Categoriearchief: Burgeropsporing

True crime-podcasts schieten als paddenstoelen uit de grond

‘De wereld van Sofie’ besteedde op de VRT radio aandacht aan cold cases en true crime podcasts. Onopgehelderde zaken die aandacht krijgen in de media, en steeds vaker op nieuwe manieren via podcasts of op Netflix. Denk aan The Teacher’s Pet, Making a Murdere, The Keepers of Serial. Het parket probeerde in Belgie de uitzending van VTM over een cold case te verhinderen. Spanningen tussen pers en parket zijn niet ongewoon.?Soms geraken journalisten zo gefascineerd door een zaak, dat ze zelf op onderzoek uit gaan, zoals Kurt Wertelaers deed in de zaak Sally Van Hecke?en Sanne Boer van Argos VPRO bij “De Moord op Patrick“. Deze zaken hebben een grote aantrekkingskracht op veel mensen.

Journalist?Kurt Wertelaers?raakte gefascineerd door de moord op de 20-jarige Sally Van Hecke. Ze werd in 1996 vermoord in Antwerpen. In 2017 werd het onderzoek heropend, mede dankzij zijn onderzoek. Wertelaers maakte er voor VTM het programma ?Cold Case? over. Wat drijft hem in deze zaak?

Ine Van Wymersch?(woordvoerder parket Brussel) geeft uitleg over ?cold cases? en wanneer onderzoek opnieuw opgestart wordt. Hoe ziet zij de verhouding tussen onderzoeksjournalistiek en het gerechtelijk onderzoek? Het Antwerpse parket probeerde namelijk de uitzending van ?Cold Case tegen? te houden, omdat de uitzending mogelijk het verdere onderzoek zou kunnen schaden? Journalisten komen regelmatig met interessante hypotheses en scenario’s. Daarbij dient het proces niet in het gedrang te komen en de privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers niet in het geding komen.

Het oproepen tot getuigen en het inschakelen van het publiek leidt tot grotere opsporingspercentages. Podcasts doen dit zelf ook, zoals de Australische podcast The Teacher’s Pet die na 30 jaar tot een oplossing kwam:

https://www.youtube.com/watch?v=sBoaZLTPF18

The Teacher’s Pet is een podcast die sinds mei 2018 door de Australische journalist?Hedley Thomas online is gebracht. De podcast vertelt over en is zelf ook een platform voor het onderzoek naar de verdwijning van Lynette Dawson. Lynette was de vrouw van rugbyspeler en leraar Chris Dawson en verdween spoorloos in 1982. Het onderzoek onthulde veel details, zoals over het huwelijk, de verdwijning, de buitenechtelijke affaire tussen Chris Dawson en een zestien jaar oud schoolmeisje, seksueel wangedrag tussen leraren en studenten op Cromer High en andere openbare middelbare scholen, tekortkomingen in het politieonderzoek, het effect op de betrokken families en de onwil van het openbaar ministerie om Dawson als verdachte te zien ondanks twee onderzoeken waarin wordt geconcludeerd dat Lynette Dawson dood zou moeten zijn en waarschijnlijk door haar man werd gedood.

De serie begon in mei 2018 en eindigde in augustus 2018 na 14 afleveringen. Journalist Hedley Thomas vertelt in zijn podcast dat de serie grote hoeveelheden bewijsmateriaal onthulde dat niet naar boven kwam door politieonderzoeken. Eind 2018 werden nog twee afleveringen toegevoegd, omdat een nieuwe opgraving nieuw bewijs bracht in het oude Bayview-huis van Dawson. De tweede podcast behandelde tenslotte de arrestatie van Dawson op 5 december door de politie van Queensland. Dawson werd vervolgens uitgeleverd aan Sydney, en kwam op 17 december 2018 op borgtocht vrij ($1,5 miljoen).

De serie had meer dan 28 miljoen downloads en was de nummer ??n Australische podcast en bereikte ook de nummer ??n in Groot-Brittanni?, Canada en Nieuw-Zeeland.

In Nederland maakt journaliste?Sanne Boer?de true crime podcast ?De moord op Patrick? voor het Radio 1-programma Argos. Ze brengt het verhaal van een tennisleraar die vermoord werd. Naar haar aanvoelen werd het onderzoek niet grondig genoeg gevoerd.

De 10-jarige Nathalie Geijsbregts werd in 1991 ontvoerd aan de bushalte. Vader?Eric Geijsbregts?is nog elke dag bezig met de zaak. Elke aandacht er voor blijft ook na bijna 30 jaar welkom, vertelt hij aan reporter Brecht Devoldere.

Waarom we een fascinatie hebben voor misdaadverhalen, voor whodunits, en waarom sommige mensen graag zelf detective spelen, is een vraag voor psycholoog?Ariane Bazan.

Nog veel meer series, films en songs dan we denken verwijzen naar echt gebeurde misdaadzaken, weet?Vincent Byloo.

Een aantal True Crime podcasts:

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie

Dark Web, spannend voor politievrijwilligers

De politie zet vanaf deze week zogenoemde cybervrijwilligers in. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat bij de politie ruim tweehonderd vrijwilligers werken die relevante ICT-kennis hebben die nog niet werd gebruikt. Veertien van hen hebben inmiddels aanvullende trainingen gedaan en kunnen nu aan de slag.

Onder die geselecteerde vrijwilligers bevinden zich meerdere ICT-consultants, een gepensioneerde natuurkundige, een kankeronderzoeker en een bio-informaticus, aldus de politie. ,,Eigenlijk lagen deze kwaliteiten van de vrijwillige collega?s voor het grijpen, maar werden hun vaardigheden nog niet door ons benut??, aldus programmadirecteur cybercrime Theo van der Plas.

Een deel gaat aan de slag bij het cybercrimeteam in Rotterdam, maar de meeste vrijwilligers worden ingezet bij het darkwebteam. Het darkweb is een afgeschermd deel van het internet waar naar schatting van de politie 57 procent van alle daar actieve zogenoemde domeinen zich bezighoudt met illegale activiteiten. ,,Je kunt ze zien als een flink aantal extra ogen en expertise voor de surveillance op het darkweb??, aldus Van der Plas.

Zo moet het zelfs mogelijk worden ict?ers een bedrijfsdagje bij de politie te laten houden. Zij kunnen dan deelnemen aan bijvoorbeeld een ?hackathon?, een fenomeen waarbij binnen een korte tijd gezamenlijk digitaal wordt gewerkt aan het oplossen van een probleem.

Met het salaris kan de politie techneuten lang niet altijd weglokken bij grote bedrijven. Maar de spanning en betekenis die politiewerk kan geven, zorgt dat expertise wel op deze manier binnen kan worden gehaald, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime. ,,Burgers willen heel graag een steentje bijdragen. Bij ons kunnen ze hun kennis maatschappelijke betekenis geven.??

?We werken al samen met universiteiten, hogescholen en bedrijven en in dit geval met politievrijwilligers die in hun baan met die ontwikkelingen in aanraking komen?, zegt Van der Plas. ?Zo halen we actuele kennis die buiten de politie beschikbaar is ook naar binnen bij ons.? Volgens de programmadirecteur moet de inzet van de vrijwilligers het onderzoek op internet een ?extra impuls?.

Dit gebeurt deels simpelweg door kennis die al aanwezig is aan te wenden. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat tweehonderd van de huidige vrijwilligers voor de politie relevante expertise bezit. Een ?groot deel? van die groep bleek bereid die kennis voor de politie in te zetten. Tegelijk moet de samenwerking uitdrukkelijk de banden tussen experts uit het bedrijfsleven en de politie zelf versterken. Er wordt vanuit de politie zelfs actief contact gezocht met specialisten bij bedrijven die kennis en kunde kunnen bijdragen.

De vrijwilligers hebben een training gehad waarbij hun onder meer is geleerd hoe ze een proces-verbaal over cyberzaken moeten opstellen. Ook wordt aan hun ?mentale weerbaarheid? gewerkt zodat ze beter kunnen omgaan met bijvoorbeeld gewelddadige beelden of kinderporno, mochten ze daar onbedoeld op stuiten. ?Ik denk dat het belangrijk is dat mensen wat ze tegenkomen kunnen verwerken.? Hun hoofdtaak ligt voorlopig echter elders. Ze zullen in eerste instantie vooral op zoek gaan naar informatie over verkooppunten voor wapentuig en verdovende middelen.

Darkwebteam

De vrijwilligers is op het hart gedrukt dat ze in hun zoektocht niets mogen bestellen, zegt Van der Plas. ?Daar hebben we anderen voor, onder gezag van het Openbaar Ministerie.? Uitlokking ligt op de loer, net als vermenging van commerci?le belangen en mogelijke problemen met de veiligheid. Duidelijke briefings vooraf, goede begeleiding en controle op de rapportage die de vrijwilligers indienen, moet ervoor zorgen dat ze binnen de kaders van de wet blijven opereren.

Een supermarktketen heeft al aangeboden data-analisten uit te lenen aan de politie. Daar onderzoeken ze dan niet het gedrag van consumenten, maar van daders van misdaden. Zij kunnen bijvoorbeeld kijken naar patronen die te halen zijn uit drugsdumpingen. Informatie over zo?n onderwerp is via openbare bronnen terug te vinden, waardoor geen directe toegang tot politie-informatie nodig is. In andere gevallen wordt vertrouwelijke informatie wel gedeeld. Van der Plas benadrukt dat er echter geen concessies aan de veiligheid worden gedaan.

Een van de cybervrijwilligers die nu al zijn aangesteld is Arieh Tal. ?Ik heb tijd genoeg en ik vind het fascinerend.? De pas gepensioneerde Tal, van huis uit natuurkundige, werkte twintig jaar als ict-manager aan de?Technische Universiteit Eindhoven. De laatste jaren was hij bio-informaticus bij het Nederlands Kanker Instituut.

Tal: ?Ik houd van uitdagingen, dit vrijwilligerswerk voor de politie is een interessante puzzel.? De oud-ict-manager helpt het Darkwebteam. ?Veel details mag ik er niet over geven, maar we kijken rond en als we iets crimineels vinden, nemen we contact op met justitie.? Tal is zo enthousiast over het werk, dat hij grotendeels vanuit huis doet, dat hij er naar eigen zeggen 7 dagen per week voor uittrekt. ?Ik vind het belangrijk om te doen. Ik ben als student lang geleden vanuit?Tel Aviv?naar Nederland gekomen om onderzoek te doen en ik ben gebleven. Ik vind dit een fijn land en voel me hier thuis. Nu ik met pensioen ben, wil ik graag wat terugdoen.?

Bronnen: AD, Dagblad van het Noorden, De Volkskrant, NRC

Eerste Hulp Bij Opsporing: burgerhulp bij sporenonderzoek

Het komt geregeld voor dat opsporingszaken vastlopen, bijvoorbeeld omdat de politie de mankracht mist om het onderzoek voort te zetten of dat er te weinig opsporingsindicaties zijn. Of een simpele zaak wordt niet behandeld, omdat de prioriteit van de politie ergens anders ligt. Dit hoeft niet het einde van een onderzoek te zijn. Door de hulp in te schakelen van burgers kunnen nieuwe aanknopingspunten worden gevonden. Helaas is burgeropsporing niet altijd zo succesvol en behulpzaam. Meer dan eens denken de burgers voor eigen rechter te kunnen spelen.?In Arnhem wordt een dader van een woninginbraak doodgereden door slachtoffers van een woninginbraak. Wat er precies gebeurt is, is deels onduidelijk (De Telegraaf, 2017). Maar het is wel duidelijk dat er voor de burgeropsporing kansen liggen. Echter er zijn duidelijke richtlijnen, handleidingen en soms adequaat optreden nodig van politie of OM zodat het niet uit de hand loopt. Momenteel ontbreken deze spelregels en is het onduidelijk hoe de politie sporen die door burgers zijn waargenomen, effectiever veilig gesteld kunnen worden. Kortom: handelingsperspectief voor burgers die iets meemaken.

TNO deed samen met de politie en experts uit de forensische opsporing en forensic science een verkenning “Eerste Hulp Bij Opsporing: Burgers betere mogelijkheden bieden om aan forensische opsporing bij te dragen”. Eerder berichtten we al over het interactief Plaats Delict, waar burgers voorlichting kregen over hoe om te gaan met sporen.

?Misschien heeft iedereen dan wel een mini NFI-hulptasje in de metenkast hangen. Het ideale plaatje is dat alle burgers weten wat er gedaan moet worden om forensische sporen te beschermen tot de Forensische Opsporing is geweest. Dat iedere burger weet wat er wel en niet gedaan moet worden als er een delict is gepleegd. De politie moet veel meer ogen en oren krijgen voor wat de burger kan/wil en burgers zoveel mogelijk bij de opsporing betrokken worden. Daarnaast zou de politie meer voorlichtingen moeten gaan geven aan de burgers over het hoe en wat.?

Een van de resultaten van dit onderzoek is een infographic voor burgers nadat zij slachtoffer zijn geworden van een woninginbraak. Woninginbraak is gekozen omdat er gemiddeld per jaar een kleine 100.000 woninginbraken zijn en omdat een goede bijdrage van burgers de kans op goede opsporing kan verbeteren en daardoor ook kan meewerken aan het versterken van het onveiligheidsgevoel van de burger en betere preventie. Betere preventie kan ontstaan omdat burgers meer betrokken zijn bij opsporing en beter bewust raken van de manier waarop inbrekers werken (modus operandus) en daarmee ook beter zichzelf en hun buurtgenoten kunnen waarschuwen.

[slideshare id=104943955&doc=tnoehbwoninginbraaka4-180709104336&type=d]

Na een misdrijf zijn er op de plaats delict verschillende forensische sporen te vinden. De opsporingsmethodes voor deze forensische sporen verschillen per soort spoor. Zo worden er andere opsporingsmethodes gebruikt voor een digitaal spoor dan voor een DNA-spoor. Op dezelfde manier verschillen ook de methodes van veiligstellen. Alle verschillende opsporingmethodes en methodes voor veiligstellen staan vast in de Forensisch Technische normen samengesteld door het Nederland Forensisch Instituut (NFI) (NFI & Justitie, 2007). Binnen dit onderzoek wordt er voornamelijk gekeken naar het veiligstellen van forensische sporen.

Wat quotes uit het onderzoek, waarin voor-en nadelen blijken:

?De burger heeft een feilloos gevoel voor wat normaal is in de buurt en wat niet.?

?Vooral bij de heterdaadkracht kan dit leiden tot een verhoogd succes van de opsporing.?

?Als burgers zelf dingen gaan doen, kunnen forensische sporen beschadigen.?

?Het verhaal zal; niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid, omdat het de beleving is van een burger.?

?De forensisch experts hebben ervoor gestudeerd. De politie zou het moeten weten, maar doet het soms ook al fout. Bij de burger is de kans op contaminatie maar ook fraude alleen nog maar groter.?

“In hoeverre is de burger objectief genoeg om dit aan te kunnen??

Forensische wetenschap

De definitie van forensische wetenschap is het toepassen van voornamelijk technische en (natuur) wetenschappelijke methoden en technieken ten behoeve van de waarheidsvinding in de rechtspleging. Daarnaast zijn er ook een aantal andere disciplines, zoals rechtspsychologie en forensische accountancy. De nadruk ligt bij forensische wetenschap voornamelijk op het recht. De wetenschap is slechts een hulpmiddel dat het recht in staat stelt haar doeleinden optimaal te bereiken (A. P. A. Broeder, 2008).

Forensische sporen

Biologische sporen ontstaan wanneer een persoon lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma of speeksel) of haren achterlaat op een plaats delict. Het onderzoek aan deze sporen wordt voornamelijk uitgevoerd om achter de identiteit van het persoon te komen die dit heeft achtergelaten. De sporen worden veiliggesteld op de plaats delict en daarna behandeld in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium. Om de aard van het biologische spoor te bepalen zijn er diverse biochemische en immunologische methoden beschikbaar. Om het DNA vast te stellen zijn er speciale DNA-technologi?n. Biologische sporen zijn de belangrijkste sporen, maar niet altijd zijn deze bruikbaar. Dan worden er naar andere sporen gekeken; zoals vingersporen, schoensporen, inbraaksporen of digitale sporen. Schoensporen ontstaan wanneer er een indruk of een afdruk van een schoenzool wordt achter gelaten. Inbraaksporen ontstaan wanneer er met een werktuig geprobeerd worden om een raam of een deur open te krijgen. Dit laat een identieke indruk achter van het werktuig dat gebruikt is. Digitale sporen ontstaan wanneer informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebruikt wordt. Tegenwoordig ligt bijna elke handeling binnen de ICT ergens vastgelegd en opgeslagen. Cybercrime ontstaat wanneer ICT gebruikt wordt als hulpmiddel of als doel bij het plegen van misdrijven. Wanneer ICT als hulpmiddel wordt gebruikt, gaat het vaak om een klassiek delict zoals woninginbraak. Alleen dit keer worden Google Maps en Facebook gebruikt om het potenti?le slachtoffer uit te zoeken. Dit laat digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden voor de digitale opsporing. Als ICT gebruikt wordt als alleen het doel, is er sprake van een serie nieuwe delicten. Voorbeelden hiervan zijn: hacken, malware/ransomware, phishing, internetoplichting, DDoS-aanvallen. Deze delicten bevinden zich in het zogenoemde Cyberspace, een niet-fysieke omgeving met een sociale structuur dat vergelijkbaar is met de sociale structuur van de offline wereld, en waar afstand en tijd geen belangrijke rol spelen. (A. P. A. Broeder, 2008) (E. R. Leukfeldt, 2012).?Op dit moment is het veiligstellen van forensische sporen alleen weggelegd voor de Forensische Opsporing (FO). De FT-normen, waarin staat beschreven hoe een spoor veiliggesteld moet worden, zijn niet openbaar in te zien.

Burgeropsporing/-participatie
De politie is vaak afhankelijk van de medewerking van de burger. Burgerparticipatie is van alle jaren, maar tegenwoordig is de manier waarop de burger bij de opsporing betrokken wordt, aan het veranderen. Door het gebruik van digitale technieken en mediakanalen zijn er veel meer burgers tegelijk te bereiken en kunnen zij makkelijker de informant van de politie zijn. Toch blijft er een belangrijk verschil tussen burgerparticipatie en burgeropsporing. Bij de participatie blijft de regie in de handen van de politie. De burger krijgt alleen de gelegenheid om mee te kijken en mee te denken. Bij de opsporing wordt de opsporing geheel door de burger uitgevoerd (L. G. Moor, 2011).

Eigenrichting
Over het algemeen wordt er onder ?eigenrichting? het volgende verstaan: iemand heeft het recht in eigenhanden genomen door geweld tegen een dader van een misdrijf te gebruiken dan nodig was geweest in de situatie. Eigenrichting is een van de gevolgen van een niet-gereguleerde burgeropsporing (L. G. Moor, 2011).

Parents Against Predators Nationwide (PAPN)

De groep achter recente seksuele video’s van vermeende pedofielen hoorde dat hun zaken nooit naar de rechter zullen gaan. Het Amerikaanse Parents Against Predators Nationwide (PAP) filmde vijf mannen die minderjarigen wilden ontmoeten, maar werd verrast met een ontmoeting met PAP-leden. In hun videobewijs zeggen ze gesprekken te hebben gevoerd en vastgelegd die geleid hebben tot bekentenissen, die ook zijn vastgelegd. Toch zal geen van de mannen worden vervolgd.

Agenten van het Sheriff’s Office van de Hamilton County bevestigen dat ze er geen zaak van gaan maken omdat de mannen geen wetten hebben overtreden. Verdachten moeten ofwel praten met een echte minderjarige of met een agent om de wet te overtreden, legt Sgt. David Ausdenmoore uit.

“Dit is walgelijk,” zei PAP-organisator Kelle Cook in een reactie. “Ik vind het erg omdat deze acties ons veel tijd kostte en we het voor de kinderen, tieners en ouders doen.” De groep probeert nu met een online petitie de wet in Ohio te veranderen.

Als het aan Ausdenmoore ligt wordt de wet niet veranderd. Dit soort gevoelig en gevaarlijk werk zou volgens hem beter overgelaten kunnen worden aan rechercheurs die de juiste opleiding hebben gevolgd en die onschuldige getuigen niet in gevaar brengen. “Deze verdachten denken dat ze niets te verliezen hebben als ze beseffen wat er gebeurt,” legt hij uit,?”Niets zal hen er van weerhouden om een ??vuurwapen te gebruiken, iemand kan gewond raken en het kan iemand zijn van PAP.”

Maar de PAP groep wordt hier niet door afgeschrikt. “We hebben een levensverzekering,” zei Cook. “Dat is risico zijn we bereid te nemen.”

Bronnen: Fox19

The Regulators

De Penticton-groep, bekend als The Regulators, doet het wat rustiger aan met hun buurtschouw na de aankondiging van de stad dat het een beleid gaat voeren van zero tolerance ten aanzien van misdadig gedrag in de stad, toen een meth-feest in een Okanagan Lake Park compleet uit de hand liep.

Een groep lokale burgers maakte zich druk over het gebruik van illegale drugs in Penticton. Peter Docherty en andere Regulators zeggen dat ze drie dagen onafgebroken rondes hebben geleid, maar nu hebben besloten daarmee te stoppen. “Met de veronderstelling dat we vigilanten zijn, hebben we besloten uit de schijnwerpers te stappen en te kijken wat de stad en de politie gaan doen,” zegt Docherty. De groep gebruikte tactieken zoals het sproeien van water om de oppervlakken te bevochtigen op plaatsen waar drugs gebruikt zijn, zoals bij de kerk Penticton United op Main Street en een nabijgelegen school. “Het leek er niet op dat de stad er iets aan wilde doen,” zegt hij. “Mensen noemen ons burgerwachten, maar we hebben hier dagelijks last van. Het lijkt erop dat de boodschap nu op meerdere niveaus van de overheid is neergedaald. ”

Eind vorige week zei dominee Laura Turnbull van de United kerk dat ze geen verbodsborden op hun kerkeigendom zouden plaatsen waarmee de politie de bevoegdheid zou kunnen krijgen om mensen mee te nemen.

Commandant Supt. Ted De Jager van de Penticton politie zegt dat hij The Regulators-groep kent. Hij zegt in een verklaring per e-mail dat de tactiek van de groep niet effectief was in het aanpakken van de diepere oorzaken waarmee daklozen en verslaafden kampen en dat dit het probleem van overlast niet zou oplossen. Hij zegt dat vigilante groepen zoals The Regulators op gespannen voet staan ??met de inspanningen om sociale problemen in de gemeenschap op te lossen. “We verwelkomen extra ogen en oren op straat in programma’s als Block Watch en Citizens on Patrol. Ik zou deze groep willen aanmoedigen om met ons samen te werken om een ??deel van de oplossing te worden in plaats van muren te bouwen tegen de mensen die we proberen te helpen”, zegt De Jager.

Docherty zegt dat ze ‘gewoon bezorgde ouders zijn’. Hij zegt dat de naam The Regulators een grap was, net als sommige T-shirts die de groep heeft. “Het is moeilijk voor ons om te doen wat we doen met alle aandacht op social media. Mensen denken dat ze ons kennen, maar dat doen ze niet, “zegt Docherty. Hij hoopt dat de stad voldoet aan de beloften die het heeft gemaakt over het zero tolerance beleid ten aanzien van illegale activiteiten in de stad.

Bronnen: Infotel

Lansingerlanders willen z?lf politieonderzoek gaan doen

De buurtapp waarmee mensen de veiligheid in hun directe omgeving in de gaten kunnen houden, is al redelijk ingeburgerd en succesvol. Maar twee mannen uit Lansingerland willen nog een stap verder gaan. Zij willen de buurtapp gebruiken om ?cht buurtonderzoek te gaan doen en criminaliteit op te lossen.

Karel Neelis en Edwin Verlaat denken dat er veel meer uit zo’n buurt-whatsappgroep gehaald kan worden. “Nu is het nog van ‘ik hoor wat’ in zo’n groep. Dit gaat om wat er daarna gebeurt”, legt Neelis uit. “Met dit specifieke buurtonderzoek kijken we naar sporen, vragen we of mensen eerder iets hebben gezien of vinden we spullen die betrekking hebben op bijvoorbeeld een inbraak.” En dat moet uiteindelijk leiden tot een oplossing of aanhouding.

Neelis geeft meteen toe dat dit werk is dat eigenlijk bij de politie zou moeten liggen. “Maar wij hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat ze daar nauwelijks capaciteit voor hebben. Bij een roofoverval vindt er nog een buurtonderzoek plaats, maar bij inbraken doen ze dat niet.”

Volgens Neelis kunnen mensen via Facebook of een appgroep makkelijk informatie delen. Die informatie wordt dan door deze groep gebundeld en dan met de politie gedeeld. Zelf ingrijpen is uit den boze. “Het gaat niet om mensen zwart te maken. De daadwerkelijke vervolging ligt nog steeds bij de politie en justitie.”

Om het werk wat makkelijker te maken komt er binnenkort een speciale politieapplicatie die alle informatie aan de politie meteen in een dossier plaatst. “De politie is dan ook erg positief over dit project”, beweert Edwin Verlaat. “En in sommige gevallen wordt er ook echt meteen opgetreden. Dat is fijn. Samen kunnen we het hier veel veiliger maken.”

Als het project een succes wordt, dan willen de heren het project ook uitbreiden naar de rest van het land. Dan moeten er wel landelijk afspraken gemaakt worden met de politie en de overheid, zo zeggen ze.

Neelis en Vervaat gaan op korte termijn met de politie om de tafel zitten over het initiatief.

Bron: Rijnmond.nl

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

Studenten Windesheim helpen politie bij opsporen illegaal vuurwerk op Instagram

In de Stentor een bericht over Windesheim-studenten die de politie Oost-Nederland hielp om honderden handelaren in illegaal vuurwerk op te sporen. ?Waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Het verbaasde politieman Remco Aagtjes niet, dat onderzoek op het sociale netwerk Instagram binnen enkele weken leidde tot?bijna 1000 handelaren?in illegaal vuurwerk:??Je ziet overal om je heen hoe sociale media tegenwoordig vervlochten zijn met onze levens. In die zin sta ik niet te kijken van het aantal handelaren. Je weet dat er veel vraag is naar illegaal vuurwerk. En waar een markt is, ontstaat ook handel.?

Wat Aagtjes wel verbaasde was de openheid waarmee de verkopers te werk gingen. Zo waren veel profielen niet afgeschermd en daardoor voor iedereen zichtbaar. En vaak stond de herkomst van de verkoper in de gebruikersnaam.

In kaart brengen

Om de Instagram-handelaren op te sporen werkte de politie samen met studenten van hogeschool Windesheim. Een van de onderzoekers is Justin Kuiper (22) uit Onna, derdejaars student ict.??Samen met een groep studenten struinden we vier dagen per week Instagram af en brachten we alle accounts in kaart. In veel gevallen niet moeilijk, want op alleen de zoekwoorden ?vuurwerk? en ?handel? kwam al een hele lijst gebruikers naar boven.?

Om geen argwaan te wekken gebruikten de onderzoekers tientallen accounts met fictieve gebruikersnamen. ?Als we maar ??n account zouden hebben gebruikt, zouden we snel zijn opgevallen?, zegt Aagtjes. Gisteren veranderden de profielnamen van alle politie-accounts in ?Vuurwerk Politie?, waardoor de handelaren merkten dat ze erbij waren.

Geen strafbaar gedrag op Instagram

De accounts van de vuurwerkhandelaren worden voor het einde van de week?offline?gehaald, beloofde Instagram aan de politie. Aagtjes: ?In de algemene voorwaarden staat dat Instagram geen strafbaar gedrag tolereert. Daarover hebben we met ze gesproken en ze gewezen op al deze accounts. Die worden weggehaald.?

Verkopers die denken slim te zijn door zelf hun account te verwijderen zijn te laat, zegt de politie: hun gegevens zijn al vastgelegd en een profiel wissen heeft geen zin.?Student Kuiper begrijpt wel dat de politie digitale opsporing inzet in de strijd tegen illegaal vuurwerk. ?Alles tegenhouden aan de grens lukt nooit, daar is geen beginnen aan. Dan kun je natuurlijk gebruikers van illegaal vuurwerk bestraffen, maar de handelaren opsporen is veel effici?nter. En zeker op Instagram, waar het vaak redelijk eenvoudig te vinden was.?

Aagtjes is vooral blij dat het lijkt te zijn gelukt om de verkoop van veel vuurwerk te voorkomen. ?Het spul dat we tegenwoordig aantreffen heeft echt een gigantische kracht. Vier cobra?s (zwaar knalvuurwerk, red.) hebben samen de kracht van een handgranaat. En we zien dozen van twintig stuks gewoon in huizen of schuurtjes liggen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als dat ontploft.?

Drukste tijd van het jaar

Het onderzoek van de politie is met het openbaar maken niet gestopt, zegt Kuiper. ?We zitten nu natuurlijk in de drukste tijd voor de verkoop van vuurwerk. Daarom gaan we nog door tot en met januari. Want ik verwacht dat handelaren toch zullen proberen om van hun spullen af te komen. Maar niet meer via Instagram, als het aan ons ligt.?

Bron: De Stentor