met deze initiatieven? Welke rol pakken we?

Samen Signaleren is het resultaat van een onderzoek van bureau Bervoets en bureau Beke naar nieuwe vormen van burgerinitiatieven en de recente ontwikkelingen daarin. De onderzoekers hebben zich gericht op initiatieven die daadwerkelijk door burgers zelf zijn genomen en opgezet.

Aanleidingen voor nieuwe initiatieven
De opkomst van sociale media heeft een impuls gegeven aan het ontstaan van nieuwe vormen van burgerparticipatie in sociale veiligheid. Maar ook het afnemen van straattoezicht door overheidsdiensten of een lokale toename van woninginbraken kunnen een impuls geven aan burgerinitiatieven.

Samenwerking burger en lokale overheid
*Al komt het initiatief van de burgers, in de praktijk is uiteindelijk altijd wel sprake van een samenspel tussen burger en lokale overheid. Daarin is het voor gemeente en politie soms nog zoeken naar de juiste vorm. Zij lopen tegen dilemma?s aan als zullen we regisseren of faciliteren? Gaan burgers alleen signaleren of ook proberen op te treden? Hoe zorgen we dat er geen mensen deelnemen met onzuivere motieven? In Samen Signaleren geven de onderzoekers praktische aanbevelingen voor deze samenwerking.

“Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel?, Troonrede 2013

Onderstaand rapport is ook te downloaden op Platform31

Auteurs Eric Bervoets, Tom van Ham, Henk Ferwerda

Bronnen: Platform31

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

attentie whatsapp

Politie en burgers: van informatie delen naar volwaardige samenwerking

Door: Jos? H. Kerstholt, Arnout de Vries & Roy Mente

Samenvatting
De politieorganisatie maakt steeds meer gebruik van de capaciteit, kennis en kunde van burgers, vooral in de context van Gebiedsgebonden Politiewerk (GGPW). Dit artikel geeft een overzicht van de huidige stand van zaken. We concluderen dat sociale media een steeds belangrijker rol spelen in de interactie tussen politie en burgers, wat nieuwe mogelijkheden cre?ert voor verdergaande samenwerking. Implementaties van GGPW, zoals verschillende vormen van burgerparticipatie, lijken vooral effect te hebben op sociaal-psychologische factoren als zichtbaarheid, vertrouwen en legitimiteit. Deze effecten kunnen echter wel de criminaliteitscijfers indirect be?nvloeden.

Een belangrijke pijler van Gebiedsgebonden politiewerk (GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur) is de samenwerking met burgers. Ook is er, in contrast met het traditionele politiewerk, een duidelijke verschuiving te zien van handhaving en vervolging naar preventie van criminaliteit (Gill, Weisburg, Telep, Vitter & Bennett, 2014). Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking met burgers, organisatieverandering en het oplossen van problemen. GGPW gaat dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers, maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet. De organisatieverandering houdt vooral in dat wijkagenten de ruimte moeten hebben om oplossingen af te stemmen op de lokale situatie, hetgeen vanuit de organisatie zo goed mogelijk gefaciliteerd dient te worden.

In een recente internationale studie naar de effecten van GGPW maakten Gill et al., (2014) een onderscheid in vijf indicatoren: criminaliteit, overlast, angst, tevredenheid van burgers en legitimiteit van de politie. De algemene conclusie die zij uit hun analyse trokken is dat GGPW positieve effecten heeft op de tevredenheid van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de politie, maar slechts zeer beperkte effecten op (angst voor) criminaliteit. Deze conclusie komt overeen met eerdere bevindingen: beperkte effecten op criminaliteitsreductie, maar positieve effecten op andere uitkomsten als de tevredenheid van burgers en vertrouwen in de politie (Weisburd & Eck, 2004).

Deze conclusies zijn gebaseerd op de directe effecten van GGPW, maar zoals ook is opgemerkt door Gill et al., (2014), zijn er wel aanwijzingen dat een toename van gepercipieerde legitimiteit er ook toe leidt dat burgers eerder meewerken en de criminaliteit afneemt (Bradford, Jackson & Hough, 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett & Tyler, 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de korte-termijn effecten van GGPW vooral tot uiting komen in psycho-sociale factoren als beleving en vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect hebben op het verlagen van criminaliteit.

Omdat het overzicht van Gill et al. (2014) vooral is gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten, geven we in het huidige paper een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar een?complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren naar een volgende generatie van GGPW.

Inleiding

In zowel de VS als Europa is er toenemende aandacht voor Gebiedsgebonden Politiewerk?(GGPW, Community Oriented Policing in de Engelstalige literatuur). In?tegenstelling tot het traditionele politiewerk waarbij het accent op rechts- en?ordehandhaving ligt, is binnen het GGPW-concept het betrekken van burgers in?de preventiefase van groter belang. Uit verschillende overzichtsartikelen komt?naar voren dat GGPW positieve effecten heeft op uitkomsten als de tevredenheid?van burgers, de perceptie van overlast en verloedering en de legitimiteit van de
politie, maar slechts beperkte effecten heeft op de reductie van criminaliteit (Gill,?Weisburg, Telep, Vitter & Bennett 2014; Land, Stokkom & Boutellier 2014; Weisburd?& Eck 2004).

Hoewel de directe effecten van GGPW op criminaliteitsreductie beperkt lijken,?zijn er wel indirecte effecten. Een toename van gepercipieerde legitimiteit leidt er?bijvoorbeeld toe dat burgers eerder meewerken met de politie en dat de criminaliteit?afneemt (Bradford, Jackson & Hough 2013; Mazerolle, Antrobus, Bennett &?Tyler 2013). Daarnaast werd in een recente meta-analyse van Braga, Welsh en?Schnell (2015) ook aangetoond dat reductie van overlast en verloedering tot minder?criminaliteit leidt. Al met al zijn er dus aanwijzingen dat de kortetermijneffecten?van GGPW vooral tot uiting komen in psychosociale factoren als beleving en?vertrouwen, maar dat deze effecten op de lange termijn wel degelijk een effect?hebben op het voorkomen van criminaliteit.
Omdat veel conclusies zijn gebaseerd op onderzoek in Amerikaanse buurten,?geven we in onderhavig artikel een overzicht van GGPW in Nederland, waarbij we?ook aandacht besteden aan de rol van sociale media. We streven daarbij niet naar?een complete weergave van alle evaluaties en effecten, maar het doel is vooral om?de huidige stand van zaken te schetsen als basis voor het defini?ren van vervolgstappen die nodig zijn om de samenwerking met burgers (nog meer) te verbeteren?naar een volgende generatie van GGPW.

Algemeen worden voor GGPW drie kernfactoren onderscheiden: samenwerking?met burgers, decentrale aansturing en het oplossen van problemen. GGPW gaat?dus niet over het simpelweg verbeteren van de relatie tussen de politie en burgers,?maar het richt zich specifiek op het oplossen van een probleem waarbij ook?de capaciteit en expertise van burgers (en mogelijk private partijen) worden ingezet.?De centrale vraagstelling van deze studie is derhalve welke effecten er zijn?gevonden van GGPW op zowel organisatieniveau als de directe samenwerking?met burgers.

1. GEBIEDSGEBONDEN POLITIEWERK
De belangrijkste redenen voor een landelijke implementatie van GGPW in Nederland in de jaren 90 van de vorige eeuw waren dat de politie: 1) meer direct zicht wilde hebben op relevante problemen in de wijk; 2) kon medi?ren tussen relevante belanghebbenden; en 3) meer autoriteit op kon bouwen (Boin, Van der Torre, ’t Hart, & Van der Meulen., 2003; Van der Vijver en Zoomer, 2004). De politie moest uit zijn isolement komen en het vertrouwen van burgers moest toenemen. Dus naast het bevorderen van veiligheid was het doel om via een lokale inbedding van de politie meer legitimiteit en vertrouwen van het publiek op te bouwen.
Binnen een basisteam zijn de wijkagenten sleutelfiguren voor de centrale doelen van GGPW, omdat zij in direct contact staan met de lokale gemeenschap. In principe is er ??n wijkagent per 5000 burgers, en voeren zij voor 80% van hun tijd activiteiten uit ten behoeve van de lokale gemeenschap. De wijkagenten werken daarbij samen met het basisteam, andere delen van de politieorganisatie, externe belanghebbenden en burgers.

Uit de Veiligheidsmonitor van 2014 (CBS, 2014) blijkt dat een kwart van de bewoners (zeer) tevreden is met het functioneren van de politie in de buurt wat ongeveer overeen komt met de cijfers uit 2012 en 2013. Opvallend is dat het grootste deel (42 procent) aangeeft dit niet te kunnen beoordelen. Ongeveer 40 procent van de respondenten vonden dat de politie burgers serieus neemt, bescherming biedt, reageert op problemen in de buurt en haar best doet. Slechts 20% vindt dat de politie contact heeft met bewoners in de buurt en zaken effici?nt aanpakt. Mensen zijn het meest negatief (49%) over de zichtbaarheid van de politie.

2. EFFECT STUDIES
Zowel op organisatieniveau als in de interactie met burgers speelt vertrouwen een centrale rol. Om vertrouwen te kunnen winnen is het noodzakelijk dat de politie zichtbaar en herkenbaar is?op wijkniveau. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat het vertrouwen toe kan nemen als men de wijkagent kent (Beunders, Abraham, Van Dijk & Van Hoek 2011). Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn ook eerlijkheid en rechtvaardigheid van belang (Flight, Van Andel & Hulshof, 2006). Onderzoek heeft aangetoond dat de perceptie van eerlijkheid en rechtvaardigheid belangrijker is voor de legitimiteit dan de gepercipieerde effectiviteit. Met andere woorden: de manier waarop de politie omgaat met burgers is belangrijker dan de objectieve resultaten (Hough, Jackson, Bradford, Myhill, Quinton, 2010).

2.1 Organisatie
Net als in internationale studies heeft de Nederlandse wijkagent de taak om voor veiligheid in de wijk te zorgen, daarbij samen te werken met andere partijen en burgers te activeren om met hem of haar samen te werken (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Effecten van GGPW blijken echter lastig te meten door onder meer de ambigu?teit van het concept en de doelen van GGPW (Terpstra, 2009; Van der Vijver & Zoomer, 2004). Bovendien moet het concept adequaat ge?mplementeerd zijn (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Als te vroeg wordt ge?valueerd worden eerder implementatieproblemen gemeten dan de feitelijke effecten. Een laatste complicerende factor is dat GGPW per definitie een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, waardoor effecten niet toegeschreven kunnen worden aan ??n afzonderlijke partij.

Hoewel de criminaliteit over de afgelopen jaren is gedaald (in 2014 werd zelfs acht procent minder misdrijven geregistreerd dan in 2013), is het niet duidelijk waar dit precies aan toe moet worden geschreven. Het algemene effect van GGPW had vastgesteld kunnen worden bij de invoering, maar dat heeft alleen in Haarlem plaatsgevonden (Van der Vijver en Zoomer, 2004). De effecten waren daar echter wel positief: minder criminaliteit-gerelateerde problemen, minder angst voor criminaliteit en burgers dachten positiever over de politie.

Als antwoord op het ambigue karakter van GGPW, analyseerde Terpstra (2011) de dagelijkse praktijk van wijkagenten en concludeerde dat er een discrepantie is tussen de theorie en de praktijk. Werkgebieden zijn vaak groot, er is slechts beperkte tijd om op straat door te brengen, en er is in het algemeen weinig beleid over hoe GGPW toegepast zou moeten worden. Hierdoor is het contact met burgers doorgaans beperkt en in de praktijk zijn wijkagenten slechts ge?nteresseerd in ??n specifieke vorm van burgerparticipatie: burgers als bron van informatie.

Rol van sociale media
Door technologische innovaties verandert de interactie tussen burgers en organisaties, zowel priv? als zakelijk. Steeds meer mensen, en ook de organisaties waar zij mee interacteren, gebruiken digitale communicatiemiddelen. Sociale media zijn ontwikkeld om de dialoog met een groot publiek te verbeteren (?many-to-many? interactie?) (Bertot, Jaeger & Hansen, 2012) Door sociale media kan op een snelle manier met een grote groep mensen worden ge?nteracteerd en het toenemende gebruik ervan binnen de politie heeft waarschijnlijk een grote invloed op de relatie met burgers.
Het eerste politie account op Twitter werd geregistreerd op 24 juli 2009 en in maart 2012 waren er 1000 accounts, waarvan 755 van wijkagenten (Meijer, Grimmelikhuijsen, Fictorie, Thaens & Siep, 2012). Die 1000 politieaccounts hadden meer dan 770.000 volgers, dus een gemiddelde van 770 volgers per account. In maart 2011 was dit toegenomen naar 150.000 volgers. In de loop van 2015 zijn er al meer dan 2000 politie accounts met gezamenlijk meer dan 4 miljoen volgers en zit de meerderheid van de wijkagenten op Twitter. Het aantal Twitter accounts en volgers is dus duidelijk snel aan het toenemen wat Twitter en andere social media platformen zoals Facebook, tot een serieuze communicatiemiddelen maakt, zowel voor het uitwisselen van informatie als voor het opbouwen en het onderhouden van een vertrouwensrelatie.

Twitterende wijkagenten spenderen tussen 10 en 30 minuten per dag aan het zelf sturen van een tweet of het reageren op tweets van anderen (Meijer et al., 2012). De inhoud van de tweets gaat over waar ze op dat moment mee bezig zijn, en kan gaan over wijkgerelateerde criminaliteit of aanhoudingen. Ongeveer 80% van de twitterende wijkagenten zegt te twitteren over tips met betrekking tot preventie, een kwart vraagt burgers mee te denken met specifieke vraagstukken, en slechts een klein deel zegt over priv?-zaken te twitteren. Vaak melden wijkagenten overigens wel dat ze met vakantie gaan om daarmee aan te geven dat reacties wat langer op zich kunnen laten wachten of ze verwijzen naar een collega. De wijkagenten hoeven slechts vrij globale richtlijnen te volgen bij het opstellen van tweets, maar vaak wordt hun twittergedrag wel gevolgd vanuit de organisatie en in sommige korpsen heeft het management ook toegang tot de accounts van de wijkagenten. Ook op lokaal niveau volgen wijkagenten elkaar vaak waardoor zij kennis kunnen delen en ook weet hebben van actuele zaken die in andere wijken spelen.

2.2 Burgerparticipatie
Binnen het concept van GGPW is er een breed scala aan mogelijkheden om burgers te betrekken bij politietaken en zo samen te werken aan het verhogen van de veiligheid in de buurt. Land, Stokkom en Boutellier (2014) maakten in een recent overzicht een onderscheid in zeven vormen van burgerparticipatie in het politiedomein:

  • 1) Toezicht: informele sociale controle in de (semi) openbare ruimte waarbij, mogelijk met behulp van technologie, ongewenste situaties gecommuniceerd kunnen worden (bijvoorbeeld buurtwachten en ?Whatsappgroepen);
  • 2) Opsporing: informatie verzamelen ten behoeve van de opsporing van verdachte personen en zo criminaliteit en overlast actief tegengaan (bijvoorbeeld Opsporing Verzocht);
  • 3) Zorg voor de openbare ruimte: verbeteren en verfraaien van de openbare ruimte (bijvoorbeeld bewonersbudgetten, Opzoomer-achtige projecten);
  • 4) Conflictbemiddeling: bewoners met vaardigheden uitrusten om zelf onderlinge conflicten op te lossen en zo de woonoverlast in buurten terug te dringen (bijvoorbeeld buurtbemiddeling);
  • 5) Contactbevordering: contact bevorderen tussen bewoners of tussen bewoners en de politie en zo het onderlinge vertrouwen vergroten (bijvoorbeeld gedragscodes);
  • 6) Informatiebemiddeling: informatie verzamelen en toegankelijk maken (bijvoorbeeld Politie-app);
  • 7) Beleidsbe?nvloeding: vergroten van de zeggenschap van burgers bij de totstandkoming van beleid gepaard aan coproductie in de uitvoering van beleid (bijvoorbeeld Buurt Bestuurt en Veilige Buurten Teams).

De categorisatie die door Land et al. (2014) is voorgesteld hebben we langs twee dimensies gestructureerd: betrokkenheid van burgers en veiligheidsdomein. Voor de betrokkenheid van burgers hebben we de participatieladder gebruikt zoals die in eerste instantie is beschreven door Arnstein (1969). Arnstein (1969) maakte een onderscheid in 8 typen van burgerbetrokkenheid. De onderste sporten van de ladder zijn ?manipulatie? en ?therapie? en aangezien dit geen vormen van participatie zijn zoals hier bedoeld hebben we deze twee vormen buiten beschouwing gelaten. De derde en vierde sport geven burgers een stem: informeren en consulteren. Informeren wordt meestal gedaan via instrumenten als nieuwsberichten, flyers of posters, terwijl het consulteren kan gebeuren via vragenlijsten of openbare bijeenkomsten. Op de vijfde sport (bedaren of tevredenstellen) beginnen burgers wat invloed te krijgen. Op dit niveau kan burgers om advies worden gevraagd hoewel ze geen?daadwerkelijke macht hebben omdat ze geen beslissingen nemen. Op de laatste sporten (6: partnerschap, 7: gedelegeerde macht en 8: burger controle) hebben burgers daadwerkelijk invloed omdat hier sprake is van een herverdeling van de macht via onderhandelingen tussen burgers en machthebbers. Voor ons doel hebben we een driedeling gemaakt voor de mate van burgerparticipatie: 1) informeren en consulteren; 2) adviseren; en 3) co-produceren/ meebeslissen. Daarnaast hebben we een onderscheid gemaakt in het veiligheidsdomein waarbinnen burgerparticipatie plaatsvindt: preventie, handhaving, opsporing en het hogere niveau ?kwaliteit van leven? (zie Tabel 1).

tabel1

Tabel 1: Overzicht vormen van burgerparticipatie gerelateerd aan mate van invloed en domein Informeren/ consulteren Adviseren Co-produceren/ meebeslissen Preventie Informatiedeling Toezicht (bv burgerwacht) Handhaving Alertering (bv Burgernet) Beleidsbe?nvloeding (bv Buurt Bestuurt) Opsporing Burgeronderzoek (bv meedenken met lopende zaken) Kwaliteit van leven Conflictmediatie Zorg openbare ruimtes (bv wijkbudgetten)

De rol van sociale media is voor alle vormen van burgerinitiatieven toegenomen. Daarbij is het van belang om op te merken dat online en offline participatie niet onafhankelijk zijn van elkaar. Online participatie moet gezien worden als een aanvulling op offline participatie in plaats van een vervanging. Een voorbeeld van deze toegevoegde waarde is het?alerteringssysteem Burgernet, een instrument waarmee de politie burgers kan vragen om uit te kijken naar specifieke personen. Burgernet kan via Twitter worden gevolgd en de registratie gebeurt online, maar voor de alertering wordt gebruik gemaakt van de telefoon en SMS en is er sinds kort ook een app. Als burgers na een melding een gezochte persoon hebben gesignaleerd kunnen ze dit aan de meldkamer doorgeven, waardoor de politie mogelijk het zoekgebied weer aan kan passen. Er kan dus een mix van instrumenten worden gebruikt die optimaal is afgestemd op de specifieke situatie die zich voordoet.

1. Informeren en consulteren
De mogelijkheden om informatie met burgers te delen zijn enorm toegenomen met de komst van sociale media. Uit onderzoek van Veltman (2011) bleek bijvoorbeeld dat volgers op Twitter een positiever beeld hebben van de politieorganisatie. Deze positieve effecten werden echter niet alleen voor Twitter gevonden maar eigenlijk in alle gevallen dat de politie gericht informatie deelde met burgers en hen betrok bij lokale politiezaken. Twitter bleek geen toegevoegde waarde te hebben in het vergroten van vertrouwen maar er werd wel een klein effect gevonden op de gepercipieerde legitimiteit van de politie (Boverman, Van Duijn, De Graaf & Ritzema, 2011). Bovendien leidde het gebruik van Twitter tot een toename van gepercipieerde autoriteit, vooral voor wat betreft effectiviteit, zichtbaarheid en controleerbaarheid.

Een voorbeeld van een project in het preventiedomein zijn buurtpreventie- of interventieteams, waarbij burgers surveilleren in een publieke ruimte om vroegtijdig crimineel gedrag te detecteren of om crimineel gedrag te voorkomen (door bijvoorbeeld buurtbewoners te informeren dat er een raam open staat). Het doel is om potenti?le criminelen af te schrikken of aanstootgevend gedrag te be?nvloeden. Deze buurtwachten kunnen ondersteund worden door bijvoorbeeld Whatsapp. Het effect van buurtwachten is tot op heden niet aangetoond omdat de implementatie vaak een combinatie van interventies betrof (een uitzondering hierop vormt een recent onderzoek van de Universiteit van Tilburg waarin werd aangetoond dat het aantal woninginbraken daalde als gevolg van Whatsapp groepen (Akkermans & Vollaard, 2015)). Deelnemers waren echter wel positief over de inzet van buurtwachten, omdat ze meer veiligheid ervaren en hun gevoel van controle over de buurt is toegenomen. Dit geldt echter niet voor alle wijken. Voor sommige wijken nam het gevoel van onveiligheid zelfs toe, mogelijk in wijken waar het niveau van vertrouwen laag is (Eijck, 2013).

Voor burgerparticipatie binnen het opsporingsdomein wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van moderne technologie?n als sociale media, apps en Facebook, waardoor zowel snelheid als effici?ntie van de informatie-uitwisseling is toegenomen (Meijer et al. 2012). Via deze communicatiemiddelen wordt burgers meestal gevraagd of ze iets gezien of gehoord hebben, maar burgers zouden ook zienswijzen kunnen genereren over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn. Door hun grotere afstand van een zaak, zouden burgers meer onconventionele of creatieve scenario?s (opsporingshypothesen) kunnen verzinnen, wat vervolgens het opsporingsproces een nieuwe impuls kan geven. Zo staat er op de politiesite (politie.nl) een aantal dossiers met informatie over zaken (bijvoorbeeld over de incidenten bij Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle). Burgers wordt expliciet gevraagd tips te geven of mogelijke scenario?s te genereren. Ook kunnen burgers aangeven of zij op de hoogte willen worden gehouden van het verloop van de zaak.

Binnen de handhaving zijn een scala aan instrumenten beschikbaar die worden ingezet voor het signaleren van specifieke personen, waarvan Burgernet en Amber Alert waarschijnlijk de meest bekende zijn. Amber Alert wordt specifiek ingezet voor vermiste kinderen, terwijl Burgernet meer algemeen wordt ingezet. Hoewel het lastig is om effecten specifiek aan de input van burgers toe te schrijven suggereren Cornelissen en Ferwerda (2010) dat het aantal criminelen dat op heterdaad wordt betrapt toe is genomen door de inzet van Burgernet. Een aanvullend effect is dat burgers zich veiliger voelen door Burgernet omdat hun gevoel van controle is toegenomen. Burgers zijn over het algemeen positief over hun deelname, zijn meer alert op verdachte situaties en hebben een positiever beeld van de politie (Cornelissen & Ferwerda, 2010).

Meijer et al. (2011) onderzochten het verschil tussen Twitter en Burgernet en concludeerden dat Twitter van toegevoegde waarde is op SMS en telefoon. Het gebruik van Twitter had een positief effect op de betrokkenheid van burgers maar omdat er minder aandacht aan Twitter wordt besteed dan aan SMS of de telefoon, beperkte het effect zich tot situaties die minder tijd-kritisch zijn. Twitter kan worden gezien als een technologie die ondersteunend is voor de zwakkere verbindingen in sociale netwerken (weak ties) en is daarmee aanvullend op technologie?n die de sterke verbindingen ondersteunen zoals SMS en telefoon.

2. Adviseren
Bij de middelste categorie van de participatieladder hebben burgers wat meer invloed. Projecten die hier binnen vallen gaan vaak over het vergroten van de leefbaarheid van een wijk. Bij projecten die zich op de openbare ruimte richten kunnen twee subcategorie?n worden onderscheiden: gedragscode projecten en wijkbudgetten (Land et al., 2014). Voor beide subcategorie?n geldt dat het doel is om de sociale en fysieke leefbaarheid van de omgeving te bevorderen. Vooral de fysieke aspecten (schoon, heel en werkzaam) zijn van invloed op gevoelens van veiligheid (Blokland 2009). Een programma in Rotterdam (Opzoomeren, later ?Mensen maken de stad? genoemd) is exemplarisch voor beide subcategorie?n omdat zowel stadsetiquette als wijkbudgetten er onderdeel van uitmaken (Land et al., 2014). In dit programma kunnen burgers allerlei kleinschalige initiatieven bedenken om de leefbaarheid van hun woonomgeving te verbeteren zoals betere verlichting, onderhoud aan voortuinen, maar ook het bevorderen van onderling contact. Basisidee is dat burgers elkaar beter leren kennen door samen activiteiten te ondernemen zoals samen de groenvoorziening onderhouden of het organiseren van buurtfeesten. Daardoor neemt niet alleen de leefbaarheid en veiligheid toe maar ook de sociale cohesie.

3. Co-produceren/ meebeslissen
In de laatste categorie (co-produceren/ meebeslissen) vallen projecten waarin burgers daadwerkelijk invloed hebben op het beleid en problemen gezamenlijk worden aangepakt. Er zijn een aantal projecten in deze categorie waarbij ?Buurt Bestuurt? in Rotterdam waarschijnlijk wel de invloedrijkste is. ?Buurt Bestuurt? begon in 2009 met als belangrijkste doel om het publieke vertrouwen in de lokale overheid (waaronder de politie) te herstellen, om de problemen te identificeren die bewoners het belangrijkste vonden, en om samen oplossingen te bedenken. Als zodanig is het gebaseerd op het Britse ?reassurance policing? concept (Eysink Smeets, Moors, Jans & Schram, 2013).
Burgers die aan ?Buurt Bestuurt? deelnemen hebben het gevoel dat zij een zinvolle bijdrage leveren aan het oplossen van problemen in de wijk, zij ervaren dat de samenwerking met professionals verbetert en hebben ook meer vertrouwen in professionals. Het aantal mensen dat actief bijdraagt aan Buurt Bestuurt is echter vrij klein en niet representatief voor de gehele wijk. Dit lage percentage actieve burgers is waarschijnlijk ook de reden dat er geen meetbare effecten op wijkniveau zijn gevonden (Eysink Smeets et al. 2013).

3. CONCLUSIES

3.1 Organisatie
Wil GGPW succesvol zijn dan moeten oplossingen optimaal zijn afgestemd op de lokale context, en op de behoeften van burgers en andere relevante belanghebbenden. Omdat deze aspecten vari?ren over wijken, hebben wijkagenten discretionaire ruimte nodig: zij moeten de ruimte hebben om, binnen algemene kaders, zelf beslissingen te nemen op basis van hun inschatting van de lokale situatie. Aan de andere kant moet de positie en het functioneren van de wijkagent goed worden ingebed in de organisatiestructuur van de Nationale politie. Voor maximale flexibiliteit is GGPW het best gebaat bij een relatief platte organisatiestructuur, die zo goed mogelijk een genetwerkte vorm van samenwerking faciliteert en ondersteunt.
Onafhankelijk van de organisatiestructuur is vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen burgers en politie. Lokale zichtbaarheid en rechtvaardigheid zijn kernwaarden om het vertrouwen van burgers te bevorderen.
Sociale media kunnen een goede bijdrage leveren aan zichtbaarheid en herkenbaarheid als aanvulling op de fysieke aanwezigheid van agenten in de wijk. Steeds meer wijkagenten gebruiken bijvoorbeeld Twitter en dit heeft een grote impact op de interactie tussen burgers en politie. Door de snelle en directe communicatie kunnen burgers steeds beter betrokken worden, maar aan de andere kant maakt toenemende zichtbaarheid ook kwetsbaarder, onder meer door de vage scheidslijn tussen priv? en zakelijke informatie-uitwisseling.

Dit alles neemt niet weg dat er een duidelijke maatschappelijke trend is om meer gebruik te maken van het enorme potentieel aan capaciteit, kennis en kunde die burgers te bieden hebben. De vraag is daarom niet ?f organisaties met deze trend mee moeten gaan maar meer hoe structuur, cultuur en werkwijze zo goed mogelijk aangepast kunnen worden om de switch naar een meer genetwerkte manier van optreden te kunnen maken.

3.2 Burgerparticipatie
Er is een groot scala aan initiatieven waarin wordt samengewerkt met burgers. We hebben in ons overzicht een onderscheid gemaakt in drie categorie?n die een toenemende invloed van burgers laten zien: informatie/consulteren, adviseren en co-productie/meebeslissen. De meeste?initiatieven bevonden zich in de eerste categorie, wat betekent dat de daadwerkelijke invloed van burgers nog niet zo groot is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk omdat de politie, samen met de militaire organisatie, een geweldsmonopolie heeft en burgers slechts tot op zekere hoogte bij kunnen dragen. Aan de andere kant is er wellicht ook wel meer interactie mogelijk en wenselijk om burgers meer te betrekken bij het oplossen van veiligheidsproblemen in hun eigen leefomgeving.
Een algemeen probleem bij participatieprojecten is dat slechts een beperkt aantal burgers bereid is om zich in te zetten en dat die groep niet representatief is voor de totale gemeenschap (hoewel mogelijk wel voor de problemen die er spelen). E?n van de oplossingsrichtingen is om beter aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Een mooi voorbeeld is WAAKS, waarbij hondenbezitters worden gevraagd om tijdens het uitlaten van hun hond extra op te letten en verdachte signalen door te geven aan de politie. Een win-win situatie die weinig extra inspanning kost: de hond moet toch worden uitgelaten, de hondenbezitter heeft zijn of haar bijdrage geleverd aan de veiligheid in de wijk en de politie heeft er extra oren en ogen bij.

3.3 Effectmeting
De effecten van (implementaties van) GGPW zijn lastig vast te stellen. Een van de redenen is dat er een focus is op criminaliteitsreductie in plaats van wijk-gerelateerde indicatoren (Van der Vijver & Zoomer, 2004). Criminaliteitsbestrijding wordt nog vaak gezien als het ?echte? politiewerk en is ook makkelijker te meten. Toch was het doel van GGPW, naast het verlagen van criminaliteit, ook om het vertrouwen van burgers en de legitimiteit van de politie te vergroten. Dus een eerste vereiste voor het meten van effecten is dat het doel van GGPW duidelijk wordt vastgesteld. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat sociaal-psychologische factoren als gepercipieerde legitimiteit en vertrouwen indirect wel een invloed hebben op criminaliteit (Braga et al., 2015; Gill et al., 2014). Ook om deze reden is het van belang om niet alleen naar criminaliteitscijfers te kijken maar ook naar andere indicatoren zoals bekendheid in de buurt en mate van samenwerking in het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen. Deze meer korte termijn effecten kunnen vervolgens bijdragen aan de meer lange termijn effecten zoals de reductie van criminaliteit.

Referenties
Akkermans, M. & Vollaard, B. (2015) Effect van het WhatsApp-project in Tilburg op het aantal woninginbraken ? een evaluatie. Onderzoeksrapport Universiteit Tilburg.
Arnstein, S. R. (1969) A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216-224.
Bertot, J. C., Jaeger, P. T., & Hansen, D. (2012) The impact of polices on government social media usage: Issues, challenges, and recommendations. Government Information Quarterly, 29(1), 30-40.
Beunders, H.J.G., M.D. Abraham, A.G. van Dijk & A.J.E. van Hoek (2011) Politie en publiek. Een onderzoek naar de communicatievormen tussen burgers en blauw. Amsterdam: Reed Business.
Blokland, T. (2009). Oog voor elkaar: veiligheidsbeleving en sociale controle in de grote stad. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Boin, R. A., van der Torre, E. J., Paul ’t Hart, & van der Meulen, M. J. (2003) Blauwe bazen: het leiderschap van korpschefs. Politie & Wetenschap.
Boverman, E., Van Duijn, L., De Graaf, P. & Ritzema, J. (2011). Politie, twitter en gezag. Warnsveld: Politie Nederland.
Bradford, B., Jackson, J. & Hough, M. (2013). Police Legitimacy in Action: Lessons from Theory and Practice?, in Reisig, M. & Kane, R. (eds.) The Oxford Handbook of Police and Policing. Oxford: Oxford University Press.
Braga, A. A., Welsh, B. C., & Schnell, C. (2015). Can Policing Disorder Reduce Crime? A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Research in Crime and Delinquency, 52(4), 567-588.
Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) (2014). Integrale Veiligheidsmonitor 2014. Zoetermeer.
Cornelissen, A. & H. Ferwerda (2010). Burgerparticipatie in de opsporing. Een onderzoek naar aard, werkwijzen en opbrengsten. Apeldoorn: Politie & Wetenschap en Arnhem: Bureau Beke.
Eijk, G. Van (2013). Veiliger door de buurtwacht? Over de veiligheidsbeleving van burgerparticipanten en het belang ervan voor lokaal veiligheidsbeleid. Tijdschrift voor Veiligheid, 12, 20-33.
Eysink Smeets, M., Moors, H., Jans, M. & Schram, K. (2013). De bijzondere belofte van Buurt Bestuurt. Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties
Gill, C., Weisburd, D., Telep, C. W., Vitter, Z., & Bennett, T. (2014). Community-oriented policing to reduce crime, disorder and fear and increase satisfaction and legitimacy among citizens: a systematic review. Journal of Experimental Criminology, 10(4), 399-428.
Flight, S., van den Andel, A. & Hulshof, P. (2006) Vertrouwen in de politie. Een verkennend onderzoek. Amsterdam: DSP-Groep.
Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust, and institutional legitimacy, Policing: A Journal of Policy and Practice, 203-210.
Land, M. van der, Stokkom, B. van, Boutellier, H. (2014). Burgers in veiligheid: Een inventarisatie van burgerparticipatie op het domein van de sociale veiligheid [Citizens in security: Inventarisation of citizen involvement in the security domain]. Den Haag: Research and Documentation Centre (WODC) (in Dutch).
Mazerolle, L., Antrobus, E., Bennett, S., & Tyler, T. R. (2013). Shaping citizen perceptions of police legitimacy: A randomized field trial of procedural justice. Criminology, 51(1), 33-63.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S., Bos & Fictorie, D. (2011). Burgernet via Twitter. Onderzoek naar de waarde van dit nieuwe medium. Report University of Utrecht.
Meijer, A.J., Grimmelikhuijsen, S.G., Fictorie, D., Thaens, M. & Siep, P. (2012). Politie & sociale media: Van hype naar onderbouwde keuzen. Apeldoorn: Politie en Wetenschap.
Terpstra, J. (2009). Community policing in practice: ambitions and realization. Policing, 4, 64-72.
Van der Vijver, K., & Zoomer, O. (2004). Evaluating community policing in the Netherlands. European journal of crime, criminal law and criminal justice, 12(3), 251-267.
Veltman, L. (2011). Twitterende wijkagenten en de beleving van burgers: Een onderzoek naar de effecten van een twitterende wijkagent. Masterscriptie Public Administration. Enschede: University of Twente.
Vries de, M.S., Vijver van der, C.D., (2002). Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie.
Weisburd, D., & Eck, J. E. (2004). What can police do to reduce crime, disorder, and fear?. The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 593(1), 42-65.

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het Europese project INSPEC2T (Inspiring CitizeNS Participation for Enhanced Community PoliCing AcTions);

Bronnen: Tijdschrift voor Veiligheid 2015 (14)

Politie theater in met moord

Speciale ‘voorstellingen’ om burger te betrekken bij werk

Lieke Jongbloed Den Haag De politie gaat het theater in om met speciale ‘voorstellingen’ het publiek meer te betrekken bij het dagelijkse werk van agenten. Het korps sluit niet uit dat in de toekomst deze manier zelfs gebruikt gaat worden om vastgelopen onderzoeken nieuw leven in te blazen.

Met de eerste bijeenkomst op 9 november in het Theater aan het Spui in Den Haag krijgen de aanwezigen, die zich wel speciaal moeten aanmelden, al een exclusief kijkje achter de schermen in het onderzoek naar de dodelijke overval op de Haagse juwelier Ruud Stratmann.

lapidee

Zijn zaak Lapidee aan de Beeklaan werd op 25 april 2012 overvallen door twee mannen die met een wapen de goudsmid neerschoten. Vervolgens vluchtten de twee zonder buit de winkel weer uit om met een derde verdachte weg te rijden. Hierna volgde een ware klopjacht op het duo. De politie bracht al vrij snel zeer duidelijke foto’s naar buiten, die afkomstig waren van een beveiligingscamera.

De kille daad zorgde voor een schok in de samenleving. Dit staat bij zo veel mensen nog op het netvlies gebrand. Niet alleen in Den Haag, maar ook ver daarbuiten. Daarom hebben we hier als eerste voor gekozen, ook omdat we hopen dat uit de hele regio aanmeldingen komen , legt woordvoerster Chantal Marg?s uit.

De weduwe van Stratmann, die vanuit haar woning boven de zaak precies kon horen hoe haar man werd overvallen, is door de politie op de hoogte gebracht van de plannen en zal voor 9 november de presentatie persoonlijk te zien krijgen.

Deze overvallers waren tikkende tijdbommen. Ze schuwden geen dodelijk geweld om, op zoek naar buit, nog meer slachtoffers te maken, geeft de onderzoeksleider Ren? Smulders al mee als voorproefje op de uitleg over de klopjacht op de daders door het veertigkoppige team.

Op de avond in het theater zal de teamleider van het onderzoek zeer uitgebreid vertellen over de zaak die begon op het moment dat het angstige telefoontje van de weduwe binnenkwam. Ook komt er een rechercheur van de dienst forensische opsporing op het podium vertellen over de zaak en geeft daarbij een masterclass. Maar er zullen ook veel elementen zijn waarbij er interactie is met de zaal , vertelt Marg?s.

Hoewel de avond in het theater is gepland, zal de hele overval niet door echte acteurs worden nagespeeld. Wel worden er beelden vertoond rond het fatale schot. Kaarten zijn overigens gratis, maar moeten wel worden aangevraagd via een e-mail naar de politie. De aanmelders krijgen vervolgens een toegangsbewijs thuis met meer informatie over de avond.

De politie liet gisteren weten nog meer bijeenkomsten te plannen in de toekomst onder de naam Politie Den Haag Exclusief, waarbij spraakmakende onderzoeken worden belicht en wordt verteld over de vaak lastige afwegingen die de agenten moeten maken. Marg?s: We willen even afwachten of dit een succes wordt en dan ongeveer een keer per jaar zoiets organiseren. Het is niet uit te sluiten dat we hierbij ook nog niet afgeronde onderzoeken meenemen. Je kunt dit namelijk op verschillende manieren inzetten.

Bronnen:?De Telegraaf (13 okt 2015)

Een gesloten binnenwereld en een kritische buitenwereld – burgerparticipatie in de opsporing

Een exploratief onderzoek naar de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing. – Auteur: Martin Boezen, 2015.

De probleemstelling van dit onderzoek was:
Wat is er bekend over de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en welke verklaringen zijn er voor deze attitudes?

Door het uitvoeren van het literatuuronderzoek en het spreken van verschillende respondenten met verschillende achtergronden is deze probleemstelling beantwoord. Bij het inzichtelijk maken van de cognitieve -, affectieve – en conatieve componenten is tevens oog en oor geweest voor mogelijke verklaringen hieromtrent. In het vorige hoofdstuk werd dit inzicht en deze verklaringen reeds uitgebreid beschreven, tevens werden hier enkele tussenconclusies beschreven.

Resumé
Uit dit onderzoek is dan ook gebleken dat de cognitieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede bestaat uit verschillende aspecten. Zo is het kader waarin de kennis van de politie en burgerparticipatie in de opsporing wordt geplaatst gekleurd door culturele, historische en communicatieve factoren. Deze factoren verschillen tussen enerzijds het attitude-object en anderzijds de Marokkaanse gemeenschappen: de grofmazige – ten opzichte van de fijnmazige cultuur en de historische achtergrond van verzet en wantrouwen tegen de regering.

De affectieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede bestaat uit gevoelens van wantrouwen en onbetrokkenheid uit schaamte en uit angst voor gezichtsverlies. Tot slot bestaat de conatieve component van de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede uit onmacht, praktische overwegingen zoals angst voor de consequenties en de pragmatische overwegingen waarbij een keuze moet worden gemaakt tussen de gesloten binnenwereld en de kritische buitenwereld.

Conclusies
Er kan geconcludeerd worden dat de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede een sterke attitude bezitten ten opzichte van het attitude-object: burgerparticipatie in de opsporing. Deze attitude beïnvloedt het gedrag van de Marokkaanse gemeenschappen, met als resultaat dat de mate van burgerparticipatie in de opsporing van deze gemeenschappen zeer beperkt is. Holland, Verplanken en Van Knippenberg (2002) schreven dat een sterke attitude leidend is bij gedrag en dat sterke attitudes herkenbaar zijn en resistent zijn tegen tijd en verandering. Dit komt overeen met de resultaten uit dit onderzoek. Ook in dit onderzoek waren de attitudes herkenbaar en resistent tegen tijd en verandering. De attitude van de gemeenschappen is te omschrijven als negatief. Een positieve attitude hoeft echter ook niet te leiden tot bepaald gedrag. Zowel een positieve als een negatieve attitude hoeven niet te leiden tot bepaald gedrag.

De Marokkaanse gemeenschappen zijn te omschrijven als los zand, maar toch sluiten de gelederen zich wanneer zij slecht in het nieuws komen. Zo lang het besef er niet is dat er een criminaliteitsprobleem onder Marokkaanse jongens is of zo lang dit genegeerd wordt. Zo lang de slachtofferrol gehanteerd wordt, wordt het zeer moeilijk om de pragmatische overwegingen in gedrag om te zetten. De besloten binnenwereld dient opengebroken te worden, er dient vertrouwen gewonnen te worden door de kritische buitenwereld. Tot een oplossing hiervoor is echter niet eenvoudig te komen.

De ontwikkeling van inbraken binnen de eigen gemeenschappen doen wellicht overgaan tot burgerparticipatie in de opsporing. Zodoende kunnen de gemeenschappen hun gedragsintentie bijstellen en hun mate van burgerparticipatie in de opsporing verhogen, waarna een positieve houding kan volgen en de kennis kan worden bijgesteld. Echter, uit dit onderzoek blijkt dat de attitude zeer sterk is waardoor verandering erg moeilijk wordt, tevens is het culturele, fijnmazige kader zeer sterk bij de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede. Wanneer de huidige verhoudingen tussen de politie en de Marokkaanse gemeenschappen niet wijzigen zal de attitude van de Marokkaanse gemeenschappen eveneens niet wijzigen.

Het lijkt een vicieuze cirkel. De criminaliteit onder specifieke Marokkaanse jongens gaat gestaag door. De politie reageert door Marokkaanse jongens in de gaten te houden. De Marokkaanse jongen brieft dit door binnen de gemeenschappen. Dit levert angst voor schaamte op bij de Marokkaanse gemeenschappen, waardoor de gelederen van de besloten binnenwereld sluiten. Het onbegrip van de kritische buitenwereld over deze geslotenheid vergroot: het stigmata verhard en de partijen lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan. De angst voor uitsluiting, schaamte, gezichtsverlies en andere repercussies is dusdanig groot binnen de Marokkaanse gemeenschappen dat een kritische, zelfreinigende blik uitblijft. Wellicht zijn de Marokkaanse gemeenschappen trots en hebben ze een groot gevoel voor onrecht. Zolang de façadecultuur gehandhaafd blijft zijn de Marokkaanse gemeenschappen moreel failliet zoals Ahmed Marcouch (2013) verwoordde in zijn roep de zwijgzame massa te doen spreken.

Aanbevelingen
Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek kunnen diverse aanbevelingen gedaan worden. Zoals reeds werd beschreven bezitten de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede sterke attitudes ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en de politie. De aanbevelingen die in dit hoofdstuk worden opgesomd zullen niet zorgen voor een acute verandering in de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in Culemborg en Ede. Er mag ook niet verwacht worden dat de sterke attitudes met enkele aanpassingen veranderd kunnen worden, zoals reeds werd beschreven zijn sterke attitudes herkenbaar aan resistentie tegen verandering (Holland et al., 2002). De volgende aanbevelingen kunnen echter wel bijdragen aan een betere verstandhouding en kunnen wellicht op de lange termijn zorgen voor kleine, maar gestage veranderingen in de attitudes.

Aanbeveling 1:
Een goede basisopleiding voor politieambtenaren waarin veel aandacht besteed wordt aan multiculturele vraagstukken.

De politieorganisatie heeft talloze initiatieven ingesteld om huidige politieambtenaren te onderwijzen in multiculturele vraagstukken. Echter, zo blijkt uit dit onderzoek, is het de fase van aspirant waarin de eerste contacten tussen de Marokkaanse gemeenschappen en de politie tot stand komt. Er kan afgevraagd worden of het gewenst is om begrip te creëren en inzicht te geven in multiculturele vraagstukken wanneer er reeds een eerste indruk is bepaald. Met andere woorden: komen de huidige initiatieven wellicht te laat? Deze aanbeveling is vooral gericht aan de politieacademie en de ‘blauwe tak’ van de politieorganisatie.

Aanbeveling 2:
Wees bewust van het ‘spel’

Op straat wordt de houding ten opzichte van de politie vooral duidelijk tijdens het spel van de Marokkaanse jongen en de politieambtenaar. Door bewustwording van dit ‘spel’ kan er ingespeeld worden op de verstandhouding tussen politie en de gemeenschappen. Hierbij zijn enkele punten zeer belangrijk zo bleek uit de bevindingen van dit onderzoek: Wees bewust van niet willekeurigheid met betrekking tot staande houdingen van Marokkaanse jongens. En: Bij contact met personen van Marokkaanse herkomst: benadruk de gezaghebbende rol van de politie en leg beslist geen nadruk op de fictieve machthebbende rol. Deze aanbeveling geldt voor zowel de handhaving als de opsporing. De opsporingspraktijk dient rekening te houden met het spel dat Marokkaanse verdachten kunnen spelen tijdens het verhoor. Door bewustwording kan ingespeeld worden op dit spel. De verdere uitwerking van deze bewustwording valt echter buiten de
doelstelling van dit onderzoek.

Aanbeveling 3:
Doelgerichte communicatie: Verbeter de communicatie omtrent burgerparticipatie in de opsporing wanneer de Marokkaanse gemeenschappen de doelgroep zijn.

De bevindingen uit dit onderzoek logen er niet om. De communicatie van de politie voldoet niet aan de eisen van interculturele communicatie. De huidige opsporingscommunicatie kan omschreven worden als “iets over de schutting gooien”. De Nederlandse, grofmazige waarden zijn zeer duidelijk aanwezig in de communicatie van de politieorganisatie. Doelgroepgerichte communicatie is dan ook zeer aan te bevelen. Deze laatste aanbeveling geldt voor de opsporingspraktijk en specifieker voor de opsporingscommunicatie.

Aanbeveling 4:
Vervolgonderzoek

Er zijn tal van vervolgonderzoeken te formuleren. De meest belangrijke in de ogen van deze onderzoeker is het onderzoeken van verschillen in attitudes tussen verschillende Marokkaanse gemeenschappen in verschillende steden. Nu doet wellicht de vraag rijzen: is dat niet onderzocht tijdens dit onderzoek? De aanbeveling voor vervolgonderzoek richt zich met name op verschillen tussen attitudes. Met andere woorden: waarom hebben bepaalde Marokkaanse gemeenschappen in bepaalde steden of dorpen een andere attitude ten opzichte van burgerparticipatie in de opsporing en hoe valt dit te verklaren. Deze verklaringen kunnen bijdragen aan de verandering van de attitudes van de Marokkaanse gemeenschappen in bijvoorbeeld Culemborg en Ede. Door deze verklaringen te analyseren kunnen mogelijk inzichten verworven worden waarop de politieorganisatie kan inzetten.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425148&doc=eengeslotenbinnenwereldeneenkritischebuitenwereld-200909070034&type=d]

Bron: Politieacademie

Burgerparticipatie in strijd tegen woninginbraken

Auteur: M.A.R. Sinke

Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een onderzoek dat is gedaan in opdracht van het Ministerie van Veiligheid & Justitie naar factoren die leiden tot een effectieve aanpak van woninginbraken.
Hiertoe is in samenspraak met de opdrachtgever de aanpak van de Best of Three Worlds (B3W), bestaande uit probleemgericht werken, informatiegestuurde politie en burgerparticipatie, als
uitgangspunt genomen voor een effectieve aanpak. Vervolgens is op zes locaties in het land onderzoek gedaan naar factoren die leiden tot een effectieve aanpak van woninginbraken. De B3W-aanpak berust op drie pijlers, waaronder burgerparticipatie. Dit deelonderzoek heeft zich derhalve gericht op de vraag:

‘Op welke manier kan burgerparticipatie bijdragen aan een effectieve aanpak van woninginbraken?’.

Deze vraag is beantwoord door voornamelijk kwalitatief onderzoek te doen. In eerste instantie is in de literatuur gebleken dat burgers van grote waarde kunnen zijn in de aanpak van woninginbraken en dat de politieleiding die meerwaarde onderkent. Burgers kunnen bijdragen aan het voorkomen van inbraken, het vergroten van de heterdaadkracht en (daarmee) het opsporen en aanhouden van inbrekers. Vervolgens is in de literatuur gezocht naar de voorwaarden waaronder burgers bereid zijn tot burgerparticipatie. Daarbij werd gestuit op een onderzoek van Collij (2012) naar de voorwaarden waaronder burgers bereid zijn tot samenwerking met de politie. De door haar onderzochte motieven en voorwaarden, zowel vanuit de omgeving als vanuit het project, zijn kwalitatief getoetst op vijf van de zes onderzoekslocaties van het hoofdonderzoek. Deze kwalitatieve toetsing heeft voornamelijk plaatsgevonden aan de hand van interviews met politiemedewerkers en participerende burgers.

Daarnaast zijn burgers wederzijdse verwachtingen van politie en burgers in het kader van de woninginbrakenaanpak bevraagd evenals succes- en faalfactoren van burgerparticipatie. De bevindingen van Collij (2012) blijken grotendeels van toepassing zijn op burgerparticipatie in het kader van de woninginbrakenaanpak, maar niet volledig. Burgers hebben pluriforme belangen om te willen participeren, maar in dit onderzoek bleken burgers primair een persoonlijk belang te hebben in relatie tot eigen veiligheid en veiligheidsgevoelens. Dit in tegenstelling tot het onderzoek van Collij (2012) waarin burgers zowel een persoonlijk- als publiek belang zeggen te dienen en waarbij veiligheidsgevoelens niet als primair motief naar voren komen. Daarnaast blijken initiërende burgers in dit onderzoek niet per definitie een negatief beeld te hebben van de politie, terwijl Collij (2012) dat wel vond.

Verder blijken burgers graag bereid tot samenwerking, mits hun de noodzaak daartoe duidelijk is. Burgers hechten daarbij zeer aan samenwerking, waardering en ondersteuning vanuit de overheid, maar vinden een bepaalde mate van autonomie tegelijkertijd van belang. Serieus worden genomen, adequate opvolging van meldingen, informatie over wijkveiligheid en infomeren over afhandeling dan wel voortgang van meldingen en aangiften blijken belangrijk. Hierin blijkt verbetering wenselijk. Burgers blijken bereid verantwoordelijkheid te nemen en te willen melden bij verdachte situaties, maar blijken het een lastige afweging te vinden in welke gevallen het alarmnummer van de politie gebeld mag worden, waardoor melding geregeld nagelaten wordt.

Samenwerking met de politie leidt vrijwel overal tot een positiever beeld over de politie. Mensen stellen meer vertrouwen in de politie te hebben, sneller informatie te willen delen en de
meldingsbereidheid zou erdoor toenemen.

Op basis van het onderzoek zijn verschillende praktische aanbevelingen gedaan, onder andere gericht op de wijze waarop burgers gemotiveerd worden tot burgerparticipatie, op de burgers die het
beste benaderd kunnen worden en op enkele voorwaardelijke factoren van en voor burgerparticipatie.

Behalve deze praktische aanbevelingen zijn nog drie aanbevelingen geformuleerd met betrekking tot (mogelijk) vervolgonderzoek.

Lees of download hier het onderzoeksrapport:

[slideshare id=238425162&doc=burgerparticipatieindestrijdtegenwoninginbraken-200909070126&type=d]

Bron: Politieacademie

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg