Categoriearchief: Uncategorized

Social Media censuur als antwoord op terrorisme?

In het meest recente magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing schrijft Mirko Tobias Sch?fer over ‘het onzinnige sociale mediabeleid in de integrale aanpak van Jijadisme’. Mirko is universitair docent op de universiteit van Utrecht, Instituut Media en Cultuurwetenschap en medeoprichter en directeur van de Utrecht Data School. Hij doet onderzoek naar de impact van sociale media op burgerparticipatie, politiek en democratie. In 2011 is zijn boek ?Bastard Culture! How User Participation Transforms Cultural Production? verschenen bij Amsterdam University Press. Hieronder?zijn stuk en de reactie van de NCTV daarop:

censored

Sinds de zogenaamde Arabische Lente staan sociale media bekend?als instrumenten voor politiek activisme en massamobilisatie.?Na de rellen in Haren omtrent Project X hadden sociale media in de ogen van politie en openbaar bestuur hun onschuld verloren.?Tweets die vergelijkbare evenementen in Hoorn, Amsterdam of?Arnhem aankondigden, leidden toen tot wanhopige en overhaaste?reacties van de kant van de politie en overheid. De reacties waren?op zijn zachtst gezegd g?nant (Hoorn). In het ergste geval waren?ze een inbreuk op de burgerrechten (Arnhem). De aanwezigheid van terroristische groepen op sociale media leidt nu tot vragen?over de noodzakelijkheid van een verscherpt beleid en de expliciete?oproep tot censuur.

In het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt voorgesteld?om propaganda op sociale media te bestrijden. De auteurs?vestigen hoop op een ?notice and take down? procedure waarbij ze zich baseren op het wetsvoorstel computercriminaliteit III. Het is?hierbij de bedoeling dat een team van de Nationale Politie haatzaaiende?(jihadistische) content verwijdert. Het actieprogramma verwijst naar een ?vrijwillige gedragscode? die internetbedrijven?moet stimuleren om ?radicaliserende, haatzaaiende, jihadistische?content? te verwijderen. Het gebruik van het woord ?vrijwillig? in verband met de gedragscode is dubieus, wat blijkt uit het vervolg?van de tekst: “bedrijven die aan deze gedragscode tekortkomen,?zullen worden gedwongen om twijfelachtige content te verwijderen door de toepassing van verschillende bestaande of nog te cre?ren?wetten”.

De voorgestelde aanpak is op verschillende punten zorgwekkend.?Hij laat zien dat er een schrikbarend gebrek heerst aan kennis bij?politici en bestuurders wat betreft internettechnologie en het?gebruik daarvan.

Het is het niet verwonderlijk dat iedereen gebruik maakt van de?goedkope communicatiekanalen van sociale media. Ook terroristische?groeperingen zijn geen uitzondering op de regel. Vrijwel alle?partijen die een rol spelen in het conflict in het Midden-Oosten zijn?te vinden op sociale media. Ook andere media worden ten behoeve?van propaganda ingezet: het Amerikaanse leger maakt bijvoorbeeld gebruik van de online-game America?s Army om op een speelse manier soldaten te werven. Hezbollah tracht de moraal van haar jonge achterban te bevorderen door de computer game Special Force, en de Islamitische Staat haalde onlangs het nieuws met een gemodificeerde versie van Grand Theft Auto die zij voor propagandadoeleinden gebruiken.

gta ISIS

Tevens verspreiden niet alleen jihadisten hun haatzaaiende berichten via internet; ook de racistische Stormfront, de Ku Klux Klan, diverse linksradicale groeperingen, nationalisten en chauvinisten van elke etnische minderheid en nationaliteit verspreiden hun radicale opvattingen via dezelfde kanalen. Op websites zoals 4chan is een oneindige stroom aan vernederende, haatzaaiende en politiek meer dan incorrecte uitingen te vinden. Moet deze content niet ook allemaal gecensureerd worden? Een les die te leren valt uit het proces tegen politicus Geert Wilders is dat het niet makkelijk is om te bepalen wat haatzaaiende content is. Maar als het actieplan omgezet wordt, zal deze definitie in toekomst zonder tussenkomst van een rechter in handen van de politie zijn.

Het actieplan suggereert dat jihadistische content doelgericht verwijderd kan worden. Er wordt echter met de internationale dimensies van deze klus ? de verschillende regelgevingen van de landen waar de content uiteindelijk ligt opgeslagen ? geen rekening gehouden.

Hoewel de auteurs benadrukken dat het actieplan ondersteuning?moet bieden voor een actieve maatschappij waarin diverse?stemmen gehoor krijgen, wordt er geen enkele moeite gedaan om?elke burger het recht op vrije meningsuiting te garanderen. Er wordt?met geen enkel woord benoemd, wie de procedure van censuur ? en?dit is waar het verwijderen van content op neerkomt ? zou moeten?controleren. Tevens wordt niet duidelijk welke criteria voor het?censureren gehanteerd zullen worden of hoe de censuur gedocumenteerd?zal worden. Is het de bedoeling dat een politieagent zelfstandig de opdracht geeft om content te verwijderen zoals dat?nu in Turkije het geval is?

De affaire omtrent de samenwerking van de AIVD met buitenlandse?diensten heeft duidelijk laten zien dat onze gekozen volksvertegenwoordigers,?die de controle over dergelijke procedures zouden moeten uitoefenen, hooguit een symbolische functie hebben. Ze?bleken zelfs uitermate slecht over de gang van zaken ge?nformeerd.?Is het in dit licht verstandig om het verwijderen van willekeurige content onder het mom van terrorismebestrijding ongecontroleerd?over te dragen aan de executieve? Zonder enige juridische of?parlementaire controle? Het zal een kwestie van tijd zijn voordat copyright-houders, politici of bedrijven druk uitoefenen om?ongewenste content zonder tussenkomst van een rechter te laten?verwijderen.

Met een censuur van het internet plaatsen we ons land in hetzelfde?schuitje met landen zoals Turkije, Wit-Rusland, Rusland, China,?Egypte en talloze andere landen. Deze landen staan terecht elk jaar opnieuw op de lijst van de onderdrukkers van het internet en de vrije meningsuiting. Censuur blijkt echter vooral de civiele maatschappij te onderdrukken, in plaats van dat deze maatregel terroristen effici?nt in het nastreven van hun doelen belemmert.

Het actieplan suggereert dat door het verwijderen van haatzaaiende content de radicalisering van internetgebruikers tegengehouden zou kunnen worden. Deze suggestie geeft blijk van een incorrect begrip van media-effecten. Radicalisering is nooit het effect van het?lezen van twijfelachtige content hetzij op online media of in de printmedia. De Britse cultuurtheoreticus Stuart Hall ontkrachte dit idee al in de jaren ?70 van de vorige eeuw op basis van zijn beroemde encoding-decoding-model. Politieke opvattingen formeren zich als gevolg van de individuele situatie en de sociale context van een individu.

Ook om andere redenen is een extreme en nauwelijks gecontroleerde?censuur van sociale media een volledig ineffectief middel. Aan de?ene kant worden alle activiteiten in de context van sociale media al?nauwkeurig gecontroleerd door de platformaanbieder zelf. Verder?zijn deze activiteiten openbaar toegankelijk voor analyse door social?media monitoring, welke niet alleen door marketingbedrijven maar?ook door politie en AIVD toegepast wordt. Een censuur zal voor deze?diensten echter betekenen dat waardevolle informatie verloren gaat.

Aan de andere kant betekent de censuur van bepaalde online media?niet dat de communicatiestromen zullen afbreken. Terroristische?groeperingen zullen andere, wellicht minder goed te monitoren platformen vinden om hun opvattingen te verspreiden. Internet?Relay Chat of het TOR-netwerk zijn slechts twee voorbeelden van?media die moeilijker te traceren communicatievormen voor?gebruikers aanbieden. Er kan voorondersteld worden dat veel?bestuurders niet eens weten hoe deze software te vinden, te?installeren en te gebruiken is. Volgens onderzoek van het Oxford?Internet Institute gebruiken in Nederland dagelijks tussen de?100.000 en 200.000 mensen het TOR-netwerk. Sociale media?en het door Google te doorzoeken web stellen maar een kleine?percentage van het internet voor.

Tor_Hexagons

Wat echter wel een oplossing kan bieden, is de inzet van goed?ge?nformeerde en meertalige rechercheurs met kennis van?interculturele aspecten. Tegenwoordig doorzoekt al een aantal?rechercheurs openbaar toegankelijke bronnen online om strafbare?handelingen op te sporen. De afdelingen binnen de politie die zich?met deze waardevolle taak bezighouden, verdienen de steun van de?politiek en de waakzame toezicht van de rechterlijke macht. De?censuur van sociale media is slechts symboolpolitiek en bovendien?gevaarlijker voor de democratische samenleving dan de haatzaaiende?content die op sociale media te vinden is.


De reactie van het NCTV, programmadirectie Contraterrorisme, ten aanzien van de bestrijding van jihadistische content online:

Internationaal ? en in Nederland ? spelen het internet en?sociale media een belangrijke rol bij jihadistische radicalisering.?De jihadistische content biedt een platform om de?gewelddadige jihadistische ideologie te verspreiden en?draagt bij aan verdere radicalisering en het binnen halen van?nieuwe aanwas. Zoals geconcludeerd door de AIVD in zijn?rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland hebben?sociale media de jihadistische beweging in Nederland?gestimuleerd. Waar voorheen propaganda verticaal?verspreid werd via vrij ontoegankelijke webfora (van?enkelen naar velen), gebeurt dit nu op horizontale wijze (van?velen naar velen). Dit heeft de professionalisering van?vervaardigers en verspreiders doen toenemen, waardoor de?propaganda een groter bereik en meer impact heeft.?Hierdoor is de jihadistische boodschap toegankelijker en?makkelijker te verspreiden. Het internet en sociale media?spelen daarmee een belangrijke rol bij jihadistische?radicalisering. Er zijn websites en sociale mediakanalen die?Nederlandstalige jihadistische propaganda verspreiden, de?strijd verheerlijken en oproepen tot jihadgang. Het is?onacceptabel dat terroristische organisaties propaganda?vrijelijk verspreiden via onder andere Nederlandse?websites en social media. Ook tegen uitingsdelicten online?dient opgetreden te worden.

Onderdeel van het actieprogramma Integrale Aanpak?Jihadisme is de bestrijding van online jihadistische propaganda?met als doel het reduceren van de impact, hoeveelheid?en toegankelijkheid van jihadistische propaganda.?Hiervoor wordt ingezet op samenwerking met sociale media?bedrijven en Internet Service Providers, hosting partijen etc.?die de door hun aangeboden internetdiensten misbruikt zien?worden voor jihadistische doeleinden. De NCTV is in gesprek?met sociale media bedrijven, internet service providers en?hosting partijen over de wijze waarop zij, binnen hun?bestaande (juridische) mogelijkheden, kunnen bijdragen aan?het bestrijden van de online jihadistische content. De NCTV?ervaart deze gesprekken als zeer constructief. Sociale media?bedrijven kennen en erkennen het probleem en ook internet?service providers en hosting partijen denken mee over het?verbeteren van bestaande (juridische) procedures.

‘Social Media: Het Nieuwe DNA’ bijzonder goed ontvangen

Onlangs verscheen bij uitgeverij Reed Business Education ‘Social media: het nieuwe DNA’. In dit boek van Arnout de Vries (TNO) en Frank Smilda (Nationale Politie) laten de auteurs zien hoe social media de opsporing fundamenteel verandert, een revolutie in opsporing. Een ontwikkeling die zich politiebreed zal doen voelen.

Recensent Gerard Blonk, voormalig officier van justitie, strafrechter en directeur van de rechercheschool, is nu forensisch consultant en directeur van ForensicPlaza BV. Hij traint en adviseert (semi)publieke en private instanties in de organisatie en effectuering van besluitvorming in (complexe) intelligence- en onderzoeksprojecten. Zijn indruk: een overrompelend en intrigerend boek dat bovendien zeer toegankelijk is geschreven. Een topper dus. Dat komt mede doordat de auteurs gebruik hebben gemaakt van recente voorbeelden, zoals de Facebook-moord en de Kopschoppers van Eindhoven. Ze laten overtuigend zien hoe web 1.0 plaats maakt voor web 2.0 en burgerparticipatie meer en meer opschuift richting burgeropsporing. De burger is niet langer slechts consument van informatie, maar verlangt een actieve rol. De politie zal hierop moeten inspelen, omdat het gevaar van eigen richting bestaat. Bovendien is het lang niet altijd zo dat de opsporing gemakkelijker wordt als iedere burger alles via social media te weten komt.

Praktisch handboek

Naast de 8 Gouden W?s (wie, wat, waar, wanneer, welke wijze, waarom, waarmee, wetenschap) van opsporing gekoppeld aan social media schetsen de auteurs tevens een helder beeld van de dilemma?s waar iedere opsporingsambtenaar mee te maken krijgt zodra hij of zij besluit social media in de eigen portfolio op te nemen. Daarmee is het boek een praktische leidraad geworden voor de politie als het gaat om het gebruik van social media. Een social media-ABC en een misdaad-ABC besluiten het boek. Lezers die zowel de in het boek beschreven zaken als nog actuelere gebeurtenissen willen volgen kunnen dit doen op het blog van de auteurs van het boek, dat hierop voortbouwt: socialmediadna.nl.?U kunt het boek vinden bij uitgeverij Reed Business Education.

leestips

Secondant van het CCV geeft ook 4 leestips waarin het boek is opgenomen:

Sociale media voor veiligheid

De digitale rechercheur is de nieuwe Sherlock Holmes. En dat komt door de groeiende invloed van sociale media op de opsporingspraktijk, zeggen Arnout de Vries en Frank Smilda. Want in de virtuele werelden van Twitter, Facebook, YouTube en andere sociale media ontstaan nieuwe mogelijkheden voor misdaadbestrijding ? en voor burgerparticipatie.

Social media. Het nieuwe DNA?laat zien hoe sociale media zich hebben ontwikkeld, wat dit betekent voor de politie en haar veiligheidspartners, en welke ontwikkelingen nog te verwachten zijn. Daarbij stellen de auteurs dat de sociale media nu ? net als het DNA-onderzoek 30 jaar geleden ? een revolutie in de opsporing veroorzaken. De open, interactieve, laagdrempelige internettechnologie biedt nieuwe gelegenheden voor criminaliteit. Maar ook voor informatievergaring en voor samenwerking tussen veiligheidsprofessionals en burgers. En daarmee kunnen de pakkans en heterdaadkracht verbeteren.

“Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop”

De Vries en Smilda geven voorbeelden uit de dagelijkse praktijk en delen kennis uit de wetenschap. Lezers krijgen uitleg over bijvoorbeeld prosourcing, grid computing, profiling, misdaadkaarten en de Wet van Zuckerberg. Ook misdaadfenomenen zoals bezemen, sexting?en Pleaserobme.com komen aan bod. Daarnaast bespreekt Social media. Het nieuwe DNA?10 dilemma?s over het gebruik van sociale media in de lokale veiligheidspraktijk. En een stappenplan helpt politiemedewerkers en burgers om sociale media in te zetten om Nederland veiliger te maken.

Waarom lezen?

Als het gaat om twitterende wijkagenten, loopt Nederland internationaal voorop. Omdat dit soort ontwikkelingen niet stilstaat, is Social media. Het nieuwe DNA?gekoppeld aan een Twitter-account en blog. Op Socialmediadna.nl staan recente voorbeelden die zijn voorzien van achtergrondfilms, rapporten, en analyses van experts. Zodat iedereen kan volgen of de voorspelde opmars van Google Glass en predictive policing?nabij is.

Seminar

Om over de onderwerpen?uit het boek verder te discussi?ren?wordt op 10 februari 2015 het seminar ‘De Moderne Sherlock’ gehouden over (online) burgeropsporing. Dit vindt plaats in het Veiligheidsmuseum P!T te Almere.

Bronnen: TNO, Secondant

Activiste twitterde over drugskartels, kartels twitterden over haar moord

kartel

‘Vrienden en familie, vandaag komt er een einde aan mijn leven.’ Het is een van de laatste tweets van Mar?a del Rosario Fuentes Rubio, een vrouw die onder haar alias Felina berichtte over het aanhoudende drugsgeweld in Noord-Mexico.

,,Pas op Felina, we komen steeds dichterbij.” Deze waarschuwing ontving een Mexicaanse burgerjournaliste twee weken geleden via Twitter. Maria Fuentes Rubio, die medeburgers via Twitter en Facebook waarschuwde voor bendegeweld, kon toen nog niet vermoeden hoe dichtbij de drugskartels al waren.

Haar duizenden Twitter-volgers kregen de schrik van hun leven toen er vanaf haar account plotseling een afschuwelijke boodschap werd verstuurd. Daarbij werd voor het eerst ook haar echte naam onthuld; Felina was alleen haar schuilnaam. ,,Vrienden en familie, mijn echte naam is Maria del Rosario Fuentes Rubio, ik ben arts en vandaag is aan mijn leven een einde gekomen”, is wat haar volgers op Twitter lazen. Daarna volgden vanaf haar account waarschuwingen aan andere twitteraars die, net als Fuentes Rubio, online verslag deden van de misdaden van drugskartels in de Mexicaanse staat Tamaulipas.

Vorige week woensdag ontvoerde een groep gewapende mannen Mar?a del Rosario Fuentes Rubio voor de deur van het Mexicaanse ziekenhuis waarin zij werkte. Een dag later werd zij vermoedelijk vermoord.?Nu was het natuurlijk nog mogelijk dat hackers het account van Fuentes Rubio hadden gekaapt en haar volgers slechts schrik aanjoegen. Al snel bleek het niet alleen om intimidatie te gaan. Bij de laatste tweet waren ook twee foto’s gevoegd. Een van Fuentes Rubio die gelaten in de camera kijkt. En een tweede waarop ze met bebloed gezicht en aan elkaar gebonden handen op de grond ligt. Dat beeld laat niets te raden over, ook al is haar lichaam nu – ruim een week later – nog altijd niet gevonden.

Het is een daad die normaal gesproken weinig aandacht zou krijgen in een land waar sinds 2006 tienduizenden drugsdoden vielen. Het is vooral de onheilspellende wijze waarop haar dood naar buiten is gebracht die nu de aandacht trekt. Deze?ontvoering van Fuentes Rubio is daarmee meer dan een voetnoot in de?onbarmhartige nieuwsstroom van het land, vooral vanwege het Twitter alter ego dat de vrouwelijke arts erop na hield.

17 vermoorde journalisten sinds 2006

 Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid.
Soldaten van de Mexicaanse anti-drugseenheid. ? epa

Fuentes Rubio was in haar vrije tijd een van de personen achter ‘Valor por Tamaulipas’ (Moed voor Tamaulipas), een van de grootste burgerjournalistieke initiatieven van Mexico met meer dan 100 duizend digitale volgers op Facebook en Twitter. Onder haar alias Felina berichtte ze over aanslagen, ontvoeringen en andersoortig drugsgeweld. ‘Sinds 12:25 uur zijn er explosies en vuurgevechten in Ca?ada/Fuentes. Pickups rijden met hoge snelheid door de straat’, aldus een van haar berichten. Of: ‘In Balcones, op de hoek van de Evereststraat, staan twee witte Fords met drie gewapende mannen eromheen.’ Ook vroeg ze slachtoffers om via haar medium hun verhaal te delen.

Twitteraars als Felina zijn in het noorden van Mexico populair omdat nieuws over drugsgerelateerd geweld daar lang niet altijd de lokale en regionale media haalt. Volgens de Committee to Protect Journalists, een Amerikaanse non-profitorganisatie, komt dat mede omdat er sinds 2006 al 17 Mexicaanse journalisten werden vermoord die zich ooit kritisch uitlieten over drugskartels. Andere organisaties noemen veel hogere aantallen, doordat verschillende definities van journalisten worden gehanteerd. Kranten in het gewelddadige Tamaulipas, grenzend aan de VS waar de drugs worden afgezet, durven al lang niet meer over de kartels te schrijven. Een gevolg is dat burgers voor wat betreft lokaal nieuws vrijwel volledig afhankelijk zijn van vaak anonieme burgerjournalisten, zoals Felina.

 De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten
De laatste Tweets van Felina, vlak voordat haar account definitief werd afgesloten ? Twitter
Mexico Violence
Demonstraties worden gehouden door docenten en anderen als protest tegen het verdwijnen van 43 studenten uit?Isidro Burgos op 17 oktober 2014. Onlangs werd door rechercheurs een massa graf gevonden met 28 lichamen. (AP Photo/Eduardo Verdugo)

Lange tijd was Fuentes Rubio actief op de Facebook-pagina Valor por Tamaulipas, oftewel Moed voor Tamaulipas. Daar verschijnen foto’s van gevonden lichamen, berichten over vermiste personen en waarschuwingen om gebieden te mijden als er vuurgevechten zijn. Die laatste berichten kwamen lange tijd vaak van Fuentes Rubio, die daarvoor over een netwerk van contacten leek te beschikken.
Een betrekkelijk onschuldige bezigheid zou je zeggen. Bedoeld om medeburgers te beschermen tegen bendegeweld. De twee kartels die in Tamaulipas de dienst uitmaken, het Golfkartel en de Zetas, denken daar anders over. De anonieme beheerder van de Facebook-pagina zei vorig jaar tegen het Duitse blad Der Spiegel dat medewerkers al jaren werden bedreigd. De kartels vinden dat de site te veel nadruk legt op hun activiteiten, terwijl er te weinig aandacht zou zijn voor misdaden door de politie en corruptie binnen de overheid.

Valor por Tamaulipas bei Twitter: "Die Zeit wird zeigen, was mit mir passiert."

Het liefst leggen de kartels de bevolking volledig het zwijgen op. ,,De georganiseerde misdaad bepaalt alles wat er in mijn staat gebeurt. Wie zich tegen de maffia uitspreekt, wordt bedreigd, geslagen en ge?xecuteerd”, zei de beheerder tegen Der Spiegel. Op haar eigen Twitter-account zou Fuentis Rubio zich kritischer over de kartels hebben uitgelaten dan Valor por Tamaulipas verstandig achtte.
Door Fuentis Rubio uit te schakelen, hopen de kartels waarschijnlijk ook andere kritische burgers te intimideren. De lokale activist Eduardo Cantu, die het afgelopen mei nog aandurfde om in de havenstad Tampico een vredesdemonstratie te organiseren, zei tegen AP te verwachten dat de dood van Fuentis Rubio inderdaad gevolgen zal hebben. Cantu: ,,Ik denk dat veel mensen na gaan denken of ze hun werk op sociale media willen voortzetten. Als het waarschuwen van andere burgers voor gewelddadigheden al een reden is om je te vermoorden, dan staat het er slecht voor.”

35 duizend euro beloning

Een gegeven dat tot grote onvrede bij de plaatselijke kartels leidt, blijkt wel uit de ongeveer 35 duizend euro die anderhalf jaar geleden beschikbaar werden gesteld in ruil voor de ware identiteit van Felina en haar collega’s bij ‘Valor por Tamaulipas‘.

Maar ondanks de prijs op haar hoofd en aanhoudende bedreigingen bleef haar echte naam altijd geheim, totdat ze vorige week woensdag – volgens Mexicaanse websites bij toeval – werd ontvoerd samen met twee andere artsen. Toen haar kidnappers vervolgens op haar telefoon keken, zagen ze met wie zij eigenlijk te maken hadden, waarna ze besloten een punt te maken.

cartel

‘We zijn dichterbij dan jullie denken’

Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.

Een van de laatste tweets van Felina

Een dag later werd via haar telefoon een reeks tweets de wereld ingestuurd. ‘Ik heb niets meer te zeggen behalve dat jullie niet dezelfde fouten mogen maken als ik. Ik heb niets bereikt en VANDAAG REALISEER IK MIJ DAT.’ ‘Vandaag ontmoet ik de dood, terwijl er niets is veranderd. @Bandolera7 @civilarmado_mx @ValorTamaulipas, sluit jullie accounts. Speel niet met je eigen veiligheid en die van je familie, zoals ik dat deed.’ En tot slot: ‘We zijn dichterbij dan jullie denken’, gevolgd door de twee foto’s met op de laatste een vermoedelijk dode Fuentes Rubio.

Hoewel alles wijst op een moord, bevestigt het Mexicaanse Openbaar Ministerie vooralsnog alleen haar ontvoering omdat er nog geen lichaam is gevonden. De twitteraccount van activiste Felina werd uren na haar laatste reeks berichten in ieder geval definitief afgesloten.

Bronnen: Volkskrant, The DailyBeast, Nola, NRC Next (25 okt 2014), Der Spiegel, Latin Post

Social Media als theater? – RT to Kill

De grap had zich moeten ontwikkelen aan de hand van drie getwitterde foto?s. Op de eerste was een geweer te zien, op de tweede een bloedend slachtoffer, en op de derde zat een jongen naast een politieauto op de grond.

Op 11 maart stond twitteraar @StillDMC ?s nachts voor een raam in de binnenstad van Los Angeles. Daar maakte hij een foto van zijn geweer. De loop stond gericht op ? wat leek ? een paar voorbijgangers die op een straathoek in de verte stonden. Om iets na middernacht twitterde hij bij de foto dat hij bij honderd retweets een voorbijganger neer zou schieten. Al snel had hij meer dan honderd retweets.
Een half uur later twitterde hij: ?Man down. Mission Completed.? Deze keer met een foto van een jongeman die op de grond lag, met zijn hand op zijn borst. Op de donkere, pixelige foto leek het alsof de man een wond op zijn borst had.
killDMC
De volgende dag werd de twintigjarige Dakkari McAnuff gearresteerd door de politie van Los Angeles. In het politierapport staat dat de rechercheurs afbeeldingen hebben gevonden van een onbekend soort geweer dat op verschillende straten in Los Angeles is gericht. @StillDMC?werd ontmaskerd als McAnuff en zijn verblijfplaats werd bevestigd. Rond het middaguur arriveerde de politie bij het appartementencomplex van de 22-jarige Zain Abbasi, waar McAnuff op dat moment over de vloer was.
Volgens Abbasi werd hij door de congi?rge van het gebouw naar diens kantoor geroepen, waar rechercheurs hem en een andere vriend in de boeien sloegen. Helikopters cirkelden boven het complex, sluipschutters stonden klaar op het gebouw aan de overkant en meerdere politiewagens blokkeerden de parkeerplaats.
De rechercheurs vroegen Abbasi om McAnuff naar beneden te roepen. Op het moment dat McAnuff het appartement uitkwam werd hij aangehouden door tien agenten, die met getrokken wapens op hem lagen te wachten. Ze doorzochten het appartement en vonden het wapen van de twitterfoto: een ongeladen luchtbuks.
De hele groep werd in de boeien geslagen en meegenomen. McAnuff werd gearresteerd ?op verdenking van criminele bedreigingen?. Zijn borgsom bedroeg 50.000 dollar (ongeveer 38.000 euro).
Het was allemaal bedoeld als grap, natuurlijk. Met hun vrienden Moe en RJ vormen McAnuff en Abbasi de groep MAD Pranksters. Het zijn jongens tussen de 19 en 22 jaar oud uit Houston, Texas. Ze zijn allemaal naar LA verhuisd om het te maken in de entertainmentindustrie. Dit was volgens Abbasi hun ontgroeningsstunt: een poging tot een ?social prank?.
Dat het allemaal een grapje was, had duidelijk moeten worden na drie tweets. De eerste tweet was een vage foto van een geweer en een dwingend verzoek. De tweede het bebloede slachtoffer en de laatste, elf uur na de tweede gepost ? een foto van McAnuff met zijn handen op zijn rug geboeid, naast een politiewagen en politieagent. De tekst bij de laatste tweet was:?Last night before I got arrested. SMH. Fuck whoever snitched. And Fuck LAPD!? The MAD Pranksters hoopten natuurlijk dat dit toneelstukje viral zou gaan. Wat dat betreft is ?100 RT?s and I?ll shoot? een hit. De grap werd duizend keer geretweet voordat Twitter McAnuff?s account blokkeerde. De tweets werden zelfs wereldnieuws.
In de media werd McAnuff afgeschilderd als een slapende moordenaar die elk moment kan kon toeslaan, ?f als een roekeloze klootzak. Maar overal werd het feit dat hij een speelgoedgeweer in zijn handen had nogal gebagatelliseerd. De tweet leek een blik op een verontrustende toekomst. Moordenaars in spe zouden worden aangestuurd door vreemden via social media. Moderne gladiatoren zouden strijden in een digitaal Colosseum met een voyeuristisch massapubliek.
De gamificatie van moord
De MAD Pranksters zijn ervan overtuigd dat hun stunt overduidelijk een grap was en dat de LAPD dat al wist voordat McAnuff werd gearresteerd. En als de politie dat niet wist, dan hadden ze dat volgens de Pranksters wel moeten weten. De LAPD beweert dat het de aanwijzingen dat het allemaal een grap was heeft bijgehouden.
?De LAPD heeft alles overdreven. Ze hebben het leven van mijn vrienden en mij in gevaar gebracht en ons dwarsgelegen om ervoor te zorgen dat we geen ?Fuck LAPD? konden twitteren,? schreef Abbasi in een e-mail. ?De politie heeft veel tijd en geld gestoken in deze hele operatie, alleen maar zodat de MAD Pranksters niet van dat recht gebruik konden maken? Ik probeerde mijn vragen over de operatie rondom de Pranksters aan wat rechercheurs van de LAPD te stellen, maar alleen het PRteam was bereid over de zaak te praten.?Het getwitterde plaatje werd gezien als een ernstige dreiging. Daarom werden agenten op onderzoek uitgestuurd,? vertelde een woordvoerster me. ?We hebben agenten die sociale media in de gaten houden. Tijdens hun ochtendroutine vonden ze deze tweet.?
Het verhaal van The MAD Pranksters roept vragen op over hoe de politie moet omgaan met onderzoeken naar dreigingen via internet. Het social media landschap is onbetrouwbaar, luidruchtig en groeit met de dag. Wat zouden politieagenten moeten weten voordat ze hun wapens mogen trekken?
?We hebben geen wetten overtreden, we maakten gewoon een grap,? vertelde McAnuff.
Dat is natuurlijk een behoorlijke juridische discussie. Op dit moment behandelt het Amerikaanse Hooggerechtshof de vraag of en wanneer online bedreigingen als crimineel moeten worden gezien, en wanneer ze onder de vrijheid van meningsuiting zouden moeten vallen. Anthony Elonis uit Pennsylvania schreef bijvoorbeeld een paar supergewelddadige raplyrics en zette ze op Facebook. In de teksten beschreef hij tot in gruwelijke details hoe hij zijn vrouw en vroegere collega?s zou vermoorden. Elonis bracht vervolgens een paar jaar in een cel door voor het schrijven van zijn facebookposts.
Ondertussen worden stunts als die van de Pranksters steeds populairder. De dubieuze online bedreigingen zijn nog steeds relatief nieuw voor justitie. Tot dusver hebben de autoriteiten geprobeerd een balans te zoeken tussen het toelaten van onvermijdelijk, dom en vooral onschadelijk gedrag en het aanpakken van werkelijk gevaar.
?Er is een categorie binnen vrije meningsuitingen, en dat zijn werkelijke bedreigingen? zegt Clay Calvert, een professor aan de Universiteit van Florida. Hij richt zich op media- en communicatievraagstukken. ?Normaal gesproken zou een redelijk persoon een uitspraak kunnen onderscheiden van dreiging of gevaar.? Dat klinkt een beetje dubbelzinnig, en dat is het ook. ?De definitie van een werkelijke dreiging is helaas
niet echt duidelijk,? zei Calvert.
De MAD Pranksters merken op dat ze de agent die die zijn auto aan hen leende als decorstuk voor hun laatste tweet, precies hebben uitgelegd wat ze van plan waren. Het geweer was overduidelijk nep en zo ook de schijnbare moord. In andere woorden: de LAPD had moeten weten dat nooit een echte dreiging is geweest.
Abbasi beweert dat een van de rechercheurs het kantoor binnenliep waar ze werden vastgehouden, vlak voordat zijn vriend McAnuff werd gearresteerd. Daar zag hij Moe, degene die de het lijk speelde, en zei: ?Oh kijk, daar hebben we de dode.? In het dossier van de Pranksters staat dat er meer dan zestien uur was verstreken tussen de eerste tweet en het arrest. Dat lijkt meer dan genoeg tijd om contact op te nemen met de agent die op de foto van de derde tweet staat en om een wapenexpert naar het wapen op de foto te laten kijken. Volgens een agent van de LAPD werd de tweet om half tien ?s ochtends ontdekt. Dus zelfs na het ontdekken van de tweet duurde het nog drie?nhalf uur voor er iemand werd gearresteerd, volgens Abbasi.
De LAPD zag zich blijkbaar wel genoodzaakt om genoeg agenten om een klein drugscartel op te rollen op de Pranksters af te sturen. Volgens Abbasi waren er zelfs helikopters en sluipschutters. Het meest opmerkelijke detail van de hele operatie was inderdaad dat de LAPD de jongens onder schot hield. Op het politiebureau zei een vrouwelijke agent tegen hem: ?Ik had je in mijn vizier. Als je dat balkon op was gelopen met dat speelgoedpistool had ik je kop eraf geknald.?
Deze jongen had dus gedood kunnen worden voor het twitteren van een foto van een luchtbuks.
De woordvoerster van de LAPD zei dat ze me geen details kon geven over de operatie die geleid heeft tot de arrestatie van McAnuff.
Grap of niet, de stunt toont een verontrustende blik op een toekomst waarin moordenaars sociale media gaan gebruiken. Twitter, Facebook en YouTube hebben wereldwijd nu al miljarden gebruikers. Die gebruikers schrikken er niet voor terug om de meest bizarre, verregaande acties te posten om likes en volgers voor zich te winnen. De 22-jarige Elliot Rodger, bijvoorbeeld, die in mei zes mensen doodschoot in Californi?. Ook hij had een behoorlijk publiek op sociale media.
Uit onderzoek is gebleken dat zeker jongeren vatbaar zijn voor online groepsdruk. Dat is waarschijnlijk de reden dat er een video bestaat van een meisje dat haar eigen tampon doorslikt. En een filmpje van een kind dat zijn eigen ontlasting eet met een ijsje. Door onze drang tot realtime zelfpromotie, zou het groeiende aantal mensen dat er alles aan doet om aandacht te krijgen ons niet moeten verbazen. Niemand van deze mensen zal een papiertje ondertekenen waarin staat dat niemand gewond raakt.
McAnuff en zijn vrienden hadden geluk, gezien de omstandigheden. Enkele dagen na zijn vrijlating kreeg hij bericht dat er geen aanklacht werd ingediend. Daarbij is er niemand neergeschoten door scherpschutters van de LAPD.
?Er zullen zeker meer ?chte bedreigingen komen waarbij sociale media zoals Facebook en YouTube een rol spelen,? vertelt Calvert. ?Dit is weer een voorbeeld van de rechtspraak die de technologie moet inhalen.? We moeten bepalen hoe we een grap van een bedreiging kunnen onderscheiden. Dat kost tijd, die nieuwsconsumenten niet altijd hebben. @StillDMC?s grap mag dan roekeloos en gevaarlijk zijn geweest, maar het is maar een voorbode van wat er komen gaat.

?Jurisprudentie

Vorig jaar werd een 20-jarige studente Caleb Clemmons gearresteerd voor het plaatsen van wat hij?experimentele fictie noemde op Tumblr. Hij schreef: “Hallo. mijn naam is irenigg en ik ben van plan op Georgia Southern kapot te schieten. Geef dit door om te zien of het invloed heeft. Om te zien of ik word gearresteerd. “Binnen enkele uren werd Clemmons inderdaad gearresteerd en bracht zes maanden in de gevangenis door voordat hij?zichzelf schuldig pleitte van terroristische dreigingen. De politie doorzocht zijn huis en vond geen wapens of enig verder bewijs van de intentie om kwaad te doen.

Slechts enkele maanden daarvoor, was er een Texaaanse tiener in de gevangenis gezet voor het maken van een (volgens hem) sarcastische opmerking op Facebook in een?discussie over een video game. ‘Oh ja, ik ben echt gek in mijn?hoofd: ik ga een?school vol kinderen kapotschieten en eet hun nog kloppende harten” met de toevoeging van een “LOL ” (Laughing Out Loud). In de gevangenis werd hij zo depressief dat hij op de zelfmoord risicoafdeling geplaatst werd.

Echte dreigingen zijn er natuurlijk ook veel. Zo zijn in het Verenigd Koninkrijk twee mannen gearresteerd voor het maken van herhaalde bedreigingen voor een vrouwelijke journalist op Twitter. Daarop paste Twitter haar eigen beleid aan en bood het meer mogelijkheden om misstanden ook te melden.

Bronnen: VICE, Motherboard, DeStandaard, Joop

Social Media Status: pronken met de buit

Dom of niet: opscheppen op sociale media over je misdaad. Het verhoogt in ieder geval w?l je status.

Sta je op internet met je pipa (pistool) of met veel doekoe (geld), dan ben je de shit (de man). Dat de politie je zo ziet? Gewoon negeren. Het respect en het aanzien dat je ermee verkrijgt, is belangrijker dan het risico dat de scotoe (politie) je oppakt.
Criminele jongeren hebben sociale media nodig om hun publiek te bereiken. Ze moeten juist vindbaar zijn op internet om status te behalen. Dat is een van de constateringen van de Rotterdamse criminoloog Jeroen van den Broek. Hij deed onderzoek naar het gebruik van sociale media door jongeren binnen de straatcultuur en won er de Scriptieprijs 2014 mee. De jury van hoogleraren en beleidsmakers sprak over een ‘heel gedegen’ onderzoek dat ‘las als een spannende misdaadroman’.

Van den Broek onderzocht hoe Rotterdamse jongeren uit de wijk Spangen binnen de straatcultuur zich op sociale media presenteren. Ze laten zich graag afbeelden in merkkleding, met dure auto’s en met stapels geld aan hun oor (een zogenaamde stackphone).
Op Youtube is bijvoorbeeld de rapgroep Terrorniggerz te zien met hun video Copkillers waarin jongeren poseren met wapens, gouden sieraden en dure auto’s. “Wat me opviel is dat ze niet eens de moeite namen om zichzelf onherkenbaar te maken of de kentekens van die auto’s af te plakken. Zo is het wel erg eenvoudig om ze op te sporen.”

De getoonde stapels geld in filmpjes en op talloze afbeeldingen op sociale media zijn waarschijnlijk ‘verdiend’ met pinpasfraude en drugsgerelateerde criminaliteit, vermoedt Van den Broek, die daarnaar voor zijn scriptie geen onderzoek deed.

Iedereen wil waardering en erkenning, ook de jongeren die op een andere manier aan hun geld komen. Van den Broek: “Vaak zijn het jongeren die thuis geen vaderfiguur hebben. Erkenning en waardering halen ze bij hun eigen groep. Daar geldt: hoe crimineler je bent, hoe meer straatrespect je krijgt.”
De mogelijkheden om criminele jongeren die hun illegale praktijken openlijk tentoonspreiden op deze manier op te pakken, zijn groot. De politie kan informatie over de herkomst van filmpjes, foto’s of tweets op internet zien. “Ze kunnen op een website achter het slotje kijken en toch wordt er heel weinig gebruik van gemaakt”, merkte Van den Broek tot zijn verbazing na het schrijven van zijn scriptie. “Het risico voor die jongeren om gepakt te worden, is daardoor erg klein.”
Een agent moet daarvoor de mogelijkheid krijgen een uurtje per dag achter een beveiligde computer te kruipen, vindt Van den Broek. “Vaak weten agenten al wel een beetje wie de jongeren zijn, maar het ontbreekt ze aan tijd om verbanden te kunnen leggen. Wie gaat met wie om? Waar hangen ze rond op internet? De werkvloer wil dat graag onderzoeken, maar van hogerhand wordt dat te weinig gefaciliteerd.”

Van den Broek startte na zijn scriptie een bedrijf om justitie, gemeenten en politie te wijzen op de mogelijkheden die sociale media hen bieden. “Het doel is niet de politie te helpen met de opsporing, maar de slagkracht van hen, en van ambtenaren en jongerenwerkers vergroten.”

Van den Broek wordt daarom ook ingehuurd door gemeenten om probleemjongeren in kaart te brengen. “Door te graven in een groep ga je verbanden zien. Als je het profiel van een van die jongeren kent, kun je via zijn vriendenlijst zien wie die groep vormen.”

Albert Meijer, hoogleraar technologie in de publieke sector, constateert dat de politie steeds vaker de daders grijpt naar aanleiding van filmpjes op sociale media. Al kan hij geen cijfers noemen, omdat de politie die niet bijhoudt. Het Openbaar Ministerie wijst de politiekorpsen niet expliciet op de mogelijkheid tot digitaal rechercheren. “Het gebeurt nu alleen waar het onderzoek dat rechtvaardigt”, zegt woordvoerster Judith de Valk. “Bij een beperkte capaciteit zul je afwegingen moeten maken waar je wel en niet op rechercheert. We hebben belangstelling voor het onderwerp, maar er geen beleid op geformuleerd.”
Als de politie sociale media gebruikt in een onderzoek naar een dader, is dat vaak in geval van een mishandeling. “Zware criminele jongeren zetten dit soort filmpjes nooit op internet”, zegt criminoloog Jeroen van den Broek. “Ze weten dat het risico om voor een relatief licht vergrijp als een mishandelingetje gepakt te worden heel groot is.”

Bronnen: BN De Stem (9 okt 2014),?De Stentor/ Deventer Dagblad (9 okt 2014).

Moderne Sherlock op De Ondernemers Club

Sherlock Holmes, wie kent hem niet? Als het aan TNO ligt zijn we binnenkort allemaal collega?s van deze speurneus.

Afgelopen zondag was ?De OndernemersClub? te gast in Den Haag bij The Hague Security Delta. TNO-er?Erik Ham liet in deze zevende editie zien hoe we als burgers binnenkort, gewapend met een app op onze telefoon, de politie kunnen voorzien van relevante, onmisbare informatie over een misdrijf.
TNO op RTL7 afgelopen zondag: effici?ntere opsporing van verdachten en de burger als rechercheur
Ook lichtte Erik de TNO-technologie toe waarmee n?g effici?nter verdachten van bijvoorbeeld een winkeldiefstal opgespoord en gevolgd kunnen worden.

Uitzending gemist?
Onderstaand kun je het TNO-item van afgelopen, als ook van alle voorgaande uitzendingen terugzien. Op RTLXL kun je de gehele uitzendingen terugzien.

Inspiratie voor ondernemers
De Ondernemersclub is een combinatie van een televisieprogramma ?n een ondernemersevent, gericht op groei en innovatie. Met het programma leggen initiatiefnemers TNO, ONL voor Ondernemers, EY, het Ministerie van Economische Zaken en de Kamer van Koophandel de verbinding tussen overheden, regionale overheden, kennisinstellingen, dienstverleners en ondernemers. De presentatie is in handen van Hans Biesheuvel (ONL voor Ondernemers) en Annette Wassenaar (Yellow Walnut). Dit programma is een inspiratiebron voor ondernemers: kennis opdoen, netwerken en sparren met partners.

Scholen in Leiden dicht vanwege een 4Chan bericht

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van hetlectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

Dreiging van een school shooting in Leiden

Menno van Duin, Annet Ponjee

Inleiding

Op zondagavond 21 april 2013 wordt via de media bekendgemaakt dat de middelbare scholen en mbo-scholen in Leiden op maandag 22 april dicht blijven. Dit in verband met een dreigement dat er op een school in Leiden een schietpartij zal plaatsvinden. Het bericht leidt tot consternatie in Leiden en de directe omgeving.
Naast de zorgen die de dreiging van een schietincident teweegbrengt, speelt ook de vraag of deze maatregel, het sluiten van scholen, noodzakelijk is, of dat het een overdreven reactie is op het bericht van ?een idioot?. In dit hoofdstuk staat het dilemma centraal tussen ?niets doen? en ?alles uit de kast halen?. Het hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de beschikbare evaluaties en een gesprek met burgemeester Lenferink van Leiden.


Feitenrelaas

In de nacht van zaterdag 20 op zondag 21 april 2013 neemt de politie in Z?rich (Zwitserland) contact op met de politie in Leiden (regionale eenheid Den Haag), omdat op internet een bericht staat waarin wordt gedreigd in Leiden een school shooting te plegen. Op de website 4Chan is het volgende bericht geplaatst:

4chanthreat

?Tomorrow, I will shoot my Dutch teacher, and as many students as I can. It will be on the news tomorrow. It?s a school in a dutch city called Leiden, and for more proof, I will be using a 9mm Colt Defender. I will be carrying a note with me when I go into the school
which will explain why I did it. If the message of the note will not be published, a friend of mine will post it here on 4chan a day later. Oh, and I?m using a proxy, the police is not gonna find me before tomorrow.?

Door de politie wordt de melding serieus opgepakt. Dezelfde nacht nog zet de politie interne opdrachten uit die tot doel hebben een inschatting
te kunnen maken van de ernst van de melding. De districtchef van Leiden informeert zondagochtend 21 april 2013 de leiding van de politie-eenheid in Den Haag en het gemeentebestuur. Afgesproken wordt dat als aan het begin van de middag nog geen zicht is op het IP-adres of een dader, de politie een zogenaamde Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) zal instellen. Een SGBO is een team van politiemensen dat doorgaans wordt ingesteld voor de aansturing van
het politieoptreden bij ernstige incidenten, calamiteiten of bijzondere activiteiten.

Om 12.00 uur die zondagmiddag hebben de werkzaamheden die tot dan toe zijn ondernomen nog onvoldoende resultaat gehad en dus start de politie, zoals afgesproken, een SGBO. De Algemeen Commandant (AC) van de SGBO is de districtschef van Leiden.
Rond 14.00 uur besluiten de burgemeester van Leiden en de districtschef (c.q. de AC-SGBO) om met de gebiedsofficier van justitie als driehoek bij elkaar te komen. Op zondagmiddag om 15.30 uur vindt het eerste overleg van de driehoek plaats.

Intussen wordt door de SGBO via de landelijke deskundigheidsmakelaar van de Politieacademie een gedragsdeskundige ingeschakeld. Omdat de eerste deskundige in het buitenland zit en onbereikbaar is, wordt pas zondagmiddag laat een andere gedragsdeskundige bereikt. Deze ontvangt het dreigbericht per e-mail en beoordeelt op basis daarvan (en onder tijdsdruk) dat de bedreiging serieus moet worden genomen. Omdat uit het opsporingsonderzoek van de politie nog geen nadere informatie over de zender van het bericht is gebleken, besluit de driehoek nog diezelfde avond een overleg in te plannen met de schooldirecteuren
van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs uit Leiden. Immers, deze scholen kunnen op basis van het bericht (waarin gesproken wordt van een ?leraar Nederlands?) tot de doelgroep van de bedreiging worden gerekend. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren op zondagavond dat hun scholen de volgende dag (22 april) gesloten blijven. Zij informeren hun leerlingen en medewerkers.

Mede doordat het bericht dat scholen gesloten blijven vanwege een dreiging van een schietpartij op de sociale media een grote impact heeft, worden vrijwel alle leerlingen tijdig bereikt. Slechts een enkele leerling blijkt het bericht niet voor maandagochtend te hebben vernomen. Bij alle scholen die gesloten zijn, is zichtbaar politie aanwezig. Onder medewerkers en (ouders van) leerlingen van andere scholen (basisscholen en scholen net buiten Leiden) bestaat enige verwarring waarom hun school niet gesloten is. Sommige ouders nemen geen risico en houden hun kinderen, ook al zitten ze op een andere school,?thuis. Enkele van de schooldirecteuren die niet over de sluiting van de andere scholen ge?nformeerd zijn, besluiten hun scholen eveneens te sluiten.

Rond het middaguur wordt bekend dat er een arrestatie heeft plaatsgevonden in verband met de dreiging van de school shooting. Los daarvan vindt op maandag een nadere analyse plaats van het dreigbericht waarvoor ook andere gedragsdeskundigen worden geconsulteerd. Op basis van hun analyse en nadere informatie uit het opsporingsonderzoek wordt de dreiging die van het bericht uitgaat als minder risicovol beschouwd dan de dag ervoor. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren dat hun scholen dinsdag weer open zullen gaan. Zowel dinsdag als woensdag zullen bij de scholen nog wel politieagenten
aanwezig zijn.

Maandagavond wordt duidelijk dat de aangehouden verdachte niets met de zaak te maken heeft. Het opsporingsonderzoek naar de afzender van het bericht wordt daarom voortgezet. Op woensdagmiddag 24 april blijkt uit het opsporingsonderzoek dat de persoon die het bericht heeft geplaatst, zich niet in Nederland, maar in Costa Rica bevindt. Daarmee komt er een einde aan de dreiging.

Dilemma

Op het eerste gezicht lijkt hier sprake van ??n dilemma: risico?s nemen (het zal wel loos alarm zijn) of risico?s mijden. Een ?duivels dilemma? noemde de Leidse burgemeester Lenferink het: ?Aan de ene kant is er het risico van overreactie. Aan de andere kant het risico dat je niks doet en er vervolgens iets ernstigs gebeurt. Dat wil je niet op je geweten hebben.? De evaluatie beschrijft het als volgt (Driehoek Leiden, 2013, p. 4):

?Het feit dat het in dit geval ging om een dreiging via internet, die niet heel specifiek was over tijd, locatie en personen, maar wel heel concreet in zijn doel, maakte het tot een, zoals de burgemeester steeds omschreef, duivels dilemma. Welke maatregelen te nemen op basis van een dergelijk internetbericht.?

In dit geval koos men voor het vermijden van de mogelijke risico?s. Daarbij speelde zeker ook mee dat men in Leiden en de regio nog niet eerder met een vergelijkbare situatie te maken had. Wordt de casus nauwkeuriger bekeken en ook datgene wat in de media rond deze casus naar voren kwam wordt meegenomen, dan blijkt echter dat een aantal vragen achter dit dilemma schuil gaat, zoals:
? Wanneer wordt door wie de beslissing genomen om de scholen te sluiten?
? Welke scholen worden gesloten?
? Wat wordt er (door wie en wanneer) naar buiten gecommuniceerd?
? Wat gebeurt er met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden (en eventueel in de regio)?
? Hoe verhouden zich de rollen van de burgemeester en het OM?

Beslissen in onzekerheid is de kern van crisisbeheersing. Immers, als je alles weet, is er nauwelijks sprake meer van een crisis. Dat verklaart ook dat achteraf velen het wat overdreven vonden dat men tot deze maatregelen overging, maar achteraf is het altijd zo veel makkelijker te adviseren hoe te beslissen!

Mede naar aanleiding van deze casus is in de bestaande Burgemeestersgame (waarin dilemma?s centraal staan) dit voorbeeld opgenomen. Bij een actieve presentatie van deze nieuwe game (Arnhem, 16 april 2014: Digitale verstoring openbare orde) gaf maar een enkeling (van de tientallen aanwezigen) aan dat zij zouden adviseren scholen te sluiten.

Bgame

Analyse

Wie besliste en wanneer?

De directeuren van Leidse middelbare scholen lieten zich die zondagavond door de driehoek de situatie uitleggen. Sommigen zagen sluiting als de enige optie; anderen twijfelden eerst wat. Toch besloten de directeuren die avond eensgezind op basis van de beschikbare informatie dat het beter was hun scholen maandag te sluiten. Terwijl bij velen het beeld leek te bestaan dat de burgemeester ? gezien zijn optreden in de media ? of de driehoek deze beslissing nam, was het feitelijk anders. Ongetwijfeld speelde de driehoek een cruciale rol, maar de formele beslissing lag bij de scholen zelf. Uiteraard lag een gemeenschappelijk?doel ? de veiligheid op de scholen ? achter deze eensgezindheid.

De vraag wie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen (de gemeente of de schooldirecteuren) is relevant. Wij zien in dergelijke situaties nogal eens dat de gemeente c.q. burgemeester een beslissing neemt, in plaats van de meest betrokken partij. Zo gelastte in 2012 de gemeente Veere vanwege de weersverwachtingen het evenement Concert at Sea af, terwijl de organisatie dat eigenlijk zelf had moeten doen. Boeiend zou het natuurlijk zijn geworden als in dit geval de schooldirecteuren een andere afweging zouden hebben gemaakt. Tegelijkertijd is dat niet zo waarschijnlijk als het OM en het gemeentebestuur?eensgezind zijn.

In het volgende ?jaarboek mini-crises? zal dan ook zeker de casus Pinkpop (2014) worden opgenomen. Hier werd ondanks ?alarmweercode rood? het festival niet afgelast en werden de aanwezigen niet ge?vacueerd. Een nadere analyse is hier op zijn plaats.

Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen de driehoek en de schooldirecteuren als goed is ervaren:

?Er was een duidelijk gemeenschappelijk doel: de veiligheid van scholieren, docenten en overig personeel op de scholen. Het besluitvormingsproces rondom de sluiting van de scholen en de informatievoorziening is als zeer open en transparant ervaren. Hierdoor konden de schooldirecteuren een afgewogen besluit nemen en was er vertrouwen in de genomen maatregelen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 4).

Welke scholen?

leiden scholen

Op grond van de dreigingsanalyse beperkte de driehoek de dreiging tot het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Er werd gesproken over my Dutch teacher wat men vertaalde als mijn leraar Nederlands. Andere scholen ?bleven zo buiten schot?. Die zondagavond kregen de ouders van leerlingen een boodschap: ?wegens omstandigheden zijn morgen alle scholen van Voortgezet Onderwijs en MBO in Leiden gesloten?. Gelet op het dreigement was dit op zich logisch. De dreiging leek eerder gericht op deze scholen dan op bijvoorbeeld een basisschool. Maar of bijvoorbeeld ook het Luzac niet tot de bedreigde scholen?kon behoren, was veel minder zeker. Aanvankelijk was op basis van de dreigingsanalyse een uitzondering gemaakt voor het voortgezet speciaal onderwijs.

?Het besluit van de driehoek om, op basis van de dreigingsinschatting, de focus te leggen op het nemen van maatregelen bij de scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in Leiden had als gevolg dat er geen maatregelen zijn genomen, er geen handelingsperspectief is gegeven en ook niet direct gecommuniceerd is naar andere scholen in Leiden en buurgemeenten? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6).

Welke boodschap en welk medium? Het formuleren van een boodschap naar de buitenwacht levert in gevallen als deze misschien nog wel het lastigste dilemma op. Daarbij gaat het vooral om de mate van transparantie. Uit rampsociologisch onderzoek weten wij dat een goede waarschuwingsboodschap dient te bestaan uit een tweetal aspecten. Ten eerste geeft het aan wat het probleem of het risico is en ten tweede welk handelingsperspectief daarbij wordt aanbevolen of verwacht (Quarantelli & Taylor, 1977). Mensen zullen vaak iets vooral doen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen. In deze casus was aanvankelijk niet al te grote openheid betracht (zie onder: verhouding OM en burgemeester). ?Wegens omstandigheden? ? de opening van de boodschap van scholen aan hun leerlingen ? is natuurlijk geen formulering die tot grote helderheid bij de ontvangers zal leiden. Een andere school gaf de boodschap: ?Maandag 22 april zijn alle VO-scholen gesloten, dus ook onze school! Er zijn geen lessen. Berichten volgen via de site.? Zie bijgaand persbericht.

Persbericht Alle Leidse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen dicht door dreiging De politie heeft zondag 21 april 2013 een melding gekregen over een mogelijke schoolshooting op zeer korte termijn in Leiden. Er is door een nog onbekende persoon een bericht op een internetsite geplaatst. De gemeente, politie en openbaar ministerie nemen de zaak zeer serieus. Er is besloten om alle scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen gesloten te houden. De politie heeft nog niet kunnen achterhalen wie achter het bericht zit. Ook is nog onbekend om welke school en/of locatie het zou kunnen gaan. Gezien de ernst van de dreiging is besloten om geen enkel risico te nemen en blijven alle voortgezet onderwijs en middelbare beroepsonderwijs maandag 22 april dicht. Daartoe is door de scholen in nauw overleg met de burgemeester, de officier van justitie en de leiding van de politie besloten. Maandag 22 april 2013 zullen alle betrokkenen weer bijeenkomen om de situatie nader te beoordelen. De politie zet haar onderzoek onverminderd voort. Leerlingen en hun ouders zijn voor zover mogelijk vanavond reeds ge?nformeerd en zullen via de eigen informatiekanalen op de hoogte worden gehouden. Mensen die over of naar aanleiding van dit bericht informatie hebben voor de politie kunnen bellen met 0900-8844.

Feit is dat de boodschap van de middelbare scholen aan hun leerlingen goed overkwam, ondanks dat de boodschap pas ?s avonds laat werd verspreid. De volgende dag was er nauwelijks een middelbare scholier die naar school ging. Dit toont eens te meer dat traditionele communicatiemodellen (met een zender, een boodschap, een ontvanger en een medium) achterhaald zijn. In dit geval kwamen er al snel verschillende boodschappen en nog veel meer zenders. Ontvangers kregen daardoor waarschijnlijk de boodschap zelden eenmalig, maar (per telefoon en/ of per mail) van onder andere hun school, ouders, medeleerlingen en via de massamedia. De sociale media maken ontvangers vaak tot zenders en vice versa. Er is ook niet meer sprake van ??n medium (een traditionele ?radioboodschap?), maar van verschillende media die naar elkaar verwijzen en elkaar versterken. Een krachtig element in de communicatie naar buiten was dat burgemeester Lenferink het besluit van de schooldirecteuren direct typeerde als een duivels dilemma. Natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten een enorme impact op de Leidse samenleving (maar ook daarbuiten) en kon het goed zijn dat de bedreiger niet de daad bij het woord zou voegen. En natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten het risico in zich dat het ?copycat?-gedrag opriep. Toch woog het alles bij elkaar genomen en met de (beperkte) informatie die voorhanden was niet op tegen de mogelijkheid dat de dreiging wel realistisch was en dat men achteraf had moeten constateren dat men het wel had geweten, maar te weinig had gedaan het te voorkomen. Eigenlijk begreep eenieder dat ? onder deze omstandigheden ? dit het dilemma was en had men ook begrip voor de maatregelen die werden getroffen. Achteraf constateerde de driehoek dat het gemeentelijke proces communicatie te laat (maandagochtend) werd opgeschaald. Dit was mede het gevolg van het feit dat de SGBO-structuur leidend bleef en er geen GRIP-structuur werd gehanteerd. ?Geconcludeerd moet worden dat als gevolg van de impliciete keuze om deze crisis af te handelen binnen de driehoek en de SGBO er niet voldoende aandacht is geweest voor de opschaling c.q. organisatie van de ondersteuning vanuit de gemeentelijke crisisorganisatie. (?) Hierdoor was er intern onduidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en vooral over de verslaglegging (die niet in de driehoek heeft plaatsgevonden). (?) Aanbevolen wordt om ook voor?de crisisbeheersingsstructuur van een driehoek/SGBO een concrete uitwerking te maken binnen het regionaal crisisplan, zodat er meer duidelijkheid bestaat over de gemeentelijke processen en taken, over deze vorm van opschaling in het kader van de crisisbeheersing, naast de bestaande multidisciplinaire GRIP-opschaling? (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). Deze constatering is opvallend, omdat de commissie die het onderzoek naar Haren verrichtte, vrijwel het tegenovergestelde beweerde. Bij Haren?was juist de GRIP-structuur een belemmering; hier was de afwezigheid van een goede koppeling met de crisisbeheersingsstructuur een belemmering. De basisscholen? Een thema dat logisch volgt uit het voorgaande is de vraag hoe met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden moest worden omgegaan. Ouders met bijvoorbeeld kinderen op zowel een middelbare school als een basisschool vroegen zich vanzelfsprekend af: waarom kan mijn ene kind niet naar de middelbare maar mijn andere wel naar de naastgelegen basisschool? Als er dan (volgens het uitgebrachte persbericht) een gefrustreerde schutter is en stel dat die een lege middelbare school aantreft, gaat die dan niet naar de nabij gelegen basisschool? Kunnen de agenten niet juist beter bij die basisscholen?gaan staan? Nadat het persbericht was uitgebracht, vroegen vele ouders zich dergelijke zaken af. Die maandag is een fors deel van de basisschoolleerlingen dan ook niet op school geweest. Hun ouders en ook anderen hadden natuurlijk gelijk dat ook zij ?het zekere voor het onzekere? namen. De casus doet wat dat betreft denken aan de ontdekking van radioactieve straling na Tsjernobyl. Minister Winsemius kondigde een spinazieverbod af. Dat mocht voorlopig niet gegeten worden, maar sla, komkommer en tomaatjes die ernaast stonden, waren geen probleem. De achterliggende gedachte was dat spinazie ? door al die kleine blaadjes ? relatief veel meer radioactieve stof zou opvangen dan een krop sla of tomaten. Alleen wisten en begrepen velen dat niet. Zo was het ook met de basisscholen. Zolang mensen niet wisten dat de schutter het gemunt had op een leraar Nederlands, was de boodschap over wel het ??n maar niet het ander vaag. Er is uiteindelijk niet voldoende rekening gehouden, zo concludeerde ook de driehoek, met de gevoelens van onveiligheid op andere scholen in Leiden. Hen is geen duidelijk handelingsperspectief geboden. ?Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een dreigingsinschatting en de besluitvorming hierover ook de impact op andere onderdelen van de samenleving op te nemen (bron- versus effectgebied) en op basis hiervan handelingsperspectieven aan te reiken, zodat, indien nodig en/of wenselijk, eigen maatregelen kunnen worden genomen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6). Verhouding OM en burgemeester Een klassiek dilemma ? dat ook in deze casus zichtbaar was ? was de mate van transparantie en openheid. Enerzijds was er het brede belang dat de bevolking zo snel en goed mogelijk ge?nformeerd zou worden (?het dempen van sociale onrust?); anderzijds was er een opsporingsen strafrechtelijk belang. Het gaat bij dit dilemma over bevoegdheden, afwegingen, de mate van transparantie en openheid. Deze thema?s komen veelal samen in de vraag: wie communiceert wat en wanneer naar buiten? Omdat de dreiging niet gericht was tegen een concrete school of specifieke docent, was de reactie op de dreiging formeel de verantwoordelijkheid van de burgemeester (openbare orde) en niet van de officier van justitie. Volgens het stelsel ?Bewaken en beveiligen? is immers de burgemeester verantwoordelijk voor zover het de handhaving van de openbare orde betreft; de (hoofd)officier van justitie wanneer het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is ook doorgetrokken in de lijn van de communicatie en woordvoering. Het blijft natuurlijk in dergelijke gevallen lastig om de rollen van bestuur en OM te scheiden. Openbare orde- en de strafrechtelijke handhavingstaken liggen dicht bij elkaar.?Voor een uitvoerig expos? over dit thema zie Van Duin et al., 2012, p. 126-130 De dreiging?was bijvoorbeeld in dit geval dan wel gericht op een docent Nederlands, maar in die school bevinden zich veel meer leerlingen en personeelsleden die direct of indirect ook gevaar kunnen lopen. Wanneer beide aspecten zo verweven zijn, is de lokale driehoek dan ook de plaats waar beide belangen bij elkaar komen en gewogen dienen te worden. De bestuurlijke lijn is in dergelijke gevallen vaak meer gericht op openheid, terwijl de justiti?le lijn zich vooral richt op opsporing, het niet delen van daderinformatie en dus geslotenheid. Een klassiek dilemma. De burgemeester van Leiden voerde de regie over de woordvoering. Hierbij werd in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen woordvoering over openbare orde (verantwoordelijkheid burgemeester) en opsporing (verantwoordelijkheid OM). Dat leidde in het begin tot ??n gevoeligheid. Daarover uit de Volkskrant: ?De gouden tip die naar hem [de verdachte, red.] leidde is waarschijnlijk te danken aan ?een kleine verspreking van mij op maandagavond?, zegt burgemeester Henri Lenferink. ?Ik maakte bekend dat het bericht uit Costa Rica kwam en had dat in het belang van het onderzoek misschien stil moeten houden. Maar het heeft een heleboel tips opgeleverd, waarvan er eentje de gouden was.?? Overigens was de informatie dat het bericht uit Costa Rica kwam op zondagavond al bekend. Tot de laatste persconferentie pakte de afspraak zoveel mogelijk openheid en transparantie te betrachten, goed uit. Bij de laatste persconferentie (woensdag 24 april) ontstond een discussie waarin het belang van het opsporingsonderzoek (OM) en het belang van het beteugelen van sociale onrust (burgemeester) niet met elkaar te verenigen leek. Tijdens deze persconferentie voerde de officier van justitie uitgebreid het woord over opsporingsgerelateerde zaken. ?In de voorbereidingen op deze persconferentie ? waar gezegd zou worden dat de verdachte bekend was, in Costa Rica verbleef en alle maatregelen opgeheven konden worden ? is discussie ontstaan over de inhoud van de persconferentie? (Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Ondanks het feit dat de burgemeester met de hoofdofficier van justitie had afgestemd welke informatie (vrijwel alles met uitzondering van de naam van de verdachte) naar buiten zou worden gebracht, gebeurde dat aanvankelijk tijdens de betreffende persconferentie niet. Uiteindelijk is tijdens de persconferentie ? na een moeilijke start ? alsnog de tot dan toe gehanteerde strategie van maximale transparantie en openheid doorgevoerd (zie Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Deze persconferentie verdiende, mede door dit geharrewar, zeker geen schoonheidsprijs. Het maakte wederom duidelijk dat de spanning tussen het strafrechtelijk belang en het dempen van de sociale onrust een lastig dilemma betreft dat zich de komende jaren zeker in nieuwe, grotere of kleinere, clashes tussen burgemeesters en het OM zal uiten.

Afronding

De politie heeft in totaal 443 mandagen in het onderzoek gestopt; 25 instanties om advies heeft gevraagd; op maandag en dinsdag zeven schoollocaties bewaakt en zowel rechercheurs als een arrestatieteam paraat gehad. Daarbij viel ook op dat in de SGBO geen liaison van het OM aanwezig was, waardoor er onduidelijkheid was over de verhouding tussen de SGBO en het onderzoeksteam onder leiding van de officier van justitie. Hierdoor raakte het OM pas op de hoogte van de casus toen de driehoek werd geactiveerd (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). De interne evaluatie van de politie-eenheid Den Haag leverde dan ook?de nodige lessen op (over dubbelrollen; betrokkenheid van de korpsleiding; een effectiever gebruik van de SGBO e.a., bron:?Politie-eenheid Den Haag, 2013). Vanzelfsprekend hebben ook gemeente, OM, scholen en andere instanties veel tijd aan het dreigbericht besteed.

Hoewel er jaarlijks vele duizenden bedreigingen via internet worden geuit, werd deze dreiging om verschillende redenen (site, specificiteit) aanvankelijk door deskundigen serieus genomen. Op grond daarvan moesten de autoriteiten wel handelen. Dat leidde tot het duivelse dilemma, dat mede door de betrachte transparantie door betrokkenen overwegend goed werd opgevat. Dat aanvankelijk bij de communicatie onvoldoende duidelijk was waarom andere Leidse scholen wel open konden blijven, kan ? gezien de snelheid waarmee de beslissing diende te worden genomen ? als een begrijpelijke schoonheidsfout worden beschouwd.

Frappant is dat een mededeling laat op zondagavond de volgende dag bij alle betrokkenen bekend was. Dat betekent dat het dikwijls gehoorde argument om burgers niet te informeren, omdat er maar geringe (handelings)tijd is (en er dus alleen maar paniek zou uitbreken), echt naar het land der fabelen kan worden verwezen.

Bekijk eventueel nog het?verslag van het liveblog van de NOS?over deze casus.?Er?is al eens eerder een dreigement geplaatst voor een schietpartij op een Nederlandse school.?In maart 2009 dreigde een 18-jarige jongen uit Rijsbergen op die site met een schietpartij op een school in Breda. Na verhoor bekende de jongen. Hij zei dat het een grap was.

Laboratorium voor Sociale Machines

MIT-Lab-Social-01

Twitter heeft onlangs?aan?MIT’s Media Lab?een bedrag van $10 miljoen dollar beloofd om de komende vijf jaar alle openbare tweets die ooit geproduceerd zijn te gaan analyseren. Allemaal voor een?goed doel: de wetenschap. En uiteindelijk toegepast in de praktijk natuurlijk, want voor veel doeleinden?zal meer kennis over het ‘Social Media DNA’ tot nieuwe doorbraken kunnen leiden. Het nieuwe?MIT project heet ‘Laboratory for Social Machines‘ (LSM) en zal diverse communicatiepatronen op social media bestuderen en Big Data Analytics voor diverse doeleinden gaan inzetten.

De onderzoekers willen voor?de gegevens diverse data visualisatie tools ontwikkelen en deze ook via apps ontsluiten voor het publiek, zodat iedereen diverse patronen inzichtelijk krijgt en ermee kan gaan?spelen. Een?van de belangrijkste onderzoeksvragen?van het project is om te kijken naar de krachten op sociale media die zorgen voor ‘negatieve energie’, ten opzichte van de ‘positieve energie’ op Twitter. Interessant als het gaat om diverse conficten en incidenten uit de wereld die we ook op dit blog hebben beschreven, maar ook om te kijken naar vroegsignalering van risico’s of hoe de teneur van communiceren ineens kan omslaan en?be?nvloed wordt.

Dit is niet de eerste keer dat Twitter heeft de inhoud van haar gebruikers aan onderzoekers aangeboden. In februari lanceerde Twitter het?Data Grants-program, waarin wetenschappers ook al gratis toegang kregen tot de data van Twitter. Wereldwijd zijn slechts zes onderzoeksinstellingen geselecteerd die aan de slag gaan met deze data, die alle tweets omvatten die ooit zijn verstuurd.?Bij TNO heeft Tijs van den Broek?zo’n plan ingediend en gegund gekregen. Twitter kreeg 1300 voorstellen binnen uit 60 landen. De gehonoreerde voorstellen zijn, naast dat van Twente, afkomstig van onderzoeksinstellingen in de Verenigde Staten, Groot-Brittanni?, Japan en Australi?.?Tijs?promoveert momenteel aan?de Universiteit Twente en werd een van de gelukkigen om?aan de slag met zijn onderzoek naar voorlichtingscampagnes over kanker.?Denk hierbij aan de baarmoederhalscampagne, maar ook vergelijking met de ALS #IceBucketChallenge, #Movember waarbij mannen hun snor lieten staan, maar ook de recente #FeelingNuts campagne mbt?teeltbalkanker. Tijs zegt erover: “Twitter wordt vaak ingezet bij campagnes over vroegtijdige opsporing van kanker. Wat zijn de factoren die de verspreiding versnellen? Wat is het effect? Blijven mensen na afloop van een campagne erover praten?”

Onlangs was Tijs nog bij SocialMediaWeek om erover te praten.

Wil je meer weten over dit soort campagnes falen of succes hebben, kijk dan nog eens terug naar de negatieve teneur rondom de baarmoederhalscampagne die in april 2009 startte. Onderstaande documentaire gaat in op de twijfel die jonge meiden hadden bij de inentingen en de invloed die social media toen had (uit 2011).

En over waar RIVM naartoe moest: “RIVM 2.0”

Al langere tijd bedachten veel onderzoekers hun eigen methodes om tweets op te graven, zoals het volgen van aardbevingen te volgen of om erachter te komen welke?restaurants je beter kunt mijden omdat mensen er ziek worden. En als het niet wist, Twitter?verkoopt publieke tweets al een tijdje aan adverteerders en marketeers. Het verschil deze keer is dat Twitter?ook nog eens miljoenen investeert, iets waar MIT’s Media Lab uiteraard blij mee is en een mooie aanvulling is op hun operationele budget van 45 miljoen.

Bronnen: Engadget, MIT, Twitter,

 

Van Sociale Media naar Sociale Politie?

dame edna

Facebook biedt excuses aan

Enkele weken geleden verplichtte Facebook de dragqueens?om hun echte naam te gebruiken zoals deze in het paspoort staat.Bij weigering zouden de profielen geblokkeerd? worden. Facebook?staat artiestennamen wel toe bij pagina?s, maar niet bij individuele profielen.

Een aantal travestieten ontving daarna van Facebook de melding dat hun account was geblokkeerd wegens het gebruik van een valse naam. Dat gaf aanleiding tot een fikse rel.?Een aantal travestieten uit San Francisco dreigden het sociale netwerk te boycotten. Voor veel travestieten is hun artiestennaam een belangrijk deel van hun identiteit, betogen zij. Bovendien heeft het een beschermende functie, bijvoorbeeld tegen stalkers. Het pas opgestarte sociale netwerk Ello (‘Je bent geen product’) profiteerde daar de jongste dagen van door zich in de kijker te werken als de plek waar transgenders w?l zichzelf (of iemand anders) mogen zijn. Heel wat transgenders maakten de jongste dagen de overstap naar Ello.

Volgens Facebook vermijdt het beleid?om echte namen te eisen?heel wat misbruiken zoals fraude en oproepen tot haat. Het is echter ook een sterk commercieel argument: bij Facebook weten adverteerders precies wie hun reclame te zien krijgt. Want aan een alias kun je moeilijker geld verdienen.

Facebook heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan travestieten en transseksuelen na verwijdering van profielen met een pseudoniem. Het sociale medium heeft beloofd het systeem zodanig aan te passen dat het gebruik van een alternatieve naam voortaan is toegestaan.

drag-queens-vs-facebook

Aanvankelijk liet Facebook weten dat er ‘andere manieren’ zijn voor travestieten en transgenders om zich op Facebook te profileren. Ze zouden een aparte facebookpagina kunnen aanmaken die is bedoeld voor bedrijven en publieke figuren. Maar volgens de travestieten zijn die pagina’s te verschillend van gewone profielpagina’s.

Producttopman Chris Cox?heeft nu namens Facebook zijn verontschuldigingen aangeboden. Volgens hem had een specifieke gebruiker de desbetreffende accounts gerapporteerd. Die kwamen tussen alle andere meldingen terecht. Daarvan is 99 procent terecht, aldus Cox. ‘Dat zijn slechte gebruikers die anderen pesten, trollen of bedreigen. We zagen daardoor het patroon niet.’
In een?publieke excuusbrief?richt Facebook zich met name tot de getroffen?LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender) groep?en belooft het sociale netwerk op termijn met een nieuw authenticatiebeleid te komen.

“We hebben begrepen hoe pijnlijk dit moet zijn geweest. Wij zijn jullie een betere service verschuldigd en zullen het beleid aanpassen zodat iedereen Facebook weer kan gebruiken zoals voorheen”, aldus Cox, die uitlegt dat de authenticatie bij Facebook al tien jaar zo werkt dat als een account als nep wordt aangegeven de gebruiker om?een vorm van identificatie?wordt gevraagd.

De real name policy is aangepast: je hoeft niet nu niet meer per se je echte naam te gebruiken, maar dient wel je ‘authentieke’ naam te gebruiken.?Daarmee bedoelt Facebook dat?mensen hun naam gebruiken zoals ze dat in het dagelijks leven doen. Voor Sister Roma is dat Sister Roma. Voor Lil Miss Hot Mess is dat Lil Miss Hot Mess.?Ook werkt Facebook aan betere functies?om dragqueens te identificeren.

Facebook wil dat gebruikers op het sociale netwerk hun eigen naam gebruiken omdat dat de persoonlijke communicatie bevordert, maar ook om misbruik tegen te gaan. Google’s sociale netwerk Google+ liet onlangs de eis om echte namen te gebruiken vallen. Volgens Google werden door die eis ten onrechte mensen buitengesloten.

Grotere gevolgen

Ruben Ramirez interviewde juridisch analisten, Vanessa Soman en Harmonica Sunbeam, een drag performer, op TheStreet om de implicaties van recente verbod Facebook te bespreken.?De beperking die door ’s werelds grootste social media website heeft gevolgen voor het nieuwe talent in de showbizz-industrie. Anders zouden?zij geen fanbase op kunnen bouwen zonder hun ware identiteit prijs te geven. Sommige fans zijn echte ‘die hards’ en zullen je gegevens makkelijk kunnen achterhalen als je je echte naam gebruikt.

Toch is privacy in de VS niet zoals in Europa onderdeel van de grondwettelijke bescherming waar burgers zich op kunnen beroepen.?Gelukkig voor deze en andere groepen die graag onder een alias actief zijn, was wat stampij in de media voldoende om Facebook te laten zwichten.

Bronnen: InsiderMonkey,?NPR, TechCrunch,?BBC, Volkskrant, Standaard

 

De moderne Sherlock app: innovatieve ondernemingen gezocht!

Het bruist overal van de?idee?n. En zeker als het gaat om veiligheid, zo blijkt wel uit de vele initiatieven en innovaties?die in de afgelopen tijd op dit blog verzameld zijn. Jaarlijks biedt TNO ook een aantal van haar productidee?n aan in het TNO programma ‘Technologie zoekt Ondernemer’. Hiervoor zoekt TNO?innovatieve ondernemers in het MKB, die perspectiefvolle productidee?n verder willen ontwikkelen en commercialiseren. Deze idee?n zijn gebaseerd op onderzoeksresultaten van TNO en sluiten aan bij een maatschappelijk thema of een economische behoefte.

Op 30 september 2014 heeft?Arnout de Vries het idee voor het Moderne Sherlock Holmes platform gepresenteerd. Het idee is simpel en in lijn met wat in het boek Social Media: het nieuwe DNA is beschreven: betere ondersteuning voor burgers die getuige of slachtoffer geweest zijn van een misdrijf in de vorm van een app en web platform. Er zijn al apps die in de buurt komen waarover we eerder blogden, zoals Self Evident, PhotoFit Me. Maar een complete aanpak waarin de burger meer empowered wordt en goed samenwerkt met de politie middels goede ondersteuning in het opsporingsproces is er nog niet. De app is bedoeld voor diverse delictsoorten en ondersteuning in het gehele proces van Plaats Delict?tot rechtsgang

Een voorproefje in de richting van dit idee gaf hij al tijdens de presentatie bij VINT waarvan hieronder de slides en video ook zijn opgenomen:

Arnout de Vries?from?VINTlabs ? The Sogeti Trendlab?on?Vimeo.

Bekijk onderstaande presentatie bij het kijken van bovenstaand filmpje om de slides te volgen:

De moderne Sherlock Holmes?from?socialmediadna

Het SBIR proces voor ondernemers bestaat uit twee fasen:

1. Een haalbaarheidsstudie rond een productidee: maximale bijdrage van TNO is ? 32.500. Hiervan is ? 7.500 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 4 maanden;
2. De verdere uitontwikkeling van het productidee tot product: maximale bijdrage van TNO is ? 250.000. Hiervan is ? 75.000 renteloos krediet en ? 50.000 ondersteuning door TNO, doorlooptijd 1,5 jaar.

In de verschillende fasen van dit programma werkt TNO samen met een externe beoordelingscommissie van de Technologiestichting STW. De TNO Raad van Bestuur beslist op basis van het advies van de commissie welke ondernemers (of groepen ondernemers) een opdracht krijgen voor de verdere ontwikkeling. Bij het toekennen van de ondersteuning richten wij ons met name op bedrijven die het product zelf kunnen produceren.

Bronnen: SBIR TNO,?VINT blog,?VINTsymposium2014