SocialMediaDNA richt zich op kennisdeling rondom social media, politie en maatschappelijke veiligheid. Onderwerpen vari?ren van de online aspecten van openbare orde, opsporing, vervolging, rechtspraak tot crisisbeheersing en communicatie.
De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen daarvan in de maatschappij volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe communicatiemiddelen tussen mensen onderling, met bedrijven en de overheid zorgen voor nieuwe mogelijkheden voor het melden van ongevallen en noodsituaties. Het ministerie van Justitie en Veiligheid, de hulpverleningsdiensten (in de vorm van de LMS, de Landelijke Meldkamer Samenwerking) en TNO onderzoeken binnen het programma ?Het Nieuwe Melden? samen hoe de overheid zich slimmer kan organiseren en beter gebruik kan maken van de kansen die nieuwe communicatievormen bieden voor het melden van veiligheidsincidenten. De kennis die deze onderzoeken oplevert, draagt eraan bij om nu en in de toekomst burgers in nood sneller en effici?nter te helpen en de ambulancezorg, brandweer, marechaussee en politie beter te faciliteren bij hulpverlening en bestrijding van crisis en rampen.
Visievormend en experimenteel onderzoek is de kern van de aanpak van Het Nieuwe Melden. Met visievormend onderzoek brengen we de huidige trends en transities in kaart en bedenken samen met de verschillende stakeholders in het meldkamerdomein hoe hier effectief op ingespeeld kan worden. Met experimenten onderzoeken we de invloed van technologische ontwikkelingen op de meldkamer en het meldproces. We beantwoorden vragen als: ?Hoe sturen we hulpverleners voorbereid op weg met big data?? of ?Welke input kunnen sensoren leveren aan de meldkamer??. In het programma werken we nauw samen met de LMS. De LMS, de ‘scale-up’ van het programma Landelijke Meldkamer Organisatie, is het nieuwe organisatieonderdeel van de politie en werkt van en voor alle partijen in het meldkamerdomein. E?n van de belangrijke opdrachten van de LMS is het moderniseren en vernieuwen van meldkamerprocessen, -systemen en ?organisatie, onder andere met sensoren, datascience en netcentrisch opereren. In samenwerking met het meldkamerveld kunnen we onderzoek doen met impact ? waarin de eindgebruiker wordt meegenomen. We vertellen graag meer over de trends en transities en lichten twee recente experimenten toe.
Trends
Er zijn verschillende trends in kaart gebracht die van invloed zijn op het meldproces:
Smart community: We leven in een smart community, waarin informatie-uitwisseling explosief toeneemt en mensen altijd en overal met elkaar verbonden zijn. Dit betekent dat er meer kanalen komen via welke burgers meldingen kunnen of willen doen. In deze genetwerkte samenleving is iedereen steeds meer altijd en overal met elkaar verbonden. Daarnaast wordt burgerparticipatie, bijvoorbeeld via sociale media, gemakkelijker.
Vermenging digitale en werkelijke wereld: De digitale en werkelijke wereld versmelten, waarbij er een toenemende afhankelijkheid is van digitale systemen. De digitale wereld is in staat tot steeds betere nabootsing of zelfs ?verbetering? van de echte wereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Augmented Reality of Mens Machine Interfaces. Activiteiten en systemen in het digitale domein krijgen daarmee steeds meer invloed op onze activiteiten in de fysieke wereld. Digitale veiligheid zal daarmee steeds meer impact hebben op de fysieke veiligheid van de burger.
Beeldcultuur: We leven in een beeldcultuur, waar de technologie in een stroomversnelling zit en de behoefte aan beeld steeds groter wordt. De impact van deze trend is momenteel al voelbaar in de meldkamers, die steeds vaker toegang hebben tot (live-)beelden uit de regio. Bij dit toenemende aanbod moet rekening gehouden worden met de regie ? voegt het beeld nog wat toe aan reeds ontvangen informatie en in hoeverre draagt het bij aan snellere hulpverlening? Daarnaast is het van belang om de impact op de centralist te duiden; beelden kunnen schokkender zijn of juist een melding afzwakken.
Autonome besluitvorming: Er is steeds meer sprake van autonome besluitvorming op basis van data. Wanneer er geen gebruik gemaakt wordt van de toenemende input van data ten behoeve van veiligheid zal de burger zich afvragen waarom niet. Aan de andere kant moet er ook geen overload zijn aan data of beslismodellen die het hulpverleningsproces kunnen verstoren.
Digital trust: We worden ons bewust van de keerzijde van het opslaan en transporteren van data, mede omdat de kwetsbaarheid voor digitale veiligheidsincidenten groter wordt en het onderscheid tussen nep en echt steeds moeilijker. Privacy zal soms opgegeven moeten worden ten behoeve van veiligheid, maar waar ligt deze grens? Transparantie over welke gegevens waarvoor worden gebruikt blijkt hierin een belangrijke factor. Daarnaast moeten nieuwe databronnen (zoals beeld) die aangewend worden voor besluitvorming betrouwbaar zijn.
Smarter world: We leven in een smarter world, waarin ?dingen? steeds slimmer worden en mens-machine interfaces steeds intu?tiever. Veiligheidsdiensten moeten dus steeds beter kunnen communiceren met dingen in plaats van mensen. Op deze manier zouden slimme voer-, vaar- en vliegtuigen of gebouwen zelf meldingen kunnen doen.
Transities
Om in te spelen op de hierboven beschreven trends en ontwikkelingen zijn verschillende transities voor de meldkamer gedefinieerd: van beperkte gegevens naar relevante multimediale informatie, van volgend naar voorspellend, van menselijke naar kunstmatige intelligentie, van begrensd naar virtueel grenzeloos, van intern hi?rarchisch naar extern genetwerkt, van blind vertrouwen naar transparantie. Aan deze transities worden samen met stakeholders, zoals de verschillende kolommen en het ministerie, actierichtingen gedefinieerd die eind dit jaar gepubliceerd zullen worden.
Transities op de weg naar Het Nieuwe Melden
Beeld in de meldkamer
?Ja mevrouw, ik zie het?!? Een nieuw geluid op de 112-meldkamer tijdens het experiment ?Melden met beeld?. In oktober is een onderzoek uitgevoerd in de Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland om te onderzoeken wat de invloed is van het gebruik van beelden bij 112-meldingen. Beeld kan namelijk het proces versnellen en de juistheid van informatie vergroten maar mogelijk ook tijd kosten om te interpreteren en afleiden van wat wordt gezegd. Centralisten van verschillende disciplines deden mee aan twee experimenten. Het eerste (quasi) experiment richtte zich op het effect van beeld op het proces en met name op de snelheid, juistheid en volledigheid van de verwerkte informatie. Elke centralist handelde tijdens het experiment acht cases af waar tijdens de intake beeldmateriaal aan werd toegevoegd. Op die manier konden onderzoekers van TNO de prestaties van de centralisten die eerder de cases hebben afgehandeld zonder beeldmateriaal worden vergeleken met de prestaties van de centralisten die wel beeldmateriaal kregen aangeboden. Het tweede experiment was verkennend van aard en richtte zich op de emotionele en cognitieve impact van beeld op de centralist. De eerste conclusies en inzichten van de experimenten worden nu verwerkt en later dit jaar gepresenteerd. Want, de toekomst komt in beeld.
Voorspellen van meldingen
Het voorspellen van de spoedvraag is een ander voorbeeld van een experiment, dit keer in samenwerking met de meldkamer Rotterdam. In dit experiment wordt een algoritme ontwikkelt om 112-meldingen te voorspellen op basis van historische en live bronnen. Verschillende databronnen kunnen gebruikt worden door zogeheten ?machine learning algoritmes? om trends te ontdekken en voorspellingen te doen. Politie, brandweer en ambulance maken al gebruik van voorspellende algoritmes om te bepalen waar de kans op incidenten het grootst is. Maar deze algoritmes zijn nu nog voornamelijk gebaseerd op historische incident data. De vraag is of andere (live) databronnen zoals weer en verkeer kunnen worden benut om beter te kunnen anticiperen op de spoedvraag. Deze vraag wordt op het moment van schrijven getoetst waarbij experts van politie, brandweer en TNO samenwerken om voor dit probleem werkbare oplossingen te realiseren.
Conclusie
Door een gedegen visie te vormen over de nabije en verdere toekomst en te leren van experimenteren in de praktijk geeft het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden inzicht in de meldkamer van de toekomst: wat is er mogelijk en hoe pakken we dit aan? Een mooie uitdaging waar nu en in de komende jaren hard aan gewerkt wordt. Doet u mee?
Op het internet duiken steeds meer spookaccounts op, die nepnieuws verspreiden. Deze internettrollen zijn ook verantwoordelijk voor online haatmisdrijven en kunnen de rechtsorde bedreigen. Hoe kunnen online veiligheid en leefbaarheid gewaarborgd worden in de 21ste eeuw?
– Een artikel van Arnout de Vries geplaatst in Secondant
Sociale media zijn breed beschikbaar en worden door jong en oud en onschuldige maar soms ook kwaadwillende personen gebruikt. We kennen sociale media vooral als een geweldig middel om met elkaar verbonden te raken via chat en door (vakantie)foto?s te delen. Toch kan je niet alleen je hart luchten met andere gebruikers, maar ook mensen isoleren, van anderen vervreemden en vernederen. Dit varieert van kleine pesterijen tot regelrechte oorlogsvoering. Want kinderen?gamen online, maar in dezelfde spelletjes zitten vaak ook neonazi?s, zoals in het online oorlogsspel Clash of Clans. Soms zitten zij in eenzelfde chatsessie met jonge, zeer be?nvloedbare kinderen. Toezicht op de online normoverschrijdingen is beperkt, of afwezig.
Het zogeheten trollen als vorm van normoverschrijdend gedrag online neemt toe. Trollen kan beginnen met pesten, maar verergeren tot intimideren en stalken. Het kan slachtoffers zelfs tot zelfmoord drijven. Als dit online gedrag de veiligheid en leefbaarheid schaadt, komt het als verschijnsel in beeld bij de overheid.
Veiligheidsconferentie
In mei dit jaar werd in Londen een internationale veiligheidsconferentie gehouden over ?trolling?. Onderzoekers en specialisten uit bedrijfsleven en overheden vanuit meer dan 15 Europese landen kwamen bijeen om de kansen voor een vernieuwde aanpak te bespreken. Ook de bedreigingen van deze ontwikkelingen kwamen aan bod. Al deze partijen uit de veiligheidssector hebben als doel om het internet veiliger en leefbaarder te maken.*
De techniek heeft zich in de afgelopen jaren zodanig ontwikkeld dat internet een vanzelfsprekendheid is voor veel mensen. Echter, ook anonimiteit door encryptietechnieken en het gebruik van kunstmatige intelligentie worden steeds normaler. De internetgedragscodes veranderen sinds het ontstaan ervan mee, maar: Wat is acceptabel en wat niet? Wat staan we met moderne technologie toe en wat niet? Nieuwe ontwikkelingen bieden nieuwe kansen, maar vormen ook nieuwe bedreigingen. Op het wereldwijde web zijn de meningen verdeeld over hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan en elk socialemediaplatform hanteert hierbij zijn eigen huisregels. Socialemediaplatforms dulden bijvoorbeeld alleen echte mensen en toch duiken steeds meer valse en machinegestuurde accounts op om te trollen.
Dilemma?s in moeizame aanpak trollen
De conferentie focuste op preventie en interventies in handhaving en vervolging met aandacht voor sociale en technologische innovaties.?Best practices?werden gedeeld, zoals die van John Donovan, werkzaam bij?The Online Hate Crime Hub?van de Metropolitan Police. Sinds 2017 pakken de speciaal getrainde politieagenten online misstanden aan. De Hub onderzoekt meldingen van online haatmisdrijven, waaronder racisme en discriminatie gericht op beperking, religie, of geaardheid en acteren hierop, voor zover mogelijk. Donovan benoemde diverse juridische obstakels bij het trollen, zoals onduidelijke wettelijke kaders die de vervolging van trollen bemoeilijken. Ondersteuning van het slachtoffer staat dan wel centraal bij de Hub, maar als slachtoffers niet willen meewerken aan verdere actie blijven trollen vaak anoniem en ongestraft. Daarmee gaat dan weer geen afschrikkende werking uit tegen herhaling.
Normloosheid van gamingplatforms
Gamingplatforms werden expliciet uitgelicht, omdat het normoverschrijdende gedrag hierin n?g prominenter lijkt. Cybercriminoloog Thomas-Gabriel R?diger vergeleek online games met een fysieke speeltuin: rond de spelende kinderen zien we borden met simpele gedragsregels en ouders die vanaf een bankje wat toezicht houden. Online houdt niemand zo toezicht. Via online??speeltuinen??zoals Minecraft, Roblox en MovieStarPlanet worden steeds meer kinderen het slachtoffer van?grooming, terwijl ouders denken dat ze een onschuldig spelletje spelen.
Online zijn gedragsregels op zijn minst anders te noemen, maar eigenlijk vaak afwezig. Wat vinden we van deze normloosheid? R?diger liet zien hoeveel online groepen met nazinamen in de game Clash of Clans te vinden zijn, hoe die gesprekken verlopen en ook met welk gebrek aan online normen het spel soms gespeeld wordt. Naast dit spel zijn er vele games waarin gecommuniceerd wordt, via tekst, maar ook via spraak, zoals bijvoorbeeld het populaire schietspel Fortnite: 100 spelers strijden tot de laatste overblijft. Een spel waarin de norm lijkt dat online alles geoorloofd is om maar die laatste te zijn.
Sterkte-zwakteanalyse
De conferentie resulteerde op grond van de vele voorbeelden in een sterkte-zwakteanalyse, waarbij kansen en bedreigingen werden benoemd voor een effectievere aanpak voor veiligheidspartijen die trollen willen aanpakken: *
Figuur 1> SWOT-analyse van aanpak trollen door veiligheidsdiensten
Trollen bedreigen de rechtsorde
Trollen vindt niet alleen plaats op individueel niveau. Uit?onderzoek?van?NRC?bleek dat Russische internettrollen op Twitter probeerden anti-islamsentimenten in Nederland aan te wakkeren. Dit gebeurde vanuit een??trollenfabriek? in Sint-Petersburg, het beruchte Internet Research Agency (IRA). Dat beheerde zeker 3841 trol-accounts. Sommige tweets zijn door de nepaccounts verstuurd op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, andere ten tijde van de Nederlandse verkiezingen.
Volgens Facebook is 2 tot 3 procent van hun accounts vals, maar experts schatten dat het eerder 10 procent is. Ook Twitter heeft last van miljoenen spookaccounts. Bij de grote zomerschoonmaak verwijderde Twitter?70 miljoen nepaccounts. Facebook blokkeerde zelfs?1.3 miljard accounts.
Internettechnologie
Twitter-directeur Jack Dorsey beklaagde zich er onlangs over hoe fictieve accounts zijn berichtendienst misbruiken. Hij wil weer een gezond debat met echte mensen, maar heeft geen idee hoe de klok terug te draaien. Internettechnologie ontwikkelt zich intussen verder. Volgens sommige trendwatchers is 2018 het jaar van de??social bot??(online robotaccounts die communiceren). Veel omarmen dat in hun klantgerichte dienstverlening. Nu al kan een computer kunstmatig aangemaakte portretfoto?s genereren en voorzien van namen. Accounts aangedreven door kunstmatige intelligentie worden dan een?chatbot. Je kunt nu al een bot maken die praat als president Trump en nieuwe ?Trump-uitspraken? doet op basis van oude uitspraken.
Onder kinderen zijn social bots enorm populair. Opeens kunnen ze chatten met Minions, die precies praten zoals in de film. Minion-bots bieden ook producten aan: ?Heb je al aan papa en mama verteld dat een nieuwe Minion-film uitkomt?? Chinese kinderen vertrouwen hun diepste geheimen toe aan dit soort?bots, terwijl kinderen vaak erg be?nvloedbaar zijn. Papa en mama weten ondertussen niet welke informatie hun kinderen delen en welke informatie gedeeld wordt.
Nederlandse trollen hadden in 2012 al een aantal keren flinke impact. Een jongen twitterde bijvoorbeeld tijdens Project X dat een meisje was overleden. Hij deed dit voor de lol en noemde zich ?hoax creator?, maar dat wisten hulpdiensten, media en maatschappij niet, met alle gevolgen van dien. De jongen werd niet vervolgd, omdat wat hij deed dan wel niet ethisch, maar ook niet ?zomaar? strafbaar was.
Offline en online maatschappij
We stevenen af op een kantelpunt waarin het onderscheid tussen echt of nep steeds lastiger wordt. De jeugd praat graag online met Justin Bieber, ook al weten ze ergens wel dat hij niet echt is. Vele partijen spelen, goed en kwaad, in op deze ontwikkelingen. Alleen met bewustzijn en verantwoordelijkheid, ook onder technologieaanbieders en overheden, kunnen online leefbaarheid en veiligheid in de 21ste eeuw geborgd worden. Samenwerking, juist internationaal, moet hierom volwassener worden. Passende wet- en regelgeving moet die samenwerking ondersteunen.
Door gebrekkige kennis van sociale media en gamen wordt de kloof tussen de offline en online maatschappij alleen maar verder vergroot, zolang hier niks mee gedaan wordt. Die kloof kan kleiner worden door relaties te versterken tussen specifieke groepen en veiligheidsinstanties. Wat staan we toe en waar ligt de grens? Er bestaan al genoeg voorbeelden van bedreigingen die de leefbaarheid verminderen en die de grens al ver gepasseerd zijn. Gelukkig bestaan ook genoeg kansen. Als we deze samen aangrijpen hoeft het niet van kwaad tot nog erger te gaan. <<
Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel is het derde van een serie artikelen over specifieke thema’s binnen dit onderwerp als: Do It Yourself (DIY) Policing; Rellen en massabijeenkomsten; Dagelijks politiewerk; Dark Web; Trolling en; Innovatieve marktoplossingen. Lees ook het inleidende artikel in Secondant over de kansen van nieuwe communicatietechnieken voor justitie en politie.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.
Social media zijn een onlosmakelijk onderdeel geworden van onze samenleving en ook de politie is niet langer enkel actief in de wijk, maar ook op het web. Inmiddels hebben ruim 1700 politiemedewerkers een social media account en worden verschillende politiediensten online aangeboden. De snel veranderende online omgeving cre?ert allerlei nieuwe mogelijkheden maar roept ook vragen op. Moet de politie op elke vraag van burgers via sociale media ingaan? Hoe kan de politie reageren op burgers die zelf gaan rechercheren? Hoe kan de politie passende ?n pakkende content over politiewerk online plaatsen? Wat is de invloed van het filmen en online plaatsen van politieacties? In deze workshop gaan we samen met wetenschappers, politiemensen en ?gewone burgers? op zoek naar antwoorden op dergelijke vragen.
Tijdens deze workshop staan vier thema?s uit de dagelijkse politiepraktijk centraal:
Digitale dienstverlening aan de burger
Do-it-yourself policing: burgerparticipatie in politiewerk
Politie aanwezigheid op social media
Politiewerk in de publiciteit van social media
Na een korte introductie, worden in parallelle ontwerpsessies problemen ge?dentificeerd en nieuwe oplossingen ontworpen. We zoeken hierbij vooral naar originele invalshoeken en baanbrekende idee?n. Ook vertalen we hierbij inzichten uit het Europese onderzoeksproject Medi@4Sec naar de Nederlandse politiepraktijk.
Agenda
13:00-13:30 Ontvangst en lunch
13:30-14:30 Introductie van de thema?s
????????? Politie op social media & digitale dienstverlening -?Ron de Milde ? Dienst nieuwe media en digitale dienstverlening
????????? DIY policing: burgerparticipatie in politiewerk -?Arnout de Vries ? TNO
????????? Politiewerk in de publiciteit van social media -?Rianne Dekker ? Universiteit Utrecht
14:30-14:45 Koffie en thee
14:45-15:45 Parallelle ontwerpsessies:
1.??? Digitale dienstverlening aan de burger
2.??? Do-it-yourself policing: burgerparticipatie in politiewerk
3.??? Politie aanwezigheid op social media
4.??? Politiewerk in de publiciteit van social media
15:45-16:00 Koffie en thee
16:00-17:00 Plenaire presentaties uitkomsten, discussie en afsluiting
Trendradar brengt ontwikkelingen in kaart voor Het Nieuwe Melden (HNM), een programma met visievormend en experimenteel onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen binnen het meldproces. De interactie tussen burgers en hulpverleningsinstanties ten behoeve van veiligheid en dienstverlening staat hierbij centraal.
De wereld verandert continu. Technologische ontwikkelingen en nieuwe toepassingen volgen elkaar in rap tempo op. Nieuwe mogelijkheden voor communicatie tussen mensen onderling en met bedrijven en de overheid scheppen ook verwachtingen voor ?het melden?. De HNM-Trendradar brengt deze ontwikkelingen in kaart.
‘Lifeline voor burgers
Om de veiligheid en (nood)hulpdienstverlening zo goed mogelijk te blijven ondersteunen is het belangrijk te weten wat er speelt qua trends en technologische ontwikkelingen. Deze zullen zowel kansen als potentiele risico?s met zich meebrengen. Vanuit de kennis van deze ontwikkelingen kan een visie en een strategie worden vastgesteld om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven.
De juiste informatie op de juiste plek
Het waarborgen van veiligheid en het zo goed mogelijk inzetten van (nood)hulpdienstverlening is afhankelijk van de snelheid en overdracht van juiste en relevante informatie naar de juiste schakels in de keten. Maar het gaat ook om interpretatie van deze informatie en vandaaruit correcte vertaling naar effici?nt en effectief handelen. In het meldproces zijn een aantal generieke stappen te onderscheiden: Waarnemen ? Melden ? Duiden ? Opvolgen. In de stap Duiden wordt de gemelde informatie ge?nterpreteerd en vertaald naar handelen, dus van: ?Wat is er aan de hand? naar: ?Wat kunnen we doen.? Deze stap is te zien als de kernstap in het meldproces.
De juiste koers voor Het Nieuwe Melden
Het meldproces is onderhevig aan technische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Om een ?lifeline? voor burgers te kunnen zijn en blijven, dienen we gebruik te maken, dan wel rekening te houden, met deze ontwikkelingen.
Een algemene actie gekoppeld aan maatschappelijke trends is het inspelen op ontwikkelingen in de maatschappij om de voorkant van het meldproces slimmer te organiseren en daarmee het contact tussen hulpdiensten en burgers te behouden en verder te verbeteren. Qua organiseren kan er ingespeeld worden op bestaande ontwikkelingen van netcentrisch werken. Voor wat betreft het beschermen van informatie zal het bewustzijn moeten worden vergroot en er een groei moeten komen in expertise.
De trendradar laat zien aan welke acties gedacht kan worden voor de verschillende stappen of aspecten uit het meldproces. Met deze acties kan door gericht invulling te geven aan experimenteel onderzoek Het Nieuwe Melden de juiste koers inzetten.
De Nederlandse politie ontwikkelt een digitale robot die meldingen aanneemt en de meldkamer alarmeert. De chatmachine zorgt voor betere bereikbaarheid en tijdswinst.
We bespraken al eerder chatbots die in politie- en justitiecontext gebruikt worden, zoals de 911 chatbot uit de VS, DoNotPay voor rechtshulpverzoeken, Sweetie at wordt toegepast bij online grooming, of hoe social bots door statelijke actoren en criminele netwerken worden ingezet. Ook de Nederlandse politie experimenteert nu met mogelijkheden om Artifici?le Intelligentie (AI) in te zetten in de interactie met burgers, bijvoorbeeld voor het opnemen van aangiftes. Chatbots, dwz interactie met technologie op basis van natuurlijke taal (tekst of spraak), wordt steeds toegankelijker en potentieel zeer belangrijk (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Alle grote techbedrijven investeren fors in chatbots als platformen voor interactie en dienstverlening.
Communicatie met AI is steeds normaler geworden, niet in de laatste plaats omdat mensen in zijn algemeenheid op een andere manier communiceren (Dale, 2016). Miljoenen Nederlanders gebruiken bijvoorbeeld Whatsapp om met elkaar te communiceren waardoor de acceptatie van korte, getypte, interacties is toegenomen.
De robot, die wordt ontwikkeld door het programma dienstverlening in Oost Nederland, volgt op de start met een?webcareteam?in mei dit jaar bij diezelfde eenheid. ?In eerste instantie is het de bedoeling dat de meest voorkomende meldingen, zoals over geluidsoverlast, via de chatbot kunnen worden doorgegeven?, legt programmamanager Bert Visser van de politie uit aan?De Gelderlander. ?Op die manier zijn we voor burgers veel beter bereikbaar. Niet alleen omdat er aan de telefoon soms wachttijden zijn, maar ook omdat er een extra kanaal is waarop contact kan worden gelegd.?
Gespreksbomen
Een chatgesprek beginnen kan in eerste instantie alleen via Facebook Messenger, waarna Wout de informatie over de problematiek en de locatie opslaat en doorstuurt naar een meldkamer. Vanuit daar worden de dichtstbijzijnde agenten op straat naar de meldlocatie gestuurd. Op termijn moet het mogelijk zijn om via allerlei verschillende media, zoals ook WhatsApp, contact te leggen met de politiebot.
In de eerste week van augustus zijn de eerste testsessies met echte meldingen gehouden. ?We hebben mensen die de politie belden of via social media contact legden, gevraagd of ze hun melding via de robot wilden doorgeven. Het ging in de meeste gevallen om geluidsoverlast of burenoverlast. De ervaringen waren heel positief?, aldus Visser. Achter de chatbot zitten veel verschillende ?gespreksbomen?: combinaties van vragen, mogelijke antwoorden en vervolgvragen die samen het gesprek vormen. Deze gespreksbomen worden door de politie ontwikkeld en moeten alle informatie opleveren om een juiste inschatting te maken over de prioriteit van de melding te kunnen maken.
Privacy belangrijk
De politie omschrijft het verwerken van alle privacygevoelige gegevens als een van de belangrijkste zaken waar aan gewerkt moet worden.??Voor we kunnen beginnen moet helemaal duidelijk zijn waar de gegevens opgeslagen worden, voor hoe lang, en wie er allemaal toegang toe heeft. Maar opvallend genoeg kregen we er van melders tijdens de testsessies helemaal geen vragen over.?
Op termijn moet de chatrobot alle binnenkomende meldingen kunnen verwerken.??In de testfase waren er bijvoorbeeld al mensen die aangaven een woninginbraak wel via de chat te willen registreren. Maar we weten natuurlijk ook dat er incidenten zijn waarbij altijd menselijk contact zal worden gezocht?, aldus Visser. ?Is er bijvoorbeeld sprake van een overval of een verkrachting, dan ga je dat niet aan een robot vertellen.?
Kunstmatige intelligentie
De techniek achter politierobot Wout lijkt op het eerste oog eenvoudig. Maar om de techniek helemaal gebruiksklaar te maken moet er veel ontwikkeld worden.
Wie wil dat politieagenten direct een einde komen maken aan bijvoorbeeld geluidsoverlast of drugsoverlast kan binnenkort op Facebook een gesprek beginnen met chatrobot Wout. De ?politiebot? stelt de eerste vraag – ?waarmee kan ik je helpen?? – en daarna begint de conversatie.
Vooralsnog stelt Wout alleen gesloten vragen. ?Maar op termijn is het de bedoeling dat burgers ook open vragen kunnen stellen?, verduidelijkt Visser. ?Daar moet kunstmatige intelligentie bij gaan helpen, want de robot moet zelflerend worden. Daar zit echter nog een heel ontwikkelproces achter.?
De melder heeft in de proefopstelling de keuze uit verschillende opties: ?overlast?, ?diefstal?, ?gevonden/verloren? of ?anders?. Na een klik op de juiste categorie loodst de robot de melder door een aantal korte vragen, waarmee de benodigde informatie wordt ingewonnen: de oorzaak van het probleem, de locatie, en andere praktische zaken. Vervolgens wordt de meldkamer gealarmeerd om agenten naar de melder te laten gaan, of wordt de melder doorverwezen naar een instantie die het probleem kan oplossen.
Nadat het gesprek op Facebook is afgerond krijgt de melder een link naar een beveiligde website waarop staat wat er met de melding gebeurt. ?Dat biedt de melder ook een voordeel. Je hebt niet alleen altijd zicht op de status van je melding, maar kunt ook extra informatie of foto?s toevoegen. En dat helpt ons ook weer, want onze agenten komen beter voorbereid ter plaatse.?
Wat mag wel en niet?
Toch biedt het schakelen tussen verschillende media – in dit geval Facebook en een internetsite van de politie – ook problemen. ?We moeten voor ieder medium onderzoeken en vastleggen wat er met de informatie gebeurt. We zijn natuurlijk zelf gebonden aan de Wet politiegegevens, maar zijn nu ook afhankelijk van wat Facebook met de gesprekken doet. Dat moeten we goed uitzoeken voor we de techniek in de praktijk gaan gebruiken.?
Een uitdaging voor interactie met AI is om de conversatie nog meer natuurlijk te laten verlopen: in plaats van een dialoog als een reeks ?actie-reacties? te beschouwen, zou ook de? context van de dialoog een rol moeten spelen. Door de context in beschouwing te nemen kunnen uitingen van gebruikers beter op hun betekenis worden beoordeeld en zal de acceptatie en kwaliteit van de interactie toenemen.
In zijn algemeenheid blijkt uit onderzoek dat mensen zich niet ongemakkelijk of onzeker voelen in de interactie met een chatbot (William Hill, J., Ford, W. R., & Farreras, I. G. (2015). Ook kunnen ze minder sociaal zijn?in interactie met robots (bijvoorbeeld ongepast of grof taakgebruik) dan met mensen (Mou & Xu, 2017; Shechtman and Horowitz, 2003). De reden dat mensen wat kortere zinnen en minder woorden in interactie met een chatbot gebruiken, is waarschijnlijk omdat zij hun taalgebruik aanpassen aan die van de chatbot, net als bij kinderen of bij mensen die de taal slecht spreken (Hill et al., 2015). Dit zou betekenen dat als de chatbot zich wat natuurlijker zou gedragen de kwaliteit en wellicht acceptatie van de algehele communicatie toe zou nemen.
Ondanks dat er nog veel moet gebeuren om Wout gebruiksklaar te maken, is die inspanning volgens Visser de moeite meer dan waard. ?Informatie is voor de politie het grootste goed. Zonder informatie is opsporen en oplossen voor ons onmogelijk. Daarom moeten we er alles aan doen om informatie zo gemakkelijk mogelijk tot ons te krijgen. En dat betekent dat we daarvoor ook kanalen moeten gaan gebruiken die in de huidige maatschappij populair zijn.?
De politie hoopt robot Wout in het derde kwartaal van 2019 in gebruik te kunnen nemen. De komende tijd zullen verschillende ontwikkelingen en onderzoeken plaatsvinden op dit gebied, waarover we op deze website verslag proberen te blijven doen wanneer mogelijk.
Update januari 2019: Resultaten Proef
85% van de burgers die contact hebben gehad met politie-chatbot Wout, is bereid om opnieuw meldingen te doen via de bot. Driekwart van de respondenten beveelt Wout aan, blijkt uit een evaluatie van de politie Oost-Nederland.
De politie in Hengelo hield eind 2018 een week lang een pilot met de eigen chatbot Wout om meldingen van vuurwerkoverlast te verwerken. De evaluatie leert dat het experiment positief is verlopen. Dankzij de bot nemen burgers vaker contact op met de politie: er is een stijging van 200 meldingen ten opzichte van het jaar ervoor. Respondenten becijferen het contact met Wout gemiddeld met een 7.
Burgerwensen
De survey toont aan dat burgers de snelheid en laagdrempeligheid van het contact prettig vinden. ?Ook al is Wout niet persoonlijk, het is prettig dat je ergens direct terecht kunt?, klinkt het. Tot dusver willen respondenten Wout voornamelijk gebruiken om algemene vragen te stellen (58%). Echter zegt 36 procent van de ondervraagde burgers de bot te willen gebruiken om aangifte te doen.
Na lynchpartijen in?India?- begonnen na het rondsturen van geruchten via?WhatsApp?- komt het sociale platform in actie. In onderstaand artikel van?Amber Dujardin??in Trouw worden deze problemen en oplossingen besproken.
Nu er doden vallen door de verspreiding van nepnieuws, legt WhatsApp het doorsturen van berichten aan banden. Sinds vandaag kunnen mensen hun berichten nog maar aan twintig chats tegelijk doorsturen in plaats van 250. Alleen in India wordt het maximum verder teruggeschroefd: naar vijf of minder.
Dat WhatsApp in India strengere maatregelen neemt, komt doordat het land kampt met massahysterie door valse berichten. Er zijn de laatste maanden tientallen mensen doodgeslagen op basis van nepnieuws. Ze werden abusievelijk aangezien voor kinderhandelaren of andersoortige misdadigers en gelyncht door dorpsbewoners. Met ruim 200 miljoen WhatsApp-gebruikers, veel armoede en laagopgeleiden is het verspreiden van geruchten in India een fluitje van een cent.
WhatsApp liet eerder deze maand weten ?geschokt? te zijn door de lynchpartijen en beloofde meer te doen om het verspreiden van valse ?berichten tegen te gaan. De nieuwe beperkingen ?volgen op een maatregel waarbij het bedrijf een speciaal icoontje toe?voegde aan doorgestuurde ?berichten. Dat moest gebruikers aan het denken zetten over de herkomst van zo?n ?bericht. Door de nieuwe beperkingen hoopt het bedrijf Whats?App ?te behouden zoals het ontworpen is: als een dienst voor priv?berichten?.
“Je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden” -?Arnout de Vries, TNO
Paniek
?Het is een begin?, zegt Arnout de Vries, die bij TNO onderzoek doet naar sociale media en veiligheid. ?Je kunt hiermee voorkomen dat dingen heel snel viraal gaan en er in korte tijd grote paniek ontstaat. Maar je kunt niet doen alsof WhatsApp op een ?eiland zit. De echte trollen zullen andere platforms vinden.?
Als WhatsApp echt een verschil wil maken, kan het bedrijf volgens De Vries beter een limiet per dag instellen, in plaats van per keer. In een groepschat passen immers 256 mensen, waardoor je met ??n druk op de knop nog steeds meer dan duizend mensen per keer kunt bereiken.
Een ander probleem is dat Whats?App door encryptie niet op de inhoud van berichten kan modereren, zegt De Vries.?Facebook?en Twitter kunnen aanstootgevende berichten gewoon zien en blokkeren, WhatsApp niet. ?Wat ze ook hadden kunnen doen, is accounts blokkeren die telkens berichten aan honderdduizenden mensen tegelijk versturen. Wie heeft er zoveel vrienden? Dat is vrijwel altijd berichtgeving van bots.?
De huidige hysterie door nepnieuws had WhatsApp vanaf het begin kunnen zien aankomen, zegt De Vries. ?Maar ze willen een zo groot mogelijk bereik en zo min mogelijk beperkingen. Pas als de kranten vol staan met problemen, wordt er actie ondernomen. Dat zie je ook bij Facebook en Twitter. Het commerci?le belang gaat altijd voor de veiligheid.?
Ook Facebook neemt maatregelen
Ook Facebook gaat misleidende informatie aanpakken als die kan aanzettend tot geweld, liet het bedrijf deze week weten. De nieuwe regel wordt als eerste van kracht in Sri Lanka en daarna in Burma. De autoriteiten in beide landen verwijten het sociale platform dat het te weinig doet om haatzaaien en geweld tegen moslims tegen te gaan.?
Facebook heeft nu toegezegd om misleidende posts te verwijderen als die kunnen aanzetten tot geweld. Zo niet, dan mag de informatie overigens gewoon blijven staan. Zo mogen Facebook-gebruikers de Holocaust blijven ontkennen, zei CEO Mark Zuckerberg.?
Meldingen naar 112 en 0900-8844 worden nu nog telefonisch gedaan. Maar meldkamers in Nederland verwachten dat ze binnen vijf jaar met beelden uit meldingen zullen werken. Zegt een beeld meer dan duizend woorden, of resulteert beeld in een verkeerde weergave van een bepaalde situatie? Kan het tot verkeerde beslissingen leiden?
In de publicatie ?Wie kijkt er mee?” verkent TNO de impact van het melden met beelden door burgers bij meldkamers van hulpverleningsdiensten.
Beeld wordt doorgaans alleen gebruikt voor de opvolging van een melding en nog niet als een wezenlijk onderdeel van een (spoedeisende) melding. Hoe kun je dan toch effectief en verantwoord omgegaan met beeld? Hiervoor is een beschouwing nodig van de impact van beeld vanuit diverse invalshoeken: mens, organisatie, proces, technologie, wetgeving en ethiek.
Deze verkenning is een vervolg op de TNO publicatie van Het Nieuwe Melden veschenen in 2016. Hierin worden de nieuwe vormen van melden tot aan 2025 en die meldkamers op termijn drastisch kunnen veranderen, op een rij gezet. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van apps om te communiceren met de meldkamer in opkomst. Daarom is het programma Landelijke Meldkamerorganisatie (LMO) nu bezig met de ontwikkeling van een 112 app. Ook op sociale media is allerlei informatie te vinden. Deze kanalen kunnen in de toekomst misschien gebruikt worden als meldkanaal. De sterk toenemende rol beeld in de maatschappij heeft als gevolg dat we alles vastleggen via de smartphone en andere devices. Foto?s, filmpjes en real-time video?s delen we via sociale media.
Beeld is een overheersend element in socialemediatoepassingen. Het gebruik van beeld in het meldproces is een logisch gevolg van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Niet alleen voor het meldkamerdomein, maar ook bij de politie, brandweer en ambulancezorg.
Het benutten van beelden is in de meldkamer is niet helemaal nieuw. Zo wordt al langer gebruik gemaakt van publieke en private camera?s om de omgeving te monitoren in cameratoezichtcentrales.
Met Live View kan de meldkamer van de politie rechtstreeks meekijken met de camerabeelden van een winkelier of horecaondernemer. Als een bedrijf zijn bewakingscamera heeft aangesloten bij een particuliere alarmcentrale, krijgt deze bij onraad via een (alarm)sensor een melding. Een beveiligingsmedewerker van de alarmcentrale kan vervolgens de beelden zien en alle gegevens en de live beelden desgewenst doorschakelen naar de meldkamer van de politie. Door de tussenkomst van de particuliere alarmcentrale ? de poortwachter ? wordt nodeloos uitrukken voorkomen. In de meldkamer kan vervolgens live worden meegekeken. De meldkamer kan ook vragen om (indien mogelijk) de camera te draaien, in te zoomen of een andere camera te activeren en de beelden daarvan te delen. Het aangeboden beeld wordt nu nog niet openomen en moet achteraf worden gevorderd. Beeld opvragen ? bijvoorbeeld ter verificatie van een gaand incident ? van camera?s onder regie van de politie is inmiddels gewoongoed. Voor beelden die zijn gemaakt in de niet-publieke ruimte is dit bewerkelijker.
Live View is oorspronkelijk ontworpen voor het verminderen van het aantal overvallen en het verhogen van het oplossingspercentage. Het is daarmee gericht op het vergroten van de heterdaadkracht. Het idee dat de politie rechtstreeks kan meekijken werkt tevens preventief. Live View is beschikbaar in alle 112-meldkamers en een aantal private bedrijven. Het wordt inmiddels gebruikt voor 112-waardige gebeurtenissen met (nu nog) de nadruk op politiegerelateerde incidenten.
De mens
De gevolgen voor betrokkenen bij een incident kunnen groot zijn. Omstanders en slachtoffers worden immers op beeld vastgelegd, en die informatie gaat alle kanten op. Maar zelfs een dader heeft recht op privacy. Beeld kan een enorme impact hebben op de professional in de meldkamer en de hulpverlener op straat. Beeld kan niet alleen heel schokkend zijn, het kan ook zorgen voor meer werklast. En wat is precies het effect van beeld op een goede besluitvorming?
Het belangrijkste doel van de centralist is zo snel mogelijk de juiste inzet te bepalen en de weg op te sturen. Kwaliteit EN snelheid dus. Snel communiceren met een persoonlijke focus kan heel goed met telefonie, zeker als je getraind bent om goed te luisteren. Na deze eerste fase volgt vaak een verdieping: ?Wat is er precies gebeurd??, waarin belangrijke details over de situatie aan bod komen. Deze complexe boodschappen zijn gemakkelijker over te brengen met een rijker medium.
Beeld kan betekenen dat centralisten zich op andere dingen richten dan ze nu doen in een telefoongesprek. Beeld kan positieve, maar ook negatieve gevolgen voor het meldproces hebben. Uit de cognitieve psychologie kennen we vele valkuilen, ook wel cognitive biases (denkfouten) genoemd, die een rol zouden kunnen spelen bij het introduceren van beeld in de meldkamer. Zoals:
Bizarreness effect:?Mensen onthouden verrassende informatie vaak beter.
Picture superiority effect:?Concepten uit beelden worden veelal beter onthouden dan concepten uit woorden.
Anchoring:?Mensen richten zich soms te sterk op ??n stuk informatie ? vaak datgene dat als eerst binnenkomt ? voor het nemen van een beslissing. Wat zegt dit over de timing van het invoegen van beeld in het meldproces?
Empathy gap:?Mensen zijn van nature geneigd de intensiteit van eigen gevoelens of die van de ander te onderschatten. Is het een idee om centralisten zelf te laten bepalen of ze een heftige afbeelding wel of niet willen zien?
Framing effect:?De manier waarop informatie wordt gepresenteerd kan be?nvloeden welke conclusies iemand trekt.
Het meldproces
We onderzoeken nu al de impact van beeld op het huidige 112-protocol. Beeld geeft namelijk niet alleen antwoorden, maar stelt ons ook in staat de juiste vragen te stellen. Past het 112 protocol zich aan op het beeld, of ontstaat er vanuit het protocol regie op het beeld? En is er nog wel een protocol mogelijk bij al die ongestructureerde grote hoeveelheden beelden die binnenkomen?
Een beeld zegt meer dan duizend woorden, en dus kan het voor de centralist tijd schelen om duidelijk te krijgen waar een melding over gaat. De centralist heeft zo misschien ook meer zekerheid over de verkregen informatie. Omdat beeld een universele taal is, is het uitermate geschikt voor meldingen door een grote doelgroep, waaronder anderstaligen. Het gebruik van beeld heeft echter ook nadelen. Doordat de drempel om te melden lager is, kan dit leiden tot nepmeldingen of misbruik. Bovendien kan beeldmateriaal worden gemanipuleerd of kan een melder oud beeldmateriaal gebruiken om te suggereren dat het om een actueel incident gaat. Verder kunnen heftige beelden grote impact hebben op de centralist zelf. Het bekijken van foto-en videomateriaal kan ook meer tijd kosten, omdat dit veel aandacht vraagt.
De overheid als organisatie
De overheid trekt zich terug. Ook moeten steeds minder mensen steeds meer doen. Dat vraagt om prioriteiten. De overheid zal dus keuzes moeten maken: welke taak is aan de overheid, en welke wordt belegd bij burgers en het bedrijfsleven? De samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en burger zal hoe dan ook worden ge?ntensiveerd. Meer dan 97% van alle camera?s is in private handen. Met het internet der dingen wordt dat alleen maar meer. De rol en de taak van burgers, bedrijfsleven en overheid kan voor specifieke situaties in de toekomst verschuiven. Volgens de wetenschap kosten meer natuurlijke vormen van communicatie zoals beeldbellen minder energie. Ook zijn ze effectiever. Ofwel, hoe rijker het medium, hoe geschikter om een ingewikkelde boodschap over te brengen. Maar geldt dit ook voor de meldkamer? Centralisten en observanten zullen aan steeds hogere eisen moeten voldoen als ze gaan werken met beeld. Waar een centralist het nu alleen met audio moet doen, kan hij straks ook gebruikmaken van beelden. Een observant zal steeds meer camerabeelden moeten uitkijken, weliswaar geholpen door de techniek, maar door de explosieve toename van beschikbare beelden zal dit een blijvende uitdaging zijn. Er is dus regie op het aanbod nodig.
Technologie
Burgers en sensoren (camera?s) produceren enorme hoeveelheden beeld. Hoe kan de meldkamer die hoeveelheden verwerken en analyseren? Hoe gaan we dat technisch oplossen met internettechnologie? Het proces moet namelijk niet alleen snel en gemakkelijk zijn, maar ook betrouwbaar. ?No lost calls? wordt nu ?No lost data?.
Steeds meer hulpverleners, drones en voertuigen worden uitgerust met camera?s die beelden opnemen en streamen. De camera is een van de meest veelzijdige sensoren en zorgt in veel van die apparaten voor de mogelijkheid om te reageren op gebeurtenissen in de omgeving. Er zijn?allerlei technologie?n om beelden vast te leggen, te verwerken, verrijken, interpreteren of te cre?ren.
De ontwikkelingen in de technologie voor automatische en real-time interpretatie van beelden zitten momenteel in een stroomversnelling, omdat er steeds meer beelddata beschikbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de detectie van afwijkend gedrag en het herkennen van sentimenten van een groep mensen of een enkel individu. Op basis van ?visuele intelligentie? die computers opbouwen uit grote beeldbanken is het mogelijk nieuwe visuele informatie te interpreteren en om te zetten in natuurlijke taal, zodat mensen de juiste beslissingen kunnen nemen voor opvolging.
Valse beelden
Beelden worden steeds vaker gemanipuleerd en zullen de meldkamer binnenkomen. Een neptoespraak van president Trump op Facebook is grappig, maar iemand anders kan dezelfde technologie gebruiken om diens reputatie te beschadigen en een crisis te veroorzaken. Manipulatietechnieken die vroeger alleen haalbaar waren voor experts, kunnen zomaar als app beschikbaar komen voor het grote publiek. Iedereen kan dan iemand anders ouder laten lijken (Face-app), de toespraak van een bekend persoon manipuleren (Stanfords Face2Face) of een schilderij maken (deepart.io). En dat terwijl deze geavanceerde technologie nog maar net is ontwikkeld. Iedereen kan nu met ?deep learning?-algoritmes zijn eigen huis schilderen in de stijl van van Gogh. De toekomst van manipulatiedetectie voorspellen is daarom lastig.
Nu is het nog eenvoudig om bepaalde manipulaties te detecteren, omdat de populaire tools zijn gebaseerd op duidelijk zichtbare eigenschappen in het beeld. Maar de detectiestrategie?n zijn te omzeilen. Het is vooral moeilijk te voorspellen wanneer de noodzakelijke tegenmaatregelen ? tools voor in de meldkamers, voor journalisten en voor burgers ? beschikbaar komen en andersom, in welke mate kwaadwillenden gebruik gaan maken van dergelijke geavanceerde technieken.
Toch is de mens nog hard nodig in duiding van beelden, want computers en Artificial Intelligence gebruiken rekenregels die meestal uitgaan van situaties uit het verleden. Daarom worden in de humanitaire hulp zogenaamde crisismappers en andere digitale hulpverleners massaal ingezet om foto?s te taggen of op een kaartje te plotten. Een voorbeeld hiervan is het platform CrowdCrafting, dat dient om burgers te vragen berichtgeving, bijvoorbeeld op de sociale media of beelden van drones, uit een rampgebied nader te duiden.
Wetgeving
Voor het melden met beeld gelden dezelfde regels als voor gegevensverzameling in het algemeen. Er is in principe geen onderscheid in het soort beeld: foto, video of real-time streaming. Voor stelselmatig opnemen gelden andere regels dan voor incidentele beelden die op de meldkamer binnenkomen. Ook burgers en bedrijven mogen niet zomaar de hele dag in de openbare ruimte, nog los van de vraag of het ethisch wel klopt om anderen herkenbaar vast te leggen en die beelden te delen. Voor het gebruik van de ontvangen informatie zijn minder regels van toepassing, mits die informatie verkregen is voor een duidelijk doel.
Ethiek
Er is met het benutten van beeld van alles mogelijk. Maar wat is wenselijk? Hoe kan het gebruik van beeld bijdragen aan een vrije, rechtvaardige en open samenleving? Er zijn drie kernwaarden die in gevaar kunnen komen bij het gebruik van beeld, namelijk: vrijheid, gelijkwaardigheid en verantwoordelijkheid.
Op maatschappelijk niveau speelt de privacy door de drie kernwaarden heen. Als iemand mij op straat filmt of fotografeert kan dat tot privacybezwaren leiden en kan ik me minder vrij voelen. Als een algoritme mensen op basis van foto?s in bepaalde categorie?n indeelt kan dat leiden tot discriminatie. Als de politie allerlei databronnen met elkaar koppelt zal men dat moeten kunnen uitleggen, en daarover verantwoording afleggen.
Overigens ervaren we privacy steeds anders. Achter de voordeur willen we volledige privacy, tenzij we in nood verkeren, dan mogen hulpdiensten zomaar binnenkomen. Zodra we op straat komen leveren we privacy in. Bij veiligheidscontroles op het vliegveld leveren we veel privacy in voor de veiligheid. Privacy is dus dynamisch en contextafhankelijk.
We willen dat organisaties verantwoording kunnen afleggen over hun manier van werken (accountability), en we verwachten transparantie. Meldingen komen nu nog binnen via de telefoon. De centralist vraagt uit via een protocol en kan op een scherm aantekeningen maken en bronnen raadplegen. Met beeld verandert dat. De centralist moet dan ook de binnenkomende beelden interpreteren. Hoe snel en nauwkeurig moet dat en hoe is dat in een protocol te vatten? Ze moeten dus afwegingen maken: snelheid versus nauwkeurigheid, privacy versus veiligheid.
Beeldenstorm
In 2025 is het de gewoonste zaak van de wereld om op allerlei manieren met beeld te communiceren. Dat wordt nu ook al volop gedaan. Facebook, YouTube, Instagram en Snapchat zijn voorbeelden waarmee jong en oud elkaar informeren met stilstaand en bewegend beeld.
In de TNO publicatie zijn voor een viertal totaal verschillende leefwerelden incidentscenario?s ontwikkeld waaruit consequenties voor beleid, uitvoering en burgers zijn uitgewerkt. Deze vier geschetste toekomstvisies leiden tot prioriteiten waar altijd rekening mee moet worden gehouden (zogenaamde ?no regrets?). Deze zijn in de tijd geplaatst vormen daarmee een roadmap. Gekoppeld hieraan zijn er een aantal dilemma?s die te vertalen zijn in beleidskeuzes voor hoe de overheid zich in de toekomst wil ontwikkelen. ?De roadmap is daarmee geen eindpunt, maar slechts een begin: het is een eerste aanzet in het beleidsproces, een discussie met als doel de complexiteit te reduceren tot een iteratief/incrementeel innovatieplan, om daarmee de menselijke maat te waarborgen in het innovatieproces.
Er is veel behoefte aan experimenten die verder gaan dan het oude reactieve handelen binnen meldkamers. Als meldkamers straks een permanent beeld hebben, in letterlijke en figuurlijke zin, kunnen we dan ook situaties vroegtijdig signaleren of voorkomen? Beeld kan helpen om de noodzakelijke transitie binnen de meldkamer te realiseren. Van reactief naar proactief en misschien zelfs preventief. En als dit kan, hoe ziet de meldkamer er dan uit? Welke keuzes moet je vandaag maken om voorbereid te zijn op morgen? Alleen door te leren en te experimenten kunnen we de juiste richting bepalen.
Deze verkenning met diverse vormen van impact, de visies uit de leefwerelden en de roadmap vormen belangrijke input voor de huidige beleidsvorming van de overheid.
Communiceren was nog nooit zo makkelijk als vandaag de dag. Via WhatsApp sturen we elkaar berichten, via Snapchat en Instagram delen we foto?s en zelfs onze zakelijke kant laten we zien op LinkedIn. Met ??n klik op de knop bereiken wij anderen en bereiken anderen ons. Maar moeten we wel zo blij zijn met deze ongekende mogelijkheden? Het gemak dat we ervan hebben verandert in gemakzucht en persoonlijk contact lijkt onpersoonlijker dan ooit. Hebben Facebook, Twitter en al die andere online media niet meer schade toegebracht dan voordeel opgeleverd? Zetten we onze online rechten hierdoor op het spel?
Op die vraag ging het symposium ?(dis)like: onze online rechten op het spel?? in. Tijdens het plenaire gedeelte zullen onder anderen Meester Leonie (strafrechtadvocaat en blogger) en Jan Dijkgraaf (Lijsttrekker GeenPeil en oud-hoofdredacteur HP/De Tijd en PowNed) hier hun standpunt over verkondigen. Tijdens de aansluitende workshops zullen ook advocaten van gerenommeerde advocatenkantoren dieper ingaan op de vraag.
Groningen, 16 november 2017, verslag van de redactiecommissie van LISA
Het plenaire gedeelte
De lounge met uitzicht over het Noordlease Stadion, voorheen de Euroborg, vulde zich rond ??n uur ?s middags met studenten. Alle mannen verschenen keurig in pak en ook de vrouwen waren natuurlijk formeel gekleed. Het is namelijk niet iedere dag dat Lokke Moerel, Jan Dijkgraaf en Meester Leonie naar het noorden komen om een groep rechtenstudenten toe te spreken. Toen iedereen netjes zijn naambordje had opgespeld en een laatste kopje koffie op had, was het tijd om te beginnen.
De dagvoorzitter en tevens mede-oprichtster van LISA Sandra Schaapherder leidde de dag in met enkele anekdotes uit de praktijk over internet en strafrecht. Menig jongere heeft geen idee wat de gevolgen zijn van het verspreiden van een naaktfoto van een zestienjarig leeftijdsgenootje en hoe een zedendelict je kan achtervolgen. Zij vertelde dat haar cli?nten voornamelijk bezig waren met de vraag of ze hun smartphone ook terugkregen.
Natuurlijk was er ook ruimte om nog eens te benadrukken dat de IT-recht bachelor ontzettend is gegroeid de afgelopen vijftien jaar, en daarmee ook de LISA die het symposium ter gelegenheid van het lustrum heeft georganiseerd.
Daarna nam Lokke Moerel het woord. Deze intelligente vrouw die een autoriteit is op gebied van gegevensbescherming gaf meteen aan dat ze niet van plan was om de AVG te bespreken. Nee, zij vond het interessanter om ons te laten nadenken over artificial intelligence (AI). Moerel probeerde te verhelderen hoe groot de impact op onze samenleving kan zijn en hoe weinig we nog weten over de toekomst van AI. Bijvoorbeeld algoritmes kunnen ongelofelijk veel: er is een algoritme dat beoordeelt of iemand homoseksueel is aan de hand van een foto. Moerel vertelde over de be?nvloedbaarheid van algoritmes en hoe die soms ?discrimineren? omdat er veel getinte veelplegers werden ingevoerd in de database waardoor zij volgens het algoritme sneller zouden recidiveren. Haar conclusie luidde ?AI is not good or bad, nor is it neutral?. Ook stipte ze de cookieproblematiek aan. Er is een groot gebrek aan inzicht bij de burger over wat ze eigenlijk online accepteren. Dat men allerlei dingen accepteert op het internet mag geen vrijbrief zijn om bijvoorbeeld gegevens door te verkopen aan derden. Zij pleit voor regelgeving want internetgebruikers de ?keuze? geven is geen afdoende maatregel.
Daarna was het tijd voor pauze en er was al veel stof tot nadenken gegeven dus een extra kopje koffie kon geen kwaad. Na de pauze ving Jan Dijkgraaf aan die zichzelf als een fundamentalist op het gebied van vrijheid van meningsuiting introduceerde. Met de nodige zelfspot vertelde hij over zijn ervaringen bij HP/De tijd en als lijsttrekker van GeenPijl. Zijn poging in de politiek was misschien niet geslaagd maar als columnist is hij des te beter op zijn plaats. Vol enthousiasme heeft hij aan het publiek uitgelegd hoe vrij een columnist is en hoe een journalist, of eigenlijk iedere burger met internet, zijn standpunten kan ventileren zonder naar de rechter te hoeven. Een sterk voorbeeld was de tactiek van vraagstelling: is Wendy van Dijk dun door de coke? Dat kan gewoon, als er in het stuk maar staat: nee, zij eet gewoon erg gezond en sport veel. Meneer Dijkgraaf vond dat de wet gerespecteerd moet worden maar dat journalisten die aan zelfbinding doen helemaal fout bezig zijn. Denk daarbij aan de mediacode rondom het koningshuis. Willem-Alexander zou in Duitsland wel met een eventuele buitenvrouw op de foto kunnen, maar niet in Nederland. Ook wilde hij, verder ongerelateerd, het door Moerel genoemde algoritme wel testen op Mark Rutte. Zijn betoog was verfrissend en grappig maar zeker ook inhoudelijk op sterke argumenten gebouwd. Hij vertelde dat hij zegt wat de meeste Nederlanders denken en dat hij hen zo een stem geeft.
Daarna was het tijd voor de internetheldin onder de rechtenstudenten: Meester Leonie. In een oogverblindend roze pak heeft Leonie van der Grinten inzicht gegeven in haar leven als blogger en inmiddels be?digd strafrechtadvocate. Via haar blog streeft zij na om strafrecht ook aan de gewone burger uit te leggen. Natuurlijk waarschuwt zij voor de gevaren van social media maar ze inspireert ook om er wel mee aan de slag te gaan. Zelf trekt ze de grens tussen priv? en media door haar cli?nten niet als vriend toe te voegen en nooit haar eigen zaken op Meester Leonie te bespreken. Met dertigduizend volgers op Facebook heeft zij natuurlijk ook te kampen met online ?gezeik? maar ze is vast van plan om door te gaan met toegankelijk maken van strafrecht via Instagram en Facebook.
Ter afsluiting was er nog een panel die de nodige internet gerelateerde stellingen bediscussieerde. Arnout de Vries, onderzoeker op gebied van socialmedia, gaf extra informatie en stipte nieuwe ontwikkelingen aan zoals de ?nieuwsbubbel? en Leonie gaf de juridische toevoegingen. Na een vraag over overheidsinvloed op internetgedrag sloot Jan Dijkgraaf het af met: ?Nee!?
Er is geen ??n mobieltje afgegaan en de aanwezigen zaten zelfs om half vijf nog geconcentreerd te luisteren. Dat is een prestatie bij een publiek dat uit overwegend studenten bestaat, wat menig hoorcollege-docent zal kunnen beamen. We zijn aangemoedigd om social media te gebruiken maar ook gewaarschuwd voor de gevaren. Alle aanwezigen zijn geconfronteerd met de ontwikkelingen in het IT-recht en de verschillende gasten hebben meerdere kanten belicht. Het was een lustrumwaardig symposium met dank aan de goede organisatie en bijzonder interessante sprekers.
De workshops
Na het interessante plenaire gedeelte was het om 17:00 tijd om te beginnen met de workshoprondes. In de prachtige ambiance van verschillende skyboxen van het Noordlease Stadion te Groningen werden in twee rondes studenten en overige aanwezigen meegenomen door de advocatenkantoren DirkZwager, Hogan Lovells, JPR en Trip in een divers scala aan onderwerpen.
DirkZwager
Bij Dirkzwager wachtten advocaten Mark Jansen en Jeroen Lubbers tezamen met hun collega Steef Verheijen, als recruiter werkzaam bij dit advocatenkantoor met vestigingen in Arnhem en Nijmegen, de studenten op om hen wat bij te brengen over de implicaties van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Deze nieuwe verordening, u allen vast en zeker welbekend, is op 26 mei 2016 in werking getreden en zal vanaf 26 mei 2018 worden gehandhaafd. Dit betekent voor allen die werken met persoonsgegevens dat zij behoorlijk goed moeten kijken naar hun werkwijze en waar nodig deze moeten wijzigen. Ook is er een nieuwe functie bij veel bedrijven in het leven geroepen: de functionaris voor de gegevensbescherming, die toezicht moet houden op de persoonsgegevensverwerking. Nu schreef ik hier eerder over bedrijven, maar ook voor alle hogere en lagere overheden gelden de bepalingen van de AVG vanaf mei volgend jaar. Of hiermee elke autogarage die algemene periodieke keuringen verzorgd ook een functionaris voor de gegevensbescherming in dienst zal nemen is volgens Jansen maar zeer de vraag.
Jeroen Lubbers heeft de aanwezige studenten bewust gemaakt van de bevoegdheden die Facebook heeft en alle informatie die wij doorgeven door het gebruik van sociale media. Als men Facebook gebruikt via de app op hun telefoon kan Facebook onder andere op elk moment zien wie jouw contacten zijn, wat jouw batterijniveau is en zelfs zien aan wie jij de meeste aandacht besteedt op sociale media. Ook apps als Snapchat en Instagram vallen tegenwoordig onder het moederbedrijf van Facebook, en geven daarom jouw gegevens door conform hun voorwaarden waar bijna iedereen klakkeloos mee akkoord gaat.
Al met al gaf Dirkzwager een ontzettend interessante workshop, die voor studenten die dachten dat ze al veel wisten toch nog een grote eyeopener kon zijn!
JPR
JPR, het bekende kantoor met de oosterse ori?ntatie, was voor de eerste keer aanwezig bij het LISA-symposium. De drie medewerkers van JPR kwamen met elf uitdagende meerkeuzevragen. Deze waren allen ontleend aan recente rechtspraak of een soortgelijke kantoorzaak. Ook onze Groningse professor voor het intellectuele eigendom, Paul Geerts, werd genoemd wegens zijn kritiek op het Hasbro-arrest. Door het goed beantwoorden van de gestelde vragen kon een stageplek worden gewonnen; Max en Ruben mogen zich de gelukkige winnaar van deze prijs noemen. Daarnaast ontvingen zij ook een paraplu en een kistje met twee goede flessen wijn: een prima beloning voor uitmuntende IE-kennis dus.
De workshop van JPR was voor veel leden een feest der herkenning, dan wel een kleine opfrisser die nog eens inzichtelijk maakte waar de kennis bijgespijkerd dient te worden.
Hogan Lovells
Het was het grote internationale kantoor met haar vestiging in Amsterdam die een van de meest hardcore IE-onderwerpen van het LISA-symposium van 2017 had gekozen: octrooirechten op smartphones. Voor veel leden is het octrooirecht een nog onontgonnen gebied in hun kennis, omdat dit in de bachelor niet aan de orde komt en in de master als een van de deelonderwerpen bij het vak intellectuele eigendom. Gelukkig hebben enkelen al wel enige kennis opgedaan bij de Masterclass Octrooirecht van LISA, die onder begeleiding staat van professor Paul Geerts. Dit verschillende kennisniveau vingen Liselotte Cortenraad en Joost Duijm goed op door eerst een korte introductie te geven in het octrooirecht. Ook voor iemand die al wat meer wist van het octrooirecht kwamen nieuwe dingen langs: zo had ondergetekende eerder nog niet gehoord van het zogenaamde Verkort Regime Octrooizaken, een soort tussenvorm tussen enerzijds een normaal kort geding en anderzijds een normale bodemprocedure. Ook werden een aantal interessante kenmerken van octrooigeschillen in de telecom-sector gegeven: vaak spelen zaken gelijktijdig in verschillende landen en wordt er door een octrooihouder tegelijk meerdere andere fabrikanten aangesproken op het vermeende inbreuk maken. Dit kan je ook in je voordeel gebruiken door bij de zittingen aanwezig te zijn van eiser tegenover een andere gedaagde om zo alvast enkele van hun argumenten op te pikken.
Trip
Trip is, met kantoren in Assen, Groningen en Leeuwarden, een echte speler in het noorden.
Wat begon als een praatje over de nieuwe privacywetgeving werd al snel een mini-college, alleen dan eentje waarbij iedereen de aandacht er wel bij kon houden. Door niet alleen de algemene aankomende wetswijzigingen te bespreken maar ook dieper op de gevolgen voor particulier en bedrijf in te gaan wist trip echt verbinding met de stof te verwezenlijken.
De mensen die in de eerste workshopronde zaten hebben echter wel wat gemist. Door een gebrek aan tijd en enige uitloop van het plenaire gedeelte hebben ze niet gehoord aan welke vereisten een vereniging als bijvoorbeeld LISA na 25 mei 2018 moet voldoen. De mensen in de tweede ronde hebben dan ook te zien gekregen dat bij het aanmaken van een account, en daarbij het verzamelen en verwerken door LISA van persoonsgegevens straks veel meer komt kijken.
De meeste leden zullen bij de workshop van Trip ook hebben gehoord dat we nog steeds de goeie studierichting hebben gekozen, aangezien de ICT-recht jurist nog zeer gewild is! Trip Advocaten & Notarissen heeft hiermee een prachtige workshop afgeleverd.
Recruitmentdiner?
Het laatste onderdeel van het symposium van dit jaar was de tweede editie van het recruitmentdiner van LISA. Een select gezelschap studenten van 12 personen mocht aanschuiven bij Dirkzwager, Hogan Lovells en JPR om onder het genot van een heerlijk diner in drie gangen nader kennis met elkaar te maken en al hun vragen te stellen. Ik kan alleen spreken voor mijn eigen tafelgenoten, maar ik geloof dat wij inderdaad een aardig vragenvuur hebben afgevuurd op de aanwezigen van de kantoren. Gelukkig was er ook tijd voor gewoon ontspannen genieten van het heerlijke eten en het aangename gezelschap. Wederom vatbaar voor herhaling dus!
Namens de Redactiecommissie van LISA,
Auke-Frank Tadema, Thomas ten Berge, Maaike Meijer & een gast-bijdrage van Joris Vos
Sinds het verschijnen van hun boek Social media: het nieuwe DNA zijn Arnout de Vries (onderzoeker en adviseur TNO) en Frank Smilda (sectorhoofd DRIO Noord-Nederland) niet stil blijven zitten. Weliswaar heeft hun gezamenlijke werk het geschopt tot verplichte kost op de Politieacademie, een boek uit 2014 is in internettermen een eeuwigheid geleden. Het is tijd voor een update. Hoe kijken ze anno 2017 aan tegen de rol van ?de burger? in de handhaving en opsporing, domeinen die tot voor kort nog als exclusief voor de politie werden gezien?
Smilda: ?Voor zowel Arnout als mijzelf begon onze fascinatie voor sociale media en internet al ver voor onze gezamenlijke publicatie. Bij mij is het begonnen in 2005 en 2006 toen Maurice de Hond zich op de Deventer moordzaak stortte. Hij begon wat hij aan informatie verzamelde op een weblog te zetten. Dat vond ik z? baanbrekend. Als mensen de wisdom of the crowd inzetten om dingen toe te voegen en op een weblog bij elkaar te brengen zou dat een hele nieuwe dynamiek in de opsporing brengen.
Allerlei krachtige kennis deed mee met het onderzoek van Maurice de Hond. Beeldmateriaal, kennis en kunde kwamen vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar: een bioloog, een natuurkundige, een filosoof, een jurist. Ik begon me af te vragen: dat zouden wij toch ook moeten kunnen??
Smilda werkte toen bij de politie in Utrecht. Daar stelde hij voor om met cold cases te gaan werken, vanuit de gedachte dat het afbreukrisico klein zou zijn. Hij ging de ontwikkelingen volgen. De term ?sociale media? bestond nog niet, maar de start lag juist in die periode: Hyves, Facebook, Youtube en Twitter ontstonden alle in die periode. Smilda startte politieonderzoeken.nl en hij gaf veel spreekbeurten. Hij won de politie-innovatieprijs met zijn experiment. En kon met een startbudget van 35.000 euro instappen op die platforms.
?Ik heb toen nog onder meer bij Second Life een plaats delict opgebouwd met een echte case. Dat was toen zo?n virtuele wereld waarin je in kon opgaan. Met burgers eromheen, rechercheurs? Ik startte een blog in 2008. Het begon bij mij in feite als een hobby die uit de hand liep. Arnout was met dezelfde dingen bezig en interviewde mij erover. Zo is het contact een jaar of zes geleden ontstaan.?
Politie 2.0
De Vries werkte eind jaren 90 bij KPN Research, waar men toen al met virtual communities bezig was, vooral vanuit
commerci?le invalshoek.
?Dat was de begintijd van internet. Het ging met vallen en opstaan. Ik richtte mij al snel op de ?goede kanten? van het internet. Hoe kunnen bijvoorbeeld techneuten en sociale wetenschappers beter samenwerken? Het was de tijd van ?Samen innoveren, online cocreatie, crowdsourcing?.
Allengs kwamen daar de veiligheidsthema?s bij, de laatste jaren richt ik mij meer op crisisbeheersing, wat een vlucht nam na een analyse van sociale media bij het noodweer van Pukkelpop in 2011 en Project-X in 2012. Daarna kwam ook de interactie van online bewegingen en de opsporing meer in beeld.?
Op het moment dat de wegen van Smilda en De Vries elkaar kruisten waren zij beiden bezig om gedachten op?papier te zetten onder de titel Politie 2.0. Samenwerking lag ook inhoudelijk voor de hand. Zouden ze daar een boek van kunnen maken?
Smilda: ?Vier maanden na dat initi?le plan volgde Project X in Haren?? Lachend: ?Toen belde Arnout mij:
Volgens mij wil jij geen boek meer met mij schrijven??
En was dat zo?
?Het was voor mij wel dramatisch, natuurlijk. Ik kreeg de nodige reacties van collega?s: Frank, jij zit toch helemaal in die wereld? Hoe kan het nou dat het zo misgaat? Maar goed, voor de hele politie was Project X een keerpunt. Ook voor ons. We hebben elkaar vastgehouden en zijn doorgegaan met het schrijven van het boek.?
Maar men was misschien wat minder enthousiast over jouw experimenten?
Smilda: ?In de tijd van de blog van Maurice de Hond was er zeker weerstand. Maar gelukkig kreeg ik de ruimte van de politieorganisatie om de cold cases op een vergelijkbare manier open te breken. Als er bezwaar was en is, dan gaat dat vooral over de grenzen van de rechtsstaat. Er waren genoeg collega?s die rond de Deventer moordzaak stomverbaasd waren dat het allemaal maar op internet kon worden gedeeld, terwijl de zaak tot in de hoogste instantie was afgedaan. En voor alle duidelijkheid, ik begrijp die bezwaren. Maar we hebben nu eenmaal te maken met een nieuwe wereld waar we ons toe moeten verhouden. Die tweeslachtigheid zag je toen ook al terug in de politieorganisatie. De burger heeft zelf de stap richting opsporing gezet en zal daar niet meer weggaan.?
?Inhoudelijk gezien was Project X een geweldige wakeup call. Niet alleen omdat het rapport van de commissie-
Cohen tot het aftreden van de burgemeester leidde. Maar ook omdat het een gamechanger in de veiligheidswereld
werd.?
De Vries: ?Drie maanden na Project X startte de nationale politie. Dat had z?n impact, met nationale teams en een
programmatischer aanpak, met meer oog voor de online doorwerking in de offline veiligheid. Eerst lag de focus vooral op de impact op de openbare orde, zoals bij Project-X, daarna druppelde het heel langzaam ook de opsporing binnen. Het DNA waar de titel van ons boek naar verwijst, heeft daar betrekking op. Naar ons idee is de impact van sociale media op zowel openbare orde als opsporing zo groot, dat het in het DNA van de gehele politie moet zitten om er goed mee om te gaan.?
Anne Faber
Op het moment dat we dit interview houden, is de zaak Anne Faber prominent in het nieuws. Het gesprek komt op de ontwikkelingen in verhouding tot een eerdere zaak waarbij burgers massaal meeleefden en zich gingen inzetten: bij de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian in 2013.
De Vries: ?Destijds was er een burgerinitiatief dat alle informatie op Twitter bij elkaar bracht. Rijp en groen door elkaar. Laatste informatie van de politie, geruchten. Alles kwam langs om de zoektocht naar de broertjes te ondersteunen. Dat initiatief is kort daarna Zoekjemee.nl geworden. Ik herinner de worsteling nog. Wat is dat voor persoon die daar een website voor wil starten? Gaat die over de rug van vermisten geld proberen te verdienen??
?Voor de politie was het ook verwarrend. Want als willekeurige mensen zich na een online oproep op Facebook of Twitter in een bos melden, wie heeft er dan de leiding, wie is het aanspreekpunt? Wat moet daarvan worden? Wat? gebeurt er met mogelijke sporen? Met forensisch bewijs? Wat als burgers plotseling geconfronteerd worden met een lijk? Er?kwam een burgerbeweging op gang die de politie nooit eerder had gezien. Daar werd toen heel ad hoc op ingespeeld, zo goed en zo kwaad als dat ging.?
Gaat de politie er nu anders mee om?
?In mijn beleving wel. In 2013 werden ze overrompeld. Het was niet georganiseerd, weliswaar nu nog steeds niet op een aantal vlakken, maar er is al meer gekanaliseerd.?
Smilda: ?Tijdens de zoektocht naar Ruben en Julian heeft woordvoerder Bernard Jens goed opgetreden. Veel initiatieven werden gehonoreerd, maar wel onder begeleiding van de politie. Rond Anne Faber trad hij op een vergelijkbare manier op. Dat deed hij heel krachtig. De politie bevestigde niet alleen op politie.nl dat een verdachte was aangehouden, maar vergezelde dat ??k meteen met een videoboodschap waarin de situatie kort werd geduid. Dan beweeg je mee als politie.?
En natuurlijk is het wennen, zegt Smilda. ?Je geeft als politie immers een stuk prijs in de virtuele wereld als je de oproep doet: denk mee, rechercheer en help mee. Maar de zaak van Anne Faber laat zien dat er dan allerlei nuttige
informatie op je pad komt. Soms is dat hele krachtige intelligente intel vanuit die virtuele wereld, die je enorm verder kan helpen met het onderzoek, maar die een rechercheur in klassiek onderzoek niet snel was tegengekomen.
Het is de uitdaging om dan die ?klassieke? politiebril af te zetten en de recherche niet als een bok op de haverkist te
verdedigen, maar de ruimte te geven aan derden.?
?Wat denk je van zo?n journalist (en cartograaf Michiel Hegener ? red.) die uren onderzoek doet naar route, tijdstippen en weersomstandigheden? Hij kende het gebied en had voor de ANWB ooit de fietsroute gemaakt die Anne Faber leek te hebben gevolgd. Hij wist een wolkbreuk te verbinden aan een plek waar Anne Faber zou kunnen hebben geschuild? Dat is zulke specifieke kennis, die je niet 1-2-3 in een rechercheteam hebt. Zo zijn er zoveel andere specifieke deskundigen. Overigens vond hij wel dat het erg lang duurde voordat zijn bevindingen werden opgepikt (NRC, 10 oktober). Vergeet niet dat ook de recherche ermee moet leren om te gaan. Maar het zijn ontwikkelingen die iets in beweging zetten en waar we de komende jaren ongetwijfeld meer van zullen zien.?
De Vries: ?Burgers zijn er echt mee bezig. Dagenlang. Zo betrokken. Je vraagt je soms af waar ze de tijd vandaan halen.?
DIY-policing
De kunst is dan wel het kaf van het koren te scheiden en verkeerde initiatieven en eigenrichting te voorkomen. En de
politie krijgt op allerlei platforms steeds meer informatie binnen, maar onvermijdelijk zitten daar ook trollen bij, de
waarzeggers en online paragnosten. Hoe organiseer je dat?
Smilda: ?Het begint ermee te erkennen wat er is veranderd. We noemden al ?het nieuwe DNA? uit de titel van ons
boek. Dat had ook betrekking op veranderingen die eigenlijk net zo fundamenteel zijn als indertijd, toen het DNA in de opsporing een rol ging spelen. Dat had allerlei consequenties voor hoe er op een PD werd opgetreden. Iets dergelijks is nu ook aan de gang in de interactie tussen online en offline.?
Als je dat hebt erkend, volgt de ondertitel: Do It Yourself Police. Smilda: ?Het is hetzelfde als in de gezondheidszorg,
waar de arts een pati?nt met veel meer kennis dan vroeger tegenover zich vindt. En stel dat die pati?nt geen arts of
verzekering zou kunnen betalen: zou hij dan gaan googelen om te zien wat zijn kwaal is? Natuurlijk! Als wij als opsporingsinstanties burgers niet begeleiden, zoeken ze dan zelf hun weg? Retorische vraag.?
Veel van de voorbeelden die Smilda en De Vries geven, laten dat zien: DIY-policing. Iemand die z?n eigen gestolen iPhone heeft opgespoord en door een raam op een keukentafel ziet liggen. Politie gebeld, maar die hebben geen huiszoekingsbevel en als de dader niet opendoet, gaan ze weer weg. Wat bedenkt deze man? Hij heeft een andere telefoon bij zich en zet Periscope (Live Video Streaming) aan. Kondigt aan wat hij gaat doen. Honderden mensen volgen live hoe de man aanbelt. Hij neemt daarmee het risico dat het een matpartij wordt. Maar de man legt keurig uit dat hij zeker weet dat diegene zijn telefoon heeft en dat er heel veel mensen meekijken. Juist dat laatste gegeven werkt als een bescherming. Uiteindelijk gaat de dader met een smoesje door de knie?n en geeft de telefoon terug.
Smilda: ?Briljant bedacht van die inwoner, al is er enig risico. Maar het voorbeeld raakt ook aan iets anders. De scheidslijn tussen opsporing en openbare orde wordt veel sneller overgestoken. Dat zag je ook al bij Project X. In dit geval, als het inderdaad vechten was geworden, was er waarschijnlijk een openbare-ordeprobleem ontstaan. Dan komt de burgemeester aan boord. Dan zou het ook zijn opgelost, maar op een andere manier. Met de komst van
sociale media is de interactie tussen opsporing en openbare orde veel groter dan voorheen.?
Handboek soldaat
We begrijpen, de burger gaat zelf op pad, wat je ook doet. Maar hoe hou je daar controle op?
Een kwestie van educatie, zeggen Smilda en De Vries. Want veel van wat rechercheurs doen, doen anderen ook al
op een vergelijkbare manier: journalisten, wetenschappers, advocaten.
De Vries: ?Eigenlijk zou je burgers een spoedcursus rechercheren willen geven. Alleen dat ligt niet op de plank.?
Smilda: ?Een Handboek soldaat voor burgers. We zijn er mee bezig hoor, er zijn drie apps in ontwikkeling?waarvan er ??n specifiek een soort Zwitsers zakmes moet worden: de burger helpen als hij of zij op onderzoek uitgaat. Wat is wijsheid? Wat doe je wel, wat doe je niet? Of wat doe je als er bij je is ingebroken en je ziet een duidelijk voetspoor in de tuin? Hoe stel je zelf dat soort sporen veilig? Aan dat soort kennis is bij burgers wel behoefte.?
Als de politie het niet doet, dan doen burgers het snel zelf, zo leert de ervaring. Demonstranten in Groot-Brittanni?
hebben een bijvoorbeeld een app ontwikkeld om live ME-linies en afzettingen tijdens demonstraties inzichtelijk te maken. Als we op het gebied van opsporing de burgerinitiatieven een plek willen geven, gaat omarmen beter werken dan afhouden.
De Vries: ?Zo zijn er zoveel meer dingen mogelijk en nogmaals, je moet meebewegen met de ontwikkelingen. Ik was eerder in een meldkamer. Mooi hoor, al die camera?s van Rijkswaterstaat. Maar straks zijn er miljoenen priv?camera?s met dashcams, en denk ook aan de zelfrijdende auto?s van morgen. Al die beelden en gegevens geven een beter beeld dan waar Rijkswaterstaat ooit van kan dromen.
Maar de hamvraag is ook: van wie zijn al die data? Van Google, of een concurrent? Als die de beste data hebben, wie gaat dan de verkeersveiligheid regelen? Hoe ga je daar mee om als politie? Als overheid? Je ziet nu al dat dat soms speelt, bijvoorbeeld met een Apple iPhone of een Amazon Echo in de VS. Van wie zijn de data in het slimme energiemetertje thuis, waaraan je al kunt zien of er iemand thuis is of niet? Behoort die toe aan de burger die de politie zou kunnen of willen helpen? Vaak is het antwoord nog ?nee?. Veel data zijn vooralsnog van de grote bedrijven.?
Langzaam begint het te duizelen. En het wordt er niet beter op als Smilda en De Vries een filmpje tonen dat De Vries in alle meldkamers laat zien. Er is een Amerikaanse app, Vigilante, met een private meldkamer. Iedereen in een bepaalde straal wordt automatisch en razendsnel op de hoogte gebracht om bijvoorbeeld in actie te komen als een
vrouw zich bedreigd voelt door een haar achtervolgende man.
De Vries: ?De politie moet dan maar hopen dat zij dat ook oppikken. De NYPD heeft hier momenteel echt hoofdpijn
van.?
Dit laat zien wat de burger zichzelf potentieel kan aandoen.
De Vries: ?Die burger kan zichzelf geweldig in gevaar brengen! Wat mensen van zichzelf laten zien op sociale
media, dat kan soms best link zijn. Denk aan de buurt-WhatsAppgroepen. Daar ben je lid van met je 06-nummer.
Als jij een melding doet en een potenti?le dief op de foto zet, moet je je bewust zijn van de consequenties. Als er een
serieuze zaak speelt en een crimineel is een beetje ?genetwerkt?, dan pikt die je er zo tussenuit. Dan weet hij dat jij de
eerste foto nam waardoor een zaak aan het rollen kwam. Dat moet je mensen duidelijk maken.?
De Vries noemt ook eigenrichting en inbreuk op de privacy als kwetsbare punten. ?Maar denk ook aan die
jongen die in de situatie rond de Rotterdamse Maassilo werd opgepakt. Hij denkt even undercover cop te kunnen
spelen. Als hobby een terroristische groep ontmaskeren. Wat ben je allemaal aan het doen? Is het overmoed of
na?viteit? Het zijn overigens niet alleen hobbyisten. Ook journalisten mengen zich online in de krochten van het
internet, op zoek naar een scoop.?
Smilda: ?Wat daarom heel erg helpt, zijn de 8 W?s van de opsporing die elke rechercheur, maar ook elke journalist,
gebruikt. Dat brengt een kader aan in de handelwijze van mensen.?
Geen opsporingsmonopolie
Des te meer reden om ook de burger zoveel mogelijk te voorzien van de tools en kaders om al die initiatieven enigszins onder rechtsstatelijke controle te houden.
Smilda: ?Zie het als doe-het-zelf-gids binnen law enforcement. Hoeveel mensen volgen er al niet webinars en dergelijke? Laat het zien. Geef voorbeelden van hoe te handelen. In de recherche wordt geschermd met onderzoeksbelangen. Maar hoeveel procent van de kennis van de recherche is in feite geheim? Het gros van de informatie kun je delen, zonder zaken stuk te maken. Wat ons betreft wordt het tijd om stappen te zetten en de burger daarin de hand te reiken.?
De Vries: ?Het geweldsmonopolie ligt bij de politie, het vervolgingsmonopolie bij het OM, maar niemand heeft het
monopolie op opsporen. De politie moet beseffen dat iedereen sinds mensenheugenis kan en mag opsporen, al veel
langer dan wij wetten en regels hebben. Maar je moet er flexibel mee omgaan. Elk fenomeen is anders, met alle
opsporingsmethodiek en kennis die daarbij nodig is. Er zijn de buurt-WhatsAppgroepen en de landelijke initiatieven
zoals zoekjemee.nl.
We hebben Bellingcat nog niet eens genoemd, dat is internationaal. Een volstrekt zelfstandige club van vrijwilligers,
overigens veel kleiner dan mensen denken. Natuurlijk heeft de politie ze gevraagd of ze in opdracht willen werken. Maar dat doen ze niet. Ze koesteren hun onafhankelijkheid.
Bij MH17 hadden zij al sporen veiliggesteld voordat er naar werd gevraagd. Tegen de tijd dat de recherche ging zoeken was zo?n selfie van Russische soldaten alweer weg. Maar Bellingcat had ?m nog.?
?Ons credo is: faciliteer zulk soort clubs zonder de volledige regie te willen hebben. Laat ze zien hoe je (digitale)
sporen kunt veiligstellen, hoe je dat op een gegeven moment netjes overdraagt en hoe je kunt aantonen dat je er
niet zelf mee hebt lopen rommelen. Dat soort samenwerking vraagt vertrouwen van de overheid. Waarbij je bij elke
online groep opnieuw bekijkt wat passend is.?
Smilda: ?Daar zijn we nu mee bezig en die apps zijn daar een voorbeeld van. Beweeg mee, maar zorg wel voor een
goede disclaimer richting het publiek. Wijs op de basisregels: geen eigenrichting, geen namen en rugnummers,
niet zelf foto?s plaatsen. Als je iets wilt delen stem het dan af met de politie.?
Rechtsstatelijkheid
Dan is er de vraag van de rechtsstatelijkheid en hoe beperkend het OM daarin staat. De Vries bevestigt dat men
worstelt.
?Een voorbeeld is opsporingsberichtgeving. Daar is vanuit het Openbaar Ministerie een aanwijzing voor, een flink pak papier. Het is duidelijk dat slimme mensen daarover hebben nagedacht. Maar zeker bij zo?n zaak als Anne
Faber zie je nu dat iedereen zelf aan opsporingsberichtgeving doet, zonder handreiking. Dan is het de vraag of je dat
als OM in goede banen kunt leiden. En dan zie je de worsteling door de media en andere partijen.?
?Een ander voorbeeld is de Kopschopperszaak in Eindhoven. Het OM maakte een film publiek waar de verdachten
op te zien waren. Er ontstond een hetze jegens de verdachten. Dan wordt het OM daarop aangekeken. De worsteling
blijft: burgers zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Maar in welke mate hebben wij als OM daar een rol in
gehad??
Een ander voorbeeld: de pomphouder die elke?keer netjes aangifte doet als klanten wegrijden zonder te betalen. Op een gegeven moment is hij het zat. Hij heeft de camera?s voor het bewijs, maar er gebeurt niets mee. Hij denkt: ik ga mezelf beschermen, ik maak een online schandpaal. En, voordat het verboden wordt, laat hij met een sticker duidelijk weten op het pompstation wat de gevolgen zijn als je wegrijdt zonder te betalen: met je hoofd achter het stuur voor de wereld op het web herkenbaar.
De Vries: ?Daar kun je ethische vragen over stellen. Er zal vast wel eens iemand in de war zijn die gewoon vergeten heeft te betalen. Maar bij de pomphouder werkte het prima, alle benzineboeven bleven bij hem weg. Er zijn andere zaken bekend van winkeliers die foto?s online publiceerden, waarbij veroordeelden uiteindelijk de winkelier aanklaagden. Dan zie je bij een veroordeling vervolgens weer crowdfunding om de hoek komen om de boete van de winkelier te betalen.?
Oplossingen
Frank Smilda wil graag vanuit de essentie de samenwerking laten vinden. ?Wij lossen met ons korps van 65.000 mensen ongeveer een kwart op van de miljoen zaken die op ons bordje komen. Dat wij hier in het noorden op 12% oplossing woninginbraak zitten, stemt alleen maar tot tevredenheid als je het vergelijkt met de Randstad, waar het 8% is. Maar het blijft een klein aantal. En we hebben het alleen over de zaken waar aangifte over is gedaan. Die 65.000 politiemensen, dat worden er nooit twee keer zoveel. En 25% wordt niet opeens 50% op deze manier, laat staan bijvoorbeeld 85%.?
Het omarmen van burgerinitiatieven is de enige manier die het percentage significant omhoog kan krijgen, wil Smilda maar zeggen. ?Hier in Noord Nederland hebben we vorig jaar innovatie-experts gevraagd ons te helpen, en dat gekoppeld aan het thema burgeropsporing. In verschillende groepjes kwamen zij samen in verhoudingen van tweederde politie- en justitiemensen en eenderde mensen van buiten de politie. Daar zaten mensen bij als Arnout van TNO en bijvoorbeeld iemand van Deloitte, die ook goed thuis is in de law enforcement-wereld. Daar zijn die apps uitgekomen. In dat soort samenwerking kun je stappen maken. Als dan maar steeds blijft hangen in je rechtsstatelijke verhaal, dan blijf je ook hangen in die belabberde opsporingspercentages.?
Gevoel
?En voor alle duidelijkheid?, vervolgt Smilda, ?dat geldt ook voor vermissingen: het gaat niet alleen over de oplossing, maar ook om duidelijk te maken wat de stappen zijn en waarom. Van de 40.000 vermissingen per jaar is 0,01% echt urgent. Door kennis te delen cre?er je ook rust, omdat in heel veel gevallen al snel zal blijken dat er niet zoveel aan de hand is. En in de hele ernstige gevallen, zoals met Anne Faber, ontstaat er wel een gevoel van saamhorigheid, van politie, leger, Rode Kruis en het legioen aan vrijwilligers, tegen de vreselijke onzekerheid en het ellendige voorgevoel (en later de bevestiging ? red.) in.?
De Vries: ?Algemener zou dat ook kunnen gelden voor die almaar groeiende WhatsApp-buurtgroepen. Al meer dan 7000! We weten dat er ??rst een negatief gevolg is als zo?n groep wordt gestart, want mensen schrikken van de hoeveelheid inbraken en andere ellende in hun buurt. Dat gevoel blijkt kort na de start echter weer te verdwijnen als men doorkrijgt er samen iets aan te kunnen doen. We?weten dat het gaat helpen om oplossingspercentages omhoog te brengen, dat zou ook voor het gevoel positief kunnen zijn. Met al die kennis die je kunt delen, de samenwerking met 3000 wijkagenten op Twitter, een aantal thematische accounts? Ik zie echt een rol voor Nederland als een internationale early adopter, en de volgende stap is dan die rechtsstaat 2.0. Laat ook zien wat we hier aan het doen zijn en leer ook internationaal van elkaar.?
Een paar voorzetten
Veel was al bekend, maar als je de voorbeelden hoort die Smilda en De Vries uit hun mouw schudden, blijkt nogmaals hoe snel de ontwikkelingen elkaar opvolgen. Het interview is ook een opmaat naar het congres Participerende Politie van dit Tijdschrift. De politie die ?deelneemt? aan wat de maatschappij onderneemt tegen openbare-ordeverstoringen en criminaliteit. We dagen Smilda en De Vries uit nog een paar voorzetten te geven:
De Vries: ?Ik vroeg een paar van de mensen bij Bellingcat: hebben ze jullie nou ook gevraagd met welke andere zaken dan MH-17 je bezig bent? Antwoord: Nee. Een van die jongens is werkloos en ik vroeg: hebben ze jou gevraagd of het wat voor jou zou zijn om bij de politie te werken? Antwoord: nee. Sommigen van hen vinden: de politie kwam onze informatie halen en daarna hoorden we nooit meer wat van ze. De erkenning en de samenwerking kan zogezegd?beter.?
Smilda: ?Iedereen publiceert rapporten: WODC, ministerie, vakgroepen criminologie, politie. Over heel veel onderwerpen. Ik loop al langer met het idee om al die kennis en kunde te vertalen naar het geografische gebied?waar iets speelt. Probeer er hapklare brokken van te maken voor dat gebied. En ga verkennen wie voor ons in dat gebied vertrouwde partners (inwoners!) zijn om op een intelligente manier te kijken naar de veiligheidsproblemen, waar in rapporten al eens over is nagedacht.?
De Vries: ?Leer snel te denken, soms kan de burger in vijf minuten aan een doorbraak bijdragen. Denk aan crowdsourcing in bijvoorbeeld zedenzaken. Daar zijn hele groepen online mee bezig. Laatst kwam Europol met een foto van een hotelkamer. Zit je bij de tandarts, even een paar fotootjes kijken, commentaar geven en weer door. In deze zaak herkende iemand iets heel kleins, maar die simpele brokjes informatie kunnen tot heel veel leiden. Dat is bewezen, het heeft echt in een aantal zaken tot een oplossing geleid In dit geval was binnen 24 uur duidelijk dat het om een hotel op Mauritius ging.?
Smilda: ?Laten we met overvallen beginnen. Zijn er 2000 per jaar. Zet iedere overval bijvoorbeeld binnen 24 of?48 uur online. Met een kaartje erbij. Modus operandi erbij. Daderwetenschap die je niet wilt weggeven is maar 5 of 10% van de informatie in zo?n zaak. De rest is al algemeen bekend of heeft een getuige gezien. Als je dat al in het systeem zou kunnen brengen, kan dat enorm veel opleveren. De doorlooptijd is vele malen hoger dan wanneer je moet wachten op Opsporing Verzocht, en daar worden ook nog eens veel minder zaken behandeld dan wij met de verschillende platforms zouden kunnen doen.
De Vries: ?Het gaat om de mindshift: burgers mogen misschien amateur zijn in het speurwerk, maar ze zijn bijna altijd professional in een bepaald onderwerp en in hun leefomgeving. Betrek ook de jeugd. Eerder is een recherchegame bij de politie afgeketst op de kosten en het vooroordeel ?we maken van opsporing geen spelletje?. Als een game een goede manier is om in een onderzoek een specifieke doelgroep aan te spreken, dan zou ik denken: wat let je??
Smilda: ?Veel modellen ontstaan op een platform, bijvoorbeeld AirBnB. Breng ieder type crime op een platform. Laten we zeggen: overvallen en neem als voorbeeld juweliers, dat is een grote en inmiddels goed georganiseerde slachtoffergroep. Zo kun je er veel meer per criminaliteitsveld onderscheiden en ondersteunen en mee laten denken. Denk ook aan krachtige voorbeelden uit de medische en onderwijswereld om dat te doen. We moeten op zoek naar de gezamenlijke belangen van politie en maatschappij. Daarom heb ik het ook liever niet over ?de burger?, alsof het iets anders is dan de politie. Er is veel minder onderscheid dan lang is gedacht. We zijn allemaal??inwoners? van dit land. Uiteindelijk hebben wij als politiemensen dezelfde doelen voor ogen als de mensen voor wie wij werken.?
De Vries: ?En kijk naar en haak aan bij het bedrijfsleven. Op Reddit was kritiek vanwege mogelijke aanwakkering van tunnelvisie bij het online speurwerk na de aanslag op de Boston Marathon. Gingen ze dat speurwerk verbieden? Nee, ze pasten hun platform aan. Want zij zien er business in. Inmiddels heeft Reddit zelfs een eigen Bureau of Investigation voor burgers. Voer absoluut steeds de discussie over wat er toelaatbaar is, over sporen zoeken, over burgerarrest, tot aan de vervolging. Maar wen aan de ontwikkelingen. Dit is wat er gebeurt. Onthoud dat voor het congres en in de nabije toekomst.? ?
Drie apps
Het gaat voorlopig om testversies van de apps, die alleen worden gelanceerd als blijkt dat ze echt werken.
Zo gaat de app Samen Zoeken gebruikers op de hoogte houden van zoektochten naar vermiste personen. Gebruikers kunnen op hun beurt informatie uploaden, zoals foto?s van gevonden voorwerpen en sporen. De politie wil de deelnemers volgen, om zo te kunnen achterhalen welke gebieden bij een zoektocht zijn uitgekamd.
De tweede app, Automon genaamd, is ge?nspireerd door Pok?mon Go en stuurt een bericht naar gebruikers zodra er een gestolen auto in zijn of haar buurt is gesignaleerd. Aan de hand van informatie als kentekennummers, kleur en merk kunnen gebruikers vervolgens ?op jacht?. Als een auto wordt gevonden, scoort de vinder punten.
Tot slot is er een app in ontwikkeling die als Zwitsers zakmes moet werken, met een palet aan opsporingsmethoden die burgers zelf kunnen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een buurtonderzoek na een inbraak. De politie kan slachtoffers leren om zelf buren te ondervragen en deze info in de app te combineren tot een dossier. Ook de mogelijkheid tot het opnemen van een getuigenverklaring behoort tot de mogelijkheden.
Nieuwe communicatiemiddelen zoals sociale media bieden politie en justitie grote kansen. Maar zij zien zich ook voor uitdagingen gesteld. Zo kunnen criminelen via het Dark Web terrorisme financieren en op verzoek misdaden plegen. Hoe gaan veiligheidsinstanties met deze kansen en uitdagingen om?
Rechter geeft stalker ?digitaal straatverbod? kopte de?NRC. EenVandaag maakte een uitgebreide?reportage?onder de titel??Politiewerk onder vergrootglas door social media?. Burgers kijken steeds meer mee met de politie en nemen bijvoorbeeld opsporingstaken (deels) op zich. Digitale burgeropsporing lijkt onvermijdelijk, maar het resultaat kan 2 kanten op rollen. Denk aan de ?kopschoppers van Eindhoven? voor een ongewenste wending van?burgeropsporing?waardoor de daders strafvermindering kregen.?Bellingcats rapport?over de MH17-ramp leverde juist een gewenst resultaat op, dat het Joint Investigation Team dankbaar in ontvangst nam. Om ??n ding kunnen we in ieder geval niet heen: sociale media hebben het veiligheidslandschap flink veranderd.
Nieuwe communicatiemiddelen
Wat doen veiligheidshandhavers in Nederland, maar ook ver daarbuiten nu met deze nieuwe communicatiemiddelen? Wat voor kansen bieden sociale media of het?Dark Web?en worden ze wel voldoende benut? Wat mag nu precies wel en niet? En welke bedreigingen moeten in de gaten gehouden worden? Kortom: wat moeten, mogen en kunnen veiligheidshandhavers, en wat juist n?et?
Het Dark Web is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is
Dit is een eerste artikel van een reeks waarin we antwoorden op deze vragen zoeken, als onderdeel van het Europese onderzoeksproject?MEDI@4SEC. Dat buigt zich over de kansen en bedreigingen die sociale media bieden voor veiligheidsinstanties.
Criminele handelingen op het Clear Web
Nieuwe communicatietechnieken zoals sociale media worden voor steeds meer criminele ? en ongewenste ? handelingen gebruikt. Denk bij ongewenste handelingen bijvoorbeeld aan cyberpesten, stalken, of het versturen van (doods)bedreigingen. In het 3-jarige onderzoeksproject wordt niet alleen gekeken naar wat er op het?Clear Web?gebeurt. Dat is het normale web, dat met een normale webbrowser toegankelijk is en via gebruikelijke zoekmachines als Google kan worden doorzocht.
Figuur 1: Metafoor voor het Clear Web versus het Deep web. Slechts een deel van de content op internet wordt ge?ndexeerd en getoond na een zoekopdracht
Illustratie: het CCV
Anonimiteit van het Dark Web
Juist het Dark Web (onderdeel van het Deep Web) is voor criminelen interessant, omdat anonimiteit daar de norm is. Voor dit deel van het web heb je een speciale TOR-browser nodig en de webpagina?s worden niet door Google doorzoekbaar gemaakt (figuur 1). Criminelen maken handig gebruik (of eigenlijk misbruik) van deze nieuwe technologische mogelijkheden. Voorbeelden van nieuwe criminele toepassingen zijn:
IS-strijders werven, door middel van versleutelde berichten;
terrorisme financieren, door anonieme crowdfunding (concept waarbij vele mensen bijdragen aan de financiering. Betaling met Bitcoins waarborgt een bepaalde anonimiteit);
criminele cyberaanvallen aanbieden, zoals een DDoS (al vanaf 10 euro per uur);
misdaden op verzoek plegen, via?crimesourcing, of?crime as a service;
beeldmateriaal anoniem delen, door en voor pedofiel-netwerken.
Maar wat zijn nu eigenlijk de taken van de politie en het OM in deze digitale domeinen? Waar kan of moet het bedrijfsleven de handschoen oppakken? Wat kan, moet en mag men online doen om veiligheid te handhaven?
Internettrollen plaatsten een gerucht dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen
Hebben politie en justitie eigenlijk wel voldoende middelen, kennis en mogelijkheden om de verwachtingen in de digitale samenleving waar te maken? Of is er behoefte aan meer (nieuwe) middelen, zoals technische tools of kennis gericht op gedragsbe?nvloeding?
Kansen voor veiligheidsinstanties
Sociale media bieden voor verschillende operationele processen kansen voor de veiligheidsinstanties, waaronder de politie. Maar deze gaan vaak ook gepaard met uitdagingen en/of bedreigingen. Een aantal van deze kansen beschrijven we hierna.
Crisismanagement en alarmering
Sociale media worden hierbij bijvoorbeeld ingezet om snel een indruk te krijgen van de situatie (situational awareness), om hulpvragen te signaleren en eventueel uit te zetten. Toepassingen zoals Twitter of NL Alert worden hierbij gebruikt om mensen te informeren. De grote hoeveelheden berichten die moeten worden geanalyseerd en de interpretatie hiervan, vormen hierbij grote uitdagingen. Opruiende nepberichten die veel paniek kunnen veroorzaken zijn zelfs een bedreiging. Deze worden ook wel hoaxes genoemd. Een voorbeeld van een hoax is het bericht tijdens Project X Haren. Daarin werd met een foto als ?bewijs? aangekondigd dat er Hell?s Angels onderweg waren die ?wel even zouden komen helpen?. Een ander voorbeeld zijn internettrollen die een gerucht plaatsten dat er haaien in de straten van Manhattan zwommen, terwijl de orkanen Irene en Sandy over New York raasden.
Surveillance
Analyse van berichten op sociale media kan de effectiviteit en effici?ntie van surveillance vergroten. Capaciteit kan op basis van verkregen inzichten worden ingepland en opgeschaald bij potenti?le incidenten en vermoedens van criminele activiteiten. Men experimenteert door soms vroegtijdig reacties op berichten te plaatsen met als doel gedragsbe?nvloeding. Tijdens grote evenementen gebeurt dit al. Bijvoorbeeld tijdens de Olympische spelen van 2012 in Londen of tijdens diverse evenementen in Nederland.
Voorkomen moet worden dan burgers voor eigen rechters gaan spelen
Er is grote behoefte aan het monitoren van online berichtenverkeer, maar partijen als Twitter en Facebook willen surveillancetoepassingen momenteel juist weer blokkeren om de privacy van hun klanten te beschermen. Wetgeving loopt achter op deze ontwikkelingen, maar er zijn ook kansen voor samenwerking doordat bedrijven, burgers en politie andere wettelijke kaders hebben.
Opsporing na een delict
Het?rapport?van Bellingcat over de MH17-ramp is misschien wel het beste recente voorbeeld van hoe sociale media het mogelijk maken om bij te dragen in een belangrijk politieonderzoek. Met meerdere gemotiveerde speurneuzen zijn vele beelden en inzichten samengebracht tot een serieus onderzoeksrapport met waardevolle informatie. Onderzoek van?Julian Foster?liet zien dat 54 procent van de bevraagde politieorganisaties waardevolle informatie ontvangen via sociale media. In het Verenigd Koninkrijk is zelfs het aantal zaken dat opgelost kon worden door Facebook te gebruiken, met 540 procent?gestegen. Achterblijvende wet- en regelgeving over wat wel en niet mag, ook in de samenwerking met burgers die digitaal sporen veilig proberen te stellen, vormt hierbij nog wel een uitdaging.
Community Policing
Sociale media faciliteren en stimuleren een?Community Policing-strategie?waarin iedereen mee kan werken aan veiligheid. Bekende voorbeelden in Nederland zijn de WhatsApp-buurtgroepen. Een van de uitdagingen bij deze moderne vorm van Community Policing is om de groepsdynamiek en samenwerking in goede banen te leiden. Voorkomen moet worden dat burgers voor eigen rechter gaan spelen. Juridisch ligt het lastig om als wijkagent onderdeel te worden van een WhatsApp-buurtgroep, terwijl men wel op nieuwe manieren met elkaar in contact wil staan.
Intelligence
Sociale media en Dark Web vormen rijke bronnen van informatie die met behulp van (complexe) analyses tot politionele intelligence kunnen worden veredeld. Sociale media bieden bovendien toegang tot een ?wisdom of the crowd?. Zo beschikt de Nederlandse politie over nieuwe organisatieonderdelen zoals Real-Time Intelligence Centers (RTIC), die collega?s van relevante informatie ten tijde van incidenten kunnen voorzien. Ook wordt er ge?xperimenteerd met nieuwe technologie zoals Predictive Policing. De politie van de Australische staat?Victoria?gebruikt sociale media intelligence zelfs om te kijken naar de prestaties van hun eigen medewerkers. De politie moet leren omgaan met blijvende uitdagingen, zoals de overmaat aan berichten die uit verschillende sociale media en fora op het Dark Web moeten worden gedestilleerd en geanalyseerd. Dat geldt ook voor de interpretatie van deze berichten in combinatie met de relatieve anonimiteit van de afzenders.
Europees project
Het onderzoeksproject MEDI@4SEC brengt de kansen en bedreigingen in kaart die nieuwe communicatietechnologie?n teweegbrengen voor de veiligheid en veiligheidsinstanties. Dit artikel ging in op algemene kansen en bedreigingen voor veiligheidsinstanties, en in het bijzonder een aantal operationele taakstellingen van de politie. In volgende artikelen zullen 6 specifieke thema?s centraal staan: 1)?Do It Yourself (DIY) Policing; 2) Rellen en massabijeenkomsten; 3) Dagelijks politiewerk; 4) Dark Web; 5)?Trolling?en; 6) Innovatieve marktoplossingen.
Meer informatie over MEDI@4SEC is te vinden op de?projectwebsite. Hier zijn ook de volledige onderzoeksrapporten te downloaden zodra deze openbaar zijn.