Tagarchief: politie

Burgers in het digitale opsporingstijdperk

In het eerste issue van het Nederlands juristenblad 2019 staat het volgende artikel van Eelco Moerman over burgeropsporing:

De rol en positie van de burger in de opsporing in het digitale tijdperk is aan het veranderen. Huidige technologische mogelijkheden bieden nieuwe opsporingsmogelijkheden voor politie en justitie, maar tegelijkertijd neemt de autonomie van het Openbaar Ministerie in de opsporing af en wordt aan het juridische monopolie van de overheid op het onderzoek naar strafbare feiten getornd. Van een zelfstandig strafrechtelijk beleid van het Openbaar Ministerie kan niet meer gesproken worden. Van een omlijnd overheidsbeleid om invulling te geven aan deze veranderingen, is geen sprake. Een dergelijke meer vrijblijvende benadering van burgers en opsporing dwingt op een bepaald moment tot keuzes. Worden de bijdragen van burgers definitief juridisch omarmd en wordt daarmee de insteek van het strafrecht meer publiek-privaat, of wordt vastgehouden aan de klassieke centrale rol van de overheid in de opsporing en wordt ingezet op betere waarborgen hieromtrent?

Lees hieronder verder:

[slideshare id=128944981&doc=f-8832c-a-c-74300163784d-8b-0873260f-e-5pdf-190123153642&type=d]

Eerder schreef Eelco Moerman een proefschrift over de rol van burgers in opsporing:

In dat onderzoek staat de juridische positie van de burger in de opsporing van strafbare feiten centraal. Als gevolg van handhavingstekorten, nieuwe technologische mogelijkheden en een toegenomen verantwoordelijkheidsgevoel voor de veiligheid is de burger steeds meer een zichtbare rol gaan spelen in de opsporing. Burgers blijken bereid om op eigen initiatief of met actieve bemoeienis van de overheid een bijdrage aan de opsporing te leveren. In het Wetboek van Strafvordering staat echter de overheidstaak tot opsporing centraal. Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe de bijdrage van de burger aan de opsporing zich verhoudt tot de verantwoordelijkheden van de overheid in het kader van de opsporing. Het thema burgers en opsporing wordt in deze studie vanuit verschillende perspectieven belicht. Stilgestaan wordt bij de rol die burgers binnen en buiten de kaders van het Wetboek van Strafvordering vervullen. Onder meer burgerinformanten, burgerinfiltranten, onderzoeksjournalisten en particuliere rechercheurs passeren de revue. Tevens wordt de betekenis van door burgers vergaard bewijs in het strafproces besproken. Aan de hand van deze en andere aspecten wordt inzicht gegeven in de ?inburgering? van derden in de opsporing.

Bron:?Nederlands juristenblad

Dark Markets: De IKEA’s van de cybercrime

Hoe begint en opereert iemand in de cybermisdaad? En wat kunnen we doen om dit tegen te gaan? Dat zijn vragen waar criminoloog Rolf van Wegberg zich aan de TU Delft mee bezig houdt. Hij probeert de verbinding te leggen tussen de technische kant van cybercrime en de meer economische en sociale aspecten. En dat soort mensen zijn er nog niet zo veel.?

Het jaar 2018 stond voor Rolf van Wegberg bijna geheel in het teken van zijn onderzoek naar?commoditization in cybercrime. De promovendus van de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) presenteerde zijn resultaten op de USENIX Security conferentie in het Amerikaanse Baltimore.

Cybercrime is een groeiend misdaadprobleem en kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld creditcardfraude, digitale afpersing en spyware. Onder commoditization van cybercrime verstaan we het aanbieden van vaardigheden en diensten door gespecialiseerde partijen in de ondergrondse economie, die je als gebruiker kant-en-klaar kunt kopen. Dit maakt het voor cybercriminelen mogelijk om zaken uit te besteden, waardoor de belemmeringen om met cybercrime te beginnen, kleiner worden. ?Je koopt een bepaalde dienst in en je hoeft er dus zelf geen verstand van te hebben om aan de slag te gaan. Je kunt dan bij wijze van spreken naar een ?cybercrime-IKEA? gaan om je gewenste pakket te kopen en samen te stellen?, verklaart Van Wegberg.

Misdrijven als digitale afpersing en creditcardfraude worden dus een stuk eenvoudiger als criminelen de daarvoor benodigde?commodities kunnen aanschaffen op ondergrondse markten, het?dark web. Althans, dat is de theorie. Onderzoekers nemen wel een stijgende?commoditization?van cybercrime waar, maar hoe serieus is het probleem nu echt in de praktijk, vroeg Van Wegberg zich af.

?Wij hebben daarom, samen met collega?s van Carnegie Mellon University (CMU) in de VS, bekeken of die gevreesde?commoditization wel echt zo?n vlucht neemt. We bekeken daarvoor de transactiegegevens van zes jaar van acht online anonieme marktplaatsen, van Silk Road tot AlphaBay. Die dekken samen een groot deel van deze markt af. Het is voor het eerst dat een dergelijke grootschalige analyse is gedaan van deze ondergrondse online economie.?

Cash-out

?We zien dan inderdaad aanwijzingen voor?commoditizationvan allerlei producten en diensten, maar zeker niet voor alle. Niet alles is te koop, je moet altijd iets zelf blijven doen als cybercrimineel. Bovendien is de omvang van de handel zeer beperkt, in vergelijking met bijvoorbeeld de omvang van drugshandel op deze markten. Er is wel groei, maar minder dan verwacht. We schatten de totale omzet van?cybercrime commoditiesop online anonieme marktplaatsen rond de 8 miljoen dollar tussen 2011-2017.?

Zogenaamdecash-out services worden het vaakst verhandeld. Onder elk crimineel businessmodel ligt immers de vraag: hoe krijg je het geld van het slachtoffer op ?verantwoorde? wijze weggesluisd? Iedere ?criminele ondernemer? heeft dit nodig en daarom is de vraag logischerwijs groot. Dit gaat om tussenpersonen, geldezels, bankrekeningen, bitcoin-wisseldiensten en dergelijke.

Het probleem van?commoditization lijkt dus vooralsnog volgens Van Wegberg en zijn collega?s mee te vallen. Hoe waren de reacties op de presentatie van deze onderzoeksresultaten? ?In het algemeen waren die heel positief. Heel belangrijk is voor mij dat het ook goed is ontvangen door de politie, waar we nauw mee hebben samengewerkt.?

Ook vakgenoten op de conferentie in Baltimore reageerden positief. ?Het was op zich al heel bijzonder dat we daar in Baltimore als?softe technologen tussen de?die hard?ICT?ers mochten staan. We waren een vreemde eend in de bijt, ik als criminoloog zeker. Veel cybersecurity- onderzoekers richten zich vooral op de technologie, terwijl wij toch meer proberen te letten op de bredere sociale verbanden en economische patronen. Hoe ziet de hele criminele keten eruit, hoe start iemand in de cybercriminaliteit? Maar ons onderzoek werd in Baltimore goed ontvangen.?

Persaandacht

Naast de vakmensen, kwamen er ook reacties in de pers. ?Ja, dat was wel eervol. Het onderzoek haalde bijvoorbeeld de voorpagina van Trouw.? Kreeg Van Wegberg niet het verwijt dat hij de gevaren van cybercrime enigszins bagatelliseert? ?Misschien was dat een beetje het geval, maar dat is volgens mij niet de goede manier om er naar te kijken. Met de uitkomsten van ons onderzoek kun je namelijk veel gerichter kijken naar het probleem en bijvoorbeeld beperkte politionele middelen en capaciteit beter inzetten. Uiteindelijk wil je namelijk proberen om het criminele ecosysteem kapot te maken. En daar heb je dit soort informatie hard voor nodig.?

We hebben in het onderzoek overigens nog een ander fenomeen bekeken. Want naast criminele aanbieders die handelen met andere criminelen, B2B, vonden we ook een significante hoeveelheid retail cybercrime, dus rechtstreeks naar de eindconsument. Dan gaat het bijvoorbeeld om gehackte Netflix- of Spotify-accounts. We schatten de totale omzet van de handel in deze vorm van cybercrime op online anonieme marktplaatsen rond de acht miljoen dollar tussen 2011-2017.? Ook dat lijkt dus ?vooralsnog ? een relatief onschuldig probleem.?

“De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.”

Criminoloog

Rolf van Wegberg is sinds 2015 promovendus aan de faculteit TBM (sectie Organisation & Governance) maar is van oorsprong criminoloog. Hij haalde zijn master in Criminologie (cum laude) in 2011 aan de Universiteit van Leiden met een afstudeeronderzoek naar witwassen van geld en naar het financieren van terrorisme in Nederland.

Na zijn afstuderen, ging hij aan de slag bij de afdeling Criminal Law and Criminology aan de Leidse universiteit, als researcher en docent. Daar richtte hij zich vooral op het Nederlandse beleid tegen financi?le misdaad. In 2013 ging hij naar TNO, waar hij nog steeds werkt als wetenschapper op het gebied van (financi?le) cybercrime en ondergrondse markten. Op dit moment is hij drie dagen per week aan het werk bij de TU Delft en twee dagen per week bij TNO. Zijn research is onderdeel van het MALPAY-project, dat zich focust op?malwaregericht op financi?le instellingen. Van Wegberg onderzoekt specifiek de strategie?n van cybercriminelen en de interactie tussen die strategie?n en het (veiligheids)beleid van financi?le dienstverleners en de politie.

Net als op de conferentie in Baltimore, moet de criminoloog Van Wegberg zich aan de TU Delft wel eens een beetje ?anders? voelen, zou je denken. ?Ik ben inderdaad opgeleid in de conventionele tak van het criminologische onderzoek. Maar die aanpak, met enqu?tes, zelfrapportages en aangiftecijfers, kent uiteindelijk zijn beperkingen, zeker als je cybercrime wilt bestuderen. Daarom ben ik blij dat ik dit soort onderzoek aan een technische universiteit veel breder kan maken. De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.?

?Een ander verschil dat ik hier aan de TU Delft ervaar, is het ?wij?-gevoel. Vanuit mijn studie was ik gewend om ?ik? te zeggen; nu is het veel meer ?wij?. En terecht, want wetenschap is nu eenmaal een teamsport. Het is zonde om maar ??n stel hersens aan een probleem te laten werken.?

Promovendi

In 2019 gaat Van Wegberg zijn promotieonderzoek afronden. ?Daar zal volgend jaar de meeste aandacht en tijd naar toe gaan. Daarnaast geef ik onderwijs, bijvoorbeeld in onze Cyber Security master-opleiding, en begeleid ik masterstudenten bij hun scriptie. Sowieso vind ik het onderwijs, het contact hebben en het samenwerken met studenten, het leukste wat ik hier doe aan de universiteit.?

Maar eerst dus maar eens dat proefschrift afmaken, waar het bovengenoemde onderzoek ook een deel van is. Van Wegberg weet uit ervaring hoe hoog de druk voor promovendi kan zijn en maakt zich daar zorgen over. Hij hield zich bezig met de belangenbehartiging van de promovendi in Nederland en was tot afgelopen zomer voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). ?De positie van promovendi is voor mij echt een belangrijk onderwerp. Niet in het minst omdat die positie naar mijn mening behoorlijk in de knel komt. De arbeidsvoorwaarden staan onder druk en er worden speciale constructies bedacht om toch promovendi te kunnen aanstellen. Aan de TU Delft gaat het gelukkig nog allemaal vrij goed, maar toch moeten we oppassen dat we geen race to the bottom aangaan ten koste van promovendi. In deze hele discussie wordt de stem van de mensen waarom het gaat, te weinig gehoord. Ik ken mijn weg in Den Haag redelijk goed en dus probeerde ik als PNN-voorzitter die stem te laten klinken.?

Bron: TUDelft magazine

Zorgen om buurtwachten en burgeropsporing: ?Voor eigen rechter spelen ligt op de loer?

Burgers die de politie helpen via appgroepen en buurtpreventieteams gaan daarin soms te ver, blijkt uit onderzoek. Zo zouden burgers zelf tot opsporing overgaan en is er sprake van discriminatie tegenover jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Onderzoekers van het onafhankelijke programma Politie en Wetenschap concluderen dat de hulp van burgers in bepaalde vormen effectief kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor diefstal en inbraakpreventie. Maar ze zien ook gebreken in de groeiende sociale controle van actieve bewoners, die concurreert met het toezicht van de politie.

Zelf opsporen
Aan de hand van interviews en buurtapp-communicatie blijkt dat burgers soms onrechtmatig handelen. Onrechtmatigheden, zoals beschreven in het onderzoek, als ‘actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden.’


Volgens Vasco Lub van Politie en Wetenschap zou de politie meer betrokken moeten zijn om burgerhulp soepeler te laten verlopen. “De verhouding tussen de politie en de burger is niet goed ingekaderd. Er is een risico dat burgers zich miskend voelen en zelf ingrijpen en een opsporing opzetten. Dat is niet de bedoeling. Je mag als burger niet voor politieagent spelen.”

Beter begeleiden
De politie zou burgers die hen proberen te helpen beter moeten begeleiden, zegt Vasco Lub. “Het is makkelijk gezegd om burgers in te zetten, maar burgergroepen beginnen steeds meer zelf te doen: opsporing, patrouilleren zonder dat de politie het weet en voertuigcontrole.” Hij vraagt zich af of dit wenselijk is.

In een reactie laat de politie weten dat zij burgerparticipatie in veiligheidsvraagstukken zien ‘als een belangrijke en positieve ontwikkeling in de samenleving.’ De politie zegt te willen voorkomen dat ‘burgers andere burgers daarbij in hun vrijheden beperken of schade berokkenen’.

Volgens de politie zijn veel burgerinitiatieven relatief nieuw, waardoor de spelregels duidelijk opgesteld moeten worden. Dit gaat om kwesties als de privacyregels die burgers moeten respecteren en ervoor zorgen dat bewijs dat burgers verkrijgen bruikbaar is. “We zijn als politie een landelijk project gestart om via lokale experimenten adviezen en spelregels op te stellen om de samenwerking tussen burgers en de politie in de opsporing te versterken.”

Bronnen: EenVandaag, RTL Nieuws, Hart van Nederland, AD. Nu.nl

Politie en actief burgerschap: een veilig verbond? Onderzoek naar samenwerking, controle en (neven)effecten

De politie werkt steeds vaker samen met burgers op het terrein van veiligheid, toezicht en openbare orde, maar dit heeft niet alleen maar positieve effecten. De ruimte die burgers claimen ? bijvoorbeeld via buurtpreventieteams en app-groepen ? kan leiden tot onrechtmatigheden en risico?s voor niet-actieve burgers. Dit blijkt uit een uitgebreid etnografisch onderzoek van socioloog Vasco Lub en criminoloog Tom de Leeuw. In het onderzoek zijn voor het eerst ook app-data tussen politie en burgers geanalyseerd.

Het onderzoek vond plaats in veilige en onveilige wijken in verschillende gemeenten aan de hand van observaties, interviews en analyse van buurtapp-communicatie. Het laat diverse vormen zien van effectieve samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van heling-aanpak, diefstal en inbraakpreventie. Maar het illustreert tegelijk dat de politie nog vaak op afstand opereert van actieve burgers. De politie is nog vooral gericht op urgente meldingen van actieve burgers, waardoor minder urgente maar waardevolle informatie, over bijvoorbeeld minder zichtbare ondermijnende criminaliteit, onbenut blijft.

Door de ruimte die actieve bewoners claimen ?n krijgen, wordt de sociale controle van burgers op straat bovendien steeds concurrerender ten opzichte van het toezicht van de politie. Het onderzoek laat zien dat dit tot onrechtmatigheden kan leiden, bijvoorbeeld actieve burgers die zelf tot opsporing overgaan, die jongeren of personen met een migratieachtergrond discrimineren of verdachte personen staande houden. De politie is wettelijk bevoegd voor taken rond opsporing, toezicht en handhaving, wordt geacht onpartijdig te zijn, en valt onder de controle van de overheid. Burgers hebben die bevoegdheden niet en handelen ? bewust of onbewust ? regelmatig ook uit eigen belang.

Als aanbeveling formuleren de onderzoekers dat de politie in de praktijk meer betrokken moet zijn om actief burgerschap op het terrein van veiligheid in goede banen te leiden (niet verslappen of verstoppen). Verder kan de politie zich in onveilige wijken beter richten op haar kerntaken dan op het werven van nieuwe vrijwilligers. Ook kan zij meer gebruik maken van burgerfora om aan gedeelde referentiekaders te werken en het informatiebeheer van digitale communicatiekanalen met burgers zoals buurtapps moet verbeteren.

[slideshare id=127772405&doc=politieenactiefburgerschap-190111150341&type=d]

Bronnen: Politie en Wetenschap, Nu.nl

Veiligheid te koop?

Waarborgen commerci?le organisaties de grenzen van de rechtsstaat?

Op 20 december vond een debatavond plaats over deze vraag in De Balie te Amsterdam met o.a. strafrechtexperts, beveiligers, burgerrechercheurs en politie over samenwerkingen tussen de publieke en private sector.

Priv?detectives, particuliere beveiligers, burgerrechercheurs; organisaties kiezen er steeds vaker voor zelf een oplossing te vinden voor bijvoorbeeld fraude of cybercrime buiten het OM en de politie om. Ook zorgt een capaciteitsprobleem bij de politie ervoor dat OM en politie steeds vaker naar samenwerking zoeken met beveiligingsbedrijven. Dit vergroot de slagkracht van OM en politie.?Hoe ziet deze samenwerking eruit? Hoe gaan commerci?le organisaties om met bijvoorbeeld waarheidsvinding? Houden deze bedrijven zich aan de grenzen van de rechtsstaat?

Wat bovendien vragen oproept: uitsmijters bij caf?s, voetbalstadion-stewards en beveiligers van de luchthaven hebben gemeen dat zij in dienst zijn van een particuliere organisatie, maar zij worden vaak gezien als onderdeel van de politie. Wat zijn hiervan de gevolgen? Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van publiek-private samenwerking en wat het betekent voor de samenleving.

Opsporing en vervolging in de toekomst

Deze avond over beveiliging was de tweede in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma hier terug.

Bekijk het debat hier terug:

Peter van der Geer is een ervaren gespreksleider. Hij is auteur van Prachtige bijeenkomsten en oprichter van Debat.nl. Hij werkt veel op het snijvlak van overheid en maatschappij.

Met oa:

Martijn van de Beek?is directeur van Hoffmann Bedrijfsrecherche, een toonaangevend bedrijf in de particuliere onderzoeksector dat werkzaam is op de domeinen bedrijfsrecherche, riskmanagement en cybersecurity. Voorheen bekleedde van de Beek jarenlang diverse leidinggevende functies bij de Landelijke Eenheid van de politie.

Pauline Buurma?is straatmanager voor onder andere de Kalverstraat, Heiligeweg en het Rokin. Ze is het directe aanspreekpunt voor de besturen van de lokale ondernemersverenigingen en werkt veel samen met de gemeente. Ook heeft ze nauw contact met de wijkagenten omtrent de veiligheid in het winkelgebied.

Jeroen Goudsmit?is manager Forensic Services bij accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC. Goudsmit behaalde een PhD in Mathematical Logic en is gespecialiseerd in digitale onderzoeksmethodieken. Hij houdt zich bezig met data-analyse in het kader van complexe technische vraagstukken.

Tom Heijm?is particulier rechercheur en eigenaar van recherchebureau Heijm voor zowel bedrijfs- als particuliere recherche. Voorheen was Heijm jarenlang werkzaam bij de politie. Recherchebureau Heijm is door politie en justitie erkend met het BPOB keurmerk, Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus.

Kevin Heller?is werkzaam in de particuliere beveiligingsbranche, onder andere als uitsmijter bij Amsterdamse clubs en persoonsbeveiliger. Ook is hij zelfverdedigingsinstructeur en had hij jarenlang een eigen vechtsportschool.

Bob Hoogenboom?is professor Forensic Business Studies aan de Nyenrode Business University en is betrokken bij de leergang ?Publiek Privaat Security Management?. Ook geeft hij les aan de politie academie en schreef hij een boek over de functie, cultuur en waarden van de Nationale Politie.

Erik de Jong?is Chief Research Officer bij computer- en netwerkbeveiligingsbedrijf Fox-IT. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar trends in dreigingen, incidenten en kwetsbaarheden op het gebied van cybersecurity. Fox-IT werkt onder andere voor overheden en financi?le instellingen. De Jong is tevens bestuurssecretaris van Cyberveilig Nederland.

Erwin Schoemaker?is directeur van VEBON-NOVB, en manager van de afdeling beveiliging. VEBON-NOVB behartigt als vereniging de belangen van haar leden op het gebied van brandbeveiliging en criminaleitspreventie, en draagt tevens zorg voor opleiding, certificering en beleidsvorming in de veiligheidssector.

Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is van Steden verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid en schreef hij een proefschrift over de privatisering van politiewerk.

Bron: De Balie

Kijk uit! Burger op de uitkijk

In het coalitieakkoord (mei 2018) heeft de gemeente Den Haag aangegeven dat ze WhatsApp-groepen in de buurt willen ondersteunen (Neighbourhood WhatsApp Groups: NWAG’s). Het doel van de ondersteuning is het vergroten van de burgerparticipatie en het verbeteren van het veiligheids- en veiligheidsgevoel in de wijk. Momenteel is er geen stadsbrede benadering om buurtwhatsappgroepen te ondersteunen.

Momenteel is er geen stadsbrede benadering om NWAG’s te ondersteunen. De vraag is dus: hoe kan een ondersteuningsstructuur worden opgezet voor het succes op lange termijn van NWAG’s? Dit wordt in dit ontwerpproject beantwoord en ondersteund door het onderzoek dat gedurende het project is uitgevoerd.

Voor het opzetten van een succesvolle ondersteuningsstructuur is inzicht verkregen in de wensen voor ondersteuning en de bijdragen van de steun die in andere gemeenten wordt gegeven. De moeilijkheid voor politie en gemeente is dat ze veel aannames hebben met betrekking tot het ondersteunen van NWAG’s. Hoewel deze veronderstellingen in werkelijkheid niet bestaan of opgelost kunnen worden, houden ze de politie en de gemeente tegen om te beginnen met het geven van (delen van) de steun die bewoners verlangen.

Het onderzoek toonde ook aan dat ondersteuning zeer wenselijk is voor bewoners. Het aantal inwoners dat een NWAG start en onderhoudt, neemt toe als er enige vorm van ondersteuning wordt gegeven. Bewoners willen hulpmiddelen ontvangen om een NWAG op te zetten en willen informatie uitwisselen met politie en gemeente over hun buurt. Bewoners vinden het evident en vanzelfsprekend dat de gemeente de NWAG’s op deze manier ondersteunt en begrijpt niet waarom dit nog niet het geval is.

De co?rdinator van een NWAG heeft een centrale rol, aangezien hij de NWAG beheert. Daarom was het doel van het ontwerp om ondersteuning te cre?ren voor co?rdinatoren. Het principe van het maken van een WhatsApp-beheerdersgroep (WWAG) wordt gebruikt, omdat die groep alle co?rdinatoren in een wijk, een gemeentebeambte en (wijk) politie bevat. De focus ligt op het helpen van bewoners om een NWAG te starten, co?rdinatoren aan te sluiten bij de WWAG en te schetsen wat WWAG zou moeten doen.

Op basis van het gebruikersonderzoek zijn de volgende ontwerprichtlijnen opgesteld om ondersteuning te bieden aan co?rdinatoren:

1. Houd informatie bij evenals activiteiten over veiligheidsgerelateerde onderwerpen.

2. Presenteer informatie en activiteiten eenvoudig, zodat het doel duidelijk is.

3. Streef ernaar om co?rdinatoren bij de besluitvorming te betrekken bij het instellen en uitvoeren van WWAG van bepaalde taken die de WWAG onderhouden.

4. Leg geen verplichtingen op aan co?rdinatoren om lid te worden van de WWAG.

5. Maak duidelijke afspraken tussen alle WWAG-leden voor wederzijds begrip.

6. Toon waardering voor de co?rdinatoren in persoon.

7. Bied praktische hulpmiddelen die co?rdinatoren ondersteunen, voornamelijk in de startfase.

De ontworpen?ondersteuningsservice bestaat uit twaalf contactpunten. Touchpoints zijn middelen om interacties tussen co?rdinatoren en de ondersteuningsdienst tot stand te brengen. De touchpoints tonen de minimale middelen die de gemeente zou moeten gebruiken om ondersteuning te bieden aan NWAG’s.

De ondersteunende dienst helpt bewoners bij te dragen aan een veilige buurt om in zichzelf te leven. Dit verhoogt de participatie van bewoners evenals gemeentelijke en politie-ambtenaren in de buurt.

Dit rapport toont het proces van het ontwikkelen van de touchpoints en legt de richtlijnen en touchpoints in detail uit, evenals de implementatie van de touchpoints.?

E. Wennekers (2018). Watch it! Resident on the lookout: Design of a support service for neighborhood WhatsApp groups.

[slideshare id=126175212&doc=masterthesiselkewennekers-181218082009&type=d]

[slideshare id=126175394&doc=posterelkewennekers-181218082328&type=d]

[slideshare id=126175606&doc=appendixelkewennekers-181218082725&type=d]
Bronnen: TUDelft

Eerste hulp bij cyberincidenten? Update het meldproces!

Door: Petra Vermeulen en Arnout de Vries, eerder?gepubliceerd in tijdschrift voor de politie

Een nepmail van de bank, online shoppen op een malafide website, een naaktfoto die op het internet belandt, bitcoins moeten betalen om toegang tot een computer terug te krijgen, of niet kunnen internetbankieren door een DDoS aanval. Cyberincidenten treffen onze samenleving steeds vaker.[1]?De impact van deze cyberincidenten kan groot zijn. Zelfs z? groot dat iemand besluit een einde aan het leven te maken. In 2017 pleegde de 15-jarige scholier Onur zelfmoord, na het ontdekken van naaktfoto?s op sociale media.[2]

Hoewel de gevolgen ernstig kunnen zijn, blijft het aantal meldingen van cyberincidenten beperkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde in september 2017 dat driekwart van de cyberdelicten niet wordt gemeld.[3]?Dit terwijl er naar schatting ruim 2,5 miljoen cyberdelicten werden gepleegd en melden belangrijk is een compleet beeld van cyberincidenten (online diefstal, verstoringen, configuratiefouten, et cetera) te krijgen om trends te kunnen signaleren, te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en om te prioriteren in wat er moet worden aangepakt. Volgens de?Cyber Security Raad?(CSR) moeten het meld- en aangifteproces plus de opvolging ervan dan ook worden verbeterd door het proces eenvoudiger te maken.[4]?Maar hoe ziet het huidige proces er precies uit? Waar is nog ruimte voor verbetering? En wat betekent dit voor de?Landelijke Meldkamer Samenwerking? De door TNO uitgevoerde korte verkenning ?Melden Cyberincidenten? pakt deze vragen op.

De korte verkenning leert dat het meldproces voor cyberincidenten nu nog is ingericht vanuit een klassiek veiligheidsoogpunt. Voor vitale aanbieders met een directe link naar de nationale veiligheid is er een centraal meldpunt ingericht. Vanuit veiligheidsoogpunt is dit begrijpelijk. Vitale processen zijn essentieel voor onze samenleving. Uitval of verstoring van deze processen leidt tot ernstige maatschappelijke ontwrichting of vormt een bedreiging voor de nationale veiligheid. De overheid werkt via het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) dan ook samen met de vitale aanbieders, inlichtingendiensten, en hulpverleners om crisisbeheersing goed te regelen.[5]?Maar voor andere partijen als bedrijven en burgers, die vooral persoonlijke schade ondervinden, is er geen centraal meldpunt. En dat is een gemiste kans, want een dergelijk centraal en landelijk meldpunt is wel nodig.

In de eerste plaats zijn incidenten in de cyberwereld niet los te zien van de fysieke wereld. Toegegeven, cyberincidenten bij bedrijven of burgers hebben veelal geen directe gevolgen voor de nationale veiligheid. Ook hebben dergelijke incidenten niet altijd gevolgen voor de fysieke veiligheid. Daarom is de noodzaak van het melden bij deze doelgroepen anders dan bij vitale aanbieders of klassiek 1-1-2 gebruik. Maar er kunnen wel degelijk fysieke gevolgen voortkomen uit een cyberincident. Cyberincidenten hebben zelfs steeds vaker fysieke impact op personen, bedrijven, overheid of de openbare orde en, zoals de zaak van de 15-jarige Onur aantoont, kunnen incidenten verregaande schade veroorzaken waarbij zelfs mensenlevens in gevaar komen.[6]

Ten tweede is er voor burgers nu geen centrale partij die helpt dreigingen zoveel mogelijk te mitigeren, waardoor deze groep relatief kwetsbaar is. Zeker, er zijn veel meldpunten beschikbaar, verdeeld over diverse type incidenten. Zo kan men voor spam terecht bij de website spamklacht (onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt), voor kinderporno bij het Meldpunt Kinderporno, voor grooming, sexting, sextortion, voor online seksueel misbruik bij helpwanted.nl, voor identiteitsfraude bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI) van de rijksoverheid en voor phishing (bankfraude) bij de eigen bank, internetprovider of politie. Maar de veelvoud aan meldpunten maakt het voor burgers lastig om snel het juiste meldpunt te vinden.

Weinig prikkels
Een centraal meldpunt zou dus een verbetering zijn, maar er valt meer te verbeteren blijkt uit de verkenning. Zo toont de verkenning aan dat er weinig handelingsperspectieven worden geboden, zelfs niet als er bij de politie aangifte wordt gedaan. Hierdoor zijn er vermoedelijk weinig prikkels om (nogmaals) te gaan melden. Ook de 1-1-2 meldkamer biedt nog geen eenduidige handelingsperspectieven bij cyberincidenten. Dit terwijl de meldkamer voor burgers een essenti?le ?lifeline? is, een reddingsboei bij alle acute hulpvragen.[7]

Een centraal (uit maatschappelijk oogpunt ingericht) meldpunt of noodnummer zou dan ook een plek moeten zijn waar burgers terecht kunnen voor zowel informatie over bijvoorbeeld aanwezige kwetsbaarheden en dreigingen, als voor preventieadvies (wat te doen om te voorkomen dat je slachtoffer wordt) en hulpverlening (wat te doen als je t?ch slachtoffer wordt).

Het niet-vitale bedrijfsleven bevindt zich overigens in een vergelijkbare situatie als de burgers. Ook hier kennen online incidenten regelmatig fysieke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan verstoring door een DDoS aanval, of een datalek zoals bij de commerci?le datingsite Ashley Madison waarbij (e-mail)adressen, telefoonnummers, geboortedata, foto?s en versleutelde wachtwoorden op straat kwamen te liggen. Leden ontvingen daarop ook fysieke bedreigingen en vreesden zelfs voor hun leven.[8]

Net als bij burgers heeft ook deze doelgroep te maken met versnippering in het meldlandschap en een gebrek aan handelingsperspectieven. Men heeft het gevoel dat melden geen zin heeft.[9]?Voor concrete hulp zijn bedrijven nu aangewezen op (kostbare) private ICT-dienstverleners. Er is nog geen eenduidige (nood)hulp bij maatschappelijke onrust of schade in de keten als gevolg van een cyberincident. Weliswaar heeft de overheid in 2018 een?Digital Trust Center?(DTC) opgezet om de cyberweerbaarheid van bedrijven te verbeteren, maar het DTC biedt slechts enkele handelingsperspectieven via een doorverwijspagina, en is op zichzelf geen meldpunt (dus ook geen noodnummer) of CERT.[10][11]?Het DTC is momenteel vooral gericht op het beperken van economische schade via informatiedeling, niet op het inrichten van maatschappelijke hulpverlening.

Concluderend zijn er voor vitale aanbieders en niet-vitale bedrijven diverse processen opgezet om de cyberweerbaarheid te verhogen en cybercrises te mitigeren. Voor burgers is dit echter nog niet het geval, waardoor deze groep bijzonder kwetsbaar is. Bij cyberincidenten is er daarnaast geen enkele vorm van hulpverlening beschikbaar: spoed of niet.

Dit alles zorgt ervoor dat bedrijven en burgers weinig worden gestimuleerd om incidenten te melden. Men heeft het gevoel dat dit geen zin heeft. Om het melden van cyberincidenten voor deze groepen te stimuleren en om ervoor te zorgen dat ook in de online wereld burgers en bedrijven geholpen worden bij acute hulpvragen, is een update nodig: een update naar ??n online meldpunt, een update van de samenwerking tussen meldpunten en vooral een update van de geboden handelingsperspectieven. Alleen zo zal het melden van cyberincidenten meer zin krijgen.

Dit artikel maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Het Nieuwe Melden. Dit multidisciplinaire onderzoeksprogramma voert TNO uit in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid, het programma LMS en de verschillende partners in het meldkamerdomein. De publicatie wordt breed verspreid om de opgebouwde kennis ten goede te laten komen aan het gehele meldkamerdomein en ook aan aanpalende domeinen. De publicatie kan tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven niet gezien worden als het beleidsstandpunt van betrokken partijen.

[1]?VTM Groep, 2018. ?Aantal cybersecurity incidenten in 2017 bijna verdubbeld?. Februari 2018. Beschikbaar via:?https://www.vtmgroep.nl/nieuws/aantal-cybersecurity-incidenten-in-2017-bijna-verdubbeld

[2]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[3]?Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2017. Driekwart van de cybercrimedelicten niet gemeld. Datum: 25-09-2017. Beschikbaar via:?https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/39/drie-kwart-cybercrimedelicten-niet-gemeld

[4]?Cyber Security Raad (CSR), 2017. Naar een landelijk dekkend stelsel informatieknooppunten ? Advies inzake informatie-uitwisseling met betrekking tot cybersecurity en cybercrime. CSR-advies 2017 nr 2. Beschikbaar via:?https://www.cybersecurityraad.nl/binaries/CSR-advies%202017%20nr.%202%20-%20Naar%20een%20landelijk%20dekkend%20stelsel%20van%20informatieknooppunten_tcm56-269317.pdf

[5]?Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), 2018. ?ICT Response Board? ; ?Information Sharing and Analysis Centers (ISAC?s)?; en ?Weerbare Vitale Infrastructuur?. 2018. Beschikbaar via:?https://www.ncsc.nl/samenwerking/ict-response-board.html?en?https://www.ncsc.nl/samenwerking/isacs.html?en?https://www.nctv.nl/binaries/18.%20Factsheet%20Vitale%20Infrastructuur_tcm31-32336.pdf

[6]?Tweede Kamer, 2017. ?Beantwoording Kamervragen over zelfmoord ten gevolge van sexting?. April 2017. Referentie 1167229. Beschikbaar via:?https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2017/04/10/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting/beantwoording-kamervragen-over-een-zelfmoord-ten-gevolge-van-sexting.pdf

[7]?Gebaseerd op Wet Veiligheidsregio?s, ? 6., artikel 35

[8]?Vice News, 2015. ?How the Ashley Madison Hack Could Threaten People?s Lives?. Beschikbaar via:?https://news.vice.com/article/how-the-ashley-madison-hack-could-threaten-peoples-lives

[9]?Forum, VNO-NCW, 2016. Forum-onderzoek: nationale politie heeft ondernemers niets opgeleverd. En opiniestuk: Help, ik ben gehackt! D?t kun je dan verwachten van de politie. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/forum/forum-onderzoek-nationale-politie-heeft-ondernemers-niets-opgeleverd. En:?https://www.vno-ncw.nl/forum/help-ik-ben-gehackt-d%C3%ADt-kun-je-dan-verwachten-van-de-politie-0

[10]?VNO-NCW, 2018. ?Factsheet Digital Trust Centre (DTC)?. Maart 2018. Beschikbaar via:?https://www.vno-ncw.nl/meer-informatie/factsheet-digital-trust-centre-dtc

[11]?CERT staat voor Computer Emergency Response Team, en wordt ook wel CSIRT (Computer Security Incident Response Team) genoemd. Het zijn aparte organisaties of organisatieonderdelen die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, isoleren en mitigeren van computer- en informatiebeveiligingsincidenten in computers of netwerken. Daarmee wordt de beschikbaarheid van informatiestromen en diensten gegarandeerd. In Nederland hebben de vitale aanbieders vaak een eigen CERT/CSIRT. Daarnaast is er een nationale CERT/CSIRT voor de rijksoverheid: NCSC-NL. Zie ook:?https://www.cert.nl/

Bron: Tijdschrift voor de politie

Facebook haalt Project X Katwijk offline

In het Brabantse Katwijk is voor vrijdag een groot Project X-feest aangekondigd. Enkele uren nadat de oproep op Facebook was gezet, hadden al 7000 mensen aangegeven te komen.?’Feest! In Katwijk’, dat is het enige dat er aan info is gegeven op?de Facebook-pagina?van het aangekondigde ‘feestje’ in het dorpje Katwijk. Toch hebben ondertussen zo’n 6800 mensen aangegeven dat ze vrijdag komen. Nog eens 16.000 mensen zijn ge?nteresseerd zo is te zien op de pagina.?Het aantal liep snel op.

De politie en?gemeente Cuijk, waar Katwijk onder valt, zijn op de hoogte van het feest.?Op dit moment overleggen ze welke maatregelen er moeten worden genomen.?In verschillende WhatsApp-groepen worden afspraken gemaakt om naar het feest te komen en om van tevoren ‘in te drinken’.?Aan het begin van de avond heeft Facebook de pagina offline gehaald.

‘Iedereen mag komen’

Aanleiding voor het feest in Cuijk is een bericht van Noor op Snapchat waarin ze schrijft: “Vrijdag feest bij mij, iedereen mag komen.”?En: “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.”?Wie het evenement op Facebook heeft aangemaakt, is onbekend

De gemeente Cuijk houdt rekening met rellen na een aangekondigd ‘Project X’ in het Brabantse dorp Katwijk en is van plan vrijdag mensen “met verkeerde bedoelingen” tegen te houden.

Een 15-jarig meisje uit Katwijk nodigde gisteren via Snapchat mensen uit voor haar verjaardagsfeest bij haar thuis. “Vrijdag feest bij mij iedereen mag komen”, had ze op het sociale medium gezet. “Als je komt moet je het wel zeggen en ook wie je meeneemt.” Haar bericht zou niet openbaar zijn geweest.

Daarop werd gisteren op Facebook een evenementenpagina aangemaakt die al snel viral ging. Vanavond haalde het sociale medium de pagina offline. Hij is gemaakt door een “niet authentiek account”, liet een woordvoerder weten.

Verontruste bewoners

Cuijk verwijst in een persbericht naar Project X in het Groningse Haren in 2012. Daar gingen duizenden jongeren rellen, nadat een meisje de uitnodiging voor haar zestiende verjaardag op openbaar had gezet.

“Gezien de omstandigheden kunnen we niet anders dan ons voorbereiden op alle scenario’s”, zegt burgemeester Hillenaar, die het over verontruste bewoners in het kerkdorp Katwijk heeft. “Onze inzet is en blijft om ervoor te zorgen dat personen van buiten Cuijk, die vrijdag met verkeerde bedoelingen hiernaartoe komen, worden tegengehouden.”

In de discussie bij het evenement werd gesproken over drugs, vervoer en outfits. Rond zes uur vanavond hadden 8600 mensen aangegeven dat ze vrijdag naar Katwijk zouden gaan en waren nog eens 20.000 mensen ge?nteresseerd.

Feest afgeblazen

De politie is naar het meisje in Katwijk gegaan, waarop ze het feest afblies, schreef ze op Snapchat. “De politie is ervan op de hoogte en ik wil er niet verantwoordelijk voor worden en ik ben er niet verantwoordelijk voor.” Een man die tegen?Omroep Brabant?zegt dat hij de oom van het meisje is, zegt dat zijn nichtje is ondergedoken. “Er werden hele verschrikkelijke bedreigingen geuit. Ook dat ramen zouden worden ingegooid.” De man zegt dat het meisje de uitnodiging binnen haar contactenlijst heeft geplaatst. “Een van haar vrienden heeft gemeend dat in de grote multimediawereld te moeten gooien. Met alle gevolgen van dien.”

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Noodverordening van kracht in Katwijk vanwege Project X-feest: <a href=”https://t.co/sdpvJ6nWRL”>https://t.co/sdpvJ6nWRL</a></p>&mdash; NU.nl (@NUnl) <a href=”https://twitter.com/NUnl/status/1071114196178362368?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Twee aanhoudingen voor opruiing <a href=”https://twitter.com/hashtag/ProjectX?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#ProjectX</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a>. Daarnaast hebben we ruim twintig stopgesprekken gevoerd met jongeren. <a href=”https://t.co/OuCDh4eF7b”>https://t.co/OuCDh4eF7b</a> <a href=”https://twitter.com/hashtag/Katwijk?src=hash&amp;ref_src=twsrc%5Etfw”>#Katwijk</a> via <a href=”https://twitter.com/Politie?ref_src=twsrc%5Etfw”>@Politie</a> <a href=”https://t.co/vSwmvYQ71r”>pic.twitter.com/vSwmvYQ71r</a></p>&mdash; Politie Oost-Brabant (@politieob) <a href=”https://twitter.com/politieob/status/1071139241428688901?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 7, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Zes aanhoudingen rond &#39;Project X&#39; Katwijk, maar het blijft rustig: <a href=”https://t.co/KazXtbKTrU”>https://t.co/KazXtbKTrU</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1071300214118670336?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 8, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Gemeente en politie bedankt na Project X: ?Hebben stinkend hun best gedaan? <a href=”https://t.co/64fxbrPKnG”>https://t.co/64fxbrPKnG</a></p>&mdash; Wouter Jong (@WouterJong) <a href=”https://twitter.com/WouterJong/status/1071697397531709440?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 9, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

<blockquote class=”twitter-tweet” data-lang=”en”><p lang=”nl” dir=”ltr”>Onderzoek of kosten Project X Katwijk verhaald kunnen worden <a href=”https://t.co/wOt1Qh2aKv”>https://t.co/wOt1Qh2aKv</a></p>&mdash; Arnout de Vries (@ADeVries23) <a href=”https://twitter.com/ADeVries23/status/1072961660812517376?ref_src=twsrc%5Etfw”>December 12, 2018</a></blockquote>
<script async src=”https://platform.twitter.com/widgets.js” charset=”utf-8″></script>

 

Bronnen: NOS, Telegraaf, RTL, Omroep Brabant

Dark Web, spannend voor politievrijwilligers

De politie zet vanaf deze week zogenoemde cybervrijwilligers in. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat bij de politie ruim tweehonderd vrijwilligers werken die relevante ICT-kennis hebben die nog niet werd gebruikt. Veertien van hen hebben inmiddels aanvullende trainingen gedaan en kunnen nu aan de slag.

Onder die geselecteerde vrijwilligers bevinden zich meerdere ICT-consultants, een gepensioneerde natuurkundige, een kankeronderzoeker en een bio-informaticus, aldus de politie. ,,Eigenlijk lagen deze kwaliteiten van de vrijwillige collega?s voor het grijpen, maar werden hun vaardigheden nog niet door ons benut??, aldus programmadirecteur cybercrime Theo van der Plas.

Een deel gaat aan de slag bij het cybercrimeteam in Rotterdam, maar de meeste vrijwilligers worden ingezet bij het darkwebteam. Het darkweb is een afgeschermd deel van het internet waar naar schatting van de politie 57 procent van alle daar actieve zogenoemde domeinen zich bezighoudt met illegale activiteiten. ,,Je kunt ze zien als een flink aantal extra ogen en expertise voor de surveillance op het darkweb??, aldus Van der Plas.

Zo moet het zelfs mogelijk worden ict?ers een bedrijfsdagje bij de politie te laten houden. Zij kunnen dan deelnemen aan bijvoorbeeld een ?hackathon?, een fenomeen waarbij binnen een korte tijd gezamenlijk digitaal wordt gewerkt aan het oplossen van een probleem.

Met het salaris kan de politie techneuten lang niet altijd weglokken bij grote bedrijven. Maar de spanning en betekenis die politiewerk kan geven, zorgt dat expertise wel op deze manier binnen kan worden gehaald, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime. ,,Burgers willen heel graag een steentje bijdragen. Bij ons kunnen ze hun kennis maatschappelijke betekenis geven.??

?We werken al samen met universiteiten, hogescholen en bedrijven en in dit geval met politievrijwilligers die in hun baan met die ontwikkelingen in aanraking komen?, zegt Van der Plas. ?Zo halen we actuele kennis die buiten de politie beschikbaar is ook naar binnen bij ons.? Volgens de programmadirecteur moet de inzet van de vrijwilligers het onderzoek op internet een ?extra impuls?.

Dit gebeurt deels simpelweg door kennis die al aanwezig is aan te wenden. Vorig jaar bleek uit een inventarisatie dat tweehonderd van de huidige vrijwilligers voor de politie relevante expertise bezit. Een ?groot deel? van die groep bleek bereid die kennis voor de politie in te zetten. Tegelijk moet de samenwerking uitdrukkelijk de banden tussen experts uit het bedrijfsleven en de politie zelf versterken. Er wordt vanuit de politie zelfs actief contact gezocht met specialisten bij bedrijven die kennis en kunde kunnen bijdragen.

De vrijwilligers hebben een training gehad waarbij hun onder meer is geleerd hoe ze een proces-verbaal over cyberzaken moeten opstellen. Ook wordt aan hun ?mentale weerbaarheid? gewerkt zodat ze beter kunnen omgaan met bijvoorbeeld gewelddadige beelden of kinderporno, mochten ze daar onbedoeld op stuiten. ?Ik denk dat het belangrijk is dat mensen wat ze tegenkomen kunnen verwerken.? Hun hoofdtaak ligt voorlopig echter elders. Ze zullen in eerste instantie vooral op zoek gaan naar informatie over verkooppunten voor wapentuig en verdovende middelen.

Darkwebteam

De vrijwilligers is op het hart gedrukt dat ze in hun zoektocht niets mogen bestellen, zegt Van der Plas. ?Daar hebben we anderen voor, onder gezag van het Openbaar Ministerie.? Uitlokking ligt op de loer, net als vermenging van commerci?le belangen en mogelijke problemen met de veiligheid. Duidelijke briefings vooraf, goede begeleiding en controle op de rapportage die de vrijwilligers indienen, moet ervoor zorgen dat ze binnen de kaders van de wet blijven opereren.

Een supermarktketen heeft al aangeboden data-analisten uit te lenen aan de politie. Daar onderzoeken ze dan niet het gedrag van consumenten, maar van daders van misdaden. Zij kunnen bijvoorbeeld kijken naar patronen die te halen zijn uit drugsdumpingen. Informatie over zo?n onderwerp is via openbare bronnen terug te vinden, waardoor geen directe toegang tot politie-informatie nodig is. In andere gevallen wordt vertrouwelijke informatie wel gedeeld. Van der Plas benadrukt dat er echter geen concessies aan de veiligheid worden gedaan.

Een van de cybervrijwilligers die nu al zijn aangesteld is Arieh Tal. ?Ik heb tijd genoeg en ik vind het fascinerend.? De pas gepensioneerde Tal, van huis uit natuurkundige, werkte twintig jaar als ict-manager aan de?Technische Universiteit Eindhoven. De laatste jaren was hij bio-informaticus bij het Nederlands Kanker Instituut.

Tal: ?Ik houd van uitdagingen, dit vrijwilligerswerk voor de politie is een interessante puzzel.? De oud-ict-manager helpt het Darkwebteam. ?Veel details mag ik er niet over geven, maar we kijken rond en als we iets crimineels vinden, nemen we contact op met justitie.? Tal is zo enthousiast over het werk, dat hij grotendeels vanuit huis doet, dat hij er naar eigen zeggen 7 dagen per week voor uittrekt. ?Ik vind het belangrijk om te doen. Ik ben als student lang geleden vanuit?Tel Aviv?naar Nederland gekomen om onderzoek te doen en ik ben gebleven. Ik vind dit een fijn land en voel me hier thuis. Nu ik met pensioen ben, wil ik graag wat terugdoen.?

Bronnen: AD, Dagblad van het Noorden, De Volkskrant, NRC

Eerste Hulp Bij Opsporing: burgerhulp bij sporenonderzoek

Het komt geregeld voor dat opsporingszaken vastlopen, bijvoorbeeld omdat de politie de mankracht mist om het onderzoek voort te zetten of dat er te weinig opsporingsindicaties zijn. Of een simpele zaak wordt niet behandeld, omdat de prioriteit van de politie ergens anders ligt. Dit hoeft niet het einde van een onderzoek te zijn. Door de hulp in te schakelen van burgers kunnen nieuwe aanknopingspunten worden gevonden. Helaas is burgeropsporing niet altijd zo succesvol en behulpzaam. Meer dan eens denken de burgers voor eigen rechter te kunnen spelen.?In Arnhem wordt een dader van een woninginbraak doodgereden door slachtoffers van een woninginbraak. Wat er precies gebeurt is, is deels onduidelijk (De Telegraaf, 2017). Maar het is wel duidelijk dat er voor de burgeropsporing kansen liggen. Echter er zijn duidelijke richtlijnen, handleidingen en soms adequaat optreden nodig van politie of OM zodat het niet uit de hand loopt. Momenteel ontbreken deze spelregels en is het onduidelijk hoe de politie sporen die door burgers zijn waargenomen, effectiever veilig gesteld kunnen worden. Kortom: handelingsperspectief voor burgers die iets meemaken.

TNO deed samen met de politie en experts uit de forensische opsporing en forensic science een verkenning “Eerste Hulp Bij Opsporing: Burgers betere mogelijkheden bieden om aan forensische opsporing bij te dragen”. Eerder berichtten we al over het interactief Plaats Delict, waar burgers voorlichting kregen over hoe om te gaan met sporen.

?Misschien heeft iedereen dan wel een mini NFI-hulptasje in de metenkast hangen. Het ideale plaatje is dat alle burgers weten wat er gedaan moet worden om forensische sporen te beschermen tot de Forensische Opsporing is geweest. Dat iedere burger weet wat er wel en niet gedaan moet worden als er een delict is gepleegd. De politie moet veel meer ogen en oren krijgen voor wat de burger kan/wil en burgers zoveel mogelijk bij de opsporing betrokken worden. Daarnaast zou de politie meer voorlichtingen moeten gaan geven aan de burgers over het hoe en wat.?

Een van de resultaten van dit onderzoek is een infographic voor burgers nadat zij slachtoffer zijn geworden van een woninginbraak. Woninginbraak is gekozen omdat er gemiddeld per jaar een kleine 100.000 woninginbraken zijn en omdat een goede bijdrage van burgers de kans op goede opsporing kan verbeteren en daardoor ook kan meewerken aan het versterken van het onveiligheidsgevoel van de burger en betere preventie. Betere preventie kan ontstaan omdat burgers meer betrokken zijn bij opsporing en beter bewust raken van de manier waarop inbrekers werken (modus operandus) en daarmee ook beter zichzelf en hun buurtgenoten kunnen waarschuwen.

[slideshare id=104943955&doc=tnoehbwoninginbraaka4-180709104336&type=d]

Na een misdrijf zijn er op de plaats delict verschillende forensische sporen te vinden. De opsporingsmethodes voor deze forensische sporen verschillen per soort spoor. Zo worden er andere opsporingsmethodes gebruikt voor een digitaal spoor dan voor een DNA-spoor. Op dezelfde manier verschillen ook de methodes van veiligstellen. Alle verschillende opsporingmethodes en methodes voor veiligstellen staan vast in de Forensisch Technische normen samengesteld door het Nederland Forensisch Instituut (NFI) (NFI & Justitie, 2007). Binnen dit onderzoek wordt er voornamelijk gekeken naar het veiligstellen van forensische sporen.

Wat quotes uit het onderzoek, waarin voor-en nadelen blijken:

?De burger heeft een feilloos gevoel voor wat normaal is in de buurt en wat niet.?

?Vooral bij de heterdaadkracht kan dit leiden tot een verhoogd succes van de opsporing.?

?Als burgers zelf dingen gaan doen, kunnen forensische sporen beschadigen.?

?Het verhaal zal; niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid, omdat het de beleving is van een burger.?

?De forensisch experts hebben ervoor gestudeerd. De politie zou het moeten weten, maar doet het soms ook al fout. Bij de burger is de kans op contaminatie maar ook fraude alleen nog maar groter.?

“In hoeverre is de burger objectief genoeg om dit aan te kunnen??

Forensische wetenschap

De definitie van forensische wetenschap is het toepassen van voornamelijk technische en (natuur) wetenschappelijke methoden en technieken ten behoeve van de waarheidsvinding in de rechtspleging. Daarnaast zijn er ook een aantal andere disciplines, zoals rechtspsychologie en forensische accountancy. De nadruk ligt bij forensische wetenschap voornamelijk op het recht. De wetenschap is slechts een hulpmiddel dat het recht in staat stelt haar doeleinden optimaal te bereiken (A. P. A. Broeder, 2008).

Forensische sporen

Biologische sporen ontstaan wanneer een persoon lichaamsvloeistoffen (bloed, sperma of speeksel) of haren achterlaat op een plaats delict. Het onderzoek aan deze sporen wordt voornamelijk uitgevoerd om achter de identiteit van het persoon te komen die dit heeft achtergelaten. De sporen worden veiliggesteld op de plaats delict en daarna behandeld in een speciaal daarvoor ingericht laboratorium. Om de aard van het biologische spoor te bepalen zijn er diverse biochemische en immunologische methoden beschikbaar. Om het DNA vast te stellen zijn er speciale DNA-technologi?n. Biologische sporen zijn de belangrijkste sporen, maar niet altijd zijn deze bruikbaar. Dan worden er naar andere sporen gekeken; zoals vingersporen, schoensporen, inbraaksporen of digitale sporen. Schoensporen ontstaan wanneer er een indruk of een afdruk van een schoenzool wordt achter gelaten. Inbraaksporen ontstaan wanneer er met een werktuig geprobeerd worden om een raam of een deur open te krijgen. Dit laat een identieke indruk achter van het werktuig dat gebruikt is. Digitale sporen ontstaan wanneer informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebruikt wordt. Tegenwoordig ligt bijna elke handeling binnen de ICT ergens vastgelegd en opgeslagen. Cybercrime ontstaat wanneer ICT gebruikt wordt als hulpmiddel of als doel bij het plegen van misdrijven. Wanneer ICT als hulpmiddel wordt gebruikt, gaat het vaak om een klassiek delict zoals woninginbraak. Alleen dit keer worden Google Maps en Facebook gebruikt om het potenti?le slachtoffer uit te zoeken. Dit laat digitale sporen achter die gebruikt kunnen worden voor de digitale opsporing. Als ICT gebruikt wordt als alleen het doel, is er sprake van een serie nieuwe delicten. Voorbeelden hiervan zijn: hacken, malware/ransomware, phishing, internetoplichting, DDoS-aanvallen. Deze delicten bevinden zich in het zogenoemde Cyberspace, een niet-fysieke omgeving met een sociale structuur dat vergelijkbaar is met de sociale structuur van de offline wereld, en waar afstand en tijd geen belangrijke rol spelen. (A. P. A. Broeder, 2008) (E. R. Leukfeldt, 2012).?Op dit moment is het veiligstellen van forensische sporen alleen weggelegd voor de Forensische Opsporing (FO). De FT-normen, waarin staat beschreven hoe een spoor veiliggesteld moet worden, zijn niet openbaar in te zien.

Burgeropsporing/-participatie
De politie is vaak afhankelijk van de medewerking van de burger. Burgerparticipatie is van alle jaren, maar tegenwoordig is de manier waarop de burger bij de opsporing betrokken wordt, aan het veranderen. Door het gebruik van digitale technieken en mediakanalen zijn er veel meer burgers tegelijk te bereiken en kunnen zij makkelijker de informant van de politie zijn. Toch blijft er een belangrijk verschil tussen burgerparticipatie en burgeropsporing. Bij de participatie blijft de regie in de handen van de politie. De burger krijgt alleen de gelegenheid om mee te kijken en mee te denken. Bij de opsporing wordt de opsporing geheel door de burger uitgevoerd (L. G. Moor, 2011).

Eigenrichting
Over het algemeen wordt er onder ?eigenrichting? het volgende verstaan: iemand heeft het recht in eigenhanden genomen door geweld tegen een dader van een misdrijf te gebruiken dan nodig was geweest in de situatie. Eigenrichting is een van de gevolgen van een niet-gereguleerde burgeropsporing (L. G. Moor, 2011).