Categoriearchief: Best Practice

Big Data is watching (over) you. Debat in De Balie over toekomst van opsporing

Dankzij algoritmes kan men tegenwoordig criminaliteit voorspellen en hierop anticiperen. Politieorganisaties onderzoeken de mogelijkheden om big data en kunstmatige intelligentie in te zetten. Kunnen computers nauwkeuriger en veiliger voorspellen of criminaliteit gaat plaatsvinden dan getrainde agenten? Hoe bestrijden we effectief nieuwe vormen van criminaliteit zonder?onevenredige?inbreuk?op grondrechten??Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk verkennen we de toekomst van big data en AI bij de opsporing van criminaliteit.

Deze avond over Big Data en kunstmatige intelligentie is de derde in de programmareeks ?Opsporing & Vervolging in de toekomst?. In samenwerking met de politie en het OM maakt De Balie een serie over de herpositionering van politie en burger in het digitale tijdperk. Hoe kunnen alle partijen het best gezamenlijk anticiperen op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot politiewerk en criminaliteit? Hoe kan daarbij de rechtstaat worden gewaarborgd? Brengen technologische ontwikkelingen ons het ultieme veiligheidsklimaat, of zullen we kennismaken met de donkere kanten van nieuwe technologie ? la hitserie Black Mirror? De eerste aflevering in deze serie ging over toenemende burgeropsporing, kijk het programma?hier?terug.

Sprekers:?

Fred Westerbeke, Hoofd Officier Landelijk Parket

Reinder Doeleman, sectorhoofd Dienst Regionale Informatie organisatie, die ingaat op het Criminaliteits Anticipatie Systeem waarover we eerder al veel artikelen en publicaties plaatsten.

Vincent Bohre van Privacy First, een onafhankelijke stichting met als doel het behoud en de bevordering van het recht op privacy. Hij benoemt oa het?@MIGO-BORAS project.

Marc Schuilenburg, docent Strafrecht en Criminologie van de VU. Hij publiceerde meerdere boeken over veiligheid, filosofie, strafrecht en populaire cultuur waaronder Orde in veiligheid (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs won. Dit jaar kwam zijn boek Hysterie. Een cultuurdiagnose uit, met daarin een groot hoofdstuk over algoritmen en predictive policing. Hij benoemt het Big Data project uit Roermond.

Jacqueline Bonnes, Cyber Officier Arrondissement parket Rotterdam

Rapport met enige achtergrond over de huidige state of the art van AI in predictive policing, een aantal dilemma’s en een blik op de toekomst:

Van predictive policing naar prescriptive policing – Verder dan vakjes voorspellen
[slideshare id=61354641&doc=104tnorpredictivepolicingweb-160426065651&type=d]

Bron: De Balie

 

Burgers in opsporing

Meer leren over burgeropsporing? Kom 11 april naar het?Nieuwspoort Seminar ?De Veilige Gemeente 2019 ? Burgers in opsporing? georganiseerd door het Haags Congres Bureau.Met o.a. Wim van Amerongen (Nationale Politie), Arnout de Vries (TNO), Eric Bervoets (Bureau Bervoets), Ronald van Steden (VU Amsterdam, SMV) en Marnix Eysink Smeets (Inholland).

De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing
Kansen, risico’s & randvoorwaarden
Donderdag 11 april 2019

13.30 – 17.00 uur met gezamenlijke lunch vanaf 12.30 uur
Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Den Haag

Met medewerking van o.a. Dr. Ronald van Steden, Vrije Universiteit Amsterdam, Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), Dr. Eric Bervoets, Bureau Bervoets,? Arnout de Vries, TNO, Marnix Eysink Smeets, Hogeschool Inholland en Wim van Amerongen, Nationale Politie

Cybervrijwilligers? Buurt Preventie Teams? Buurt Whatsappgroepen?? Burgerrechercheurs?? Platforms van (burger)journalisten??

Burgers helpen gevraagd en ongevraagd steeds vaker in het opsporen van criminelen en ophelderen van zaken.

Hierdoor kan de opsporingskracht van politie, gemeente en OM sterk toenemen. Er zijn echter ook risico’s en dilemma’s die om uw aandacht vragen.?Wat zijn de do’s and don’ts en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen bij burgeropsporing?

Tijdens het Nieuwspoort Seminar ‘De Veilige Gemeente – Burgers in opsporing ‘ krijgt u inzicht in:

  • Actuele ontwikkelingen, trends en onderzoeken
  • Voorbeelden van initiatieven op dit gebied
  • Welke kansen bieden de initiatieven u?
  • Welke juridische kaders moet u kennen?
  • Wat zijn de do’s and the dont’s en welke randvoorwaarden moet u in acht nemen?

Welke innovaties zijn voor u als kleine, middelgrote of grote gemeente bruikbaar in de uitvoering??En hoe zorgt u er voor dat u rationeel met risico?s blijft omgaan? Wat vraagt het van u, als gemeente-ambtenaar of politieman/politievrouw?

Met behulp van vele praktijkvoorbeelden, uw eigen kennis en ervaring en die van de andere deelnemers helpen de sprekers u kansen, risico’s en randvoorwaarden in kaart te brengen.

Programma De Veilige Gemeente 2019 -?Burgers in opsporing

Kansen, risico?s en randvoorwaarden

13.30 uur?Opening en introductie op het thema?door uw middagvoorzitter, Eric Bervoets, onderzoeker en eigenaar, Bureau Bervoets

Aan bod komen onder meer:

* Welke trends en ontwikkelingen zijn er op dit gebied?

* Wat zijn daarbij de uitdagingen?

13.45 uur?Opsporing door burgers, Arnout de Vries, onderzoeker en adviseur, TNO

* Risico?s (eigenrichting, vertrouwelijkheid, privacy, eigen veiligheid) en kansen (extra capaciteit en denkkracht, snelheid, preventieve werking)

* Vele voorbeelden uit de praktijk nader onder de loep: Van Bellingcat tot buurtonderzoek in Whatsapp buurtgroepen

* Blik in de toekomst

14.25 uur?Praktijkvoorbeeld 1: Burgerrechercheurs

Wim van Amerongen, Programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen, Nationale Politie

* Juridisch kader en rechtsbescherming

* Begeleiding en samenwerking

* Rol van de politie in het burger ? burger perspectief

14.45 uur?Vragen stellen aan de inleiders?o.l.v. uw middagvoorzitter

15.15 uur?Pauze met koffie en thee

15.35 uur?Doe-het-zelfsurveillance, Ronald van Steden, VU Amsterdam en SMV

* Resultaten onderzoek naar Whatsapp-buurtgroepen in Almere, Amstelveen, Amsterdam en Tilburg

* Welke lessen kunnen we trekken voor de toekomst?

16.10 uur?Burgeropsporing: veelbelovend landschap of listig mijnenveld??Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid Hogeschool Inholland

* Samenwerken met de burger of burger als verlengstuk?

* Burgerparticipatie als meerloops geweer: Over effecten op veiligheid, veiligheidsbeleving, sociale cohesie, burgerschap en rechtsstatelijkheid

* Burgers komen van Mars, professionals van Venus

* De noodzaak van precisie, preventie en prudentie

16.45 uur?Wrap Up, door uw middagvoorzitter

17.00 uur Afsluiting en borrel

Dr. Ronald van Steden?is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen en Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook is hij voor ??n dag per week verbonden aan de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Meer in het bijzonder houdt Van Steden zich bezig met vraagstukken rondom het thema ?lokale veiligheid en politie?. Hij doceert in de master Besturen van Veiligheid aan de VU. Daarnaast verricht hij onderzoek naar privatisering van veiligheid, toezicht en handhaving van de gemeente, wijkpolitie, veiligheidsnetwerken en vrijwilligers/actieve burgers in veiligheid.

Dr. Eric Bervoets?is?criminoloog en bestuurskundige.?Eric is sinds 1997 actief,?na een doctoraal bestuurskunde in?Rotterdam en een academische promotie?(in 2006) aan de Universiteit Twente in Enschede.?Bureau Bervoets richt zich op toepassingsgericht criminologisch en veiligheidskundig onderzoek, vaak in opdracht van gemeenten, politie en ministeries.?Ambitie is het ondersteunen van het veiligheidsdomein en lokaal bestuur met praktijkgericht onderzoek, advies en onderwijs.? We zijn ervan overtuigd dat kennis en kunde nodig zijn voor de effectiviteit en draagvlak van beleid, projecten en interventies. Maar het commitment en doorzettingsvermogen van de mensen in de uitvoering zijn doorslaggevend, daar kan geen ‘evidence based’ kennis tegenop! Lees verder via de?website van Bureau Bervoets.

Arnout de Vries is onderzoeker en adviseur op het gebied van internet en maatschappelijke veiligheid bij TNO. Hij ontwikkelt en onderzoekt digitale middelen die hulp kunnen bieden bij een effectievere burgerparticipatie, zoals applicaties voor burgeropsporing: ?Samen Zoeken? en ?Sherlock?. Daarnaast schrijft hij op zijn site SocialMediaDNA over social media in relatie tot maatschappelijke veiligheid.

Marnix Eysink Smeets?is sinds 2007 lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en voorzitter van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid. Samen met studenten en (docent)onderzoekers draagt hij bij aan de ontwikkeling van (veiligheids)beleid dat burgers vertrouwen geeft. Eysink Smeets houdt zich vooral bezig met de vraag hoe de burger veiligheid beziet en beleeft, en hoe dat kan worden verbeterd. Formeler gezegd: met het publiek vertrouwen in veiligheid en veiligheidszorg. Met veiligheidsbeleving, vertrouwen en rechtsvaardigheidsbeleving als belangrijke deelgebieden.?Naast zijn werk voor Inholland is Marnix Eysink Smeets voorzitter van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidsbeleving, een netwerkorganisatie die zich richt op innovatief onderzoek en advies op het gebied van veiligheidsbeleving. Verder is hij actief lid van onder andere de wetenschappelijke Politiekring van het Directoraat-Generaal Politie, de redactie van het veiligheidsvakblad Secondant en de landelijke Expertgroep Zelfredzaamheid. Ook is hij co-redacteur van het blog Bordwatching.

Wim van Amerongen?is programmadirecteur Toekomstbestendig Opsporen en Vervolgen bij de politie. Als gevolg van de snelle ontwikkelingen in maatschappij en technologie werken politie en het openbaar ministerie in dit programma nauw samen op het realiseren en versterken van de vernieuwings- en innovatiekracht in de opsporing en vervolging. Als programmadirecteur houdt hij zich daarnaast bezig met thema?s als ketensamenwerking, burgeropsporing en datadeling binnen de strafrechtketen. Zijn ervaringen met veranderprocessen zowel binnen als buiten de politie helpen hem bij het vinden van transitiestrategie?n die de effectiviteit van de opsporing kunnen vergroten.

Robocop en de snoeppot

Wat betreft technologisering, stelt de politie zich op als een kind dat zijn handen niet uit de snoeppot kan houden, sprak directeur van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom Hans de Zwart. Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie Frank Smilda dacht er anders over: ?De criminele markten zijn enorm in Nederland. ? Als het gaat om het in kaart brengen van die markten dan verdient de samenleving een nog betere politie.?

Op 29 januari discussieerde een volle zaal bij Huis voor Democratie en Rechtsstaat ProDemos over de technologisering van de politie. Thema van dit eerste Tijdschrift voor de Politie Debat: Robocop en de rechtsstaat; wie bewaakt de bewakers? Eerste stelling: in deze digitale wereld mag de politie alle mogelijkheden gebruiken die er zijn. Het debat is boven dit artikel terug te luisteren.

Dode pixels

Inleider Hans de Zwart uitte zijn zorgen: ?De waarborgen zijn niet meegegroeid. Zaken die eerst werden begrenst door, bijvoorbeeld, hoge kosten zijn dankzij technologie vrij toepasbaar. Denk aan drones.? Volgens hem is het tijd dat de politie het ?echte verhaal? vertelt over hoe het burgers in beeld heeft. ?De politie moet eerlijker zijn. Zij doet alsof ze minder zicht heeft op criminaliteit: ?Going dark?. Maar in deze tijd, waarin iedereen een tracking device bezit, leeft ze in een gouden tijd. De politie kijkt naar een heel groot scherm, maar legt de nadruk op een paar dode pixels.? De Zwarts belangrijkste punt: de politie heeft de verantwoordelijkheid om een visie te ontwikkelen op het gebruik van technologie.

Tweede inleider Frank Smilda stelde dat er inderdaad geen spelregels zijn over wat de politie wel of niet mag monitoren en welke technologische mogelijkheden zij wel of niet mag gebruiken. Ook hij zag de noodzaak daarvan in, maar dat neemt volgens Smilda niet weg dat de politie nu wel technologie moet inzetten. ?Jarenlang ging het slecht met de ICT bij de politie. Nu is dat omgekeerd, kunnen we inzicht krijgen in wie welke relatie heeft met een criminele markt. Onderschat die markten niet: zo zijn we eigenlijk een narcostaat; de beste xtc-producent ter wereld.?

Onvrij gevoel
De zaal bleek verdeeld. Mogelijkheden benutten ja, maar wel onder voorwaarden. Een dame van Interpol, net terug uit Singapore: ?In Singapore hangen 80 duizend camera?s. Dat voelt onvrij. In Nederland had ik het gevoel dat ik continu moet oppassen: op mijn tas, wie achter me loopt. Ook onvrij. Ik heb geen antwoord, alleen een gevoel.? De zaal vraagt zich af: is een ethische commissie de oplossing?

Tweede Kamerlid voor GroenLinks Kathalijne Buitenweg leidde de tweede stelling in: gezien de snelheid van de technologische ontwikkelingen moet de politie zijn eigen morele grenzen bepalen. Buitenweg zei al langer te pleiten voor een Kamercommissie die grenzen stelt, waarden borgt, pal staat voor de autonomie van de burger. ?De politiek is de arena waar zulke besluiten moeten worden genomen.? Tegelijk stelde ze dat de samenleving verwachtingen moet bijstellen: ?Ik ben onder de indruk van de politie, maar de toekomst is er niet ??n van overal grip op krijgen en alles voorkomen. We zullen moeten toegeven dat we sommige dingen niet wisten. We kunnen niet alles policen.

Denkkracht nodig
Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Politie en moderator Jaco van Hoorn concludeerde met de zaal dat zowel politiek als politie zelf kaders moet scheppen. Hoogleraar Digital Security Bart Jacobs stelde in een kort vraaggesprek met Van Hoorn een probleem aan de orde: de uit doeners bestaande politie mist op dit terrein organisatie-brede kennis. Hij pleitte voor meer denkkracht bij de politie. ?Er is binnen de overheid een trend geweest om inhoudelijke kennis te outsourcen. Dat leidde tot een ramp van enorme proporties. Daar komen we gelukkig van terug.?

Of de politie verantwoord met haar mogelijkheden omgaat, weet Jacobs zo net nog niet. ?Neem het afluisteren van versleutelde telefoons. Technisch indrukwekkend, petje af. Maar juridisch is dat in een aantal gevallen heel omstreden.? Ter illustratie noemt hij het afluisteren in opdracht van de Verenigde Staten van de Mexicaanse drugsbaron El Chapo. ?Nederland zette de tap vol vertrouwen in, zonder de Amerikanen vragen te stellen: waarom, waarvoor? Dat zou wel moeten.?

Jacobs pleit voor meer ?horizonbepaling?. ?Durf als politiek en politie te experimenteren. Maak een wet om bijvoorbeeld drie jaar iets te doen, dan te evalueren en ervoor te kiezen om ermee te stoppen als het niet werkt of ethische grenzen overschrijdt. Alleen, ik heb nog nooit meegemaakt dat de Eerste of de Tweede Kamer na drie jaar evalueert en een wet schrapt.?

Bron: Website voor de politie

Dark Markets: De IKEA’s van de cybercrime

Hoe begint en opereert iemand in de cybermisdaad? En wat kunnen we doen om dit tegen te gaan? Dat zijn vragen waar criminoloog Rolf van Wegberg zich aan de TU Delft mee bezig houdt. Hij probeert de verbinding te leggen tussen de technische kant van cybercrime en de meer economische en sociale aspecten. En dat soort mensen zijn er nog niet zo veel.?

Het jaar 2018 stond voor Rolf van Wegberg bijna geheel in het teken van zijn onderzoek naar?commoditization in cybercrime. De promovendus van de faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) presenteerde zijn resultaten op de USENIX Security conferentie in het Amerikaanse Baltimore.

Cybercrime is een groeiend misdaadprobleem en kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld creditcardfraude, digitale afpersing en spyware. Onder commoditization van cybercrime verstaan we het aanbieden van vaardigheden en diensten door gespecialiseerde partijen in de ondergrondse economie, die je als gebruiker kant-en-klaar kunt kopen. Dit maakt het voor cybercriminelen mogelijk om zaken uit te besteden, waardoor de belemmeringen om met cybercrime te beginnen, kleiner worden. ?Je koopt een bepaalde dienst in en je hoeft er dus zelf geen verstand van te hebben om aan de slag te gaan. Je kunt dan bij wijze van spreken naar een ?cybercrime-IKEA? gaan om je gewenste pakket te kopen en samen te stellen?, verklaart Van Wegberg.

Misdrijven als digitale afpersing en creditcardfraude worden dus een stuk eenvoudiger als criminelen de daarvoor benodigde?commodities kunnen aanschaffen op ondergrondse markten, het?dark web. Althans, dat is de theorie. Onderzoekers nemen wel een stijgende?commoditization?van cybercrime waar, maar hoe serieus is het probleem nu echt in de praktijk, vroeg Van Wegberg zich af.

?Wij hebben daarom, samen met collega?s van Carnegie Mellon University (CMU) in de VS, bekeken of die gevreesde?commoditization wel echt zo?n vlucht neemt. We bekeken daarvoor de transactiegegevens van zes jaar van acht online anonieme marktplaatsen, van Silk Road tot AlphaBay. Die dekken samen een groot deel van deze markt af. Het is voor het eerst dat een dergelijke grootschalige analyse is gedaan van deze ondergrondse online economie.?

Cash-out

?We zien dan inderdaad aanwijzingen voor?commoditizationvan allerlei producten en diensten, maar zeker niet voor alle. Niet alles is te koop, je moet altijd iets zelf blijven doen als cybercrimineel. Bovendien is de omvang van de handel zeer beperkt, in vergelijking met bijvoorbeeld de omvang van drugshandel op deze markten. Er is wel groei, maar minder dan verwacht. We schatten de totale omzet van?cybercrime commoditiesop online anonieme marktplaatsen rond de 8 miljoen dollar tussen 2011-2017.?

Zogenaamdecash-out services worden het vaakst verhandeld. Onder elk crimineel businessmodel ligt immers de vraag: hoe krijg je het geld van het slachtoffer op ?verantwoorde? wijze weggesluisd? Iedere ?criminele ondernemer? heeft dit nodig en daarom is de vraag logischerwijs groot. Dit gaat om tussenpersonen, geldezels, bankrekeningen, bitcoin-wisseldiensten en dergelijke.

Het probleem van?commoditization lijkt dus vooralsnog volgens Van Wegberg en zijn collega?s mee te vallen. Hoe waren de reacties op de presentatie van deze onderzoeksresultaten? ?In het algemeen waren die heel positief. Heel belangrijk is voor mij dat het ook goed is ontvangen door de politie, waar we nauw mee hebben samengewerkt.?

Ook vakgenoten op de conferentie in Baltimore reageerden positief. ?Het was op zich al heel bijzonder dat we daar in Baltimore als?softe technologen tussen de?die hard?ICT?ers mochten staan. We waren een vreemde eend in de bijt, ik als criminoloog zeker. Veel cybersecurity- onderzoekers richten zich vooral op de technologie, terwijl wij toch meer proberen te letten op de bredere sociale verbanden en economische patronen. Hoe ziet de hele criminele keten eruit, hoe start iemand in de cybercriminaliteit? Maar ons onderzoek werd in Baltimore goed ontvangen.?

Persaandacht

Naast de vakmensen, kwamen er ook reacties in de pers. ?Ja, dat was wel eervol. Het onderzoek haalde bijvoorbeeld de voorpagina van Trouw.? Kreeg Van Wegberg niet het verwijt dat hij de gevaren van cybercrime enigszins bagatelliseert? ?Misschien was dat een beetje het geval, maar dat is volgens mij niet de goede manier om er naar te kijken. Met de uitkomsten van ons onderzoek kun je namelijk veel gerichter kijken naar het probleem en bijvoorbeeld beperkte politionele middelen en capaciteit beter inzetten. Uiteindelijk wil je namelijk proberen om het criminele ecosysteem kapot te maken. En daar heb je dit soort informatie hard voor nodig.?

We hebben in het onderzoek overigens nog een ander fenomeen bekeken. Want naast criminele aanbieders die handelen met andere criminelen, B2B, vonden we ook een significante hoeveelheid retail cybercrime, dus rechtstreeks naar de eindconsument. Dan gaat het bijvoorbeeld om gehackte Netflix- of Spotify-accounts. We schatten de totale omzet van de handel in deze vorm van cybercrime op online anonieme marktplaatsen rond de acht miljoen dollar tussen 2011-2017.? Ook dat lijkt dus ?vooralsnog ? een relatief onschuldig probleem.?

“De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.”

Criminoloog

Rolf van Wegberg is sinds 2015 promovendus aan de faculteit TBM (sectie Organisation & Governance) maar is van oorsprong criminoloog. Hij haalde zijn master in Criminologie (cum laude) in 2011 aan de Universiteit van Leiden met een afstudeeronderzoek naar witwassen van geld en naar het financieren van terrorisme in Nederland.

Na zijn afstuderen, ging hij aan de slag bij de afdeling Criminal Law and Criminology aan de Leidse universiteit, als researcher en docent. Daar richtte hij zich vooral op het Nederlandse beleid tegen financi?le misdaad. In 2013 ging hij naar TNO, waar hij nog steeds werkt als wetenschapper op het gebied van (financi?le) cybercrime en ondergrondse markten. Op dit moment is hij drie dagen per week aan het werk bij de TU Delft en twee dagen per week bij TNO. Zijn research is onderdeel van het MALPAY-project, dat zich focust op?malwaregericht op financi?le instellingen. Van Wegberg onderzoekt specifiek de strategie?n van cybercriminelen en de interactie tussen die strategie?n en het (veiligheids)beleid van financi?le dienstverleners en de politie.

Net als op de conferentie in Baltimore, moet de criminoloog Van Wegberg zich aan de TU Delft wel eens een beetje ?anders? voelen, zou je denken. ?Ik ben inderdaad opgeleid in de conventionele tak van het criminologische onderzoek. Maar die aanpak, met enqu?tes, zelfrapportages en aangiftecijfers, kent uiteindelijk zijn beperkingen, zeker als je cybercrime wilt bestuderen. Daarom ben ik blij dat ik dit soort onderzoek aan een technische universiteit veel breder kan maken. De combinatie van vaardigheden en kennis, dus met zowel de technische insteek als de criminologische, is helaas nog vrij zeldzaam. Types als ik, zijn nog op de vingers van ??n hand te tellen.?

?Een ander verschil dat ik hier aan de TU Delft ervaar, is het ?wij?-gevoel. Vanuit mijn studie was ik gewend om ?ik? te zeggen; nu is het veel meer ?wij?. En terecht, want wetenschap is nu eenmaal een teamsport. Het is zonde om maar ??n stel hersens aan een probleem te laten werken.?

Promovendi

In 2019 gaat Van Wegberg zijn promotieonderzoek afronden. ?Daar zal volgend jaar de meeste aandacht en tijd naar toe gaan. Daarnaast geef ik onderwijs, bijvoorbeeld in onze Cyber Security master-opleiding, en begeleid ik masterstudenten bij hun scriptie. Sowieso vind ik het onderwijs, het contact hebben en het samenwerken met studenten, het leukste wat ik hier doe aan de universiteit.?

Maar eerst dus maar eens dat proefschrift afmaken, waar het bovengenoemde onderzoek ook een deel van is. Van Wegberg weet uit ervaring hoe hoog de druk voor promovendi kan zijn en maakt zich daar zorgen over. Hij hield zich bezig met de belangenbehartiging van de promovendi in Nederland en was tot afgelopen zomer voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). ?De positie van promovendi is voor mij echt een belangrijk onderwerp. Niet in het minst omdat die positie naar mijn mening behoorlijk in de knel komt. De arbeidsvoorwaarden staan onder druk en er worden speciale constructies bedacht om toch promovendi te kunnen aanstellen. Aan de TU Delft gaat het gelukkig nog allemaal vrij goed, maar toch moeten we oppassen dat we geen race to the bottom aangaan ten koste van promovendi. In deze hele discussie wordt de stem van de mensen waarom het gaat, te weinig gehoord. Ik ken mijn weg in Den Haag redelijk goed en dus probeerde ik als PNN-voorzitter die stem te laten klinken.?

Bron: TUDelft magazine

Videobellen naar 112?

Tekst?Charlotte van den Berg,?Foto?Rob Acket

Wie alarmnummer 112 belt, krijgt een hulpverlener van de meldkamer aan de telefoon. Deze centralist luistert en informeert zo goed mogelijk om snel te bepalen welke hulp nodig is. Hoe mooi zou het zijn als de beller niet alleen kan beschrijven wat er speelt, maar de noodsituatie ook kan laten zien? Deze manier van melden ? m?t beeld – is dit najaar getest met centralisten in twee meldkamers. ?Wat telt is hoe het w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol.?

Wanneer een centralist iemand aan de telefoon krijgt, is het eerste doel: zorgen dat de juiste hulpverlening op de plek belandt waar hulp nodig is. Ambulance, brandweer, politie en marechaussee (of alle vier) moeten zo snel mogelijk de juiste kant op. Zodra eerste hulp onderweg is, vraagt de centralist verder. Hoe is de situatie nu? Hoe reageert een slachtoffer? Alle informatie wordt vermeld in een centraal systeem waar meerdere hulpdiensten uit kunnen putten.

Mobiel

?Als een melder foto?s of filmpjes heeft die de situatie kunnen verduidelijken, wil je zulk beeld als hulpdienst natuurlijk gebruiken?, vertelt Marjan Dol, directeur van?meldkamer Noord-Nederland. Maar hoe krijg je die beelden goed en snel de meldkamer in? ?Als iemand ons nu beelden wil sturen, lossen we dat hier op dit moment praktisch op: we geven het nummer van een mobiele telefoon van de meldkamer en bekijken de beelden daarop. Ik houd wel van die pragmatische aanpak; wat telt is dat we iemand zo snel en goed mogelijk te hulp kunnen komen.?

‘Het kan toch niet zo zijn dat we als meldkamer alleen de telefoon kunnen opnemen?’

Marjan Dol, directeur van meldkamer Noord-Nederland in Drachten

Wil je beeld structureel, goed en snel gebruiken, dan moet melden met beeld een solide plek krijgen op het computerscherm van de centralisten. En dat willen de meldkamers, omdat ze op die manier zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij mensen die hulp zoeken. Dol: ?Het kan toch niet zo zijn dat we alleen de telefoon kunnen opnemen? Daarom willen we graag meedoen aan experimenten die alle meldkamers beter laten aansluiten bij de samenleving.? Bij jongeren bijvoorbeeld, die gewend zijn elkaar foto?s en video?s te sturen. ?De samenleving communiceert al met beelden. Wat je zou willen is dat de melder in staat is dat beeld snel aan ons over te brengen, in aanvulling op het telefoongesprek. Zodat je als melder je camera kunt aanzetten en de beelden?live?kunt laten zien aan onze centralist.?

Camerabeelden

Meldkamers maken al gebruik van beelden: livebeelden die gemaakt worden door openbare camera?s, politiehelikopters of ?drones. Maar de hulpverleningsdiensten willen meer, vertelt Dol: ?Je zorgt als meldkamer dat je de basis van je werkzaamheden op orde houdt, zodat je betrouwbare hulpverlening kunt bieden. Daarnaast is het belangrijk je bezig te houden met onderzoek, zodat je met innovaties en ontwikkelingen ook in de toekomst de goede dingen blijft doen.? Daarom staat ook de?Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) achter meer gebruik van beeld.

Levensecht

Voor het experiment, dit najaar gehouden in meldkamers van Noord-Nederland en Noord-Holland, zijn acht levensechte meldingen nagebootst door acteurs. Deze fictieve meldingen bevatten zo veel mogelijk elementen van een gecompliceerde noodsituatie. Groot verschil met eerder onderzoek: de twaalf centralisten konden nu ook gebruik maken van foto?s, video?s en zelfs live beeld van de calamiteit. Beeldmateriaal dat zogenaamd gemaakt is door de melder aan de telefoon.

Regie

Alle centralisten waren na afloop van het experiment positief: het gebruik van beeld gaat volgens hen werken in de praktijk. Vooral een verbinding die het mogelijk maakt rechtstreekse beelden van de noodsituatie te zien, helpt hen met meer zekerheid in te schatten wat er gebeurd is. En ook in welk perspectief ze de melding moeten zien. Want wat voor een melder een gigantische wond is, kan voor de centralist heel anders zijn.

De belangrijkste ervaring die de centralisten deelden, was dat ze zelf regie willen behouden: ze willen zelf bepalen of en wanneer ze beeld te zien krijgen. ?Zodat zij vanuit hun vakmanschap kunnen beoordelen wanneer het zien van beelden kan helpen en in welke situatie het alleen zou afleiden?, aldus Dol.

Scherp

Voldoet de huidige situatie in de meldkamers dan niet? Dol: ?Op basis van de woorden van de beller analyseren centralisten een noodsituatie. Ze zijn daar geoefend in en doen dat uitstekend. Maar het blijft zo dat je gebaseerd op wat je hoort, een beeld vormt dat altijd enigszins afwijkt van de werkelijkheid. En wat telt is natuurlijk hoe het buiten w?rkelijk gaat, daarom is beeld zo waardevol. Het helpt ons zo veel mogelijk feitelijke informatie naar boven te krijgen en daarmee de situatie zo scherp mogelijk te krijgen. Daarom gaat het werken met beeld echt helpen.?

Melden met Beeld

Een ander experiment in dezelfde meldkamers testte het effect dat beeld heeft op centralisten zelf. Hoe belastend is het voor hen om een werkdag lang geconfronteerd te worden met heftige beelden? Dol: ?Stel je voor dat je in de meldkamer de hele dag beelden ziet van gewonde mensen. Ik vergelijk het altijd zo: een centralist maakt op een dag ongeveer vijftig keer zo veel mee als hulpverleners die op straat werken. Daar bestaat dus wat zorg over.? Samen zullen de?twee experimenten?antwoord geven op de vraag: ?Wanneer heeft welk soort beeld impact bij het doen van een 112-melding en welke impact is dat??

Bron: JenV Magazine 2018 nr4

‘Zoekt u mee naar deze fiets?’, vraagt de chatbot

Met het project BART! brengt Den Haag bewonersinformatie van digitale buurtgroepen en sociale media overzichtelijk samen in de meldkamer. Met algoritmes en chatbot-technologie doet de gemeente steeds meer beroep op het zelfoplossend vermogen van de bewoners. ?Zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Een verloren fiets, vuilnis op de stoep buiten de ophaaltijden, een verdachte auto langs de weg. Dit soort problemen komen van oudsher op het bordje van de politie of de gemeente. Maar hoe effectief is dat? Tegenwoordig zijn veel mensen met elkaar verenigd in WhatsAppgroepen of op Facebook. Digitale buurtgroepen zijn inmiddels ingeburgerd. Daar delen buurtbewoners van alles en ze helpen elkaar verder met het terugvinden van voorwerpen en personen of ze houden een extra oogje in het zeil. Op deze manier tonen flink wat wijken een groot zelfoplossend vermogen, zonder overheidsinterventie. Dat is een enorme verschuiving in de samenleving. Echter, al die groepen vormen kanaaltjes naast elkaar, de gedeelde informatie komt niet samen.

?Het is aan ons om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen?

?Vroeger schreven we een brief aan de gemeente, toen kwam de telefoon, maar nu communiceren mensen veel meer via WhatsApp of sociale media?, zegt Pauline Krikke, burgemeester van Den Haag, in een filmpje over?Burgers Alert Real Time (BART!). ?Het is aan ons, de gemeente, om een meldkamer te verzinnen, waarin we signalen van burgers bij elkaar kunnen krijgen en daar goed op te kunnen reageren.? De meldkamer, operationeel centrum, is nog ingericht op telefonisch contact. Tekstberichten, foto?s en videobeelden zijn moeilijk te verwerken voor een operationeel centrum. Hoe haakt het aan op de digitale buurtgroepen? Daar zijn er inmiddels zoveel van, hoe hou je het overzicht in de databrij?

Zwerfvuil en verdachte zaken

BART! biedt een platform waar bewoners, politie en gemeente met elkaar samenwerken aan leefbaarheid en veiligheid in wijken. Het kan duiding geven aan telefonische informatie of van het socialemedia-verkeer tussen wijkbewoners, politie en gemeente. Vorig jaar experimenteerde Den Haag ermee in de wijken Berestein en Ypenburg. Samenredzaamheid is de kerngedachte van BART!: wijkbewoners nemen eigenaarschap over een probleem in hun buurt, ze zoeken eerst zelf een oplossing. Bijvoorbeeld door mee uit te kijken naar een verloren fiets, een medebewoner aan te spreken als hij zijn huishoudelijk afval niet op de juiste manier aanbiedt of uit te zien naar de eigenaar van de verdachte auto. Lukt het de bewoners niet om zelf het probleem te adresseren, dan kunnen ze het bij de gemeente of politie neerleggen.

Eerst zelf zoeken naar een oplossing?

?BART! is een experimenteel project en technisch gezien een?Complex Event Processor, een CEP?, legt Richard Vriesde uit. Vanuit de politie-eenheid Den Haag is hij betrokken bij dit project, samen met de gemeente Den Haag,?TU Delft,?TNO,?CGI?en?TIGNL. De CEP is in staat om uit een stroom data informatie uit digitale buurtgroepen te destilleren en hanteerbaar te maken. Via BART! communiceert de gemeente Den Haag straks met verschillende buurtgroepen, zoals?Veilige Buurt,?MijnBuur,??Waaksamen?en?Next Door. Hier kunnen bewoners anoniem tekstberichten, foto?s, video?s en locatiegegevens delen. Ze hoeven niet te kiezen waar een melding heen moet en ze komen ook niet in een wachtrij terecht. Met de CEP kan het operationeel centrum de databrij structureren, een beeld geven van wat er aan de hand is en een melding doorgeven aan politie, gemeente, of het via chatbot-technologie teruggeven aan de gemeenschap. Bewoners gaan dan eerst met elkaar zoeken naar een oplossing.

?Wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ‘geklauwd’ of ‘gejat’ is?’

In de praktijklaboratoria van Berestein en Ypenburg werden 5 praktijkcasussen ge?nsceneerd, zoals een inbraak, een verdachte persoon bij een pinautomaat en een gewonde op straat. Vriesde: ?We stuurden mensen op pad met mobiele telefoons en we richtten een operationeel centrum in, ons laboratorium, waar professionals van het operationeel centrum van het?Real Time Intelligence Center?(RITC) en het Regionaal Service Centrum samenwerkten, om te zien wat er gebeurt als een bewoner in een tekstbericht een melding doet van een verdachte situatie. En wat is er vanuit ons nodig om te reageren?? Onderzoekers van TNO en de ontwikkelaars van de CEP, namen het werkproces en de privacyaspecten onder de loep en bekeken welke informatie de politie nodig heeft om betekenis te kunnen geven aan de informatie uit de data.

Technische horden

De ontwikkelaars van de CEP vinden allerlei praktische en technologische hobbels op hun pad. ?Bij een verdachte omstandigheid gebruiken burgers geen woorden die voorkomen in het wetboek van strafrecht?, zegt Vriesde. ?De CEP categoriseert op steekwoorden als ?verdacht persoon? en ?diefstal?, maar wat als een Hagenaar in een tekstbericht laat weten dat er ?geklauwd? of ?gejat? is? De slimme technologie moet politievakjargon en gewone spreektaal kunnen begrijpen, zodat wij uit de informatiestroom politie-informatie kunnen genereren. Google gaat voor ons niet zo ver.?

Een andere technische horde die het team nu moet nemen, is om te kunnen inschatten hoe actueel en urgent een melding is. Vereist het directe actie, kan het wachten tot morgen of speelde dit vorige week? De CEP moet de data chronologisch in de tijd kunnen plaatsen. En waar heeft een incident precies plaatsgevonden? Een centralist van het operationeel centrum kan weinig met een melding van een vermist kind dat voor het laatst is gezien in de Albert Heijn, als hij niet over de gps-locatie beschikt. Een buurtbewoner zal direct weten om welke winkel het gaat. Directe uitwisseling van geografische data is essentieel.

?De centralist kan op basis van de woordwolk al zien wat er speelt’

Momenteel sleutelt het team aan het geografisch verwerken van de informatie, zodat er bij meerdere meldingen een woordwolk ontstaat rondom een bepaald gebied. ?Op basis van steekwoorden zoals ?verdacht persoon? en ?auto?, krijgen we al snel een beeld van wat er gaande is,? aldus Vriesde. ?Nog voordat de centralist alle tekstberichten heeft doorgenomen of 5 bellers te woord heeft gestaan, kan hij op basis van de woordwolk al zien wat er speelt en erop reageren.?

Veranderende taak van de centralist

Wat voor gevolgen heeft deze ontwikkeling voor de centralisten? Om daar een goed antwoord op te vinden, bekijken de betrokken onderzoekers de invloed daarvan op politieprocessen. In plaats van een individuele beller, heeft het operationeel centrum nu een hele buurt tegelijk aan de lijn, legt Vriesde uit. ?Door datagestuurd te werken, gaan we over naar een-op-veel-communicatie. Nu neemt de centralist een melding een-op-een aan en geeft dat door. Met de nieuwe digitale werkvorm, verschuift zijn werk naar analyse, waarbij hij veel meer de regie krijgt in de operatie.? Het systeem heeft al vastgesteld wat er aan de hand is, de centralist controleert vervolgens of dat juist is en geeft daar duiding aan.

?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken?

Door het werken met CEP en chatbot-technologie, kan er automatisch een handelingsperspectief uitgaan naar de digitale buurtgroepen: heeft u al naar buiten gekeken, heeft u het kenteken genoteerd, zoekt u mee naar deze persoon? Het kan zelfs een ingezonden foto blurren en delen in de betreffende buurtgroep, volgens de eisen van de privacywetgeving. In de nabije toekomst kan die interactie razendsnel datagestuurd gebeuren. De centralist komt dan vooral in beeld om de professionals aan te sturen. Hoeveel politie-inzet is gewenst, hoeveel auto?s zijn er nodig, is de situatie onder controle of moeten we opschalen? Vriesde: ?De centralist zal nog steeds veel beslissingen moeten nemen, maar hij wordt enorm geholpen door de technologie.?

Tijdens de pilots is gestart met het ontwikkelen van algoritmes, die in combinatie met chatbot-technologie grote hoeveelheden data heel vlot inzichtelijk kunnen maken. ?Nu proberen we de ongestructureerde data te structureren?, besluit Vriesde. ?We laten het volume van de data toenemen, om het algoritme nauwkeuriger te maken en de CEP beter tot zijn recht te laten komen. Op die manier worden de inspanningen van de bewoners krachtiger en zij kunnen van grotere betekenis zijn voor de veiligheid in hun eigen buurt.?

Bron: Secondant

?Facebookvrienden worden met de verdachte.? Over online undercover operaties op internet

In het?themanummer?van Justiti?le Verkenningen over ?De digitalisering van georganiseerde misdaad? is een artikel van Jan-Jaap Oerlemans over online undercover operaties verschenen. In het?artikel?(.pdf) legt hij uit wat?online?undercover operaties zo uniek en aantrekkelijk maken voor de opsporing en welke regels gelden voor de politi?le undercover bevoegdheden.

In het kader van zijn proefschrift (?Investigating Cybercrime?) heeft hij zich al eerder met het onderwerp bezig gehouden. Door recente jurisprudentie over de?accountovername en de?breed uitgelichte online undercover operatie over de darknet market ?Hansa??vond hij het tijd hier nog een artikel over te schrijven. Het artikel is een uitvloeisel van een paper die hij had geschreven voor het NVC-congres van afgelopen zomer.

Wat online undercover operaties zo aantrekkelijk maakt voor de opsporing

In cybercrimezaken kunnen online undercoveroperaties een effectief opsporingsmiddel zijn om bewijs te verzamelen met een online handle als digitaal spoor, zoals een nickname, e-mailadres of profiel op sociale media. Onder de omstandigheid dat verdachten consistent gebruik maken van anonimiseringstechnieken die het IP-adres verhullen van het netwerk waar zij gebruik van maken, is de toepassing van online undercover opsporingsmethoden ??n van de weinige middelen om bewijs te verzamelen in opsporingsonderzoeken met betrekking tot cybercriminaliteit.

Een bijkomende voordeel van de?online?toepassing van undercover opsporingsbevoegdheden, is dat opsporingsambtenaren net zo anoniem kunnen communiceren als de betrokken van het opsporingsonderzoek, zonder (direct) lijflijk risico en zonder de bureaustoel te hoeven verlaten met een wereldwijd bereik van de opsporingsmethode. Bij een accountovername kunnen opsporingsambtenaren zelfs door de bril van een crimineel of een persoon met toegang tot besloten omgevingen meekijken en bewijs verzamelen voor een opsporingsonderzoek. In reguliere opsporingsonderzoeken (geen cybercrime) waarbij verdachten online actief zijn, biedt de toepassing van online undercoverbevoegdheden additionele mogelijkheden ten opzichte van de bevoegdheden die in de fysieke wereld kunnen worden toegepast.

?BOB? gaat digitaal

Dezelfde regels gelden voor de toepassing van undercover bevoegdheden als 20 jaar geleden, zoals die in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) zijn geformuleerd. Toch is de context waarbinnen de bevoegdheden worden toegepast stevig verandert. Dat levert de vraag op of de huidige regeling nieuwe toepassingen nog ?dekt?. In verband met het legaliteitsbeginsel staat namelijk in de wet welke indringende opsporingsmethoden opsporingsinstanties mogen gebruiken. Door de techniekonafhankelijke formulering van de bevoegdheden zijn de BOB-bevoegdheden prima toepasbaar in een online context. Mijn artikel laat zien aan welke toepassingen je in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld moet denken.

Jurisdictie

Het wereldwijde bereik van online undercover opsporingsmethoden levert echter wel een flink jurisdictievraagstuk op. In het artikel ga ik daar kort op in. Daarbij herhaal ik het standpunt dat ik in mijn dissertatie heb ingenomen, namelijk dat unilaterale online opsporing onder dekmantel onder omstandigheden moet worden toegestaan. Daarbij denk ik in het bijzonder aan de situatie dat verdachten anonimiseringsmaatregelen nemen en de fysieke locatie van de verdachte redelijkerwijs niet kan worden vastgesteld. Het artikel sluit ik af met een betoog dat de stormachtige ontwikkeling van cybercriminaliteit en de noodzakelijke inzet van digitale opsporingsbevoegdheden om bewijs te verzamelen staten er toe dwingt om afspraken met elkaar te maken onder welke omstandigheden grensoverschrijdende online undercover operaties zijn toegestaan.

Lees het artikel hier:

[slideshare id=123392438&doc=j-181119091946&type=d]

Bron: OerlemansBlog

Wat er mis is met predictive policing

Is predictive policing ? politiewerk op basis van onderbouwde voorspellingen ? het nieuwe wondermiddel? Dankzij geavanceerde algoritmen die big data aankunnen, kan de politie misdaad voorspellen en preventieve maatregelen nemen om de kans op misdaad te verkleinen, bijvoorbeeld door daar te zijn waar die kans het grootst is. Predictive policing is overgewaaid uit Amerika. Veel politieorganisaties zijn ermee in de weer, maar onderzoek heeft nog geen uitsluitsel kunnen geven over de vraag of het echt effectiever is dan mensenwerk.

Auteurs: Rick van der Kleij is senior researcher human factors; Selmar Smit is senior researcher artificial intelligence; Hans van Vliet is senior business consultant; Freek van Wermeskerken is
researcher artificial intelligence. Allen bij TNO.

Predictive policing is relatief nieuw. Critici benadrukken vaak de mogelijkheid van systematische vooringenomenheid van de voorspelling (en dus etnische profilering) en zien een gebrek aan transparantie en verantwoording. Daarnaast brengen precieze voorspellingen de misdaadcijfers niet per definitie omlaag, bijvoorbeeld als het tijdstip en de locatie onvoldoende specifiek zijn of de politie de voorspellingen verkeerd interpreteert. Aan de andere kant hoeven bij een goed ontworpen systeem en goede inbedding in het proces dergelijke effecten helemaal niet op te treden en kan predictive policing bijdragen aan effectiever politieoptreden.

Dit artikel belicht de data en de algoritmen in de predictive policing-terugkoppelingslus. Hoe staat het met de algoritmen die de tijd en locatie van een toekomstige misdaad voorspellen (zoals inbraak)? De huidige benaderingen en algoritmen kunnen beter. Onze nieuwe benadering van predictive policing laat zien wat er precies moet veranderen om de effecten van voorspellingen op basis van algoritmen te verbeteren, en daarmee ook het proces van de toewijzing van de schaarse middelen (agenten, voertuigen, enzovoort).
We kijken eerst naar de huidige voorspellingsalgoritmen. Vervolgens zoomen we in op de problemen met deze algoritmen en de manier waarop die problemen toenemen wanneer de voorspellingen daadwerkelijk worden gebruikt voor operaties. Daarna beschrijven we onze nieuwe benadering en kijken we hoe het verder moet.

>> “Onze nieuwe benadering laat zien wat er precies moet veranderen”

Huidige predictive-policingalgoritmen
Predictive-policingalgoritmen zijn doorgaans gebaseerd op gecombineerde informatie, bijvoorbeeld omgevingsgerelateerd/demografisch, datum-/tijdgerelateerd en vooral ook misdaad in het verleden. Een voorbeeld: het meest simpele voorspellingsmodel stelt dat het voorspelde aantal incidenten op een locatie (?box?) gelijk is aan het gemiddelde aantal vorige week gemelde incidenten op deze locatie. Dit model kan werken, maar er zijn complexere modellen denkbaar:

Het aantal inbraken op een specifieke locatie staat gelijk aan 2 x het aantal inbraken vorige week min 1 x het aantal inbraken van precies twee weken geleden.

Dit model kan een simpele trend weergeven. Als er vorige week tien inbraken waren en de week ervoor acht, dan zal de voorspelling twaalf zijn. Toevoeging van meer data levert al snel complexe formules op. De uitdaging hierbij is: wat is de wegingsfactor (het relatieve belang) van iedere variabele? In het vorige voorbeeld was dat eenvoudig, namelijk 2 en 1. Maar hoe zit dat met deze formule?

Komende maandag is het aantal inbraken in deze ?box? 0,257 x de luchtvochtigheid, plus 1,56 x het aantal inbraken vorige week, min 0,46 x het aantal inbraken dat gewoonlijk op een maandag plaatsvindt, plus 0,12 x het aantal inbraken vorige week in een aangrenzende ?box?.

Wegingsfactoren kunnen worden geschat op basis van?historische data. Als je weet wat vorig jaar de exacte luchtvochtigheid was op een specifiek moment en als je het aantal gemelde inbraken vorige week, het gebruikelijke aantal inbraken op een maandag en het aantal inbraken op aangrenzende locaties kent, dan is het mogelijk het gewicht van iedere variabele vast te stellen, en is de gemiddelde kwadratische fout het kleinst. Met een complexe formule kun je een boek vullen. De termen die gerelateerd zijn aan misdaden in het verleden zijn over het algemeen het belangrijkst,
omdat deze in essentie trend analyzers zijn. De formules schatten de waarschijnlijkheid van een incident op een specifieke locatie en een specifiek tijdstip op basis van de trend in gemelde misdaden uit het verleden. De meeste predictive-policingsystemen werken op basis van deze, of vergelijkbare, uitgangspunten.

Vertekend beeld
Om misdaad te kunnen voorkomen, moeten we weten wat het misdaadpotentieel is: het aantal misdaden dat zou plaatsvinden als we niets doen. Er zijn heel veel factoren van invloed op het misdaadpotentieel, en die kunnen verschillen per type misdaad. Voorbeelden zijn het opleidingsniveau van de dader of diens aanwezigheid in een situatie die geschikt is om een misdaad te plegen ? de gelegenheid maakt de dief.

Het probleem zit in de data die de politie gebruikt voor het voorspellen van misdaad. Dit zijn namelijk data over gemelde misdaad en niet over het daadwerkelijke misdaadpotentieel. Bij inbraak komt het gemelde misdaadcijfer redelijk overeen met de gepleegde misdaad. Maar voor? fietsendiefstal gaat dat niet op. Mensen doen hierbij niet snel aangifte, want de kans dat je je fiets terugziet is klein en het aangifteproces is moeizaam. Daar komt nog een complicerende factor bij. Het percentage aangiften verschilt per locatie (?box?), terwijl de meeste software aanneemt dat die variabele constant is. Verder kan de aangiftebereidheid op een locatie stijgen als er agenten aanwezig zijn.
En wat als die data een bijproduct zijn van politieoperaties, bijvoorbeeld in het geval van drugdealers? Data in dit verband worden meestal gegenereerd door de politie zelf. Op plekken waar geen agent is geweest, kan de politie dus geen overtredingen waarnemen, wat niet betekent dat er geen misdaad heeft plaatsgevonden. Kortom: de data die voor de huidige predictive-policingsoftware worden gebruikt, geven de werkelijkheid niet goed weer. Bovendien verschilt de mate waarin dit beeld wordt vertekend vermoedelijk per type misdaad en locatie.

Dat is nog niet alles. De data van de politie houdt ook geen rekening met de voorkomen misdaad. Het misdaadpotentieel voor een specifieke locatie kan hoog zijn, terwijl het grootste gedeelte van die misdaad wordt voorkomen door intensieve surveillance. Een dergelijke ?box? kent dus weinig gepleegde (en dus gemelde) misdaad en wordt daardoor ook in het voorspellingsmodel ondervertegenwoordigd.

Voorspellingen die enkel op basis van gemelde misdaad werken, zullen dus (in een bepaalde mate) vertekend zijn. Niet-gemelde of voorkomen misdaad wordt beide niet meegenomen, en daardoor is de gemelde misdaad meestal kleiner dan het aantal gepleegde misdaden en te allen tijde kleiner dan de daadwerkelijke potenti?le misdaad. In feite worden met de huidige algoritmes enkel aangiftes voorspeld, en niet de criminaliteit. Dit effect wordt nog verder versterkt door wat wij de ?back-to-the-future-paradox? noemen (naar de gelijknamige films).

Back-to-the-future-paradox
Een belangrijke stimulans voor criminele activiteit is de afwezigheid van mensen die misdaad kunnen voorkomen, bijvoorbeeld agenten op straat. Politieoptreden heeft dus een effect op de data die worden verzameld. Wanneer we voorspellingen gebruiken om operaties aan te sturen, cre?ren we dan ook een terugkoppelingslus:

Gemelde misdaad wordt gebruikt om misdaad te voorspellen, de voorspelde misdaad wordt gebruikt om operaties aan te sturen en de operaties zelf be?nvloeden de gemelde misdaad. Op die manier kunnen voorspellingen zichzelf dus bevestigen en leiden tot een zichzelf steeds versterkende terugkoppelingslus.
In het beste geval leidt dit tot onnauwkeurige voorspellingen, in het ergste kan het zelfs discriminatoir beleid tot gevolg hebben. Het probleem van het voorspellen van drugsdealers is ondertussen redelijk bekend (hoewel nog niet opgelost), maar een terugkoppelingslus die vaak over het hoofd wordt gezien, is dat politieoperaties ook misdaad voorkomen, met als gevolg dat die voorspellingen de daadwerkelijke ernst van de situatie onderschatten. Als een agent op basis van een voorspelling ergens gaat staan en er gebeurt niets, kun je onmogelijk weten of de agent de
misdaad heeft voorkomen of dat hij zijn tijd heeft verknoeid op een veilige locatie. Dat effect treedt niet alleen op in de ?box? waarop de operaties gericht zijn. Door de afschrikking en de verspreidingseffecten (positieve en negatieve waterbedeffecten) kan het misdaadpotentieel op aangrenzende locaties toenemen of afnemen, afhankelijk van de afstand en de motivatie van de daders en aanwezige politie.

Een gebied met zeer veel aangiftes zorgt voor een hoge voorspelde misdaad. Als gevolg gaat de politie zich volledig op dat gebied concentreren, en verplaatsen criminelen hun activiteiten naar aangrenzende locaties. In het eerste gebied daalt dus het aantal aangiftes, en op de aangrenzende locaties stijgt het aantal aangiftes. Op basis van deze gegevens zal het algoritme de agenten naar de aanliggende gebieden sturen, waarna de criminelen zich dus gewoonweg weer terug verplaatsen. In dit (extreme) voorbeeld is het enige wat de politie doet steeds een stap te laat zijn.

De precieze vertekening in de resultaten, de afschrikking en de waterbedeffecten zijn lastig vast te stellen. Misdaad die zich verplaatst, zal vaak buiten de gebieden en typen misdaden vallen waarop de politie focust of schuilgaan achter globale trends. Om dit effect te kunnen isoleren, is eigenlijk een speciaal experiment nodig, namelijk langdurige vergelijking van misdaadlocaties waar de politie heel actief was met locaties waar dit helemaal niet het geval was. We kunnen alleen moeilijk voor een wetenschappelijk onderzoek bepaalde locaties geheel aan hun lot overlaten.

>> Er wordt een onderscheid gemaakt tussen?potenti?le, gepleegde en gemelde misdaad

Evaluaties
Hoe komt het dan dat predictive policing zo populair is geworden? Deels is dat een gevolg van een bijna religieus geloof in data bij sommige bedrijven, organisaties, media en delen van de samenleving. Ook is een grondige evaluatie van predictive policing gecompliceerd. En misschien komt het sommige mensen ook beter uit om te stellen dat de evaluaties van predictive policing niet deugen dan dat het algoritme niet goed, of juist heel succesvol is.

In sommige experimenten leidden predictive policingmethoden tot veel betere voorspellingen dan die van de reguliere analisten. Maar klopt dit wel? Het lijkt erop dat de analisten moesten voorspellen waar veel misdaad was (het potentieel), terwijl de nauwkeurigheid van hun voorspelling werd ge?valueerd op basis van gemelde misdaad. Het algoritme daarentegen voorspelde de gemelde misdaad en won dus. Daarbij hadden de analisten ook nog last van de backto-the-future-paradox, namelijk: er gingen wel agenten naar de door hen aangewezen locaties (om daar misdaad te voorkomen), maar niet naar de door de algoritme aangewezen locaties. Met andere woorden, een nauwkeurige voorspelling is geen goede indicatie voor de kwaliteit van de voorspelling.

Figuur 1. Routine Activity met betrekking tot misdaadpotentieel (P), gepleegde misdaad (C) en gemelde misdaad (R).

Het omgekeerde is zelfs waar: als er ook interventies gedaan worden op basis van voorspellingen is de daling van de nauwkeurigheid juist een teken dat ze goed werken. In de ?paper van Brantingham? (Mohler et al. 2015) vermindert die nauwkeurigheid enkel bij hun algoritme, en niet bij de voorspellingen van de analisten. De enig mogelijke verklaring is dat de politieactiviteit in de betreffende gebieden in de ?beschikbare tijd? geen effect had, omdat hier al voldoende reguliere politieactiviteit was. Wederom: de analisten voorspelden het misdaadpotentieel en niet het aantal
gepleegde misdaden.

Een nieuwe benadering
Om de voorspellingen van het algoritme (meldingen) beter te laten aansluiten op het denkkader van de analist (criminaliteit), is een nieuwe benadering nodig. De huidige methoden voor dataverzameling richten zich op de verkeerde criminele respons: enkel de gemelde misdaden worden meegenomen in de algoritmen. Alleen, predictive policing gaat niet om het voorspellen van het aantal dossiers, maar om het voorkomen van misdaad. Het betreft dus niet-waargenomen ? want voorkomen ? misdaden, of anders gezegd: het afschrikwekkende effect van politieactiviteit.
Ons voorstel is om voor de voorspellingen gebruik te maken van het veel stabielere misdaadpotentieel in plaats van de gemelde misdaden. Het misdaadpotentieel op zichzelf kunnen we niet meten. Wel kunnen we proberen het af te leiden uit wat er niet kon worden voorkomen, namelijk de aangiftes, de daadwerkelijke politie-inzet en de effectiviteit van die inzet. Het misdaadpotentieel is gelijk aan de aangiftes + de voorkomen misdaad (inzet maal effectiviteit). Helaas kun je de effectiviteit weer alleen berekenen als je het potentieel kent. Deze vicieuze cirkel is
te doorbreken met een complex wiskundig model (http://policing.ai).

Daar waar de huidige predictive-policingalgoritmen potenti?le misdaad modelleren als een functie van gemelde misdaad, maakt onze benadering een onderscheid tussen potenti?le misdaad (P), gepleegde misdaad (C) en gemelde misdaad (R), zie figuur 1. Bijvoorbeeld: het misdaadpotentieel van morgen (een maandag) heeft een relatie met de potenti?le misdaad op andere maandagen.
Op vergelijkbare wijze heeft het misdaadpotentieel op deze specifieke locatie een relatie met aangrenzende locaties. In tegenstelling tot de gemeten misdaad is het basisidee dat potenti?le misdaad alleen wordt be?nvloed door tijd en locatie, en slechts geleidelijk verandert, omdat potenti?le misdaad in feite de overlap is van ?potenti?le dader? en ?geschikt doelwit? in de gelegenheidstheorie,
beter bekend als de Routine Activity Theory. Zowel daders als slachtoffers opereren in een bepaald gebied. Tenzij ze zich verplaatsen of achter slot en grendel verdwijnen, is het aantal ?potenti?le daders? relatief stabiel. Datzelfde geldt voor ?geschikte doelwitten?. Mensen gaan niet in korte tijd en masse verhuizen of iets veranderen aan de geschiktheid als doelwit (bijvoorbeeld door nieuwe sloten tegen inbrekers aan te schaffen).
Het enige wat het algoritme hoeft te doen, is voor elk van deze relaties een getal vinden dat de sterkte goed uitdrukt. Tegelijkertijd moet het model getallen vinden voor de plaatselijke effectiviteit van de interventies en voor de waterbedeffecten. En natuurlijk moeten deze getallen zo goed mogelijk passen bij alle dagen, alle locaties en alle mogelijke vormen van politie-inzet in het
verleden en in de toekomst. En hoewel dat complex is, kunnen deze getallen geschat worden met behulp van een combinatie van het aantal historische aangiftes en de bijbehorende gepleegde politie-inzet (bijvoorbeeld door GPS tracking van voertuigen en communicatiemiddelen). En daarmee kan het model compenseren voor de back-to-the-future-paradox.

Figuur 2. Effect van surveillanceduur

Effect en effectiviteit
Naast verbeterde voorspellingen van criminele activiteiten heeft de nieuwe benadering nog een belangrijk voor?deel: ze bepaalt ook direct het effect van politie-inzet, evenals de effectiviteit per interventie. Daarmee kunnen in principe dus operaties geoptimaliseerd worden, bijvoorbeeld als we weten wat de effectiviteit (procentueel) is van een surveillance te voet in een bepaald gebied
(figuur 2).
We kunnen de surveillanceduur te voet in een ?box? optimaliseren door de effectiviteit te vermenigvuldigen?met de (voorspelde) potenti?le misdaad. Bijvoorbeeld: 10 minuten surveillance te voet kan mogelijk 0,044 (effectiviteit) x 2,0 misdaden (wat er zonder politie zou zijn opgetreden) voorkomen. Wanneer de potenti?le misdaden voor iedere ?box? zijn vastgesteld, is het eenvoudig om de
beschikbare hulpmiddelen en de naar verwachting voorkomen misdaden te optimaliseren.

Hoe nu verder?
Het pure voorspellingsinstrument ?predictive policing? kan dus nog flink worden verbeterd. Een belangrijke eerste stap richting de verbreking van de foutieve terugkoppelingslus in predictive policing is het meenemen van de daadwerkelijke actie die is ondernomen, zodat voor de effecten ervan te compenseren is. Voor de implementatie van de nieuwe benadering moet men 1) de huidige voorspelalgoritmes aanpassen?en 2) de interventies die zijn toegepast meten. Aan dat laatste zijn wel aspecten als privacy en transparantie verbonden.

[slideshare id=76826011&doc=prescriptivepolicingtnoen-170610155107&type=d]

>> Het voorgestelde model moet vooral inspireren en zeker niet dirigeren

Prescriptive policing
Een bijkomend voordeel van denieuwe benadering is dat ze de stap richting impactgedreven of zelfs prescriptive policing mogelijk maakt: het voorspellen van de effectiviteit van een bepaalde inzet, gegeven een bepaalde situatie en gebaseerd op kennis van de effecten van specifieke interventies. Als predictive policing kan voorspellen waar en wanneer je ergens moet zijn, dan kan prescriptive policing voorspellen wat vermoedelijk de beste handelwijze is voor die specifieke ?box? en tijd. Als we kunnen vaststellen dat iets werkt op locaties met specifieke kenmerken, maar niet in andere, dan kunnen we die kennis ook gebruiken voor andere locaties. Zonder de effectiviteit van elke interventie in die bepaalde ?box? te moeten vaststellen, kunnen we dus al beoordelen wat waarschijnlijk wel of niet gaat werken.

Ten slotte
Ten slotte nog dit. Handhaving is een van de moeilijkste taken van de politie en we moeten bedenken dat ook het meest geavanceerde model geen boeven vangt. Het is er enkel en alleen om de analisten te ondersteunen. Een model kan honderd keer roepen dat een bepaalde interventie klopt, uiteindelijk gaat het toch enkel om een kansberekening. Iemand die een specifiek gebied of mogelijke daders goed in beeld heeft, komt vermoedelijk tot een betere oplossing.
Het hier voorgestelde model, en in principe elk voorspelmodel, moet dus vooral inspireren, en zeker niet dirigeren. De werkelijke waarde van dit soort modellen zit in het gebruik ervan en de inbedding in het politieproces. Voorspellingen hebben op zich geen waarde. Het zijn de acties van politiemensen die ze waardevol kunnen maken. Daarom is het van belang om onderzoek te doen, te experimenteren en te investeren in de samenwerking tussen mens en systeem, communicatie, uitleg en transparantie, op zo?n manier dat politiemensen dergelijke systemen op waarde kunnen
schatten.?

Bronnen: Website voor de politie waar ook een geannoteerde versie staat met daarin de wiskundige onderbouwing.

Big Data & Crime jaarcongres

Past de huidige organisatiestructuur nog wel bij de digitale uitdaging waar de politie voor staat?

Koppeling en analyse van data bieden ongekende mogelijkheden voor de aanpak van criminaliteit. Echter, hoe zorgt de politie dat relevante informatie uit de toenemende hoeveelheden data wordt gevonden en effectief en verantwoord wordt benut?

Laat u inspireren over onder meer:

  • Data-gedreven aanpak van georganiseerde misdaad vertaald naar effectieve interventies
  • Privacy en gegevensbescherming: Mogelijkheden en beperkingen ook m.b.t. delen van informatie met ketenpartners?
  • Politiewerk = Mensenwerk: Wat zijn de risico?s als algoritmen het politiewerk overnemen?

Welke lessen kan de politie leren van?Centraal Beheer?en de?Immigratie en Naturalisatiedienst?als het gaat om inbedden en toepassen van Big Data in de organisatie?

Het programma:

09.30u

Opening door de dagvoorzitter
Bob Hoogenboom?
|?Hoogleraar forensic business studies Nyenrode en bijzonder hoogleraar politiestudies en veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit

09.40u

Woord van Welkom door?Jaco van Hoorn,?Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor de Politie

09.50u

State of the art intelligence en technologie bij de politie
Mari?lle den Hengst-Bruggeling?|?Project manager Real-Time Intelligence Lab, Politie

  • Hoe zorgt de politie dat ze state of the art technologie gebruikt?
  • Wat draait er, waar wordt aan gewerkt?
  • Hoe wordt het gebruikt?

10.20u

Verandert Big Data en Artificial Intelligence ons werk?
Marleen Huysman?|?Hoogleraar aan de School of Business and Economics, Vrije Universiteit. Zij is boegbeeld voor de VSNU onderzoeksagenda ?Digitale Samenleving?, op het gebied van Werk en Organisatie

  • Gevolgen van data-gedreven werken voor in algemene zin en specifiek voor politie (n.a.v. recent onderzoek bij de politie)
  • Tijdig inspelen op nieuwe functievereisten en rollen

10.45u

Netwerkpauze

11.15u

Data analyse en inzet artificial intelligence inbedden in de organisatie

  • Fundamenteel andere kijk op organisatieprocessen, klantervaring en benutten van je talenten in je organisatie
  • Waar te beginnen?
  • Hoe te omarmen en in bedden in de organisatie?

Drie korte presentaties vanuit verschillende organisaties:

Henk de Ruiter,?Programmamanager Informatie gestuurd werken, Immigratie en Naturalisatiedienst (IND)
Marteyn Roose,?Director Consumer, Centraal Beheer & FBTO
Reinder Doeleman,?Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie, Politie Amsterdam

12.00u

Discussie met de zaal

12.30u

Lunch

13.20u

Start workshopronde

1.1 Big belastingdata

Bernd Veldman?| Forensisch vastgoed accountant Vastgoedkenniscentrum Belastingdienst

  • Datamining en delen van informatie
  • Samenwerken met ketenpartners; wat kan wel en niet?

1.3 Data-gedreven aanpak van georganiseerde misdaad?
Paul Duijn?| Strategic Intelligence Analyst, FIOD

Hoe wordt binnen de politie en BOD’en op een data-gedreven wijze inzicht gecre?erd in het ondermijnende systeem achter de georganiseerde misdaad?
En hoe wordt dit vertaalt naar concrete scenario’s en strategie?n voor effectieve interventies?

Paul Duijn heeft zich als strategisch analist bij de Politie, Europol en de FIOD en als onderzoeker bij het Institute for Advanced Studies in Amsterdam met deze vraagstukken bezig gehouden en zal u meenemen in de meest recente inzichten en ontwikkelingen op dit gebied.

1.4 Meer rendement uit digitale informatie & Big data
Dominique Roest?| Co?rdinator forensische data-analyse, Eenheid Amsterdam, Team Digitale Opsporing, TROI

De politie wordt geconfronteerd met steeds grotere hoeveelheden (complexe) data uit bijvoorbeeld inbeslaggenomen telefoons, computers, taps etc. etc. Hoe zorgt de politie dat de relevante informatie uit deze grote hoeveelheden data wordt gevonden en kan worden benut in een opsporingsonderzoek? En past de huidige organisatiestructuur nog wel bij de digitale uitdaging waar de politie voor staat?

14.20u

Pauze

14.50u

Informatievergaring: Mag het en hoe dan?
Ulco van de Pol
?|?Privacy adviseur voor Landelijke Aanpak Adreskwaliteit BZK/ICTU, voorzitter Commissie Persoonsgegevens Amsterdam; eerder lid College Bescherming Persoonsgegevens, gemeentelijke ombudsman te Amsterdam en rechter

  • Citydeal ?Zicht op Ondermijning? met behulp van CBS-gegevens om fenomenen op te sporen maar zonder herleidbare persoonsgegevens
  • Gebruiksbeperkingen vanwege de herleidbaarheid; wat zijn operationele mogelijkheden?

15.20u

Risico?s bij het gebruik van Big Data en algoritmen
Tom van Engers?|?Hoogleraar juridisch kennismanagement, Universiteit van Amsterdam

  • Hoe minimaliseer je het risico op misleidende resultaten?
  • Hoe waarborgen we dat publieke waarden zo vroeg mogelijk worden meegenomen in het ontwerpproces van digitale producten en diensten?

15.45u

Politiewerk ? mensenwerk:?Wat laten we over aan algoritmes en wat blijft mensenwerk?
Ren? ten Bos
?|?Hoogleraar filosofie van de managementwetenschappen, Radboud Universiteit, Denker des Vaderlands

Veiligheid, rechtvaardigheid, controle over technologie, autonomie, menselijke waardigheid en machtsverhoudingen

16.15u

Discussie met sprekers van de middag en deelnemers in de zaal o.l.v. de dagvoorzitter

16.30u

Netwerkborrel

Bron: Gemeente.nu

TNO en politie werken samen aan nieuwe technologie?n voor het politiewerk

TNO en politie slaan de handen in ??n om gezamenlijk de maatschappelijke uitdagingen rond veiligheid aan te gaan. Op 8 november jl. bezocht Paul de Krom (Voorzitter RvB TNO) Erik Akerboom (Korpschef politie). Er werd teruggeblikt op de behaalde resultaten van de onderlinge samenwerking en vooruitgekeken naar de te realiseren maatschappelijke uitdagingen op het gebied van veiligheid.

Inspelen op technologische veranderingen

Voortschrijdende digitalisering, de toenemende beschikbaarheid van informatie en nieuwe vormen van criminaliteit dagen de politieorganisatie voortdurend uit tot innoveren. Om in te spelen op deze veranderingen, werkt de politie samen met kennisintensieve organisaties die thuis zijn in deze sociale en technologische vraagstukken. TNO is hierbij een belangrijke partner voor de politie. Vandaag bezocht Paul de Krom (voorzitter Raad van Bestuur TNO) Erik Akerboom (Korpschef politie). Het gesprek markeert een grote stap die TNO en politie samen zetten in de samenwerking. Er werd teruggeblikt op de behaalde resultaten van de onderlinge samenwerking en vooruitgekeken naar de uitdagingen waar de politie voor staat.

Samen vooruit: strategisch ?n operationeel

In 2018 is de samenwerking politie ? TNO versterkt door de start van meerjarige onderzoekprogramma?s op het gebied van informatieprocessen, politiewerk in het cyberdomein, politie in verbinding met de burgers en de ontwikkeling en de weerbaarheid van de professional. De meerjarige programma?s bieden de mogelijkheid om grote thema?s in de volle breedte aan te pakken. Van het analyseren van de impact van interventies op het Dark Web tot aan het ontwikkelen van technologische en sociale innovaties om de ontwikkeling van de professional te ondersteunen. Van het ondersteunen van SGBO’s met behulp van een dynamisch draaiboek tot aan het het ontwikkelen en beproeven van nieuwe applicaties voor burgeropsporing en dienstverlening. Deze programma?s bieden politie en TNO de kans om de vragen van vandaag, morgen en overmorgen op te pakken.

De komende drie maanden neemt TNO Insights vijf voorbeelden onder de loep waarbij TNO’ers en hun ‘innovatiepartners’ bij politie spreken over hun drijfveren, ervaringen en de resultaten van hun samenwerking. Lees ze op?TNO Insights.

Wetenschapper op de werkvloer

De ?scientists on the job? van TNO zijn wetenschappers die zich onderdompelen in de praktijk. Enerzijds stellen zij hun wetenschappelijke kennis beschikbaar aan de organisaties en bedrijven waaraan zij verbonden zijn. Ook gaan zij op zoek naar resultaten uit nieuw onderzoek die direct toepasbaar zijn op de werkvloer. Anderzijds gebruiken ze de dagelijkse praktijk om hun eigen onderzoek te voeden, maar ook universiteiten en hogescholen met de praktijk te verbinden. Dr. Victor Kallen is bijvoorbeeld neurowetenschapper en werkt sinds 2015 samen met de recherche in West-Brabant. Kallen: ?Het geeft veel voldoening om met sociale wetenschap te kunnen bijdragen aan een veiligere samenleving. Het mooiste vind ik dat in een aantal voorheen beruchte wijken en gemeenschappen de sfeer inmiddels zover is omgeslagen, dat de bewoners gemeentelijke handhavers weer durven aan te spreken en te informeren over veiligheids- en sociale vraagstukken. Een buitengewoon sterk signaal van gegroeide maatschappelijk weerbaarheid.?

Meer weten?

Het succes van de bestaande voorbeelden van samenwerking tussen TNO en politie dagen uit tot een meer duurzame en strategische samenwerking met de focus op een toekomstbestendige veiligheidsorganisatie.

Bronnen: TNO