Categoriearchief: Uncategorized

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Online Predator Investigation Team

vigilantes

Stinson the Pedohunter of Letzo Hunting kenden wel uit Engeland al. Stinson kreeg onlangs online veel steun doordat bijna 2000 mensen hem gezamenlijk 30.00 pond schonken via het het crowdfunding platform kickstarter om zijn werk te doen. Hij claimt dat zijn werk tot nu toe al 15 veroordelingen heeft opgeleverd.

Ook het Online Predator Investigation Team (OPIT) is al enige tijd online actief op zoek naar pedofielen. Dit familie initiatief is opgericht door Brendan Collis?uit Derby die gezamenlijk online op zoek gaan naar pedofielen die zich schuldig maken aan grooming en andere zedendelicten. Ze maken profielen aan van kinderen om in gesprek te komen met deze mensen.

De slachtoffertjes Laura en Roxy van 14 in de zaak van Peter Mitchell konden daarom ook niet als getuige aanwezig zijn bij de rechtszitting afgelopen week. Ze bestonden namelijk niet. In plaats daarvan was het een getrouwd stel dat zich meldde. Zij hadden profielen aangemaakt op Facebook van deze fictieve meisjes.

Mitchell werkte als tuinier op diverse scholen en werd betrapt op bezit van belastend fotomateriaal. Ook stuurde hij de meisjes foto’s van zijn eigen geslachtsdeel terwijl hij op zijn?grasmaaier zat. Hij vroeg de meisjes of hij met ze kon afspreken en gaf aan dat hij ze dronken wilde voeren.

Deze online burgerinitiatieven geven aan dat ze een belangrijk gat invullen dat de politie onvoldoende oppakt. Er zijn al vele succesvolle veroordelingen geweest door deze initiatieven. Het?motief van OPIT is vergelijkbaar met de?vele andere burgeropsporingsintiatieven die te maken hebben met online kindermisbruik. Ze zijn gefrustreerd dat de politie te weinig doet en nemen zelf politietaken op zich?om daders te vinden en te ontmaskeren.?Collis zegt dat hij dit werk is gaan doen omdat hij zelf ook ervaringen heeft met pedofielen, ook in zijn eigen familie leidde dergelijk misbruik tot een zelfmoord. ?”Dit gebeurt niet alleen in Facebook en chatrooms; het gebeurt overal op het internet”.

Maar kritiek is er ook: ze zouden bewijs onbruikbaar maken en het leven van deze verdachten in gevaar brengen. De politie worstelt enorm met deze initiatieven, terwijl experts aangeven dat het fenomeen niet zal verdwijnen. Je kunt het beter in goede banen leiden en daar waar mogelijk samenwerken. Jim Gamble, voormalig directeur van het Britse?Child Exploitation and Online Protection agentschap riep juist op tot meer online burgerwachten en wil ze ondersteunen en tot een online leger vormen van vrijwilligers met 1000 digitale rechercheurs onder leiding van de politie. Hij hekelde de houding en kennis van de overheid en zou het liefst zien dat elk korps 20 vrijwilligers zou trainen en op politiecomputers zou kunnen laten werken om bewijs te verzamelen. Een dergelijke regeling zou landelijk voor 1.5 miljoen pond te doen zijn, gaf hij aan. “De burgerinitiatieven laten zien dat je geen politieagent nodig hebt om de daders te pakken”.

Toby Fawcett-Greaves van de Derby politie zegt erover: “Wij zullen burgers altijd stimuleren om met informatie te komen dat de veiligheid van kinderen ten goede komt. En er bestaat altijd het risico dat het in de rechtzaal niet geaccepteerd wordt. Maar alle informatie?zal eerlijk, onpartijdig en volgens de wet worden behandeld.”

The Guardian kreeg van Collis inzage in honderden berichten die Mitchell verstuurde aan de twee virtuele tienermeisjes. Ze konden uiteindelijk video-opnames maken van Mitchel en met 3500 berichten onder de arm leverden ze het materiaal in bij de politie. Die reageerde met gemengde gevoelens: “Wij adviseren elke vorm van opsporing door de politie te laten uitvoeren. Elke informatie wordt in dank ontvangen, maar hierna gaat de politie het onderzoek verder afhandelen.” Het hof kwam erachter dat Mitchell zijn baantjes zorgvuldig uitkoos om verdenkingen van contact met kinderen te mijden.

Brendan Collis legt uit hoe hij met zijn familie te werk gaat

Bronnen:?BBC, The Guardian, RT

Honderden criminele marktplaatsen offline

 

silk-road-two-shut-down-mike-power-203-body-image-1415379630
Politie en justitie uit meerdere landen zijn?precies een week geleden gestart met het offline halen van?honderden criminele marktplaatsen. In de VS, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn zeventien mensen opgepakt. Er zijn daarnaast nog eens dertien arrestatiebevelen uitgevaardigd.?Nieuw is deze online handel echter niet, sterker nog: de allereerste e-commerce transactie ter wereld was een drugsdeal?op het ARPANET tussen twee studenten van MIT en Stanford in de jaren 70. Toch wordt het steeds omvangrijker en de social media onderwereld, het dark web, speelt hierin een belangrijke rol.

Het wereldwijde onderzoek waarin FBI en Europol en de lidstaten goed samenwerkte richtte zich op verborgen illegale websites. Het Openbaar Ministerie in Nederland nam op verzoek van de VS de co?rdinatie in Europa op zich. Ook het?Team High Tech Crime (THTC) van de Landelijke Politie heeft een belangrijke rol gespeeld in het oprollen van de zwarte marktplaats Silk Road 2.0. Het zgn. Dark Web. Deze sites zijn alleen te bezoeken via het TOR-netwerk met bijvoorbeeld een TOR browser, waarmee anoniem op internet kan worden gesurft. Ook Facebook heeft onlangs besloten?een dergelijke site aan te bieden, want mensen die hun identiteit prijsgeven kunnen ook met goede bedoelingen gevaar lopen.

Op de marktplaatsen?die uit de lucht gehaald werden, worden echter onder meer (hard)drugs, gegevens van gestolen creditcards, gereedschap om computers te hacken, vals geld, valse identiteitsbewijzen, vuurwapens, explosieven en liquidaties op bestelling aangeboden. Jaarlijks worden hier voor vele miljoenen aan criminele waar omgezet. Woensdag 5 november werden de eerste sites offline gehaald, na de aanhouding in San Francisco van Blake Benthall, beter?bekend als Defcon. Hij wordt gezien als eigenaar van de illegale marktplaats Silk Road 2.0.?Silk Road 2.0 draait circa 8 miljoen dollar (6,4 miljoen euro) omzet per maand, schat justitie.

TOR

Volgens Cybercrime-officier van justitie Lodewijk van Zwieten houdt het niet op na dit onderzoek. ?Achter deze marktplaatsen zitten mensen die miljoenen euro?s verdienen. Zij zijn in een volgende fase aan de beurt.? Er is de afgelopen dagen al beslag gelegd op bitcoins met een waarde van ruim een miljoen dollar en 180.000 euro aan contant geld. ?Wij laten zien dat ook op het verborgen internet niemand onzichtbaar of onaantastbaar is?, aldus Van Zwieten. De websites, waar wordt gehandeld in drugs en wapens, werden deels in de lucht gehouden vanaf computers in Nederland maar hier is niemand gearresteerd. ‘Dat de server hier staat, betekent niet dat de beheerder van zo’n webwinkel hier ook woont‘, zegt Wim de Bruin, woordvoerder van het Landelijk Parket van het OM. Afgelopen zomer zijn Nederlandse opsporingsautoriteiten door de FBI getipt over het lopende onderzoek. Toen bleek dat de vermoedelijke illegale handel zich uitstrekt over heel Europa, is Europol ingeschakeld.

De FBI gebruikte een infiltrant om toegang te krijgen tot verborgen data, blijkt uit een Amerikaans processtuk dat is ingebracht tegen Blake B., de veronderstelde beheerder van Silkroad 2. Begin oktober veroordeelde de rechtbank in Utrecht vijf internetcriminelen tot celstraffen van een tot vijf jaar wegens illegale drugs- en wapenhandel op de online marktplaats ‘Black Market Reloaded’. Black Market Reloaded en een andere illegale webwinkel zijn daarbij door de recherche offline gehaald.

Hoewel justitie met de operatie van donderdag een morele overwinning boekt, is het de vraag of de internethandel in illegale waar zal lijden onder de invallen. Veel beruchte marktplaatsen, onder namen als Agora en Evolution, zijn gewoon nog online. En Silk Road 3.0 is ook al gelanceerd.

De online FBI infiltrant bij Silk Road 2.0

Defcon heeft een klein groepje van getrouwen: zogenaamde supporters. In het echt ontmoeten ze elkaar nooit, maar vanachter hun computer – elk met een valse naam en verstopt achter een TOR-browser – lossen ze alledaagse problemen op rondom de internetwinkel. Ze vormen als het ware de helpdesk van Silk Road.

Wat Defcon niet weet, is dat de politie meekijkt. Een van zijn trouwste assistenten in het supportteam is namelijk een undercoveragent. De infiltrant is er al bij vanaf begin oktober 2013, als bij de helpdesk plannen worden gesmeed om Silk Road uit de as te laten verrijzen. Al snel weet de infiltrant als werknemer op de loonlijst te komen: in totaal zal de agent tussen januari en oktober 2014 ruim 32 duizend dollar (bijna 25 duizend euro) ontvangen. Dat wordt hem overgemaakt in bitcoins, een internetbetaaleenheid die legaal is, maar waarbij de afzender veelal onzichtbaar blijft en die daarom geliefd is bij onlinedrugshandel. Aanvankelijk kan de agent slechts toekijken hoe onder zijn neus miljoenen aan drugsgeld worden verdiend. Defcon schrijft met zijn volgelingen over zijn grootste angst: dat justitie de servers vindt waarop zijn website draait. De beveiliging van de servers houdt hem erg bezig. ‘Dit neemt het meeste van mijn tijd in beslag.’

Het begin van het einde van Silk Road 2.0 begint op 6 april 2014. Op die dag logt Defcon met zijn eigen account in op de helpdeskpagina. De undercoveragent heeft inmiddels zoveel rechten dat hij dit kan zien. Voor het eerst ontdekt de infiltrant zo iets meer over Defcon: hij werkt vanaf een Apple-computer en gebruikt als browser een verouderde versie van Google Chrome.

De doorbraak komt een maand later. Het cybercrime squad van de FBI ontdekt de locatie van de servers van Silk Road, iets dat Defcon uit alle macht geheim probeert te houden. Ze blijken zich te bevinden in Nederland. ‘In mei nam de FBI contact met ons op’, zegt Wim de Bruin,?woordvoerder van het landelijk parket in Den Haag. ‘Daarna zijn servers in beslag genomen.’ Op 30 mei 2014 maakt de Nederlandse recherche een kopie van de servers en deelt die met de FBI. In deze gegevens ontdekken hun Amerikaanse collega’s een belangrijke aanwijzing: de registratie van de webwinkel is aangevraagd vanaf een e-mailadres dat lijkt te bestaat uit een voor- en achternaam: Blake Benthall.

De rechercheurs vragen gegevens van het e-mailadres op bij Google. Op het account is ingelogd door dezelfde computer als waarmee, blijkt uit de gegevens van de gekopieerde server, ook het beheer over Silk Road wordt gevoerd. In de mailbox staan kopie?n van berichten op het Silk Road-forum die slechts voor ingewijden zichtbaar zijn.

De politie achterhaalt dat Blake op 6 april 2014 zijn e-mail opende met een Apple-computer en vanuit een verouderde versie van Google Chrome. Precies zoals Defcon diezelfde dag deed toen hij inlogde op de helpdesk van Silk Road.

Blake, een rossige 26-jarige programmeur uit San Francisco, beschikt over bitcoins ter waarde van ruim 273 duizend dollar (219 duizend euro). Op zijn Twitteraccount, waar hij zichzelf ‘bitcoin-dromer’ noemt, ontdekken rechercheurs een verwijzing naar Silk Road.

BlakeBlake B

Blake, een natuurkundestudent, was ook gewoon actief op Facebook en Twitter en zong ook liedjes die hij online plaatste:

Op woensdag 10 september 2014 logeert B. bij familie in Houston, Texas. Verdekt opgestelde agenten houden bij wanneer de twintiger het pand verlaat. Tegelijkertijd is de recherche ook digitaal actief: de undercover agent houdt het Silk Road-forum in de gaten. Defcon blijkt slechts digitaal actief als B. thuis is en logt uit vlak voordat B. de deur verlaat. Voor de FBI is er geen twijfel: Defcon en Blake B. zijn ‘een en dezelfde persoon.’

Op 5 november wordt Blake in San Francisco gearresteerd. Als hij schuldig wordt bevonden, kan hij levenslang krijgen wegens drugshandel. Nu Silk Road 2.0 is geblokkeerd, staan andere criminele marktplaatsen klaar om de handel voort te zetten. Vrijdag al werd Silk Road 3.0 gelanceerd en als eerste op Reddit gedeeld.

Andere marktplaatsen

Speculaties over hoe de andere marktplaatsen zijn opgerold stapelen zich op. Sommigen zouden hun beveiliging niet op orde hebben, bugs in de TOR web applicatie, identificatie door Bitcoin ‘deanonimisering’ of zelfs DDoS aanvallen om de site uit de lucht te halen. Onderzoekers stelden enige tijd geleden al dat een aanvaller die een groot deel van het Tor-netwerk in handen heeft het verkeer kan analyseren, om zo vervolgens gebruikers te identificeren.

Troels Oerting van?Europol legt aan de BBC uit hoe de gezamenlijke politie operatie “Onymous” is gegaan, of bekijk onderstaande video van NewsyTech, waarin ook naar voren komt?dat niet iedereen voorstander is van de operatie. De Washington Post plaatste een artikel van Christopher Ingraham waarin hij juist duidelijk gemaakt werd dat online handel een stuk veiliger is dan op straat…

De reconstructie van Silk Road 2.0 van o.a. de Volkskrant is gebaseerd op de voorlopige dagvaarding van Blake in New York.

Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

WhatsApp groepen voor buurtpreventie: gemeente Eersel

whatsapp buurt

Door: Nicky Fischer-van de Vliert en Michiel Oldenhof

Een moderne en digitale vorm van buurtpreventie is WhatsApppreventie. Gebruikers kunnen met de mobiele telefoon via WhatsApp gratis met elkaar berichten uitwisselen en bestanden delen. Er zijn inmiddels steeds meer WhatsAppgroepen die op lokale schaal een buurt veiliger proberen te maken. Het grote voordeel van WhatsApp is dat je elkaar snel een berichtje kunt sturen en elkaar eventueel kunt waarschuwen. Een bijkomend voordeel is dat het tegelijkertijd leidt tot zeer intensieve sociale contacten. WhatsApp is een veel krachtiger middel dan ?de buurtpreventie oude stijl’, waarbij mensen op straat surveilleren. Iemand kan heel snel een heel grote groep mensen waarschuwen en eventueel ook foto’s meesturen.

Gemeente Eersel prikkelt, stimuleert en faciliteert
De gemeente Eersel stimuleert het gebruik van WhatsApp voor buurtpreventie. Michiel Oldenhof, veiligheidsco?rdinator gemeente Eersel: ?We merken dat buurtbewoners dit medium herkennen en priv? regelmatig gebruiken. Ze staan alleen nog niet massaal op als groepsbeheerder.?

Daarom heeft de gemeente onlangs alle secretarissen van de buurtverenigingen, dorpsraden en leefbaarheidsgroepen via e-mail benaderd om het item onder de aandacht te brengen. E?n buurtvereniging heeft vervolgens het initiatief genomen om politie en gemeente uit te nodigen voorlichting te geven over inbraakpreventie. Deze buurtvereniging gaat proberen draagvlak te krijgen voor een WhatsAppgroep. ?Dit is precies de route die we voorstaan. De overheid prikkelt, stimuleert en faciliteert waar mogelijk de initiatieven van de inwoners,? aldus Michiel Oldenhof.

Mensen vinden elkaar, werken samen en delen kennis en idee?n uit. Naast een initi?rende rol, wil de gemeente Eersel de groepsbeheerder per wijk op de website publiceren. Inwoners of ondernemers kunnen zo zien voor welke Whats-Appgroep zij zich willen aanmelden en bij wie. Het is aan groepsbeheerders zelf om op andere wijze kenbaarheid te geven aan hun WhatsAppgroep. Ze kunnen daarbij denken aan buurtverenigingen, leefbaarheidsgroepen of dorpsraden.

De gemeente denkt graag mee over het gebruik van de WhatsAppgroepen in de praktijk. Michiel Oldenhof: ?Mochten er een groter aantal WhatsAppgroepen ontstaan,?dan is het handig per groep ??n persoon (de groepsbeheerder) op te nemen in een aparte groep. In deze beheerdersgroep kunnen dan partners zoals de gemeente, jongerenwerker of andere groepsbeheerders berichten plaatsen die voor alle groepen interessant kunnen zijn?. De wijkagent neemt niet direct deel aan WhatsAppgroepen, maar kan de groepsbeheerders bijvoorbeeld via de telefoon, Twitter of met Burgernet informatie verstrekken die gedeeld kan worden.
Michiel geeft verder aan dat het duidelijk moet zijn dat de politie alleen in actie komt via een melding bij 112 of 0900-88444 (politie). Deelnemers aan een groep moeten zich bewust zijn van het doel en de spelregels die voor een groep gelden. Geef bij de groepsomschrijving bijvoorbeeld aan wat men mag verwachten en ook waarvoor de groep niet bedoeld is (zoals contact/priv?berichten).

Voorbeelden waarbij WhatsAppgroepen ingezet kunnen worden
Drie voorbeelden waarvoor wij denken dat WhatsAppgroepen van meerwaarde kunnen zijn:

?Vorige week liet ik rond de lunch de hond uit en zag in de verte drie jongens door de heg uit een tuin komen. Dankzij mijn melding werden zij op afstand in de buurt in de gaten gehouden. Als zulke jongens ergens een hekel aan hebben, dan is dat het. Ook werd direct de politie gebeld.?

?Twee mannen kwamen in mijn winkel en ??n van hen maakte met mij een praatje over energiezuinigheid. De ander maakte met zijn tablet beelden van mijn hele winkel. Nadat hij zijn verkenningsrondje gemaakt had was het gesprek snel afgekapt. Ik had er geen goed gevoel bij en heb via de WhatsAppgroep van mijn collegawinkeliers gewaarschuwd.?

?Bij de supermarkt zag ik wat rare types bij de winkelwagentjes. Ze hadden een doos met boodschappen laten vallen, spraken me aan en vroegen mijn hulp bij het oprapen. Na het rapen van wat sinasappelen zag ik dat er ??n van de drie bij mijn karretje met daarin mijn handtas stond. Ik vertrouwde het eigenlijk niet en heb een Whats-Appberichtje gemaakt. E?n van de groepsappleden reageerde dat dit wel een melding voor de politie is. Dat hielp me over de drempel om de politie te bellen.?

Whats-app inzetten voor buurtpreventie Eersel

Vijf tips voor het inzetten van WhatsAppgroepen
Vanuit onze ervaringen, hebben we vijf tips opgesteld voor gemeenten die WhatsApp willen gaan inzetten:

1. Denk goed na over de beheerder van de groep
Als beleidsambtenaar of wijkagent kun je natuurlijk zelf een WhatsAppgroep starten. Jij bepaalt dan zelf wie deelnemen in het gesprek. Het voordeel is dat je misbruik van een WhatsAppgroep voor koetjes en kalfjes meteen kan tegengaan. Een nadeel is dat je via WhatsApp ook vragen binnen kunt krijgen die niet bijdragen aan het doel van de groep. Wat doe je als iemand een vraag stelt over openingstijden van het gemeentehuis in een groep die bedoeld is als buurtpreventie? De kans dat iemand een dergelijke vraag stelt aan een willekeurige wijkbewoner is kleiner.

2. Een WhatsAppgroep kan maximaal 50 deelnemers hebben
De meeste voorbeelden van WhatsAppgroepen zijn momenteel buren die gezamenlijk de buurt in de gaten houden. Zij delen informatie over verdachte personen snel?via de WhatsAppgroep. Tot vijftig personen ondersteunt WhatsApp dit uitstekend. Wil je echter een hele wijk bereiken, dan loop je aan tegen de beperking dat Whats-App maar 50 leden in een gesprek toestaat.

3. Ongeveer 75% van de Nederlanders heeft een smartphone
De opmars van de smartphone is heel snel gegaan, maar nog steeds niet iedereen heeft een smartphone. WhatsApp is een app die vrijwel elke bezitter op zijn?smartphone heeft. In februari nam Facebook WhatsApp over en leek het er even op dat veel mensen zouden stoppen met WhatsApp. Dat is echter niet gebeurd. Rond de overname meldden veel mensen zich aan bij bijvoorbeeld Telegram, een soortgelijke dienst als WhatsApp. Maar sociale netwerken zijn afhankelijk van de hoeveelheid gebruikers die ze hebben en omdat de meeste mensen WhatsApp ook bleven gebruiken is Telegram niet echt van de grond gekomen als vervanger van WhatsApp. Uiteindelijk bleek dat er alleen nog meer mensen gebruik zijn gaan maken van WhatsApp. Vooral mensen die voor de overname van Facebook nog niet bekend waren met WhatsApp.

4. WhatsApp is niet het einde van een ontwikkeling, kijk dus ook verder
In feite is WhatsApp een mobiele versie van het vroegere MSN en, nog oudere, ICQ. Het is te verwachten dat deze lijn doorzet. FireChat laat bijvoorbeeld zien dat een techniek als Open Garden – waarbij je contact maakt zonder een internetverbinding – weer hele nieuwe mogelijkheden gaat bieden. In hoeverre wil je daar nu al op inspelen?

5. Zorg ervoor dat niet alleen insiders weten van de WhatsAppgroep
De kracht van ieder netwerk is de flexibiliteit. Maak het bestaan van de groepsgesprekken kenbaar op andere kanalen, zoals Eersel doet via de wijkraden en haar?website. Zo krijgen ook relatieve buitenstaanders de kans om deel te nemen.

Spelregels WhatsAppgroepen
Naast deze tips, vinden wij het handig om van te voren een aantal spelregels af te
spreken over de buurt- en/of ondernermersgroep. Denk daarbij aan zaken als:

  • Deelnemers hebben minimaal de leeftijd van 18 jaar.
  • Deelnemers zijn woonachtig/gevestigd in de gemeente Eersel.
  • WhatsApp is een burgerinitiatief.
  • Laat door middel van een WhatsAppbericht aan elkaar weten of 112 al gebeld is!
  • Let op het taalgebruik. Niet vloeken, schelden, discrimineren en dergelijke.
  • Speel geen eigen rechter en overtreedt geen regels/wetten.
  • Het versturen van foto?s van een verdachte is alleen toegestaan voor het verstrekken?van een signalement, wanneer dit voor de melding noodzakelijk/van meerwaarde?is. Daderkenmerken zoals geslacht, huidskleur, lengte en gezicht kunnen?ook goed beschreven worden.
  • Denk bij voertuigen aan de kleur, het merk, het type en het kenteken.

Hoe werkt WhatsApp en het aanmaken van zo?n groep?
Wanneer je een groep maakt, word je de eigenaar van de groep en heb je het beheer
over wie lid kan worden van de groep. Je kunt een groep maken door:

  • Open WhatsApp en ga naar het scherm Chats.
  • Bovenaan het chats scherm, tik de [New Group] knop. Note: je moet een bestaande?chat hebben voordat je een nieuwe groepschat cre?ert.
  • Typ een onderwerp of titel voor de groepschat. Dit is de naam van de groep die?alle leden zien.
  • Voeg groepsleden toe door de [+] te selecteren, of door de naam van het contact?te typen.
  • Tik op de knop [Maak aan] om het aanmaken van de groep te be?indigen.

Bronnen: Eersel.nl, WhatsApp, Buurt WhatsApp, Emerce?en we plaatsten eerder al een artikel over het gebruik van whatsapp buurtgroepen om de veiligheid te verbeteren.

Dit artikel is eerder geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Computermodel voorspelt overlast in woonwijken – en wanneer die uitblijft

Computermodel_hoofdfoto

Misschien wel de beste oplossing tegen overlast in woonwijken: een computermodel om overlastsituaties te voorspellen.?Selmar Smit?van TNO ziet re?le kansen voor zo?n model. Daarmee kan een wijk overlastbestendig worden ontworpen. Bijvoorbeeld door een buurthuis te bouwen, of een park aanleggen.

Welke wetenschappelijk onderbouwde handvatten hebben gemeenten om overlast te voorkomen of bestrijden? Modellen om overlast te voorspellen kijken doorgaans naar de sociale en economische eigenschappen van een buurt. Maar ze leveren maar mondjesmaat praktisch bruikbare informatie. De modellen geven bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag of ergens een buurthuis moet worden gebouwd, een uitgaansdistrict moet worden verplaatst, of een park moet worden aangelegd.

Het effect van dit soort ingrepen is namelijk zeer wisselend en sterk afhankelijk van de omgeving. Wat in de ene buurt tot overlast leidt, heeft niet noodzakelijk hetzelfde effect in een andere buurt. Zo zijn er nauwelijks meldingen van problemen bij caf? De Uylenburg aan de rand van Delft. Terwijl de caf?s in het centrum een paar kilometer verderop een hotspot van overlast vormen.

Overlastkaart belangrijk
Om te kunnen bepalen welke overlast een buurt kan verwachten, is het dan ook van belang om te weten welke gebouwen van een bepaald type op welke locatie(s) staan. Er kunnen 3 typen panden worden onderscheiden. Gebouwen die overlast cre?ren, die overlast aantrekken en die er geen enkel effect op lijken te hebben.

De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten

Dit artikel laat zien hoe een computer met een voorspelmodel een zogenoemde overlast-heatmap?kan maken. En hoe die kaart in de praktijk werkt om overlastgevende locaties te identificeren en voorkomen.

2 theoretische verklaringen voor overlast
Op dit moment zijn er 2 theorie?n gangbaar die verklaren waarom op de ene locatie wel overlast plaatsvindt, en op de andere locatie niet.

  1. Patricia L. en Paul J. Brantingham introduceerden zogenoemde?crime attractors. Dit zijn plaatsen die potenti?le overlastveroorzakers aantrekken, maar niet noodzakelijk zelf overlast veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is een bankje in een park.
  2. De theorie van Richard Wortley geeft juist een verklaring voor de hoeveelheid criminaliteit in een gebied. Hij doet dit met het begrip vancrime precipitators. Dan gaat het om omgevingsfactoren die aanmoedigend werken op personen om overlast te veroorzaken. Een caf? en discotheek zijn daar logische voorbeelden van.

Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving

Nieuw voorspelmodel voor overlast
Een nieuw model van TNO gebruikt een wiskundige uitwerking van bovenstaande theorie?n. Ieder object, gebouw of gebied in een omgeving kan fungeren als precipitator, attractor, of allebei. Want precipitators cre?ren een bepaald niveau van overlast, terwijl attractors bepalen waar de overlast.

2 stappen naar overlastvoorspelling
In 2 stappen kan het computermodel een overlastvoorspelling voor een specifieke locatie maken.

pic1

Figuur 1 – Hoeveelheid overlast

Stap 1: Hoeveelheid overlast bepalen
Het caf? is rood gemarkeerd (zie figuur 1). Dit is een precipitator die een bepaalde hoeveelheid overlast kan veroorzaken in alle objecten binnen een bepaalde straal. Daarop duidt de rode balk. In hetzelfde gebied zijn ook 3 attractors aanwezig, namelijk parken. De afstand tussen de precipitator en de attractor ? en de hoogte van de aantrekkingskracht van de attractor ? bepalen hoeveel overlast er daadwerkelijk wordt aangetrokken. Dit is weergegeven in de blauwe balk. Het park dichtbij het caf? trekt een groot gedeelte van de overlast aan, terwijl het park rechtsonder ver genoeg weg ligt om overlastvrij te blijven.

pic2

Figuur 2 – Reikwijdte overlast

Stap 2: Reikwijdte van overlast bepalen
Overlast vindt meestal plaats in een gebied rond de attractor. Voor elk punt binnen de straal van dit gebied kan de hoeveelheid overlast worden voorspeld. De punten zijn aangegeven met een X (zie figuur 2). Vervolgens kan de hoeveelheid overlast in het gebied worden berekend door de effecten van alle attractors in een buurt op te tellen. Het punt in het midden, dat is weergegeven in de gele balk, trekt de meeste problemen aan. Voor de 2 buitenste punten wordt juist geen overlast voorspeld.

Beperkingen van bestaande overlastberekeningen
Maar er is een probleem bij dit soort berekeningen. Hoe weten we welke objecten een precipitator zijn? En welke een attractor? Hoe sterk is het effect van deze objecten? En hoe groot is de straal van verspreiding?

Een antwoord op deze vragen is afhankelijk van gegevens uit het verleden. Deze informatie laat zien waar overlast was, en welke objecten er in de buurt stonden. Deze gebouwen zijn niet noodzakelijkerwijs een precipitator of attractor. Maar met een zogenoemd zelflerend algoritme is dat wel te bepalen.

Oplossing: zelflerend algoritme
Een zelflerend algoritme is een geavanceerd computerprogramma dat in staat is om zelf te bedenken wat een goede oplossing is. Want het rekenmodel wordt ?beloond? bij goed gedrag. Goed gedrag betekent in dit geval: het kiezen van de juiste parameterwaarden om de overlast te voorspellen.

Buurthuizen blijken een effectief middel om overlast te verminderen

Hoewel het algoritme niet precies weet welke waarden correct zijn, zal het een patroon ontdekken door verschillende dingen te proberen en conclusies te trekken uit de beloningen. Dan blijkt onder welke omstandigheden (dat wil zeggen: bij welke van de aanwezige objecten) een hoge voorspelling gepast is.

Voorbeeld: overlast in haaglanden
TNO heeft de beschreven methode toegepast op data over overlastcijfers en omgevingskarakteristieken van de regio Haaglanden. Om zo een voorspelmodel voor de regio te ontwikkelen.

De input over overlast bestaat uit cijfers van hoeveiligismijnwijk.nl. Deze tonen het aantal meldingen op buurtniveau voor diverse vormen van overlast. Het gaat hierbij om jeugdoverlast, overlast van personen, drugsoverlast, geluidsoverlast en een aantal andere soorten overlast in 438 buurten in de periode van 2010 tot en met 2012.

OpenStreetMap dient als databron voor de omgevingskarakteristieken. De regio Haaglanden wordt daarin beschreven in 128 objecttypen met in totaal 10. 545 objecten. Denk aan de functie van gebouwen, en de aanwezigheid van pinautomaten, speeltuinen, bossen, parken en sportfaciliteiten. Met deze gegevens heeft het zelflerende algoritme de effecten van specifieke objecten op overlast in kaart gebracht.

4 grootste bronnen van overlast
De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten. Dit zijn dus de grootste bronnen van overlast. Zolang er geen attractors in de buurt zijn, zoals in woonwijken, hebben ze weinig tot geen effect op de overlastcijfers. Maar in stadskernen en uitgaansgebieden zorgen deze objecten wel voor overlastplegers.

Viswinkels en gebedshuizen: 2 aantrekkers van overlast?
Viswinkels blijken verrassend genoeg de grootste aantrekkers van overlast te zijn. Toch is dit verband te verklaren. Pleinen zijn een notoire aantrekker van overlast, maar zijn niet opgenomen in de gegevens van OpenStreetMap. De viswinkels op de kaart blijken stuk voor stuk op of vlakbij pleinen te liggen.

Niet alle ‘groene’ oplossingen helpen: parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan

Daarmee fungeren ze in het rekenmodel als een vervanging van pleinen. Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving. Een vergelijkbaar verband is te zien bij gebedshuizen. Ook deze liggen vaak op of bij een plein en worden daarom ten onrechte aangewezen als attractors.

3 effectiefste middelen tegen overlast
Hotels en rechtbanken hebben volgens het zelflerend algoritme van TNO een positieve invloed op overlast. Het ontmoedigende effect op overlastveroorzakers is merkwaardigerwijs het grootst in gebieden waar de overlast juist zeer hoog is. En buurthuizen? Die blijken inderdaad een effectief middel om overlast te verminderen.

Niet al het groen helpt tegen overlast
Het rekenmodel van TNO laat zien dat er verschillende mogelijkheden zijn om in woonwijken de overlast te verminderen. Bijvoorbeeld door kunst te plaatsen en plantsoenen aan te leggen. Maar niet alle ‘groene’ oplossingen helpen. Want parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan.

Conclusie: voorspellen ?n aanpakken
Het hier beschreven zelflerende algoritme vormt nog geen eindpunt. Er is behoefte aan extra gegevens om het inzetbaar te maken voor interventies en stadsontwerp. Die data zouden gedetailleerder moeten zijn dan nu beschikbaar is, en afkomstig zijn van verschillende stedelijke gebieden.

Natuurlijk kan het model ook voorspellingen doen over andere onderwerpen dan overlast. Zoals criminaliteit, zorg en welzijn. De voorspellingen daarover zouden dan kunnen worden meegenomen als kwantitatieve onderbouwing van de Veiligheidseffectrapportage. Dan kunnen ze worden gebruikt om concrete interventies te kiezen om overlast effectief te verminderen.

Bronnen: CCV Secondant

Gamergate

gta-v-big

Een spel als?”GTA 5″ kent al lange tijd veel controverse. Kan het leiden tot geweld? Onder andere?ISIS maakt er gebruik van?om te recruteren.

Binnen korte tijd zijn drie vrouwen uit de game-industrie ondergedoken. Wat is Gamergate nu eigenlijk?

Brianna Wu maakt iPhone- games. Op een dag plaatste ze een paar plagerige plaatjes over boze gamers op Twitter. Een paar dagen later moest ze onderduiken.
Dat gamers rancuneus zouden reageren was te verwachten. Maar de situatie escaleerde toen hackers het adres en andere persoonlijke informatie van Wu op internetfora verspreidden. Een?fenomeen dat onder internet trollen bekend staat als Doxing. Niet lang daarna ontving Wu een concrete doodsbedreiging.

brianna wu
Binnen korte tijd zijn er nu drie vrouwen uit de game-industrie ondergedoken.

Gamemaker Zoe Quinn moest haar huis in augustus verlaten na bedreigingen van verkrachting en moord. Feministe en blogger Anita Sarkeesian zei vorige week een lezing af, nadat iemand had gedreigd een bloedbad aan te richten op de de Utah State University waar ze zou spreken. Sarkeesian maakte meerdere YouTube-filmpjes over seksisme binnen games.

De bedreigingen zijn de uitwassen in een internet-discussie over gamecultuur die al twee maanden woed, onder de hashtag ‘GamerGate‘. Betrokken gamers zeggen dat ze de integriteit van gamejournalisten aan de kaak willen stellen. Zij zouden de ontwikkelaars van alternatieve (of ‘feministische’) spellen voortrekken in hun recensies. Anderen zien in de GamerGate-beweging vooral een aanval op vrouwen in de game-industrie.

NRC Handelsblad geeft beknopt antwoord op vijf vragen over deze gamestrijd:

1 Wie zitten er achter GamerGate?
Dat is lastig te zeggen. Sommige gamers maken zich zorgen over de nauwe banden tussen journalisten en ontwikkelaars. Maar tussen tussen de ‘gamergaters’ zitten ook mensen met minder nobele bedoelingen: vrouwenhaters en complotdenkers met bizarre theorie?n. Zo zouden feministen zichzelf bedreigen om de GamerGate-beweging verdacht te maken.
De discussie vindt grotendeels plaats op Twitter. Maar ook in de minder bekende?hoekjes van het internet, zoals de anonieme internetfora 4Chan en 8Chan, is GamerGate het gesprek van de dag. Het zijn de plekken waar adressen van journalisten en ontwikkelaars worden gelekt en lastercampagnes voorbereid.

Het Amerikaanse tijdschrift Forbes noemt GamerGate de IS van de computerspelletjeswereld en de FBI bemoeit zich er nu ook mee. In eerste instantie begon de beweging als een clubje dat vindt dat de ethiek in de computerspelletjesjournalistiek te wensen over laat. Maar eigenlijk is het gewoon een uitlaatklep van boze, blanke mannen die maandenlang alles en iedereen die een vooruitstrevend geluid laten horen op een heel nare manier lastigvallen, aldus Forbes.Een leider is er niet.

2 Hoe begon GamerGate?
Niemand weet precies meer hoe het begon. Seksisme tegen vrouwelijke gameontwikkelaars is niet nieuw. Maar de vlam sloeg in de plan op een blog, eind augustus. Toen werd gamemaker Zoe Quinn zwartgemaakt door haar ex-vriend Eron Gjoni. Quinn zou tijdens hun relatie met gamejournalisten zijn vreemdgegaan, in ruil voor positieve recensies voor haar spellen.
Diezelfde maand bracht Quinn de game Depression Quest uit. Het is een verhalend spel waarbij je in de huid kruipt van iemand met depressie. En nu kwam, volgens de gamergaters, ineens naar buiten dat Quinn en journalisten op de meest banale wijze samenspanden om deze game te promoten: seks voor aandacht.
Nu er drie vrouwen met de dood zijn bedreigd, is het moeilijk om de beweging los te zien van de discriminatie van vrouwen. ,,Wie #gamergate steunt, steunt impliciet het intimideren van vrouwen”, tweette de bedreigde Anita Sarkeesian gisteren.

3 Is discriminatie van vrouwen nieuw in de game-industrie?
Nee. De gamewereld wordt gedomineerd door mannen. Discriminatie is een terugkerend probleem. Toen gamejournalist Samantha Allen in juli, nog v??r GamerGate, kritieke uitte op een gamesite vanwege het grote aantal mannelijke recensenten, werd zij lastiggevallen tot ze zich terugtrok uit de journalistiek. Weggepest.
Een tweet van de bedreigde Brianna Wu maakt duidelijk hoe gespannen de verhoudingen zijn: ,,Mijn grootste angst is dat dit de nieuwe status quo zal zijn voor vrouwen die games ontwikkelen”.
Steeds meer vrouwen gamen: 48 procent van de gamers is vrouw, volgens een rapport van de Entertainment Software Association. Er zijn veel meer volwassen vrouwen die gamen (36 procent) dan minderjarige jongens (17 procent) – de traditionele doelgroep. Vrouwen gebruiken vaak wel een mannelijk pseudoniem, om niet te worden lastiggevallen.

4 Zijn alleen vrouwen doelwit?
Vrouwen krijgen het het zwaarst te verduren, maar ook de mannen die het opnemen voor vrouwen moeten het ontgelden. In de woorden van de gamergaters zijn dat ‘social justice warriors’, moraalridders.

Lara Croft
5 Waarom reageren de gamers zo heftig?
Volgens sommige commentatoren gaat het debat in de kern niet over vrouwen of journalistiek, maar is het een cultuurslag tussen innovatieve gamebouwers en conservatieve gamers.
De game-industrie emancipeert. Steeds meer mensen – mannen ?n vrouwen – maken spellen over onconventionele onderwerpen zoals depressie of verlies. Dat past niet bij het beeld dat traditionele gamers van games hebben. Het bestaan van deze alternatieve games is een bedreiging voor hun identiteit.
,,Gamers zijn voorbij”, schreef de Britse gamejournaliste Leigh Alexander in een veelbesproken artikel. ,,Dat is waarom ze zo kwaad zijn.” Gamergaters hebben haar portret onlangs in een foto van een nazipartij gefotoshopt.

‘De politie is net geweest. Man en ik gaan naar een veilige plek.’ Dit bericht plaatste Brianna Wu onlangs op Twitter, nadat een anonieme twitteraar haar woonadres bij de stad Boston had onthuld en haar en passant bedreigde. Nu was Wu de dreigementen wel gewend, maar de combinatie met haar adres deed haar schrikken. “Laat het glashelder zijn: ik ben bang geworden door de doodsbedreigingen,” zegt ze.

Want waar heeft Wu die dreigementen aan te danken? De simpele versie: ze is vrouw, ze maakt met succes computerspelletjes met veel vrouwelijke karakters en ze maakt zich sterk voor een verbeterde positie van vrouwen in de door mannen gedomineerde computerspelletjeswereld. Die vooruitstrevendheid wordt haar door een uiterst conservatieve stroming in de gamewereld, GamerGate, niet in dank afgenomen. Zo’n?76 procent van de banen in de computerspellenwereld wordt ingenomen door mannen.

Een tegenstander van Wu opende op Twitter een account met de naam ‘Death to Brianna’ – dood aan Brianna. Het account is verwijderd, de dreigementen die erop geuit werden zijn ernstig. ‘Je hebt een waardeloos spelletje gemaakt. Niemand die het erg vindt als jij doodgaat,’ is nog een van de mildere dreigementen. Maar er staat ook op dat ze verkracht zal worden, dat als ze kinderen heeft die ook hun leven niet zeker zijn. En dan: ‘Weet je wat, bitch. Ik weet waar je woont. Jij en Frank wonen aan…’ Toen was voor Wu de maat vol.

Een analyse van het Twitterverkeer van zo’n 300.00 tweets (of bekijk een grotere versie met namen). Links staan pro-Gamergate mensen, rechts anti. Elk stipje is een persoon en zo zie je dat ook veel personen niet verbonden zijn in de discussie. In het midden zie je slechts een paar mensen die verbonden zijn met beide kampen, maar verder staan ze recht tegenover elkaar.

gamergate1

Ook de Gamergate groep verdedigt hun opinie en gedrag, omdat zij vinden dat de gamerswereld de verkeerde kant op gaat. Zie bijvoorbeeld onderstaande poster:

Image preview

Bronnen: NRC Handelsblad (20 okt 2014), Het Parool (18 okt 2014), AD, Wikipedia, TheGuardian, Medium, IB Times

Van digitaal kijken naar begrijpen en ingrijpen

NVCB2014

De vijfde editie van het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing gaat in op maatschappelijk onrust. Afgelopen zomer werd duidelijk hoe zeer onze nationale veiligheid is verbonden met internationale ontwikkelingen en de internationale veiligheid. De ramp met de MH17, de oplaaiende oorlog in Gaza, de dreiging van ISIS en de uitbraak van Ebola: allemaal voorbeelden van transboundary crises: crises over de grens met, soms grote, nationale impact.

Maatschappelijke ontwrichting

Er zijn veel gebeurtenissen die tijdelijk of plaatselijk onrust veroorzaken, maar wanneer raakt dat onze nationale veiligheid? Bij sommige van bovenstaande voorbeelden is dat duidelijk, maar hoe schat je het verloop van de onrust binnen onze samenleving naar maatschappelijke ontwrichting in? Welke factoren spelen een rol en welke indicatoren zijn er? En welke rol spelen sociale media bij het vertalen van de gevoelens van individuen naar mogelijke actie door velen? En leidt aandacht, bijvoorbeeld voor jihadisme of ISIS, per definitie tot maatschappelijke onrust over de toegenomen dreiging? Op dit soort vragen wordt in het nieuwste Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing ingegaan.

Van digitaal kijken naar begrijpen en ingrijpen

kijken

Figuur: om slim te kunnen zenden, vragen of interacteren op social media is slim kijken cruciaal

De kracht van social media is in de afgelopen paar jaar explosief?toegenomen terwijl we het nog maar nauwelijks effectief (kunnen)?gebruiken in onze aanpak om misstanden en onrust te voorkomen.
Aanhang voor ISIS wordt gerekruteerd, amateurs speuren mee bij de?Boston Marathon en de MH17, en natuurlijk Project X waarmee het?allemaal begon. Wouter Jong, adviseur bij het Genootschap van?Burgemeesters, noemde Project X Haren destijds treffend een ?Perfect?Storm?: een samenloop van omstandigheden waarin diverse zaken?achtereenvolgens misgingen. Het was in ieder geval een goede?wake-up call als inkijkje op enkele invloeden van social media.

Veiligheidsdiensten hebben zich sindsdien moeten aanpassen aan?een nieuwe werkelijkheid waarin de digitale wereld direct impact?heeft op de werkelijke wereld. Waarin social media soms zelfs?dominant zijn in het cre?ren van een (on)werkelijke situatie. Toch?blijft het beeld bestaan dat de kracht van social media nog te vaak?over- of onderschat wordt. Want was het afzetten van de stad?Arnhem na een nieuwe Project X dreiging echt nodig? Of het sluiten van de scholen in Leiden na een klein berichtje op 4Chan waar per?dag 1 miljard grappen gemaakt worden? En worden de social media?strategie?n van de Islamitische Staat (IS) echt op waarde geschat??We letten nu online wel meer op, maar snappen we werkelijk wat?we zien? Een effectieve aanpak, in zowel de echte als virtuele?wereld, is alleen mogelijk door dit nieuwe krachtenveld goed te?begrijpen.

4chanthreat

Effecten op sociale onrust
De kennispublicatie van Politie & Wetenschap ?Sociale media:?factor van invloed op onrustsituaties?? (2013) beschrijft een aantal?incidenten waaruit blijkt dat de impact van social media op
veiligheidsprocessen en sociale onrust buitenproportioneel groot?kan zijn. Een incident klein houden is bijna niet meer te doen en?grotere incidenten leiden al snel tot (inter)nationale bemoeienis en
rumoer dat vooral aanhoudt als ethische of complexe dilemma?s?een rol spelen.

Denk bijvoorbeeld aan de onrust die online en in de echte wereld?werd veroorzaakt na de overval in Deurne, gekoppeld aan de?discussie over zowel het noodweer van de eigenaresse van de?juwelierszaak als de jongere daders, kort na de anti-Marokkanenuitspraak?van Geert Wilders. Denk aan de ?kopschoppers van?Eindhoven? met het debat dat loskwam over het door justitie
prijsgeven van de volledige beelden en het risico op eigenrichting.?En zelfs de gestrande potvis ?onze Johannes? gaf landelijk maatschappelijke?commotie, iets dat we vaker zien bij dierenleed, zoals
ook in het geval van de ponypletter of de recente jacht op de?paardenmishandelaar. En wat te denken van sociale onrust in?kleinere kringen, zoals seksueel getinte foto?s en video?s die?schoolkinderen digitaal verspreiden. Met slechts een druk op de?knop zijn sexting foto?s of filmpjes onder een grote groep verspreid.?Slachtoffers en hun omgeving, maar ook politie en justitie weten?zich nog slecht raad met deze nieuwe en extreme vormen van?pesten, smaad of laster.

leiden scholen

Consumeren wordt coproduceren
De herdenking van 9/11 herinnert er aan hoe de live televisiebeelden?ons destijds raakten. Vandaag de dag spelen social media een veel?ingrijpender rol dan de televisie destijds deed. Het medium is
ongefilterd, genetwerkt en interactief, waardoor je altijd wel?iemand kent die betrokken is en voor je het weet word je erin?gezogen. Je bent geen passieve lezer van het nieuws meer, maar?doet mee. De protesten over de doodgeschoten Michael Brown in?Ferguson brachten wereldwijd rassenstrijd en politiegeweld tegen?burgers onder de aandacht. Deze voorbeelden laten een ongekend?volume en snelheid zien, maar zorgen door de ongezouten en soms?heftige beelden ook voor veel maatschappelijke onrust: Twitter??ontploft? en ook traditionele media buitelen over elkaar heen met?diverse gezichtspunten, in de strijd om de beste ?scoop?. De effecten?zien we in de werkelijke wereld: demonstraties en tegendemonstraties,?groepen die elkaar opzoeken, ramptoeristen die voor hinder?kunnen zorgen en bovendien als een katalysator kunnen werken?voor (social) media berichtgeving. En daarmee komt de cyclus pas?echt op gang…

De onrust ontstaat omdat het vaak actuele maatschappelijke?thema?s betreft waar diverse groepen in de samenleving verschillende?meningen over hebben, waarin de grenzen van ethiek,?wetgeving of procedures onduidelijk zijn. Een maatschappelijk?debat waarvan het goed is dat het gevoerd wordt, maar dat wel?gevoerd wordt in het heetst van de strijd: waar de politie, het OM en?de rechter nog in moeten handelen terwijl er in de politiek al?Kamervragen gesteld worden. Confrontaties met de gevestigde orde?worden opgenomen en direct online gedeeld om een eigen verhaal?te vertellen. En het acht uur journaal komt diezelfde avond eigenlijk?met ?oud? nieuws.

Slim kijken, slim duiden
Social media bieden een thermometer voor het sentiment in de?samenleving: is het druk, rustig, hoe is de sfeer, is er onrust, zijn er?geruchten? Door slim te kijken en professionals te laten duiden wat
er op social media gebeurt, kan sociale onrust in een vroeg stadium?gesignaleerd worden. Professionals slagen er steeds beter in feiten?van fictie te onderscheiden, maar het is een rat race. Zowel onschuldige?tieners als internet trollen, raddraaiers en extremistische?groeperingen, ja zelfs hele regimes, is er alles aan gelegen om ?hun??verhaal kracht bij te zetten. Project X Haren toonde niet alleen de?kracht van social media in het mobiliseren van mensen, maar ook?het effect van zorgvuldig geplande ?geruchten? werd pijnlijk?duidelijk. Het bewust verzonnen bericht over een meisje dat
zogenaamd was doodgedrukt leidde tot veel onrust en druk op de hulpdiensten. En hoe scheid je kaf van koren bij bijvoorbeeld de duizenden online doodsbedreigingen per dag, waarvan er misschien maar ??n serieus is?

begrijpen

Digigeren: slim ingrijpen
Wat kunnen politie en justitie doen bij digitale onrust? ?Digitale?daden? zijn doorgaans in een fractie van een seconde gepleegd,?bijvoorbeeld een aanstootgevende foto delen, een Project X?uitnodiging ?liken?, een hoax onbewust doorsturen. De relatief kleine?handeling maakt grote politie-inzet gevoelsmatig buitenproportioneel.?Daarnaast maakt het grote aantal (vaak onbedoelde) overtredingen
het onmogelijk voor politie en justitie om alle overtreders?op te sporen en te vervolgen. Bovendien leidde grote politie-inzet?bij ?veroorzakers? van sociale onrust al meermaals tot maatschappelijke
discussie, maar niks doen ook. Voorstanders van ?vervolgen??juichen politie-inzet toe: ?Afzenders van digitale doodsbedreigingen?moet een halt toegeroepen worden?. Tegenstanders willen dat
politie-inzet wordt gericht op substanti?le bedreigingen: ?Die tiener?zou die doodsbedreiging nooit uitvoeren?. Beide sterke argumenten,?wat de discussie alleen maar lastiger maakt. Deze maatschappelijke?discussie toont het gebrek aan betekenisvolle en acceptabele?manieren om in te grijpen.

begrijpen2

Maatschappelijke onrust kan sneller gedetecteerd worden via social?media en veiligheidsdiensten kunnen daarop anticiperen door?sneller en gerichter personeel aan te sturen. Het is zelfs mogelijk
om ook online al te interveni?ren en mensen waar nodig effectief?aan te spreken op hun gedrag. Dit noemen we ?digigeren?: een?interventiemethode die gebruik maakt van psychologische
principes van gedragsbe?nvloeding. Denk hierbij bijvoorbeeld aan?het digitale equivalent van iemand op straat in de ogen kijken (ik?heb je gezien, we houden je in de gaten), zoals het favoriten van een
tweet. Dit is nog niet gemakkelijk, zo blijkt uit digitale interventies?gericht op het tegengaan van gebruik van illegaal vuurwerk. In?KRO?s Reporter uitzending van 2 januari 2014 is te zien dat de
jongeren juist trots zijn als de politie online ingrijpt: ?De politie?heeft mijn vuurwerk als gevaarlijk betiteld!? Digigeren beoogt?diverse instanties van een effectieve toolset te voorzien voor digitaal
ingrijpen. Niet ingrijpen bij (dreigende) maatschappelijke onrust is?immers geen optie, net zomin als een buitenproportionele inzet.?Digigeren als een slimme en nieuwe methode om via social media
de onrust te mitigeren: niet slechts door het zenden van informatie,?maar vooral door slim te luisteren en vervolgens de digitale dialoog?(gericht) aan te gaan met betrokkenen en waar nodig actie
ondernemen in de fysieke wereld. Dit maakt het mogelijk de?discussie te be?nvloeden om zo maatschappelijke onrust te temperen.

digigeren1