Tagarchief: social media

Design to Disrupt

Designtodisrupt

Vroeger hadden visionairs het makkelijk. Neem Jules Verne. Het duurde ruim een eeuw voordat zijn voorspellingen over ruimtevaart getoetst konden worden. Vroeger kon je nauwelijks worden afgerekend op wat je had voorzien. Nu is dat wel anders. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo verweven met het dagelijks leven, dat visionairs vooral moeten oppassen om niet achter de feiten aan te hollen.

Gelukkig is er ??n houvast, en die heet SMACT. SMACT ? in de betekenis van ?smacked? ? heeft alle basisingredi?nten bijeengebracht en is tegenwoordig een disruptieve klap van formaat. Het is d? beproefde basisformule voor disruptief design. Overal om ons heen zien we het gebeuren. Zelfverzekerde uitdagers halen de oude garde in en geven ze het nakijken.?Via het Internet of Things, de cloud, mobiele apps of een andere digitale technologie trekken?nieuwe spelers?massa?s mensen naar zich toe.

Hoe?
?Design to Disrupt? is een imperatief: denk er goed over na en doe het! Aan de slag dus, maar hoe precies? Deze hamvraag stelde VINT-visionair Sander Duivestein. Het begint natuurlijk met wat we ?awareness? noemen: met inzien dat de nieuwe mogelijkheden er zijn. Na een langzame start en een hoop deceptie in deze 21ste eeuw heeft iedereen nu wel het gevoel dat we het ?tipping point?, het kantelpunt, hebben bereikt. Vanaf nu gaan we echt in de versnelling. Eerder dit jaar kocht Facebook het immens populaire Whatsapp voor 19 miljard dollar en even later Oculus VR, de maker van de virtual-realitybril Oculus Rift voor 2 miljard. De echte media?sering gaat nu van start.

Voor het VINT-symposium 2014 ? het twintigste! ? had Sogeti vier visionairs opgelijnd: natuurlijk onze eigen Sander Duivestein, die op 17 juni in goed gezelschap was van Gerd Leonhard, Arnout de Vries en Daan Roosegaarde.

Samen met politiechef Frank Smilda schreef Arnout de Vries van TNO het boek?Social media: het nieuwe DNA ? revolutie in opsporing.?Dat gaat over een maatschappelijk uiterst relevante visie, die van Do It Yourself politie. Social media bieden het nieuwe platform waarop we samen aan opsporing kunnen doen: de opsporing democratiseert. Social media zitten in alle lagen van de moderne genetwerkte maatschappij. Ze zijn overal en voor iedereen beschikbaar en komen nu tot in de haarvaten van de politieorganisatie (het ?DNA? van elke agent).

Arnoud de Vries from VINTlabs – The Sogeti Trendlab on Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

Overheidsdienstverlening verbeteren met Big Data

waakzaamHet onderwerp Big Data is actueel. Big Data kan worden benut om verschillende doelen te bereiken, zoals informatie transparant en bruikbaar maken, ondersteunen bij het nemen van beslissingen, scherper segmenteren en bij product- en dienstinnovaties. Daarbij lijken we momenteel midden in een proces te zitten waarin een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen een overheid die de burger versterkt en ondersteunt door middel van Big Data en bijbehorende maatschappelijke grenzen.?

In onderstaande?verkenning staan 6 bestaande Big Data concepten beschreven, die direct danwel indirect kunnen bijdragen aan een betere dienstverlening naar burgers toe (Profiling, Predictive analytics, Social media monitoring, Omnichannel klantcontact, Semantisch web, Process mining). Voor deze verkenning zijn inspirerende voorbeelden uit het bedrijfsleven en bij gemeenten gebruikt en (ervarings)deskundigen komen hierbij aan het woord. Tevens zijn afwegingen beschreven op maatschappelijk, organisatorisch en technisch gebied.

Ook interessant om na te lezen is het ebook van het Big Data congres voor en van de overheid:

App: Mobile Patrol

Phones3Screens

De?MobilePatrol app is inmiddels meer dan 1 miljoen keer gedownload?(Apple iOS, Android)

MobilePatrol

MobilePatrol is ontworpen?om belangrijke informatie openbare veiligheid, zoals noodoproepen, gezochte criminelen of zedendelinquenten te pakken. De app werkt inmiddels in zo’n?80% van gebieden in de VS.

Appriss heeft?de app helemaal opnieuw ontworpen op basis van gebruikersonderzoeken. Door een grote hoeveelheid?gebruikers?die het al had opgebouwd?hebben?duizenden veiligheidsorganisaties en burgers meegedacht over het nieuwe ontwerp.

De app biedt een samenwerkingsplatform voor veiligheidsdiensten, private partijen en burgers?en is bedoeld om de?openbare veiligheid te handhaven. Iedereen in een?buurt kan meldingen maken over inbraken, verdachte voertuigen en activiteiten, vandalisme tot en met informatie over?zedendelinquenten en vermiste kinderen. De app probeert te bundelen wat op social media vaak in de stroom aan berichten uit het oog raakt.

“[MobilePatrol] is een goede bron om de juiste informatie in plaats van te luisteren naar de roddelcircuits!” – Lennie B., 2014

“Deze app is erg handig, vooral als je kinderen hebt. Ik zoek regelmatig of er nieuwe?zedendelinquenten in mijn buurt zijn.” – Alecia M., 2014

Veiligheidsinstanties en burgers hebben elkaar hard nodig. Uit de enqu?te van Mobile Patrol blijkt dat??84% van de deelnemende organisaties ook al op Facebook of ?Twitter?actief is. “De MobilePatrol app is een one-stop-shop voor de buurt om met elkaar en ons bureau te verbinden.?Deze app kan onze content bovendien ook naar onze social media pagina’s sturen. Je hoeft niet meer op meerdere plekken tegelijk berichten te plaatsen,” zei sheriff Robert Arnold uit Rutherford County, Tennessee.

MobilePatrol levert relevante waarschuwingen en informatie openbare veiligheid van alle agentschappen in een?postcodegebied. En als gebruikers vinden dat organisaties onvoldoende zijn aangesloten, kunnen ze hen eenvoudig uitnodigen?met behulp van de “Add My Neighborhood” knop die een e-mail astuurt naar de betrokken organisatie of verantwoordelijk ambtenaar.

Bronnen: PRNewsWire, Appriss

 

 

Kunnen social media ons in veiligheid brengen?

NSS2014_main_534_267_s_c1_smart_scale (1)

Door: ? 02 juli 2014 ?@DeboraLaaf

Wat komt er kijken bij de online communicatie van een groot evenement? Hoe kan Twitter je helpen bij het managen van een crisis en onze veiligheid? Zomaar even twee vragen die de revue passeerden tijdens de afgelopen social media club Den Haag (SMC070)-avond. Een kijkje in de online socialmediakeuken van grote events en andere spectaculaire gebeurtenissen. Een uitgebreid verslag.

Nuclear Security Summit

2 dagen. 4 organisaties. 53 landen. 58 wereldleiders. 2000 medewerkers. 3000 journalisten. 5000 delegaties. 1 onderwerp: nucleaire veiligheid.

Het duizelt cijfers als Tanja Jans met haar presentatie?begint over het grootste evenement dat Nederland dit jaar organiseerde: de Nuclear Security Summit 2014. In een duizelingwekkende snelheid leidt ze de bezoekers van de smc070-avond enthousiast langs alle online communicatie tijdens deze wereldtop, afgelopen maart.

Gefaseerde aanpak
Zo?n groots evenement kan natuurlijk niet zonder plan. Tanja vertelt hoe de communicatie systematisch vanuit vier fases is ingericht.

Deze aanpak was de leidraad voor alle online communicatiemiddelen die tijdens de Top zijn ingezet.
?Website?kan natuurlijk niet down gaan?
De website kende ook verschillende fases.

  1. Een fase voorafgaand aan het event. De website werd, naarmate het event dichterbij kwam, uitgebreid. Tijdens deze fase was de site vooral bedoeld om informatie te geven over wat de summit inhield. Bezoekers die kwamen voor bijvoorbeeld informatie over de mogelijke consequenties voor omwonenden, werden omgeleid naar de site van de gemeente Den Haag. De drie kernboodschappen van de NSS waren altijd op de homepage zichtbaar. Te weten: 1)?het verminderen van gevaarlijk nucleair materiaal in de wereld, 2) het verbeteren van de veiligheid van alle nucleaire materialen en radioactieve bronnen en 3) het verbeteren van de internationale samenwerking. Tanja: “We hebben heel bewust gekozen voor een drieslag. En niet een vierslag. Dit omdat je een drieslag beter kunt onthouden en oplepelen. Juist doordat iedereen de drie boodschappen kan dromen, is de communicatie heel consistent en wordt die letterlijk overgenomen.”
  2. In de fase tijdens de NSS was de website vooral gericht op de vraag: wat gebeurt er nu eigenlijk? Levendige content met een?livestream maakte dat mensen een beeld kregen van wat er allemaal gebeurde.
  3. De derde fase is die na het evenement en?de huidige site zoals je die nu nog kunt vinden. Deze fase is bedoeld als archief tot dat er een nieuwe summit in 2016 gehouden is.

De uitdaging bij het opzetten van de site was vooral de beveiliging. De site van zo?n wereldtop, met zo?n onderwerp, kan natuurlijk niet ?down? gaan. “Dat was soms wel wringen”, vertelt Tanja. “Want collega?s van ?cyber security?zeggen: ‘Alles wat online is, kun je hacken’. Dus zij gaan uit van de meest haalbare beveiliging. Maar dat is niet altijd het meest werkbare. Je kunt wel een site bouwen, maar daarmee staat die nog niet. Je moet informatie via het CMS-systeem kunnen toevoegen.”

App voor deelnemers en journalisten
Naast de website wilde de organisatie ook de deelnemers zo goed mogelijk informeren, zowel de delegaties als de journalisten. Daarom ontwikkelden ze een app die als het ware fungeerde als een realtime digitaal programmaboekje. Met push-berichten, een smoelenboek en perspools werden deelnemers en journalisten op de hoogte gehouden.

Tanja: “Los van dat het een innovatieve en duurzame manier was, had het ook nog een ander bijkomstig voordeel. Je was altijd up-to-date. Als er een delegatie gewijzigd werd, konden we dat realtime aanpassen en?hoefden we niet duizend programmaboekjes door de shredder te vernietigen.”

Joli(n)ge tweet
Voorafgaand en tijdens de wereldtop werd Twitter ingezet. Daarbij was de Engelse taal het uitgangspunt, maar werden er ook Nederlandse berichten geplaatst. Veelal met een link naar meer informatie of een foto.

Twitter was voornamelijk het kanaal waarop inhoudelijk met stakeholders werd gecommuniceerd. Tenminste, dat was het streven van Tanja en de organisatie. De meest gelezen NSS2014-tweet bleek echter alles behalve inhoudelijk te zijn:

De organisatie heeft bewust geen promoted tweets ingezet. Het is vooral een kanaal geweest dat op inhoud volgers trok. Uiteindelijk is de wereldtop door 13,5 duizend volgers op Twitter gevolgd.

De belangrijkste uitdaging was de snelheid waarmee het twitterkanaal werd ingezet. Door de inhoudelijkheid was afstemming noodzakelijk. “In het begin moest er nog wat snelheid in afstemming ontwikkeld worden. Directe afstemmingslijntjes hielpen daarbij uiteindelijk heel goed.”
Paardenstaartjes in NSS-kleuren op Facebook waren op het randje
Naast Twitter heeft de organisatie van de NSS2014 ook Facebook ingezet. Dit kanaal had ? anders dan Twitter ? een minder inhoudelijke component. De Facebook-pagina was meer gericht op de organisatie achter de wereldtop. Zeg maar: behind the scenes. Bedoeld om vooral de organisatie een gezicht te geven en zo draagvlak te cre?ren onder de Nederlandse bevolking.

Ook dit was inhoudelijk nog best wel zoeken. Want?wat is leuk als informatie ?behind the scenes? en wat niet? “Zo plaatste ik een foto van mijn collega die met paardenstaartjes in NSS-kleuren op kantoor kwam op Facebook. Ik vond dat leuk om te laten zien”, aldus Tanja. “Maar een andere communicatiepartner had daar toch andere gedachten bij. Dat is een spel waar je elkaar zoekt en vindt en uiteindelijk wel uitkomt.”

Op Facebook was alle content Nederlandstalig en laagdrempelig. Wat komt er allemaal kijken bij zo?n wereldtop, die vraag?stond centraal. 80 procent van alle posts op Facebook bevatte dan ook een foto of een video. “Vanaf maart hebben we wel geadverteerd. Dit omdat je bij Facebook een eerste basis van vrienden moet hebben om het daarna door likes en comments organisch te laten groeien.” aldus Jans. “Dit had wel als nadeel dat we meer negatieve reacties kregen.”

Hier had de organisatie een strakke aanpak voor. Negatieve geluiden mogen geplaatst worden, maar niet honderd keer dezelfde. Tanja: “Zodra er meerdere negatieve reacties kwamen van dezelfde persoon met hetzelfde bericht, heb ik een e-mail gestuurd en alle dubbele posts weggehaald. Over het algemeen werkte dit goed. Een keer bleven er negatieve reacties komen van een en dezelfde persoon. Daar zei ik op een gegeven moment tegen: ‘Joh, zullen we even bellen?’ Na het telefoongesprek was het over.?

Ronkende filmpjes en schattige statements
Video werd ook veelvuldig ingezet. Het kende eigenlijk drie inhoudelijke aspecten van de summit. De uitlegvideo?s, de informatievideo?s en de statementvideo?s van de delegaties.

Dat laatste was vooral bedoeld om de top zelf zo interactief mogelijk te houden. Normaal wordt zo?n summit vooral in beslag genomen door het voorlezen van verschillende statements van alle deelnemende wereldleiders. De summit moest vooral interactief worden. Praten over het voorkomen van nucleaire aanvallen. Door de statements vooraf door de delegaties te laten opsturen, was daar meer ruimte voor. Per land is daar verschillend op gereageerd. De Amerikanen maakten (natuurlijk) een ronkend filmpje, terwijl bijvoorbeeld Nigeria het heel braaf hield bij het voorlezen van het statement op camera.

De Amerikaanse statement-video?

Beeld
Naast video werd er ook veel beeld ingezet. De organisatie richtte een speciale NSS2014Flickr-pagina?in waarop alle foto?s rechtenvrij ? en soms ook in hoge resolutie ? zichtbaar waren. Ook?werd deze ge?mbed?in de site.


Samenwerking en voorbereiding
Al met al was het een enorm project. Waarbij onderlinge samenwerking tussen de NSS2014-organisatie, RVD, Rijksoverheid en de gemeente Den Haag cruciaal was. In die samenwerking is vooraf maanden ge?nvesteerd. Die investering betaalde zich tijdens het event uit in een soepel lopende communicatie.

Daarnaast was de cruciale factor voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Met een gedetailleerd draaiboek is de wereldtop op social media geleid, wat er onder andere voor zorgde dat de wereldtop top was.

Twitcident: sociale veiligheid met social media
Waar Tanja vooral inging op de communicatie bij een groot event, zoals de NSS2014, ging?Richard Stronkman van Twitcident vooral in op de monitoring van social media tijdens events of incidenten.?Zijn verhaal begint met een filmpje.

Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Zover ‘geen nieuws’.?Met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel. Ook dat is ‘geen nieuws’.

Twitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven. En zo incidenten te managen. Het probeert als het ware de ?human senses? van alles en iedereen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Oftewel: ‘geen nieuws’ weet Twitcident te scheiden van ‘echt nieuws’.

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Daarnaast verschilt het taalgebruik op social media met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert dat probleem op te lossen. Dat doen ze samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft.

“We werken als het ware als een olieraffinaderij. Enerzijds gaat er heel veel socialmedia-inhoud in de socialmediaraffinaderij en daar proberen we er ?actionable insights? uit te krijgen. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten”, aldus Richard.

Langs allerlei aansprekende voorbeelden licht Richard Stronkman Twitcident toe. Hij begint bij voorbeelden uit de tijd dat Twitident nog niet bestond.

Events uit het pre-Twitcedent-tijdperk
Het begon allemaal in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. “Hadden we dat niet via social media zien aankomen?”, vroeg Stronkman zich af. “Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?”

Een inhoudelijke analyse liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. De oprichter van Twitcedent: “Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.”

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde incident uit het Groningse?Haren,?Project X. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde de ? achteraf bezien niet serieuze tweet ? een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden en de aandacht niet uitging naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Troonswisseling
30 april 2013. Een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid?

Tijdens de Troonswisseling is er wel gebruikgemaakt van Twitcident.?Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. “Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.”

Het is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met?”Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk” is niet interessant,?10 mensen die tweeten “Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk”?mogelijk wel.

De socialmediaraffinaderij van Twitcident is heel complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Rotterdams carnaval bleef een feest
Een voorbeeld waar Twitcident zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Toch een veilig idee dat social media ons in veiligheid kunnen brengen ? Niet?!

Ik merk dat het een lang verhaal is geworden. Top dat je dit dan ook nog leest. Maar met z??n boeiende @smc070-avond wilde ik jullie zo min mogelijk onthouden. Tot een volgende keer!

Bronnen: Marketing Facts

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene

CS-Hazerswoude-groot

Historische misdaden oplossen met een smartphone

Op MediaWijzer stond een interessant stuk van Rowan Huiskes?over een nieuw onderwijsmiddel voor het voortgezet onderwijs waarin social media, apps, geschiedenis en misdaad op educatieve manier samenkomen en de jonge generatie als?Sherlock Holmes aan de slag zet.

Moord en doodslag is van alle tijden. Archieven, musea en bibliotheken herbergen een schat aan spannende geschiedenis. Dit spreekt jongeren erg aan als het ook in de juiste vorm wordt aangeboden. Een mooie kans om jongeren te interesseren voor lokale geschiedenis ?n om ze mediawijzer te maken. Het nieuwe project Crime Scene verbindt mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden met elkaar.

Analoog moordspel in Gouda
Crime Scene is gebaseerd op het (analoge)?Moordspel van BAM?(Bibliotheek, Archief en Museum) dat ontwikkeld is. Met dit Moordspel gaan brugklassers in teams op pad om waargebeurde, historische moorden uit de 17e?en 18e?eeuw op te lossen. Hierbij vinden ze verschillende aanwijzingen in archiefstukken, tussen bibliotheekboeken en op schilderijen. Als een echte Sherlock Holmes reconstrueren ze de historische cold case.

Digitaal moordspel in je broekzak: Crime Scene
Het?Moordspel was in Gouda een groot succes. Daarom besloten de?Bibliotheek Rijn en Venen?(Alphen aan den Rijn e.o.), met diverse partners een digitale variant van het succesvolle Moordspel uit?Gouda te ontwikkelen gericht op leerlingen van de brugklas vmbo, maar zeker ook geschikt voor havo/vwo. Samen met?Streekarchief Rijnlands Midden?(content) en?books2download?(techniek en realisatie)?werd de digitale variant uitgewerkt: Crime Scene.

Crime Scene is een location-based app (iOS en Android), die zowel op smartphones als tablets is te gebruiken. Officieel is Crime Scene een app voor smartphones, maar deze is qua opzet en resolutie ook op tablets te spelen. Leerlingen beginnen hun zoektocht naar de moordenaar bij de lokale Bibliotheek, waarna ze middels een kompas op hun smartphone langs verschillende plekken in de stad worden geleid. Naarmate ze dichter bij de juiste locatie komen, loopt de pijl steeds verder vol met een groene kleur. Als ze de plek hebben gevonden, lezen ze op hun smartphone de bijbehorende tekst en vragen.

CS-kompasCS-vraagpagina

cs app tekstcs app foto

Voorbeelden uit de app Crime Scene

Leerlingen zijn op deze manier bezig met digital storytelling, waarbij ze hun misdaad stukje voor stukje ontrafelen. Ze komen onder meer langs de locatie waar de misdaad heeft plaatsgevonden, waar het slachtoffer heeft gewoond en waar de dader is berecht.

Het gehele pakket bestaat uit drie lessen:

  • In de eerste les spelen de leerlingen een interactieve quiz in de klas over de verschillen tussen het archief en de Bibliotheek, rechtspraak in de 17e?en 18e?eeuw en informatievaardigheden.
  • Tijdens de tweede les gaan de leerlingen op pad met hun smartphone of tablet.
  • Ten slotte presenteren ze in de klas tijdens de derde les hoe het met hun misdaad is afgelopen.

Trailer Crime Scene

On- en offline gecombineerd
Crime Scene verbind mediawijsheid, cultuureducatie en informatievaardigheden en richt zich op het verbinden van on- en offline elementen. Tijdens hun tocht door de stad komen de leerlingen in contact met cultureel erfgoed, zoals monumenten, de Bibliotheek, het museum en het archief. Ook dienen zij voor het beantwoorden van vragen bijvoorbeeld een foto uit het archief te vergelijken met de huidige situatie. Op deze manier komen ze op eigentijdse wijze in aanraking met cultuureducatie.

Daarnaast is Crime Scene gericht op het trainen van?informatievaardigheden. In de introductieles is ruimschoots aandacht voor het zoeken, vinden en beoordelen van (historische) informatie. Tijdens het spelen van de app dienen de leerlingen relevante informatie uit de teksten op te schrijven in hun notitieblok. Ze kunnen in de app namelijk niet terug in de tekst om het juiste antwoord op de vragen op te zoeken. Bovendien moeten ze voor de eindopdracht in de Bibliotheek informatie opzoeken in gescande archiefstukken en in de krantenbank van de KB. Meer over het?Mediawijsheid Competentiemodel?vind je hier.

Blauwdruk: zelf de app vullen met lokale content
Spannende geschiedenis is in elke stad te vinden. De volgende stap is om deze content te ontsluiten en op een mediawijze manier aan te bieden aan jonge doelgroepen. Daarom is?besloten om een blauwdruk te maken van de app. Dit betekent dat ge?nteresseerde partijen de app gemakkelijk volgens een vaste structuur kunnen vullen met lokale content. Hierdoor hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden door collega?s: het concept en de techniek bestaan immers al.

Inmiddels zijn er vier versies van Crime Scene:?Nieuwkoop,?Hazerswoude,?Oudshoorn?en?Alphen junior, en hopelijk worden er binnenkort meer initiatieven gestart op basis van dit idee.

Bron: MediaWijzer

Recherchewerk met social media

Facebook-Dick

De politie staat aan het begin van een grote digitale revolutie. Dat voorspellen onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland in hun boek ?Social media: het nieuwe DNA?, dat dit voorjaar verscheen. Onderstaand artikel van Jolein de Rooij (ComputerIdee, #7 van 2014) gaat over de online rechercheur van de toekomst en geeft weer wat ons te wachten staat. Het wordt aangevuld met opinies die onlangs verschenen in een AD artikel over burgeropsporing en burgervervolging.

Recherchewerk met sociale media

Onderzoeker Arnout de Vries en politiechef Frank Smilda schreven een boek over het gebruik van sociale media in de opsporing. Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van sociale media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Frank Smilda is politiechef bij de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland. Samen schreven ze een boek waarin ze uitleggen hoe burgers en politie het beste kunnen samenwerken bij recherchewerk op sociale media als Twitter en Facebook.

Want politie, advocaten en experts op het gebied van sociale media maken zich zorgen bij burgeropsporing: eigenrichting dreigt omdat burgeropsporing kan omslaan in burgervervolging.

Doorgaans is de politie blij met tips, maar Facebookacties zijn een doodlopende weg, stelt Frank Smilda in het AD artikel. Burgers gaan volgens hem veel minder zorgvuldig te werk dan echte agenten bij een verdenking. Als een betrokkene toch niet de dader blijkt te zijn, zullen de gevolgen niet te overzien zijn, zegt Smilda: ‘Iemands naam is dan voorgoed beschadigd.’

Ook hoogleraar publieke innovatie Albert Meijer is geen voorstander van het voor eigen rechter spelen via het internet. De politie weegt zorgvuldig af wat wel en niet naar buiten wordt gebracht. ‘Maar burgers hebben daar geen boodschap aan’, aldus de hoogleraar. Er ontstaat volgens Meijer te snel ‘een gevoel van wij tegen de boeven’. ‘De slachtoffers denken dat ze alles mogen doen om de daders te pakken. Elke nuance is verdwenen. Dat ondermijnt de rechtsstaat.’

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar ‘doe-het-zelf-justitie’ zit duidelijk in de lift. Tegen de Facebookacties is wettelijk niet veel te doen. Het is niet strafbaar om tips te vragen op internet. De advocaten Gerard Spong en Frank van Ardenne plaatsen grote juridische vraagtekens bij de internet-initiatieven, omdat het gevonden bewijs bruikbaar is in strafprocessen. Spong heeft daar principi?le bezwaren tegen. Volgens hem werkt dat het illegaal handelen van particulieren in de hand. ‘Het is een vorm van bewijs witwassen. De overheid maakt hiermee in feite ook vuile handen’, aldus Spong. Van Ardenne vindt dat de overheid moet ingrijpen als er publiekelijk jacht wordt gemaakt op een vermoedelijke verdachte. ‘Vragen om tips kan iedereen zich nog voorstellen, maar publiekelijk zelf iemand opsporen kan enorm uit de hand lopen. Dat kan uiteindelijk een rol spelen bij een veroordeling’, aldus Van Ardenne.

Het Openbaar Ministerie (OM) is er geen voorstander van dat mensen zelf op zoek gaan naar daders, maar wijst het ook niet af. Volgens OM-woordvoerder Wim de Bruin is het ‘ieders verantwoordelijkheid’ zorgvuldig met de privacy van anderen om te gaan. ‘Het is aan de rechter om te beoordelen in hoeverre het schenden van iemands privacy rechtmatig is geweest.’

Hoe kunnen burgers helpen?

Arnout de Vries: “Dat kan in de eerste plaats door zelf ooggetuigenverslagen te maken. Daar bestaan zelfs speciale apps voor. Met de Britse ‘Self Evident’ app kun je bijvoorbeeld als slachtoffer of getuige een behoorlijk compleet verslag maken, inclusief eigen foto’s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. En er bestaat ook een app waarmee je zelf een compositietekening kunt maken van de dader. Behalve door foto’s en filmpjes te maken, kunnen burgers helpen bij het signaleren van online delicten, zoals doodsbedreigingen via Twitter of identiteitsfraude. Veel mensen zien internet als een vrijplaats om zich te misdragen, maar het zo zou het niet moeten zijn. Het is goed als mensen ook online op hun gedrag worden aangesproken. Wanneer de politie in Haren bijvoorbeeld door meer mensen op Project X was gewezen, was de situatie daar misschien minder uit de hand gelopen.”

Report crime with the Self Evident app

Hoe gebruik de politie sociale media?

“Politieagenten twitteren en gebruiken Facebook. Bijvoorbeeld bij evenementen, om burgers te informeren en instructies te geven, of om signalementen te verspreiden van vermiste personen. Daarnaast zijn er wijkagenten die aangesloten zijn bij WhatsApp-groepen van burgerwachten in bepaalde wijken, om zo beter ge?nformeerd te zijn. Daarbij is het wel zaak dat ze de juiste verwachtingen scheppen, zodat burgers bijvoorbeeld niet denken dat wanneer ze een berichtje op WhatsApp zetten binnen zo’n groep, de politie dus automatisch op de hoogte is. Daarnaast is ‘crowdsourcing‘ een veelbelovende mogelijkheid. Wanneer de politie opsporingsdossiers online zou zetten, inclusief foto’s, video’s, kaarten en reconstructies, kan dat veel creatieve idee?n en expertinformatie opleveren. Dat deed Maurice de Hond bijvoorbeeld, in de Deventer moordzaak, met de website GeenOnschuldigeVast. Dankzij de inzet van burgerexperts is volgens De Hond in die zaak veel relevante informatie bijeen gebracht.”

Hoe moet het niet?

“Wanneer overenthousiaste burgers heksenjachten ontketenen, wanneer ze de privacy schenden van medeburgers of wanneer ze waardevolle aanwijzingen weggeven. De politie schrikt zich regelmatig een hoedje doordat familieleden van een slachtoffer bijvoorbeeld op Facebook allerlei opsporingsinformatie weggeven, terwijl de zaak nog loopt. Tijdens de jacht op de daders van de dubbele bomaanslag van de Boston-marathon?waren er mensen die de politiescanner afluisterden en elke beweging van de politie live uittikten. Dat wil je niet, want de voortvluchtigen kunnen dat ook lezen. Die aanslag is een perfect voorbeeld van een zaak waarbij burgers op grote schaal meedachten. Je zag toen ook meteen de gevaren daarvan: op een bepaald moment was iedereen ervan overtuigd dat een bepaalde jongen met een rugzak de dader was. Achteraf bleek dat niet zo te zijn. Ik ben er daarom voorstander van dat de politie zoveel mogelijk van dit soort crowdsourcing zelf in handen houdt, door tools beschikbaar te stellen en speciale Facebook-pagina’s of samenwerkingsplatformen in te richten. Nu plaatsen burgers steeds vaker, in de hoop dat daders zo sneller gepakt worden, zelf opsporingsdata online. Het is beter wanneer dat gebeurt in overleg met de politie. Die kan beter beoordelen welke informatie wel en niet online kan, in het belang van het onderzoek en met het oog op de privacybescherming.”

App om getuigeverslag te maken

selfevidentMet de Britse ?Self Evident?-app kan een slachtoffer of getuige zelf een verslag maken van een incident, inclusief eigen foto?s en films van de plaats delict en een Google Maps-kaartje. Wanneer de gebruiker een video, foto of geluidsopname maakt met de app wordt het tijdstip waarop dat gebeurde en de locatie waarvandaan automatisch opgeslagen op de server van Just Evidence, de ide?le organisatie die de app maakte. Die organisatie kan dus getuigen dat uw smartphone echt op dat moment op die plek aanwezig was. U kunt een link naar uw online verslag in een mailtje verzenden, bijvoorbeeld naar een vriend of naar uw verzekeraar of de politie. Wanneer de ontvanger het rapport downloadt, zendt Just Evidence u daarvan bericht. Het grote voordeel van de app is dat getuigen of slachtoffers niet hoeven te wachten met getuigen tot de politie arriveert of anderszins gehoor geeft. Ze kunnen zo snel mogelijk zelf beschrijven wat er is gebeurd, waardoor het verslag gedetailleerder zal zijn en meer correct. Ook heeft de politie de informatie eerder in handen, waardoor de kans toeneemt dat daders op heterdaad kunnen worden betrapt.

App om compositietekening dader maken

Het is erg lastig om het gezicht te beschrijven van iemand anders. Ook vervaagt de herinnering aan een gezicht snel. Daarom is het belangrijk dat compositietekeningen zo snel mogelijk na een misdrijf worden gemaakt. Dat kan met de PhotoFitMe app. Getuigen of slachtoffers kunnen daarmee zelf een gezicht samenstellen uit een bibliotheek van ogen, neuzen, monden, kinnen, haar, enzovoort. Elk ?onderdeel? kun je ook nog eens verbreden, versmallen, uitrekken of juist gedrongener maken. De iPhone app is ontwikkeld door forensisch psycholoog Graham Pike van de Britse Open Universiteit. Het blijkt behoorlijk lastig om met de app een accurate tekening te maken van iemand die we kennen. Dat is logisch, aldus Pike. We houden gezichten als geheel en niet als een verzameling onderdelen. Zelf ook eens proberen? Dat kan hier.

Social media: het nieuwe DNA

?Social media: het nieuwe DNA? verscheen dit voorjaar en gaat over ?de revolutie? die social media in de opsporing veroorzaakt. Het boek is geschreven door onderzoeker Arnout de Vries van TNO en politiechef Frank Smilda van de Nationale Politie Eenheid Noord-Nederland.

Bronnen: Computer Idee, AD

Noodweer op Pinkpop

noodweer pinkpop

Op 7, 8 en 9 juni 2014 vond in Landgraaf het jaarlijkse festival Pinkpop plaats.?Elke festivaldag komen 60.000 bezoekers naar het evenement. Zowel landelijke als?regionale media besteden ruim aandacht aan het festival met live-registraties en?nieuwsupdates via radio, tv, gedrukte en online media. De editie van 2014 staat in het?teken van de Rolling Stones en Metallica, maar zeker ook het noodweer.?In de nacht van 8 op 9 juni kregen de festivalgangers al flinke buien te verduren.?Het slechte weer werd al in de ochtend van 9 juni aangekondigd, maar vanaf het?einde van de middag werd duidelijk dat het festival getroffen zou worden. Om 12.30?uur kondigde het KNMI code geel af en al om 12.40 uur code oranje. Om 18.53 uur?kondigt het weerinstituut voor de regio Limburg code rood af. Vanaf 18.40 uur zijn de?hulpdiensten uit voorzorg ook opgeschaald tot GRIP 3. Van 20.00 uur tot 20.40 uur?teisterden fikse onweersbuien het festivalterrein. Kort daarna schaalde het KNMI?af naar code oranje en daarna code geel. De schade beperkte zich tot omgewaaid?materiaal en er vallen geen gewonden. Het incident kan daarom het beste worden?beschreven als predictieve risicocrisis.

Deze analyse, komend uit ?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten? beschrijft de communicatie van de?hulpdiensten en festivalorganisatie in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.

Pinkpop1
1 Feitenrelaas en analyse

Sociale media
Tot het tijdstip dat het KNMI voor de regio Limburg code oranje afkondigt (12.40?uur), versturen de offici?le instanties weinig tot geen berichten over het naderende?onweer. Alleen burgemeester Vlecken adviseert zijn volgers in de ochtend regelmatig?de weersverwachting te bekijken. Op dat moment is het ook nog niet zeker of het?noodweer tijdens het festival Landgraaf aan zal doen. De Pinkpop-organisatie laat?om 14.35 uur op haar Facebookpagina weten dat de weersverwachting tot in de loop?van de avond goed is en dat zij de voorspellingen nauwlettend in de gaten houdt en
bezoekers daarover zal informeren.

Om 18.47 uur kondigt het KNMI voor Limburg code rood af wegens verwacht noodweer.?Dan beginnen met name de politie Limburg, politie Brunssum/Landgraaf en de?Veiligheidsregio Zuid-Limburg via Twitter te communiceren. Om 19.05 uur twittert de?politie Limburg dat overleg tussen de gemeente, politie en de organisatie van Pinkpop?over de weersverwachting niet heeft geleid tot extra maatregelen.?Om 18.40 uur schalen de hulpdiensten op naar GRIP 3. Vanaf 19.58 uur start de?veiligheidsregio Zuid-Limburg de communicatie op Twitter met handelingsperspectieven
voor bezoekers (?ga gehurkt zitten en blijf uit de buurt van bomen?). Om 20.16 uur vraagt?de veiligheidsregio omwonenden hun wifi-poorten open te zetten voor bezoekers.?Tussentijds corrigeert de veiligheidsregio berichtgeving van L1 via Twitter met het?bericht ?bezoekers krijgen instructies en het gerucht ?camping A is niet ontruimd? klopt?niet?. De politie-accounts retweeten het bericht van de veiligheidsregio. De gemeente?communiceert vooral via haar eigen website en gebruikt Twitter om mensen daarop?te wijzen. De gemeentewebsite verwijst door naar de website van Veiligheidsregio?Zuid-Limburg. De Pinkpop-organisatie communiceert tot dat moment niet via Twitter?of Facebook.

Pinkpop2

Vanaf 20.45 uur domineren de politie-accounts de offici?le woordvoering op?Twitter met een herhaling van handelingsperspectieven en ontkrachting van?evacuatiegeruchten. (Enkele sporthallen zijn in gereedheid gebracht voor opvang).?Vanaf 20.54 uur communiceert de Pinkpop-organisatie op Twitter en Facebook dat het?ergste onweer is geweest, er geen gewonden zijn gevallen en ze bedankt alle bezoekers?voor hun medewerking en geduld. De politie-accounts (Twitter) versturen dezelfde?boodschap. De berichten gaan daarna weer over de programmering van Pinkpop en
de verkeersstromen. De politie verwijst naar L1 voor een verslag van het noodweer.?De Veiligheidsregio Zuid-Limburg communiceert in deze periode niet via Twitter.

Pinkpop3

Ook de traditionele media communiceert via Twitter. De regionale omroep L1 is?actief via meerdere accounts (@L1, @L1nws en @L1festival) en ook twitterende?verslaggevers (@nilsrompen en @frankmoonen) berichten veel over het noodweer. De?twitteractiviteit van L1 loopt daarbij parallel aan de totale activiteit op sociale media.

Pinkpop4
Om 00.36 uur verstuurt de Veiligheidsregio Zuid-Limburg een laatste tweet met een?link naar de website van de veiligheidsregio met een verzameling van feiten over het?noodweer op Pinkpop.

Traditionele media
Voor veel landelijke media is het aangekondigde noodweer op 9 juni een alinea in het?nieuws, en niet het centrale onderwerp. Dat komt pas de dag daarna. De afgekondigde?weeralarmen zijn aanleiding voor nieuwsartikelen over onder andere Pinkpop. De?Limburgse regionale omroep L1 duikt vanaf de ochtend wel op het nieuws. Het?noodweer vormt op 9 juni de rode draad van de Pinkpop-uitzending op L1 Radio.?Zij hebben tussen 10.40 uur en 16.30 uur drie extra radio-uitzendingen met daarin?updates over het weer. In interviews om 12.17 uur en 15.36 uur zegt organisator?Jan Smeets zich nergens zorgen over te maken, omdat ze goed voorbereid zijn.?Om 18.30 uur besteedt L1 in het televisienieuws aandacht aan de situatie op Pinkpop.

Er zouden nog geen extra maatregelen nodig zijn, maar bezorgde ouders bellen?ondertussen wel massaal naar Pinkpop, aldus de nieuwszender.?Om 19.30 uur komt L1 weer met een extra tv-uitzending. Deze uitzending is niet?meer beschikbaar op L1.nl, maar uit tweets over de uitzending is af te leiden dat er?opnieuw een crisisoverleg is geweest, dat de hulpdiensten paraat staan en de GGD is?opgeroepen voor mogelijke calamiteiten, en de organisatie nog geen extra maatregelen?getroffen heeft.

Presentator Giel Beelen meldt om 19.30 uur – bij aanvang van de live-uitzending van?Pinkpop (NTR/VARA/VPRO) – dat er noodweer op komst is, maar de meeste aandacht?gaat uit naar de optredens. De uitzending is een combinatie van live-verslag en?dagregistraties. Om 19.57 uur vertelt presentator Eric Corton dat organisator Jan?Smeets zojuist op het hoofdpodium veiligheidsinstructies aan de bezoekers gaf (?weg?bij lichtmasten & gehurkt op de grond gaan zitten?). Ook richt Corton zich speciaal tot?de bezorgde ouders met de boodschap dat ?als we allemaal rustig blijven, het allemaal?goed gaat komen?. In de volgende updates herhalen de presentatoren deze berichten?meerdere malen met de conclusie dat bezoekers zich goed aan de instructies houden.?Ook benoemen de presentatoren het ?spectaculaire wolkendek? dat boven Pinkpop?hangt, maar de meeste aandacht blijft uitgaan naar de optredens en voorgemonteerde
registraties van eerder op de dag. De uitzendingen op radio 3FM en de website 3voor12?volgen hetzelfde patroon.

Als het noodweer volop gaande is, last L1 om 20.30 uur weer een extra?nieuwsuitzending in. L1 neemt de kijker daarin mee in de sfeer en de genomen?maatregelen op Pinkpop. De regionale omroep gaat in op scenario?s aan de hand van:
> verslaggevers die de sfeer op het festivalterrein beschrijven
> een weerman die zijn voorspellingen over het noodweer geeft
> een woordvoerder van de politie die vertelt paraat te staan om vrijwillig vertrekkende?mensen het terrein af te helpen
> burgemeester Raymon Vlecken die concludeert dat alles vlekkeloos verloopt en niet in de?laatste plaats om de kalmte die de bezoekers bewaren; hij geeft aan dat de geleerde lessen
van Pukkelpop onderdeel zijn van het veiligheidsplan van Pinkpop
> een woordvoerder van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg met de boodschap dat er geen?moment paniek heerst op het terrein
> een contactpersoon die in de studio contact onderhoudt met hulpdiensten, uitlegt wat?GRIP-3 betekent en kijkers wijst op het ingestelde publieksnummer voor meer informatie.

Tijdens de uitzending wordt duidelijk dat het optreden van Metallica verlaat doorgaat.?Het nieuwsitem wordt afgesloten met een oproep aan bewoners rondom Megaland?om hun wifi-poorten open te stellen voor de festivalgangers, zodat zij contact kunnen?opnemen met het thuisfront.?In de live-uitzending op Nederland 3 zegt Pinkpop-organisator Jan Smeets om 21.56?uur dat de communicatie ?naar de overheid is verplaatst? vanwege de opschaling naar?GRIP 3. Hij heeft naar eigen zeggen continu overleg met het ROT en de burgemeester,?maar sluit het interview af met het bericht dat ?hij niet teveel mag zeggen, want?de burgemeester en leidinggevenden vinden dat hij de afspraken niet nakomt om?gezamenlijk vragen te beantwoorden.?
Aan het einde van de avond is meteoroloog Margot Ribberink te gast in Knevel & Van?den Brink. Zij geeft aan dat MeteoConsult de gehele dag veelvuldig contact onderhield?met de organisatie van Pinkpop. Ook schakelen Knevel & Van den Brink met Giel Beelen?die persoonlijk verslag doet vanaf het Pinkpopterrein. Beelen geeft toe een beetje?bang te zijn geweest, maar dat iedereen rustig is gebleven en dat het goed is gegaan.?De belangrijkste vraag van Knevel & Van den Brink is of er een ramp is voorkomen?met Pukkelpop in het achterhoofd. De conclusie van Ribberink is dat men de kalmte?wist te bewaren, maar dat er wel risico?s zijn genomen. Burgemeester Vlecken belt?volgens Knevel & Van den Brink op eigen initiatief de redactie en wordt in de uitzending
gehaald. Hij legt uit waarom niet is ge?vacueerd en probeert de conclusies van?Ribberink te ontkrachten.

2 Tijdblokken
Het online gesprek op Facebook en Twitter over het (naderende) noodweer op Pinkpop?is in te delen in drie tijdblokken met elk een dominant thema:
>> 00.00 tot 18.53 uur: Zal het noodweer Pinkpop treffen?
>> 18.53 tot 21.00 uur: Afkondiging code rood; het noodweer barst los.
>> 21.00 tot 24.00 uur: Ergste onweer voorbij; evaluatie komt op gang.
Pinkpop5

00.00 tot 18.53 uur: Treft noodweer wel of niet Pinkpop?
Aangezien bezoekers in de nacht van 8 op 9 juni ook al te maken kregen met flinke?buien, kijken enkelen ?s nachts en in de ochtend al vooruit naar het aangekondigde?slechte weer aan het einde van de dag. Op dat moment is het nog onzeker of het?naderende noodweer ook Pinkpop bedreigt. Op basis van weersverwachtingen,?maar vooral de buienradar trekken mensen de conclusie dat het in de avond kan?gaan spoken op Pinkpop. Op 9 juni is ?s middags de website Buienradar.nl af en toe?niet bereikbaar door een te groot aantal bezoekers tegelijkertijd. Festivalbezoekers
benoemen op hun beurt vooral de enorme hitte en dat zij wel wat verkoeling?kunnen gebruiken.?> Buienradar spiegelt mensen naderend onweer voor (screenshots worden gedeeld).
> ?Vanavond kan heftig worden?.
> Berichten over hitte van bezoekers: ?laat dat noodweer maar komen?.
> Hoop op rustig verloop van de avond onder thuisblijvers.
> Enkele vragen over veiligheid en eventuele maatregelen Pinkpop.
> Eerste associaties met Pukkelpop 2011.
> Quotes van Pinkpop-organisatie ?nog geen directe dreiging?, daarna ?indien noodweer,?dan open ruimtes opzoeken?.
> Enkele berichten van ongeruste ouders met kinderen op Pinkpop.

Vanaf de melding ?code oranje? om 12.40 uur groeit de bezorgdheid onder thuisblijvers.?Thuisblijvers domineren het online gesprek. De weersvoorspellingen zorgen vooral voor?bezorgdheid onder ouders met kinderen op het festival. Vragen gaan met name over de?veiligheid en mogelijke maatregelen die de festivalorganisatie treft. Twitteraars stellen?ze soms, maar meestal niet, direct aan de organisatie van Pinkpop of andere offici?le?instanties, maar krijgen geen reactie. Een enkeling maakt zich ook zorgen over het?optreden van Metallica: ?Heel slecht weer verwacht bij @pinkpopfest. Shit, Martijn en?Marleen zijn daar NU! Metallica speelt toch vanavond wel???
Een kleine groep twitteraars vindt dat het weeralarm al genoeg zegt en dat mensen?weg moeten wezen. Enkele thuisblijvers koppelen het noodweerscenario aan de?ervaringen met Pukkelpop in 2011. Twitteraars op Pinkpop lijken zich nog weinig zorgen?te maken. Op de Facebookpagina?s van 3FM, 3voor12 en Pinkpop wordt op dat moment?nog weinig gesproken over het noodweer.

18.53 tot 21.00 uur: Bezorgdheid gaat over in angst en klachten
Het bericht dat het KNMI code rood afkondigt voor Limburg, werkt als katalysator?voor het aantal berichten over Pinkpop. Bij thuisblijvers leeft veel bezorgdheid, maar?naarmate het noodweer dichterbij komt groeit ook het aantal berichten met angst en?klachten. Veel thuisblijvers snappen niet dat de organisatie het festival toch door laat?gaan ondanks het weeralarm. Tegelijkertijd klinkt een tegengeluid met meer begrip?voor het besluit, omdat grote paniek op het terrein nog erger is en bovendien ?waar?laat je 60.000 bezoekers??. Het online gesprek bestaat tijdens deze twee uur uit de?volgende ingredi?nten.
> Weeralarm ?code rood voor Limburg? zorgt voor flinke toename berichten.
> Ontstaan van twee kampen: ?onverantwoord om Pinkpop door te laten gaan? versus??afgelasting zorgt voor grotere paniek, dus verstandig besluit?.
> Enkele berichten van thuisblijvers die familie of vrienden op het festivalterrein niet?kunnen bereiken.
> Vergelijking met Pukkelpop 2011 wordt vaak getrokken.
> Aantal vragen en klachten over communicatie Pinkpop en Jan Smeets groeit.
> Berichten vanaf terrein beschrijven een minder bezorgde sfeer.
> Klachten over gebrek aan live-beelden vanaf het terrein.

Vanaf ongeveer 19.30 uur valt het mensen op dat de organisatie van Pinkpop?online niet aanwezig is en niet reageert op gestelde vragen. Hier wordt negatief op?gereageerd. De online communicatie ervaren velen als waardeloos, bijvoorbeeld: ?Geen?enkele communicatie via @pinkpopfest. Onbegrijpelijk! #storm #Pinkpop2014 #pkp11?.?Mensen weten niet dat de Pinkpop-organisatie niet kan reageren omdat is afgesproken?dat de woordvoering bij de veiligheidsregio ligt.?Ook het account@PinkpopWeer (geen officieel account) wordt regelmatig bevraagd en
aangesproken over de weersituatie, maar benoemt dat zij geen onderdeel uitmaken?van de Pinkpop-organisatie en dus niet overal antwoord op kunnen geven.
Pinkpop6
Uit de berichten vanaf het festivalterrein klinkt minder bezorgdheid. Enkelen geven?zelfs aan dat er goede instructies worden gegeven en dat er een gemoedelijke sfeer?heerst. Op Facebook klinken vooral lovende geluiden over de duidelijke instructies en?rustige stem van 3FM-dj Eric Corton die op het podium de bezoekers toespreekt, zoals:??@3FM @pinkpopfest geweldig Eric corton Hoe je de moed erin houdt. Ik moet zeggen?best spannend zo op het veld.? Enkele bezoekers melden dat zij toch maar vertrokken?zijn voor naderend noodweer: ?Toch maar een verstandige keuze gemaakt en #PP14?vervroegd verlaten. Noodweer op komst, veel security geeft instructies. Op weg naar trein.?

In het uur voorafgaand en tijdens het noodweer verwijzen mensen naar het tijdelijk?stopzetten van Pinkpop. Vooral ook de onduidelijkheid over het optreden van Metallica?(en of dat live wordt uitgezonden op Nederland 3) speelt parten. Ook duiken enkele?geruchten op:
> De ontruiming van Camping A.
> Georganiseerde evacuaties.
> Naderende tornado in Aken op 20 km afstand van Pinkpop.
> Blikseminslag in tent (Brand Bier stage).
> Een ingestorte tent.
> Afgelasting van optreden Metallica.

De meeste geruchten hebben een beperkt bereik. Alleen de ontruiming van Camping?A en mogelijke evacuaties leiden tot vragen van traditionele media. De hoax van de?naderende tornado op Twitter wordt door tientallen gedeeld, maar ook door anderen?al snel ontmanteld.?Wanneer code rood voorbij is, groeit het aantal complimenten voor het handelen van?de organisatie, maar ook zijn er mensen die vinden dat Pinkpop geluk heeft gehad:??Dat het goed gegaan is op Pinkpop met het noodweer is eerder goed geluk dan ?goed?voorbereid?, denk ik als ik de beelden zo terugzie??. Opnieuw klinkt Pukkelpop als?doemscenario. Regionale zender L1 krijgt veel lof voor haar actuele en volledige?nieuwsvoorziening. Op de live-uitzending van Nederland 3 is meer kritiek en sarcasme,?omdat het volgens enkelen niet genoeg aandacht besteedt aan het noodweer:??#ned3 zendt heerlijke zonnige middagberichten uit, terwijl op #Twitter te lezen is
dat #Pinkpop NOODWEER ondergaat.?. Veel thuisblijvers verwachten op dat moment?nieuwsvoorziening van de NPO.

21.00 tot 00.00 uur: Discussie over handelen organisatie meer in balans
Wanneer de grote storm is gaan liggen, wordt het ook rustiger op Twitter. Toch gaat?de discussie door over de vraag of de organisatie het nu wel of niet goed heeft?gedaan, maar de twee kampen lijken nu wel meer in balans. Critici reageren op de?Facebookpagina van 3voor12 ge?rgerd op de reactie van organisator Jan Smeets die?in een interview met 3FM na afloop zegt: ?mensen die zeggen dat wij hadden moeten?ontruimen, begrijpen niet hoe deze maatschappij in elkaar zit?. Vanaf 22.30 uur (en de?volgende dag) mengen zich ook festivalbezoekers in het debat op Facebook en Twitter.?Veel van hen geven aan dat zij zich niet onveilig hebben gevoeld, dat de organisatie?complimenten verdient en bovendien dat ?Pinkpop geweldig was?. Sommigen vonden
het noodweer zelfs bijdragen aan de sfeer. De belangrijkste thema?s aan het einde van?de avond zijn:
> Discussie over correct handelen van de organisatie meer in balans.
> Klachten over de communicatiestijl van Jan Smeets.
> Gemiste kans dat Pinkpop niet via Twitter communiceerde tijdens het noodweer.
> Enkele klachten over gebrek aan opvang van bezoekers met een gesneuvelde tent.
> Opluchting over het doorgaan van Metallica.
> ?sensatiezoekerij? door Knevel en Van den Brink.

Na 23.00 uur wordt de uitzending van Knevel & Van den Brink doelwit van kritiek. Velen?vinden dat de presentatoren te lang ?zeuren? over een regenbui. Enkelen beschuldigen?het actualiteitenprogramma van ?sensatiezoekerij?, omdat de presentatoren te veel?zoeken naar de conclusie dat ?Pinkpop aan een ramp is ontsnapt?, bijvoorbeeld:??Pinkpop aan een ramp ontsnapt? Wat een sensatie tv #kvdb. Dat de Mart weer komt?om zijn ego te strelen dat vind ik eerder een kleine ramp.?

3 Conclusies
Uit de online discussie over Pinkpop zijn de volgende conclusies te trekken:

1. Bezoekers en thuisblijvers ervoeren de situatie anders
Op sociale media was een duidelijk verschil zichtbaar tussen de ervaringen van de?bezoekers en thuisblijvers. Thuisblijvers waren (zeker tot aan het eind van de avond)?erg dominant in de beeldvorming. De festivalbezoekers spraken in meerderheid over?goede communicatie, rustige omstanders en een geweldig evenement. Thuisblijvers?speculeerden vanaf het moment dat het KNMI code oranje afkondigde over het wel?of niet afgelasten van het festival. Ze spraken hun bezorgdheid uit over de bezoekers of hun kinderen), maar vooral ook over de gebrekkige informatievoorziening. Zij?gingen voor hun oordeel af op beschikbare informatie, zoals de buienradar, beelden op?sociale media en historische ervaringen (Pukkelpop 2011). Al had de veiligheidsregio?een callcenter ingericht waar gedurende de avond vragen van thuisblijvers werden?beantwoord, de communicatie van offici?le instanties was met name gericht op de
festivalbezoekers. Een gebrek aan informatie bij festivalbezoekers over de situatie?werkte vragen, bezorgdheid en klachten in de hand.?Aan het einde van de avond sloten ook festivalbezoekers zich aan in de discussie over?de vraag of de organisatie wel verantwoord handelde. Velen van hen vonden van wel en?hun stem leek zwaar te wegen. De beeldvorming kantelde en het aantal complimenten?oversteeg het aantal klachten.

2. Verwachtingen bepaalden mede bezorgdheid en klachten
Gesignaleerde klachten en vragen gingen over keuzes die de organisatie maakte?(wel/niet afgelasten, wel/niet evacueren) en over het gebrek aan communicatie. Ook?was er kritiek op de landelijke media die te laat of te weinig over het noodweer zouden?hebben bericht. Achter de vragen, klachten en bezorgdheid op sociale media lijkt een?aantal belangrijke verwachtingen en aannames te zitten:
> weeralarmen en GRIP 3 zijn signalen voor serieuze dreiging
> de organisatie van Pinkpop is verantwoordelijk voor de communicatie
> media en organisatie moeten een overzicht geven van de situatie zodat ik zelf een oordeel?kan vellen of de situatie veilig is
> de organisatie moet onze situatie begrijpen en reageren op vragen, klachten en signalen,?zeker als ze over de kanalen beschikken
> media die live uitzenden moeten ook nieuwsvoorzienend zijn in crisistijd.

3. Gebrek aan informatie maakte de weg vrij voor geruchten
Naast klachten en vragen als uitingsvorm van een informatiebehoefte was de?behoefte aan informatie ook op een andere manier zichtbaar, namelijk in het?crowdsourcing. Mensen gingen zelf op zoek naar informatie. Het risico bij het op die?manier verzamelen van informatie is dat het verificatieproces niet altijd optimaal is en?geruchten ontstaan. Zeker als de informatie niet ter plaatse gecheckt kan worden, is er?het risico dat geruchten breed worden verspreid. Na verloop van tijd werden in dit geval?veel geruchten door anderen weer ontkracht.
Om de ernst of het risico van de situatie te kunnen inschatten, grepen veel mensen?terug op situaties uit het (recente) verleden. Vanwege vergelijkbare elementen (festival?en noodweer) lag een vergelijking met Pukkelpop (2011) voor de hand. Bovendien leken?de donkere beelden die online verspreid werden op die van het festival in 2011. De?burgemeester benoemde die zorg in de uitzending van L1, maar het is opvallend dat in?de berichtgeving van 3FM en de live-uitzending op Nederland 3 deze associatie niet?genoemd werd. Het doemscenario van Pukkelpop was online namelijk erg dominant in?de beleving en een veel gekozen frame bij de beschrijving van de bezorgdheid.

4. Publiek meenemen in de nieuwsvoorziening werd gewaardeerd
De boodschap op 3FM en Nederland 3 was vooral dat als iedereen rustig bleef, zich?hield aan de instructies, het dan waarschijnlijk allemaal goed kwam. De berichtgeving?van L1 was anders van aard en nam de mensen mee in de nieuwsvoorziening. Het?voordeel daarvan was dat mensen meer inzicht kregen in de actuele situatie waardoor?zij zelf een oordeel konden vormen of het goed zou komen. Die presentatievorm van?het nieuws sloot aan op de behoefte. Het is aannemelijk dat dit een van de redenen?was dat L1 na afloop veel meer lof kreeg over de nieuwsvoorziening dan de landelijke?nieuwspartijen.

5. Communicatiestijl maakte verschil
Hoewel de inhoudelijke boodschap van organisator Jan Smeets en 3FM-dj Eric Corton?vrijwel identiek was, werd de integriteit en kundigheid van Jan Smeets veel meer?betwist. Natuurlijk droeg Smeets ook de verantwoordelijkheid waardoor hij kritischer?werd bekeken, maar veel kritiek werd vooral geuit op zijn communicatiestijl. Waar?Corton werd geroemd om zijn rust en duidelijke taal, kreeg Smeets kritiek op zijn?nonchalante houding waarmee hij alle adviezen in de wind leek te slaan. Bovendien?uitte hij zich ongelukkig door in de uitzending op Nederland 3 openlijk de burgemeester?te beschuldigen van een gebrek aan vertrouwen en critici te bestempelen als onwetend?over de werking van de maatschappij.

6. Veel klachten betekent niet een negatieve publieke opinie, het is wel een signaal
Hoewel het aantal klachten online relatief groot was, is het gevaarlijk om te zeggen dat?de publieke opinie op dat moment negatief was. Achter een openlijke uiting van een?klacht zit vaak een bewust of onbewust doel, bijvoorbeeld:
>> ik wil gehoord worden
>> ik wil de situatie begrijpen
>> ik wil contact krijgen met mijn bekenden.

De festivalbezoekers waren grotendeels onbereikbaar, omdat het mobiele netwerk?overbelast was of de batterijen van telefoons aan het einde van het weekend leeg?waren. Bij een gebrek aan informatie en direct contact is het risico aanwezig dat het?online beeld negatief gekleurd wordt. Dat wil echter niet zeggen dat de publieke opinie?in zijn geheel negatief was. Wel is het een signaal dat er een bepaalde behoefte leeft.

Bronnen:?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten

[slideshare id=63640541&doc=rapport-interne-evaluatie-pinkop-2014-160701105227&type=d]

Brand Shell Moerdijk – sociale media analyse

Op 3 juni 2014 rond kwart voor elf ?s avonds ontplofte in Moerdijk op het?industrieterrein van Shell een reactorvat (MSPO-2 installatie) met daarin de?chemische stof ethylbenzeen. Inwoners van onder andere Moerdijk, Klundert, Strijen,?Dordrecht en Delft hoorden twee harde knallen en velen zagen de lucht oranje kleuren,?gevolgd door donkere wolken. Veel mensen associeerden de brand bij Shell direct?met die van Chemie-Pack op 5 januari 2011. Toen kregen de autoriteiten forse kritiek?vanwege gebrekkige communicatie en een weinig soepel verlopende samenwerking?tussen de hulpdiensten. Het toeval wilde dat de gemeente Moerdijk de dag na de explosie het boek met de geleerde lessen van de brand?bij Chemie-Pack presenteerde.

Deze analyse, komend uit “Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten” beschrijft de crisiscommunicatie van de?hulpdiensten in de eerste 26 uur na de ontploffing bij Shell Moerdijk in relatie tot de?beleving van mensen geuit op sociale media.

moerdijk1

1. Feitenrelaas en analyse
Op 3 juni verschijnt om 22.51 uur op P2000 de eerste melding van een brandalarm?op het industrieterrein Moerdijk. Het alarm is afkomstig van Nebiprofa, een bedrijf?in dakbedekkingsmaterialen, maar al snel is duidelijk dat de brand woedt bij het?complex van Shell. De meldkamer stuurt de brandweer met een tankautospuit en?schuimbluswagen naar het adres aan de Wielewaaseweg in Klundert. Kort daarna?worden hulpdiensten naar het complex van Shell gedirigeerd. Binnen een uur na de?eerste melding, wordt opgeschaald naar GRIP 3.

moerdijk2

De eerste melding van een van de offici?le hulpdiensten op Twitter verschijnt om?22.54 uur via het account @BrandweerMWB met een bevestiging van de brand.?Om 23.00 uur wordt het account van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant?aangewezen als officieel account voor de woordvoering en melden de brandweer,?politie, gemeente Moerdijk en de veiligheidsregio dat de offici?le woordvoering via het?account @VRMWB verloopt. In de traditionele media (radio, tv en nieuwssites) wordt?de woordvoering afwisselend gedaan door woordvoerders van de veiligheidsregio, de?politie en burgemeester Klijs van gemeente Moerdijk. Met deze berichten verschaffen?de hulpdiensten geverifieerde informatie over de operatie, mogelijke gevolgen voor?de volksgezondheid, handelingsperspectieven, verkeer en de loketten waar burgers?vragen kunnen stellen.

Moerdijk3

Berichtgeving via sociale media
Opvallend is de snelle afstemming tussen Twitteraccounts van de brandweer,?gemeente Moerdijk, politie en Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De politie?beperkt zich tot enkele retweets in de avond en de ochtend. Ook de gemeente Strijen?en de brandweer van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid twitteren tijdens het?incident, maar daarmee lijkt de afstemming minder intensief. Vanaf 01.20 uur?domineert de gemeente Moerdijk als offici?le woordvoerder op Twitter. De?veiligheidsregio Midden- en West-Brabant verstuurt om 09.27 uur een tweet met?daarin de offici?le overdracht van de communicatie naar de gemeente.

Moerdijk4

De communicatie van de regionale hulpdiensten via Twitter gaat tot de eerste live-journaals van RTL en de NOS vooral over de inzet van materieel en manschappen.?De hulpdiensten doen niet aan webcare (reageren op vragen, klachten of complimenten?die burgers op het web plaatsen). Wanneer de woordvoering zich meer concentreert?op slachtoffers, vrijgekomen chemische stoffen en handelingsperspectieven, ontstaat?enige onduidelijkheid, onder andere door tegenstrijdige berichtgeving via enerzijds?traditionele media en anderzijds sociale media.

> In de uitzending van RTL Nieuws om 23.42 uur zegt een woordvoerder van de?Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant dat ramen en deuren niet gesloten hoeven?te worden, maar dat niet bekend is om welke stof het gaat. Dit leidt tot verwondering en?sarcasme op Twitter (?hoe weet je dat ramen en deuren dicht moeten als je niet weet welke?stof het is?), vooral wanneer om 23.55 uur een NL-alert uitgaat: ?Indien u last heeft van de?rook, ramen en deuren sluiten en ventilatie uitschakelen?.

> De tweet van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van 23.38 uur, waarin wordt?gemeld dat er ?geen sprake is van gewonden?, wordt direct door alle nieuwspartijen?overgenomen en bereikt ook de uitzendingen van de NOS, RTL en Omroep Brabant. Om?00.28 uur bericht de veiligheidsregio op Twitter dat er twee tot vier gewonden zijn gevallen.?Deze tegenstrijdigheid wordt op Twitter minimaal bekritiseerd.

> Er ontstaat verwarring door de positie die het account @LifelinerNL inneemt?in de crisiscommunicatie; het account doet op Twitter verslag van de inzet van?traumahelikopters in Nederland en wekt daarmee de indruk, onderdeel te zijn van de?offici?le crisiscommunicatie. Om 00.08 uur twittert @LifelinerNL dat er toch gewonden?zijn (tweet is inmiddels verwijderd), terwijl de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant?dat pas om 00.26 uur communiceert. Het bericht van @LifelinerNL wordt in totaal meer?dan 50 keer geretweet en onder meer opgepikt door Joop.nl. De positie die het account?in de beeldvorming inneemt, wordt bevestigd als de veiligheidsregio een nieuw bericht
van @LifelinerNL om 00.28 uur retweet. Wel twittert @LifelinerNL daarna dat zij de
communicatie over het incident staakt.

> Al kort na de brand verschijnen klachten over het niet uitzenden van een sms-bericht. Het?NL-alert dat om 23.49 uur wordt uitgezonden ervaren vele twitteraars dan ook als mosterd?na de maaltijd; sommigen hebben het NL-alert zelfs niet ontvangen, met als verklaring?slecht bereik en geen 4G-ondersteuning. Ook klaagt een enkeling over het niet inzetten?van crisis.nl

> Het bericht dat het vrijgekomen ethylbenzeen geen direct gevaar voor de volksgezondheid?oplevert, leidt tot tientallen cynische en kritische berichten op Twitter. Mensen zoeken?zelf op internet naar informatie over de stof en lezen daar dat het onder andere?kankerverwekkend is.

Tijdens de persconferentie de volgende dag om 10.30 uur vertelt de woordvoerder?van de GGD en GHOR dat er geen aanwijzingen zijn dat het vrijgekomen ethylbenzeen?kankerverwekkend is voor mensen. Wel ontstaan door de verbranding daarvan stoffen?die irritatieklachten kunnen geven. Overige woordvoerders en de gemeente herhalen?deze gedetailleerde boodschap niet, maar blijven bij de boodschap ?geen gevaar?voor de volksgezondheid?. De burgemeester verwijst tijdens de persconferentie niet?specifiek naar de communicatie op sociale media, wel naar media in het algemeen
en noemt daarbij de ?schokkende beelden? van het Shellterrein en de bijbehorende?rookwolken die Omroep Brabant eerder op de avond uitzond.

Opvallend is dat de negatieve beeldvorming online vermindert als burgemeester?Klijs van Moerdijk in beeld komt (in interviews op radio en tv en bij persconferenties).?Een logische verklaring is de toename van de informatie, maar vooral ook de houding?en het taalgebruik van de burgemeester worden gewaardeerd. In de persconferentie?van 01.00 uur benoemt de burgemeester de zorgen van burgers en neemt associaties?met Chemie-Pack (geen luchtalarm, presentatie van het boek) als vertrekpunt?van zijn reactie. Daarna bundelt en herhaalt de burgemeester de informatie die de
hulpdiensten in de uren voorafgaand via sociale en traditionele media hebben gedeeld?en koppelt daar een nieuwe boodschap of handelingsperspectief aan. Vooral over?het optreden op Radio 1 en in Knevel & Van den Brink (op 4 juni) zijn veel mensen te?spreken. ?Wat een (op het eerste oog) prettig persoon, de burgemeester van Moerdijk,?@JacKlijs Rustig, helder en open betoog over brand Shell?. Wel stelt een enkeling de?vraag of de positieve beoordeling van de samenwerking en communicatie van de?burgemeester niet wat (te) vroeg is.

Traditionele media
Na het ANP-persalarm verschijnen rond 23.00 uur de eerste nieuwsberichten op?landelijke, regionale en lokale nieuwssites. De informatie lijkt een combinatie van het?ANP-bericht, P2000-meldingen en Twitterberichten. Toch voldoet die informatie in?eerste instantie niet aan de verwachtingen van twitteraars. Er tekent zich een aantal?frames af:

> De ?journalistiek ligt te slapen?. Bijvoorbeeld: ?Is toch godver niet te geloven, mega explosie?in #Moerdijk bij de Shell. Maar @NOS en @RTLLateNight slapen gewoon door?

> Twitter is sneller en beter dan traditionele media en NL-alert. Bijvoorbeeld: ?Is ongepast,?maar ik stel vast dat wij Burgers op Twitter nieuws VEEL sneller en duiding sowieso?adequater brengen dan media?.

> RTL Late Night en Knevel en van de Brink hebben (als actualiteitenprogramma) niet eens?aandacht voor de brand. Over Knevel en van de Brink gaat het gerucht dat het programma?niet live wordt uitgezonden en een eigen leven leidt.

Ongeveer een uur na de eerste melding van de brand komt RTL Nieuws met de eerste?live-uitzending, waarin een woordvoerder van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant wordt bevraagd. De NOS volgt tien minuten later met een eigen uitzending?waarin een verslaggever van Omroep Brabant optreedt. Hij zegt dat de gemeente?Moerdijk en de veiligheidsregio w??r minimaal communiceren. Ondertussen zijn ook?veel nieuwssites een liveblog gestart. Burgemeester Klijs spreekt rond 23.56 uur?voor het eerst in de media in een radio-uitzending op Omroep Brabant. Hij benoemt?daar de stof ethylbenzeen. Vanaf dat moment verschuift op Twitter de aandacht voor?de kritiek op de media naar ethylbenzeen en de mogelijke schade die deze stof kan?veroorzaken. Om 00.30 uur zendt ook Omroep Brabant een extra journaal uit waarin een politiewoordvoerder adviseert uit de rook te blijven, maar hij heeft geen zicht op de?schadelijkheid van de stof ethylbenzeen. Hoewel alle woordvoerders benoemen dat dit?een brand is van een geheel andere orde dan die van Chemie-Pack, blijft dat beeld wel?boven het nieuws hangen.

Moerdijk5

In de ochtend wordt het mediabeeld op tv, internet en radio meer divers met aandacht?voor aanverwante thema?s en vragen.
> Hoe werkt het toezicht bij Shell Moerdijk?
> Wat produceert Shell Moerdijk?
> Onderzoeksraad bekijkt vergunningen Shell.
> RIVM, GGD en OM starten onderzoek.
> Hoe veilig is Moerdijk? Is het een tikkende tijdbom? ?Er heerste echt paniek in Klundert??(Telegraaf.nl en Omroep Brabant)
> Wat is de oorzaak en schade van de brand?
> Waarom geen NL-alert voor Strijen?

2 Tijdblokken
De analyse van de online beleving tijdens de brand bij Shell Moerdijk gaat voornamelijk?in op de beeldvorming op Twitter en is op te delen in drie tijdsblokken met elk een?dominant thema.

> 3 juni, 22.49 uur-24.00 uur: ?Waar blijft de journalistiek??
>> 4 juni, 00.00 uur-06.00 uur: ?Hoe gevaarlijk is ethylbenzeen??
>> 4 juni, 06.00 uur-00.00 uur: ?Complimenten voor de burgemeester?.

Moerdijk6

3 juni, 22.49 tot 24.00 uur: ?Waar blijft de journalistiek??
De eerste berichten verschijnen vanaf 22.49 uur en zijn vooral emotioneel en vragend?van aard. Al binnen een minuut na de eerste melding van een knal is duidelijk dat er?iets aan de hand is bij Shell Moerdijk. Mensen stellen algemene vragen ?Wat was dat???of vertellen wat ze zagen of hoorden op hun eigen locatie. In het eerste uur na de twee?knallen spelen verschillende thema?s door elkaar heen.
> Eigen ervaringen worden gedeeld (visueel en tekstueel), meldingen uit onder andere?Moerdijk, Delft, Zevenbergen, Strijen, Klundert en Dordrecht.
> Waarom geen NL-alert, luchtalarm en crisis.nl?
> Associatie met Chemie-Pack.
> Trage media, Twitter is sneller en vollediger.
> Vraag om handelingsperspectief is beperkt, wel algemene klachten over gebrek?aan communicatie.
> Vanaf 23.30 uur vragen over mogelijk giftige stoffen in rook.

Veel berichten gaan over de heftigheid van de gebeurtenis. Deze berichten lijken te?worden gevoed door meerdere factoren. Ten eerste hebben velen zelf een knal gehoord?en sommigen hebben ook een grote vuurbal gezien. Ten tweede zijn er snel veel?beelden van de rookpluim beschikbaar en professionals duiden snel de informatie die?beschikbaar is via P2000. Het aantal geruchten blijft beperkt en het bereik daarvan?is ook minimaal. Bovendien worden de meeste geruchten (o.a. brand bij Nebiprofa,?Syrische terroristen, ontploft tankstation) snel door anderen gecorrigeerd of door
nieuwe informatie overstemd. Alleen het onjuiste bericht dat er geen gewonden zijn,?zoals de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant meldde, wordt honderden keren?geretweet en overgenomen door landelijke en regionale tv- en radiostations. Vanaf?ongeveer 23.40 uur is veel informatie bekend (nog niet bevestigd) en worden daaruit?getrokken conclusies veelvuldig herhaald. Ook komen traditionele media met liveuitzendingen?op radio en tv. Het crowdsourcingsproces, waarin mensen op eigen?initiatief naar informatie zoeken, neemt tijdelijk af en de aandacht lijkt te verschuiven?naar wat de hulpdiensten op traditionele media melden.

4 juni, 00.00 tot 06.00 uur: ?Hoe gevaarlijk is ethylbenzeen??
Na middernacht hebben zowel de NOS, RTL (tv) als Omroep Brabant (radio) liveuitzendingen?gehad. Een belangrijk thema in deze uitzendingen is de potentieel giftige?concentraties in de lucht. De ontwikkeling in de thema?s van online berichten is als volgt:
> Concentraties in de lucht gevaarlijk.
> Wat zijn de handelingsperspectieven.
> Kritiek op traditionele media verschuift naar aandacht voor communicatie hulpdiensten.
> Geruststelling over de ernst van de brand lijkt te groeien.
> Boek Vuurdoop met lessen Chemie-Pack ?bizar toeval?.
> Aantal grappen neemt toe: ?Shellfie, Meerdijk GTST, benzine zal wel duurder worden en?kan me geen Moerdijk schelen?.
> Sociale media volgen en reageren op traditionele media en woordvoering.

Als burgemeester Klijs bij Omroep Brabant vertelt dat zeer waarschijnlijk de stof?ethylbenzeen vrij is gekomen, echoot dit bericht door op Twitter. Hoewel de boodschap?is dat de stof op hoge hoogte verbrandt, delen mensen op Twitter informatie die ze zelf?over de stof hebben opgezocht en vormen daarmee een tegengeluid. Ethylbenzeen?zou onder andere kankerverwekkend zijn. Enkelen reageren erg cynisch: ?Afijn, geen?doden en gewonden. Wel 10.000 extra gevallen van kanker volgend jaar. Maar daar zijn?straks geen bewijzen van. #moerdijk.?. De boodschap van burgemeester Klijs in de?persconferentie van 01.00 uur dat er weinig vrees is voor de volksgezondheid valt bij?velen daarom niet in goede aarde.

Hoewel veel mensen kritisch zijn over de communicatie over het vrijgekomen?ethylbenzeen, neemt het volume aan berichten snel af. Daarbij lijkt er meer?ruimte te komen voor woordgrappen. Tegelijkertijd verschuift het initiatief in de?informatievoorziening van sociale media naar traditionele media. Quotes van en?reacties op radio en tv verschijnen op Twitter en de meeste aandacht gaat uit naar?wat de gemeente of veiligheidsregio melden. Eerder gestelde vragen op Twitter?(waarom geen luchtalarm, late NL-alert, associatie met Moerdijk) weerklinken nu in?uitzendingen en de persconferentie van 01.00 uur, omdat journalisten ze direct aan?de hulpdiensten stellen.

4 juni, 06.00 tot 00.00 uur: ?Complimenten voor de burgemeester?
Om 06.10 uur geeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant het sein??brand meester? en zegt dat het ?gevaar geweken is?. De gemeente verzamelt?schademeldingen, kondigt de boekpresentatie aan en start de nafase. De media?concentreren zich op aanverwante thema?s als de veiligheid van Moerdijk,?vergunningen van Shell en de oorzaak van de brand. Op Twitter duiken ook nieuwe?signalen op:
> Mensen die door de brand heen hebben geslapen.
> Mensen geven aan geen NL-alert te hebben ontvangen.
> Enkele berichten over tranende ogen en de vraag of kinderen nog naar school mogen fietsen.
> Aandacht voor ?kankerverwekkend ethylbenzeen? blijft.
> Veel kranten hebben de brand niet op de voorpagina staan; mensen zijn daar geschokt over.
> Verbinding van brand Shell met de toekomst van het dorp Moerdijk.
> Complimenten voor de veiligheidsregio, brandweer en gemeente: ?goed gecommuniceerd?en prima werk geleverd!?.
> Complimenten voor heldere taal en houding van burgemeester Klijs.

De aandacht voor het niet ontvangen van de NL-alert en de potenti?le gevaren van?het vrijgekomen ethylbenzeen op lange termijn blijft. Veel mensen lijken daar nog?niet over gerustgesteld. Bovendien zijn enkelen geschokt dat veel kranten de brand?niet op de voorpagina hebben staan. Enkele vragen over tranende ogen als gevolg?van de brand van de avond daarvoor blijven onbeantwoord. Andere mensen geven?juist aan niets van de hele brand gemerkt te hebben omdat ze er doorheen geslapen?hebben. Het sentiment over de toekomst en veiligheid van het dorp Moerdijk sluimert?en wordt vooral gevoed door nieuws van traditionele media en de al eerder geplande?bijeenkomst van Kernwaarde Moerdijk. Naarmate de dag vordert, klinken steeds meer
complimenten voor met name burgemeester Klijs. Vooral zijn optredens op Radio 1 en?in Knevel & Van de Brink worden gewaardeerd.

3. Conclusies
Bovenstaande inzichten zijn opgehaald uit berichten die voorzien waren van dominante?woorden als ?Shell?, ?Moerdijk? of ?Shellmoerdijk?. Voor deze analyse zijn ook op?andere manieren berichten verzameld. Bijvoorbeeld op basis van de geo-locatie van?de afzender. In een straal van 20 kilometer rond de plaats incident zijn alle berichten?bekeken die tussen 22.45 uur tot 02.00 uur (4 juni) op sociale media zijn geplaatst.?Daaruit bleek dat veel jongeren niet met de gangbare hashtags twitteren. Ze gebruiken?het sociale medium meer als (onderling) conversatiemiddel, zonder te verwijzen?naar het onderwerp van hun Twitterbericht, bijvoorbeeld: ?Heel de straat buiten?. De?combinatie van tijd en locatie vormt echter wel een aanwijzing dat het een reactie?is van mensen op de brand bij Shell. Ook praatten veel jongeren in halve zinnen of?straattaal. Velen van hen stelden vrijwel direct na het horen van de knal de vraag of zij?de volgende dag wel naar school mochten. De meesten hoopten van niet.?Daarnaast leverde het zoeken op plaatsnamen van omliggende dorpen in dezelfde?periode enkele aanvullende inzichten op. Volgens de berichten was er veel verkeer?op de Kooilandsedijk (wat zou kunnen betekenen dat veel mensen uit Klundert?vertrokken) en daalde in Strijen isolatiemateriaal neer. Inwoners van Klundert klaagden?over de grote aandacht voor Moerdijk, terwijl hun dorp aan de andere kant van het?Hollands Diep dichter bij het complex van Shell ligt.

Uit de analyse van online mediaberichten over de brand bij Shell Moerdijk zijn verder?de volgende lessen op te tekenen:

1. Sociale media toonden een zelfcorrigerend vermogen.
Op P2000 verscheen een melding van een brandalarm bij Nebiprofa waarop iemand?op Twitter deelde dat daar de ontploffingen ontstonden. Een ander reageerde?daarop door te zeggen: ?Mijn Vrouw werkt bij Nebiprofa. Heeft collega gebeld. Was?brandalarm afgegaan door ontploffing Shell? en voorkomt zodoende het ontstaan van?misverstanden en geruchten.

2. Crowdsourcing resulteerde in tegengeluiden.
Vooral in het eerste uur na de brand verzamelden Twitteraars relevante (en minder?relevante) informatie via onder andere P2000 en Wikipedia en trokken eigen conclusies.?Klachten, vragen en complimenten waren het gevolg, zoals bijvoorbeeld: ?Blootstelling?aan…benzeen leidt tot chromosomale afwijkingen…schade aan de beenmergcellen…?niet … tot leukemie.? Wikip ? #moerdijk?.

3. Houding en taalgebruik even essentieel in waardering van communicatie als de?boodschap zelf.
Niet alleen de boodschap, maar ook de manier waarop deze werd gebracht, bleek?essentieel in de communicatie met burgers. De burgemeester werd geprezen om zijn?duidelijke, begrijpbare taal.
?Helder is die burgemeester Klijs van Moerdijk. Wat spreekt die man normale?mensentaal #communicatie2014?.

4. Niet beantwoorden aan verwachtingen bepaalde grotendeels de klachten.
De grote vraag naar een NL-alert of luchtalarm leek in veel gevallen geen directe?vraag om informatie, maar meer een vraag om te voldoen aan de verwachting dat?hulpdiensten bij een dergelijke crisis een NL-alert uitsturen. Sommigen schatten?aan de hand van een NL-alert de ernst van de gebeurtenis in, zoals: ?En ik dacht dat?er ingebroken werd… Is het de #Shell die de lucht in gaat! Ook te horen in #Dordrecht?dus… Geen #NLAlert dus valt mee??.

5. Niet alleen burgers, maar ook professionals en hulpverleners lieten van?zich horen.
Crisisprofessionals en amateurhulpverleners discussieerden mee en evalueerden?online het gedrag van betrokken instanties. Zij verstuurden en duidden meldingen van?P2000 of signalen van ingezet materiaal. Bijvoorbeeld @WouterJong: ?Verbaas mij wel?over de oorverdovende stilte van @shell_nederland. Zelfs geen doorverwijzing naar?@VRMWB. Had meer verwacht. #moerdijk“.

Bronnen:?Sociale media-analyses?van vijf?kritieke momenten

App: SelfieCop

SelfieCop1

De appbouwers van SelfieCop claimen dat uit onderzoek blijkt dat tieners stoppen met sexting als ze weten dat hun ouders meekijken. Installeer SelfieCop op de telefoon van uw kind te controleren al hun foto’s en af te schrikken sexting.

SelfieCop stuurt ouders een kopie van elke foto of video die hun kind op de smartphone maakt. Het idee is om ze hiermee af te schrikken, de foto’s op te sporen als ze gedeeld zijn en ongedaan?te maken als het tot onveilig gedrag bij kinderen en tieners (van 9 tot 13 jaar) heeft geleid. De vraag is alleen:?gaat dit werken?

Het zet in ieder geval aan tot nadenken, want een ouder die met zijn kind in gesprek gaat heeft in ieder geval een gesprek over het doel van het nemen van foto’s en het doel van het delen daarvan. De bedoeling van de app is om het steeds hardnekkiger wordende sexting met name onder minderjarigen te voorkomen. De gevolgen kunnen namelijk tekenend voor het leven zijn, want sommige foto’s (die bovendien op obscure sites verschijnen) haal je er nooit meer af.

De app is er momenteel alleen voor Android. Het maakt niet uit of er foto’s gemaakt worden vanuit diverse apps. Dus foto’s die gedeeld worden in SnapChat, WhatsApp, Instagram, Facebook of Twitter worden allemaal netjes gekopieerd, gecodeerd en via een e-mail kopie verzonden naar het e-mailaccount van de ouders.

De app is het geesteskind van de in Dublin gevestigde Shane Diffily (web governance-specialist). Hij heeft ervaringen met diverse zaken waarin ongewenste beelden van kinderen online kwamen. Dat kan ook na kwaadwillige hackacties geeft hij toe, maar dat is gelukkig een grote uitzondering geeft hij aan.

 

SelfieCop. Prevent sexting. - screenshotSelfieCop. Prevent sexting. - screenshotSelfieCop. Prevent sexting. - screenshot

 

 

“Toen ik jong was, deden veel kinderen mee aan het bekende??’laat me die van jou zien, dan laat ik de mijne zien’. Maar toen was er geen snelle manier om een ??dergelijke impulsieve actie op te nemen. Maar de kinderen van vandaag leven in andere omstandigheden”.

Shane benadrukt dat?de app niet bedoeld is om hun kinderen te bespioneren hun kinderen. Alleen al het feit dat het is ge?nstalleerd moet al afschrikwekkend genoeg zijnom geen naakte selfies meer te nemen.

Shane geeft to edat de app ook omzeild kan worden, maar uit ervaring blijkt dat de meeste jongeren dat te moeilijk vinden. ?”Ik geef toe dat het onvermijdelijk is dat sommige kinderen dat wel gaan uitzoeken. Ik denk dat unlock methoden online gedeeld gaan worden de komende tijd.?Mijn?team zal reageren door dat steeds moeilijker te maken: het wordt een digitale “wapenwedloop”. Shane vertelt hoe ze lang hebben nagedacht over de balans tussen inbreuk op de privacy van het kind en de veiligheid. “Mijn dilemma is de balans tussen de empathie met kinderen en hun vrijheden gunnen, versus de noodzaak om ze soms tegen zichzelf te beschermen.”

Ouders wordt geadviseerd om de foto’s nooit door te sturen naar een werk e-mail adres of algemeen e-mail adres, want biedt het risico dat de foto’s alsnog weer in handen komen van derden.

selfiecop

Bron: Selfiecop, Wired UK, Fox17Online

Internetfraude neemt toe

Vorig jaar werden 450.000 mensen slachtoffer van internetfraude, een flinke stijging. Het aantal slachtoffers van skimming (bankpasfraude in de fysieke wereld) nam echter wel af. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Mensen werden vooral vaker slachtoffer bij het aankopen van spullen; goederen die werden besteld en betaald maar nooit werden geleverd. De toegenomen fraude hangt mogelijk samen met de groei van het aantal aankopen via internet. Slechts bij 1 op de 5 gevallen van koop- of verkoopfraude via internet is volgens het statistiekbureau vorig jaar aangifte gedaan bij de politie. Bij identiteitsfraude was dat aandeel met 13 procent nog lager.

Image

In 2013 gaf 3,3 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouders aan dat ze wel eens opgelicht zijn van het kopen of verkopen via internet. Dat komt neer op bijna 450.000 mensen. Ook het aantal slachtoffers van identiteitsfraude steeg echter naar zo’n 1,5 procent.

Wel wordt in bijna 90 procent van de fraude op internet melding gemaakt bij bijvoorbeeld de bank. Bij de politie wordt hiervoor in mindere mate aangeklopt.

Het aantal meldingen van internetfraude was in 1 jaar al verdrievoudigd. In 2013 hebben 28.000 Nederlanders bij de Fraudehelpdesk melding gemaakt van (een poging tot) internetoplichting. Het jaar ervoor (2012) waren dat 9.000 mensen.

Bronnen: CBS, ANP, Nu.nl, NOS, Volkskrant.