Tagarchief: Twitter

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 2/2)

Dit is het?tweede, en laatste deel van onze boekbespreking??Digital Humanitarians ? How Big Data is changing the face of humanitarian response? geschreven door?Patrick Meier. Het boek is werkelijk een?aanrader voor elke crisisbeheersingsprofessional of humanitaire hulpverlener, maar ook elke amateur (of Pro-Am) die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises?waar ook ter wereld. Veel van de principes die wij ook al tijden aanhangen worden besproken, zij het in een iets andere?context van humanitaire hulp en crisisbeheersing. Maar zeer veel is toepasbaar voor opsporing en misdaadbestrijding. Daarom een uitgebreid blog met geleerde lessen.

We bespreken kort een tiental?interessante cases waarin duidelijk wordt wat de kracht van open informatie, tools en kennis van velen kan brengen om misstanden aan de kaak te stellen en crises in kaart te brengen. Hoe het kan werken als marktplaats waarin vraag en aanbod slim wordt gekoppeld, maar ook hoe lastig het kan zijn om grote hoeveelheden data goed?te vinden, valideren en verwerken.

Tenslotte ronden we af met de boodschap die Patrick wil meegeven om er in de toekomst beter mee om te gaan: een slimme combinatie van computers en mensen (crowd-computing), tezamen met vooruitstrevend beleid en leiderschap van organisaties tot effectieve en effici?nte hulpverlening kan helpen. Naar onze bescheiden mening geldt dit voor Big Crisis Data, maar ook voor Big Crime Data.

Case 1: Wapeneigenaren in kaart gebracht

Op 23 december 2012 plaatste de New Yorkse krant The Journal News een kaart online met daarop alle wapeneigenaren uit het grootstedelijke New York (zo?n 33 duizend mensen) met naam, adres en woonplaats. Het idee voor de Gun Owner Next Door ontstond na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Newtown, Connecticut van een paar weken eerder. De informatie op de kaart was publieke informatie en werd in een paar weken miljoenen keren bekeken. Maar de kritiek die volgde werd enorm.

E?n van de problemen was dat je op de kaart ook de adressen kon vinden van politieagenten of gevangenisbewaarders. Criminelen gebruikten deze kaart dan ook om hen te bedreigen. Ook het plannen van overvallen of inbraken werd hiermee een stuk eenvoudiger: je kon eenvoudig adressen uitzoeken waar je niet het risico liep om neergeschoten te worden of je was juist op zoek naar een wapen (met een straatwaarde van enkele honderden euro?s). Maar er waren meer redenen. Ook burgers die geen wapen hadden voelden zich extra kwetsbaar door het delen van de kaart. Iemand zei het treffend: ? Ik heb nooit een wapen gehad, maar nu heb ik geen keus meer?. Ik ben onderkend als iemand die geen wapen in huis heeft, en ik zal alles, echt alles, doen om mijn familie te beschermen?.

Gun Owner Next Door

Ook de journalisten die de kaart hadden gedeeld werden met de dood bedreigd en kregen (bewapende) bewaking. Zo werd er ook een kaart gemaakt met de NAW gegevens van deze journalisten en wat achtergronden van ze, zoals waar hun kinderen op school zaten. Er kwamen veel verdachte pakketjes met poeder binnen op de nieuwsredactie (gelukkig allemaal onschuldig).

Na een paar weken haalde de krant de kaart van het internet die, naar later bleek, ontzettend veel fouten bevatte omdat?de gegevens van de wapenregistratie deels onjuist waren.?Deze journalisten deden niets illegaals, omdat ze gebruik maakten van publiek beschikbare data. Toch laat de casus laat zien dat er ook een ethische norm is, er misbruik gemaakt kan worden van data, en het (soms onverwachte) vervelende gevolgen kan hebben.

Case 2: Grote branden en verkiezingen in Rusland

Slechts 4% van de Russen zegt de staatsmedia te vertrouwen. Nieuwsgaring is daardoor lastig en vaak niet te vertrouwen. Tijdens de grote branden in Rusland wilde Gregory Asmolov een soort Match.com kaart maken waarin vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld werd. Meer dan 100.000 unieke gebruikers hielpen met de kaart die een kwart miljoen kijkers trok. Op een Russisch blog stond: ” Zonder opdracht, zonder echte stimulans en niet voor de roem, gingen mensen de taken van de staat overnemen…. Er?werd duidelijk?dat de combinatie van actieve mensen, de nieuwste technologie?n van gedistribueerd werken, het gebrek aan formele restricties en onuitputbare hoeveelheid kennis op het internet met een relatief kleine groep tot geweldige impact kan leiden voor een enorm groot gebied.” Het initiatief?kreeg er de Russische Internet Oscar voor en ze mochten bij president Putin op bezoek.

russian help map

Tijdens de verkiezingen van 2011 in Rusland is ook een crowdmap online gezet om de fraude in kaart te brengen. Nu weet iedereen wel dat er fraude gepleegd wordt tijdens dergelijke verkiezingen, maar een poging om het structureel in kaart te brengen was nog niet gedaan, iets wat samen met verkiezingswaakhond?GOLOS werd gerealiseerd.

Pro-Kremlin activisten vonden de kaart een doorn in het oog “de rode puntjes op de kaart zijn als een ziekte op het gezicht van moeder Rusland”.?Het GOLOS initiatief kreeg zelfs een boete van $1000 van het Russische gerechtshof (met een zojuist aangenomen wet) en er waren verwoede pogingen om de kaart illegaal te verklaren.

Case 3:?Opstanden in?Libi??

Er valt veel meer over deze indrukwekkende casus te vertellen, vooral omdat het een hele lange periode besloeg. Bijzonder was ook dat deze keer een crisiskaart in samenwerking met de VN werd gelanceerd. Het betrof een publieke?crisiskaart waarin mensen mee konden helpen om de situatie van Libi? en omringende gebieden op een betrouwbare manier ?in kaart te brengen.?Binnen 72 uur hadden zich 18.000 mensen gemeld en waren er 50.000 kijkers uit 65 landen. Een kernteam van zo’n 300 mensen van de Standby Task Force (SBTF) toonden hun kunsten als ‘mapsters’ en ‘crowdsourcerers’ en rapporteerden meer dan 1400 belangrijke wetenswaardigheden afkomstig uit meer dan 100 social media bronnen in slechts een paar weken. De?Standby Task Force groeide uit tot meer dan 1000 vrijwilligers uit zo’n 80 landen.

Werving van betrouwbare mensen

Het werven van crisismappers en microtaskers komt nauw, zeker bij crises waarin de belangen van het volk niet worden gediend. De situatie in Libi? was er zo een. Hoe kom je dan aan betrouwbare mensen? Om dit enigszins te kunnen bepalen had het SBTF de ” Ik ben Gaddafi niet” test gemaakt. Hieronder de uitleg in het Engels:

“As you know, the situation in Libya is intense, and there are security challenges in creating a crisis map of a hostile environment. So please don’t take it personally that we ask about your background, we just need to make sure you’re not Gaddafi! So the more official information you can share about yourself, the faster we’ll be able to give you access to the crisis map. We promise that none of your information you share with us will ever be made public. We are not Facebook! 🙂 We promise we won’t ask any more questions after you’ve passed the ‘I’m not Gaddafi’ test!”

In een kort formulier vroegen ze nieuwe?vrijwilligers om hun professionele of academische mailadressen (geen Gmail of Yahoo adres dus) en ook social media referenties, zoals je Twitter, Facebook of LinkedIn account. Maar ook als je een blog hebt of andere aanwijzingen kunt geven dat je een betrouwbare kracht bent. het is natuurlijk geen waterdicht systeem, maar ook start-ups zoals AirBnB gebruiken dergelijke mechanismen waarmee huiseigenaren de vreemden kunnen bekijken die ze in hun huis toelaten.

Betrouwbare systemen waren ook wel nodig. Zo werd?bijvoorbeeld IntaFeen.com gebruikt als een soort Foursquare om te laten weten waar je was. Veel transportroutes naar en vanaf Tripoli werden op deze manier handig gemanaged met gratis digitale platformen.

Trouwe vrijwilligers

Iedereen was zeer actief. Bijvoorbeeld?Justine Mackinnon, die werkte als incident- en crisismanager op de luchthaven Heathrow van Londen. Nadat haar werk erop zat en het laatste vliegtuig midden in de nacht succesvol de lucht in was, dook ze op Skype om te helpen. Of Melissa Elliott, die haar kinderen elke dag?van school moest halen?aan de andere kant van de stad, en haar auto vaak aan de kant zette?om wat Tweets een goede plek op de kaart van Libi? te geven. Een?vrijwilliger uit Egypte excuseerde zichzelf dat ze haar gebruikelijke bijdrage die dag niet kon doen, waarna bleek dat zij die dag op het Tahir plein gearresteerd en een paar uur vast had gezeten na een protestmars.

Omdat de vrijwilligers van de?Standby Task Force in vrijwel elke tijdszone van de wereld zaten, werd het klokje rond gewerkt en kon de crisiskaart van Libi? 24/7 bijgehouden worden.

De crisiskaart van Libi?:

Lybia crisis map

Case 4: De tyfonen in de Filippijnen

Tijdens tyfoon Pablo en ook anderen die volgden werden weer nieuwe tools ingezet, zoals die van?CrowdCrafting.?Hierin werden weer burgers centraal gezet in de hulpverlening online en gevraagd berichtgeving nader te duiden.

screen-shot-2012-12-18-at-5-00-39-pm

Andrej Verity (werkzaam bij OCHA) maakte met hulp van vele anderen daar onderstaande kaart van:

typhon-pablo_social_media_mapping-ocha_a4_portrait_6dec2012

MicroMappers

Enkele maanden voor de allergrootste orkaan?op aarde, Yolanda (Haiyan) die op 8 november 2013 aan land kwam, werd MicroMappers gestart. Door Yolanda waren zo’n 2 miljoen mensen dakloos geworden en meer dan 6 miljoen mensen op de vlucht. Er vielen zo’n 6000 doden en na een jaar waren er nog steeds 20.000 vermist. In de stad Tacloban was 90% van alle gebouwen zwaar beschadigd of compleet verwoest.

Slechts een jaar daarvoor was tijdens orkaan Pablo het?Digital Humanitarian Network (DHN) ingezet om de schade en behoefte aan hulp in kaart te brengen. Toen lukte het de vrijwilligers om binnen 72 uur een kwart miljoen tweets, zo goed mogelijk gevalideerd, op de kaart te zetten.

Het initiatief MicroMappers (dat nog maar voor 30% voorbereid?was) maakte redelijk onvoorbereid gebruik van nieuwe tools als de ImageClicker en de TweetClicker (zie plaatjes hieronder) om de berichten onder grote groepen te valideren om vervolgens via de GeoClicker?tool gecheckt en wel op de kaart te verschijnen.?Per bericht was 1 reactie niet genoeg. pas als een grotere groep aangaf wat er op een foto stond werd dit overgenomen. Zo’n 5000 foto’s stonden klaar (door technische problemen waren slechts 1200 foto’s verwerkt) en 250.000 tweets, waarvan 55.000 unieke tweets. Binnen 72 uur werden er 30.000 tweets verwerkt waarvan 3.800 als relevant werden bestempeld en er 600 met redelijke zekerheid voorzien werden van een locatie zodat ze op de kaart geplot konden worden. Van alle binnengehaalde tweets was dus maar 0.3% relevant, wat maar weer aangeeft dat je op zoek bent naar een speld?in de hooiberg. Hoewel?Patrick Meier het liever niet over een hooiberg heeft, want een hooiberg is nog een bij elkaar geharkte berg naalden, wat op enige vorm van organisatie zou duiden. Hij heeft het liever over een willekeurig (wild) veld vol met spelden.

micromappers_pakistan2

tweetclicker_screenshot2

Je kunt jezelf ook aanmelden voor MicroMappers via hun website. Er is geen ervaring vereist en ook geen donaties. Alleen in de vorm van wat tijd. Maar ook het?Humanitarian Open StreetMap Team (HOT) was actief met?online?werkzaamheden?tijdens deze orkaan en zoekt nog extra vrijwilligers. Of bekijk?het resultaat van de MicroMappers na?orkaan Ruby in onderstaande infographic:

micromappers

User Generated Content (UGC) Hub van de BBC

De User Generated Content Hub?bestond al een jaar voor de lancering van Twitter, en werkte als onderdeel van de BBC vanuit Londen. Hun voornaamste taak: het verifi?ren van berichten ten behoeve van?nieuwsgaring. In 2014 bestond het team uit?zo’n 20 digitale Sherlocks en ze gebruiken veel open source tools zoals Google Earth om bijvoorbeeld te checken of foto’s van bepaalde locaties echt kunnen zijn. ?Maar ze gebruiken ook andere gratis tools als Advanced Search van Twitter, TweetDeck, Geofeedia, NewsWhip, Facebook Search, Topsy, Reddit, Bing Social Network, Google Advanced Search, Banjo, Bambuser en Addictomatic.

Trushar Barot van de?UGC Hub zegt erover:Mensen zijn zeer verbaasd als ze ontdekken dat we geen high-tech team, CSI?team zijn”.?Zijn chef Chris Hamilton springt bij “Het verifi?ren en ontkrachten van informatie uit het publiek leunt veel meer op journalistieke ingevingen dan op geavanceerde technologie”.

Maar ook dit team valt soms bijna voor de valse berichtgeving. Zo vonden ze in 2013?bijvoorbeeld een heftig filmpje van een Syrische soldaat die ogenschijnlijk levend begraven werd. De video was uniek en de soldaten spraken inderdaad de juiste taal, Alawiet een etnische groepering uit de juiste regio. Toch voelde er iets niet goed aan de video. De gymschoenen die ze droegen waren een dood spoor want deze schoenen werden inderdaad veel gedragen in deze regio. Maar hoe kon het dat de stem van de man die begraven werd zo duidelijk te verstaan was? Zou hij misschien een microfoontje gedragen hebben? En waarom eindigde de video precies toen zijn hoofd begraven werd? Was dit een acteur? Ze besloten de video toch af te keuren, omdat er teveel zaken niet klopten.

De UGC Hub gebruikt nu als criteria dat als ze de persoon die de berichtgeving de wereld in geholpen heeft niet kunnen spreken, ze in de meeste gevallen twijfelen aan het bericht.

Zo blijkt maar weer dat je geen Hollywood studio (zoals de film Wag the Dog) nodig hebt om zelfs de beste journalisten als collectief op het verkeerde been te zetten. En je hebt in dit geval niet veel?aan een IT expert op het gebied van?information forensics, maar moet vooral goede journalistieke vragen stellen.

Het is ongelooflijk waartoe we als mensen met moderne middelen van het internet toe in staat zijn, ook al maken deze middelen het (ook) mogelijk zand in het systeem te gooien. De bekende journalist Craig Silverman zei erover: “Never before in the history of journalism – or society – have more people and organisations been engaged in fact checking and verification. Never has it been so easy to expose an error, check a fact, crowdsource and bring technology to bear in service of verification

Claire Wardt, social media verificatie expert van het Tow Center van Digitale Journalistiek van de Columbia universiteit valt deze groep bij. Ook zij weet dat 100 uur YouTube materiaal dat elke minuut online komt,?en 2 miljoen berichten op Facebook per minuut, niet door mensen te verwerken zijn. Aan de andere kant zegt ze ook “No technology can automatically verify a piece of UGC with 100 percent certainty. However the human eye or traditional investigations aren’t enough either. It’s the combination of the two” .

Een andere mooie quote (bron) die de complexiteit van dit soort informatieprocessen weergeeft is:

“It’s an illusion to believe that anyone has perfectly accurate information in mass emergency and disaster situations to account for the whole event. Of someone di, then the situation would not be a disaster or crisis” .

En de tijdsfactor is ook nog eens van belang (waarbij het adagium ‘roughly right or precisely wrong’?de afweging weergeeft):

Als de BBC ??n of twee nieuwsberichten mist is er geen man over boord, want voor een?gerenommeerd nieuwsmedium als BBC geldt de gouden regel?”being right is more important than being first“. Maar voor crisisbeheersing is geen informatie misschien nog wel kwalijker als onbetrouwbare informatie. Deze afweging moet dus gemaakt worden, ook bij het inzetten van informatievalidatie middels crowdsourcing.

Verily

De dienst Veri.ly is een zeer relevante ontwikkeling in dit kader. Deze dienst richt zich op tijd-kritische crowdsourcing voor het verzamelen en valideren van bewijsmateriaal, maar vereist ook wat van het kritisch denkvermogen en probeert dit in het crowdsourcing proces mee te nemen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Hieronder een voorbeeldje van hoe het werkt:

rome

Veri.ly gaat verder dan?bijvoorbeeld Reddit, die laten zien dat het platform niet geschikt was om het kritische denkvermogen van de massa effici?nt in te zetten bij de aanslag tijdens Boston Marathon, omdat het group think?(algehele tunnelvisie) juist in de hand werkte. Reddit werkt overigens wel aan verbeteringen na dat incident, maar het platform heeft niet als voornaamste focus om informatie te valideren.

Case 5: Kyrgyzstan, juni 2010

Het geweld in de regio’s Osh en Jalal-Abad zorgden voor een algehele noodsituatie in dat gebied. Berichten over het aantal doden varieerden van 200 tot 2000 en schatting over het aantal vluchtelingen liepen uiteen van 100.000 tot 400.000.

Tattu Mambetalieva, een vrouw die een eigen NGO opgericht had onder de naam Civil Initiative for Internet Policy, startte een Skype groep en had binnen 2 uur zo’n 2000 mensen door het hele land aan de lijn in een groepchat. Meer kan een Skype groepchat ook niet aan overigens, waardoor ze later moesten overstappen naar een ander online platform om hun speurwerk te doen. Ook zij had een zgn.’trusted referral‘ systeem. m.a.w. je moest instaan voor de persoon die je aandroeg, omdat dit een gesloten systeem was, zgn. ‘bounded crowdsourcing’, of ‘ prosourcing’.

De groep was sterk in het valideren van berichten. Zelfs SMS berichten konden gevalideerd worden met hulp van locale telecom operators. De telecombedrijven konden daarna op hun beurt de geruchten dan weer via SMS broadcast heel gericht ontkrachten.

Case 6: Crowdsearching van Vlucht MH370, 8 maart 2014

Het Tomnod microtasking platform focust zich inmiddels al een aantal jaren volledig op satellietbeelden. Na het verdwijnen van vlucht 370 op 8 maart 2014 riep Tomnod op tot online actie om te helpen in het zoeken naar het vermiste vliegtuig op de verzamelde satellietbeelden die gezamenlijk meer dan 1 miljoen vierkante kilometer (!) besloegen. In slechts een paar dagen kregen ze de hulp van 8 miljoen vrijwilligers (meer dan de totale populatie van een land als Oostenrijk) die gezamenlijk in de eerste vier dagen 15 miljoen points of interest?aanwezen op de kaart waar hulpdiensten verder naar konden kijken. Op een gegeven moment waren op het platform (dat robuust bleef) zo’n half miljoen mensen tegelijkertijd aan het speuren op de kaart. Het kostte Tomnod wel een slordige $80.000 om te investeren in servers. Toch is dat een schijntje vergeleken met alleen al de dagelijkse kosten voor de inzet van het Australische marineschip van $550.000. De Amerikaanse en Japanse overheid besteedden ook nog eens 15 miljoen aan de zoekactie.

DigitalGlobe (dat Tomnod overkocht) had al wat ervaring opgebouwd met online crowdsourcing van satellietbeelden toen in 2007 rond Nevada een kleiner vliegtuig vermist werd met daarin Amerikaanse zakenman Steve Fosset. Zoekacties uit de ?lucht in de gigantische woestijn?leverden niets op. DigitalGlobe zette de beelden op Mechanical Turk van Amazon en 50.000 vrijwilligers speurden in zo’n 300.000 satellietbeeldjes. Helaas werd hij pas een jaar later gevonden toen een wandelaar een portemonnee vond. Toch heeft helaas nog niemand gepoogd te onderzoeken of die locatie nu?over het hoofd gezien is tijdens deze massale poging.

Middels hun CrowdRank algoritme bepaalde Tomnod welke van de 15 miljoen aanwijzingen als eerste met beeldexperts van DigitalGlobe gedeeld moesten worden voor nadere analyse. CrowdRank bepaald wie de meest betrouwbare taggers zijn voor de verzamelde beelden op basis van hoe anderen de beelden waarderen. De top 1% van de beste speurders kan Tomnod dan weer vragen voor moeilijkere taken. Luke Barrington van Tomnod?noemt het wel het crowdsourcen van crowdsourcing.

Het werd de grootste zoekactie ooit, waarin deze digitale manier van werken?onmiskenbaar gewaardeerd werd. Deze speld in het veld (niet een hooiberg) was nog lastiger te vinden, omdat het veld continu bewoog: de oceanische stromingen zorgen dat het vliegtuig kan afdrijven en natuurlijk ook zinken. Het werd een nauwkeurig proces van uitsluitsel (vergelijkbaar met de klassieke Sherlock Holmes) waarin de nieuwe werkwijze van microtasking misschien niet perfect was, maar wel redelijk snel grote hoeveelheden beelden aankon. Perfect waren de professionele hulpdiensten immers ook niet. Zo dacht een Chinese analist dat hij het vliegtuig had gevonden op een van hun eigen satellietbeelden.

Tomnod6060200percentMikeSeberger-3189824_p9

Case 7: Genghis Khan?Somali?

mongolia-archaeology-project

Vanuit je luie stoel archeoloog spelen. Dat was het idee van het?Valley of the Khans Project?gesteund door National Geographic en geleid door Dr. Albert Yu-Min Lin die als moderne Indiana Jones op zoek was naar de gouden graal: de tombe van?Genghis Khan in Somali?. De uitdaging? Meer dan?2 miljoen vierkante kilometer afstruinen middels satellietbeelden met een resolutie van 50 centimeter. Pierre Izard van DigitalGlobe noemt het “een Big Data probleem dat nu nog massale menselijke hulp nodig heeft totdat software hier echt iets serieus in kan betekenen. De wervingstekst deed het echter goed:

Hello fellow explorers!

The entire Valley of the Khans team is very excited to begin the expedition to Mongolia but, for me, the adventure begins today. By enlisting the help of thousands of “virtual explorers” like you, we can start to uncover the mysteries of the Valley of the Khans right now!

The area that we will be exploring has been untouched for more than 800 years. There are no maps, no roadsigns and no one to ask for directions. But we’ve scanned the landscape with super high-resolution satellite imagery. By participating in the online exploration on this site, YOU can join our team by examining these satellite images and searching for clues that will guide our quest to discover the lost tomb of Genghis Khan. Maybe you’ll map out roads and rivers that our expedition can follow to make our way through this inhospitable territory. Perhaps you can identify traces of a nomad’s ger that might be a good place for us to camp. Or maybe you’ll see the buried outline of an ancient tomb that could be the clue we’re searching for…

Het idee was dus om je computer niet op zichzelf naar buitenaardse wezens te laten zoeken, zoals in het jarenlange Seti@Home crowdcomputing onderzoek, maar om nu zelf als mens via je computer op avontuur te gaan, met het comfort en veiligheid van je luie stoel. Meer dan 10.000 vrijwilligers gingen door honderdduizenden beelden.

In Somali? werd overigens ook gezocht naar een kwart miljoen vluchtelingen nadat geweld in dat land uitbrak. Helaas door slechts 160 digitale vrijwilligers. Een groot contrast als je bedenkt dat in?de zoektocht naar Malaysian Airlines vlucht 370 een land zo groot als Oostenrijk (met 8 miljoen inwoners) samen zochten naar 120 passagiers.

Case 8: 10 rode weerballonnen

In 2009 loofde DARPA (Defense Advanced Research Project Agency) een beloning uit van $40.000 dollar voor diegene die het snelst 10 losgelaten weerballonnen kon vinden, die verspreid waren over de hele VS. Riley Crane van MIT kreeg wel een idee: dit lukt je niet alleen. ?Na een nachtje doorwerken had hij een online crowdsearching?platform gebouwd waarin hij een soort omgekeerde crowdfunding toepaste om het prijzengeld te verdelen onder de vele deelnemers die hij hoopte te vinden. Voor hun moeite kreeg de vinder van elke ballon $2000 dollar, maar degene die deze persoon had aangedragen (middels een referral) kreeg $1000 dollar, degene die hem had aangedragen $500 dollar enzovoorts. Het platform was dus ingericht om met grote groepen mensen te gaan zoeken, deze mensen te rekruteren en ze ook nog eens te belonen.

Het team won met glans. Het duurde geen weken, ook geen dagen maar om precies te zijn 8 uur en 4 minuten om alle ballonnen in een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer uit te kammen, zonder dat het team uit hun stoel hoefde te komen. En het kon nog veel sneller, aldus de reactie van Riley: “De reden dat het zo lang duurde is dat we allerlei valse berichten van concurrerende teams slim moesten uitfilteren, en het verifi?ren van deze valse aanwijzingen heeft ons meer tijd gekost dan we dachten”. ?Toch werden alle ballonnen feilloos gevonden, ondanks dat notoir onbetrouwbare bronnen als Twitter werden toegepast.

Case 9: Syri??en de langstlopende crisiskaart tot nu toe

Op de online crisiskaart van Syri??zijn zo’n 4.000 ooggetuigenverslagen geplot op de kaarten zo’n 160.000 nieuwsberichten gecheckt en in kaart gebracht. Het is een indrukwekkend geschiedenisboek geworden, met enorme hoeveelheid detail dat middels een tijdsfilter stap voor stap teruggekeken kan worden. New Scientist noemde het “de meest nauwkeurige schatting van het aantal doden tijdens de opstand in Syri?… en het zou weleens de meest krachtige manier kunnen zijn om de menselijke schade van oorlog en rampen in kaart te kunnen brengen.”

syria child

10: Overige cases

Overstromingen in Queensland

De overstromingen in Queensland, Australi? uit 2010 en 2011 zorgden voor veel schade in een gebied dat bijna twee keer zo groot was als Engeland. Om Social Media berichtgeving te kanaliseren gebruikte de Queensland Police Service Media Unit diverse hashtags. Zo gebruikten ze #mythbuster om geruchten en valse informatie de wereld uit te helpen. Hieronder enkele voorbeelden van deze berichten die zeer effectief bleken:

: Wivenhoe Dam is NOT about to collapse!

: There is currently NO fuel shortage in Brisbane.

Vanwege het succes gebruikt de politie van Queensland gebruikt deze hashtag vandaag de dag nog steeds om geruchten te ontkrachten.

Ebola in kaart

Maar bijvoorbeeld ook Ebola wordt op dergelijke manieren in kaart gebracht middels het?Health Map Crisis platform:

Het platform bracht bijvoorbeeld 90% van het geweld in kaart met alleen maar vrijwilligers. En New Scientist voegt nog toe?dat “de data ook de regering en andere leiders ook verantwoordelijk kan houden voor hun daden’, kortom het DNA van deze inbreuk op de mensenrechten is digitaal vastgelegd en misschien iets dat het Haagse internationale gerechtshof in de toekomst zal kunnen gebruiken.

We use Facebook to schedule our protests, Twitter to coordinate and YouTube to tell the world.zei een digitale activist tijdens de opstanden van 2011 in Egypte.

De kracht en de last van beelden

Instagram is een mooi voorbeeld van hoeveel beelden er geproduceerd worden tijdens rampen. Tijdens orkaan Sandy bijvoorbeeld werden 1.3 miljoen plaatjes gedeeld, met pieken van 10 plaatjes per seconde die vrijwilligers moeten verwerken. Ook 1 uit de 4 tweets hadden links naar foto’s of video’s gerelateerd aan de orkaan (bron). En UAV’s schieten tegenwoordig ook veel beelden. Slechts 1% van alle gefabriceerde drones en UAV’s?worden voor militaire doeleinden ingezet. Democratisch gebruik ervan (zoals de Ebee) lijkt?dus niet meer te stoppen. ?Bekijk hoe men er al mee begon bij de ramp in Ha?ti:

Planet Four

Het Zooniverse team lanceerde bijvoorbeeld het project?PlanetFour (een verwijzing naar de rode planeet Mars) kreeg 15.000 bezoekers binnen 60 seconden na de aankondiging via de Britse BBC. Meer dan 2 miljoen beelden van de planeet Mars werden in maar liefst 48 uur getagged, om de planeet te verkennen op diverse bijzonderheden (bron). Dat terwijl de site niet crashte!

Snap Shot Serengeti

In een ander project zochten vrijwilligers in de Serengeti naar wilde dieren die met 225 automatische bewegingscamera’s waren vastgelegd. De vrijwilligers vonden het zo leuk om te doen dat ze klaagden toen de beelden op waren.

Planetary Response Network

NASA en vele anderen partijen kijken tegenwoordig naar de mogelijkheden om de massa in te zetten bij het zoeken naar details in beelden. Er zelfs een heus Planetary Response Network dat klaarstaat om bij te springen.

Militaire inlichtingen crowdsourcen

Er is zelfs een poging gedaan om militaire inlichtingen te crowdsourcen, in de Exploration Challenge waarin men militaire voertuigen moest spotten op satellietbeelden. Later bleek het gewoon een testje van Tomnod, en maar goed ook, want er werden diverse?kritische kanttekeningen geplaatst?over de ethische kant hiervan. Want als je als crowdsearcher niet weet wat je precies doet met welk doel, is dit dan wel verantwoord? Toch is vanuit Bellingcat inmiddels een soortgelijk project gestart om de verplaatsingen van militaire voertuigen in Oekra?ne in kaart te brengen.

Rode kruis

Wendy Harman en haar team van vrijwilligers zit ook altijd klaar in het Digital Operations Centre van Washington D.C. Tijdens de tornado?die over Oklahoma stad heen ging op 20 mei 2013 was ook zij met haar team in de weer om social media berichtgeving te vangen, duiden en in kaart te brengen. Normaal heeft het team een vaste bezetting van 3 mensen, die op een normale dag alleen al 4.000 berichten via Twitter naar hun hoofd geslingerd krijgen. Dus wat de digitale storm is tijdens een incident als de Oklahoma tornado kun je je voorstellen.?Ze zoeken onder andere ook naar tekenen van angst en emotionele stress tijdens de nafase van een ramp en bieden nazorg aan.

File:RedCross Obama 1.jpg

AIDR: Artificial Intelligence for Disaster Response platform

Crowdsourcen van honderden classifiers die benut kunnen worden om tweets beter te filteren en eventueel in eerste slag kunnen duiden. Tijdens de tyfoon Yolanda bracht deze techniek meer dan 250.000 terug tot 55.000 relevante tweets die handmatig bekeken moesten worden. Bij de aardbeving van Chili op 27 februari 2010 (met de grootste beving ooit gemeten op aarde van 8.8 op de schaal van Richter) werd uit meer dan een half miljoen tweets een selectie van 20.000 aangeboden waarvan maar 1000 handmatig getagged hoefden te worden (bron).

Onderzoek naar 5 miljoen tweets die tijdens deze ramp werden gepost, toont aan dat 95% van de tweets valide informatie weergaf. Slechts 0.03% van de tweets trokken deze bulk van twets in twijfel. Andersom gaf het onderzoek ook aan dat het aantal tweets dat andere tweets in twijfel trekt veel groter is bij een gerucht (soms werd zelfs de helft van de valse geruchten meteen in twijfel getrokken). De wijsheid van de massa en het zelfcorrigerend vermogen is sterk. En het wordt nog beter, want onderzoek?toonde ook aan dat twitteraars wiens tweets in twijfel worden getrokken voortaan beter opletten met het produceren en delen van informatie (een reductie van 150% in onbetrouwbare tweets). Toch kan je zomaar als crisisproferssional of burger in?de verkeerde hoek kijken. Technologische ondersteuning kan hierin gelukkig steeds beter helpen.

Met de hulp van Andy Carvin (eerst werkzaam bij de National Public Radio) lukte het steeds beter om semi-automatisch tweets op relevantie te filteren. Computers kunnen namelijk leren waar mensen ook op letten, en Andy leerde de computer zijn journalistieke skills om betrouwbare berichten te onderscheiden van onzin. Zo bleek dat?tweets met BREAKING NEWS en veel uitroeptekens die niet van journalisten afkomstig waren meestal niet erg betrouwbaar waren.

Andy weet als geen ander dat de meeste mensen met hun informatie je niet proberen te misleiden. Er zitten vaak maar een paar rotte appels tussen.

“The vast majority of folks that are posting information, their hearts are in the right place but sometimes the fog of war affects them just as it would any other journalist” (bron).

Betrouwbaarheid automatisch herkennen

Onder andere?Carlos Castillo?(nu collega van Patrick Meier bij QCRI) maakte op technisch?vlak mooie stappen middels zijn paper Predicting Information Credibility in Time-Sensitive Social Media. Hij maakte een classifier waarmee computers de waarheid van een tweet beter konden inschatten, op basis van geleerde eigenschappen uit diverse datasets. Iemand is betrouwbaarder als hij meer volgers heeft, URL’s in de tweets gebruikt en langere berichten plaatst. Hij stelde als eerste 16 eigenschappen vast die betrouwbare tweets onderscheiden van onbetrouwbare tweets:

??Average number of tweets posted by authors of the tweets on the topic in past.
??Average number of followees of authors posting these tweets.
? ?Fraction of tweets having a positive sentiment.
? ?Fraction of tweets having a negative sentiment.
? ?Fraction of tweets containing a URL that contain most frequent URL.
? ?Fraction of tweets containing a URL.
? ?Fraction of URLs pointing to a domain among top 10,000 most visited ones.
? ?Fraction of tweets containing a user mention.
? ?Average length of the tweets.
? ?Fraction of tweets containing a question mark.
? ?Fraction of tweets containing an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a question or an exclamation mark.
? ?Fraction of tweets containing a ?smiling? emoticons.
? ?Fraction of tweets containing a ?rst-person pronoun.
? ?Fraction of tweets containing a third-person pronoun.
? ?Maximum depth of the propagation trees.

Hij kwam met deze methode al tot een 86% betrouwbare voorspelling. Annotaties van datasets, gedaan door betrouwbare vrijwilligers zouden in de loop van de tijd deze eigenschappen nog verder verfijnen. Inmiddels kan TweetCred?(een plugin voor Google Chrome) zo’n 45 eigenschappen onderkennen en wordt al toegepast om zgn rumor bombs te herkennen. Een mooi voorbeeld van hoe artificial intelligence door crowdsourcing gevoed wordt (computers die iteratief leren van mensen). En ook het Twitter leugen detector project Pheme, of het EU project Social Sensor met hun alethiometer (Alethia is Grieks voor waarheid) is wat dit betreft interessant om te volgen. Naast de verzamelde lessen in het Content Validation handboek natuurlijk waarover we al eerder blogden.

Deze technologie kan van pas komen, zeker als geruchten machines prominent zijn.

Tijdens de Boston Marathon bleek uit onderzoek van 8 miljoen (unieke) tweets van 3.7 miljoen accounts, dat 29% van de berichten die viral gingen een gerucht betrof. En 51% van de berichten waren algemene meningen en commentaar, niet per se relevant voor hulpinstanties. De overgebleven 20% was echt relevant te noemen. Deze geruchten waren deels afkomstig van 32.000 Twitter accounts die nog tijdens de ramp aangemaakt werden. Zo’n 20% daarvan werd enige tijd later door Twitter opgedoekt, en naar later bleek dat 99% van deze accounts het woord “Boston” in het account staan. Toch zijn veel van deze accounts zeer invloedrijk geweest in hun berichtgeving. Toch worden er lessen getrokken die in algoritmes te vangen zijn. Zo bleek onder andere dat deze accounts specifiek gedrag vertoonden en vaak ook met elkaar communiceerden. Maar of dergelijk gedrag te generaliseren is naar andere incidenten blijft de vraag.

Een vervolgstudie naar maar liefst veertien grote gebeurtenissen (oa de Londense rellen, aardbeving Virginia, de opstanden in Libi? en orkaan Irene) Credibility Ranking of Tweets during High Impact Events uit 2011 onderzocht 35 miljoen tweets. Daaruit bleek dat zo’n 30% van de tweets waardevolle informatie ten behoeve van omgevingsanalyse bracht en 14% echt spam was. Zo’n 17% van de totale informatie was niet allen relevant, maar ook aantoonbaar betrouwbaar. Deze technologie werd deels ook toegepast om de vele beelden die bij orkaan Sandy langskwamen te beoordelen en het bleek dat het algoritme tot 90% betrouwbaarheid kon komen. Sterker nog, de computer leek beter in het bepalen van de betrouwbaarheid op basis van de eigenschappen van de tweet dan de eigenschappen van het twitteraccount. Ook bij Sandy bleek weer dat er een kleine kerngroep verantwoordelijk was voor het produceren of retweeten van alle valse geruchten (zo’n 30 Twitter accounts was verantwoordelijk voor 90% van de retweets van deze berichten).

In andere situaties heeft de digitale respons echter niet alleen te maken van Big Crisis Data en Big False Data, maar ook met Big Brother. Normale rampen schieten niet terug, maar in sommige landen is informatievalidatie een gevaarlijk proces. Denk aan het werk in Rusland, Libi? of Syri? waar het verzet op die manier ook handig in kaart wordt gebracht, of denk aan wat?Bellingcat?in het MH17 onderzoek?deed waarin Rusland actief haar propagandamachine verdedigd.

Momenteel zoekt ook een onderzoeksgroep in Japan uit of tweets tijdens een ramp kunnen laten zien aan welke producten een tekort is in het gebied. En in Jakarta proberen onderzoekers via tweets te monitoren?wat er gebeurt tijdens een overstroming.

Nieuw geschiedenisboek

Terugkijkend bieden deze crisismapping voorbeelden allen een interessant kijkje op deze incidenten. De kaart geeft je bovendien de mogelijkheid om in je eigen helikopter te stappen en eenvoudig in-en uit te zoomen en chronologisch door de gebeurtenis te wandelen.?Deze tekstberichten zijn vereeuwigd. Stel dat we de stemmen uit het verleden op deze manier hadden kunnen horen, bijvoorbeeld ten tijde van de tweede wereldoorlog of andere belangrijke historische gebeurtenissen.

De open werkwijze van deze grote groepen maakt dat ondemocratische leiders het steeds moeilijker krijgen, terwijl de massa haar kennis (door collectieve waarheidsvinding) en mogelijkheden of rechten alleen maar verder uitbreidt. ?De massa media be?nvloedt niet het standpunt van mensen. Politieke verandering is een twee traps raket, waarin?pas in tweede instantie politieke opinies worden gevormd juist door interactie via social media (aldus ook Clay Shirky). Pas als men gezamenlijk een kaart maakt van de situatie met honderden, duizenden aanwijzingen ziet men gezamenlijk het grotere plaatje en voelt men zich gesteund om een verandering in te gaan.?James Scott noemt dit het delen van het hidden transcript, iets dat onderhuids in de maatschappij al zacht borrelde.

Twee weken na de aardbeving in Ha?ti gaf Hillary Clinton een gedenkwaardige speech over de revolutie die tijdens die ramp duidelijk werd en zei: “The technology community has set up interactive maps to help identify needs and target resources. And on Monday, a 7-year-old girl and two women were pulled from the rubble of a collapsed supermarket by an American search and rescue team after they sent a text message calling for help.”

en ze vervolgde haar betoog met een verwijzing naar andere landen en vrije internettoegang:

By relying on mobile phones, mapping applications, and other new tools, we can empower citizens. So let me close by asking you to remember this little girl who was pulled from the rubble on Monday in Port-au-Prince. She’s alive, she was reunited with her family, she will have the chance to grow up because these networks took a voice that was buried and spread it to the world. No nation, no group, no individual should stay buried in the rubble of oppression. We cannot stand by while people are seperated from the human family by walls of censorship. And we cannot be silent about these issues simply because we cannot hear the cries.

Terwijl Patrick Meier een lans breekt voor de?democratische overheden die ook ‘data filantropie‘ meer zouden moeten stimuleren. Data donoren, data DJ’s, er zijn allerlei rollen denkbaar vanuit het publiek. Als je toch al geld overmaakt om voedsel of water te sturen, waarom dan niet helpen met data?

Met grote dank aan Patrick Meier voor de bundeling van deze?waardevolle kennis. En als het smaakt naar meer: volg zijn blog iRevolution?want daar is?het meeste van bovenstaande (en meer) nog uitgebreider na te lezen.

patrick

Digital Humanitarians & Digital Sherlocks (deel 1/2)

DH Book Flat V2

Een aanrader voor elke professional en amateur die op een positieve manier wil bijdragen aan?incidenten en crises is het nieuwe boek van Patrick Meier:?”Digital Humanitarians – How Big Data is changing the face of humanitarian response“.

Het boek start met zijn persoonlijke verhaal dat begon bij de ramp in Ha?ti, januari 2010. Patrick studeerde nog in Boston en zijn vrouw werkte op dat moment pecies?in het gebied waar de aardbeving in Port-au-Prince toesloeg. Gelukkig overleefde zij de ramp, maar hij raakte online betrokken bij de hulpverlening waarin duidelijk werd hoe honderden mensen over de hele wereld digitale hulp boden en waarin onder andere een Ha?ti Crisis Map ontstond waarop informatie van social media (en ook SMS via telecom provider Digicel) werd gevalideerd en geplot op een kaart om met iedereen te delen wat er aan de hand was.

Zo begon crisismapping in 2010 in de studentenkamer van Patrick Meier met de crisiskaart van Ha?ti (zie hieronder het aanvullende initiatief van OpenStreetMap).?


Het boek start met overtuigende argumenten voor het gebruik van social media (er zijn namelijk nog steeds crisis professionals?die redenen hebben om er niets mee te doen). Daarna gaat het boek verder in op hoe de evolutie zich ontvouwde die Patrick Meier van case naar case zag en waarin hij deels ook zelf veel nieuwe initiatieven ontplooide. We kunnen niet alles kwijt in deze blogpost, dus het inkijkje in de toekomst en wat andere voorbeelden en inzichten bewaren we voor het tweede deel.

Interessant is de ontwikkeling van de sociale en technologische innovaties die dit boek op een rijtje zet. Van crowdsourcing naar microtasking en van het zoeken, filteren en valideren van tweets (eerst handmatig daarna steeds meer?deels automatisch) naar het gebruik van beelden van satellieten en drones. De informatie?(Big Crisis Data noemt Patrick het)?wordt er niet minder op, en het feit dat het gebruik ervan zo ontwikkeld geeft in zichzelf al aan dat er veel behoefte naar is.

Tsunami aan informatie, maar ook een leger aan mogelijke?hulptroepen

Wereldwijd zijn er naar schatting een half miljard mensen die?WhatsApp gebruiken en een miljard Facebook gebruikers. Er worden vandaag de dag meet WhatsApp berichten verstuur dan SMSjes (meer dan 50 miljard per dag). Tel daar elke minuut 100 uur aan YouTube video materiaal en vele miljoenen foto’s op alle platformen en er is duidelijk sprake van een Tsunami aan informatie, maar ook sprake van een enorm netwerk aan mensen dat in tijden van nood kan helpen met deze informatie. Door het te verschaffen, of?door te helpen in het filteren en duiden ervan.

En degenen die de berichten plaatsen zijn ook niet onbelangrijk.?Anand Giridharadas van The New York Times zei het treffend:” These crowds are not only collectively witnessing our world in real time, but their digital footprints are also creating the first draft of history. ” (bron)

Hoewel de meerderheid van de aardse bevolking nog niet op social media zit, zit de social media adoptie globaal gezien toch nog steeds flink in de lift. Daarnaast zijn er steeds meer ‘dingen’ die aan het internet hangen en als sensor informatie produceren. Patrick gaat bijvoorbeeld in op de kracht van drones en haarscherpe beelden vanuit de lucht.

Hieronder volgen een paar voorbeeld cases uit het boek, maar ook interessante vraagstukken die spelen op dit onderwerp. Ook hebben we natuurlijk al uitgebreidere blogs geschreven over de meeste cases (zoals bijvoorbeeld de aanslag tijdens de Boston Marathon of Orkaan Sandy).

Relevantie van social media?

Maar hoeveel van die gigantische hoeveelheid aan?informatie is eigenlijk relevant? Het antwoord verschilt nogal. Bij de Joplin tornado die in 2011 in Missouri langskwam wees onderzoek uit dat zo’n 10% van de tweets die gepost werden relevant geacht werden en voldoende informatiewaarde hadden voor crisismanagement organisaties. Bij de Australische branden uit 2009 werden zelfs 65% van de tweets belangrijk gezien (bron). Toegegeven, dit lijken hele hoge percentages, maar als maar 0.001% van alle 20 miljoen tweets van orkaan Sandy relevant zou zijn, en de helft daarvan enigszins betrouwbaar was, waren het nog steeds 15.000 woorden ofwel 30 pagina’s vol met relevante, real-time?informatie geweest die gewoon gratis voor het oppikken?op straat liggen.

Maar percentages zeggen niets. E?n berichtje?kan genoeg zijn om een leven te redden en daar wordt in het boek een goed voorbeeld bij gegeven.?Het gaat dan om het?verhaal?van?Naoko, die op 11 maart 2011 samen met honderden mensen op de daken klom tijdens de tsunami in noord Japan. Ze kon niet bellen of SMS met haar telefoon, maar kwam erachter dat e-mail nog werkte. Ze mailde naar haar man, die op zijn beurt hun zoon in Londen weer op de hoogte stelde. Naoko’s zoon stuurde de vice-gouverneur van Tokyo een priv? tweet (DM) met de hulpvraag. Deze las het bericht en belde de brandweer brigade van Tokyo met het verzoek?voor reddingsactie per helikopter. Kort daarna was de hele groep op de daken gered.

Toch hebben de meeste mensen dit geluk niet gehad. Niet iedereen weet (evt via een aantal schakels) hulptroepen op de hoogte stellen of te organiseren. Bedenk ook dat dit vandaag de dag een enorme uitzondering is. Op de dag na de beving van 2011 in Japan zijn er meer dan 1,77 miljoen tweets verstuurd over?dat incident. ?Dat komt neer op een gemiddelde van 2000 tweets per seconde!

Informatie overload

Een ander veel gehoorde kritiek op social media is: waar halen we in godsnaam de tijd vandaan om hiermee te werken? “Forget it” is ook wel de reactie als men?de hoeveelheid informatie ziet. Patrick Meier vergelijkt deze reactie met een?ouderwetse bibliotheek. Die bevatten ook veel te veel informatie. Natuurlijk is het lastig om net dat ene boek te vinden waar je naar op zoek bent, maar in het geval van social media kan het levens redden. We worden er steeds beter in om ongestructureerde informatie te structureren en als je maar met genoeg mensen bent en slimme tools gebruikt lukt ons dat steeds beter.

De crisisbeheersingsexperts van vandaag noemt hij daarom ook “informatie DJ’s”. Ze verzamelen informatie van traditionele en nieuwe bronnen en doen hun best om er een redelijk omgevingsbeeld uit te halen (soms slechts?met?samples natuurlijk) en op een prettige manier voor te schotelen voor alle betrokkenen.

Valse meldingen: telefoon?vs social media

Een veelgehoord argument is dat social media toch zeker geen vervanging van de bestaande noodkanalen zal dienen, en dat die huidige kanalen (zoals 112) toch veel beter functioneren omdat ze betrouwbaarder zijn.

Het eerste noodnummer ontstond in de zomer van 1937 en werd in London gelanceerd onder het nummer 999, zoals het vandaag de dag in Engeland nog steeds wordt gebruikt. In die eerste week werden 1.336 noodoproepen gedaan. Van deze meldingen waren er toen 1.073 echte noodoproepen, 171 bellers wilde gewoon een operator aan de lijn om doorverbonden te worden en 91 waren grappen of valse meldingen (bron). Toen was 10% van de binnenkomende meldingen dus bewust een valse melding. Ter vergelijk bevatte?tijdens orkaan Sandy slechts 0.5% van alle tweets valse foto’s.

Vandaag de dag ligt het anders: minder dan een kwart van alle noodoproepen in Engeland een serieuze melding. Er zitten zeer veel valse meldingen bij, grappenmakers of gewoon onzinnige zaken die geen nood behoeven (bron). Dat betekent dat er per jaar meer dan 5 miljoen valse meldingen zijn; ofwel gemiddeld meer dan 13.000 onnodige telefonische meldingen per dag. Alleen al in New York krijgt de meldkamer 10.000 valse meldingen per dag binnen (bron). Patrick rekent even voor: als we aannemen dat het 5 seconden duurt voor de centralist om zo’n melding af te handelen, verspillen centralisten dus elke dag 14 uur aan dergelijke onzin. Dat is meer dan 5.000 uur op jaarbasis (ofwel 200 dagen onzinnig werk).??De cijfers in Europa zijn absoluut niet beter. Onderzoek laat zien dat zelfs de helft van de telefoontjes vals of onzin zijn. De Griekse meldkamers spannen de kroon met wel 99% valse meldingen! (bron). Toch hebben overheden het crowdsourcen onder burgers, ofwel het ontvangen van tips en telefonische meldingen, niet losgelaten. Men?blijft het een belangrijke informatielijn vinden, een levenslijn zelfs omdat het levens kan redden. Je kunt je dus afvragen waarom social media niet ook een levensredder kan zijn.

De Londense brandweer brigade is daarom ook, 80 jaar na de introductie van de telefonische hulplijn uit 1935, een noodhulplijn gestart via Twitter.

fire brigade london

Het Rode Kruis onderzocht ook dat driekwart van de bevolking in Amerika ook niet anders verwacht: hulpverleners dienen te reageren op noodhulp verzoeken via social media, en men verwacht actie binnen een uur na het posten ervan. VDMMP?herhaalde dit onderzoek, zij het?kleinschaliger, in Nederland en kwam tot een soortgelijke conclusie. Social Media?vervangt 112 niet, het is slechts een extra noodkanaal. Denk hierbij ook aan de aanslag op het Noorse eiland Ut?ya, waar de getroffenen 112 niet eens konden bereiken doordat alle lijnen overbelast waren na de aanslag in Oslo, en de jongeren weinig anders konden doen dan hun noodkreten twitteren. Dat terwijl de?Noorse overheid in die tijd totaal niet voorbereid?was om iets met social media te doen.

De VN was in hun rapport?van 2013 ook glashelder over de rol van social media: “Het bewijs is er nu dat nieuwe informatiebronnen (zoals social media) niet minder representatief of betrouwbaar zijn dan traditionele informatiebronnen, die ook in crisissituaties verre van perfect zijn”.

Hoeveel tweets zijn genoeg?

Slechts ??n goede foto van een ingestorte brug is voldoende om bijvoorbeeld infrastructurele schade duidelijk te maken na een storm of tsunami, zelfs als alle andere getuigen nog nooit van Twitter gehoord hebben. Onderzoek laat zien?dat zogenaamde ‘micro-crises’ zoals auto ongelukken, zelfs automatisch op Twitter gedetecteerd kunnen worden, ook al gaat het om een zeer beperkt aantal berichten (bron). Studenten van Harvard ontdekten ook dat met de analyse van Twitter zij in Ha?ti cholera eerder konden ontdekken dan de overheid dat deed (bron). Zelfs als de informatie veel ‘bias’?en valse berichten bevat kan het nog steeds van grote waarde zijn. Zo toonde een onderzoek?uit Indonesi? aan dat tweets geschikt waren voor het voorspellen van de voedselprijzen in het land, ondanks speculaties en foutieve berichten (bron). In Ierland bleek dat Twitter analyses de zorgen en werkgerelateerde stress een uitstekende voorspelling van werkeloosheid mogelijk maakte (bron). Ander onderzoek uit Egypte liet zien hoe het geweld aldaar verband hield met bepaald soort inhoud van berichten op Twitter (bron).

Trollen

Helaas is social media niet alleen zonnekleur en maneschijn. Ondanks zorgvuldige selectie van berichten, komen er ook berichten door die toch vals blijken te zijn.?Tijdens de aardbeving in Santiago, Chili werd bijvoorbeeld de volgende tweet gepost:

#chile please help, I am buried under the rubble in my home [address removed for privacy] Santiago, Chile #chile my phone doesn’t work about 10 hours…

Deze tweet bleek een valse melding te zijn toen de hulpdiensten ter plaatse kwamen, en de twitteraar (oftwel twitter trol) ?plaatste nog enkele soortgelijke berichten, die helaas ook op de Chile Crisis Map werd overgenomen:

plz send help to [address removed for privacy] Santiagoi, Chile, i’m stuck under building with my child. #hitsunami #chile we have no supplies.

Ook hier ging de politie tevergeefs op af. Patrick vraagt zich dan ook af of het in de toekomst misschien illegaal zal worden om dergelijke informatie te produceren, net als dat nu voor de telefonische noodlijn geldt.

Fouten zijn menselijk

Op de crisiskaarten die met user generated content gevuld worden is dus helaas niet alles waarheidsgetrouw, ondanks alle pogingen voor een zorgvuldig selectie en validatieproces. Patrick Meier verdedigd zich door te stellen dat burgerjournalisten fouten maken, maar ook professionals dit doen. Hij vergelijkt het met The New York Times, een van de meest vooraanstaande kranten van de wereld die hun naam hoog te houden hebben met het beste van het beste. Toch moeten ook zij zo’n 7000 rectificaties per jaar aanbrengen in hun nieuws (bron). De gouden standaard, het hoogst haalbare, lijkt ineens niet meer zo foutloos als je zo’n getal hoort. In dat?onderzoek werd ook duidelijk dat 60 procent van alle krantenartikelen uit een gemiddelde selectie van 14 kranten fouten bevatte. Als je terugdenkt aan de mediaverslaggeving van de Boston marathon zul je niet verbaasd zijn over dergelijke cijfers. Daar was de mediastrijd om de eerste te zijn met berichtgeving zo heftig en gebaseerd op niet gevalideerde social media berichten dat veel journalisten te snel conclusies trokken met zeer ernstige gevolgen.

Voorlopige conclusie

Hoewel dit?digitale zenuwstelsel van onze maatschappij (zoals Patrick het noemt) nog erg sterk in ontwikkeling, soms zelfs?prematuur, is geeft deze digitale hartslag wel al belangrijke aanwijzingen en maakt het grove diagnoses mogelijk. In het tweede deel van ons?blog over zijn boek gaan we dieper in op de digitale speurneuzen, hoe zij werkten in deze voorbeelden en wat de huidige en nieuw te verwachten ontwikkelingen zijn die Patrick beschrijft.

Achtergrond: onderzoek naar de relevantie van tweets tijdens incidenten en crises:

Britten krijgen wet tegen wraakporno, wij niet

snapchat revenge porn

In Groot-Brittanni? is ‘ie er?bijna doorheen, een wet tegen wraakporno. We schreven eerder al uitgebreid over voorbeelden van het fenomeen ‘revenge porn’. Als die wet er?is, kan je maximaal twee jaar achter de tralies verdwijnen?als je zonder toestemming naaktfoto’s van je ex het net opslingert.

De kwestie wraakporno is daar sinds de zomer in een stroomversnelling geraakt, zei correspondent Martijn Rosdorff in november al. Volgens hem draaide het toen ook om verkiezingsretoriek, “om jongeren te paaien”. Maar volgens?de Britse staatssecretaris van Justitie komt het erg vaak voor en is het een groeiend probleem.

“Er gaat gewoon veel verkeer naar die websites”, aldus Rosdorff.?Vandaar nu een wet die specifiek dit probleem aanpakt.

Japan, Isra?l, VS

Ook in andere landen wordt wraakporno als een serieus probleem gezien. Japan heeft in november als eerste land wraakporno strafbaar gesteld. Er staat maximaal drie jaar gevangenisstraf en een boete van 4000 euro op.

Isra?l kwam een maand geleden met een wet; daar kan je maximaal 5 jaar voor in de cel belanden. Bovendien sta je dan te boek als zedendelinquent.

Verschillende staten in Amerika zijn sinds 2013 al bezig met wetten tegen wraakporno. In Californi? kan je bijvoorbeeld zes maanden cel krijgen en 1000 dollar boete.

Steeds vaker versturen jongeren zelfgemaakte naaktfoto’s en blootfilmpjes via hun mobiele telefoon (foto: ANP)

Nederland?

In Nederland hebben we geen wet die specifiek wraakporno aanpakt. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie is wraakporno onder de bestaande wetten goed afgedekt.

“Indien de beelden zonder toestemming via het internet worden verspreid, bijvoorbeeld uit wraak, kunnen deze handelingen tot strafrechtelijke vervolging leiden op grond van belediging, smaad en, als?er feiten worden verkondigd die niet waar zijn, laster.” Dat was een antwoord van minister Opstelten na?Kamervragen van de PvdA in december.

“Die Kamervragen hebben niet opgeleverd wat ik ervan verwacht had”, zegt Arnout de Vries,?onderzoeker social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO. “Het moet anders gewogen worden.”

Schadevergoeding

In Nederland kan je je dus beroepen op belediging,?smaad of laster.?Of op het portretrecht, als je herkenbaar op de foto staat. En als dat nadelig werkt, bijvoorbeeld bij een sollicitatie, kan je een?schadevergoeding eisen.?Er komt wel een nieuwe wet aan, eentje die te maken heeft met auteursrecht, zegt het ministerie. “Daar valt?dus sowieso onder dat je?niets van iemand?mag publiceren zonder diens?toestemming.”

Allemaal vergrijpen waar je geen celstraffen voor hoeft te verwachten dus.?Waarom komen er in andere landen dan wel speciale wetten voor dit probleem? “Misschien dat daar mazen in de wet zaten, waardoor wraakporno niet aan te pakken was”, aldus het ministerie.

Volgens de Vries heeft het ook te maken met cijfers en opsporing. “Zelfs al zou die wet er zijn, dan nog is het de vraag of je zo’n zaak aanhangig kan maken.” De websites waar de foto’s op staan zijn moeilijk aan te pakken. En bewijzen dat iemand je foto online heeft gezet, kan?ook lastig zijn.

“Zoiets?kan een slepende zaak van jaren worden. En de moeite die je ervoor moet doen, voor de bewijslast, weegt niet op tegen de uiteindelijke straf.”

Pleister

Maar op een nieuwe wet rekent hij eigenlijk niet. “Ik verwacht niet dat er?een nieuwe wet komt zonder dat het OM?zich kan baseren op cijfers.” En zonder cijfers gaat de politie?er ook?geen prioriteit van maken. “Al zit er wel meer beweging in, ze registreren wel meer.”

En nu? Je hebt nog het?Europese recht om persoonlijke informatie van het internet te laten verwijderen, het recht om vergeten te worden. En een informatieverzoek bij Google. “Een kleine pleister op de wonde”, zegt De Vries.

Bronnen: NOSop3

Project X Haren 2015, 2016, 2017

Project X Haren blijft een hardnekkig fenomeen. 2015, 2016 en 2017 lijken niet van gevrijwaard van deze?internet meme. Op Facebook doet de meme goed dienst voor wat lol over een feestje bij de komende huishoudbeurs, maar het blijft allemaal onschuldig; het virtuele miltvuur zoals Ritzo ten Cate het destijds noemde blijft uit en gelukkig maar, want virtueel miltvuur zien we al genoeg in de vorm van?Jihad 3.0. Toch even een kleine opsomming?van de storm in het bekende?glaasje water?dat de Nederlandse jeugd nu probeert te cre?ren, waarbij de politie zich genoodzaakt voelt het allemaal toch maar in de gaten te houden, hoe druk ze het ook hebben met belangrijkere zaken.

armin

2015

Duizenden Facebookers trollen de eventpage van de Huishoudbeurs: ‘Dreft Punk’ treedt op en bij wiens moeder is de afterparty? Als het aan een grote groep jongeren ligt, wordt de doorgaans oerdegelijke Huishoudbeurs stukken spannender. Denk aan dj’s en flink wat drugs. De Facebookpagina van de welbekende beurs telt een eindeloze stroom grappige berichten en gephotoshopte afbeeldingen. De ‘Huis House Beurs’ is geboren. Diverse flauwe grappen, maar allemaal toch aardig uitgewerkt met mooie plaatjes op diverse social media platformen. Zoals eerder gezegd: laat het promotiemateriaal maar over aan de jeugd van tegenwoordig, daar kan de huishoudbeurs al niet meer aan tippen.

Er zingen plannen rond voor een pre- en afterparty. ,,Waarschuwing! De samples Robijn Wasverzachter kunnen mogelijk witte hero?ne bevatten” en ,,Special guests gelekt: Zac Magnetron, Bleek Lively, Britney Spiritus en Brad Kookpit!” zijn slechts een greep uit de stortvloed aan creatieve grappen.Even was de organisatie van de Huishoudbeurs bang voor Project X-praktijken, toen enkele media kopten over jongeren die de Huishoudbeurs zouden willen ‘slopen’. Maar de beurs kan om de grappen lachen, zegt beursmanager Nicole Mengerink. ,,We worden op de hak genomen, maar we hebben ons vooral kostelijk vermaakt. De reacties worden steeds grappiger.”

dreft punk

Honderden berichten over dj-sets van ‘Paul Antikalkbrenner’ en ‘Joris Voornuis’, waarschuwingen voor ongeteste vaatwaspillen, afterparty’s bij moeders thuis, etc. De?Facebook-page van de Huishoudbeurs 2015?is sinds woensdag overspoeld door trollen, die h?t huisvrouwenevenement van het jaar omtoveren tot een technofeest.

huishoudbeurs

Zie ‘Dreft Punk‘?op zijn gasfornuis en een hele?lijst met vragen over het event:

En een oude bekende flashmobber Renzo Engwerda (Project X, Harlem Shake) doet natuurlijk ook weer mee in de voorpret:

Renzo

Inmiddels hebben zevenduizend mensen zich aangemeld op de pagina. De organisatie van de Huishoudbeurs, vanaf 21 februari in de RAI, lijkt het sportief op te vatten en belooft ‘VIP-kaarten voor de beste grap’.

Overigens Facebook greep wel in, mogelijk om te voorkomen dat dit in het echt een soort Project X wordt. Je kan momenteel niet meer zien hoeveel mensen er komen en wie van je vrienden aanwezig zijn. Een Utrechtse bar haakte in met een Huishoudbeurs Pre-party,?waar al 1300 man zich voor heeft aangemeld.

Tot slot, de ’timetable’ van Huishoudbeurs 2015:


?

Beste grap
Daarom geeft de beurs vandaag een prijs aan de beste grappenmaker. Dat is dan toch Jim van Leeuwen, zegt Mengerink. Hij plaatste een filmpje met een dj die achter een gasstel staat, met de tekst ,,Dreft Punk”, refererend aan het wereldberoemde houseduo Daft Punk. Van Leeuwen krijgt vip-tickets, waarmee hij over een rode loper binnenkomt, tijdens de beurs artiesten zal ontmoeten en verwend wordt met hapjes en drankjes en een massage.Is het niet allemaal ??n grote publiciteitsstunt van de huishoudbeurs? Nee, zegt Mengerink. ,,Als we het zelf hadden bedacht, dan was het waarschijnlijk niet zo gegaan.” Mochten er veel jonge houseliefhebbers op de beurs afkomen, dan hoeven ze zich niet te vervelen. ,,We hebben de eerste twee dagen het Beauty Fashion Friends Event, bedoeld voor meiden tot en met 25 jaar. Daar komen echt geen mensen binnen die ouder zijn dan 25.”
Voorbereidingen
Als het echt stormloopt met feestgangers, dan overweegt Mengerink zelfs om dj’s in te huren. Op dat idee kwam ze nadat jongerenradiostation SLAM!FM aandacht besteedde aan de hype rondom de Huishoudbeurs. Maar Mengerink gaat daar alleen tot over als er ook echt veel jongeren komen opdagen. ,,Als die jongeren komen, dan gaan we dj’s proberen te regelen. Maar als we dat vooraf doen, dan is het niet grappig meer. We moeten het niet te veel uitbuiten.”In het geval dat er mensen met slechte bedoelingen komen, zoals tijdens Project X in september 2012 in Haren, dan is de organisatie daar ook op voorbereid, zegt Mengerink. De Huishoudbeurs verwacht dit jaar zo’n 250.000 bezoekers, evenveel als de laatste paar jaren. De beurs vindt plaats van 21 februari tot en met 1 maart.

De bekendmaking van de leukste Huishoudbeursgrap. ? Facebook.

2016

Trek de agenda voor 2016 alvast ook maar, want het is weer zo ver: er is ook voor dat jaar een nieuwe Project X Haren Facebooksite in de lucht sinds 31 december 2014. Hij groeide snel. Het ?aantal deelnemers stond vlot?boven de 7000, terwijl er 28.000 mensen zijn uitgenodigd. De site zegt op 21 september 2016 een feest te willen houden, in de traditie van Project X. Alleen zou het allemaal legaal moeten, dit keer. Op het moment dat het vier jaar geleden is: 21 september 2016. Met de opbrengst zou de schade van de vorige keer moeten worden vergoed. Zie ook de webpagina erover.

Op 30 december vorig jaar haalde Julius Heijer een Project X Haren 2017 van Facebook. Het ging daarbij om een oude site uit 2012 die toevallig weer was gaan groeien. Hij wilde er niets meer mee te maken hebben.

project x 2016

Sommige?inwoners van Haren hebben trauma?s overgehouden aan het vorige Project X Haren feest. De toen zeventienjarige Frank uit Veendam kaapte toen het verjaardagsfeestje van een zestienjarig meisje uit Haren en maakte er een groot evenement van, waar duizenden jongeren op af kwamen. Lees de hele reconstructie die we deden in dit drieluik.

De politie kon er weinig aan stoppen want Frank had zich achter een vals Facebookprofiel verstopt. Hij werd nooit door de politie achterhaald. Jongeren hebben andere herinneringen aan Project X Haren 2012. Onder de nieuwe aanmeldingen voor 2016 zitten opvallend veel deelnemers van 2012, al zijn er ook veel jongeren die afkeurend reageren.

Legaal

Dit keer zou het legaal moeten. En veel jongeren voelen daar voor. De teller staat nu al boven de zevenduizend deelnemers.

?Bedankt voor alle leuke reacties die we tot nu toe hebben mogen ontvangen. We hebben veel vragen gekregen en willen graag een stukje duidelijkheid scheppen?.

Er is nu ook een zelfstandige website bij gemaakt. Daarop is te lezen:

?Het doel is om in 2016 een Project X feest met toestemming te organiseren. Om dit te kunnen doen hebben we daar jullie hulp bij nodig. We zoeken mensen die dingen kunnen regelen.?

Vals profiel

Organisator is een Harry van Assen (geboren in 1988?). Probleem echter: ook dit lijkt een vals Facebookprofiel te zijn. Dus gaat het hier wel om iemand die te goeder trouw handelt?

Maatregelen

In ieder geval hebben politiek en politie nu nog ruim de tijd om maatregelen te nemen. Een herhaling van 21 september 2012 zal zich niet voordoen. En als de ondernemersvereniging in Haren handig is, maken ze er inderdaad een legaal knalfeest van, dat Haren in ??n keer weer op de kaart zet. En het toenmalig zestienjarig meisje? Die zit tegenwoordig in de Verenigde Staten.

2017

En we gaan nog een jaar verder in de tijd. Het lijkt Back to the future wel. Duizenden mensen hebben afgelopen namelijk ook?gereageerd op een uitnodiging op Facebook voor een nieuw project X in Haren, in 2017. ?Merthe haar 21ste verjaardag tien keer groter dan haar 16de’, luidde de tekst.

Toen de eigenaar merkte dat het bericht viraal ging, zette hij die pagina echter offline. Oproepen tot een nieuw project X is nooit zijn bedoeling geweest.

Het is opvallend dat het evenement ineens zoveel aandacht trok. Onderaan de Facebookpagina was te zien dat het evenement al in september 2012 was aangemaakt. Op 31 mei 2014 werd de naam en tijd van het evenement veranderd in Project X Haren Merthe 21, donderdag 21 september 2017. Pas sinds afgelopen maandagavond vloog het aantal aanmeldingen omhoog. Dinsdagavond om zeven uur gaven ruim 2600 mensen aan te komen, een half uur later waren het er al 3200. Ook hier waren niet alle reacties op de Facebookactie positief, er was ook een aantal mensen dat de actie veroordeelde.

Bronnen: Harener Weekblad, AD, Dagblad van het Noorden, Bright

Burgers zijn zelf het nieuwe blauw op straat

burgesblauw

De politie kan niet overal tegelijk zijn, maar schakelt tegenwoordig burgers in om een oogje in het zeil te houden. Dat kan allemaal veel gemakkelijker dankzij de sociale media.

De moderne politieagent surveilleert niet alleen, hij Twittert, hij Facebookt en hij surft op internet. Het oude principe ‘die pet past ons allemaal’ komt terug in een nieuw jasje. Dankzij de nieuwe media kan de politie gemakkelijk netwerken vormen met betrokken burgers, om informatie uit te wisselen en mensen aan te sporen uit te kijken naar een vermiste persoon.

Onderzoeker Arnout de Vries en politieman Frank Smilda schreven de nieuwe interactieve sociale media zijn geworden. Volgens politiesocioloog Jaap Timmer, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, was het heel belangrijk. ,,De politie leerde dat ze de nieuwe sociale media niet als iets buitenaards moet zien, maar dat ze er bovenop moet zitten, om in te grijpen als er verkeerde informatie wordt verspreid. En omgekeerd kan de politie er ook haar voordeel mee doen.”

Twitter is een gemakkelijk en laagdrempelig medium, waarmee je heel gericht een groep volgers kunt bereiken. Voor wijk-en jeugdagenten is twitteren eigenlijk al een must.
,,Als een wijkagent ergens een fiets aantreft waarvan hij vermoedt dat die gestolen is, kan hij een foto twitteren”, geeft woordvoerder Paul Heidanus van de Politie Noord Nederland als voorbeeld. ,,Op die manier hebben we al heel wat fietsen bij de rechtmatige eigenaar terugbezorgd.”

Bij het onderzoek naar de beruchte paardenbeul, die in het Noorden al zo’n tien paarden heeft mishandeld, kan de politie niet zonder hulp van het publiek. Elke kleine aanwijzing kan belangrijk zijn. Dus twittert de politie bijvoorbeeld een foto wie weet hoe bepaalde bandensporen bij een weiland zijn ontstaan.

Twitter werpt ook zijn vruchten af bij crowdmanagement, vervolgt Heidanus. ,,Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de viering van Groningens Ontzet in 2011. Door een kortsluiting kon het vuurwerk niet worden afgestoken. En er waren ambulances, wat daar weer niks mee te maken had. Mensen begrepen niet goed wat er aan de hand was. Via Twitter hebben we het publiek overal van op de hoogte kunnen stellen. Mede door de vele retweets bereikten we veel mensen. Dit voorkwam dat er paniek ontstond.”

Burgers kunnen ook workshops volgen om zich beter voor te bereiden op hun taak als oren en ogen van de politie. Zo hielden wijkagent Robert Bouma en zijn chef Harry Prak uit Nieuw-Roden onlangs een bijeenkomst met als titel ‘Hoe herken ik verdacht gedrag’. Aan de hand van testjes leerden de aanwezigen hoe ze veranderingen kunnen waarnemen.
Leuk en aardig allemaal, reageerden enkele aanwezigen, maar als wij iets doorgeven aan de politie, krijgen we dikwijls een korzelig antwoord. ,,We zijn een lerende organisatie”, was het excuus van Bouma en Prak.

Het hele politieapparaat moet zich op de nieuwe werkwijze instellen, beaamt Timmer. ,,Als je burgers inschakelt, moet je heel goed afstemmen wat je met meldingen doet en hoe je voorkomt dat burgers te hooggespannen verwachtingen hebben. Burgers verwachten soms dat het meteen blauw staat van de agenten als ze een melding doen. Het is zaak om goed uit te leggen wat je met informatie doet en wat het heeft opgeleverd.”

Toch: als dankzij jouw tip een ernstig misdrijf is opgelost, ben je als burger natuurlijk apetrots. ,,We geven burgers dan graag de credits”, zegt politiewoordvoerder Paul Heidanus. ,,Maar de oplossing van een moord is meestal niet aan ??n tip te danken”, waarschuwt Timmer, ,,maar meer aan een samenspel van factoren.”

Werken met de nieuwe media vergt verder voorzichtigheid van de politie. Niet alleen moeten agenten zich professioneel uitdrukken en er voor waken dat ze niet in fitties (ruzies op internet) verzeild raken, ook moeten ze scherp afwegen welke informatie ze prijsgeven. Bij grote misdrijven mag geen daderinformatie in de publiciteit komen.

,,We stemmen informatie dan altijd af met de rechercheurs”, stelt Heidanus gerust. ,,Die daderinformatie is altijd belangrijk om het relaas van een verdachte te kunnen checken als hij bekent. Het is daarom altijd wikken en wegen wat we prijsgeven.”

Social Media, het nieuwe DNA is een boek over het gebruik van sociale media door de politie. Zij spreken van ‘het nieuwe DNA’. Zoals er de laatste jaren tal van misdrijven (alsnog) opgelost konden worden door onderzoek naar DNA-sporen, verwachten zij een vergelijkbare ontwikkeling door de nieuwe mogelijkheden die sociale media de politie biedt. Mits die goed worden toegepast, zijn gewone burgers het nieuwe blauw op straat.

Bronnen: Dagblad van het Noorden (21 nov 2014).

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

V – Verkrachting

? thinkstock.

Duizenden vrouwen van over de hele wereld hebben hun toevlucht tot Twitter genomen om te getuigen dat zij het slachtoffer van verkrachting zijn. Een feit dat ze niet aan de politie durven melden maar toch kenbaar willen maken omdat verkrachting niet door de beugel kan. Als overlevers willen zij vrouwen waarschuwen en overtuigen om te doen wat zij niet deden: de dader aangeven. Voor dames op Twitter zit er nu namelijk meestal niets anders meer op dan te getuigen via sociale media, voor de politie is het immers te laat. Daarom #BeenRapedNeverReported: omdat zwijgen ni?t helpt.

Als slachtoffer van welke misdaad dan ook word je aangemoedigd om te praten en te getuigen. Makkelijk gezegd… Want hoe praat je in godsnaam over een verschrikkelijke, beangstigende, emotionele en pijnlijke situatie? Je natuurlijke reflex dwingt je er vaak toe in een hoekje te kruipen en het zo te verwerken, als dat al ooit lukt. Voor veel slachtoffers is het opbiechten van die gebeurtenis aan de politie dus onmogelijk en blijft de dader vaak ongestraft. Om toch wat in het reine te komen met de gebeurtenis en het hele hoofdstuk op een of andere manier af te sluiten, getuigen moedige vrouwen nu op Twitter. Ook al staat Twitter niet veel letters toe, toch straalt er veel kracht uit de woorden van deze vrouwen.

Embedded image permalink

De hashtag werd gelanceerd door de Canadese journalistes?Sue Montgomery?van de?Montreal Gazette en?Antonia?Zerbisias die actrice Lucy DeCoutere een hart onder de riem wilde steken en hun eigen verhaal ook deelden. DeCoutere was de eerste vrouw die er openlijk voor durfde uitkomen dat ze aangerand was door?Jian Ghomeshi, een medewerker van de Canadese omroep. Na haar voorbeeld deden nog acht dappere vrouwen hetzelfde. Zerbisias moest verslag uitbrengen over het hele gebeuren en maakte door #BeenRapedNeverReported?heel wat los bij andere dames. “Als alle verkrachte vrouwen de schaamte achter zich laten en hun verhaal delen, zal er geen taboe en stigma meer zijn”, liet Zebisias weten.

Lees even de hartverscheurende getuigenissen:

BEEN RAPED NEVER REPORTED
Bronnen: HLN, Huffington Post

App: Samaritans Radar

radar3

De Britse hulporganisatie voor su?cidale mensen Samaritans heeft een app ontwikkeld die tweets analyseert op mogelijke su?cidale gedachten. Wie de app installeert, krijgt bericht als een van de mensen die zij volgen, zo?n bericht plaatst.

De mentale gezondheidsproblemen van de Britse jeugd is zorgelijk, en social media wordt aangewezen als facilitator. Zelfmoord is doodsoorzaak?nummer 1 onder mannen tot 35 jaar. Naar schatting hebben bijna 10% van de jongeren tussen 5 en 16 erkende?mentale gezondheidsproblemen.

De app komt in actie als tweets woorden als depressed, help me, hate myself en dergelijke bevatten. Het is daarna aan de persoon die de app geinstalleerd heeft, om te beoordelen of de twitteraar inderdaad su?cidaal is en om actie te ondernemen. Volgens de makers is de app nog niet in staat om de betekenis van een tweet voor honderd procent te vangen. ?Sarcasme is lastig in algoritmes te vangen, door de feedback van gebruikers hopen we de dienstverlening te verbeteren?. Samaritans belooft verder discretie. ?De personen die je volgt op Twitter weten niet dat hun volgers zich hebben aangemeld voor de app?.

radar2

Er zijn wel zorgen over inbreuk op de privacy

Bronnen: Copsincyberspace, The Guardian, SamaritansRadar

Activiste twitterde over drugskartels, kartels twitterden over haar moord

kartel

‘Vrienden en familie, vandaag komt er een einde aan mijn leven.’ Het is een van de laatste tweets van Mar?a del Rosario Fuentes Rubio, een vrouw die onder haar alias Felina berichtte over het aanhoudende drugsgeweld in Noord-Mexico.

,,Pas op Felina, we komen steeds dichterbij.” Deze waarschuwing ontving een Mexicaanse burgerjournaliste twee weken geleden via Twitter. Maria Fuentes Rubio, die medeburgers via Twitter en Facebook waarschuwde voor bendegeweld, kon toen nog niet vermoeden hoe dichtbij de drugskartels al waren.

Haar duizenden Twitter-volgers kregen de schrik van hun leven toen er vanaf haar account plotseling een afschuwelijke boodschap werd verstuurd. Daarbij werd voor het eerst ook haar echte naam onthuld; Felina was alleen haar schuilnaam. ,,Vrienden en familie, mijn echte naam is Maria del Rosario Fuentes Rubio, ik ben arts en vandaag is aan mijn leven een einde gekomen”, is wat haar volgers op Twitter lazen. Daarna volgden vanaf haar account waarschuwingen aan andere twitteraars die, net als Fuentes Rubio, online verslag deden van de misdaden van drugskartels in de Mexicaanse staat Tamaulipas.

Vorige week woensdag ontvoerde een groep gewapende mannen Mar?a del Rosario Fuentes Rubio voor de deur van het Mexicaanse ziekenhuis waarin zij werkte. Een dag later werd zij vermoedelijk vermoord.?Nu was het natuurlijk nog mogelijk dat hackers het account van Fuentes Rubio hadden gekaapt en haar volgers slechts schrik aanjoegen. Al snel bleek het niet alleen om intimidatie te gaan. Bij de laatste tweet waren ook twee foto’s gevoegd. Een van Fuentes Rubio die gelaten in de camera kijkt. En een tweede waarop ze met bebloed gezicht en aan elkaar gebonden handen op de grond ligt. Dat beeld laat niets te raden over, ook al is haar lichaam nu – ruim een week later – nog altijd niet gevonden.

Het is een daad die normaal gesproken weinig aandacht zou krijgen in een land waar sinds 2006 tienduizenden drugsdoden vielen. Het is vooral de onheilspellende wijze waarop haar dood naar buiten is gebracht die nu de aandacht trekt. Deze?ontvoering van Fuentes Rubio is daarmee meer dan een voetnoot in de?onbarmhartige nieuwsstroom van het land, vooral vanwege het Twitter alter ego dat de vrouwelijke arts erop na hield.

17 vermoorde journalisten sinds 2006

 Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid.
Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid. ? epa

Fuentes Rubio was in haar vrije tijd een van de personen achter ‘Valor por Tamaulipas’ (Moed voor Tamaulipas), een van de grootste burgerjournalistieke initiatieven van Mexico met meer dan 100 duizend digitale volgers op Facebook en Twitter. Onder haar alias Felina berichtte ze over aanslagen, ontvoeringen en andersoortig drugsgeweld. ‘Sinds 12:25 uur zijn er explosies en vuurgevechten in Ca?ada/Fuentes. Pickups rijden met hoge snelheid door de straat’, aldus een van haar berichten. Of: ‘In Balcones, op de hoek van de Evereststraat, staan twee witte Fords met drie gewapende mannen eromheen.’ Ook vroeg ze slachtoffers om via haar medium hun verhaal te delen.

Twitteraars als Felina zijn in het noorden van Mexico populair omdat nieuws over drugsgerelateerd geweld daar lang niet altijd de lokale en regionale media haalt. Volgens de Committee to Protect Journalists, een Amerikaanse non-profitorganisatie, komt dat mede omdat er sinds 2006 al 17 Mexicaanse journalisten werden vermoord die zich ooit kritisch uitlieten over drugskartels. Andere organisaties noemen veel hogere aantallen, doordat verschillende definities van journalisten worden gehanteerd. Kranten in het gewelddadige Tamaulipas, grenzend aan de VS waar de drugs worden afgezet, durven al lang niet meer over de kartels te schrijven. Een gevolg is dat burgers voor wat betreft lokaal nieuws vrijwel volledig afhankelijk zijn van vaak anonieme burgerjournalisten, zoals Felina.

 De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten
De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten ? Twitter
Mexico Violence
Demonstraties worden gehouden door docenten en anderen als protest tegen het verdwijnen van 43 studenten uit?Isidro Burgos op 17 oktober 2014. Onlangs werd door rechercheurs een massa graf gevonden met 28 lichamen. (AP Photo/Eduardo Verdugo)

Lange tijd was Fuentes Rubio actief op de Facebook-pagina Valor por Tamaulipas, oftewel Moed voor Tamaulipas. Daar verschijnen foto’s van gevonden lichamen, berichten over vermiste personen en waarschuwingen om gebieden te mijden als er vuurgevechten zijn. Die laatste berichten kwamen lange tijd vaak van Fuentes Rubio, die daarvoor over een netwerk van contacten leek te beschikken.
Een betrekkelijk onschuldige bezigheid zou je zeggen. Bedoeld om medeburgers te beschermen tegen bendegeweld. De twee kartels die in Tamaulipas de dienst uitmaken, het Golfkartel en de Zetas, denken daar anders over. De anonieme beheerder van de Facebook-pagina zei vorig jaar tegen het Duitse blad Der Spiegel dat medewerkers al jaren werden bedreigd. De kartels vinden dat de site te veel nadruk legt op hun activiteiten, terwijl er te weinig aandacht zou zijn voor misdaden door de politie en corruptie binnen de overheid.

Valor por Tamaulipas bei Twitter: "Die Zeit wird zeigen, was mit mir passiert."

Het liefst leggen de kartels de bevolking volledig het zwijgen op. ,,De georganiseerde misdaad bepaalt alles wat er in mijn staat gebeurt. Wie zich tegen de maffia uitspreekt, wordt bedreigd, geslagen en ge?xecuteerd”, zei de beheerder tegen Der Spiegel. Op haar eigen Twitter-account zou Fuentis Rubio zich kritischer over de kartels hebben uitgelaten dan Valor por Tamaulipas verstandig achtte.
Door Fuentis Rubio uit te schakelen, hopen de kartels waarschijnlijk ook andere kritische burgers te intimideren. De lokale activist Eduardo Cantu, die het afgelopen mei nog aandurfde om in de havenstad Tampico een vredesdemonstratie te organiseren, zei tegen AP te verwachten dat de dood van Fuentis Rubio inderdaad gevolgen zal hebben. Cantu: ,,Ik denk dat veel mensen na gaan denken of ze hun werk op sociale media willen voortzetten. Als het waarschuwen van andere burgers voor gewelddadigheden al een reden is om je te vermoorden, dan staat het er slecht voor.”

35 duizend euro beloning

Een gegeven dat tot grote onvrede bij de plaatselijke kartels leidt, blijkt wel uit de ongeveer 35 duizend euro die anderhalf jaar geleden beschikbaar werden gesteld in ruil voor de ware identiteit van Felina en haar collega’s bij ‘Valor por Tamaulipas‘.

Maar ondanks de prijs op haar hoofd en aanhoudende bedreigingen bleef haar echte naam altijd geheim, totdat ze vorige week woensdag – volgens Mexicaanse websites bij toeval – werd ontvoerd samen met twee andere artsen. Toen haar kidnappers vervolgens op haar telefoon keken, zagen ze met wie zij eigenlijk te maken hadden, waarna ze besloten een punt te maken.

cartel

‘We zijn dichterbij dan jullie denken’

Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.

Een van de laatste tweets van Felina

Een dag later werd via haar telefoon een reeks tweets de wereld ingestuurd. ‘Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.’ ‘Vandaag ontmoet ik de dood, terwijl er niets is veranderd. @Bandolera7 @civilarmado_mx @ValorTamaulipas, sluit jullie accounts. Speel niet met je eigen veiligheid en die van je familie, zoals ik dat deed.’ En tot slot: ‘We zijn dichterbij dan jullie denken’, gevolgd door de twee foto’s met op de laatste een vermoedelijk dode Fuentes Rubio.

Hoewel alles wijst op een moord, bevestigt het Mexicaanse Openbaar Ministerie vooralsnog alleen haar ontvoering omdat er nog geen lichaam is gevonden. De twitteraccount van activiste Felina werd uren na haar laatste reeks berichten in ieder geval definitief afgesloten.

Bronnen: Volkskrant, The DailyBeast, Nola, NRC Next (25 okt 2014), Der Spiegel, Latin Post