Tagarchief: social media

Badoo

logo-badoo

Badoo is een social media platform op web en app waar je kunt?chatten, daten, foto’s en video’s uploaden of gewoon over de dingen des levens praten. Mensen uit je omgeving, maar ook aan de andere kant van de wereld kun je er ontmoeten. Op de site staat: ” De stijve wereld van online socializen hebben we opnieuw leven ingeblazen”. Toch zijn er genoeg mensen die een andere doelen hebben bij het maken van een praatje. De site en app is laagdrempelig, iedereen kan meedoen en vervolgens in alle beslotenheid kletsen en er is geen leeftijdscontrole (iets wat zeer lastig is bij dit soort online platformen). Onderstaand voorbeeld geeft weer wat er kan gebeuren als je met een dergelijk?iemand een praatje maakt.?

Onderstaand videoverslag vertelt het verhaal van een 12 jarig meisje dat gedwongen werd aangerand door een 23 jarige man die haar via Badoo had ontmoet en haar vervolgens opzocht. ?De moeder zag het voor haar ogen gebeuren, sprak de man aan en belde de politie toen hij wegrende. De dader is gepakt en wordt bovendien verdacht van diverse overvallen, woninginbraken, ontvoering en diefstal. Hij zit inmiddels vast in afwachting van zijn rechtszaak met een borgsom van 1 miljoen dollar.?

Badoo doet weinig?aan dit soort gevallen. Natuurlijk: al het materiaal dat je toevoegt aan je profiel op Badoo moet overeenstemmen met de?”Algemene Voorwaarden” en geen auteursrechten schenden. Tevens wordt verzocht aan de leden?om elkaar?op Badoo op een respectvolle manier te benaderen en te behandelen. Al het pornografisch of ander beledigend materiaal zeggen ze te verwijderen kan mogelijk leiden tot verwijdering van je profiel (die je eenvoudig opnieuw aanmaakt). Uiteindelijk zijn het vooral de gebruikers zelf die goed moeten opletten wat ze doen en met wie ze een kletspraatje maken. Om meer te weten over de maatregelen die?Badoo genomen heeft kun je de?Algemene Voorwaarden, de?Richtlijnen, en het?Privacybeleid?lezen

Shooting suspect

De datingsite leidde in Atlanta ook een keer tot een gewapende overval bij een vrouw die een date zocht. Een 34-jarige vrouw werd gewond nadat de dader met haar een afspraakje maakte en haar auto stal. De dader had op Badoo de naam ” Koning Lucciano”, maar hij vertelde de vrouw dat hij in het echt “Cash” heette. Maar voordat de dader op haar vuurde en haar auto meenam, gingen ze eerst nog gezellig eten, zoals het hoort bij een date. Maar van echt eten kwam het niet, ze verlieten het Waffle House met lege maag en daarna wilde hij haar smartphone, geld en auto mee. De dader was er uiterst kalm onder, waardoor de politie denkt dat hij dit vaker kan doen. Ze hebben daarom een prijs van 2000 dollar op zijn hoofd via Crime Stoppers:

Bronnen: ABC6, Badoo, 11Alive

De wijk wapent zich met Facebook in een online “posse”

Een reeks?diefstallen en inbraken heeft de?gemeenschap in Waterfront de strijd doen aangaan. Dit keer online.

Terwijl de gemeenschap normaal kan rekenen op?continue?beveiligingspatrouilles en ook ‘off-duty’ politie die samen met burgers nog een oogje in het zeil houdt heeft de community van?6000 inwoners zich nu bewapend met social media. Men gebruikt nu onder andere Facebook om elkaar te waarschuwen.

“We helpen zo?bewoners beter te begrijpen hoe ze zichzelf kunnen beschermen, waar ze een oogje in het zeil moeten houden?en hopelijk hebben we allemaal een oogje op elkaar, zodat we al het mogelijke doen om te voorkomen dat dit soort dingen vaker gebeuren”, zegt Addy Kahele, senior community manager.

Bewoners op Waikele hebben hun eigen versie van de online posse en gebruiken ook e-mail waarschuwingen. “Het begon met 20 mensen”, zegt Malcolm Ching, general manager van de Waikele Community Association, “en nu sturen we het?naar 700 mensen.” Zelfs mensen in de aangrenzende gemeenschappen in Waipahu kunnen lid worden van de posse. “Iedereen kan lid worden van de club, want criminaliteit kan overal plaatsvinden,” zei Ching. “We werken samen met de bewoners in een buurtpreventie programma, en we hopen dat iedereen zal meedoen en actief?wordt,” zei Kahele.

De website van de Honolulu Politie biedt ook een Crime Mapping pagina. Kies een buurt en ontdek het soort misdrijf en de datum waarop het heeft plaatsgevonden. Ook kunnen bewoners?een e-mail alert krijgen.

Bronnen: Khon2, Facebook Waterfront posse,

 

Social Media berichtgeving valideren in het heetst van de strijd #hoax

Sociale media staan er nu eenmaal om bekend dat het waarheidsgehalte van een bericht of een afbeelding niet in ??n oogopslag te bepalen is. De ?vermeende (maar nog niet hard bewezen) click fraude?maakt het niet gemakkelijker, omdat het lijkt alsof zeer veel mensen een bericht bevestigen. Er zijn steeds meer groepen die proberen uit te zoeken hoe onze Filter Bubble gemanipuleerd wordt, zoals bij Facebook het geval lijkt te zijn. Ook komen er steeds meer nieuwe diensten die helpen in validatie van content zoals Rbutr. Een klein voorbeeldje van geruchten bij incidenten uit ons eigen kikkerlandje gaf Roy Johannink onlangs op zijn VDMMP blog?over de onrust in Loppersum begin dit jaar. En eerder schreef hij een rapport over hoe social media van invloed is op onrustsituaties.

Op 17 januari 2014 houdt minister Kamp een persconferentie in Loppersum over het Gaswinningsbesluit. Op sociale media is er veel te vinden over de persconferentie en de toestand in Loppersum. Enkele?foto?s en berichten?zijn wel echt, maar horen niet bij situatie. Van een aantal is niet direct in te schatten of ze waar zijn, zoals het bericht ?Toegangswegen naar #loppersum geblokkeerd.? Maar een bericht over de inzet van kindsoldaten dat zal iedereen als zeer ongeloofwaardig bestempelen.?Politiechef Naomi Hoekstra?laat via Twitter weten: “Jammer, nepberichten over onrust in Loppersum. Zijn archieffoto’s van andere plaatsen, in Loppersum is het rustig!?

De vragen die leven onder communicatieprofessionals, maar ook onder informatie-analisten en leidinggevenden in de besluitvorming zijn voor een ieder herkenbaar. Wie zou een bijdrage willen leveren aan de omgevingsanalyse? Of aan het opsporen van familieleden na een incident. Of een bijdrage aan het communiceren met de buitenwereld? Ook de media en burgers willen snel weten of iets waar is. Velen zetten het nieuws klakkeloos door en sommigen duiken erin op zoek naar een mooi verhaal of de waarheid erachter. En dat kan interessante processen opleveren. Volgens sommigen was 2013 het ?Jaar van de Hoax?, een trend die anderen?in 2014 ook nog wel zien voortduren. Eerder hebben we al de vervelende gevolgen van van geruchten kunnen waarnemen in de analyses van Pukkelpop, Moerdijk of Project X Haren.
twitter_verified_accountHoe valideer je content? Door bijvoorbeeld aan?crowdsourcing?te doen, weten we wie bereidwillig is om vrijwillig een bijdrage te leveren. #Durftevragen, crowdmapping of crisismappig (zoals met Ushahidi) en andere bekende vormen van hulp online is meer dan welkom gebleken. En tools zijn er genoeg. Het Europese project Pheme (naar de Griekse roddelgodin) van werkt ook aan manieren en wil tot een soort leugendetector komen voor social media. Maar kijk bijvoorbeeld ook eens naar de lijst van tools uit het social media digital content verification handbook dat net uit is uitgebracht door het ?European Journalism Center?(EJC). Denk aan?reverse image searches, of aan?Exif of metadata?informatie, maar ook validatie van locaties. Uiteraard zijn er manieren om dit te omzeilen, maar het gros van de geruchten ondervang je hiermee. Een handboek is misschien wat teveel eer voor de publicatie, maar het is een mooi initiatief om deze kennis voor een breder publiek toegankelijk te maken. In deze blog daarom een paar voorbeelden van validatie tijdens crises, maar lees vooral ook het handboek om vele andere voorbeelden te bekijken met soms grote impact tijdens een incident of crisis. Er is voor de overheid en betrokkenen soms niets ergers dan een gerucht dat slim ‘geframed’ en in elkaar gesleuteld is, dat op de juiste tijdstip op social media geslingerd wordt en veel invloed krijgt op allerlei processen. En voor mediapartijen is het bewezen lastig om in een tsunami van informatie waarheid van fictie te onderscheiden, getuige ons blog over de Boston Bombings?waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe diverse vooraanstaande mediapartijen als Reuters en CNN blunderden en de politie Twitter account van de @BostonPolice?zegevierde met gevalideerde informatie. Het zelfreinigend vermogen ook vanuit het publiek in digitale content lijkt steeds beter te worden.

Haaien in Manhattan

Ten tijde van orkaan Irene en een jaar later orkaan Sandy waren een aantal geruchten zeer hardnekkig. Het?FEMA (Federal Emergency Management Agency) heeft daarom nu niet alleen crisis management center, maar zelfs een speciaal Rumor Control Center moeten inrichten om een antwoord te geven op de storm aan geruchten. De geruchten van orkaan Irene gingen in de herhaling bij Sandy en er werden er vele nieuwe toegevoegd omdat grapjassen en internet trollen ook zien dat het invloed heeft.?Lees op de FEMA pagina?welke geruchten zij hebben ontkracht of bevestigd. Wij werken er enkele nader uit, omdat die veel rumoer op Twitter en Facebook hebben veroorzaakt.

FEMA

Allereerst was er (net als bij orkaan Irene) het gerucht van haaien in de straten van New York en andere plaatsen waar de overstromingen heftig waren. Uiteindelijk is dit gerucht, helaas pas in een vrij laat stadium, ontkracht.

Alleen al het?aantal berichten dat mensen maken over haaien in hun straat tijdens een overstroming zorgt voor enige (gezonde) scepsis onder de bevolking. Bovenstaande foto werd als eerste geplaatst door?Kevin McCarty, die wel in Brigantine?lijkt te wonen (waar deze huizen staan). Op Facebook wordt al meteen duidelijk dat deze Kevin vaker complimenten krijgt voor zijn Photoshop skills. Natuurlijk is het nog steeds mogelijk dat deze foto echt is, maar een crowdsourcing proces op jacht naar de echte foto?zorgde ervoor dat mensen uiteindelijk het origineel vonden. Een?Flickr image search laat zien dat het origineel?in 2006 in Zuid Afrika?is genomen.

shark

Ook de haai uit onderstaand plaatje is echt en aan deze foto is geen fotobewerking te pas gekomen. De foto is echter in Mexico genomen, maar geladen met berichten en uit de mond van iemand uit Manhattan leidde het toch tot de nodige onrust.

shark3

Het kan nog gekker:

scubadiver_615.jpg

Natuurlijk krijg je bij deze foto meteen het gevoel: dit is nep. Toch nam Gizmodo de foto over. De metro op de foto van?Jane?geeft al een aanwijzing daarvoor. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de lichten aanstaan in de metro? En is er serieus een fotograaf die de moeite neemt om een dergelijke foto in een crisissituatie te nemen, waarbij de metro ingang afgesloten gebied is? Het blijkt dat?Anna Dorfman, die ook in Dumbo woont, deze foto vlak voor evacuatie genomen heeft. Ze bevestigd zelfs dat zij degene is die hem genomen heeft. Op Instagram geeft Ana Adjelic, ook inwoner van Dumbo, aan dat zij de metro heeft gefotografeerd, maar dan uit een iets andere hoek. De orginelen worden bij elkaar gelegd en de hoax is ontkracht. Journalist Jeff Howe (bekend van het boek over crowdsourcing) bevestigt dat een vriend van hem uit dat gebied soortgelijke foto’s stuurde, en ook hij stimuleert het crowdsourcing proces om tot de waarheid te komen.

En dan deze: de waarheid!

e34thst_615.jpg

Buzzfeed plaatste bovenstaande foto van?Franklin D. Roosevelt (FDR) Drive?dat totaal onderwater was gelopen. De foto was geplaatst op Instagram en social media journalist Chris Heller vond een?YouTube videoclip?die duidelijk laat zien dat de E 34th St exit totaal onder water staat. Ethan Ruttenberg plaatste later een hele serie videos waarin duidelijk werd dat dit geen hoax was. Nog steeds geen perfecte verificatie, maar er waren in dit geval voldoende getuigen die geraadpleegd konden worden over de situatie op straat.

En dan “over the top”:

dayaftertomorrow.jpg

Een foto uit de film?The Day After Tomorrow, die een New York TV logo kreeg om mensen te shockeren. En dat lukte. Hoewel vele Amerikanen (gelukkig) doorhadden dat deze foto niet echt kon zijn, vond men het ronduit smakeloos. Men kwam aan het vrijheidsbeeld. Er kwamen zelfs stemmen op om dit soort ‘grappen’ strafbaar te stellen en een heftige online discussie hierover kwam los. ?New York City raadslid Peter Vallone deed aangifte?tegen de grapjas?Shashank Tripathi (op Twitter?@ComfortablySmug)?die tijdens Sandy een hardnekkig gerucht in gang bracht over een aangekondigde stroomstoring:

FEMA1

Ook tijdens diverse andere incidenten hebben we geruchten geanalyseerd, zoals ten tijde van Project X Haren de geruchten over het dode meisje, de Hells Angels en diverse foto’s die geproduceerd werden. Of de geruchten bij Pukkelpop, De Londense rellen, de aanslag bij de Marathon in Boston. Heeft bijvoorbeeld onderstaande jongen een stoer verhaal over klappen die hij gehad heeft van de ME, of heeft hij simpelweg zijn enkel verzwikt?

enkel

Bronnen: The Atlantic, VDMMP, De Nieuwe Reporter, TechCrunch, TheNextWeb, Slate

Command & Control in de oorlog van morgen

In?Carr??van deze maand een artikel over de toekomst van Command & Control (C2) in de oorlog van morgen. Cyberspace als de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden. Social Media en de genetwerkte maatschappij die daarin een plek hebben maakt ander optreden voor Defensie. Een nieuw ‘DNA’ is in op diverse lagen bij Defensie nodig om in de oorlog van morgen te kunnen opereren.

Door:?Mark Bastiaans, Marcel van Hekken, Marc de Jonge, Marcel van der Lee, Mike Schenk, Antoine Smallegange, Jan Willem Streefkerk en Arnout de Vries (TNO)

In de oorlog van morgen moet Defensie opereren als ??n genetwerkte, slagvaardige en flexibele organisatie. Niet langer uitsluitend kinetisch, maar comprehensive. En ook in cyberspace. Dan moet alle noodzakelijke informatie voor planning, voorbereiding en uitvoering van taken altijd beschikbaar zijn. Op tijd, op het juiste niveau en op maat. Dat vraagt om kwalitatief hoogwaardige C2-processen (Command & Control) en bijpassende systemen.?Een C2-systeem bestaat uit mensen, machines, procedures en organisatie-vormen die commandovoering mogelijk maken. De ICT erachter noemen we C2-ondersteunende systemen.

Op dit moment gebruikt Defensie allerlei verschillende operationele en operatie-ondersteunende informatiesystemen, die meestal eilandstructuren vormen. Voor de operaties van morgen is meer nodig. De C2-ondersteunende systemen van de toekomst moeten flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, informatie op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken en collaboration building en effect assessment mogelijk maken.

Defensie denkt natuurlijk al na over een nieuw C2-ondersteunend systeem in het kader van iCommand. In onze visie zal dit systeem echter niet de problemen van de eindgebruikers oplossen als dit wordt aangestuurd op de traditionele wijze van planning en verwerving. Sowieso is het de vraag of iCommand wel ??n systeem moet worden of dat het beter een configuratie van samenwerkende systemen kan zijn, die elk op hun eigen wijze tot stand komen binnen een goed afgesproken kader.

TNO is als strategisch kennispartner voor Defensie bezig met het ontwikkelen van een visie op C2-ondersteunende systemen van de toekomst. In dit artikel geven we onze visie op de kenmerken van deze systemen, de benodigde functionaliteiten, de kwalitatieve eisen en de technische ontwikkelingen die hierbij een rol spelen. Maar eerst kijken we naar de basisfunctionaliteit, de stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen, en ook de uitdagingen die Defensie in de toekomst zal tegenkomen.

Basisfunctionaliteit

C2-systemen ? gevoed door C2-ondersteunende systemen ? hebben drie hoofdfuncties:

  1. Situationeel begrip (Situational Awareness) cre?ren: weten wat er speelt op het gevechtsveld. Zonder dit geen goede planning, besluitvorming en bevelvoering. Die informatie moet kunnen worden verwerkt en gedeeld, zodat een Common Operational Picture (COP)? ontstaat, een gemeenschappelijk situationeel begrip door meerdere partijen.
  2. Planning en besluitvorming (Command) mogelijk maken: het beslisproces met betrekking tot de manier van optreden om een doel te bereiken dat door de hogere commandant is gesteld.
  3. Bevelvoering (Control) faciliteren: de commandant organiseert, dirigeert en co?rdineert de activiteiten van zijn eenheden.

De stand van zaken en de belangrijkste ontwikkelingen

In 1996 publiceerde het Amerikaanse ministerie van Defensie haar visie op het gebruik van geavanceerde C2-ondersteunende systemen: Joint Vision 2010 (Shalikashvili, 1996). In deze visie zorgt ICT voor real-time intelligence, beter situationeel begrip en een eenduidig operationeel beeld van het fysieke (slag)veld. In Nederland zijn C2-ondersteunende systemen ondertussen gemeengoed bij alle krijgsmachtdelen, net als bij de meeste coalitiepartners. Volgens een onderzoek door het CCRP (Command & Control Research Programme) presteren C2-organisaties vooral beter bij combat-operaties. Bij vredesoperaties, waarbij een mix van militaire eenheden en civiele partijen moet samenwerken, is verbetering mogelijk.

Wij zien drie trends die belangrijk zijn voor C2 in de toekomst. Ten eerste verschuift het traditionele kinetische optreden naar comprehensive optreden: samen met partners. Ten tweede is het optreden niet beperkt tot het fysieke slagveld, maar zal het zich uitstrekken tot in de digitale wereld: cyberoptreden. Tot slot zien we dat technologische trends en de bijbehorende maatschappelijke veran?deringen steeds meer invloed krijgen op organisaties (en dus op C2).

In de moderne, comprehensive oorlogsvoering zijn het begrip van culturele verhoudingen, het opbouwen van duurzame relaties, het inrichten van logistieke infrastructuur en een langere politieke adem belangrijker geworden (Leonard e.a., 2010). Operaties vinden steeds vaker plaats in coalitieverband, met nauwe interagency-relaties met andere landen en overheden, NGO?s en private partijen. De klassieke commandovoering alleen werkt hier niet meer.

Een tweede trend is de groei van cyberoperaties, het infiltreren van computers, netwerken, software en internet om informatie en inlichtingen te vergaren en vijandelijke systemen te be?nvloeden of uit te schakelen. Cyber is nu al de 5e dimensie in het militaire optreden, naast land, zee, lucht en space en zal dus ook het commandovoeringsproces be?nvloeden.

Dan de technologie. Smartphones, social media en apps zijn niet meer weg te denken. Mensen hebben de hele wereld beschikbaar in hun broekzak. Dat heeft ook invloed op de commandovoering. Militairen kunnen nu via apps ook zelf informatie verzamelen. Informatie en functionaliteiten worden nu al ge?ntegreerd en contextafhankelijk aangeboden. Technologie kan daarmee steeds meer beslissingsondersteuning op maat bieden. De militair op het gevechtsveld wordt hierdoor steeds meer zelfregulerend en zelfsturend. De vaak traditionele systemen van Defensie blijven achter in deze ontwikkeling.

De uitdagingen

Deze ontwikkelingen leiden in de nabije toekomst tot twee uitdagingen voor Defensie: de ondersteuning van comprehensive en cyber?optreden vraagt om passende C2-functionaliteit. Ook zal Defensie C2-functionaliteit sneller moeten adopteren, wil men flexibel en effectief kunnen blijven optreden.

Defensie heeft nu meer rollen dan ooit: van gewapende machine tot coalitiebouwer, van precisiebom tot wereldwijde contra-terrorismestrijder, enz. In samenwerking met andere partijen en in cyberspace. Dit stelt nieuwe eisen aan de toekomstige C2-ondersteunende systemen, zoals functionaliteit voor het (samen)werken met meerdere actoren en factoren, informatie-integratie, informatie op maat (personalisatie) en beslissingsondersteuning.

De ICT-visie van Defensie berust nog altijd op grootschalige, dure systemen die tientallen jaren in bedrijf blijven. Maar de ontwikkelingen in nieuwe technologie verlopen veel sneller (cycli van 1-2 jaar), net als de behoefte van Defensie aan nieuwe functionaliteit. Er is dus een veel flexibeler en kortcyclischer verwervings- en ontwikkelingsaanpak nodig. Verderop in dit artikel komen we hierop terug.

C2

De C2-ondersteunende systemen van de toekomst

We hebben nu gezien hoe de snelle ontwikkelingen in de technologie en de maatschappelijke adoptie ervan leiden tot de behoefte aan steeds nieuwe functionaliteit. Dat geldt zeker voor toekomstige operaties, die steeds vaker in continu wisselende samenwerkingsverbanden worden uitgevoerd.

H?t C2-ondersteunende systeem van de toekomst dat alle mogelijke commandovoeringsscenario?s ondersteunt is er nog niet. Bovendien kan een dergelijk systeem ten koste gaan van flexibiliteit en aanpassingsvermogen, beide essenti?le eisen voor Defensie. Wij zien meer in een verzameling functionaliteiten (diensten) ? gedreven door gebruikersbehoeften en specifieke situaties ? die flexibel kunnen worden gecombineerd tot grotere systemen. Samen kunnen deze een groot deel van de toekomstige commandovoeringsscenario?s (zowel comprehensive als cyber) ondersteunen.

In plaats van blijven steken op het niveau van de algemene vereisten voor C2-ondersteunende systemen van de toekomst gaan wij uit van de gewenste functionaliteiten. En de bijbehorende implicaties voor het ontwerp, de technologie, het proces en de organisatie zelf. Hiermee wordt een basis gelegd voor de C2-ondersteunende systemen van de toekomst. Wat zijn dan die functionaliteiten?

  • Nieuwe functionaliteiten voor comprehensive en cyberoptreden: deze relatief nieuwe vormen van optreden vereisen nieuwe functionaliteit, zoals ondersteuning van opdrachtgerichte commandovoering, personalisatie en voorspellende modellen voor beslissingsondersteuning. De koppeling met ISR moet sterker worden. Organisatie- en communicatieafspraken zullen echter altijd nodig blijven.
  • Flexibel: open innovatie en agile voor versnelde ontwikkeling van systemen met verregaande personalisatie per groep, persoon, situatie of taak. Functies moeten direct beschikbaar zijn op het moment dat ze nodig zijn, met maximale gebruikmaking van open bronnen en civiele applicaties. De informatiebeveiliging staat maximale persoonlijke vrijheid toe.
  • Integraal: het ontwerp van toekomstige C2-ondersteunende systemen is expliciet integraal, dus te gebruiken in wisselende contexten en organisaties. Dit aspect wordt hieronder verder verduidelijkt aan de hand van korte scenariofragmenten (in kaders), waarin we de toegevoegde waarde van een functionaliteit van het C2-ondersteunend systeem beschrijven.

Op dit punt in ons betoog brengen we nog even de drie hoofdfuncties van het ondersteunende C2-systeem in herinnering: het ondersteunen van situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Wat moeten de C2-ondersteunende systemen van morgen hier gaan brengen?

Situationeel begrip

De kern van een goed C2-systeem is de kwaliteit, vorm en tijdigheid van de informatie die het overbrengt. Het moet niet alleen informatie geven over eigen troepen, maar ook over andere actoren en factoren in en buiten de operatieomgeving, gevalideerd door de ISR-keten. Flexibiliteit en informatie-integratie zijn dan zeer actueel: de commandant moet zijn eigen set tools flexibel kunnen samenstellen, afhankelijk van de informatiebehoefte (Streefkerk e.a., 2013). De informatiestroom wordt alleen maar groter, complexer en diverser. Informatie-integratie moet zorgen dat voor, tijdens en na afloop van operaties meerdere informatiebronnen kunnen worden gecombineerd tot een nieuwe verrijkte informatiebron, al dan niet van hogere kwaliteit.

C2-ondersteunende systemen hebben voor situationeel begrip de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit die breder inzicht geeft in andere dan alleen kinetische actoren en factoren, doelen en voortgang (de PMESCI-factoren: Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Cultuur, Infrastructuur). Dit is een veel bredere insteek dan een Common Operational Picture (COP) bij de klassieke, meer kinetische commandovoering.
  • Aanvullend op de bredere insteek van het COP dient dit COP ook cyber-aware te zijn. De commandant en zijn staf moeten zich bij hun afwegingen bewust zijn van cyberfactoren met een mogelijke impact op de missie. Er is een accuraat beeld van de huidige en toekomstige status van kritieke middelen (assets) in het cyberdomein.

Personalisatie: op maat gesneden visualisaties en interface-indelingen op basis van rol/expertise, missie, ervaring, enz. De diversiteit in het optreden en de toenemende specialisatie van troepen en samenwerking met partners op maat vragen hierom. Wel moeten het gedeelde begrip en de gedeelde SA overeind blijven of zelfs beter worden, ook al gebruiken actoren een andere applicatie of kijken ze naar andere visualisaties van dezelfde informatie.

(Uit: PROMISE-scenario)

De TACCP beschikt over een optimaal beeld van het gevechtsveld. Op zijn tablet, die bij de TACCP tot secure is beveiligd, ziet C-TACCP de bijtrekkende eenheden zich verplaatsen over de weg en door de lucht. Hij kan zelfs, als hij wil, ieder voertuig zien bewegen, maar hij weet dat hij daar voorzichtig mee moet zijn. De neiging bestaat maar al te makkelijk zich dan met de situatie te bemoeien, terwijl hij weet dat hij slechts een digitale afspiegeling ziet van de realiteit. Ook geven de systemen hem een goed beeld van de PMESCI-factoren.

De Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissence-module (JISTAR) van de TFC heeft een continue stroom aan digitale gegevens van UAV?s, HUMINT, EOV, satellietfoto?s, radargegevens, NAVO-inlichtingenbronnen en uit de interagency omgeving verwerkt en geanalyseerd. De resultaten worden visueel aangeboden op de diverse devices en continu ververst met nieuwe geanalyseerde gegevens uit de joint-combined intelligence database MAJIIC. De C-TACCP kan kiezen voor de gebruikelijke visualisatie op landkaarten of satellietfoto?s, maar kan nu ook de view kiezen van de waarnemers op de grond met 3D-projecties van de informatie op de gebouwen.

 

C2room

Planning en besluitvorming

Planning is het uitwerken van mogelijke courses of action om de doelen van de commandant te bereiken. Planning beslaat een zeer korte (uren/dagen) tot zeer lange termijn (maanden/jaren) en kent steeds wisselende actoren. Bij planning en besluitvorming is steeds de balans tussen snelheid en kwaliteit van belang (cf. Alberts, Huber & Moffat). De ondersteuning van het planningsproces vraagt om flexibiliteit en collaboration building. Flexibiliteit zorgt ervoor dat planningen op verschillende tijdshorizonten kunnen worden gesynchroniseerd, uitgevoerd en ge?valueerd. Courses of action moeten worden gebaseerd op betrouwbare informatie uit de intelligenceketen. Collaboration building zorgt dat de doelen, belangen en modus operandi van verschillende partijen in de planning tot hun recht komen.

C2-ondersteunende systemen hebben voor planning en besluitvorming de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Bredere ondersteuning van het planningsproces: toekomstscenario?s, reality checks en? validatie van de implicaties van de voorgestelde courses of action (inclusief het cyberdomein en de effecten daarvan in het militaire domein en andersom). Mensen moeten hierbij niet te veel leunen op de berekeningen van systeemmodellen en zelf blijven denken.
  • Informatieanalysefuncties: courses of action kunnen flexibeler worden opgesteld als er een sterkere integratie is tussen de intel-keten en de C2-keten. Bijvoorbeeld door informatieanalyse?functies beschikbaar te maken voor commandanten.
  • Collaboration tools voor het ondersteunen van joint en comprehensive optreden ?n plannen. Deze geven partijen inzicht in andere partijen, elkaars doelen, belangen, perspectieven en manieren van optreden.
  • Beslissingsondersteuning: functionaliteit die helpt verschillende courses of action tegen elkaar af te wegen en het maken van een keuze ondersteunt. Deze functionaliteit zal in de toekomst steeds vaker geautomatiseerd zijn. Visualisaties van diverse doorsnijdingen van gefuseerde data kunnen de vorm aannemen van bijvoorbeeld statusoverzichten. Belangrijke aandachtspunten zijn graceful degradation (terugvalmogelijkheden als de beslissingsondersteuning niet functioneert) en vertrouwen van de eindgebruiker in de ondersteuning.

(Uit: PROMISE-scenario)

De vliegers en de grondtroepen hebben de avond tevoren de actie gezamenlijk op de multi-touch birdtables met 3D-terreinview geoefend. Door deze terreinview en het onderliggende Geographical Information System (GIS) hebben de eenheden die deelnemen aan de actie elke invalshoek, de ideale vuurposities, aanvliegroutes voor maximale dekking van het doel vanuit zowel het perspectief van de grondeenheid als vanuit de derde dimensie kunnen zien en bespreken. Ze zijn op de hoogte van elkaars mogelijkheden en zorgpunten. Deze birdtable maakt het doorlopen van de komende actie bijzonder realistisch, zodat iedereen veel beter van elkaar weet hoe hij bij incidenten moet reageren.

C2field

Bevelvoering

Bij de uitvoering van missies en de aansturing hiervan met het C2-systeem komen de drie hoofdtaken ? situationeel begrip, planning en besluitvorming, ?n bevelvoering ? bij elkaar. Radioverkeer, sensorinformatie, berichten, rapporten en waarnemingen zorgen dat de commandant weet of een missie volgens plan verloopt of dat bijsturing nodig is. Ook hier spelen flexibiliteit en informatie-integratie weer een rol. Met name voor commandanten van lagere echelons is het van belang dat zij hun C2-proces flexibel kunnen uitvoeren, ook tijdens verplaatsingen en onder vuur.

C2-ondersteunende systemen hebben voor bevelvoering de volgende afgeleide functionaliteiten nodig:

  • Functionaliteit ter ondersteuning van functionele ondersteunende ketens, zoals vuursteun, geneeskundige dienst, logistiek, intel. Idealiter moet er een betere integratie en harmonisatie zijn van de hoofdfuncties van C2 met deze ondersteunende ketens.
  • Benutting van open bronnen en gegevensuitwisseling met coalitie- en interagency-partners: tijdens het monitoren van een operatie zijn ook open digitale (cyber)bronnen essentieel. Crowdsourcing en wisdom of the crowd zijn niet alleen van belang voor informatieverzameling, maar ook voor be?nvloeding (PsyOps) via sociale netwerken. Deze informatie moet dan wel betrouwbaar genoeg zijn.
  • Verbeterde logging: automatische vastlegging van operatierelevante informatie, zoals automatische generatie van patrouillerapportages, logging van posities, acties, beelden en spraak. Belangrijk hier is de eigen verantwoordelijkheid (accountability).

(Uit: PROMISE-scenario)

De smartphones zijn nuttig bij de uitvoering. Verdwalen in het dorp lijkt onmogelijk met het GIS en de GPS-positiemeldingen in combinatie met een kompas en navigatieapp.

Onderweg heeft SGTMARNS de Bruin een goed beeld van zijn omgeving. Zijn tablet wordt gevoed door de positie-updates van de smartphones van zijn manschappen. Die verschijnen automatisch op de tablet van zijn pelotonscommandant (pc). Met een beperkt tijdsinterval wordt deze informatie weer doorgestuurd in de hi?rarchieke lijn via dataradio?s en satellietverbinding. Zo heeft ook de current cell van de bataljonsstaf een near-real-time geaggregeerd beeld. Verder ontvangt hij korte WhatsApp-berichtjes van andere groepen over hun status. De SGTMARNS is tevreden over het verloop van de patrouille. Er is al een aantal gesprekken op straat geweest en hij heeft enkele wensen van de bewoners genoteerd, die vooral gaan over constructiewerkzaamheden door de genie. Soldaten kunnen terugvallen op de translatorapp op hun smartphone om contacten te leggen. Ook de plaatselijke bevolking is gewend aan de smartphones en doet graag mee aan het communiceren via hun eigen vertaalapp.

C2CA

Wat zijn de implicaties van onze visie?

In het voorgaande hebben we de gewenste functionaliteiten van de C2-ondersteunende systemen ?van morgen beschreven. Die functionaliteiten vereisen ontwikkelingen op een aantal gebieden. De belangrijkste daarvan zijn de gewenste informatieverwerking, kwaliteit, het ontwerp, technologieontwikkelingen en proces- en organisatieontwikkelingen. Deze onderwerpen worden in de volgende subparagrafen in samenhang behandeld.

Informatieverwerking

Hierboven zijn de gewenste functionaliteiten geschetst onder de drie hoofdfuncties van C2-ondersteunende systemen: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering. Om deze functionaliteiten mogelijk te maken worden steeds hogere eisen gesteld aan informatieverwerking:

  • Het ontsluiten van informatieopslag-, -verwerkings- en -distributiecapaciteit: de basisbouw?stenen van ICT. Deze functionaliteit wordt aangeboden door de netwerk- en informatie-infrastructuur (NII), die niet alleen maar toepasbaar is voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatie-integratie: het integreren van twee of meerdere, al dan niet open informatie-bronnen om tot een nieuwe informatiebron te komen. Fusie van data uit verschillende bronnen (gesloten bronnen, open bronnen, sensorinformatie) en organisaties voor beeld?vorming en up-to-date informatie.
  • Informatieanalyse: het analyseren van informatie om tot inzicht te komen. Hieronder vallen informatieanalysefuncties (planning) en voorspellende modellen (planning en besluitvorming). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteunende systemen.
  • Informatiegebruik: het acteren op inzicht verkregen uit informatie.? Bijvoorbeeld inzicht in de voortgang op het gebied van kinetische en andere doelen (situationeel begrip), plannings?ondersteuning (planning), beslissingsondersteuning (besluitvorming) en ketenondersteuning (bevelvoering). Deze functionaliteit is specifiek voor C2-ondersteundende systemen.

Kwaliteit

Naast functionaliteit is in dit artikel regelmatig gesproken over kwaliteit. Om het hoofd te kunnen bieden aan ieder denkbaar operationeel scenario zullen de C2-ondersteunende systemen van de toekomst bovendien heel flexibel moeten zijn. Ze zijn aanpasbaar aan nieuwe hardware, software en andere operationele of gebruiksomgevingen. Ze zijn gemakkelijk onderhoudbaar door de aangewezen beheerders die ook zelf nieuwe functies kunnen ontwikkelen. Ze zijn toegankelijk voor de breedst mogelijke gebruikersgroep. En om te komen tot de gewenste informatie-integratie moeten systemen dus uitwisselbaar (interoperabel) zijn en koppelbaar om twee of meerdere ? vaak open ? informatiebronnen te kunnen integreren. Defensie heeft vanzelfsprekend ook eigen stringente kwaliteitseisen: de systemen zijn te beveiligen en volledig betrouwbaar.

Ontwerp

Op basis van de vereiste functionaliteit en kwaliteit pleiten wij voor de volgende ontwerpkeuzes:

  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst kent een hoge mate van context-afhankelijkheid. Dit betekent dat een gebruiker niet alleen in een willekeurige situatie een serie systemen of applicaties kan samenstellen en aanroepen naar behoefte, maar dat systemen zelf (semi-)automatisch worden gekoppeld tot een situatie-specifieke keten of dienst die aansluit bij de behoefte van die gebruiker op dat moment. Deze keuze komt flexibiliteit ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een federatief systeem. Dus niet ??n C2-ondersteunend systeem, maar een aantal onderdelen of (sub)systemen die generieke functionaliteit (bijvoorbeeld stafkaarten, weer) en specifiekere functionaliteit (zoals een specifieke C2-applicatie voor vuursteun) bevatten. Deze keuze komt flexibiliteit ook ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is opgesplitst in een netwerk- en informatie-infrastructuur en informatie-integratielaag, en een informatieanalyse en -gebruikslaag. Deze laatste twee lagen zijn uniek voor C2-ondersteunende systemen. Deze separation-of-concerns tussen C2-specifieke applicatiefunctionaliteit en generieke informatie betekent dat in de praktijk de koppeling tussen C2-applicaties in de informatie-integratielaag kan plaatsvinden. Deze keuze komt koppelbaarheid ten goede.
  • Het C2-ondersteunend systeem van de toekomst is een open systeem. Dit betekent dat alle systemen met een ICT-component die deel uitmaken van het C2-systeem van de toekomst (dus ook wapensystemen, sensoren, systemen van coalitiepartners en interagency-partners) koppelbaar/interoperabel moeten zijn.

Technologische ontwikkelingen

Om de beschreven ontwerpkeuzes te ondersteunen is ? naast een volwassen netwerk- en informatie-infrastructuur en mogelijkheden voor informatie-integratie ? een aantal bredere technologische ontwikkelingen nodig:

  • Battlefield Internet: in C2-systemen van de toekomst is infomatie overal beschikbaar. In de civiele wereld is internet in de broekzak al heel gewoon. Deze mate van connectiviteit is ook nodig voor toekomstige C2-systemen. Op dit moment zijn de netwerkmogelijkheden op het gevechtsveld zeer beperkt. Om informatie bij uitgestegen manschappen te krijgen ? en om ze informatie te kunnen laten verzamelen ? moeten er nieuwe communicatielijnen worden ontwikkeld.
  • Transient Services: het samenstellen van een op een persoon toegesneden dienst voor een bepaalde situatie is geen gegeven. De komende jaren moet Defensie kijken naar samenstelling van deze diensten en een goede beschrijving van de informatiebehoefte.
  • Agile Security: een bepaalde mate van koppelbaarheid en strikte informatiebeveiliging vereisen nieuwe technologie en maatregelen om de beveiliging van informatie beheersbaar te houden.
  • Big Data en Big Analysis: het ?open maken?, het combineren en analyseren van informatiebronnen uit verschillende domeinen en met verschillende kwaliteit staat nog in de kinderschoenen. Ook hier zijn nieuwe technieken en methodieken nodig om dit te realiseren.

Proces- en organisatieontwikkelingen

Bij ICT-middelen is sprake van korte productcycli. Hardware raakt snel verouderd, nieuwe apparatuur verschijnt op de markt. De behoefte aan functionaliteiten verandert ook snel, zowel door nieuwe vormen van optreden en nieuwe dreigingen, maar ook door nieuwe technische mogelijkheden. De traditionele verwervingsaanpak is niet langer geschikt voor de aanschaf van C2-ondersteunende middelen. Er zal een omslag moeten plaatsvinden van:

  • gedetailleerde (tijdrovende) specificatie van het gehele systeem naar (snelle) specificatie van onderdelen waar behoefte aan is.
  • het kopen van een compleet commercial-off-the-shelf product bij ??n leverancier naar een CD&E-aanpak (Concept Development & Experimentation) van kopen, testen en gefaseerd invoeren van losse (prototype)onderdelen van verschillende leveranciers.

Conclusies

In dit artikel hebben wij een visie geschetst van de C2-ondersteunende systemen voor de toekomst, en de uitdagingen en technologische ontwikkelingen die hierbij van belang zijn. De grootste uitdaging is de verschuiving van traditioneel kinetisch optreden naar comprehensive en cyberoptreden. die vraagt om nieuwe functionaliteiten. Specifiek moeten C2-ondersteunende systemen flexibel aanpasbaar zijn, zich richten op informatie-integratie, deze informatie over alle relevante factoren op maat aanbieden, over voorspellend vermogen beschikken, en collaboration building en effect assessment mogelijk maken. Op die manier kan een toekomstvaste ondersteuning worden geboden bij alle onderdelen van C2: situationeel begrip, planning en besluitvorming, en bevelvoering.

De huidige en toekomstige technologie biedt hiervoor kansen: consumerisation faciliteert nieuwe manieren om hardware, software en communicatiemiddelen in te zetten. Facebook en Google laten ?bijvoorbeeld eindgebruikers hun eigen functionaliteit bepalen (en maken). Battlefield Internet stelt informatie sneller en beter beschikbaar, terwijl informatie-integratie wordt gefaciliteerd door koppelbaarheid en interoperabiliteit van bronbestanden. Open innovaties op social media zouden een voorbeeld moeten zijn voor de mogelijkheden voor samenwerking van Defensie met andere partners. Defensie is aan zet om deze trends (nog) beter benutten.

Dit heeft natuurlijk implicaties voor processen, organisatie en houding van de organisatie. Belangrijkste enabler hiervoor is dat de innovatiecyclus van C2-ondersteunende systemen sneller moet worden doorlopen. Om van de meest recente technologie gebruik te maken moet kort cyclisch ge?nnoveerd worden, inclusief behoeftestelling vanuit operationele gebruikers. Agile ontwikkelen (open innovatie, benutting van civiele technologie) kan dit bewerkstelligen. Idealiter liggen behoeftestelling, innovatie en verwerving in elkaars verlengde in ge?ntegreerde CD&E-trajecten. Deze openheid en snelheid vragen om een andere aansturing: van risicomijdend naar risico?managend, van processen dicteren naar randvoorwaarden stellen. In onze visie kan op deze manier het enorme potentieel aan technologische innovaties constructief worden ingezet bij het ontwerp en de realisatie van toekomstige C2-ondersteunende systemen.

Referenties

Robert R. Leonhard, Thomas H. Buchanan, James L. Hillman, John M. Nolen, and Timothy J. Galpin (2010). A Concept for Command and Control. JOHNS HOPKINS APL TECHNICAL DIGEST, VOLUME 29, NUMBER 2. 157-170.

J.W. Streefkerk, N.J.J.M. Smets, M. Varkevisser & S. Hiemstra-van Mastrigt (2013). Support platoon commanders’ command and control : Commander Zone Management System. TNO Technical Report 2013 R10909. Soesterberg: TNO.

Lkol D.M. Brongers, NEC kennisdocument, versie 1.0, aug 2007

John M. Shalikashvili , Joint Vision 2010, 1996

David S. Alberts, Reiner K. Huber, and James Moffat, NATO NEC C2 maturity model, DoD CCRP, Feb 2010.

Visie NII (Netwerk en Informatie Infrastructuur) voor de doelfinancieringsprogramma?s V1125/1126) / de Visie II (Informatie Integratie) voor C2ISR (V1334) ? in ontwikkeling bij TNO; 2013

Bron:?Carr??

De kracht van online opsporing

De kracht van online opsporing; Een onderzoek naar het gebruik van Twitter binnen de opsporing.

wordcloudZoeyPlanjer

?- Masterscriptie Zoey Planjer,?Universiteit Utrecht

??Ojee! Een foto van de DADERS van het teringtiefustuigh uit Eindhoven. U weet wel, die acht helden die als groepsactiviteit met z’n allen ??n andere jongen in elkaar trapten en ondertussen het woord van het jaar 2013 introduceerden: kopschoppen??.

Op 22 januari 2013 werd door Omroep Brabant een filmpje getoond waarop te zien was hoe acht (onherkenbaar gemaakte) mannen ??n man mishandelen. Twee van de acht verdachten waren bij de politie reeds bekend, naar de overige zes werd nog gezocht. Een dag later circuleert op internet een foto waarop de verdachten volledig zichtbaar zijn. De foto wordt middels social media massaal verspreid en binnen twee uur zijn alle verdachten, met volledige naam, in heel Nederland bekend.

Dit voorbeeld dat bekend staat als ‘de kopschoppers van Eindhoven‘ illustreert de kracht van social media binnen de opsporing, een fenomeen dat meegroeit met het internetgebruik in Nederland. Ook de zoektocht naar de daders van de bomaanslagen tijdens de Boston marathon (april 2013) werd middels social media uitgezet. In een mum van tijd werden foto?s van verdachten gedeeld en burgers gingen actief op zoek naar informatie over deze verdachten. Naast het opsporen van verdachten of vermiste personen, wordt social media ingezet bij de zoektocht naar gestolen goederen zoals fietsen, scooters en auto?s. Zo zette een vrouw uit Maastricht in 2012 een foto van haar gestolen scooter op Facebook en Twitter met begeleidende tekst: ?? Scooter gestolen op de markt van Maastricht. Helpen jullie mee zoeken???. De foto en tekst werden massaal gedeeld en een dag later was de scooter terecht.

De inzet van social media binnen de opsporing zorgt voor veel discussie. Burgers zijn in mindere mate afhankelijk van bepaalde regels, protocollen en privacyrichtlijnen. Hierdoor kan bewijsmateriaal, opgespoord door burgers, niet altijd rechtmatig zijn en verhoogt het de kans op de stigmatisering van verdachten welke nog niet strafrechtelijk vervolgd zijn2. Dit gebeurde bij de klopjacht op de geweldplegers in Eindhoven waarbij een onschuldige Tom Kantelberg werd verdacht enkel en alleen omdat hij dezelfde naam had als een van de daders. Ook bij de zoektocht naar de daders van de aanslagen in Boston werden onschuldige burgers aangewezen als verdachten.

Ondanks deze moeilijke discussie kunnen we niet meer terug; social media is een onderdeel van de huidige samenleving en speelt een steeds grotere rol in het veiligheidsbeleid en binnen opsporingsactiviteiten. Het is nu zaak om te anticiperen op de toekomst en zo effectief mogelijk gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die social media in de opsporing met zich mee brengt. Maar hoe zet je social media op de juiste manier in, zodat het zorgt voor succesvolle opsporing?

Centrale vraag in deze masterscriptie is ??Onder welke voorwaarden leidt de inzet van social media tot succes in de opsporing?”?

Bill Bratton & social media

Sinds korte tijd heeft Bill Bratton zijn welverdiende pensioen weer ingeruild voor het werk dat in zijn hart en nieren zit: politiewerk. De ’top cop’ keert weer terug als korpschef op zijn oude stek: New York City. En sinds een paar dagen maakt hij ook gebruik van social media, namelijk:?Twitter.

 

Politiecommisaris Bill Bratton heeft ten tijde van de Londense rellen ook in de Europese media veel aandacht gekregen nadat de Britse politiek zijn hulp had ingeroepen. De Britse politietop was niet gelukkig met de komst van de Amerikaan. Commissaris Hugh Orde, voorzitter van de Association of Chief Police Officers gaf aan dat als je 400 bendes hebt in de Verenigde Staten, je niet echt effectief bent in de bestrijding daar van. En als je naar de manier van politieoptreden kijkt in de VS, en het niveau van geweld, dan is dat fundamenteel anders dan in Engeland.

Bill Bratton bij CBS-news

Bill Bratton in het NOS-journaal

Bill Bratton heeft er al een hele carri?re opzitten. Sinds de jaren tachtig leidde hij de politie in Amerika’s moeilijkste steden – Boston, New York en Los Angeles. Hij liet een erfenis na die twintig jaar terug ondenkbaar leek: overal waar hij werkte ging de stijgende criminaliteit over in een spectaculaire daling. Zijn aanpak werd wereldwijd overgenomen. In de media verklaarde hij dat het aantal moorden in New York halveerde tijdens zijn bewind, in Los Angeles daalde het aantal misdaden door bendes met 60 procent. Rellen zijn volgens Bratton niet alleen te stoppen door veel mensen te arresteren. Ook aan de sociale redenen voor de onrust moet worden gewerkt. Bratton zal de Britse regering advies geven. Hij is vooral gevraagd om te kijken naar het probleem van misdaad en geweld door bendes. Beperking van bewegingsvrijheid van bendeleden zodat ze niet samen kunnen komen, ze geen mobiele telefoons kunnen hebben en op bepaalde tijden niet op bepaalde plekken mogen zijn, zei hij in The Daily Telegraph. Tevens wil hij sociale media inzetten om activiteiten van bendeleden te volgen.

Britse politiecommissaris over social media

Hieronder een aantal van zijn stokpaardjes

Broken windows theorie:
Bratton, heeft in de Verenigde Staten het ‘kapotte-ruitenbeleid’ in de praktijk gebracht. Volgens deze criminologische visie leidt goed onderhoud van een stedelijke woonomgeving tot minder criminaliteit.?Uitleg Brolen windows theory hieronder:

Brokenwindowstheory

View more documents from frank.

Compstat:
Bill Bratton voerde een computersysteem in waarmee misdaden nauwkeurig konden worden bijgehouden. De agenten moesten optreden tegen agressief en hinderlijk gedrag van met name zwervers. Hij liet de politie nauwgezet de resultaten registreren, zodat patronen van criminaliteit zichtbaar werden. Districtchefs werden aangesproken op de resultaten in ‘hot spots’ van criminaliteit.

Achtergrondfilm uitleg Compstat

BlueLine

Sinds kort heeft Bill Bratton ook geholpen met de realisatie van BlueLine. Het internet social media platform voor de Amerikaanse politie. Enigzins vergelijkbaar met het Nederlandse Politie+.

AP PROVIDES ACCESS TO THIS PUBLICLY DISTRIBUTED HANDOUT PHOTO PROVIDED BY BLUELINE FOR EDITORIAL PURPOSES ONLY.

Zero tolerance:
Bill Bratton had eerder ook invloed op Nederlandse politie hij bedacht het ?zero tolerance? beleid. Bratton had zijn idee?n ontwikkeld als chef van de spoorwegpolitie, waar hij agenten in de metro en treinen meer liet surveilleren en strenger controleren op zwartrijden, bedelen, dronkenschap, rondhangen, enzovoort. Het aanpakken van relatief kleine vergrijpen hielp grotere vergrijpen voorkomen en oplossen.

Predective Policing:
Een zeer interessante ontwikkeling waar hij in de Verenigde Staten mee experimenteert is predective policing: de politie slaat zoveel persoonlijke gegevens over burgers op in de computer dat ze voortaan kan voorzien waar en door wie een misdaad zal worden gepleegd.

Een voorbeeld is een jongetje dat met een pistool op de stoep in New York speelt . Een man passeert, het jongetje schiet per ongeluk, de man schiet terug en ontkomt. Getuigen zeggen dat de schutter een tatoeage – ‘I love you’ – op zijn onderarm had.

Vroeger duurde het dagen, soms weken, voordat de politie in zo’n geval de identiteit van de verdachte achterhaalde. Nu kan het veel sneller: de korpsen van New York en Los Angeles beschikken namelijk over real time crime centers, databanken waarin de intieme persoonsgegevens – zoals tatoeages – van miljoenen burgers zijn opgeslagen.
Daarin kan de politie terugvinden dat er in New York een aantal mensen zijn die een variant van ‘I love you’ op hun lichaam hebben getatoe?erd. Dan wordt het een stuk makkelijker om verder te rechercheren.

Het interessante is dat de politie diezelfde databanken nu ook kan gebruiken om in de toekomst te kijken. Een voorbeeld uit de politiepraktijk van een grote Amerikaanse staat. De scholen in die stad hebben te maken met een schrikbarend hoog moordpercentage. Een politiecommissaris besloot de persoonsgegevens van alle vermoorde leerlingen van de laatste jaren in een databank te stoppen voor een slachtofferprofiel. Zo was het mogelijk om een lijst van vijfhonderd studenten samen te stellen die het risico lopen dat ze ook vermoord worden. Nu weet de politie beter waar ze moet zijn en op wie ze moeten letten. Het is nog onduidelijk of het werkt, want het is een proefproject, maar Bratton voorziet dat dit de toekomst van politiewerk is.

Achtergrondmateriaal:

Compstat

View more documents from frank.

Compstat strategic police management for effective crime deterrence in new york city

View more documents from frank.
Bronnen: NRC, Volkskrant, DailyNews, DailyTelegraph, Wikipedia.

Sociale Media helpen overheid en burger

Eind vorig jaar??stond een artikel?in TNO Time over social media in Nederland en waarom dat voor TNO een interessant onderzoekslandschap biedt. Eerder hebben we al bericht over het symposium waarin enige onderzoeken van TNO werden gepresenteerd waarin onderzocht wordt hoe online gedrag valt te voorspellen of te be?nvloeden.

?Burgers krijgen dankzij sociale media meer macht. Dat is een zekerheid.?

TNOTimesep13

Nederland loopt wereldwijd voorop in het gebruik van sociale media. En in het onderzoek naar sociale media. Als strategische partner adiviseert TNO uiteenlopende overheidsdiensten hoe ze sociale media kunnen inzetten voor opsporing, veiligheid en gedragsbe?nvloeding. En hoe de burgers hen daarbij kunnen helpen, want sociale media zijn tweerichtingsverkeer.

?In Nederland zijn we wakker geschud door de brand bij Moerdijk van januari 2011. In Belgi? ging de wekker een half jaar later af, bij het noodweer dat Pukkelpop trof. Het publiek publiceerde via Twitter foto?s, dat was handig voor de hulpdiensten. En bij Pukkelpop werd via Twitter het hulpaanbod van het publiek gekanaliseerd?, aldus ir. Arnout de Vries. Hij adviseert onder meer de politie en beschouwt sociale media, die een schat aan gegevens (kunnen) leveren, als het nieuwe DNA. Het is tevens de titel van zijn boek dat eind dit jaar verschijnt.
Daarnaast publiceert De Vries over sociale media en opsporing via het blog socialmediadna.nl. Daar zijn talloze praktijkvoorbeelden te lezen hoe de politie Facebook en Twitter strategisch kan inzetten; niet alleen als informatiebron voor opsporingsdoeleinden, maar ook om de burger actief te betrekken bij lopende zaken. Dat geldt tevens voor crisisbeheersing, zoals bij de Moerdijkbrand. De Vries: ?De politie is een informatie-organisatie, dus sociale media zouden in het DNA van elke agent moeten zitten.?
De Vries was ook betrokken bij het onderzoek naar de ?Facebookrellen? in Haren van vorig jaar september. Op YouTube is een digitale reconstructie van Project X te zien. Een belangrijk deel van zijn taak is het ?wakker schudden? van overheden: ?Bijna alle instanties zijn actief op Twitter, maar men weet niet goed wat het effect is. Hoe kan ik mijn doelgroep bereiken? Dat is belangrijker dan het hebben van veel volgers.?

Aandacht en duiding
In het gebruik van sociale media loopt Nederland wereldwijd voorop; burgers publiceren uit zichzelf veel informatie online. Internationaal is er nog weinig onderzoek gedaan naar de be?nvloeding van gedrag via sociale media. Daar houdt psycholoog prof. dr. Jan Maarten Schraagen zich mee bezig. ?Er is met betrekking tot digitale media geen gebrek aan informatie, maar een gebrek aan aandacht en duiding?, stelt hij. Schraagen onderzocht welke tweets kinderen elkaar stuurden bij het kijken naar de tv-talentenjacht Voice Kids; de inhoud van de berichten bleek minder relevant dan het netwerk van verbonden personen. Deze zomer voerde hij een onderzoek uit naar gedragsbe?nvloeding via sociale media. Een ander onderwerp van studie is community resilience ? de veerkracht van lokale gemeenschappen bij rampen. ?Burgers organiseren zichzelf en dat kan goed via sociale media. Ze worden weerbaarder tegenover bedreigingen van buitenaf.?

Onderbouwde keuzes maken
?Ik probeer internet veiliger te maken,? zegt innovatie-consultant dr. ir. Mark van Staalduinen. ?In samenwerking met verschillende overheden werken we aan nieuwe concepten voor een veiliger internet en slimmer gebruik van sociale media.? Hij houdt zich bezig met media mining, het zoeken naar essenti?le informatie in grote hoeveelheden data. ?Criminelen of terroristen zijn ook actief op internet. Zo zijn er anonieme marktplaatsen waar criminelen producten en diensten aanbieden; je kunt bijvoorbeeld een DDOS-aanval bestellen, maar ook de nieuwste virussen en malware. We detecteren nieuwe ontwikkelingen in een vroeg stadium, zodat de betrokken instanties daarop kunnen anticiperen.? Daarnaast beschouwt hij sociale media als een soort ad hoc cameranetwerk. ?We ontwikkelen een dienst om uit al dat beeldmateriaal de juiste foto te filteren.?
Van Staalduinen is tevens betrokken bij iRN (Internet Research Netwerk), een innovatief platform voor overheidsorganisaties die internet gebruiken voor onderzoek in het kader van toezicht, handhaving en opsporing. iRN heeft inmiddels ruim acht duizend gebruikers binnen overheidsinstanties. ?Op dat platform kan innovatie snel landen. We overzien de ontwikkelingen en kunnen onderbouwde keuzes maken. We verbinden technologie aan het werkveld.?

Essenti?le bron
Welke rol kunnen sociale media in de toekomst gaan spelen in relatie tot de veiligheid van de maatschappij? Van Staalduinen: ?Voor overheden wordt sociale media een essenti?le bron voor vroegtijdig signaleren van misstanden en incidenten, zowel in de digitale als de fysieke wereld.? De Vries voorziet dat politie en burgers dankzij sociale media meer gaan samenwerken. Volgens Schraagen krijgen burgers dankzij sociale media meer macht. ?Dat is een zekerheid.?

Sociale media en vaccinatie?

Jan Maarten Schraagen onderzocht hoe via sociale media twaalfjarige meisjes zijn te bewegen om zich te laten inenten tegen het humaan papillomavirus (HPV), dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Gemeten is de effectiviteit van verschillende communicatiestragie?n op sociale media, met als doel om het RIVM (Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu) meer gericht te kunnen adviseren bij de inentingscampagne van voorjaar 2014.

Bron: TNO

Overzicht van gebruik social media door de politie in 2013

Twitter-agenten, opsporingsfacebook en YouTube-filmpjes: politiekorpsen gebruiken de social media steeds meer als opsporingsmiddel. Dat symboliseert de `z??r opvallende’ opmars van social media bij de politie afgelopen jaar. Veel politiemensen zijn te vinden op Twitter en ook de vele filmpjes die via Youtube online zijn gezet, missen hun doel niet. Deze filmpjes zijn al miljoenen keer bekeken. Dat maakt het gebruik van social media door de politie tot een krachtig middel waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Mede dankzij successen worden politiekorpsen enthousiast over het gebruik van social media en het betrekken van burgers bij het politie werk. Ze beginnen opsporingssites en verspreiden opsporingsberichten via eigen profielen op Facebook en Twitter. Daarnaast plaatst de politie op YouTube bewakingsbeelden van misdrijven. Vaak wordt daarin verwezen naar de traditionele media: opsporingsprogramma’s op de landelijke en regionale televisie.
Het jaar 2013 laat zien dat dit middel steeds vaker wordt ingezet door politiekorpsen over de gehele wereld. Hier een overzicht van filmpjes uit 2013 waarin het gebruik van social media door de politie wordt getoond.

WNEM TV 5

 

 

 

 

Dynamiek door digitale interactie

dynamic

In een tijd waarin jihadisten met elkaar via Facebook communiceren, werknemers en ambtenaren in problemen komen door ongewenste uitlatingen op onder meer Twitter, en de vakliteratuur schrijft over ?sociale-mediaonrust? (zie het Tijdschrift voor de Politie, 2013, nr. 7, pag. 6 e.v.), verschijnt Social media: het nieuwe DNA van Arnout de Vries en Frank Smilda. Het overkomt mij niet vaak dat een boek mij overrompelt. Dat je door een publicatie zodanig ge?ntrigeerd wordt dat je steeds meer wilt weten van wat de auteurs met de lezer willen delen. Dit keer is dat wel het geval! Niet alleen vanwege zijn timing, vooral door de veelomvattende inhoud en de professionele en eigentijdse vormgeving mag deze uitgave voor mij ?een topper? worden genoemd.

Burgeropsporing

In een zevental hoofdstukken wordt op een prettige wijze de omvang, impact en gevolgen van social media voor de opsporingspraktijk beschreven. Uiteenlopende onderwerpen passeren daarbij de revue, gelardeerd met vele recente praktijkvoorbeelden. In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs in feite de essentie van hun uitgave. De overgang ? en de daaruit voortvloeiende gevolgen ? van burgerparticipatie naar burgeropsporing als gevolg van de digitale revolutie. Social-mediagebruik niet alleen om ? in een eenrichtingsverkeer ? informatie te verspreiden aan een groot publiek, het web 1.0, waarbij het consumeren van informatie centraal staat. Neen, social media worden in toenemende mate in een tweerichtingsverkeer gebruikt om met diezelfde burger de dialoog aan te gaan over de opsporing en hem daar actief bij te betrekken; de interactie van web 2.0, waarbij afnemer en producent van informatie in elkaar overgaan.

Natuurlijk zijn de auteurs daarbij niet blind voor risico?s en dilemma?s die ? naast de voordelen ? onderkend kunnen worden bij onder meer ?user generated content?, het werken met de ?long tail?, het gebruiken van ?the wisdom of the crowd? of het raadplegen van experts met ?prosourcing?: (te vroege) transparantie is immers niet altijd gunstig voor de opsporing. En de praktijk heeft eerder in een aantal geruchtmakende zaken aangetoond hoe ongebreidelde ?burgerparticipatie? onder omstandigheden kan ontaarden en de voortgang van een opsporingsonderzoek ernstig kan belemmeren. Ook hiervan in het boek vele voorbeelden.

Diversiteit

Veel beschreven onderwerpen zijn het lezen zeker waard. Of het nu gaat over de toepassing van de 8 Gouden W?s op social media, hun invloed op de keuze, timing en gebruik van reguliere recherchetactieken, het opsporen met behulp van social media of de 10 dilemma?s waarmee iedere professional geconfronteerd wordt zodra deze bereid is zichzelf t.a.v. het gebruik van social media enkele kritische vragen te stellen. Wat dat betreft had het voor mij zeker meerwaarde om na de meer informatieve hoofdstukken uiteindelijk ook tot deze reflectie geprikkeld te worden.

Aanvullende verdieping noodzakelijk

Het is de grote verdienste van dit boek dat het de lezer niet alleen informeert, maar daarbij ook scherper en alerter maakt op een aantal fundamentele vraagstukken die met de omschreven problematiek samenhangen. Zo realiseerde ik mij tijdens het lezen steeds meer de essenti?le rol van de informatieco?rdinatie in lopende onderzoeken, al is het alleen al om bij het gebruiken en waarderen van opsporingsgegevens het (juridisch relevante) onderscheid tussen sturings- en bewijsinformatie scherp te hanteren. Informatie, verkregen via social media, dient immers tegen deze achtergrond gekwalificeerd en gebruikt te worden. Zo ook de absolute noodzaak om in een steeds meer hybride wordende informatie-omgeving van de hedendaagse opsporingspraktijk nadrukkelijk aandacht te schenken aan het verifi?ren en falsificeren van bronnen en informatieresultaten. Want hoe anders om te gaan met de situatie waarin data deels direct en deels via derden (lees: social media) in de beeldvorming van de onderzoekers een rol gaan spelen? En in hoeverre kan, mag en moet daarop actief gestuurd worden, bv. door in een interactieve opsporingsstrategie actief en bewust van de (door)werking van social media gebruik te maken? Vragen waarop in deze uitgave ? begrijpelijkerwijs ? geen duidelijk antwoord wordt gegeven, maar waarvan het belang juist door dit boek extra onder de aandacht wordt gebracht.

State of the art

Zoals gezegd, dit boek leest bijzonder prettig en makkelijk. Het taalgebruik in combinatie met vormgeving en recente praktijkvoorbeelden bevorderen een goed zicht op ?the state of the art? ten aanzien van het social-mediagebruik in de opsporing. Doordat noten en referenties per hoofdstuk keurig worden aangegeven, is het verder zoeken op relevante onderdelen goed te doen. Met het social-media-ABC en een misdaad-ABC wordt de uitgave afgesloten: een tweetal alfabetisch opgezette overzichten van veelvoorkomende begrippen en praktijkgevallen met verwijzing naar relevante internetsites. Een stukje naslagwerk als afsluiter van een uitstekend boek, dat ik iedereen wil aanbevelen die ? belast met opsporing ? met social media te maken heeft. En wie is dat niet?

A. de Vries, F. Smilda (2014), Social media: het nieuwe DNA. Een revolutie in opsporing, uitgeverij Reed Business Education, 247 pagina?s, ISBN 978 90 352 4702 4.

Recensent Gerard Blonk is forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi-)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten.

Bronnen: Tijdschrift voor de politie (2013, nr. 7, pag. 6 e.v.)