Categoriearchief: Publicaties

Predictive policing: lessen voor de toekomst

ppHoorn

?It?s not how many people you catch, it?s how many crimes you prevent.?

Van alle politiestrategie?n mag predictive policing zich misschien wel het meest verheugen in de belangstelling van burgers en professionals. Grofweg tekent die belangstelling zich op twee manieren af. Aan de ene kant zijn daar degenen die vooral veel heil zien in deze nieuwe strategie voor het functioneren van de politie. Zij verwachten (of hopen) dat de politie dankzij predictive policing effectiever en effici?nter criminaliteit zal weten te bestrijden. Met name door te voorkomen dat criminaliteit gepleegd wordt, daarbij niet zelden verwijzend naar de film Minority report uit 2002. Een film waarin een speciale eenheid van de politie, Pre-Crime genaamd, met behulp van helderzienden toekomstige misdadigers arresteert. Het zal de lezer niet verbazen dat deze hoopvolle verwachting binnen de politie op veel bijval kan rekenen.

Aan de andere kant van het spectrum staan mensen die vooral bezorgd zijn over predictive policing. Zij zien deze ontwikkeling als een bedreiging voor de privacy, waarbij afwijkend gedrag maatgevend is, en niet strafbaar gedrag. In combinatie met verruimde bevoegd- heden voor opsporings- en veiligheidsdiensten en allerlei andere technologische ontwikkelingen tekent voor hen het beeld van big brother zich steeds meer af, waarbij iedere burger als een potenti?le verdachte gevolgd wordt door een gedachtepolitie. Voor de burger- rechtenorganisatie Bits of Freedom voldoende reden de politie de Big Brother Award 2015 uit te reiken.

Weliswaar sterk verschillend naar de wijze waarop dit zich uit, tonen beide groepen hiermee hun geloof in de werking van predictive policing. Beide kanten nemen aan dat predictive policing werkt, waarna de aandacht uitgaat naar hoe die uitwerking te beschouwen. Dit verraadt een sterke nadruk op het eerste woord ? predictive ? van deze nieuwe politie- strategie. En vermoedelijk is dit ook de reden voor de grote belangstelling. Al sinds mensenheugenis spreekt voorspellen immers sterk tot de verbeelding. Maar met een voorspelling van criminaliteit alleen zijn we er nog niet.?Sterker, het gaat juist om wat er vervolgens mee gedaan wordt. In onderstaand?rapport benadrukken de auteurs dan ook predictive policing als een nieuw intelligence-initiatief, waarbij het vooral gaat om veranderende werkprocessen. Ze?ontwikkelden hiervoor een procesmodel en onderwierpen vervolgens alle stappen, van data naar resultaat, aan een nader onderzoek. Hoe goed een voorspelling immers ook mag zijn, het resultaat staat of valt met wat er vervolgens mee gedaan wordt.

pp2

Lees of download hier het rapport:

[slideshare id=73217737&doc=predictivepolicing-lessenvoordetoekomst-170316163022&type=d]

Bronnen: Politieacademie

Getagd voor het leven

youve-been-tagged

Wat zou jij er van vinden als je tijdens je werkt wordt gefilmd? En waarbij je (niet zeker) weet of een deel van de video online komt. Verschillende professionals hebben dit al eens meegemaakt. En, het lijkt steeds vaker te gebeuren. Wat is het effect van het opnemen en online plaatsen van beelden van publieke handelingen op sociale media, voor publieke professionals en organisaties? Het eerste verkennende studie over dit thema, uitgevoerd door Stichting Impact met mijn medewerking staat nu online. Deze verkenning biedt voldoende stof om over door te praten en voldoende onderwerpen om verder te (laten) onderzoeken. .

Een intrigerende vraag uit dit?onderzoek is de vraag: waarom doen mensen dit? Helaas is er (nog) geen onderzoek gedaan onder de filmers en diegene die het materiaal online plaatsen. De verschillende professionals geven vier motieven waarom mensen mogelijk filmen (en al dan niet plaatsen):Als een video online verschijnt dan is het proces dat volgt redelijk ongrijpbaar. Als het binnen korte tijd vaak gedeeld of geliked wordt, en al dan niet door andere (sociale) media wordt opgepikt, dan kan een olievlek ontstaan. Het is lastig om op dat moment de verspreiding in te perken. Het is moeilijk om een filmpje volledig van het internet te verwijderen, wanneer het zo vaak wordt gedeeld. Organisaties worden bij vergaande verspreiding van (video)materiaal gedwongen om te reageren. Want: of het nu waar is of niet, als organisatie moet je wel reageren als het breed is verspreid. Al was het maar voor diegene die op de video negatief wordt neergezet.

  • het uiting geven aan onmacht en frustratie.
  • het be?nvloeden van het proces van de organisatie (dossiervorming).
  • sensatiezucht (inclusief persoonlijk gewin).
  • verveling.

Het is essentieel om deze motivaties te weten, zodat passende reacties zijn te geven. Aanvullend onderzoek op filmers en plaatsers is zeer zeker nodig.

Vanuit persoonlijke ervaring weet een van de onderzoekers Roy Johannink dat een opvallend filmpje miljoenen views kan genereren. Dit kan de plaatser ? wat niet de filmer hoeft te zijn ? ook een bron van inkomsten betekenen. Het wegnemen van deze bron van inkomsten maakt het voor sommige plaatsers, denk aan de treitervloggers, al een stuk minder interessant om (video)materiaal online te plaatsen. Want: als je er geen geld mee verdiend, waarom zou je het dan nog doen?

Maar aan de hand van welke criteria bepalen we of een video al dan niet negatief is. Wat is de rol van YouTube ?n Facebook? Beide kunnen natuurlijk de advertenties weglaten rondom de video?s. Ze kunnen plaatsers ook (tijdelijk) blokkeren. Maar ze gaan dan ook zelf advertentie-inkomsten mislopen van dergelijke succesvolle video?s.

Het is dus allemaal niet zo eenvoudig. De problematiek en de oplossing(en) zijn complex. Dat maakt dit eerste onderzoek inzichtelijk. Er moet wel nog wat veranderen, dat is duidelijk. Alleen wat dan? Suggesties voor vervolgonderzoek en oplossingen zijn zeer welkom, reageer hieronder of laat je idee achter bij Roy Johannink.

Het onderzoek is hier te vinden: Getagd voor het leven; een verkennende studie naar de effecten op professionals van het filmen en online plaatsen van (beeld)materiaal van professioneel handelen, Jurriaan Jacobs, MSc Merel van Herpen, MA Dr. Hans te Brake mmv Drs. Roy Johannink MCDm, Stichting Impact Diemen, december 2016.

of lees het hieronder:

[slideshare id=72267052&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-26-14871693771568867560-170217110954&type=d]

[slideshare id=78262205&doc=getagdvoorhetlevensocialemediaenweerbareprofessional-170726072049&type=d]

Bronnen: RoyJohannink

Visie op wearables: beloftes en barri?res voor Blauw

wearables

TNO ontwikkelde een visie op wearables die inzicht geeft in de toepassing van wearables voor de politie door een gebalanceerd beeld te schetsen van de beloftes versus de barri?res die wearables met zich meebrengen.

De ontwikkelingen in sensor- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat deze technologie ieder jaar goedkoper, krachtiger, kleiner en zuiniger wordt. Dit heeft geleid tot een nieuwe generatie mobiele apparaten die ?p het lichaam worden gedragen: de zogeheten wearables, zoals smartwatches, fitbands en slimme brillen. De laatste jaren worden voor wearables veel toepassingen ontwikkeld binnen verschillende industriedomeinen. Op internet zijn diverse optimistische beloftes van wearables te vinden: ze zouden ons slimmer maken, sneller laten werken en beter laten waarnemen. Kortom, technologie waar we niet meer omheen zouden kunnen. Het is daarom niet vreemd dat de Nederlandse politie ge?nteresseerd is of deze beloftes van wearables ook ingelost kunnen worden ten bate van het operationele politieproces. Bijvoorbeeld door agenten in het veld van betere en actuelere informatie te voorzien. Of door agenten uit te rusten met sensoren waardoor ze meer mogelijkheden hebben om de omgeving om hen heen waar te nemen. Echter, omdat wearables op het lichaam worden gedragen,? stellen ze ons in staat om persoonlijke informatie waar te nemen en te weten te komen over onszelf ?n anderen. Introductie van wearables binnen het politiedomein kan daarom niet los gezien worden van veiligheid, privacy, autonomie en andere sociaal-maatschappelijke aspecten. De toepassing van wearables brengt dus niet alleen mogelijke beloftes (kansen) met zich mee, maar dient ook barri?res (uitdagingen) te overwinnen.

TNO_Wearables_NightWatch

Visie op wearables
Het doel van deze?visie op wearables is om een gebalanceerd beeld te geven van de beloftes versus de barri?res voor de toepassing ervan voor de politie. In deze visie starten we met een kort overzicht van de ontwikkelingen van wearables binnen en buiten het politiedomein. Daarna beschrijven we de beloftes (kansen) van wearables en geven we inzicht in mogelijke toepassingen van wearables voor de politie aan de hand van tien user stories. Vervolgens gaan we dieper in op de uitdagingen van wearables binnen het politiedomein. Tot slot maken we de balans op tussen de beloftes en de barri?res. Hierin beschrijven we vier aandachtspunten voor een succesvolle toepassing en invoering van wearables voor de politie, zodat er rekening gehouden wordt met de aard en werkzaamheden van de politieorganisatie.

Download?of lees het rapport hieronder:

[slideshare id=71151805&doc=tno-2016-r10199-170118165015&type=d]

Bronnen: TNO

Online normoverschrijdend gedrag herkennen, verklaren en tegengaan

afbeelding-voorblad-social-media-open-riool-scriptie-elien

Er wordt op dit moment veel gepraat over normoverschrijdend gedrag op sociale media, maar dat levert nog onvoldoende op. Een studie van TNO met de Rijksuniversiteit Groningen biedt een theoretisch raamwerk op basis waarvan door alle partijen een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats kan vinden.

Het raamwerk dat? typen gedrag, verklaringen en mogelijke interventies bevat is voorgelegd aan achttien vooraanstaande experts op het gebied van gedragswetenschappen, cybersecurity en sociale media. Het resultaat is een structureler begrip van de werking van online normoverschrijdend gedrag, waarbij de specifieke Nederlandse situatie werd bekeken. Er worden bovendien aanbevelingen gedaan voor de verschillende betrokken partijen, waaronder de overheid, traditionele media, sociale media platformen en niet in de laatste plaats burgers die dit normoverschrijdende gedrag allemaal op hun manier kunnen be?nvloeden.

Via sociale media gaan burgers uit verschillende culturen en alle lagen van de samenleving de interactie aan, waardoor deze communicatieplatformen naast goede ontwikkelingen ook verschillende sociale problemen blootleggen. In de Nederlandse context zijn de maatschappelijke en politieke koers, sociale ongelijkheid en verschillende (religieuze) gebruiken voorbeelden van ?hot topics? die veel online discussie opleveren. Helaas worden dergelijke debatten vaak niet op een civiele noch constructieve manier gevoerd, waardoor reacties online worden geplaatst die de normen en waarden van andere gebruikers overschrijden. Tussen strafbare gedragingen en acceptabel gedrag ligt een gebied van online normen dat onderhevig is aan sociale regulatie, waarin vooral persoonlijke beledigingen en off-topic of onbeargumenteerde bijdragen als meest normoverschrijdend lijken te worden ervaren.

TNO Framework vult kennisleemte en benadrukt belang van gestructureerd debat

Het onderzoek van TNO speelt in op de kennisleemte omtrent het relatief onbekende maar zeer relevante gebied van online normoverschrijdend gedrag, en voegt met deze explorerende kijk op het onderwerp diverse nieuwe inzichten toe. Kernonderdelen behandelen een definitie voor het gedrag, haar consequenties voor de maatschappij, verklaringen voor het gedrag, en ten slotte een aantal idee?n over mogelijke interventies. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt hoe belangrijk het is dat voor het tegengaan van online normoverschrijdend gedrag de connectie met maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke wereld wordt gemaakt. De online publieke ruimte lijkt vooral te worden gedomineerd door de ?luidste schreeuwers?, waarbij de roep van deze ontevreden burgers kan worden ge?nterpreteerd als de algemene publieke opinie. Gepaard met gepersonaliseerde nieuwsoverzichten en het steeds meer beperken van contact tot de eigen sociale kringen maakt dat deze ontwikkeling leidt tot normvervaging, sociale onrust en polarisatie.

Aanpak is ieders verantwoordelijkheid

Het onderzoek benadrukt de noodzaak voor verschillende maatschappelijk betrokken partijen om een positie in te nemen in het debat omtrent online normoverschrijdend gedrag, waarbij het maatschappelijke belang boven het economische belang moet worden gesteld. De kernboodschap luidt dat er op dit moment veel over het onderwerp wordt gepraat, maar dat er een meer gestructureerd en oplossingsgericht debat plaats moet vinden. Hiervoor kan worden voortgebouwd op het theoretische raamwerk dat dit onderzoek biedt. Zo zou de overheid er goed aan doen te zorgen voor een meer interactieve online aanwezigheid, waarbij het bespreken van bronnen van onvrede niet moet worden geschuwd. Ook moeten sociale media platforms en commerci?le bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen: binnen de interactie waar zij aan verdienen zouden zij meer positieve online normen moeten stimuleren. Onderzoeksinstituties kunnen meer duidelijkheid verschaffen over de verschillende facetten van online normoverschrijdend gedrag. En voor Nederlandse burgers is ook een rol weggelegd: het is belangrijk dat de stille meerderheid zich laat horen met haar corrigerend vermogen richting groepen die meer extreme online normen kennen. Kortom: de relatief vrije interactie in het digitale domein heeft onbedoelde negatieve gevolgen doen ontstaan die om actie vragen van diverse partijen. Wat we immers niet moeten willen is dat partijen die het morele belang niet hoog genoeg waarderen (nog verder) aan de haal gaan met het online publieke domein dat van iedereen hoort te zijn.

Mede dankzij dit onderzoek kan Elien Padje cum laude afstuderen aan de Rijksuniversiteit Groningen in de Master Sociologie (specialisatie Criminaliteit & Veiligheid).? Haar scriptie wordt bovendien voorgedragen voor de nationale Internet Scriptieprijs 2016. Dit onderzoek is onderdeel van het Europese onderzoek MEDI@4SEC dat de toenemende impact van social media op maatschappelijke veiligheid onderzoekt.

[slideshare id=69718017&doc=tnoreportelienpadje-recognizingexplainingandcounteringnormtransgressivebehaviouronsocialmedia-161201104819&type=d]

Bronnen: TNO.nl, Rijksuniversiteit Groningen, Medi@4Sec

Stand van zaken: toenemende impact social media op veiligheid

media4sec

Onlangs is nieuw Europees onderzoek gestart naar de toenemende rol van sociale media in publieke veiligheid. Het consortium, MEDI@4SEC, met TNO als belangrijke partner, onderzoekt de kansen en bedreigingen van sociale media voor veiligheidsdiensten zoals de politie, met een focus op de ethische en juridische aspecten. Ook het gebruik van sociale media door burgers en criminelen en de gevolgen daarvan voor onze veiligheid worden onderzocht.

Sociale media bieden veel voordelen voor de samenleving waaronder nieuwe mogelijkheden om veiligheidsproblemen aan te pakken, zoals in de strijd tegen criminaliteit, het verminderen van angst voor criminaliteit en,? in meer het algemeen het verhogen van de kwaliteit van het leven. Echter, de nadelen kunnen gaan overheersen door toenemende vormen van gedigitaliseerde criminaliteit en terrorisme. Andere negatieve effecten zijn het gebruik van het sociale web voor trollen, cyberpesten, bedreigingen, dark web marktplaatsen. Ook het nutteloos delen van live video van politieoptreden tijdens incidenten kan vervelende gevolgen hebben voor de veiligheid. Het publiek ziet graag dat politie en beleidsmakers vergaande plannen hebben om de nieuwe technologische mogelijkheden optimaal te benutten, zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de vrijheden van deze nieuwe technologie?n.

media4sec

MEDI@4SEC heeft bijna 2 miljoen euro aan financiering van de Europese Commissie gekregen en het brengt onderzoekers en professionals uit de praktijk van diverse veiligheidsorganisaties uit heel Europa bij elkaar, waaronder: de Universiteit van Warwick (Engeland), TNO (Nederland), de Europese Organisatie voor Security (EOS, Belgi?) Fraunhofer IAO (Duitsland ), Europees Forum voor Urban Security (EFUS, Frankrijk), Center for Security Studies (KEMEA, Griekenland), de Universiteit van Utrecht (Nederland), XLAB (Sloveni?), de politie van Noord-Ierland (UK) en de politie van Valencia (Spanje).

Victoria Sloss, landelijk communicatie verantwoordelijke van de Noord-Ierse politie zegt; “Het gebruik van sociale media binnen de politie ontwikkelt zich in een snel tempo. De media die de politie ter beschikking heeft om te communiceren, om deel te nemen en informatie te verstrekken aan gemeenschappen worden uitgebreid. Maar het is belangrijk dat ze op de juiste manier worden gebruikt, binnen de juridische en ethische kaders.?
“Betrokkenheid bij onderzoek hiernaar, zoals het MEDI@4SEC project, is van vitaal belang voor de ontwikkeling van het gebruik van sociale media door politie organisaties. We hebben de plicht om te communiceren en te interacteren met de maatschappij en het is belangrijk dat we ons blijven ontwikkelen om dit met de juiste tools te doen. Bovenal verwacht de maatschappij dat we criminaliteit blijven opsporen en voorkomen, en dat we hiervoor alle beschikbare tools in zetten.”

De technologische, sociale en politieke omgevingen waarbinnen de maatschappelijke veiligheid en openbare orde in steden worden gecre?erd veranderen snel. Het consortium start haar project door een breed scala van politieorganisaties, veiligheidsprofessionals en beleidsmakers samen te brengen met lokale gemeenschappen en eindgebruikers van sociale media in een serie van workshops. Deze workshops gaan over verschillende thema?s, waaronder de publieke betrokkenheid in maatschappelijke veiligheid, trollen, het dark web, rellen en massabijeenkomsten en doe-het-zelf politiewerk. MEDI@4SEC zal inzicht geven hoe sociale media wel en niet gebruikt kunnen worden voor maatschappelijke veiligheid en kennis delen over de ethische, juridische overwegingen waaronder privacy en zorgvuldige omgang van data.

De resultaten uit onderzoek in MEDI@4SEC zullen beleidsmakers en professionals ondersteunen om de juiste keuzes te blijven maken met: best practice rapporten; informatie en raamwerken over een reeks van sociale media-technologie?n; aanbevelingen voor Europese normen en standaarden; trainingsmogelijkheden; en, ethische bewustwording.

Bronnen: TNO.nl, Medi@4Sec

De geheimen van het online leven van tienermeisjes

time-americangirl-animation-final

?Als ik een foto post van de wiskundetrofee die ik gewonnen heb, krijg ik vijf likes. Terwijl een vriendin 350 likes krijgt voor een bikinifoto!?

De Amerikaanse journaliste Nancy Jo Sales onderzocht het gedrag van tienermeisjes op sociale media. Wat spoken ze er uit? En waarom? Een bijwijlen schokkend verhaal over pestgedrag, seksisme en hang naar roem. ?Kinderen zien zichzelf als een merk, als iets wat ze moeten verkopen.?

Het is de Amerikaanse journaliste Nancy Jo Sales (52) die uw woordenschat zonet heeft uitgebreid. Eerder dit jaar verscheen haar ?American Girls: Social Media and the Secret Lives of Teenagers?, een boek dat ons niet alleen een grotere afkeer van sociale media bezorgde, maar ons tegelijk bezorgd en opgelucht deed bedenken: ?Blij dat wij geen tienermeisje meer zijn.? Of om onze reactie in een emoticon te vatten: o_O!

Sales sprak over een periode van 2,5 jaar met meer dan 200 meisjes tussen 13 en 19 over hun leven op sociale media, en doorkruiste daarvoor 10 verschillende Amerikaanse staten. Haar onderzoeksvraag: wat spoken Amerikaanse tienermeisjes ? de groep die het meest vergroeid is met hun smartphone ? precies uit op sociale media, en waarom? Haar bevindingen: ongeacht hun afkomst, opleidingsniveau en woonplaats, krijgen ze af te rekenen met seksisme en pestgedrag, met een grote mentale weerslag tot gevolg.

Nancy Jo Sales ?Smartphones kwamen op de markt in 2007, en drie jaar later was het gebruik van sociale media al wijdverspreid. Vanaf 2012 begonnen er verontrustende nieuwsberichten op te duiken van meisjes die zelfmoord gepleegd hadden nadat ze waren aangerand en gecyberpest ? vaak gooiden de daders video?s van de verkrachting online. De hoofdredacteur van Vanity Fair stuurde me op missie: ik moest uitvinden of dat ge?soleerde gevallen waren of niet, en wat erachter zat. Daar is mijn boek uit voortgekomen.?

nancy-jo-sales-photo-and-book-03212016

Het is onderverdeeld in hoofdstukken per leeftijd. Choquerend: in het eerste hoofdstuk krijgt een 13-jarig meisje het bevelende Instagrambericht ?SEND NOODZ? ? ?Stuur naaktfoto?s? ? en haar enige reactie is: ?Whoa, hij vindt me aantrekkelijk!?

Sales ?Als fervent feministe vond ik het erg pijnlijk om te merken dat dit zowat de standaardreactie geworden is bij jonge meisjes. Ik heb meer dan eens gehoord: ?Als ik een foto post van de wiskundetrofee die ik gewonnen heb, krijg ik vijf likes. Terwijl een vriendin 350 likes krijgt voor een bikinifoto!? Ze merken dus dat ze zich op een bepaalde manier moeten presenteren om aandacht te krijgen ? en sociale media draaien nu eenmaal rond aandacht en zelfbevestiging. Bij de populaire kliek willen horen is altijd een onderdeel van het leven van tieners geweest, maar nu kleeft er ook een cijfer op: tieners weten exact hoeveel volgers of vrienden hun klasgenootjes hebben op sociale media, en houden elkaars likes in de gaten. Dat ze zich, om hun populariteit op te krikken, als lustobject te grabbel moeten gooien, heeft een grote impact op hun zelfbeeld: het doet hen denken dat hun seksualiteit belangrijker is dan hun intelligentie, karakter of verwezenlijkingen. Meisjes beseffen vaak wel dat dat niet zo is, maar tegelijkertijd voelen ze zich toch onder druk gezet.

?Sociale media promoten seksualisering: kijk maar naar het succes van talentloze mensen als Kim Kardashian, die nota bene door een sekstape bekend geworden is. Veel makers van allerhande apps zijn bovendien zelf seksisten. Iedereen denkt dat Silicon Valley een magische plaats is waar genie?n communicatiemethodes ontwikkelen die de hele wereld met elkaar verbindt, maar iedereen lijkt te vergeten dat de voorloper van Facebook ?Facemash? heette: een ratingsite, ontwikkeld door Mark Zuckerberg toen hij nog een tweedejaarsstudent aan Harvard was, waarop medestudenten konden aangeven welke meisjes ze ?hot? vonden en welke niet. En enkele van de YouTube-bedenkers hebben al openlijk toegegeven dat ze hun platform aanvankelijk als een videoversie van het ?hot or not?-spelletje zagen. Een groot deel van de socialemediacultuur is daar een voortzetting van: meisjes worden dagelijks beoordeeld ? en al dan niet afgewezen ? op basis van hun uiterlijk. En meisjes willen vooral ?hot? bevonden worden.

?Silicon Valley wordt trouwens nog steeds overwegend bevolkt door mannen, en er heerst openlijk seksisme op de werkvloer. Twee jaar geleden schreven enkele topvrouwen uit de industrie daar een open brief over: ze hadden het over incidenten waarbij vrouwen ?whore? of ?cunt? genoemd werden, lastiggevallen werden op conferenties of hun technologische expertise in twijfel getrokken zagen. Allemaal zonder gevolgen voor de daders, w?l voor de vrouwen die er een opmerking over durfden te maken: die werden namelijk zonder pardon aan de deur gezet. Als dat geen vrouwenhaat is, weet ik het ook niet meer.

?Afgezien van die seksualisering is de constante zelfpromotie op sociale media ook zorgwekkend. Kinderen zien zichzelf als een merk. Ik zei eens tegen een meisje: ?Je gezichtsuitdrukking is op elke foto kr?k hetzelfde!? Waarop ze trots antwoordde: ?Ja, dat is mijn handelsmerk!? Het is een andere vorm van objectivering: ze zien zichzelf als iets wat ze moeten verkopen, en houden daartoe zelfs rekening met het uur waarop ze iets posten. Ook weten ze al op voorhand welke outfit ze zullen aantrekken en welke filter ze zullen gebruiken ? allemaal in functie van een zo groot mogelijk aantal likes. Dat kan toch niet gezond zijn? Nooit eerder brachten meisjes zo hun jeugd door: vroeger speelden ze samen buiten, voerden ze face-to-facegesprekken of vulden ze hun tijd met dagdromen en schrijven in hun dagboek. Nu zitten ze zowat de hele dag naar een schermpje te turen.?

Sommigen zijn bijzonder goed in die zelfpromotie: zo geeft u enkele voorbeelden van ?beauty guru?s? die miljoenen volgers hebben op hun YouTube-kanaal, honderdduizenden dollars verdienen aan sponsorcontracten, en zelfs uitgenodigd worden op het Witte Huis. Is dat laatste niet een deel van het probleem?

Sales ?Politici willen natuurlijk goed in de markt liggen bij jongeren. Maar inderdaad: wat doet iemand als pakweg Bethany Mota (beter bekend als vlogger Macbarbie07) in het Witte Huis? In haar filmpjes leert ze meisjes hoe ze zich moeten schminken, terwijl Michelle Obama voor zelfverwezenlijking staat ? zowat het tegenovergestelde. Meisjes moeten m??r willen bereiken dan perfecte wenkbrauwen!

?De drang tot zelfpromotie wordt ook gevoed door de vrij recente opmars van narcisme ? dat op zijn beurt weer gevoed wordt door sociale media. Had je vroeger rondgelopen met een foto van jezelf om die te tonen aan anderen ? ?Vind me leuk, vind me leuk!? ? dan had iedereen gedacht dat je gestoord was. Laat staan een n??ktfoto. En kijk nu: de offici?le ?Selfie Queen? Kim Kardashian bracht een boek uit met all??n maar selfies ? passend ?Selfish? genaamd ? en zelfs de gespecialiseerde pers was er lovend over. Wat verwacht je dan? Meisjes van 15 hebben me moeten uitleggen wat een sink shot precies is: een selfie waarbij een meisje, enkel met een string aan, op de wastafel gaat zitten, zodat haar achterwerk groter lijkt ? wat dan te bewonderen valt in de spiegel. Blijkbaar is het een variant van de belfie ? a selfie of a butt ? gepopulariseerd door Kardashian. En allemaal willen ze een uitgesproken kont, want zo denken ze de aandacht van jongens te kunnen trekken ? die zijn namelijk wild van Kardashian.

?In onze cultuur raken jongeren geobsedeerd door roem. Daar ging mijn vorige boek al over (?The Bling Ring?, over een meisjesbende in LA die de huizen van sterren als Lindsay Lohan en Paris Hilton leegrooft, en dat in 2013 verfilmd werd door Sofia Coppola, red.): iedereen wil beroemd zijn. Waarvoor? Maakt niet uit, just be famous. En door het bestaan van smartphones k?n iedereen ook beroemd worden. De vereiste is nu alleen niet langer een Hollywoodactrice te zijn, maar tienduizenden volgers te hebben op Instagram: dan ben je Instafamous. En omdat tienermeisjes zich constant vergelijken met elkaar, leidt dat soms tot grote frustraties: ?Waarom lukt het haar wel, en mij niet??

?Ik vroeg een bloedmooi 16-jarig meisje met 6.000 Instagram-volgers eens: ?K?n jij 6.000 mensen?? ?No, they?re just guys.? Ik bekeek de reacties op haar foto?s: sommige waren in cyrillisch schrift. Mannen uit alle hoeken van de wereld zitten te kijken naar een 16-jarig meisje in uitdagende poses! Dan vraag je je toch af: waarom laten haar ouders zoiets toe?

Ouders zouden hun kinderen wat meer wegwijs moeten maken in het Wilde Westen van de sociale media. Ze hebben daar nood aan. ?

Sommige meisjes vinden zulke foto?s ironisch genoeg een vorm van feministische zelfexpressie: ?Het is m?jn lichaam! Ik mag doen wat ik wil!? Maar in hoeverre kan een 16-jarige zo?n beslissing nemen??

Net zoals ouders vroeger zeiden: ?Ga wat anders aantrekken? zouden ze nu moeten zeggen: ?Post zo geen foto?s meer??

Sales ?Ik wil niemand berispen, ik wil gewoon info geven. Als ik tegen ouders zeg: ?Beseffen jullie dat volslagen onbekende, volwassen mannen foto?s van jullie minderjarige dochter gebruiken om te masturberen??, dan kijken ze me wezenloos aan. Maar dat is nu eenmaal wat er gebeurt. Kun je dat dan kinderporno noemen, als meisjes gewillig de lens op zichzelf richten? En moeten die mannen dan vervolgd worden? Ik weet alleen: als we jongens en meisjes aan hun lot overlaten in het Wilde Westen van de sociale media, dan mag je ervan uitgaan dat ze soms verkeerde keuzes zullen maken. Ouders zouden hen daar wat meer wegwijs in moeten maken, want daar hebben kinderen duidelijk nood aan.

“Nu, ik weet ook wel dat je je kinderen niet de klok rond kunt controleren, en internetfilters en zo hebben nooit het volledige gewenste effect: tieners zijn digital natives en w?ten hoe ze die kunnen omzeilen. Pr??t er gewoon over. Dat zouden ze op scholen trouwens ook meer moeten doen.”

Nu kijken scholen gewoon de andere kant op, zelfs in het geval van zogenaamde ?slut pages?.

De verhalen over de zogenaamde slut pages vond ik het meest choquerend van allemaal: jongens die naaktfoto?s van meisjes op een internetpagina verzamelen, dat rondsturen, en soms zelfs delen op Facebook en Instagram ? uiteraard zonder medeweten van het meisje in kwestie. Tegen dat die foto?s offline gehaald worden, heeft de hele school ? en wie weet wie nog allemaal ? ze natuurlijk al gezien. Enorm smerig en hartverscheurend: weigert een meisje om naaktfoto?s te sturen, dan wordt ze in het beste geval preuts of bang genoemd. In het slechtste geval wordt ze gechanteerd: ?Als je me geen foto?s stuurt, verspreid ik gewoon een gezichtsloze naaktfoto, en zeg ik tegen iedereen dat jij het bent.? Begin dit jaar heeft zo?n situatie nog tot de zelfmoord van een 14-jarig meisje uit Missouri geleid. Het maakt me razend dat meisjes zelfs de dupe zijn wanneer ze durven op te komen voor zichzelf. Slut pages cre?ren bovendien een bedreigende atmosfeer voor ?lle meisjes: ?Kijk eens wat er kan gebeuren als je ons niet geeft wat we willen.? Hoe intimiderend is dat! En het ergst van al: nooit worden die jongens gestraft.

Beeld uit de film ?The Bling Ring?: ?Door het bestaan van smartphones kan iedereen beroemd worden.?

Ik ken echt geen ?nkel geval waarbij de jongen de gevolgen moest dragen van zijn slut page ? nul. Ik ken trouwens ook geen enkel geval waarin een m??sje zo?n slut page begon. De school houdt zich erbuiten, want ?het gebeurt op sociale media?. Er zullen nog veel rechtszaken nodig zijn alvorens scholen hun verantwoordelijkheid opnemen. Want helaas is het rechtssysteem zelf nog niet meege?volueerd met de nieuwe technologie?n, waardoor scholen zich blijven verschuilen achter het First Amendment(vrijheid van meningsuiting, red.).?

Hoe reageren de ouders van zulke jongens?

“Soms verdedigen ze hen! Ik denk niet dat mensen echt beseffen hoe diep seksisme en vrouwenhaat in onze cultuur verankerd zitten, hoor. Nog voor Donald Trump verkozen werd, stond er een artikel in The New York Times over de vraag of zijn uitspraken als ?Grab ?em by the pussy? al dan niet een effect hebben op het zelfbeeld van meisjes. (Roept) Natuurlijk wel! We moeten meisjes op de radar krijgen: daarom heb ik mijn boek ?American Girls? gedoopt. Ik wilde h?n eens een stem geven, want ze worden grotendeels genegeerd.

?Sociale media promoten seksualisering: kijk naar het succes van Kim Kardashian.?

?De verkiezing van Trump maakte me erg triest ? en dan vooral het feit dat zoveel j?nge vrouwen voor hem gestemd hebben. Ge?nternaliseerd misprijzen voor vrouwen is daar volgens mij ??n van de oorzaken van: als je maar vaak genoeg verteld wordt dat je je op een bepaalde manier dient te gedragen en dan pas naar waarde geschat wordt, dan komt er vroeg of laat een moment waarop je dat ook gaat geloven. Ik kan alleen maar hopen dat het de Amerikaanse vrouwen wakker schudt: er is nog een hoop te doen voor we volledige gendergelijkheid zullen bereiken. Want niet enkel old white men zijn seksistisch: er zijn 13-jarige jongens die net zoals Trump klinken! We zijn er haast, mede door de sociale media, aan gewend geraakt. Ik zat eens naast een 14-jarig meisje op de bus, die me toonde wat jongens zoal op haar tijdlijn postten. Ik herinner me een meme van een foto van Albert Einstein met de woorden: ?Wat is het slimste dat ooit uit een vrouw haar mond kwam? MIJN LUL.? Precies wat je verwacht te lezen na een schooldag, niet? Ik krijg de kriebels wanneer mensen zoiets weglachen: ?Ze snappen wel dat het een grap is.? Dat doen ze n??t: het zijn kinderen! Alles wat ze te horen en te zien krijgen, be?nvloedt hun gedrag, idee?n en zelfbeeld.

?Dat er seksisme heerst op het internet, is natuurlijk geen nieuwe ontdekking. Maar wat mijn onderzoek w?l voor het eerst duidelijk maakt, is hoe groot de impact van sociale media op meisjes en jongens is, en op de manier waarop ze met elkaar omgaan. Je moet weten: er zijn in de afgelopen vier milj??n jaar maar twee grote verschuivingen geweest in de manier waarop mensen relaties aangaan. De eerste vond zo?n 10.000 ? 15.000 jaar geleden plaats, tijdens de neolithische revolutie: jager-verzamelaars werden sedentair en gingen aan landbouw en veeteelt doen. Omdat ze niet meer rondtrokken, gingen mensen een soort van cultureel contract aan: het huwelijk. De tweede verandering kwam er pas met de opkomst van het internet. Plots leerden mensen elkaar niet meer kennen via familie, vrienden of in een buurtcaf?: opeens konden ze, met een simpele muisklik, met om het even wie beginnen te flirten. En dat heeft enorm veel veranderd voor de manier waarop we tegen relaties en seks aankijken.?

Te weten: sexting is het nieuwe flirten, zielloze vluggertjes vervangen dates, en jongeren gaan geen relaties meer aan.

Waarom zouden ze ook? Er is nu een overaanbod aan potenti?le partners: elk meisje wordt als een optie gezien. Wil zij geen seks met je? Dan misschien een ander wel! Meisjes voelen zich niet meer speciaal. En willen ze een jongen ?cht beter leren kennen, dan worden ze al snel te opdringerig bevonden. Want hey, alsof een puberjongen zich gaat binden als er daarbuiten ? excuseer voor het taalgebruik ? nog zoveel neukbaarsrondloopt! Yolo! Meisjes worden gezien als handige gebruiksvoorwerpen, en zelfs als je enkel vanachter een scherm tegen hen praat, kun je je blijkbaar nog behoorlijk veel permitteren.

?Het valt trouwens zelden voor dat sexting gewoon wat onschuldig geflirt is. Vaak draait het om macht: als een jongen een meisje zover krijgt hem een naaktfoto te sturen, dan wordt die als een soort trofee aan andere jongens getoond. In bijna geen enkel geval houdt de jongen die foto voor zichzelf. En doet dat meisje later iets wat de jongen niet zint, dan wordt de foto meer dan eens gebruikt als wraak.

?Jongens sturen ook continu ongevraagd dick pics naar meisjes ? je wilt niet w?ten hoeveel penissen ik de afgelopen 2,5 jaar gezien heb. Ik heb weet van een jongen die dat voor het eerst op zijn 11de deed. Elke weldenkende mens weet: dat is gewoon te jong.

?Het verandert ook hun kijk op intimiteit. Zenuwachtig handjes vasthouden, elkaar rustig leren kennen, op date gaan: dat gebeurt allemaal niet meer. Nu vragen jongens vlakaf: ?DTF?? (?Down to fuck??, wat zoveel betekent als: ?Zin in seks??, red.).?

Veel tieners lijken alvast DTF: ondertussen weet iedereen dat de uitdrukking ?Netflix and chill? niet betekent dat je gezellig samen wat series bingewatcht, maar zit te flikflooien in de zetel, om daarna meteen weer afscheid van elkaar te nemen.

Sommige meisjes zeggen: ?Ik kan seks en gevoelens ook van elkaar loskoppelen! Don?t slut-shame me!? Want de dubbele standaard geldt vandaag nog steeds: een jongen die veel meisjes kan versieren, is een god; een meisje dat met veel jongens tussen de lakens duikt, is een slet. Ik wil helemaal niemand slut-shamen, maar: verdien je niet beter? Verdien je niet m??r?

?Uit verschillende onderzoeken blijkt overigens dat deze hook up-cultuur n??mand gelukkig maakt ? ook mannen blijven miserabel achter. Iedereen voelt zich leeg, verlaten en eenzaam na een eenmalige seksuele ontmoeting. Onlangs vertelde een 20-jarige jongedame me: ?Pff, mensen gingen vroeger gewoon op date om te testen of de ander geschikt huwelijksmateriaal was: er werd toen enkel van vrouwen verwacht dat ze zouden trouwen.? Ik ben 52, en eerlijk waar: dat was vroeger nooit mijn doel bij het daten. Ik ging op dates omdat het l??k was.

In bijna geen enkel geval houdt een jongen een naaktfoto van een meisje voor zichzelf?

Je zoekt uit of je je aangetrokken voelt tot elkaar, maakt samen herinneringen, en d?n pas volgde er seks. Je behandelde elkaar met respect. Seks omvat niet enkel penetratie: er is ook anticipatie mee gemoeid, verlangen naar de ander, tederheid. ?Netflix and chill? en eenmalige Tinder-dates zijn vergelijkbaar met porno: de man belt aan, penetreert de vrouw ? soms redelijk gewelddadig ? en gaat daarna weer weg, zonder een gesprek te voeren.?

Denkt u dat tienerjongens tegenwoordig anders in elkaar zitten dan pakweg dertig jaar geleden? Toen struinden er toch ook wanhopige kerels op de dansvloer rond, op zoek naar ??mand die ze konden versieren?

Maar nu gebeurt het ook overdag, in nuchtere toestand, en worden ze niet wanhopig bevonden ? integendeel: men kijkt naar hen op.

Er zijn nog andere verschillen. Onlangs publiceerde de Amerikaanse versie van The Guardian een studie met verrassende resultaten: van alle Amerikaanse mannen is de jongste groep ? 16 tot 34 jaar ? er het meest van overtuigd dat er geen seksisme meer bestaat en dat vrouwen ondertussen gelijk zijn aan mannen. Wat op zich een seksistische gedachte is (lacht). Met andere woorden: ze lijken er geen erg in te hebben. Dertig jaar geleden zou dat gegarandeerd een ander resultaat opgeleverd hebben. En seksisten zijn nu ook niet alleen meer aan de rechtse kant van het politieke spectrum te vinden: we hebben helaas gemerkt dat jonge mannen liever op Trump stemmen, dan op een vrouw. De gedachte dat een vrouw niet in staat is het land te leiden, overheerst nog steeds.?

Wat kunnen we doen om het tij te keren?

“Feminisme vanaf de kleuterklas! In het leerplan staat ? compleet terecht ? dat kleuters bewust gemaakt moeten worden van racisme ? ze leren onder meer over Martin Luther King en de burgerrechtenbeweging. Maar jongeren zouden zich ook bewust moeten zijn van het feit dat Amerikaanse vrouwen pas in 1920 voor het eerst mochten gaan stemmen. Als de geschiedenis van het feminisme op eenzelfde manier aangebracht zou worden, zouden jongeren weten welke vormen seksisme allemaal kan aannemen, en beseffen dat we nog een lange weg te gaan hebben.

Verder moeten er meer vrouwen aangenomen worden in Silicon Valley, zodat zij vrouwvriendelijker apps kunnen ontwikkelen. Het enige waar socialemediabedrijven in ge?nteresseerd zijn, is een zo groot mogelijk aantal clicks, en wel op de snelst mogelijke manier. ?O, tienermeisjes die hun kleren uittrekken scoren veel hits? Dan blijven we blind voor de gevolgen ervan!

Tot slot moeten ouders hun kinderen beter begeleiden. Meisjes hebben me meermaals verteld dat ze vaak niet weten of en hoe ze moeten reageren. De 14-jarige dochter van een vriendin kreeg onlangs ongevraagd een dick pic: ze heeft er een screenshot van genomen en die teruggestuurd met de boodschap: ?Ik ben hier niets mee, maar de directeur misschien wel.? Vond ik geweldig, want die reactie heeft ze te danken aan haar opvoeding: haar moeder praat geregeld met haar over het gebruik ? of misbruik, zo je wilt ? van sociale media. En toch: toen haar moeder zei dat ze de moeder van die jongen op de hoogte zou brengen, kromp ze ineen: ?Nee! Dan weet hij dat ik er tegen jou over begonnen ben en zal hij me niet chill vinden!? Sorry, maar: niet chill zijn in zo?n situatie getuigt gewoon van zelfrespect (lacht). Haar moeder bleef voet bij stuk houden: ?Hij zal dit opnieuw doen, tenzij zijn moeder er ook met h?m over praat.? Ja kijk, dat zijn helaas de gesprekken die je in deze moderne tijden met je kinderen dient te voeren (lacht).

Ik ben enorm gepassioneerd door dit alles: momenteel ben ik constant de baan op om voor te lezen uit m?n boek of er op scholen over te praten. Een jonge moeder vroeg me eens na een lezing: ?Hoe zal het zijn wanneer m?jn dochter een tiener is?? Ik heb haar gerustgesteld: ?Tegen dan zal het anders zijn, simpelweg omdat het niet veel langer op deze manier kan blijven doorgaan.? Ik mag er niet aan denken in wat voor wereld we d?n zouden leven.”

In een wereld vol narcisten met trust issues?

“In elk geval niet in een beschaafde samenleving”

Bronnen: HUMO

Toepassing Social Media Data-Analytics voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie

De essentie van sociale media is dat er een online platform is waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Doordat sociale media zo intensief en door zoveel mensen wordt gebruikt, worden er dagelijks enorme hoeveelheden data gegenereerd. Coosto is een Nederlands bedrijf dat applicaties maakt waarmee het openbaar toegankelijke, Nederlandse deel van deze databerg beter toegankelijk wordt gemaakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een licentie voor het gebruik van Coosto. Dit bedrijf levert softwaretools om inzichten te krijgen vanuit het sociale web en controle te krijgen over de sociale media. De social media tool is een sterke zoekmachine, waarmee zowel social media monitoring als online klantenservice eenvoudiger wordt gemaakt. Er staan miljarden documenten in opgeslagen.

Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de data die Coosto verzamelt, gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden dan webcare alleen (op VenJ terrein). Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel I van het onderzoek is de creatieve interactie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer van essentieel belang. In deel II van het onderzoek wordt een nog nader te bepalen toepassing verder uitgewerkt.

[slideshare id=77337491&doc=toepassingsocialmediadataanalyticsvoorhetministerievanveiligheidenjustitie-170628132658&type=d]

Bron: WODC

Modernisering 112 meldproces: bellen we over 10 jaar nog?

Meldproces_Duiden

Onderstaand artikel van Jolanda Haven werd eerder gepubliceerd in?Brand & Brandweer, editie juli/augustus 2016.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met?de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

We Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime?om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto?s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto?s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, vol?gens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervan?gen door andere middelen. ?Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.?

Toekomstverkenning

TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij reke?ning mee moeten houden bij het moderniseren van het meld- proces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ?Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.? Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moe?ten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

112 app

Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ?Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldka?mer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organi?satorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.? Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer.

Leefwerelden

Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de road?map welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basis?behoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.? Betrouwbaar, robuust en effici?nt. Niks meer, niks minder.

‘De meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’?

De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innova?tieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieu?wing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen?, aldus De Vries. ?Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.? De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstver?lening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signale?ren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en effici?nte dienstverlening op maat.? Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ?Interactie met burgers staat centraal?, vervolgt De Vries. ?Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden inge?schakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.? De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een ver?schuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrij?ding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze?keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident.

Innovatieslag

Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ?Burgers denken namelijk dat de meld?kamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ?huis?, maar meldkamers willen er graag een paar ?schuurtjes? bij. Maatwerk. Je zou speer?punten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen Je moet ergens beginnen.?

Meldkamer overbodig

In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ?Dan spreken we over een termijn van twintig?jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het ver?gelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’?

TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.? ?

[slideshare id=65044293&doc=modernisering112meldprocesbellenweovertienjaarnog-160816134831&type=d]

[slideshare id=59600264&doc=hetnieuwemelden-160315191155&type=d]

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

knightscope

Afbeelding: Knightscope

De opkomst van nieuwe technologie?n stelt de politie en andere rechtshandhavingsinstanties in staat proactiever en effectiever te opereren. De toepassing van deze technologie?n in het publieke veiligheidsdomein roept echter ook allerlei vragen op met betrekking tot privacy en andere grondrechten van burgers. Het nieuwe?themanummer van Justiti?le verkenningen beoogt enerzijds die nieuwe technologische toepassingen te beschrijven en anderzijds de (mogelijke) consequenties daarvan nader te beschouwen en aan discussie te onderwerpen.

Naast afzonderlijke artikelen over concrete technologische toepassingen (beeldtechnologie, drones) gaat de aandacht uit naar enkele belangrijke trends die alle voortvloeien uit de groeiende beschikbaarheid van ? onderling koppelbare ? grote hoeveelheden data afkomstig uit allerlei bronnen. Bij politiekorpsen wereldwijd heeft dit geleid tot een de groeiende populariteit van predictive policing: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen die gebaseerd zijn op een enorme verzameling historische gegevens over o.a. delicten, de plegers ervan en criminaliteitspatronen, gecombineerd met realtime data. Het politieoptreden wordt aldus datagestuurd en meer op preventie gericht. Een stap verder is prescriptive policing, waarbij de data aangeven wat de meest effectieve interventie zou zijn. Met de film Minority Report in gedachten doemen de zwartste scenario?s op: krijgen we een ?gedachtenpolitie? , staat de onschuldpresumptie op het spel? Deze vragen zijn des te prangender wanneer de rechtshandhaving steeds meer wordt overgelaten aan drones en robots. De grote uitdaging in dit verband is hoe ethische, maatschappelijke en juridische waarden al in het ontwerpproces van articifici?le intelligentie toepassingen kunnen worden ingebouwd. Iets soortgelijks speelt met betrekking tot de bescherming van persoonlijke gegevens en priv?-communicatie bij het gebruik van computers en smartphones e.d. Nieuwe Europese wetgeving schrijft voor dat gegevensbescherming wordt ingebouwd in producten en diensten, een principe dat wordt aangeduid met de term Data Protection by Design and Default.

Predictive policing: politiewerk aan de hand van voorspellingen

Door A. de Vries* en S. Smit**

* Ir. Arnout de Vries is senior onderzoeker en adviseur op het gebied van social media en veiligheid en onder andere auteur van het boek ?Social Media: Het Nieuwe DNA?.
** Dr. Selmar Smit is aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op het onderwerp machine learning, en sindsdien werkzaam als data scientist bij TNO.

George Orwell waarschuwt in zijn boek 1984 (Orwell 1949) voor een?overheid die haar onderdanen monitort en alles in de gaten houdt. In?de film Minority Report is de ?pre-crime squad? in staat om moorden te?voorspellen en daders preventief op te pakken. De Nederlandse politie?heeft dankzij de omvorming tot Nationale Politie toegang tot alle landelijke,?regionale en lokale databronnen met betrekking tot criminaliteit?en is daarmee een ?informatieorganisatie? geworden. Door verbeterde?analysetechnieken, visualisatietools en computerkracht kan zij?deze ?Big Data? inzetten om criminaliteit te voorspellen en op basis?daarvan op te treden. Moeten we nu vrezen voor onze toekomst? Pakt?de politie voortaan burgers preventief op? Worden systemen leidend?

Het antwoord op al deze vragen is nee. Maar welke kant gaat het dan?wel op?

pred1

Interessante patronen
Politieorganisaties over de hele wereld, en dus ook in Nederland, houden?zich momenteel bezig met de ontwikkeling van predictive policing?? ofwel: politiewerk doen aan de hand van voorspellingen. De reden?daarvoor is dat zij beschikken over ongelofelijk veel digitale gegevens?over misdaden uit het verleden, die met verfijnde algoritmen en diepe?analyse een goudmijn vormen voor het voorspellen van criminaliteit.

Het gevolg daarvan is dat de politie aanwezig kan zijn op plaatsen?waar de kans op een volgend incident het grootst is. Daar komt bij dat deze hoeveelheid beschikbare data exponentieel blijft groeien als?gevolg van databasekoppelingen met veiligheidspartners en het ontstaan?van het ?Internet of Things?, waarbij alles en iedereen aan het?internet gekoppeld is (?Big Data?). Het effect van Big Data-analyses is?al te zien bij commerci?le bedrijven, die verbanden weten te leggen?tussen bijvoorbeeld iemands aankopen, inkomen, leeftijd en postcodegebied.?Ook de politie is op zoek naar dergelijke verbanden, zodat?zij misdaden kan voorspellen.

In de criminologie zijn er voldoende theorie?n over het denken en?doen van criminelen die inzicht geven in dergelijke patronen. Zo zegt?de routine activity theory dat criminelen zullen toeslaan op die locatie?waar de virtuele cirkels rond criminelen en geschikte slachtoffers?elkaar overlappen. Dit leidt tot de gedachte dat steeds dezelfde gebieden?worden getroffen, als er geen maatregelen worden genomen. De?rational choice theory gaat ervan uit dat criminelen een locatie kiezen?waar de afweging tussen risico (pakkans) en buit zo gunstig mogelijk?is. Volgens de crime pattern theory zullen criminelen nooit te dicht bij?hun eigen huis toeslaan, maar altijd in een buurt die ze kennen, vlak?bij huis, werk, sportschool of op de weg daarnaartoe. De blended theory
is een combinatie van de vorige drie: een crimineel zal toeslaan op?een locatie langs zijn ?activiteitenroutes?, maar niet te dicht bij huis en?daar waar de afweging tussen buit en pakkans positief is. Bij predictive?policing worden deze theorie?n vaak overboord gegooid en wordt?voornamelijk gekeken naar de simpele theorie van near repeats: in de?buurt van een incident zal vaak nog een incident volgen zolang er?niets verandert. Hoewel dit op het eerste gezicht niet lijkt op de voorgaande?theorie?n zal, zolang de pakkans, buit en activiteitenroutes?van criminelen niet veranderen, het effect hetzelfde zijn en zullen incidenten?zich in dezelfde buurt blijven voordoen.

Doorontwikkeling informatiegestuurd optreden
Een slimme, effectieve en proactieve aanpak tegen misdaad is duidelijk?beter dan achter criminelen aan hollen; rechercheren verandert in??prerechercheren?. Predictive policing in combinatie met Big Data?neemt daarom logischerwijs een enorme vlucht. En het geeft de Nationale?Politie de mogelijkheid om invulling te geven aan ?meer doen met?minder middelen?. Maar is predictive policing eigenlijk wel nieuw? Nu?al beschikt de politie over slimme analyseteams die een enorme bijdrage?leveren aan het dagelijkse politiewerk door misdaadstatistieken?en andere gegevens, zoals jaargetijden, tijdstippen en locaties, te interpreteren.?Dit leidt onder andere tot hotspotkaarten, waarop locaties te?zien zijn waar specifieke politie-inzet nodig is. Op die manier kan de
politie bijvoorbeeld haar surveillanceteams effectief inzetten. De?gemeente Eindhoven gebruikt dergelijke hotspot- of inzetkaarten om?de effectiviteit van de BOA?s (buitengewoon opsporingsambtenaren)?van Stadstoezicht te verhogen (Van Weerdt & De Vries 2014). Brandweer?Rotterdam-Rijnmond heeft de brandweerradar die voorspelt?waar de volgende brand zich zal voordoen en zorgt vervolgens dat er?een voertuig in de buurt is (Littooij 2015). Een nieuw computermodel?van TNO wordt gebruikt om overlastsituaties in wijken te voorspellen?en interventies te berekenen die het beste zouden moeten werken in?de betreffende specifieke situatie (Smit 2014). De beweging die wij bij?de politie zien, past dan ook in de huidige tijd waarin nieuwe mogelijkheden?ontstaan door het analyseren van Big Data. Het huidige?informatiegestuurd optreden van de politie (intelligence-led policing)?professionaliseert en ontwikkelt zich door naar predictive policing,?waarbij niet alleen gehandeld en gestuurd wordt op basis van informatie?uit het verleden, maar ook gehandeld, gestuurd ?n geanticipeerd?wordt op basis van voorspellingen. Hiervoor is sinds enige tijd het Criminaliteits?Anticipatie Systeem in gebruik bij basisteams, flexteams en?districten door heel Nederland.

pred3

Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS)
Het CAS vindt zijn oorsprong bij de politie Amsterdam. Via het programma?Politie en Wetenschap ontwikkelt zij een geavanceerd plannings-?en voorspellingssysteem. Diverse politiekorpsen in het land?gebruiken het CAS inmiddels voor het voorspellen van high impact?crimes (woninginbraak, straatroof en overvallen). Als voorbeeld?gebruiken we het operationele gebied van de politie Amsterdam. Het?systeem deelt dit gebied op in vakjes van 125 bij 125 meter. Gebiedjes?waarvan de kans op een incident vooraf al laag kan worden ingeschat,?zoals weilanden en open water, worden verwijderd. Van de overblijvende?vakjes wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld: criminaliteitshistorie, afstand tot bekende verdachten, afstand tot de?dichtstbijzijnde snelwegoprit, soort en aantal bedrijven zoals bekend?bij de politie, en demografische en socio-economische gegevens van?het CBS. Van elk vakje wordt op verschillende peilmomenten geregistreerd?welke gegevens er op dat moment bekend zijn. Vervolgens?wordt bepaald wat er in de twee weken na de peiling aan incidenten?kan plaatsvinden. Er wordt kunstmatige neurale netwerktechnologie?toegepast om te bepalen welke combinatie van kenmerken indicatief?is voor criminaliteit in de nabije toekomst. Het resultaat is dat de vakjes?op de kaart indicatief worden ingekleurd, een zogenoemde heat?map, waarin hoge scores een warmere kleur krijgen.

Betrouwbaarheid
Naast het door de politie zelf ontwikkelde CAS zijn er nog diverse?andere softwarepakketten op de markt. Vrijwel alle pakketten kijken?naast near repeats vaak ook naar tijdsaspecten spatiotemporele analyse)?en trends zoals verplaatsingen, seizoenen, weekdagen of weekend?en zelfs specifieke tijdstippen. Verder wordt er gekeken naar kenmerken?als omgevingsfactoren (bijvoorbeeld demografie), weersvoorspellingen,?afstanden tot vluchtwegen (aantrekkende werking) en?locaties van politiebureaus (afstotende werking). Dat levert complexe?formules op met tientallen parameters. Hoe betrouwbaar zijn de voorspellingen?die deze formules opleveren? Kloppen ze wel? Daar is niet?een direct antwoord op te geven. De betrouwbaarheid van de voorspellingen?is logischerwijs ook afhankelijk van de voorspelbaarheid?van de criminelen. Crimineel gedrag blijkt voor veelvoorkomende criminaliteit?zoals inbraken goed te voorspellen. De mens, en dus ook de?crimineel, is een gewoontedier dat succes op succes en ervaring op?ervaring bouwt. Als een bepaald type woning goed te kraken valt, dan?gaan ze daarmee verder. Een bekende omgeving is voor criminelen?prettig, omdat zij dan een betere risico-inschatting kunnen maken en?daarmee de kans op succes vergroten. Grote veranderingen in gedrag?(de modus operandi) of omgeving (nieuwe ?markten?) zonder directe?aanleiding zijn eerder uitzondering dan regel. Rondtrekkend mobiel?banditisme is echter veel lastiger te voorspellen, laat staan impulsieve?misdaden zoals een crime passionnel. Toch kan in algemene zin wel?de betrouwbaarheid van de voorspellingen worden geduid.

Ten eerste is de betrouwbaarheid van een voorspelmodel afhankelijk?van de hoeveelheid incidenten binnen een vakje op de kaart. Het?gedrag van een individu valt moeilijk te voorspellen, maar het gemiddelde?gedrag van een groep is goed mogelijk. Bedrijven als Amazon en?Bol.com gebruiken ditzelfde principe om aanbevelingen te doen. Zij?kunnen niet voorspellen of een individu ge?nteresseerd is in een product,?maar wel dat mensen met een bepaald profiel er gemiddeld vaak?in ge?nteresseerd zijn. Dit geldt ook voor incidenten. Doordat inbraken?relatief vaak voorkomen, levert dit voldoende input op om profielen te?maken en voorspellingen te doen.

Vaak weten analisten zelf al wel wat de kans is op een inbraak in een?specifiek vakje. Maar als dat 80% is, wat is dan de meerwaarde van een?systeem dat voorspelt dat de kans op inbraak de ene dag 75% is en de?andere dag 85%? Daarom is het belangrijk een detailleringsniveau te?kiezen dat klein genoeg is om meerwaarde te hebben ten opzichte van?de intu?tie van een analist. Ook moet de datahoeveelheid groot genoeg?zijn om een bepaald niveau van betrouwbaarheid te halen. Blijkbaar?kan het. Tijdens een test in de Verenigde Staten moesten ervaren analisten?en een predictive policing-systeem aangeven in welke twintig?vakjes een incident zou kunnen plaatsvinden tijdens een dienst. Het?voorspelmodel had twee keer zo vaak gelijk als de analisten (Mohler?e.a. 2015).

Ten tweede zijn de betrouwbaarheid en validiteit van een voorspelmodel?afhankelijk van de hoeveelheid informatie die het herbergt. Met?informatie bedoelen we hier niet alleen databronnen, maar ook kennis?en expertise over gedrag. Zo zullen bijvoorbeeld modellen die uitgaan?van near repeats (een incident zorgt voor een verhoogde kans op nog?een incident in de buurt) beter werken dan modellen die dergelijke?kennis niet meenemen.

Vooral dit tweede aspect lijkt een grenzeloze groei aan voorspelkracht?te bevatten. Er is immers altijd wel een informatiebron te vinden die?we extra kunnen toevoegen. Het eindeloos toevoegen van bronnen?heeft echter niet zoveel zin, omdat de voorspelkracht op een gegeven?moment niet veel meer zal verbeteren. Het gaat daarom met name om?de kwaliteit van bronnen en minder om de hoeveelheid bronnen die?door data-experts en analisten aan het systeem worden toegevoegd.?Goede bronnen leveren continu kwalitatieve en actuele data aan het?predictive policing-systeem, waardoor dit systeem voorspellingen kan?doen op basis van ?verse? data en daarmee een accurate ondersteuning?biedt voor het politiewerk.

Voorspelkracht en effectiviteit
Zelfs als we ervan uitgaan dat gedrag, met genoeg data, is te voorspellen,?betekent dit echter niet dat de voorspellingen van predictive policing?altijd uitkomen. Naast dat voorspellingen enkel een kans aangeven?en geen vaststaand feit, komen voorspellingen niet uit omdat de?politie acteert op de voorspellingen en haar surveillanceteams op?basis daarvan gericht inzet. Die plotselinge aanwezigheid van ??n of?meer agenten be?nvloedt uiteraard het gedrag van een crimineel op?dat moment. Door deze effici?nte en effectieve inzet van agenten op?plekken waar het ertoe doet, zullen minder misdaden worden?gepleegd. Niet meer blauw op straat, maar gerichter blauw op straat is?de theorie achter predictive policing. Dat dit werkt, laten de cijfers?zien. In Los Angeles daalt de misdaad met 13%(*1)?en in Santa Cruz daalt?het aantal inbraken met 27% (*2)?. In Kent ligt de hitscore van de software?? waarbij daadwerkelijk een misdrijf plaatsvond in een geselecteerd?vakje op de kaart ? bijna 60% hoger dan wanneer de vakjes handmatig?gekozen werden door analisten (Kent Police 2013). In Amsterdam ligt?de hitscore volgens de politie-eenheid Amsterdam-Amstelland in 2015?op 15% en het aantal near hits (een inbraak of straatroof die niet in het?voorspelde vakje valt maar er net naast) ligt voor woninginbraken op?40% en voor straatroof op 60%. Een pilot in Londen richt zich niet op?de locatie van een misdrijf maar op de dader. Dat levert een heat list?op van driehonderd namen, waarvan er zes nieuw zijn voor de politie?en waarvan er vijf in de weken daarna een misdaad plegen (Basulto?2014). In Memphis loopt de algemene criminaliteit terug met 30% en?het aantal geweldsmisdrijven met 15% (Greenburg 2009). Als gevolg
daarvan behoort Memphis niet meer tot de top 3 van gevaarlijkste steden?in de Verenigde Staten. Volgens de politie komt dat door de juiste?politie-inzet (bijvoorbeeld surveillance, auto?s staande houden en?undercoveroperaties) op de juiste tijd en plek (Williams 2006). Autodiefstallen?daalden met 75% en inbraken in bedrijven met 67% (Perry?e.a. 2013). Inmiddels heeft de politie van Memphis een Real Time?Crime Center van $ 3 miljoen neergezet om predictive policing een?vaste plaats te geven in haar manier van werken. Volgens onderzoek?van Nucleus Research levert dit centrum jaarlijks meer dan $ 7 miljoen?op (Nucleus Research 2010). Ook New York heeft een Real Time Crime?Center, waar alle databases ?n meer dan 3.000 politiecamera?s worden?geanalyseerd. In Zwitserland en Duitsland is een aantal politiekorpsen?Precobs software aan het testen, het zogenoemde Pre Crime Observation?System (*3).?De politie in Noordrijn-Westfalen is daarentegen zeer kritisch?over de effecten van predictive policing, omdat de positieve cijfers?en gemeten effecten veelal worden geleverd door softwareleveranciers?of politiekorpsen die baat hebben bij het presenteren van gunstige?cijfers. In het Amerikaanse Richmond is men gestopt met deze?werkwijze vanwege gebrek aan bewijs dat het zou werken (Aldax 2015).

Ondanks deze kritische geluiden lijkt het erop dat criminaliteit wel?degelijk goed te voorspellen is. Het staat echter nog wel in de kinderschoenen?en het zijn vooral wiskundigen die zich op dit moment?bezighouden met het ontwikkelen van voorspellende algoritmen. Predictive?policing richt zich om die reden nu nog vooral op veelvoorkomende?delicten waar een klein aantal mensen een rol in speelt (zoals?veelplegers uit een buurt of rondtrekkende dadergroepen) en vermogensdelicten?zoals woninginbraken en straatroof, waar vaak aangifte?van wordt gedaan. Maar op termijn, als de politie beschikt over meer?informatie en betere databronnen, valt te verwachten dat het systeem?ook andere delicten kan voorspellen, zoals liquidaties in de onderwereld?of een radicaliseringsproces. De maatschappij zal echter nooit?helemaal zonder misdaad zijn en voorspellend politiewerk is geen?oplossing voor alle misdaad. Het is geen panacee voor een veilige
maatschappij en veiligheid kan niet volledig worden ?gedataficeerd?.

pred4

Risico?s
Technologisch gezien zou predictive policing exponentieel verder kunnen?groeien. Maar vanuit maatschappelijk en organisatorisch oogpunt?zit er nog een rem op. Wil de politie wel zoveel gaan vertrouwen op?technologie? Is de organisatie er wel klaar voor? Nemen algoritmen en?robots het werk van agenten op diverse vlakken zo meteen over? En?wat zijn eigenlijk de juridische en ethische haken en ogen? 100%?betrouwbare voorspellingen zijn immers een illusie; of nemen we een?foutmarge voor lief en worden onschuldige burgers opgesloten? (*4).?Dit?zijn relevante vragen die beantwoord moeten worden. Wij zien de?voordelen van predictive policing, omdat de politie hiermee effici?nter?en effectiever op de juiste plaats ingezet kan worden. Maar wij zien
ook risico?s. We benoemen er een aantal.

Ten eerste kan predictive policing het risico in zich hebben dat de politie?straks allerlei mensen gaat oppakken om vervolgens te zeggen: ja,?dat moest van onze algoritmen. Straks worden we door Facebook bij?de politie aangegeven voordat we ook maar iets hebben gedaan. Of je?wordt staande gehouden terwijl je geheel onschuldig met een gereedschapskist?door een buurt loopt waar statistisch gezien op dat?moment veel wordt ingebroken. Dan heb je als burger ineens veel uit?te leggen. De rechter zal hier vanuit de onschuldpresumptie geen?genoegen mee nemen en om bewijs vragen op basis waarvan het algoritme?tot de voorspelling is gekomen en vragen naar de reden waarom?de politie dat advies heeft opgevolgd. Daarom zijn en blijven de kennis?en kunde van de ervaren politieagent leidend. Hij zal moeten beoordelen?hoeveel waarde en bewijswaarde kan worden toegekend aan een?voorspelling van het systeem en hoeveel aanvullend bewijs is vereist.

Dat brengt ons bij een tweede risico, dat het systeem te complex wordt?en niet meer door mensen wordt begrepen. Algoritmen vangen echter?geen boeven. Dat doen mensen van vlees en bloed. Zonder mensen?sta je nergens met intelligence, en al helemaal in de huidige fase van?predictive policing waarin alles nog in de kinderschoenen staat.?Human in the loop by design is de essentie van het principe dat wij?voorstellen, omdat we de mens als belangrijkste schakel in elke toepassing?van predictive policing zien. Alle menselijke schakeltjes moeten?ingebakken zitten in het ontwerp van predictive policing: denk aan?de analisten, de leiding, de beleidsmakers en de agenten op straat.?Hoewel de menselijke schakel onder druk staat in de huidige informatiemaatschappij,
zijn veel data die de politie nu gebruikt nog steeds?door mensen verzameld, verwerkt en in context geplaatst. Analisten?doen vervolgens diverse interpretatieslagen en mensen nemen besluiten op basis van deze adviezen, waarna maatregelen door mensen?worden genomen, die vervolgens weer door mensen worden beoordeeld?op hun effectiviteit. Politiemensen zijn daarom in onze visie de
belangrijkste schakel: het systeem doet de basiszaken, de mens?bepaalt wat ermee gebeurt. Een voorspelling is derhalve dus geen bindend?advies, want mensen zijn slimmer dan een systeem dat alleen?met data werkt. Totdat het moment van singularity aanbreekt, waarbij?computers niet alleen sneller of accurater kunnen rekenen, maar ook?creatiever, slimmer en bewuster zijn dan mensen. Dat duurt nog minstens?twee decennia en zelfs dan is het de vraag of je iets dergelijks in?handen van een machine wilt leggen, want dan komt de ?gedachtepolitie??uit Minority Report wel heel dichtbij.

De menselijke factor levert een derde risico op: dat de data in systemen?een gekleurd beeld geven (zogenoemde bias) en algoritmen dus?gekleurde voorspellingen zullen doen. De voorspelling is zo goed als?de data eronder. Wordt het systeem gevoed met vooroordelen ten aanzien?van bevolkingsgroepen of etnische afkomst, dan zal dat zijn effect?hebben op de resultaten. Daarom is het van belang dat de politie niet?alleen op voorspellingen gaat varen en belangrijke beslissingen alleen?daarop gaat baseren. Tunnelvisie ligt dan op de loer, een bekend?dilemma in het politiewerk. Dit risico zal alleen maar toenemen als het?systeem complexer wordt en kennis over de werking afneemt. Wij pleiten?daarom voor transparantie. Het moet inzichtelijk zijn hoe de systemen?en hun algoritmen werken.

Een vierde risico is dat leveranciers die transparantie niet geven omdat?hun concurrentiepositie dan gevaar loopt. Toch zal de maatschappij of?de wet wellicht gaan eisen dat algoritmen volledig transparant zijn,?want waarom ben je aangehouden, of kwam de politie eigenlijk zelf op?jouw spoor? Dat dit belangrijk is, bewijst het grappige voorbeeld van?de Miss America-verkiezingen (Hiltzik 2014). Zo kun je het aantal?moorden met behulp van stoom of hete vloeistoffen al jarenlang perfect?voorspellen door middel van de leeftijd van de Miss America van?dat jaar. Algoritmen zijn dom, voeren uit wat er van ze wordt gevraagd?en leggen verbanden tussen gebeurtenissen, hoe vreemd een dergelijke?relatie ook is. Dergelijke ?fouten? kunnen desastreuze gevolgen?hebben, dat hoeft geen betoog.

Een vijfde risico is dat de predictive policing-systemen informatie platslaan?tot vakjes en cirkeltjes op een kaart, terwijl academici al honderden?jaren onderzoek doen naar waarom mensen crimineel worden en?hoe ze zich dan gedragen. Om deze kennis, maar ook die van analisten?en politiemensen op straat, toe te kunnen voegen moet v??r de implementatie?expliciet worden nagedacht over hoe dit ingebakken kan?worden in het systeem of in aanvullende processen.?Privacy is een zesde risico. Enerzijds omdat voorspellend politiewerk?inbreuk kan maken op de persoonlijke leefomgeving van mensen. Zo?kreeg de politie van Chicago veel kritiek op de preventieve huisbezoeken?die zij aflegde bij veelplegers (Stroud 2014). Anderzijds zijn er veel?gegevens bekend die ertoe doen en voorspellingen beter maken, maar?die niet gebruikt of gekoppeld mogen worden om redenen van privacy.?Als laatste risico noemen we de valkuil om vooral te blijven werken?aan technologische ontwikkeling en betere computervoorspellingen,?terwijl het veel belangrijker is om na te denken over de vraag hoe de?politie effectief aan de slag kan gaan met enigszins betrouwbare voorspellingen.?De crux zit in het slim regelen van de operationele inzet en?slimme interventies.

Prescriptive policing
Het zo goed mogelijk voorspellen van misdrijven is geen doel op zich.?Het gaat erom dat ze worden voorkomen. Om daar inzicht in te krijgen?zal de politie het effect van een voorspelling en de daaropvolgende?inzet moeten gaan meten. Op die manier leert de politie welke inzet?het beste werkt in welke situatie. Daarmee verschuift het politiewerk?van predictive policing naar effect-led policing. Als die kennis over de?effectiviteit van interventies wordt toegevoegd aan het systeem, verschuift?het politiewerk van effect-led policing naar prescriptive policing.?Het systeem kan dan niet alleen voorspellingen doen, maar op?basis van data uit het verleden ook adviseren over welke politie-inzet?in de gegeven situatie het meest effectief zal zijn.

Prescriptive policing werkt alleen als het is toegespitst op een specifiek?gebied. Als het systeem kan bepalen waarom iets op sommige plaatsen?wel werkt en op andere plaatsen niet, dan kan dat ge?xtrapoleerd worden?naar andere gebieden. Zonder de effectiviteit van elke interventie?in dat specifieke vakje te bepalen kan het systeem inschatten wat?waarschijnlijk wel of niet zal werken. Daarvoor moeten wel de relevante?kenmerken van een gebied bekend zijn, en de kenmerken van?interventies. Misschien werkt patrouilleren met de auto niet, maar met?de fiets wel. Of zijn er specifieke agenten die naast patrouilleren ook?andere acties ondernemen die zorgen dat er wel of geen effect is. Dat?maakt prescriptive policing moeilijker, maar tegelijkertijd ook veel
waardevoller. Het biedt de mogelijkheid om de jarenlange kennis en?ervaring in een context te plaatsen en deze te herhalen daar waar de?context gelijk is. Daarbij is het van belang dat een dergelijk systeem?niet dicteert wat er moet gebeuren. Zelfs als het systeem denkt dat de?context gelijk is, dan nog moeten agenten, analisten, leiding of?beleidsmakers vertrouwen op hun jarenlange ervaring en kennis, helemaal?aangezien een dergelijk systeem niet de creativiteit heeft om iets?nieuws te verzinnen. Het kan enkel de lessen uit het verleden zo goed?mogelijk vertalen. De uitkomst mag daarom hoogstens worden gezien?als een suggestie die de basis moet vormen voor een beslissing of discussie.?De mens blijft wat ons betreft de belangrijkste schakel in het?hele proces. Eerder in dit artikel haalden we al het principe ?human in?de loop by design? aan. Ook is er een juridisch argument om dit principe?toe te passen: de Wet bescherming persoonsgegevens stelt in artikel
42 lid 1 dat ?niemand kan worden onderworpen aan een besluit?waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem in aanmerkelijke?mate treft, indien dat besluit alleen wordt genomen op?grond van een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens?bestemd om een beeld te krijgen van bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid?.

Implementatie
Het doel van predictive en prescriptive policing is niet m??r boeven?vangen, maar misdrijven voorkomen door agenten effectief preventief?in te zetten. Dat vergt een cultuuromslag, waarbij het voorkomen van?slachtoffers voortaan centraal staat. Het ?reactief en op heterdaad?oppakken? verandert in ?proactief voorkomen?. Deze omslag vraagt om?sterk intern leiderschap en sturing. Ook zullen de prestatie-indicatoren?van de politie moeten worden aangepast: het gaat niet meer om?het behalen van bepaalde streefcijfers, maar om de effectiviteit van?politieoptreden. De politie wordt niet meer beloond voor haar inzet,?maar voor het effect dat zij bereikt.

De implementatie van beide vormen van policing gaat echter niet?alleen over de organisatiecultuur, maar ook over politiemensen, hun?competenties en hun samenwerking met de voorspellende software.?Daarnaast gaat het over processen, taken, besluitvorming en manier?van leidinggeven. Verder zal tijdens de implementatie veel aandacht?uitgaan naar de juiste informatiebronnen en integriteit van data. Tot?slot speelt techniek een rol in de implementatie, waarbij de ICT-architectuur?ingericht moet worden op deze nieuwe werkwijze, de juiste?software geselecteerd en aangeschaft moet worden en agenten op?straat de juiste tools krijgen aangereikt.

Alles hangt met elkaar samen. Daarom vraagt de implementatie om?een integrale benadering van doel, mens en organisatie, proces, informatie?en techniek. Daarbij onderscheiden we vier implementatieniveaus:?intelligence-led policing (informatiegestuurd optreden), predictive?policing (voorspellen), effect-led policing (effectmeting) en prescriptive?policing (contextgestuurde adviezen). Deze vier niveaus hebben?we in dit artikel toegelicht.

Discussie
In dit artikel hebben we laten zien wat predictive policing inhoudt en?welke mogelijkheden het biedt. De technologie staat nog in de kinderschoenen,?maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. De Verenigde?Staten lopen hierin voorop. De Nederlandse politie heeft inmiddels de?eerste stappen gezet om van informatiegestuurd politiewerk te komen?tot voorspellend politiewerk. We hebben ook laten zien dat er risico?s?verbonden zijn aan deze nieuwe werkwijze. In ons boek Van predictive?naar prescriptive policing (Smit e.a. 2016) gaan we daar verder op in.

Wij bevelen daarom aan om niet klakkeloos voorspellende software te?implementeren in het politieproces, maar eerst te discussi?ren over?het doel en de mate waarin de software het politiewerk kan gaan?ondersteunen. Zorg er vervolgens voor dat deze nieuwe werkwijze?gepaard gaat met juridische, ethische en organisatorische waarborgen?en start daarna met kleinschalige experimenten die opgeschaald kunnen?worden tot landelijk niveau. Onderschat de veranderingen niet?die predictive policing met zich meebrengt. Dat vraagt om een goede?overdenking en om draagvlak binnen en buiten de politieorganisatie.

(*1) Scientifically Proven Field Results, 2013-2014, www.predpol.com/results.
(*2) Scientifically Proven Field Results, 2011-2012, www.predpol.com/results.
(*3) Zie IfmPt. 2015-2016, www. ifmpt. de.
(*4) Zie voor een overzicht van de risico?s van predictive policing het recente artikel van Kaya Bouma, ?Buienradar voor boeven? in De Groene Amsterdammer, www.groene.nl/artikel/buienradar-voor-boeven. Over de risico’s van etnisch profileren verscheen recent een artikel van Marc Schuilenburg op www.socialevraagstukken.nl/etnisch-profileren-is-onderdeel-van-vooringenomen-criminaliteitsbeleid.

Literatuur

Aldax 2015
M. Aldax, ?Richmond police chief?says department plans to discontinue??predictive policing? software?,?24 juni 2015.

Basulto 2014
D. Basulto, ?Relax, the futuristic?pre-crime system of ?Minority?Report? is still a long way from?becoming reality?, 6 november?2014.

Greenburg 2009
Z.O. Greenburg, ?America?s most?dangerous cities?, Forbes Magazine?23 april 2009.

Hiltzik 2014
M. Hiltzik, ?See some hilarious?charts showing that correlation is?not causation?, Los Angeles Times?12 mei 2014.

Kent Police 2013
Kent Police, PredPol operational?review ? Initial findings, Kent:?Corporate Services, Analysis?Department, Kent Police 2013.

Littooij 2015
A. Littooij, ?Brandweerradar??(J. D. Award, interviewer), 2015.

Mohler e.a. 2015
G. Mohler, M. Short, S. Malinowski,?M. Johnson, G. Tita,?A. Bertozzi & P. Brantingham,??Randomized controlled field?trials of predictive policing?, Journal?of the American Statistical?Association (110) 2015, afl. 512,?p. 1399-1411.

Nucleus Research 2010
Nucleus Research, IBM SPSS ROI?Case Study: Memphis Police?Department (Document K31),?Boston, MA: Nucleus Research,?Inc. 2010.

Orwell 1949
G. Orwell, Nineteen Eighty-Four,?New York: New American Library?1949.

Perry e.a. 2013
Q. Perry, B. McInnis, C. Price,?S. Smith & J. Hollywood, Predictive?policing ? The role of crime?forecasting in law enforcement?operations, Santa Monica, CA:?Rand Corporation 2013.

Smit 2014
S. Smit, ?Computermodel voorspelt?overlast in woonwijken ? en?wanneer die uitblijft?, Secondant?30 april 2014.

Smit e.a. 2016
S. Smit, A. de Vries, R. van Kleij &?H. van Vliet, Van predictive policing?naar prescriptive policing,?Den Haag: TNO 2016.

Stroud 2014
M. Stroud, ?The minority report:?Chicago?s new police computer?predicts crimes, but is it racist??,?The Verge 19 februari 2014.

Van Weerdt & De Vries 2014
C. van Weerdt & A. de Vries,?Dienstverlening verbeteren met?Big Data. Een verkenning voor?gemeenten. Den Haag: TNO 2014.

Willems & Doeleman 2014
D. Willems & R. Doeleman, ?Criminaliteits?Anticipatie Systeem?,?het Tijdschrift voor de Politie?2014, p. 39-42.

Williams 2006
A. Williams, ?Blue C.R.U.S.H.?walks its beat among community?organizations?, Memphis Daily?News 16 november 2006.

[slideshare id=64129657&doc=jv1603-volledige-teksttcm44-643006-160718154218&type=d]

Bronnen:?Justiti?le verkenningen,?jrg. 42, nr. 3, 2016

Dit artikel is gebaseerd op het boek Van?predictive naar prescriptive policing, uitgegeven door TNO en geschreven door Selmar?Smit, Arnout de Vries, Rick van der Kleij en Hans van Vliet. Dit boek is te downloaden via?www.tno.nl/prescriptive-policing.

 

De virtuele wijkagent: haalbaar of niet?

image-5712455

Agenten die handhaven op de digitale straat. Is dat haalbaar of niet?

Burgemeester Paul Depla van Breda is van mening dat zijn stad een virtuele wijkagent nodig heeft om zo ook het leven dat zich online afspeelt in de gaten te houden. Maar hoe kan dat worden vormgegeven? Klopt het dat deze online wijkagent signalen kan oppikken die anders niet worden opgemerkt? Wordt de informatiepositie van de politie beter wanneer zij ook virtuele wijkagenten inzet?

bais politiezorg

Handhaving op internet

?Begin eens met de wet handhaven op dat vrije internet?, zo luidt de titel van een artikel uit het NRC. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden in 2014 een op de negen Nederlanders slachtoffer van cybercrime; 0,8% van de Nederlanders kreeg te maken met identiteitsfraude, 3,5% kreeg te maken met koop- en verkoopfraude en 5,2% kreeg te maken met een?hack?(inbraak) op computer, smartphone, e-mailaccount of website. Door de steeds beter wordende internetverbinding, het feit dat 98% van de huishoudens verbonden is met het internet, door het online gaan met smartphones en tablets (75% van de bevolking heeft een smartphone of tablet) en het gebruik van computers en laptops digitaliseert de samenleving. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook op het internet. Digitale apparatuur en informatie is kwetsbaar en kan worden misbruikt. ?Cybercrime neemt hand over hand toe‘. Het NCSC schrijft: ??Het aantal experts, de kennis en de middelen moeten dito toenemen, willen we het gevecht winnen en de ICT-veiligheid kunnen garanderen??. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft als taak Nederland weerbaarder te maken op internet. Maar wie doet de online handhaving van veiligheid?

Wat is de rol van de politie?

Henk van Essen, lid van de korpsleiding van de Nationale Politie, zei in het politiedebat van 18 november 2015 op de politieacademie: ??Wat is nou de rol van politie in de digitale wereld? Wat kan je van ons wel verwachten en wat kan je van ons niet verwachten. Het is fair om te zeggen dat we daar nog geen antwoord op hebben op dit moment.? Wanneer je zou zeggen dat die rol er wel is voor de politie en je je voorstelt dat deze rol handhaving betreft, dan kan dit onderzoek van pas komen. Diverse partijen, zowel de politie als private partijen, zien de noodzaak in tot het optreden op internet. De politie is aan het onderzoeken hoe zij meer en beter aanwezig kan zijn op het internet. Private partijen ontwikkelen software, geven beveiligingsadviezen en stellen middelen ter beschikking aan de politie. En eindgebruikers, zoals burgers, letten een beetje op elkaar.

Wanneer het gaat over online handhaving is het ook de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. De politie heeft diverse specialistische teams die zich op het internet begeven, maar de specialistische teams hebben veel minder kennis van wat zich op lokaal niveau afspeelt dan de basis politiezorg. Het internet kent vele spelers en eigenaren. Vrijwel iedereen in Nederland heeft toegang tot het internet, maar vrijwel alle websites staan op private servers van serviceproviders. Het internet is dus deels een publieke en deels een private ruimte. De politie is primair verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Om de specialistische teams te ondersteunen met, zoals voor dit onderzoek is gekozen, de online handhaving, wordt in dit onderzoek gefocust op de online handhaving in de basis politiezorg. Pieter Jaap Aalbersberg, korpschef van Amsterdam, heeft tegen de eerder genoemde Henk van Essen gezegd: ??ik heb in mijn organisatie 82 personen binnen de BPZ werken met een afgeronde HBO-opleiding?. Er zit veel kennis in de basis politiezorg van korps Amsterdam en zij hebben ook lokale kennis. Deze combinatie zou goed benut kunnen worden. De manier waarop dat kan plaatsvinden zou kunnen blijken uit dit onderzoek.

Onderzoek?handhaving van de openbare orde en veiligheid op internet

Het onderwerp van dit onderzoek is: ?handhaving op internet door de basis politiezorg?. Doordat steeds meer mensen online zijn verspreiden de veiligheidsproblemen zich ook naar het internet. In 2014 werden 1 op de 9 Nederlanders slachtoffer van cybercrime. Er is al veel bekend en onderzocht over (online) opsporing, maar het thema (online) handhaving wordt vaak vergeten. Wanneer het over online handhaving gaat is het de vraag of de politie de aangewezen partij is om te handhaven op internet. Aangezien er nog geen wetenschappelijke onderzoeken zijn die zich richten op deze preventieve kant van de basis politiezorg online,? richt dit onderzoek zich daarop. Het doel daarbij is om inzicht te bieden in de mate waarin agenten in de basis politiezorg in staat zijn om te handhaven op internet en welke mogelijkheden er zijn om de handhaving op internet te bevorderen. Het externe doel is daarbij om kaders te bieden waarbinnen deze handhaving kan plaatsvinden, voor zover het mogelijk is om die kaders te schetsen. De vragen die moeten bijdragen aan het bereiken van deze doelstelling gaan over: offline handhavingstaken en de vertaling daarvan naar online handhavingstaken, het juridische kader waarbinnen handhaving op internet zich kan afspelen, welke best practices en knelpunten er al bekend zijn, welke vaardigheden de agent moet hebben en welke kennis en middelen daar voor nodig zijn. Tot slot is bekeken in hoeverre private partijen een rol kunnen spelen in de handhaving op internet.

politie-twitter-150x150

Reguliere handhavingstaken

Onder de basis politiezorg vallen alle politietaken die niet apart zijn ondergebracht bij specialistische politieonderdelen. Een van de voornaamste taken van de basis politiezorg is het handhaven van de openbare orde onder het gezag van de burgemeester. De agenten in de basis politiezorg werken in verschillende functies. Het doel bij de dagelijkse werkzaamheden van de politie is het verbeteren van de informatiepositie, het de-escalerend optreden bij conflicten en het aangeven van kaders omtrent de openbare orde. De opsporing wijkt daar vanaf, aangezien de politie in dat kader onder het gezag van de officier van justitie valt en als doel heeft om strafvorderlijke beslissingen te ondersteunen. Handhaving is iedere actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen. De offline handhavingstaken bestaan volgens respondenten uit het leefbaar houden van de wijk, het handhaven van de openbare orde en het bijsturen van gedrag of het uitdelen van boetes wanneer mensen zich niet aan de regels houden. Online kan dat mogelijk net zo plaatsvinden maar dan op digitale plekken. Echter, op het internet kan een agent zich niet net zo identificeren als op straat. Daarnaast kan worden afgevraagd of het internet onder de publieke ruimte valt. Online handhaving kan worden ingezet als instrument, maar kan daarnaast ook worden ingezet als middel tegen online overtredingen zonder dat deze gepaard gaat met een actie op de fysieke straat.

Bevoegdheden en wet- en regelgeving

Alle agenten moeten zich houden aan de politiewet. De politiewet is een aanvulling op het wetboek van strafvordering. In deze wetten is de opsporing strikter vastgelegd dan de handhaving. Opsporing mag alleen worden gedaan door een opsporingsambtenaar. Wettelijk gezien bedient de burgemeester zich bij het handhaven van de openbare orde van de politie. Dat is tevens vastgelegd in de politiewet en de gemeentewet. De burgemeester heeft hiervoor een aantal bevoegdheden. Of hij die online kan, mag en gaat gebruiken is nog veel discussie. Daarnaast is nog steeds onduidelijkheid over wat de agent wel en niet mag op het internet. Daarop heeft het Openbaar Ministerie een matrix opgesteld die in maart 2016 is verspreid binnen de politie. Daarin staat per actie aangegeven welke bevoegdheid de agent al heeft en/of moet vragen. De vraag is of de kaders online wel of niet anders zijn, of zouden moeten zijn, dan op straat. Kan de scope van het Wetboek van Strafvordering gezien de ontwikkelingen en de samenleving worden geprojecteerd op de digitale straat?

ruben1

Online handhaving binnen de politie

Binnen de politie zijn verschillende onderdelen die zich op het internet richten en betrekking hebben op handhaving. Deze onderdelen zijn het Crisis Communicatie Team, het Open Source Intelligence Team, het Real Time Intelligence Center en wijkagenten en jeugdagenten die actief zijn op social media. Daarnaast maakt het communicatieteam van iedere politie-eenheid ook gebruik van het internet. Deze onderdelen van de politie gebruiken internet met name voor berichtgeving en voor hun eigen informatievoorziening. Daarvoor gebruiken zij programma’s die het internet scannen op trefwoorden. Een overkoepelend onderdeel binnen de politie is de Dienst Regionale Informatie Organisatie. Daar komt vrijwel alle regionale informatie van alle politieonderdelen bijeen. Zij hebben ook de bevoegdheid om de informatie van de verschillende? politieonderdelen in te zien.

De politie heeft enkele goede ervaringen met het gebruik van internet in de vorm van handhaving. De politie in Groningen kreeg via een social media monitoringprogramma een twitterbericht te zien waarin stond dat iemand het aanstaande Sinterklaasfeest wilde verstoren. Daarop heeft de politie gereageerd. De persoon in kwestie had geen reactie verwacht en bood zijn excuses aan. Daarnaast blijkt het effect van het gebruik van social media bij evenementen groot. De informatie-inwinning, het managen van grote groepen mensen (crowd control) en het geven van voorlichting zijn daarbij erg belangrijk.

Tegenover goede ervaringen staan ook knelpunten. en slechte ervaringen, omdat een online actieve politie ook kwetsbaar is. De politie is nog terughoudend met het gebruik van internet. Online zijn is nieuw voor de oudere agenten en protocollen zijn onvoldoende aanwezig binnen de eenheid of de agent weet niet van het bestaan van de protocollen. Doordat er geen speciale internetpolitie is moeten agenten uit de basis politiezorg deze taken ook deels op zich nemen. Momenteel wordt dat nog niet gedaan volgens een vastomlijnd kader. De ene agent is erg actief op het internet en de andere agent maakt vrijwel geen gebruik van internet. Tot slot is de politie erg geori?nteerd op het zenden van informatie. Het ontvangen van informatie en het verwerken van informatie behoeft een grote verbeterslag. Daarbij gaat het zowel om informatie vanuit internet- en social media monitoring programma?s als om de algemene interactie met de burger.

Kennis, vaardigheden en middelen

Er zijn voor de politie cursussen en workshops beschikbaar die ondersteuning bieden aan agenten om actief te zijn op social media, zoals cursussen in het effectief zoeken op internet. Deze cursussen hebben tot doel om de agenten bekwamer te maken in het gebruik van internet als communicatiemiddel en handhavingsmiddel of gecombineerd. Deze cursussen en workshops zijn voor iedereen opgenomen in de politieopleiding, maar veel van de huidige agenten hebben die daarom nog niet gehad. Zij kunnen bijgeschoold worden na een aanvraag voor een cursus of workshop. Om goed met internet te kunnen werken is het belangrijk om expertise binnen de politiebureaus te hebben. Agenten worden steeds meer uitgerust met een smartphone waarmee zij veel zaken op en via internet kunnen regelen. Zo kunnen zij op social media, maar ook kunnen zij politiesystemen raadplegen en een bekeuring uitschrijven zonder dat zij daarvoor een computer nodig hebben. Er is op het intranet van de politie uitleg gegeven over het opzetten van een twitteraccount en waar het twitteraccount exact aan moet voldoen. Om kennis en middelen om te zetten naar vaardigheden en deze ook daadwerkelijk toe te passen is een goede scholing nodig. Aangezien nog niet iedere agent deze scholing heeft gehad en/of iets doet met de scholing op het gebied van social media bij het uitvoeren van de alledaagse werkzaamheden, is het lastig om handhaving op internet te bewerkstelligen.

Private partijen

De politie werkt op specialistisch niveau samen met private partijen zoals Facebook, Twitter, ICT bedrijven en internet service providers. Daarbij wordt zowel aan handhaving als aan de bestrijding en opsporing van cybercrime gedaan.? De handhaving die hier wordt uitgevoerd betreft het verwijderen van account wanneer personen zich niet aan de regels van de website houdt. Ook waarschuwt facebook een gebruiker wanneer deze zich niet houdt aan de door haar gestelde regels.

Bij evenementen wordt veel gebruik gemaakt van social media. Daarbij werken private partijen (organisatoren van evenementen) veel samen met de communicatieteams van de politie. Daar zijn voornamelijk bij de bevrijdingsfestivals van 2015 in Nederland goed successen mee geboekt.

Aanbevelingen

Het is aanbevolen om landelijk ??n beleid te voeren op het gebied van opleiding en gebruik van social media. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van nieuw ingestroomde agenten op het gebied van social media te benutten en in te zetten om het kennisniveau van de oudere agenten te verhogen. Tot slot moet er meer samen worden gewerkt tussen private partijen en de politie, zonder dat de private partijen de handhaving uitvoeren in plaats van de politie. De daadwerkelijke uitvoering van de handhaving zou idealiter moeten plaatsvinden door de politie, waarbij de private partijen de informatie aanleveren voor de politie. Door samen te werken op het gebied van informatie vergaren en verwerken kan de politie effectiever zijn.

Aangezien dit onderzoek niet alle aspecten kan belichten van de handhaving op internet is het belangrijk om bepaalde aspecten nader te onderzoeken. Bijvoorbeeld of de agent zich online ook moet identificeren en zo ja, hoe hij dat moet doen. Tevens is het belangrijk om de wijzigingen die aanstaande zijn in het wetboek van strafvordering te volgen. Ook de resultaten van een onderzoek over de bestuurlijke bevoegdheden van de burgemeester op internet en een matrix/schema van het openbaar ministerie over de bevoegdheden van de agent op internet zijn waardevolle aanvullingen op dit onderzoek. Tot slot zou onderzoek moeten worden gedaan naar het opzetten van een social media team per robuust basisteam.

ruben2

Lees en/of download hieronder het hele rapport:

[slideshare id=63048046&doc=tno-2016-s10720-160614115614&type=d]

Bronnen: TNO