Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van pedofielen leidt tot hetze

Wat doe je als sociale media een gerucht verspreiden dat niet klopt maar waardoor wel een woedende massa wordt gemobiliseerd, zoals bij de Deventer pedo-protesten? Dat is ??n van de de vragen die voorliggen in Lessen uit crises en mini-crises 2013.

Menno van Duin, lector crisisbeheersing aan de Politieacademie en het Instituut Fysieke Veiligheid, had samen met collega-onderzoeker Vina Wijkhuijs de redactie over?het boek dat onlangsuitkwam. De auteurs sommen samen met anderen voorbeelden op van gebeurtenissen waarbij sociale media als Twitter en Facebook een rol hebben gespeeld zoals bij de ‘kopschoppers van Eindhoven‘, de vermissing van de broertjes Ruben en Julian en de scholen in Leiden die sloten vanwege een bericht op 4Chan. De Deventer pedo-protesten passen in dit rijtje:

Deventer dilemma?s: vermeende aanwezigheid van?pedofielen leidt tot hetze

Auteurs: Renate den Elzen, Dick van Gooswilligen

1 Inleiding

Van 28 augustus tot en met 4 september 2013 was er in en rond?Deventer veel maatschappelijke onrust, omdat het verhaal de ronde?deed dat Marthijn Uittenboogaard, de voormalige spreekbuis van Pedofielenvereniging Martijn, zich zou gaan vestigen in deze stad; iets wat hij helemaal niet van plan was. Wel was hij op verschillende plaatsen in de stad gezien. Ondanks tegenwerpingen vanuit de gemeente en politie bleef zijn vermeende voornemen zich in Deventer te vestigen een hardnekkig gerucht, dat via de sociale media leidde tot een lokale hetze die in de media werd omschreven als ?een heksenjacht op pedo?s?. De onrust die ontstond was natuurlijk een op zich begrijpelijke menselijke reactie. Een van de grootst denkbare nachtmerries van iedere ouder is dat je kind slachtoffer wordt van een pedoseksueel. Geruchtmakende zedenzaken als Marc Dutroux, Robert M. en Benno L. zijn zo enkele voorbeelden die de stoppen in de samenleving deden doorslaan. Nuance en verdraagzaamheid zijn dan ver te zoeken. Vanwege de steeds verder aanzwellende onrust in Deventer, werd vanaf?donderdag 29 augustus de hulp van het Crisiscommunicatieteam (CCT) van de nationale politie ingeroepen. Aan de hand van omgevingsanalyses en mediascans is toen de buitenwereld ?naar binnen? gehaald en werd een basis gelegd voor communicatieadviezen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe ?niets uitgroeide tot iets?. We beginnen met het feitenrelaas, waarna we een aantal dilemma?s benoemen en beschrijven. In de afronding doen we, mede op basis van een gesprek met recherchekundige Van Lier, werkzaam als operationeel specialist Zeden, en met Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, enkele aanbevelingen voor de toekomst.

2 Feitenrelaas

Zelfverklaard pedofiel Ricardo Hunefeld is eind augustus 2013 samen met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de pedofielenvereniging Martijn, in Deventer. Het argument om daar te zijn is ?om een verslaafde vriend die al dagen op straat zwierf, te helpen.? Wanneer Hunefeld in het bijzijn van Uittenbogaard door het publiek wordt herkend, worden zij ? tot twee keer toe ? belaagd en bedreigd. De eerste keer is woensdagavond 28 augustus. Nadat zij worden gezien in een supermarkt aan de Beestenmarkt, worden ze door een groep jongeren bedreigd en achtervolgd. Vooral Uittenbogaard is het mikpunt van verwensingen. Van woensdag op donderdag overnachten de twee mannen in Deventer. De volgende dag worden ze opnieuw in de stad gezien, nu in een ijssalon aan de Brink. Via sociale media wordt de locatie bekendgemaakt en dat zorgt voor een razendsnelle toeloop. Het tweetal vlucht de ijssalon in en de politie moet erbij komen om het tweetal van hun belagers te ontzetten.

Een woedende menigte verzamelde zich eerder dit jaar bij de Parkzichtflat in Deventer. Daar zouden de twee pedofielen uithangen.

?Geen bal op tv?

Nadien gaat het gerucht dat de twee zich bevinden in de flat Parkzicht?in de doorgaans rustige Oranjewijk. Een woedende menigte verzamelt?zich die donderdag voor de flat die door sommigen de ?Pedofielenflat??of het ?PedofielenHotel? wordt genoemd (bron: ?Bijnaam pedofielenflat. Dat wil je toch niet?, De Stentor, 2 september 2013). De realiteit is echter dat het?tweetal met een taxi Deventer is ontvlucht. Desondanks vindt er, mede?door mobilisering via sociale media, een anti-pedodemonstratie bij?de flat plaats. Vooral twintigers en dertigers zien het als een verzetje, meldt dagblad de Stentor: ?Er is geen bal op TV en ?t is mooi weer? (?Woedende Deventenaren twee avonden voor flat op Wezenland?, De Stentor, 31 augustus 2013).?Agenten maken de betogers duidelijk dat het tweetal zich niet in de flat bevindt en de rest van de avond verloopt rustig. De volgende avond, vrijdag 30 augustus, vindt er wederom een demonstratie plaats. Rond de 100 tot 200 mensen, voor een deel ?reltoeristen?, komen op de protestactie af (bron: ?Reltoeristen?, De Stentor, 2 september 2013). Hoewel de politie, net als donderdagavond, herhaaldelijk duidelijk maakt dat de mannen niet in de flat zijn, weigert een deel van de betogers te vertrekken. Ze geloven niet dat het tweetal daar niet is en geven geen gehoor aan het verzoek van de agenten om het gebied te verlaten. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en naar agenten gegooid die de sfeer als bedreigend en grimmig ervaren. Nadat er bovendien ruzie ontstaat tussen betogers en bewoners van de flat die overlast ondervinden, grijpt de Mobiele Eenheid (ME) in en veegt het plein en de straten rond de flat schoon. Er wordt een arrestatie verricht. Er raakt niemand gewond. Rond half twee ?s nachts keert de rust in de wijk terug.

?Doodstraf voor pedo?s?

Zaterdagmiddag 31 augustus bezoekt burgemeester Heidema de flat?Parkzicht en spreekt met verontruste bewoners, zo meldt de NOS op Radio 1. Op de regionale omroep RTV Oost uit Heidema zich als volgt: ?Het gedonderjaag moet afgelopen zijn. We houden met alles rekening.?Als er toch mensen zijn die het idee hebben om vanavond weer?gezellig naar de flat te komen, zullen ze ontdekken dat het echt niet?gezellig is.?

De zaterdagavond en -nacht verlopen rustig, constateert politiewoordvoerder?Nijman in de loop van de zondag. Op woensdagmiddag?4 september?lopen echter toch nog ruim 150 mensen mee in een?anti-pedodemonstratie. Op Facebook was een oproep gedaan om te?demonstreren. De demonstranten (waarvan velen hun (klein)kinderen?hebben meegenomen) lopen rustig naar het Stadhuis en dragen?spandoeken met de tekst: ?Wij trekken een grens, een pedo is geen?mens!? Burgemeester Heidema spreekt de demonstranten toe en?noemt pedofilie?een ?open zenuw? in de samenleving. ?Ik deel jullie?weerzin tegen pedofilie; ik ben ook vader en opa.? Maar hij pleit er ook?voor onderscheid te maken tussen pedofielen en pedoseksuelen. De?oproep tot nuance en verdraagzaamheid wordt door de demonstranten?niet gewaardeerd. Zij zijn fel in hun bewoordingen en ?willen niet dat?er eerst een kind misbruikt wordt, voor er actie wordt ondernomen.? De?demonstratie verloopt verder zonder problemen.?Die avond zit een aantal demonstranten, merendeels vrouwen, in?de studio bij Pauw en Witteman, waar het ?Pedoprotest in Deventer??aan de orde komt. Ze zijn woedend en eisen onder meer de doodstraf?voor pedo?s, ?ook als ze zich niet aan een kind hebben vergrepen.?

3 Dilemma?s

In deze casus kunnen we een aantal dilemma?s ontwaren:
1. Ten eerste vindt via sociale media snelle en real-time verspreiding?van (onjuiste) informatie plaats, die ertoe leidt dat mensen in actie?komen en demonstreren bij een flat waar de twee pedofielen zich?niet bevinden. Het zelfreinigend vermogen van sociale media werkt?niet altijd optimaal; geruchten worden ?feiten? die maar moeilijk te?weerleggen zijn.

2. De (sociale) media bereiken ook ?buitenstaanders? en mobiliseren?niet alleen direct betrokkenen, zoals flatbewoners of inwoners van?Deventer, maar een brede groep van anti-pedodemonstranten. Dit?leidt er toe dat op vrijdagavond een andere groep betogers dan op de?eerste demonstratieavond actie voert.

3. Overheden en reguliere media worden niet geloofd. Terwijl de politie?en de media aangeven dat het tweetal niet meer in Deventer is,?vinden er toch demonstraties plaats. De sociale media vergroten het?wantrouwen jegens overheden en media.

4. Ten vierde speelt een privacydilemma. Door meer informatie?te geven over bijvoorbeeld de daadwerkelijke verblijfplaats van?Hunefeld en Uittenbogaard zou de rust in de gemeente Deventer
kunnen terugkeren, maar dit is niet mogelijk, omdat dit de privacy?van het duo schaadt, en niet handig, omdat het kan leiden tot?demonstraties op andere plaatsen.

5. Ook ligt een dilemma besloten in het vinden van een balans tussen?enerzijds het beschermen van de bevolking tegen pedofielen en?anderzijds de bescherming van personen (inclusief het duo) tegen
de betogers.

6. Ten slotte speelt de subjectieve risicoperceptie van de maatschappij?een rol in deze casus. De maatschappelijke inschatting van?het risico op misbruik van kinderen, wijkt af van het wetenschappelijk?ingeschatte risico. Daarbij is de maatschappij zich minder?bewust van het risico op andere vormen van kindermisbruik, zoals?grooming.

Hieronder volgt een verdere toelichting bij de dilemma?s.

4 Analyse

Dat Uittenbogaard en Hunefeld op woensdagavond 28 augustus in een?supermarkt in Deventer werden gespot, kwam door berichten op de?sociale media. Hierdoor kwamen veel mensen naar de Beestenmarkt?toe. De volgende dag herhaalde dit zich, nadat het tweetal bij een ijssalon?werd gezien. Dit keer werd via sociale media bekend dat zij zich?in de buurt van de Brink bevonden. Daar werden ze vervolgens beledigd?en bespuugd. Ze vluchtten de ijssalon in, in afwachting van de?politie die hen een veilige aftocht bood. Volgens De Stentor kregen zij?van de lokale overheid het advies om niet meer naar Deventer toe te?komen om herhaling te voorkomen (bron: ?Agenten bieden aangeslagen tweetal veilige aftocht?, De Stentor, 30 augustus 2013). Enerzijds een begrijpelijk advies.
De gemoederen waren inmiddels flink opgelopen en de kans dat het?tweetal opnieuw zou worden belaagd was groot. Anderzijds hadden?Uittenbogaard en Hunefeld niets misdaan; ze hebben geen strafblad?en zijn nooit veroordeeld. Ze zouden wat dat betreft vrij moeten zijn om?te gaan en staan waar ze willen.

In strafwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen pedofilie (het??verlangen naar seksueel contact? met kinderen) en pedoseksualiteit (het??daadwerkelijk hebben van seks? met kinderen). Slechts seksueel contact?met kinderen, het produceren en in bezit hebben van kinderporno?zijn strafbaar; het verlangen en fantaseren niet. Dit onderscheid wordt echter in maatschappelijke discussies niet gemaakt. Pedoseksualiteit en pedofilie worden veelal over een kam geschoren, omdat het ?verlangen naar? de eerste aanzet kan zijn tot het daadwerkelijk hebben van seks met kinderen. Dit zorgt ervoor dat emoties hoog op kunnen lopen.

Omgevingsanalyses

Naar aanleiding van de onrust in Deventer heeft het Crisiscommunicatieteam?van de politie omgevingsanalyses (ook wel?media-analyses genoemd), verzorgd. Het team werkt volgens het proces
van ? Analyse ? Advies ? Aanpak ? Effectmeting.

Door berichten in zowel de traditionele media als op sociale media?te analyseren, is in kaart gebracht wat het sentiment en de informatiebehoefte??in de buitenwereld? was: wat zijn de meest prangende?vragen, wie zijn de belangrijkste actoren en welke duiding wordt er?aan het incident gegeven? De berichten van dagbladen en omroepen?zijn voor de analyse vaak minder van belang dan de reacties van lezers?daarop. Zo kun je door het scannen van reacties op bijvoorbeeld een?bericht van RTV Oost snel ontdekken welke sentimenten er leven.?Zijn mensen bang, boos of vinden ze het vermakelijk. Deze reacties?worden aangevuld met reacties op Facebook, Twitter of andere?sociale?media-platforms waarop mensen actief over het incident hun?mening geven en discussi?ren. Analyses worden gecompleteerd met?bijvoorbeeld vragen die binnenkomen bij het algemene politienummer?0900-8844 of bij de wijkagent, zo ontstaat een redelijk beeld van het?heersende sentiment en dit vormt de basis voor de communicatiestrategie.?De uitvoering van de communicatiestrategie wordt vervolgens in?een nieuwe analyse gemeten: de zogeheten effectmeting. En zo start?het proces van meet af aan. Dit proces kan desgewenst ieder uur doorlopen?worden, waardoor de afdeling communicatie snel kan inspelen?op nieuwe ontwikkelingen.

Ook in deze casus vormden de analyses de basis voor de communicatiestrategie.?Uit de analyses kwam naar voren op welke doelgroep en?prangende vragen de communicatie zich moest richten; welke geruchten?moesten worden ontkracht; hoeveel mensen er mogelijk op een?demonstratie afkwamen en hoe groot de onrust daadwerkelijk was. De?analyses en adviezen werden via de communicatieadviseur van de politie-eenheid Oost in het gemeentelijk beleidsteam ingebracht.

Politie:

Ruimte voor tegengeluid

Er werden in deze zaak twee Facebookpagina?s opgericht die een grote?rol speelden in de mobilisatie van demonstranten: de Facebookpagina??Weg met Martijn uit Deventer? en een pedo-protestpagina. De?Facebookpagina?s bleken populair, want het aantal ?likes? groeide snel.?Vlak na de oprichting van de pagina ?Weg met Martijn uit Deventer???liken? duizenden mensen de pagina en gaven daarbij aan met de?demonstratie op woensdagmiddag 4 september mee te willen lopen.?Deze middag was bewust gekozen, zodat ook veel kinderen konden?meelopen. Vermoedelijk is niet alleen Facebook gebruikt om mensen?te mobiliseren, maar ook WhatsApp en sms. De politie en de gemeente?stonden voor een dilemma. De boodschap dat het duo Hunefeld en?Uittenbogaard niet in de flat Parkzicht verbleef, werd nog steeds niet?geloofd. Enerzijds wenste de gemeente de bewoners van de flat te?beschermen die zich onveilig voelden omdat er kennelijk een pedofiel?zou wonen, maar ook last ondervonden van de demonstraties en?de relschoppers. Aan de andere kant was het begrijpelijk dat ouders?met kinderen zich minder veilig voelden en wilde de gemeente ruimte
geven voor tegengeluid.

Alleen donderjagen

Op de demonstratie vrijdagavond bij het flatgebouw Parkzicht kwam?een groot aantal demonstranten en relschoppers af. Dit keer niet alleen?uit Deventer, maar ook uit omringende steden. Er werd zwaar vuurwerk?afgestoken en naar agenten gegooid. Uiteindelijk was die avond?inzet van de ME nodig nadat betogers ruzie hadden gekregen met?bewoners. Jongelui zouden onrust hebben veroorzaakt toen ze over de?galerijen van de flat zwierven op zoek naar Uittenbogaard en Hunefeld.?Dit terwijl het duo vanaf donderdag al niet meer in Deventer was en?dit ook regelmatig was gecommuniceerd. Deze boodschap landde niet.?Burgemeester Heidema reageerde hier in de media als volgt op: ?Dan?ben je doof of stom, of ben je er alleen om te donderjagen. Het heeft
niets meer te maken met bezorgdheid over pedofilie, maar met rotzooischoppen.? (bron: ?Geweld bij betoging tegen ex-Martijnlid?, NRC Handelsblad, 2 september 2013). De demonstranten waren dan veelal ook geen ongeruste?inwoners van de flat, zo gaf een journalist van De Stentor aan:

?Wat opviel was dat er van heinde en verre vooral veel nieuwsgierige??reltoeristen? op de schermutselingen afkwamen. Snel ge?nformeerd?via vooral de sociale media kwamen ze in auto?s en op scooters en?fietsen naar de flat Parkzicht.? (bron: ?Reltoerisme?, De Stentor, 2 september 2013).

Om er voor te zorgen dat er zaterdagavond niet opnieuw onrust zou?ontstaan, ondernam de gemeente na vrijdagavond actie en legde contact?met de oprichters van de Facebookpagina?s. Nadat de gemeente?hen had verteld dat eventuele schade die door volgende demonstraties?zou ontstaan, op hen zou worden verhaald, werden de pagina?s offline?gehaald (bron: ?Tweede Facebookpagina die was gewijd aan anti-pedodemonstratie in Deventer ook verwijderd?,?De Stentor, 3 september 2013).

Het recht op vrije meningsuiting werd op deze manier niet?geschaad, maar de keuze werd bij de initiatiefnemers van de pagina?s?neergelegd: stoppen of instaan voor de (financi?le) gevolgen. De Facebookpagina?voor de demonstratie op woensdagmiddag 4 september?werd na het weekend weer online gezet, nadat de initiatiefneemster?zich bij de gemeente had gemeld als aanspreekpunt voor de protestactie.?Op de protestactie kwamen ongeveer 150 mensen af (bron: ?Protest tegen pedofielen ? ?open zenuw??, De Stentor, 5 september 2013).

De demonstratieverliep rustig.

deventer

Geruchten worden feiten

Sociale media hebben een grote rol gespeeld bij het verspreiden van?onjuiste berichten. Terwijl sociale media ook een groot zelfreinigend?vermogen kunnen hebben ? omdat mensen elkaar verbeteren of een?discussie aangaan ? was dat in deze casus niet het geval. Onder andere?de politie en de media hebben vanaf donderdag steeds benadrukt dat?Uittenbogaard en Hunefeld niet in de flat woonden. Ook op Facebook?en via Twitter was dit door de gemeente en politie gemeld. Het bericht?werd echter niet geloofd. Donderdagavond lieten betogers zich bij de?flat nog overtuigen door agenten en gingen ze naar huis. Vrijdagavond?was dat niet meer het geval en moest de ME worden ingezet. Een van?de betogers op vrijdagavond, zo schrijft de Stentor, is een ?opgewonden?knaap?. In discussie met een agent zegt hij: ?We willen zelf beoordelen?of die lui in die flat aanwezig zijn. Bovendien, waarom is hier dan nog zoveel politie aanwezig als die pedofielen er volgens jullie niet zijn??

Het wantrouwen naar de politie en media werd versterkt door een foto?die online werd gedeeld. Op deze foto is een man te zien op een balkon?van de flat Parkzicht. De man lijkt van een afstand op Uittenbogaard,?maar hij is het niet. Mensen waren er echter van overtuigd dat hij?nog steeds in Deventer was. Voor de boodschap ?hij is hier niet? die?ook online (Facebook en Twitter) door de politie (@PolitieIJS) en de?gemeente (?GemeenteDeventer? op Facebook) werd gemeld, stond men?niet open. Mogelijk had het beter gewerkt als men dit meer expliciet en?vaker via sociale media had aangegeven. De vraag of herhaling in deze?meer effect heeft, zou het waard zijn te onderzoeken.

Manhunting

Foutieve informatie die niet wordt ontkracht of kan worden ontkracht,?kan schadelijke gevolgen hebben. De laatste jaren hebben we tal van?voorbeelden gezien waarbij mensen zelf voor rechter dreigden te gaan?spelen. Na de aanslag op de Koningin in Apeldoorn in 2009 plaatste?het Algemeen Dagblad op de voorpagina een foto van de vermoedelijke?dader. Dit bleek echter niet de dader te zijn, maar iemand met dezelfde?achternaam. Deze man werd vervolgens bedreigd en lastig gevallen.?Hetzelfde gebeurde bij de identificatie van de ?kopschoppers? in de?zaak van de ernstige mishandeling in Eindhoven. De?namen van de verdachten werden op de website van GeenStijl gepubliceerd?waarmee de ?reaguurders? een man hunt organiseerden. Een?van de verdachten had een naamgenoot (dezelfde voor- en achternaam)?die werd lastiggevallen, bedreigd en beledigd. Ook zijn er voorbeelden?van zogenaamde ?pedojagers? die de mist in zijn gegaan. Begin november
2013 drongen in Harderwijk vier ?pedojagers? al schreeuwend een?woning binnen. Ze dachten dat daar een man woonde die via Facebook?een jong meisje een oneerbaar voorstel zou hebben gedaan. Toen ze?ontdekten dat ze op het verkeerde adres waren, gingen ze ervandoor.?Het gemak waarmee informatie op sociale media als waarheid wordt?beschouwd, is dan ook zeker een dilemma. Zeker wanneer het tegengeluid?van overheden niet wordt geloofd.

Kans op recidive door isolement

Eigenrichting is in feite een negatieve vorm van burgerparticipatie.?Bij het grote publiek bestaat veel begrip voor dergelijke particuliere?initiatieven richting pedo?s, vooral van ouders van misbruikte kinderen.?Toch zien we dikwijls ook positieve vormen van burgerparticipatie,?zelfs bij de terugkeer van pedoseksuelen in de samenleving. Uit?onderzoek is gebleken dat een sociaal isolement van een pedoseksueel?de kans op recidive vergroot (Boone, Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).?Reclassering Nederland heeft daarom het project COSA (Cirkels voor?Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid) omarmd, waarbij?veroordeelde pedoseksuelen na het uitzitten van hun straf in hun?woonomgeving worden bijgestaan door getrainde vrijwilligers en professionals.?In het buitenland is bewezen dat COSA het recidivegevaar?met 80 procent terugdringt. Tijdens de terugkeer van pedoseksueel?Benno L., de oud-zwemleraar uit Den Bosch die vast heeft gezeten voor
kindermisbruik, was er vanuit de bevolking veel weerstand tegen zijn?komst naar de gemeente Leiden. Toch was hier ook een ander geluid?te horen. COSA-vrijwilligers lieten weten Benno L. te gaan begeleiden?en dit zorgde voor relatieve rust. De casus Benno L. dient inmiddels als?voorbeeld hoe maatschappelijke onrust rond dit thema door maatwerk?valt te beteugelen.

Naming and shaming

Op sociale media werd niet alleen verkeerde informatie gedeeld, maar?ook privacy gevoelige gegevens. Naming and shaming (alles met naam?en toenaam noemen en personen aan de schandpaal nagelen) is tegenwoordig?op sociale media volledig ingeburgerd. De volledige namen?van Uittenbogaard en Hunefeld, hun vermoedelijke verblijfplaatsen,?foto?s en video?s werden gedeeld. Mensen laten zich kennelijk niet?weerhouden van het delen van privacygevoelige informatie, terwijl dit?niet zomaar is toegestaan. De overheid heeft zich uiteraard aan deze?regels te houden. Het geven van meer informatie over bijvoorbeeld de?verblijfplaats van Hunefeld en Uittenbogaard had wellicht kunnen leiden?tot meer rust, maar uit privacyoverwegingen konden zowel politie?als gemeente deze informatie niet zomaar vrijgeven. Het geven van?extra informatie over de feitelijke verblijfplaats garandeert bovendien?niet dat het probleem dan is opgelost; de kans dat de onrust zich verplaatst
of juist aanzwelt is aanwezig.

In een recent onderzoek van Boone, Van de Bunt en Siegel (2014, zie onderaan dit blog)?wordt dit privacy-dilemma ook opgemerkt. De onderzoekers bestudeerden?negen zaken waarin maatschappelijk onrust ontstond rond?een zedendelinquent. Daaruit blijkt dat burgemeesters al snel te veel?priv?-informatie over delinquenten delen. In eerste instantie vertellen
bestuurders het liefst zo weinig mogelijk om onrust te voorkomen,?maar als eenmaal bekend is dat er een zedendelinquent in de gemeente?komt wonen / woont, dan willen zij ter geruststelling en in het kader?van openheid en transparantie zoveel mogelijk vertellen, bijvoorbeeld?over de kans op recidive of de psychische toestand. Maar dit is wettelijk
niet toegestaan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat ?de burgemeester?soms met gebonden handen op de barricaden staat? (Boone,?Van de Bunt & Siegel, 2014, zie onderaan dit blog).

Risicoperceptie

Burgers hebben niet altijd een re?le risicoperceptie. Uit angst voor?herhaling, reageren burgers soms fel op de komst van een pedofiel in?hun woonomgeving, maar het risico dat een pedofiel via het wereldwijde?web kinderen verleidt is feitelijk veel groter. Men is zich daar?over het algemeen weinig van bewust. Tegenwoordig zijn pedofielen?en pedoseksuelen steeds vaker actief op het internet. Dit digitale kinderlokken?noemen we grooming (inkapselen). Een groomer doet zich?voor als iemand anders en neemt bij het eerste contact ? bijvoorbeeld?via een chatforum ? de leeftijd van het potenti?le slachtoffer aan en?maakt daarbij gebruik van fictieve profielfoto?s. De groomer probeert?het vertrouwen van de minderjarige te winnen door aan te sluiten op de?belevingswereld en een luisterend oor te bieden. Dat gaat heel subtiel.?Vervolgens gaat de groomer over op meer dwingende methoden die?ertoe kunnen leiden dat het slachtoffer zich bijvoorbeeld uitkleedt voor
de webcam. Deze beelden of chatberichten worden vaak gebruikt als?chantagemiddel richting klasgenoten of ouders. In sommige gevallen?leidt het contact tot een daadwerkelijke ontmoeting met de groomer.?Een groomer richt zich niet op een of enkele slachtoffers, maar vaak op?tientallen of honderden tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat 15 procent van?de Nederlandse middelbare scholieren (13-16 jaar) via internet weleens?het verzoek heeft gehad tot het hebben van seksueel contact. Volgens?Van Kleef, projectleider Zeden bij de nationale politie, zullen we ook of?juist grooming moeten voorkomen, en ligt daar een taak voor iedereen:??We moeten meer investeren in de bewustwording van de risico?s van?grooming bij ouders, opvoeders, leerkrachten en uiteraard de jongeren?zelf.?

5 Afronding

De terugkeer van een (veroordeelde) zedendelinquent lijkt vaak voor?maatschappelijke onrust te zorgen. Volgens recherchekundige Van?Lier, operationeel specialist Zeden, is echter het tegendeel waar. Er?keren per jaar honderden zedendelinquenten terug in de maatschappij?en meestal ontstaat er helemaal geen onrust. Dat betekent volgens?Van Lier niet dat we niets moeten doen.
?Het allerbelangrijkste is dat zoveel mogelijk wordt gedaan om te?voorkomen dat de zedenpleger opnieuw in de fout gaat, zoals behandeling?en adequaat toezicht door de reclassering in samenwerking
met de gemeente en de politie.??Een proactieve, integrale aanpak en gebruikmaken van de ervaringen?die inmiddels met zedenzaken zijn opgedaan (zie bijvoorbeeld Vollenbroek,?2003), lijken de sleutel tot succes. En als er toch onrust ontstaat,?is maatwerk noodzakelijk, aldus Van Lier:

?Het kan gaan om diverse aanjagers van onrust: slachtoffers, buurtbewoners,?pedojagers of relschoppers. Naast huisvesting en hulpverlening?is daarom het communicatietraject belangrijk. De aanpak
is afhankelijk van het type aanjager en van de mate en de aard van de?onrust. Waar bij ongeruste buurtbewoners persoonlijke aandacht en?betekenisgeving goed werken, heeft dit bij pedojagers en relschoppers?een averechts effect.?

Ook Van Kleef meent dat het een kwestie is van communicatief maatwerk.

?Beleg niet direct bij het eerste bericht of gerucht een voorlichtingsavond,?terwijl je weet dat je dan voor een zaal staat zonder antwoord?te kunnen geven op de meest prangende vragen. Dat vergroot alleen?maar de onrust. Het vergt een afweging tussen openheid, snelheid?en zorgvuldigheid.?

Om maatwerk te kunnen leveren, is het van belang om goed op de?hoogte te zijn van wat er in de maatschappij leeft. Omgevingsanalyses?zijn daarvoor een goed instrument en tegenwoordig vrijwel onmisbaar.

Social Media Status: pronken met de buit

Dom of niet: opscheppen op sociale media over je misdaad. Het verhoogt in ieder geval w?l je status.

Sta je op internet met je pipa (pistool) of met veel doekoe (geld), dan ben je de shit (de man). Dat de politie je zo ziet? Gewoon negeren. Het respect en het aanzien dat je ermee verkrijgt, is belangrijker dan het risico dat de scotoe (politie) je oppakt.
Criminele jongeren hebben sociale media nodig om hun publiek te bereiken. Ze moeten juist vindbaar zijn op internet om status te behalen. Dat is een van de constateringen van de Rotterdamse criminoloog Jeroen van den Broek. Hij deed onderzoek naar het gebruik van sociale media door jongeren binnen de straatcultuur en won er de Scriptieprijs 2014 mee. De jury van hoogleraren en beleidsmakers sprak over een ‘heel gedegen’ onderzoek dat ‘las als een spannende misdaadroman’.

Van den Broek onderzocht hoe Rotterdamse jongeren uit de wijk Spangen binnen de straatcultuur zich op sociale media presenteren. Ze laten zich graag afbeelden in merkkleding, met dure auto’s en met stapels geld aan hun oor (een zogenaamde stackphone).
Op Youtube is bijvoorbeeld de rapgroep Terrorniggerz te zien met hun video Copkillers waarin jongeren poseren met wapens, gouden sieraden en dure auto’s. “Wat me opviel is dat ze niet eens de moeite namen om zichzelf onherkenbaar te maken of de kentekens van die auto’s af te plakken. Zo is het wel erg eenvoudig om ze op te sporen.”

De getoonde stapels geld in filmpjes en op talloze afbeeldingen op sociale media zijn waarschijnlijk ‘verdiend’ met pinpasfraude en drugsgerelateerde criminaliteit, vermoedt Van den Broek, die daarnaar voor zijn scriptie geen onderzoek deed.

Iedereen wil waardering en erkenning, ook de jongeren die op een andere manier aan hun geld komen. Van den Broek: “Vaak zijn het jongeren die thuis geen vaderfiguur hebben. Erkenning en waardering halen ze bij hun eigen groep. Daar geldt: hoe crimineler je bent, hoe meer straatrespect je krijgt.”
De mogelijkheden om criminele jongeren die hun illegale praktijken openlijk tentoonspreiden op deze manier op te pakken, zijn groot. De politie kan informatie over de herkomst van filmpjes, foto’s of tweets op internet zien. “Ze kunnen op een website achter het slotje kijken en toch wordt er heel weinig gebruik van gemaakt”, merkte Van den Broek tot zijn verbazing na het schrijven van zijn scriptie. “Het risico voor die jongeren om gepakt te worden, is daardoor erg klein.”
Een agent moet daarvoor de mogelijkheid krijgen een uurtje per dag achter een beveiligde computer te kruipen, vindt Van den Broek. “Vaak weten agenten al wel een beetje wie de jongeren zijn, maar het ontbreekt ze aan tijd om verbanden te kunnen leggen. Wie gaat met wie om? Waar hangen ze rond op internet? De werkvloer wil dat graag onderzoeken, maar van hogerhand wordt dat te weinig gefaciliteerd.”

Van den Broek startte na zijn scriptie een bedrijf om justitie, gemeenten en politie te wijzen op de mogelijkheden die sociale media hen bieden. “Het doel is niet de politie te helpen met de opsporing, maar de slagkracht van hen, en van ambtenaren en jongerenwerkers vergroten.”

Van den Broek wordt daarom ook ingehuurd door gemeenten om probleemjongeren in kaart te brengen. “Door te graven in een groep ga je verbanden zien. Als je het profiel van een van die jongeren kent, kun je via zijn vriendenlijst zien wie die groep vormen.”

Albert Meijer, hoogleraar technologie in de publieke sector, constateert dat de politie steeds vaker de daders grijpt naar aanleiding van filmpjes op sociale media. Al kan hij geen cijfers noemen, omdat de politie die niet bijhoudt. Het Openbaar Ministerie wijst de politiekorpsen niet expliciet op de mogelijkheid tot digitaal rechercheren. “Het gebeurt nu alleen waar het onderzoek dat rechtvaardigt”, zegt woordvoerster Judith de Valk. “Bij een beperkte capaciteit zul je afwegingen moeten maken waar je wel en niet op rechercheert. We hebben belangstelling voor het onderwerp, maar er geen beleid op geformuleerd.”
Als de politie sociale media gebruikt in een onderzoek naar een dader, is dat vaak in geval van een mishandeling. “Zware criminele jongeren zetten dit soort filmpjes nooit op internet”, zegt criminoloog Jeroen van den Broek. “Ze weten dat het risico om voor een relatief licht vergrijp als een mishandelingetje gepakt te worden heel groot is.”

Bronnen: BN De Stem (9 okt 2014),?De Stentor/ Deventer Dagblad (9 okt 2014).

Facebook Safety Check

safetycheck

 

Tijdens een ramp speelt sociale media vaak een grote rol. Het verstrekt informatie maar kan ook voor veel chaos en paniek zorgen. Facebook introduceert daarom een programma waarmee je op een simpele manier vrienden en familie kunt laten weten of je veilig bent tijdens een ramp. Je hebt er natuurlijk wel internetverbinding voor nodig en een smartphone.

‘Safety Check’ zoekt waar een ramp heeft plaatsgevonden en lokaliseert aan de hand van Facebook wie zich in het getroffen gebied bevindt. Als jij je in het gebied bevindt, krijg je een bericht van Facebook om te vragen of je veilig bent. Je kan dan de ‘I’m safe’ knop induwen en er wordt automatisch een bericht op je wall gepost.

Facebook gebruikt hierbij de informatie die je aan Facebook zelf hebt opgegeven, zoals je woonplaats en land. Maar ook met de internetverbinding die je gebruikt, zoals de 3G- of 4G-mast en Wifi-netwerk waarmee je verbonden bent wordt jouw locatie achterhaald. Vervolgens weet Facebook of jij je in een rampgebied bevind. Als er een ramp plaatsvindt in een locatie waar jij bent zal Facebook een bericht sturen om te vragen of alles goed met je gaat. Je kunt dan ook aangeven dat je je niet in het getroffen gebied vindt. ‘Safety Check’ toont ook een lijst van alle check-ins in het gebied, zodat je?kunt controleren welke vrienden zich in het rampgebied bevinden en of zij wel veilig zijn.

FBsafetycheck

Facebook-CEO Mark Zuckerberg introduceerde de tool in Japan, een land dat nog volop aan het herstellen is van de tsunami in 2011. Toen al werd een soortgelijk systeem opgesteld door Japanse Facebook-ingenieurs, het Disaster Message Board, om de communicatie te vergemakkelijken. Volgens het?Japanse Rode Kruis?ondervonden ongeveer?12.5 miljoen mensen op een of andere manier schade aan deze ramp?en werden meer dan 400.000 mensen ge?vacueerd. Social media zoals Facebook speelde een enorme rol om elkaar daarin op de hoogte te houden.

Facebook legt uit waarom ze de noodknop hebben ingevoerd. “Bij een ramp of crisis kijken mensen toch eerst op Facebook om een update te krijgen van vrienden die misschien zijn getroffen. Communicatie is op zo’n moment erg belangrijk. Voor de mensen in het rampgebied, en voor familie en geliefden.”

Facebook heeft nu besloten?het project uit te breiden tot een permanente tool. ‘Safety Check’ wordt nu?alleen nog geactiveerd tijdens natuurrampen, zoals aardbevingen en overstromingen. In Nederland komt dit niet zo vaak voor. In Groningen vinden regelmatig aardbevingen plaats als gevolg van de gaswinning. Vaak zijn deze aardbevingen onder nummer 5 op de schaal van Richter, het is dus maar de vraag of het team van Facebook deze als een natuurramp beschouwt. In elk geval zal de app wel?in Nederland en Belgi? aangeboden worden, zegt Facebook tegen weblog iCulture. De functie wordt op korte termijn beschikbaar voor de iPhone- en Android-app en op de site van het vriendennetwerk.

Bronnen: Facebook, Elsevier,?XGN, Newsmonkey

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het?lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

De vermissing van de broertjes Ruben en Julian

Wouter Jong, Michel D?ckers, Jorien Holsappel 8.1 Inleiding Op dinsdagochtend 7 mei 2013 wordt in het recreatiegebied het Doornse?Gat het lichaam van een 38-jarige man uit Vleuten aangetroffen. Het?blijkt de vader te zijn van de 9-jarige Ruben en de 7-jarige Julian uit?Zeist. De jongens zijn een dag eerder voor het laatst gezien in gezelschap?van hun vader. Hun ouders zijn gescheiden. Omdat elk spoor?van de kinderen ontbreekt, roept de moeder via haar Facebookpagina?de hulp in van het publiek. Wat volgt is een zoektocht van bijna twee?weken die de gemoederen landelijk, en zelfs in het buitenland, flink?bezighoudt. In dit hoofdstuk staat zowel de zoektocht naar de verdwenen jongens?als de nasleep centraal. Het mysterie rondom de vermissing, de?bezorgdheid over het lot van de kinderen en de uiteindelijke, trieste ontknoping?maken de casus tot een drama voor alle direct betrokkenen.?Dat dit drama daarnaast een buitengewoon sterke collectieve dimensie?kreeg, plaatste het openbaar bestuur verschillende momenten voor?afwegingen tussen individuele en collectieve belangen, tussen betrokkenheid?en veiligheid. Op deze afwegingen wordt in dit hoofdstuk uitvoerig ingegaan. Het hoofdstuk is gebaseerd op gesprekken met enkele?politiefunctionarissen en informatie uit diverse media. 8.2 Feitenrelaas Het is dinsdagavond 7 mei 2013 wanneer de moeder van Ruben en?Julian op haar Facebookpagina foto?s plaatst van haar zoontjes. iris_ruben_julian_zeist_doorn_vermist_broers Ze schrijft: ?Alsjeblieft, wil iedereen uitkijken naar mijn kleine mannetjes,?ze worden sinds gisterochtend vermist.? Het is voor de buitenwereld?het eerste signaal dat er iets bijzonders aan de hand is. Twee jongens?van 7 en 9 jaar die al bijna twee hele dagen worden vermist, is nieuws?dat de aandacht trekt. Die avond en de daarop volgende nacht wordt het Facebookbericht 17.000 keer gedeeld. Ook op Twitter vindt het bericht?alras zijn weg. In de loop van dinsdagavond wordt ook de context van de vermissing?duidelijk. De vader van Ruben en Julian is ?s ochtends dood aangetroffen?in het Doornse Gat, een recreatiegebied halverwege Doorn?en Leersum. Hij blijkt zichzelf van het leven te hebben beroofd. Als de?politie in de loop van de dag de nabestaanden informeert, wordt duidelijk?dat de kinderen hun vakantie bij hem zouden doorbrengen. Van de?kinderen ontbreekt op dat moment elk spoor. In het bos vindt een grote?zoekactie plaats, met honden, politiehelikopter en bijstand van mariniers?van de in Doorn gelegen Van Braam Houckgeestkazerne. Om?01.13 uur ?s nachts wordt een Amber Alert uitgegeven, waarin wordt?opgeroepen naar de jongens uit te kijken. In de dagen die volgen blijft de politie zoeken naar informatie over?waar de vader van Ruben en Julian de laatste uren met zijn zoons is?geweest. Op woensdag 8 mei blijkt uit camerabeelden van een tankstation?bij het Limburgse Neerbeek dat de vader daar maandagavond?nog heeft getankt. Op de beelden is niet te zien of de jongens op dat?moment in de auto zaten. Voor het onderzoek is het een complicerende?factor, omdat hiermee in principe het hele gebied tussen het Doornse?Gat en het 180 kilometer verderop gelegen Neerbeek potentieel zoekgebied?is. De politie start die avond een zoekactie in het Bunderbos nabij?Elsloo, maar ook daar wordt geen spoor van de kinderen gevonden. twitter Ondertussen gebeurt tevens het nodige online. Nadat bekend is geworden?dat twee jongens worden vermist, helpen diverse mensen om de?zaak onder de aandacht te brengen. Een van hen is Hans Huizinga,?een betrokken burger die via het twitteraccount @JulianRubenNL informatie?verzamelt en filtert. De familie van de broertjes is door hem?over zijn initiatief ge?nformeerd. Uiteindelijk groeit zijn initiatief uit?tot een team van elf personen dat de klok rond online de informatievoorziening?over de vermissing ter harte neemt. Ook beheren zij een?Facebookpagina?en worden als spin-off Duitse en Belgische twitteraccounts?aangemaakt.

De reguliere media storten zich mede naar aanleiding van het?Amber Alert eveneens op de vermissingszaak. De directeur van de?basisschool van de broertjes staat de media na de meivakantie te woord?en laat weten dat de school probeert om de lessen zo gewoon mogelijk?door te laten gaan. Ook Jeugdzorg wordt bevraagd. Die bevestigt dat?het gebroken gezin bij de instantie bekend was, maar wil verder niet?inhoudelijk op de zaak ingaan.

Op donderdag 9 mei verschijnt op Facebook voor het eerst een oproep?van een inwoner uit Utrecht om te helpen zoeken in het Doornse Gat.?Om acht uur ?s avonds melden zich daar tientallen mensen. Zij worden?begeleid door de politie en een boswachter die het gebied goed kent. De??burgerzoektochten? nemen in de dagen daarop een hoge vlucht. Her?en der ontstaan groepen burgers die tips natrekken en in de bossen op?zoek gaan naar sporen die de zaak tot een oplossing kunnen brengen.

Vermissing-Ruben-en-Julian

In sommige gevallen melden zich zo?n honderd mensen die ? soms?met kinderen ? de bossen in trekken. De politie speelt hier in eerste?instantie ad hoc op in, maar onderkent al snel de noodzaak om de initiatieven?te kanaliseren. Met onder meer de hulp van medewerkers die?zijn aangesloten bij de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers?worden de burgers begeleid en wordt bepaald welke zoekgebieden voor?hen worden opengesteld.

Het programma Opsporing Verzocht besteedt op dinsdag 14 mei?aandacht aan de zaak. Enkele dagen later, aan het begin van het?Pinksterweekend, laat de politie weten dat het totaal aantal tips in
de zaak op bijna 3000 staat. De doorbraak in het onderzoek komt op?Eerste Pinksterdag, zondag 19 mei 2013. Om 17.15 uur maakt de politie?bekend dat een voorbijganger in het buitengebied van het Utrechtse?dorp Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede) twee lichamen heeft aangetroffen.?Ook zijn daar de spanbanden aangetroffen waar de politie?naar op zoek was. Het versterkt het vermoeden dat het om de twee vermiste?jongens gaat. Alle wegen richting de plaats delict en een deel van?het nabijgelegen Amsterdam-Rijnkanaal worden afgezet. ?s Avonds om?23.00 uur vindt op het hoofdbureau van de politie in Utrecht een persconferentie?plaats.

Persconferentie over de gevonden lichaampjes van Ruben en Julian:

Burgemeester Janssen, hoofdofficier van justitie Bac?en korpschef Barendse bevestigen het nieuws waar heel Nederland op?dat moment al ernstig rekening mee houdt: de lichamen zijn naar alle?waarschijnlijkheid van de vermiste broertjes. Er kan op dat moment?echter nog geen definitief uitsluitsel worden gegeven, omdat de lichamen?lange tijd in het water hebben gelegen. Een nadere analyse op?basis van DNA door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zal?moeten uitwijzen of het inderdaad om de broertjes gaat.

Tijdens de persconferentie betuigt vervolgens burgemeester?Janssen zijn medeleven met de familie van de vermiste jongens en?dankt, mede namens de familie, iedereen die heeft meegewerkt aan
de zoektocht. Ook bedankt hij de media voor de manier waarop zij over?de vermissing hebben bericht. Tot slot kondigt hij aan dat de gemeente?zich met maatschappelijke organisaties zal buigen over de manier?waarop de verwerking de komende dagen zal worden vormgegeven.

De volgende dag, maandag 20 mei, opent in Zeist de St. Jozefkerk?haar deuren voor gebed en bezinning. In Cothen wordt een minuut stilte?gehouden bij de Trekkertrek, die traditioneel op Tweede Pinksterdag?plaatsvindt. Op dinsdag 21 mei komt de politie met de bevestiging dat?de lichamen volgens het NFI inderdaad die van Ruben en Julian zijn.?In de gemeentehuizen van Zeist en Wijk bij Duurstede worden condoleanceregisters?geopend; ook online verschijnen condoleanceregisters.

De moeder van de overleden broertjes ontvangt persoonlijke brieven?van koning Willem-Alexander, premier Rutte, de commissaris van?de Koning en enkele ministers. De gemeente Zeist overlegt met haar,?de school, de voetbalclub en andere betrokkenen over de wijze van herdenken.?Uiteindelijk wordt besloten geen stille tocht te organiseren,?maar voor een alternatief te kiezen. De nabestaanden doen een oproep?om zondagavond tussen 19.00 en 20.00 uur een kaarsje aan te steken?en thuis voor het raam te zetten.

Op 27 mei 2013 vindt in Zeist de begrafenis plaats van Ruben en?Julian. De stoet gaat langs de school, waar kinderen een afscheidsgroet?geven met rode en blauwe lintjes, de lievelingskleuren van Ruben en?Julian. In een legervoertuig worden de lichamen overgebracht naar?de begraafplaats in Zeist. De begrafenis vindt vervolgens in besloten?kring plaats.

8.3 Dilemma

In Nederland vinden met enige regelmaat gezinsdrama?s plaats. Het?zijn tragische geschiedenissen die afbreuk doen aan ons beeld van?het gezin als veilige omgeving. In de meeste gevallen zijn dergelijke?incidenten slechts kort in het nieuws en blijft de impact beperkt tot de?naaste omgeving. In het geval van de moord op Ruben en Julian was?dat anders. Door de lange periode van vermissing, de vele vraagtekens?rond hun verdwijning en de grote media-aandacht toonde Nederland?een ongekende betrokkenheid. De ?explosie? op Facebook en Twitter?was een uiting van medeleven, die vervolgens tot concrete acties leidde.?Burgers mobiliseerden zich en startten her en der zoekacties. Het?plaatste gemeente en hulpdiensten voor nieuwe uitdagingen. Want?enerzijds kon de politie baat hebben bij de hulp van het publiek, anderzijds?zouden ongeco?rdineerde zoektochten het opsporingsonderzoek?juist kunnen verstoren en zelfs schaden. Daarnaast is er de fundamentele?vraag over wederkerigheid, die vaker gesteld kan worden ten?aanzien van burgerparticipatie, en in de nasleep van deze gebeurtenis?kwam nog een ander dilemma naar voren. De balans tussen de belangen?van de directe nabestaanden en de collectieve vormen van rouw?elders in het land. Ook hier gaan we in de analyse nader op in.

image-3815632

4 Analyse

4.1 Online en offline impact

De publieke betrokkenheid was groot vanaf het moment dat de moeder?van Ruben en Julian haar oproep via Facebook de wereld in stuurde.?De attentiewaarde bleef gedurende de hele vermissing hoog; vanaf het?eerste bericht tot en met het nieuws over de vondst van de lichamen in?Cothen. Dat het nieuws van de vermissing verder ging dan de reguliere?kring van nabije vrienden en dorpsgenoten is drieledig te verklaren.?Het nieuws was mediageniek, de vermissing hield lang aan en het?raakte, in potentie, een groot deel van het land.

Allereerst de mediagenieke elementen. De raadselachtige verdwijning?van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van?het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem
voor speculatie.

Daarbij speelde mee dat verdwijningen van kinderen?tot de verbeelding spreken. Denk aan de media-impact van de vermissingen?van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly?Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast?zullen velen zich hebben herkend in de aanleiding van het verhaal:?twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over
het lot van de kinderen. In combinatie met de radeloosheid die uit het?eerste Facebookbericht van de moeder sprak, vormde dat een ?ergst?denkbare nachtmerrie?.

Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield,?waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen?dood. De tijdslijn van de route die de vader die bewuste nacht had afgelegd, bevatte gaten. Het werd een puzzel die onopgelost bleef. Het?bevatte ingredi?nten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van?Malaysia Airlines in 2014. In de huidige casus versterkte de lange duur?van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere?verdwijning op Nederlandse bodem heeft recent geleid tot een vergelijkbare?onrust. Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot?deel van het land uitstrekte. Alles tussen het Doornse Gat en Neerbeek?werd potentieel zoekgebied. Daarmee kwam de casus voor veel mensen?letterlijk ?heel dichtbij?. Want mogelijk was de vader langs hun huis?gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het?voedde als het ware op grote schaal een gevoel van betrokkenheid.

Amber Alert

Op de avond van het Facebookbericht was er online de nodige aandacht?voor de vermissing, mede vanwege het mediagenieke karakter van het?nieuws: het was een ?bijzonder verhaal?. Alle scenario?s stonden die?avond nog open; onbekend was welk strafbaar feit achter de vermissing?schuilging. De kinderen konden op een onbekende locatie zijn ondergebracht,?maar ook zijn omgebracht. Het nachtelijke Amber Alert?bracht de vermissing breder onder de aandacht. Het zorgde ervoor dat?de reguliere media de vermissing de volgende ochtend in de journaals?meenamen. Daarmee werden ook de mensen bereikt die niet op sociale?media actief zijn of het nieuws de avond ervoor hadden gemist. Volgens?de inzetcriteria is een Amber Alert gewenst als wordt gevreesd voor het?leven van of voor ernstig letsel bij de vermiste minderjarige(n). Voor?een Amber Alert is toestemming nodig van de ouder(s) of wettelijk?vertegenwoordiger van de vermiste minderjarige(n). In deze casus?werd aan beide criteria voldaan (zie de?criteria van Amber Alert). Alles werd uit de kast gehaald om de?broertjes te vinden, al leert de ervaring dat een Amber Alert de grootste?toegevoegde waarde heeft in een periode tot enkele uren na de vermissing.?Die eerste uren waren in deze casus reeds verstreken, omdat pas?aan het einde van de middag duidelijk werd dat de twee jongens aan de
zorg van hun vader waren toevertrouwd ten tijde van zijn zelfmoord en?sinds het aantreffen van zijn lichaam al bijna 18 uur verstreken waren?toen het Amber Alert uitging. Mogelijk viel er op dat moment weinig?meer van te verwachten. In een eigen evaluatie gaf de politie aan dat?toch is besloten het Amber Alert uit te geven, omdat voor het leven van?de jongens werd gevreesd.

4.2 Burgerzoektochten

Mobilisatiekracht van het volk

Al op dinsdagavond 7 mei dienden de eerste burgers zich aan bij het?Doornse Gat om daar te helpen zoeken naar de twee vermiste broertjes.?Deze zoektochten namen in de dagen en weken erna een hoge?vlucht. Via de online media werden zoektochten georganiseerd, die her?en der honderden mensen op de been brachten om bospercelen uit te?kammen. Soms gingen hele gezinnen het bos in om te helpen zoeken.?Dergelijke burgerhulp bij vermissingen was geen nieuw fenomeen. Zo?leidde een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest in?februari 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Toen bleef?de zoektocht echter beperkt tot de dorpsbewoners. Een paar maanden?later startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort uit Goirle?een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten?van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden,?nabij de plek waar zij voor het laatst waren gezien.

In dit geval was de massaliteit waarmee werd gezocht een onderscheidende?factor ten opzichte van eerdere zoekacties. Het potenti?le?zoekgebied was ook groter dan bij voorgaande vermissingen en?daardoor konden burgers op meerdere plekken in het land hun hulp?aanbieden.

Voor sommigen werd het zelfs een bijzondere besteding?van de meivakantie (wat niets afdoet aan de oprechtheid waarmee werd?gezocht).?Wanda van den Bovenkamp ? een vriendin van de moeder ? was?een van de initiatiefneemsters die via haar Facebookpagina voor de?Utrechtse Heuvelrug op de eerste avond een impulsieve oproep deed?om te komen helpen. Er kwamen zestig mensen op af. In Nieuwe Revu (?Mijn bos is mijn bos niet meer?, 21 mei 2013) vertelde zij erover:

?Ik kwam er meteen achter dat het allemaal niet zo makkelijk is. Er?stond een mediacircus voor mijn neus. Ik moet met dingen rekening?houden waar ik nooit aan had gedacht. Wild dat wordt opgejaagd,?allerlei priv?percelen in het bos, de techniek van het uitlijnen, boswachters?die niet zo blij zijn (red.: het ging hier om een rookverbod in?het bos en de tijdsblokken waarin gezocht mocht worden). Het ging?met vallen en opstaan.?

Het perspectief van de politie

De burgerzoektochten wierpen bij de autoriteiten nieuwe vragen op:?Hoe kunnen de goede intenties van burgers worden gekanaliseerd als?zij en masse op meerdere locaties willen helpen? De politie zocht naar?een passend antwoord. Het was niet dat bij voorbaat afwijzend op de?zoekacties werd gereageerd, maar voor de politie waren de forensische?afwegingen leidend. Waar het publiek mogelijk denkt ?baat het niet,?dan schaadt het niet?, gelden er vanuit forensisch belang andere afwegingen.?Wat in dat opzicht schadelijk is, is voor het publiek niet altijd?evident. Om een situatie volgens de forensische normen af te handelen,?wordt bij voorkeur eerst de eigen mobiele eenheid (ME) ingezet.?De ME heeft voldoende capaciteit om percelen te doorzoeken, is ervoor
opgeleid en weet wat te doen als er mogelijke sporen worden aangetroffen.?Ook kunnen ? zoals ook is gebeurd ? gespecialiseerde eenheden?van Defensie worden ingezet. Daarnaast zijn er bij een zoekstrategie?soms operationele afwegingen die de politie niet altijd met het publiek?zal willen delen. Mogelijk is er sprake van een medeverdachte of zijn?andere scenario?s denkbaar en komen grote zoekacties van burgers?op een bepaalde plek of tijd slecht uit. De inzet van lijkenhonden is bijvoorbeeld?pas optimaal als het ontbindingsproces op gang is gekomen.?Het is onkies om dergelijke informatie tijdens een grootscheepse?zoektocht te delen, terwijl de afwegingen om dit type speurhonden?direct na een vermissing in te zetten, legitiem kunnen zijn. Tot slot?spelen soms ethische aspecten mee. In dit geval was het twijfelachtig of?mensen beseften wat zij mogelijk zouden kunnen aantreffen. Maar in?hoeverre moeten mensen op de eventuele consequenties van hun zoektocht?worden geattendeerd? De boodschap dat men zich moest realiseren?dat meezoekende kinderen stoffelijk overschotten zouden kunnen?aantreffen, kon betuttelend overkomen, terwijl de deelnemers aan de?zoekacties?? zeker in het begin ? lang niet altijd leken te beseffen dat hier een gerede kans toe bestond. Ouders met kinderen maakten er een?alternatief ?dagje uit? van.

Samenwerking tussen burger en politie

Voor de politie was het duidelijk dat de spontaan aangeboden hulp ?niet?te stoppen? was. Het negeren van de burgerhulp zou bij het publiek niet?in goede aarde vallen, ook al had de politie zijn eigen afwegingen om er?terughoudend mee om te gaan. Er werd gezocht naar een middenweg,?waarin de publieke acties werden begeleid door ervaren politieagenten?die enige structuur aanbrachten in de zoekacties. Hierin was een?belangrijke rol weggelegd voor de politievrijwilligers. Maar net als voor?de burgers was het ook voor de politie een proces van vallen en opstaan.
Zo zijn de politievrijwilligers soms zonder stafkaarten met grote groepen?mensen op pad gestuurd, in gebieden waarvan later bleek dat die?eerder al door de ME en mariniers waren doorzocht. In de teams kregen?politievrijwilligers te maken met zoekers van allerlei pluimage;?van ervaren Afghanistanveteranen tot huisvrouwen en studenten. Ze?structureerden de zoekacties door vooraf een briefing te geven, waarin?zij uitleg gaven hoe het zoeken in zijn werk zou gaan. Ook werd afgesproken?om tijdens het zoeken geen foto?s op sociale media te plaatsen,?om te voorkomen dat de moeder en familieleden van Ruben en Julian?eventueel via de sociale media nieuws zouden vernemen.

Na een wat rommelige start kwam er gaandeweg meer structuur?in de samenwerking tussen burgers en politie. De initiatiefnemers?stemden zoekacties af met de politie, om te voorkomen dat het rechercheonderzoek?in de wielen werd gereden. Er is ook nadrukkelijk ontmoedigd?om op eigen houtje te gaan zoeken. Het twitteraccount en?de Facebookpagina van @JulianRubenNL speelden hierbij een steeds?grotere?co?rdinerende rol. De kracht van de burger deed daarmee?online en offline zijn werk; de offline burgerhulp werd door medeburgers?via sociale media gekanaliseerd. Er ontstond uiteindelijk een?modus waarin burgers, na overleg met de politie, de ruimte kregen om?her en der in het land zoekacties op touw te zetten.

Het dilemma van de wederkerigheid

In het verlengde van de burgerzoektochten ontwaren we een interessante?kwestie: wederkerigheid. Burgers ondersteunden het zoekproces,?maar wat kregen ze daarvoor terug? Een terugkomsessie voor iedereen?die had geholpen, op de hoogte gehouden worden over de voortgang,?een dankbrief of een lintje? Verwachtingen blijven vaak onuitgesproken,?maar er zullen verschillende motivaties een rol gespeeld hebben,?zoals het uiten van meeleven, de kans om onderdeel van iets groters?te zijn, een spannend uitstapje, of de hoop op meer informatie over de?stand van zaken, of waardering. Hoe dan ook, mensen zijn bereid om?het risico te nemen. Daarin ligt voor de overheid een dilemma: een?overheid die actief het belang van zelfredzaamheid en burgerparticipatie?belijdt, draagt onverminderd een verantwoordelijkheid voor de?redzamen die (uiteindelijk) niet veerkrachtig blijken. De reciprociteit?omvat in wezen dat de burger capaciteit aanbiedt, maar er daarbij impliciet
van uit gaat dat hij of zij op de overheid kan terugvallen wanneer?hij of zij schade ondervindt. In dit geval houdt de wederkerigheid in dat?de overheid garant moet kunnen staan voor passende nazorg, mocht?dit nodig blijken. Inzet vanuit Slachtofferhulp Nederland, veelal geactiveerd?vanuit de blauwe kolom, behoort tot het standaardrepertoire.?De Nederlandse samenleving kent bovendien een zorgsysteem dat is?ingericht op het faciliteren van die reciprociteit (ook al wordt de term?wederkerigheid traditioneel niet gebruikt in combinatie met de grondwettelijke
plicht van overheden om de ?gezondheid der ingezetenen? te?bevorderen). Mochten mensen problemen ontwikkelen tijdens het verlenen?van burgerparticipatie die zij niet op eigen kracht ? dus ook niet?binnen eigen sociale kring ? kunnen oplossen, dan bestaat er een vangnet?in de vorm van professionele hulp- en zorgverleners. Het is niet?zozeer paternalistisch dan wel verstandig om mensen die inderdaad?worden blootgesteld aan een schokkende omstandigheid (het aantreffen?van kinderlichamen valt daar zeker onder, maar misschien ook het?niet vinden, hoop houden en vervolgens erachter komen dat ze tientallen?kilometers verderop liggen) te informeren over mogelijke reacties,?met de toevoeging dat die overwegend vanzelf verdwijnen. Voor de vinders?van de lichamen ligt dat vermoedelijk meer voor de hand dan voor?specifieke groepen vrijwillige zoekers. Hoe het ook zij, gedragstips hoe?met een schokkende gebeurtenis om te gaan, ook als eigen kinderen?zijn blootgesteld, kunnen eenvoudig worden verstrekt (helemaal als de?zoektocht onder co?rdinatie plaatsvindt). Mochten reacties na ongeveer?een maand niet minder worden, is een bezoek aan de huisarts aan te?bevelen. En als dat ontoereikend is, voert de verwijslijn verder.?De hier geschetste redenering is verder uitgewerkt in de ?Multidisciplinaire richtlijn psychosociale?hulp bij rampen en crises? (Impact, 2014).

3 Nafase

De ontknoping

Toen de politie op zondagmiddag 19 mei 2013 bekend maakte dat in het?buitengebied van Cothen twee lichamen waren aangetroffen, barstte?het speculatiecircus los. Het duurde uiteindelijk tot 23.00 uur ?s avonds?voordat de driehoek (de burgemeester van Zeist, de hoofdofficier?van justitie en de chef van de politie-eenheid Midden-Nederland)?in Utrecht toelichtte dat het ? zoals iedereen op dat moment al vermoedde?? hoogstwaarschijnlijk ging om de lichamen van Ruben en?Julian. Dat het niet met zekerheid kon worden gesteld, kwam doordat?de lichamen lange tijd in het water hadden gelegen en in staat van ontbinding?waren. Op basis van DNA-onderzoek werd de identiteit later?bevestigd. In de persconferentie stond hoofdofficier Bac stil bij de vraag?of de autoriteiten niet eerder op de avond naar buiten hadden kunnen?komen. Hij stelde dat een zorgvuldig (en tijdrovend) onderzoek nodig?was om de toedracht te kunnen achterhalen, mede in het licht van het
feit dat de vermoedelijke dader zelfmoord had gepleegd.

Fragment ?Eerste identificatie op basis van gevonden kleding? uit het NOS Journaal?van maandag 20 mei 2013, 00.09 uur:

Na de ontknoping van de vermissingszaak pakte de gemeente Zeist?de regie op de nafase. De aandacht ging in de eerste plaats uit naar?de binnenste cirkels van betrokkenen: de moeder, de grootouders, de school en de voetbalclub, de vriendin van de vader. Gedurende de?periode?van vermissing waren echter steeds meer mensen in Nederland?zich gaan rekenen tot de binnencirkel. Via sociale media verspreidden?zich plannen voor een stille tocht of een herdenking in Zeist of?zelfs bij Cothen, waar de jongens gevonden waren. In Limburg, waar?ook groepen mensen hadden meegezocht, werd een herdenkmoment?gehouden bij Stein, en in Kerkrade kwam een vrouw met een plan voor?een herdenking met duizend witte heliumballonnen. Dat zelfs even de?vraag rees of de Trekkertrek, die op Tweede Pinksterdag in Cothen zou?plaatsvinden, moest worden afgelast, geeft wel aan dat de impact als??groot? werd ingeschat.

Rouwen en herdenken in Zeist

Tijdens de persconferentie gaf de burgemeester van Zeist aan dat hij?zich met betrokkenen en maatschappelijke organisaties zou bezinnen?op het verder vormgeven van de verwerking. Waar gewoonlijk initiatieven?van burgers voor een stille tocht gefaciliteerd worden, was nu niet?in te schatten hoeveel mensen erop af zouden komen. Een grote toeloop?zou kunnen betekenen dat de gemeente de openbare orde en veiligheid?niet zou kunnen waarborgen. Mede om die reden werd gezocht?naar een alternatief dat wel uitdrukking gaf aan de collectieve beleving,?maar waarbij die verbondenheid niet door plaats, maar door moment?tot stand zou komen.

In overleg met de moeder werd besloten om iedereen die de jongens?wilde gedenken op te roepen om op zondag tussen 19.00 en 20.00?uur twee brandende kaarsjes in de vensterbank te plaatsen. Hiermee?werd een verbinding gelegd met Wereldlichtjesdag, die altijd op de?tweede zondag in december plaatsvindt voor kinderen die slachtoffer?zijn van geweld. Op deze manier werd tevens de aandacht wat afgeleid?van het priv?domein; niet de eigenheid van de jongens stond centraal,?maar hun positie als slachtoffer. Door een kaarsje te laten branden,?werden ze voor de buitenwereld tot een symbool gemaakt en hoefden?de moeder en andere intimi hun persoonlijke herinneringen en rouwbeleving?niet te delen met de rest van Nederland. Zodra de keuze voor?de kaarsjes bekend was gemaakt, luwde ook de storm van particuliere?initiatieven. Iedereen sloot zich aan bij de beslissing; de ballonnen in?Kerkrade werden afgeblazen. Daarnaast werden duidelijke afspraken
gemaakt om ook bij andere gedenkmomenten publiek en priv? goed?te scheiden. De uitvaart zou besloten zijn, met langs de rouwstoet???n plek waar de media foto?s mochten maken. Via de gemeente was de?afspraak gemaakt dat alleen het ANP een interview zou afnemen met?een woordvoerder van de familie. Door de sociale media goed te volgen,?werd het voor de gemeente duidelijk dat ze geen maatregelen hoefde te?treffen voor eventuele spontane stille tochten. Net als bij de zoektochten?bleek dat de snelheid waarmee het bericht zich verspreidde hielp?om de betrokkenheid binnen de samenleving te kanaliseren.

De school

Ook op de Kerckeboschschool in Zeist werd stilgestaan bij het overlijden?van de broertjes. De herdenking op school was alleen voor de kinderen,?leerkrachten en ouders toegankelijk, maar na afloop waren het?schoolhoofd en de burgemeester beschikbaar voor een kort interview.?Door op deze manier duidelijke grenzen te trekken, werd zowel aan?de direct betrokkenen als aan de kringen daarom heen proportioneel?ruimte geboden voor rouw.

Rouwen en herdenken in Wijk bij Duurstede

Niet alleen in Zeist, maar ook in Wijk bij Duurstede werd gerouwd, de?plaats waar de vader opgroeide en de kinderen regelmatig bij hun opa?en oma op bezoek kwamen. De verbijstering was er minstens zo groot?als in Zeist. Er werd een condoleanceregister geopend en de burgemeester?bracht een bezoek aan de ouders van de vader. Zij hadden immers?drie dierbaren verloren; hun zoon, die zelfmoord had gepleegd, en hun?twee kleinkinderen met wie ze een sterke band hadden. Hun verdriet?was heftig en heel dubbel, aldus de burgemeester voor RTV Utrecht:

?Bij de ouders overheerst onbegrip en ongeloof. Hun betrokkenheid?bij hun kleinkinderen is enorm. Wat hun verdriet nog complexer?maakt, is dat ze natuurlijk treuren om de zelfgekozen dood van hun?zoon en tegelijkertijd part noch deel hebben gehad aan wat hij zeer?waarschijnlijk heeft gedaan.?

5 Afronding

Dit hoofdstuk draaide om een vermissingszaak die Nederland bijna?twee weken lang in zijn greep hield. De betrokkenheid was verklaarbaar.?Anders dan een gezinsmoord waarbij het publiek vrij snel duidelijkheid?krijgt over wat er is gebeurd, was dit een drama met lange tijd?een open einde. Naarmate de onzekerheid voortduurde, werden de vragen?eerder groter dan kleiner. De online buzz over de vermissing leidde?ertoe dat de media al vanaf de eerste avond de zaak nauwgezet volgden.?Maar de vraag is of de maatschappelijke impact zonder sociale media?minder groot zou zijn geweest. Het valt te betwijfelen. De wekenlange?vermissing van Nicole van den Hurk in 1995 bijvoorbeeld (die uiteindelijk?eveneens vermoord bleek), vond plaats in de periode voordat sociale
media bestonden en ook hier was sprake van maatschappelijke onrust.?De sociale media hebben er bij deze casus wel voor gezorgd dat de vermissing?van Ruben en Julian snel in het nieuws kwam en de ontwikkelingen?(bijvoorbeeld via @JulianRubenNL) nauwgezet konden worden?gevolgd. Maar de maatschappelijke impact gedurende de weken van de?vermissing zou volgens ons ook zonder sociale media waarschijnlijk?van vergelijkbare grootte zijn geweest. De casus had voldoende componenten?in zich om ook zonder Facebook en Twitter een landelijke?impact te krijgen. De drijvende kracht achter de voortdurende aandacht?zien we in de vraag ?waar zijn de vermiste kinderen gebleven???De behoefte van burgers om te helpen een antwoord op deze vraag te
vinden, doet zich vaker voor. Het waren nu vooral de lange duur vande vermissing, de omvang van het zoekgebied en (mede daardoor) de?massaliteit van de zoekacties die deze casus extra bijzonder maakten.

Toch werden de sociale media wel een onlosmakelijk onderdeel?van de aanpak. Via de sociale media werden mensen opgeroepen om?te komen helpen en werden de zoekacties over het land gereguleerd.?Net zoals bij de verdwijning van Steve Fosset (in 2007) gebruik werd?gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te?vinden, zijn ook hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen?van goedwillende burgers te co?rdineren. Bij Steve Fosset was het?een centrale website, bij Ruben en Julian werden Facebook en Twitter?de centrale platformen. Daarnaast klonk via Facebook en Twitter ook?het collectieve medeleven door. Alles wijst erop dat de moeder zich?hierdoor erg gesteund heeft gevoeld; zij heeft herhaaldelijk haar dank?daarvoor uitgesproken.

In de kern van de zaak zien we een vader die kennelijk geen andere?uitweg zag dan zichzelf en zijn kinderen het leven te ontnemen. Op dat?aspect wijkt deze casus niet af van gezinsdrama?s die zich, hoe vreselijk?ook, vaker in Nederland voltrekken. Wat er gebeurde tijdens de eerste?uren van de vermissing en de laatste uren van beide kinderen zal een?raadsel blijven, net zoals de exacte aanleiding. Het is eerst en vooral een?drama voor de directe betrokkenen en hun omgeving. Het is dan ook?de kunst om in dergelijke situaties op een betrokken en nabije manier?de situatie te managen, zonder partij te kiezen of uitspraken te doen?over de aanleiding. In deze casus stond dat voorop en is ondanks alle?media-aandacht steeds de insteek geweest om het klein te houden en er?te zijn voor de direct betrokkenen.

DocU van RTV Utrecht over Ruben en Julian, “Twee weken tussen hoop en vrees” van zondag 18 mei 2014, met daarin oa Henk Bril aan het woord.?Henk Bril (49) loopt al wat jaren mee als hoofd recherche van de politie Midden-Nederland en zag een heleboel gezinsdrama?s voorbijkomen. Maar de kindermoord op Ruben en Julian, gepleegd door vader Jeroen Denis (38), was in alle opzichten uniek en zal tot in lengte van dagen in zijn geheugen gegrift staan. ?Bij een familiedrama vind je doorgaans heel snel alle slachtoffers bij elkaar. Nu waren wekenlang twee jongetjes zoek en kon het alle kanten opgaan. Waren ze achtergelaten zonder eten en drinken, ontvoerd? Was er misschien nog iemand anders in het spel??:

De docu is een eerbetoon aan Ruben en Julian:

Moeder Iris schreef een bedankbrief in de Telegraaf en bedankt iedereen die heeft geholpen bij het zoeken naar haar jongens.

Wouter Jong schreef eerder ook een blog over de rol van social media bij de vermissing in deze zaak en er verscheen ook een artikel in Magazine Nationale Veiligheid en crisisbeheersing over het Twitteraccount @JulianRubenNL, dat Wouter schreef samen met Jeroen Jacobs van?SocialMediaGrip?schreef, de club die zich online belangeloos inzette voor zoektocht Julian en Ruben.

Moderne Sherlock op De Ondernemers Club

Sherlock Holmes, wie kent hem niet? Als het aan TNO ligt zijn we binnenkort allemaal collega?s van deze speurneus.

Afgelopen zondag was ?De OndernemersClub? te gast in Den Haag bij The Hague Security Delta. TNO-er?Erik Ham liet in deze zevende editie zien hoe we als burgers binnenkort, gewapend met een app op onze telefoon, de politie kunnen voorzien van relevante, onmisbare informatie over een misdrijf.
TNO op RTL7 afgelopen zondag: effici?ntere opsporing van verdachten en de burger als rechercheur
Ook lichtte Erik de TNO-technologie toe waarmee n?g effici?nter verdachten van bijvoorbeeld een winkeldiefstal opgespoord en gevolgd kunnen worden.

Uitzending gemist?
Onderstaand kun je het TNO-item van afgelopen, als ook van alle voorgaande uitzendingen terugzien. Op RTLXL kun je de gehele uitzendingen terugzien.

Inspiratie voor ondernemers
De Ondernemersclub is een combinatie van een televisieprogramma ?n een ondernemersevent, gericht op groei en innovatie. Met het programma leggen initiatiefnemers TNO, ONL voor Ondernemers, EY, het Ministerie van Economische Zaken en de Kamer van Koophandel de verbinding tussen overheden, regionale overheden, kennisinstellingen, dienstverleners en ondernemers. De presentatie is in handen van Hans Biesheuvel (ONL voor Ondernemers) en Annette Wassenaar (Yellow Walnut). Dit programma is een inspiratiebron voor ondernemers: kennis opdoen, netwerken en sparren met partners.

Scholen in Leiden dicht vanwege een 4Chan bericht

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van hetlectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid?(IFV) en de?Politieacademie.?

Dreiging van een school shooting in Leiden

Menno van Duin, Annet Ponjee

Inleiding

Op zondagavond 21 april 2013 wordt via de media bekendgemaakt dat de middelbare scholen en mbo-scholen in Leiden op maandag 22 april dicht blijven. Dit in verband met een dreigement dat er op een school in Leiden een schietpartij zal plaatsvinden. Het bericht leidt tot consternatie in Leiden en de directe omgeving.
Naast de zorgen die de dreiging van een schietincident teweegbrengt, speelt ook de vraag of deze maatregel, het sluiten van scholen, noodzakelijk is, of dat het een overdreven reactie is op het bericht van ?een idioot?. In dit hoofdstuk staat het dilemma centraal tussen ?niets doen? en ?alles uit de kast halen?. Het hoofdstuk is tot stand gekomen op basis van de beschikbare evaluaties en een gesprek met burgemeester Lenferink van Leiden.


Feitenrelaas

In de nacht van zaterdag 20 op zondag 21 april 2013 neemt de politie in Z?rich (Zwitserland) contact op met de politie in Leiden (regionale eenheid Den Haag), omdat op internet een bericht staat waarin wordt gedreigd in Leiden een school shooting te plegen. Op de website 4Chan is het volgende bericht geplaatst:

4chanthreat

?Tomorrow, I will shoot my Dutch teacher, and as many students as I can. It will be on the news tomorrow. It?s a school in a dutch city called Leiden, and for more proof, I will be using a 9mm Colt Defender. I will be carrying a note with me when I go into the school
which will explain why I did it. If the message of the note will not be published, a friend of mine will post it here on 4chan a day later. Oh, and I?m using a proxy, the police is not gonna find me before tomorrow.?

Door de politie wordt de melding serieus opgepakt. Dezelfde nacht nog zet de politie interne opdrachten uit die tot doel hebben een inschatting
te kunnen maken van de ernst van de melding. De districtchef van Leiden informeert zondagochtend 21 april 2013 de leiding van de politie-eenheid in Den Haag en het gemeentebestuur. Afgesproken wordt dat als aan het begin van de middag nog geen zicht is op het IP-adres of een dader, de politie een zogenaamde Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) zal instellen. Een SGBO is een team van politiemensen dat doorgaans wordt ingesteld voor de aansturing van
het politieoptreden bij ernstige incidenten, calamiteiten of bijzondere activiteiten.

Om 12.00 uur die zondagmiddag hebben de werkzaamheden die tot dan toe zijn ondernomen nog onvoldoende resultaat gehad en dus start de politie, zoals afgesproken, een SGBO. De Algemeen Commandant (AC) van de SGBO is de districtschef van Leiden.
Rond 14.00 uur besluiten de burgemeester van Leiden en de districtschef (c.q. de AC-SGBO) om met de gebiedsofficier van justitie als driehoek bij elkaar te komen. Op zondagmiddag om 15.30 uur vindt het eerste overleg van de driehoek plaats.

Intussen wordt door de SGBO via de landelijke deskundigheidsmakelaar van de Politieacademie een gedragsdeskundige ingeschakeld. Omdat de eerste deskundige in het buitenland zit en onbereikbaar is, wordt pas zondagmiddag laat een andere gedragsdeskundige bereikt. Deze ontvangt het dreigbericht per e-mail en beoordeelt op basis daarvan (en onder tijdsdruk) dat de bedreiging serieus moet worden genomen. Omdat uit het opsporingsonderzoek van de politie nog geen nadere informatie over de zender van het bericht is gebleken, besluit de driehoek nog diezelfde avond een overleg in te plannen met de schooldirecteuren
van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs uit Leiden. Immers, deze scholen kunnen op basis van het bericht (waarin gesproken wordt van een ?leraar Nederlands?) tot de doelgroep van de bedreiging worden gerekend. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren op zondagavond dat hun scholen de volgende dag (22 april) gesloten blijven. Zij informeren hun leerlingen en medewerkers.

Mede doordat het bericht dat scholen gesloten blijven vanwege een dreiging van een schietpartij op de sociale media een grote impact heeft, worden vrijwel alle leerlingen tijdig bereikt. Slechts een enkele leerling blijkt het bericht niet voor maandagochtend te hebben vernomen. Bij alle scholen die gesloten zijn, is zichtbaar politie aanwezig. Onder medewerkers en (ouders van) leerlingen van andere scholen (basisscholen en scholen net buiten Leiden) bestaat enige verwarring waarom hun school niet gesloten is. Sommige ouders nemen geen risico en houden hun kinderen, ook al zitten ze op een andere school,?thuis. Enkele van de schooldirecteuren die niet over de sluiting van de andere scholen ge?nformeerd zijn, besluiten hun scholen eveneens te sluiten.

Rond het middaguur wordt bekend dat er een arrestatie heeft plaatsgevonden in verband met de dreiging van de school shooting. Los daarvan vindt op maandag een nadere analyse plaats van het dreigbericht waarvoor ook andere gedragsdeskundigen worden geconsulteerd. Op basis van hun analyse en nadere informatie uit het opsporingsonderzoek wordt de dreiging die van het bericht uitgaat als minder risicovol beschouwd dan de dag ervoor. Na overleg met de driehoek besluiten de schooldirecteuren dat hun scholen dinsdag weer open zullen gaan. Zowel dinsdag als woensdag zullen bij de scholen nog wel politieagenten
aanwezig zijn.

Maandagavond wordt duidelijk dat de aangehouden verdachte niets met de zaak te maken heeft. Het opsporingsonderzoek naar de afzender van het bericht wordt daarom voortgezet. Op woensdagmiddag 24 april blijkt uit het opsporingsonderzoek dat de persoon die het bericht heeft geplaatst, zich niet in Nederland, maar in Costa Rica bevindt. Daarmee komt er een einde aan de dreiging.

Dilemma

Op het eerste gezicht lijkt hier sprake van ??n dilemma: risico?s nemen (het zal wel loos alarm zijn) of risico?s mijden. Een ?duivels dilemma? noemde de Leidse burgemeester Lenferink het: ?Aan de ene kant is er het risico van overreactie. Aan de andere kant het risico dat je niks doet en er vervolgens iets ernstigs gebeurt. Dat wil je niet op je geweten hebben.? De evaluatie beschrijft het als volgt (Driehoek Leiden, 2013, p. 4):

?Het feit dat het in dit geval ging om een dreiging via internet, die niet heel specifiek was over tijd, locatie en personen, maar wel heel concreet in zijn doel, maakte het tot een, zoals de burgemeester steeds omschreef, duivels dilemma. Welke maatregelen te nemen op basis van een dergelijk internetbericht.?

In dit geval koos men voor het vermijden van de mogelijke risico?s. Daarbij speelde zeker ook mee dat men in Leiden en de regio nog niet eerder met een vergelijkbare situatie te maken had. Wordt de casus nauwkeuriger bekeken en ook datgene wat in de media rond deze casus naar voren kwam wordt meegenomen, dan blijkt echter dat een aantal vragen achter dit dilemma schuil gaat, zoals:
? Wanneer wordt door wie de beslissing genomen om de scholen te sluiten?
? Welke scholen worden gesloten?
? Wat wordt er (door wie en wanneer) naar buiten gecommuniceerd?
? Wat gebeurt er met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden (en eventueel in de regio)?
? Hoe verhouden zich de rollen van de burgemeester en het OM?

Beslissen in onzekerheid is de kern van crisisbeheersing. Immers, als je alles weet, is er nauwelijks sprake meer van een crisis. Dat verklaart ook dat achteraf velen het wat overdreven vonden dat men tot deze maatregelen overging, maar achteraf is het altijd zo veel makkelijker te adviseren hoe te beslissen!

Mede naar aanleiding van deze casus is in de bestaande Burgemeestersgame (waarin dilemma?s centraal staan) dit voorbeeld opgenomen. Bij een actieve presentatie van deze nieuwe game (Arnhem, 16 april 2014: Digitale verstoring openbare orde) gaf maar een enkeling (van de tientallen aanwezigen) aan dat zij zouden adviseren scholen te sluiten.

Bgame

Analyse

Wie besliste en wanneer?

De directeuren van Leidse middelbare scholen lieten zich die zondagavond door de driehoek de situatie uitleggen. Sommigen zagen sluiting als de enige optie; anderen twijfelden eerst wat. Toch besloten de directeuren die avond eensgezind op basis van de beschikbare informatie dat het beter was hun scholen maandag te sluiten. Terwijl bij velen het beeld leek te bestaan dat de burgemeester ? gezien zijn optreden in de media ? of de driehoek deze beslissing nam, was het feitelijk anders. Ongetwijfeld speelde de driehoek een cruciale rol, maar de formele beslissing lag bij de scholen zelf. Uiteraard lag een gemeenschappelijk?doel ? de veiligheid op de scholen ? achter deze eensgezindheid.

De vraag wie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen (de gemeente of de schooldirecteuren) is relevant. Wij zien in dergelijke situaties nogal eens dat de gemeente c.q. burgemeester een beslissing neemt, in plaats van de meest betrokken partij. Zo gelastte in 2012 de gemeente Veere vanwege de weersverwachtingen het evenement Concert at Sea af, terwijl de organisatie dat eigenlijk zelf had moeten doen. Boeiend zou het natuurlijk zijn geworden als in dit geval de schooldirecteuren een andere afweging zouden hebben gemaakt. Tegelijkertijd is dat niet zo waarschijnlijk als het OM en het gemeentebestuur?eensgezind zijn.

In het volgende ?jaarboek mini-crises? zal dan ook zeker de casus Pinkpop (2014) worden opgenomen. Hier werd ondanks ?alarmweercode rood? het festival niet afgelast en werden de aanwezigen niet ge?vacueerd. Een nadere analyse is hier op zijn plaats.

Uit de evaluatie blijkt dat de samenwerking tussen de driehoek en de schooldirecteuren als goed is ervaren:

?Er was een duidelijk gemeenschappelijk doel: de veiligheid van scholieren, docenten en overig personeel op de scholen. Het besluitvormingsproces rondom de sluiting van de scholen en de informatievoorziening is als zeer open en transparant ervaren. Hierdoor konden de schooldirecteuren een afgewogen besluit nemen en was er vertrouwen in de genomen maatregelen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 4).

Welke scholen?

leiden scholen

Op grond van de dreigingsanalyse beperkte de driehoek de dreiging tot het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Er werd gesproken over my Dutch teacher wat men vertaalde als mijn leraar Nederlands. Andere scholen ?bleven zo buiten schot?. Die zondagavond kregen de ouders van leerlingen een boodschap: ?wegens omstandigheden zijn morgen alle scholen van Voortgezet Onderwijs en MBO in Leiden gesloten?. Gelet op het dreigement was dit op zich logisch. De dreiging leek eerder gericht op deze scholen dan op bijvoorbeeld een basisschool. Maar of bijvoorbeeld ook het Luzac niet tot de bedreigde scholen?kon behoren, was veel minder zeker. Aanvankelijk was op basis van de dreigingsanalyse een uitzondering gemaakt voor het voortgezet speciaal onderwijs.

?Het besluit van de driehoek om, op basis van de dreigingsinschatting, de focus te leggen op het nemen van maatregelen bij de scholen voor voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs in Leiden had als gevolg dat er geen maatregelen zijn genomen, er geen handelingsperspectief is gegeven en ook niet direct gecommuniceerd is naar andere scholen in Leiden en buurgemeenten? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6).

Welke boodschap en welk medium? Het formuleren van een boodschap naar de buitenwacht levert in gevallen als deze misschien nog wel het lastigste dilemma op. Daarbij gaat het vooral om de mate van transparantie. Uit rampsociologisch onderzoek weten wij dat een goede waarschuwingsboodschap dient te bestaan uit een tweetal aspecten. Ten eerste geeft het aan wat het probleem of het risico is en ten tweede welk handelingsperspectief daarbij wordt aanbevolen of verwacht (Quarantelli & Taylor, 1977). Mensen zullen vaak iets vooral doen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen. In deze casus was aanvankelijk niet al te grote openheid betracht (zie onder: verhouding OM en burgemeester). ?Wegens omstandigheden? ? de opening van de boodschap van scholen aan hun leerlingen ? is natuurlijk geen formulering die tot grote helderheid bij de ontvangers zal leiden. Een andere school gaf de boodschap: ?Maandag 22 april zijn alle VO-scholen gesloten, dus ook onze school! Er zijn geen lessen. Berichten volgen via de site.? Zie bijgaand persbericht.

Persbericht Alle Leidse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen dicht door dreiging De politie heeft zondag 21 april 2013 een melding gekregen over een mogelijke schoolshooting op zeer korte termijn in Leiden. Er is door een nog onbekende persoon een bericht op een internetsite geplaatst. De gemeente, politie en openbaar ministerie nemen de zaak zeer serieus. Er is besloten om alle scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs morgen gesloten te houden. De politie heeft nog niet kunnen achterhalen wie achter het bericht zit. Ook is nog onbekend om welke school en/of locatie het zou kunnen gaan. Gezien de ernst van de dreiging is besloten om geen enkel risico te nemen en blijven alle voortgezet onderwijs en middelbare beroepsonderwijs maandag 22 april dicht. Daartoe is door de scholen in nauw overleg met de burgemeester, de officier van justitie en de leiding van de politie besloten. Maandag 22 april 2013 zullen alle betrokkenen weer bijeenkomen om de situatie nader te beoordelen. De politie zet haar onderzoek onverminderd voort. Leerlingen en hun ouders zijn voor zover mogelijk vanavond reeds ge?nformeerd en zullen via de eigen informatiekanalen op de hoogte worden gehouden. Mensen die over of naar aanleiding van dit bericht informatie hebben voor de politie kunnen bellen met 0900-8844.

Feit is dat de boodschap van de middelbare scholen aan hun leerlingen goed overkwam, ondanks dat de boodschap pas ?s avonds laat werd verspreid. De volgende dag was er nauwelijks een middelbare scholier die naar school ging. Dit toont eens te meer dat traditionele communicatiemodellen (met een zender, een boodschap, een ontvanger en een medium) achterhaald zijn. In dit geval kwamen er al snel verschillende boodschappen en nog veel meer zenders. Ontvangers kregen daardoor waarschijnlijk de boodschap zelden eenmalig, maar (per telefoon en/ of per mail) van onder andere hun school, ouders, medeleerlingen en via de massamedia. De sociale media maken ontvangers vaak tot zenders en vice versa. Er is ook niet meer sprake van ??n medium (een traditionele ?radioboodschap?), maar van verschillende media die naar elkaar verwijzen en elkaar versterken. Een krachtig element in de communicatie naar buiten was dat burgemeester Lenferink het besluit van de schooldirecteuren direct typeerde als een duivels dilemma. Natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten een enorme impact op de Leidse samenleving (maar ook daarbuiten) en kon het goed zijn dat de bedreiger niet de daad bij het woord zou voegen. En natuurlijk had de beslissing de scholen te sluiten het risico in zich dat het ?copycat?-gedrag opriep. Toch woog het alles bij elkaar genomen en met de (beperkte) informatie die voorhanden was niet op tegen de mogelijkheid dat de dreiging wel realistisch was en dat men achteraf had moeten constateren dat men het wel had geweten, maar te weinig had gedaan het te voorkomen. Eigenlijk begreep eenieder dat ? onder deze omstandigheden ? dit het dilemma was en had men ook begrip voor de maatregelen die werden getroffen. Achteraf constateerde de driehoek dat het gemeentelijke proces communicatie te laat (maandagochtend) werd opgeschaald. Dit was mede het gevolg van het feit dat de SGBO-structuur leidend bleef en er geen GRIP-structuur werd gehanteerd. ?Geconcludeerd moet worden dat als gevolg van de impliciete keuze om deze crisis af te handelen binnen de driehoek en de SGBO er niet voldoende aandacht is geweest voor de opschaling c.q. organisatie van de ondersteuning vanuit de gemeentelijke crisisorganisatie. (?) Hierdoor was er intern onduidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden en vooral over de verslaglegging (die niet in de driehoek heeft plaatsgevonden). (?) Aanbevolen wordt om ook voor?de crisisbeheersingsstructuur van een driehoek/SGBO een concrete uitwerking te maken binnen het regionaal crisisplan, zodat er meer duidelijkheid bestaat over de gemeentelijke processen en taken, over deze vorm van opschaling in het kader van de crisisbeheersing, naast de bestaande multidisciplinaire GRIP-opschaling? (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). Deze constatering is opvallend, omdat de commissie die het onderzoek naar Haren verrichtte, vrijwel het tegenovergestelde beweerde. Bij Haren?was juist de GRIP-structuur een belemmering; hier was de afwezigheid van een goede koppeling met de crisisbeheersingsstructuur een belemmering. De basisscholen? Een thema dat logisch volgt uit het voorgaande is de vraag hoe met de basisscholen en andere onderwijsinstellingen in Leiden moest worden omgegaan. Ouders met bijvoorbeeld kinderen op zowel een middelbare school als een basisschool vroegen zich vanzelfsprekend af: waarom kan mijn ene kind niet naar de middelbare maar mijn andere wel naar de naastgelegen basisschool? Als er dan (volgens het uitgebrachte persbericht) een gefrustreerde schutter is en stel dat die een lege middelbare school aantreft, gaat die dan niet naar de nabij gelegen basisschool? Kunnen de agenten niet juist beter bij die basisscholen?gaan staan? Nadat het persbericht was uitgebracht, vroegen vele ouders zich dergelijke zaken af. Die maandag is een fors deel van de basisschoolleerlingen dan ook niet op school geweest. Hun ouders en ook anderen hadden natuurlijk gelijk dat ook zij ?het zekere voor het onzekere? namen. De casus doet wat dat betreft denken aan de ontdekking van radioactieve straling na Tsjernobyl. Minister Winsemius kondigde een spinazieverbod af. Dat mocht voorlopig niet gegeten worden, maar sla, komkommer en tomaatjes die ernaast stonden, waren geen probleem. De achterliggende gedachte was dat spinazie ? door al die kleine blaadjes ? relatief veel meer radioactieve stof zou opvangen dan een krop sla of tomaten. Alleen wisten en begrepen velen dat niet. Zo was het ook met de basisscholen. Zolang mensen niet wisten dat de schutter het gemunt had op een leraar Nederlands, was de boodschap over wel het ??n maar niet het ander vaag. Er is uiteindelijk niet voldoende rekening gehouden, zo concludeerde ook de driehoek, met de gevoelens van onveiligheid op andere scholen in Leiden. Hen is geen duidelijk handelingsperspectief geboden. ?Aanbevolen wordt om bij het opstellen van een dreigingsinschatting en de besluitvorming hierover ook de impact op andere onderdelen van de samenleving op te nemen (bron- versus effectgebied) en op basis hiervan handelingsperspectieven aan te reiken, zodat, indien nodig en/of wenselijk, eigen maatregelen kunnen worden genomen? (Driehoek Leiden, 2013, p. 6). Verhouding OM en burgemeester Een klassiek dilemma ? dat ook in deze casus zichtbaar was ? was de mate van transparantie en openheid. Enerzijds was er het brede belang dat de bevolking zo snel en goed mogelijk ge?nformeerd zou worden (?het dempen van sociale onrust?); anderzijds was er een opsporingsen strafrechtelijk belang. Het gaat bij dit dilemma over bevoegdheden, afwegingen, de mate van transparantie en openheid. Deze thema?s komen veelal samen in de vraag: wie communiceert wat en wanneer naar buiten? Omdat de dreiging niet gericht was tegen een concrete school of specifieke docent, was de reactie op de dreiging formeel de verantwoordelijkheid van de burgemeester (openbare orde) en niet van de officier van justitie. Volgens het stelsel ?Bewaken en beveiligen? is immers de burgemeester verantwoordelijk voor zover het de handhaving van de openbare orde betreft; de (hoofd)officier van justitie wanneer het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is ook doorgetrokken in de lijn van de communicatie en woordvoering. Het blijft natuurlijk in dergelijke gevallen lastig om de rollen van bestuur en OM te scheiden. Openbare orde- en de strafrechtelijke handhavingstaken liggen dicht bij elkaar.?Voor een uitvoerig expos? over dit thema zie Van Duin et al., 2012, p. 126-130 De dreiging?was bijvoorbeeld in dit geval dan wel gericht op een docent Nederlands, maar in die school bevinden zich veel meer leerlingen en personeelsleden die direct of indirect ook gevaar kunnen lopen. Wanneer beide aspecten zo verweven zijn, is de lokale driehoek dan ook de plaats waar beide belangen bij elkaar komen en gewogen dienen te worden. De bestuurlijke lijn is in dergelijke gevallen vaak meer gericht op openheid, terwijl de justiti?le lijn zich vooral richt op opsporing, het niet delen van daderinformatie en dus geslotenheid. Een klassiek dilemma. De burgemeester van Leiden voerde de regie over de woordvoering. Hierbij werd in eerste instantie geen onderscheid gemaakt tussen woordvoering over openbare orde (verantwoordelijkheid burgemeester) en opsporing (verantwoordelijkheid OM). Dat leidde in het begin tot ??n gevoeligheid. Daarover uit de Volkskrant: ?De gouden tip die naar hem [de verdachte, red.] leidde is waarschijnlijk te danken aan ?een kleine verspreking van mij op maandagavond?, zegt burgemeester Henri Lenferink. ?Ik maakte bekend dat het bericht uit Costa Rica kwam en had dat in het belang van het onderzoek misschien stil moeten houden. Maar het heeft een heleboel tips opgeleverd, waarvan er eentje de gouden was.?? Overigens was de informatie dat het bericht uit Costa Rica kwam op zondagavond al bekend. Tot de laatste persconferentie pakte de afspraak zoveel mogelijk openheid en transparantie te betrachten, goed uit. Bij de laatste persconferentie (woensdag 24 april) ontstond een discussie waarin het belang van het opsporingsonderzoek (OM) en het belang van het beteugelen van sociale onrust (burgemeester) niet met elkaar te verenigen leek. Tijdens deze persconferentie voerde de officier van justitie uitgebreid het woord over opsporingsgerelateerde zaken. ?In de voorbereidingen op deze persconferentie ? waar gezegd zou worden dat de verdachte bekend was, in Costa Rica verbleef en alle maatregelen opgeheven konden worden ? is discussie ontstaan over de inhoud van de persconferentie? (Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Ondanks het feit dat de burgemeester met de hoofdofficier van justitie had afgestemd welke informatie (vrijwel alles met uitzondering van de naam van de verdachte) naar buiten zou worden gebracht, gebeurde dat aanvankelijk tijdens de betreffende persconferentie niet. Uiteindelijk is tijdens de persconferentie ? na een moeilijke start ? alsnog de tot dan toe gehanteerde strategie van maximale transparantie en openheid doorgevoerd (zie Driehoek Leiden, 2013, p. 9). Deze persconferentie verdiende, mede door dit geharrewar, zeker geen schoonheidsprijs. Het maakte wederom duidelijk dat de spanning tussen het strafrechtelijk belang en het dempen van de sociale onrust een lastig dilemma betreft dat zich de komende jaren zeker in nieuwe, grotere of kleinere, clashes tussen burgemeesters en het OM zal uiten.

Afronding

De politie heeft in totaal 443 mandagen in het onderzoek gestopt; 25 instanties om advies heeft gevraagd; op maandag en dinsdag zeven schoollocaties bewaakt en zowel rechercheurs als een arrestatieteam paraat gehad. Daarbij viel ook op dat in de SGBO geen liaison van het OM aanwezig was, waardoor er onduidelijkheid was over de verhouding tussen de SGBO en het onderzoeksteam onder leiding van de officier van justitie. Hierdoor raakte het OM pas op de hoogte van de casus toen de driehoek werd geactiveerd (Driehoek Leiden, 2013, p. 7). De interne evaluatie van de politie-eenheid Den Haag leverde dan ook?de nodige lessen op (over dubbelrollen; betrokkenheid van de korpsleiding; een effectiever gebruik van de SGBO e.a., bron:?Politie-eenheid Den Haag, 2013). Vanzelfsprekend hebben ook gemeente, OM, scholen en andere instanties veel tijd aan het dreigbericht besteed.

Hoewel er jaarlijks vele duizenden bedreigingen via internet worden geuit, werd deze dreiging om verschillende redenen (site, specificiteit) aanvankelijk door deskundigen serieus genomen. Op grond daarvan moesten de autoriteiten wel handelen. Dat leidde tot het duivelse dilemma, dat mede door de betrachte transparantie door betrokkenen overwegend goed werd opgevat. Dat aanvankelijk bij de communicatie onvoldoende duidelijk was waarom andere Leidse scholen wel open konden blijven, kan ? gezien de snelheid waarmee de beslissing diende te worden genomen ? als een begrijpelijke schoonheidsfout worden beschouwd.

Frappant is dat een mededeling laat op zondagavond de volgende dag bij alle betrokkenen bekend was. Dat betekent dat het dikwijls gehoorde argument om burgers niet te informeren, omdat er maar geringe (handelings)tijd is (en er dus alleen maar paniek zou uitbreken), echt naar het land der fabelen kan worden verwezen.

Bekijk eventueel nog het?verslag van het liveblog van de NOS?over deze casus.?Er?is al eens eerder een dreigement geplaatst voor een schietpartij op een Nederlandse school.?In maart 2009 dreigde een 18-jarige jongen uit Rijsbergen op die site met een schietpartij op een school in Breda. Na verhoor bekende de jongen. Hij zei dat het een grap was.

De kopschoppers van Eindhoven

In het vandaag gepresenteerde boek ?Lessen uit crises en mini-crises 2013? blikken professionals uit verschillende geledingen terug op achttien bijzondere gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Daaronder zijn bekende casus als de vermissing van Ruben en Julian, de brand in Leeuwarden, de dreiging van een school shooting in Leiden en de examenfraude op de Ibn Ghaldoun. Maar ook een aantal ?gekke? casus, zoals de duizend bommen en granaten in Den Helder en de huisarts uit Tuitjenhorn passeert de revue.

Crisisbeheersing anno 2013: sociale media en burgerhulp vergen improvisatievermogen
Groot was de spontane hulp na de vermissing van de broertjes Ruben en Julian; vergelijkbaar was de respons van ?058helpt? na de brand in Leeuwarden. In 2013 werden zoektochten georganiseerd om de vermiste broertjes te vinden en werd huisraad ingezameld?voor diegenen van wie de woning bij de brand verloren was gegaan. Hulp ten tijde van rampen en crises is van alle tijden; sociale media blijken daarbij een hulpmiddel, maar zijn soms ook stoorzender. ?Gedoe? rond de eigenlijke crisis, mede door de impact van sociale media en burgerhulp, vraagt vooral groot vermogen tot improviseren van de betrokken professionals.

Bij vrijwel elk van deze gebeurtenissen speelden sociale media ? soms ten positieve, maar soms ook in negatieve zin ? een rol. Vanwege berichten op sociale media ontstond een heksenjacht op ?de kopschoppers? van Eindhoven, werden bestuursleden van de pedoseksuelenvereniging Martijn belaagd, en werd in Leiden rekening gehouden met een schietincident. Tegelijkertijd zou de chaos bij de najaarsstorm zonder sociale media groter zijn geweest.

De auteurs concluderen dat bij veel casus zich ontwikkelingen voordoen, onder andere onder invloed van sociale media, waardoor bestuurlijke en operationele zaken anders verlopen dan verwacht. Dit maakt, hoewel een zekere voorbereiding natuurlijk ook nodig is, vooral het vermogen tot improvisatie cruciaal voor crisisbeheersing. Auteur en lector Crisisbeheersing Menno van Duin: ?Het gedoe rondom de gebeurtenissen neemt almaar toe. Zeker ook door de impact van sociale media. Vroeger deed je als hulpdienst gewoon je stinkende best, en dat doen ze nog steeds. Maar tegelijkertijd voltrekken zich allerlei processen waar men geen invloed op heeft. De noodzaak tot flexibiliteit en nuchterheid is daarom misschien wel de belangrijkste les om te trekken. Geen calamiteit of mini-crisis verloopt conform een vooraf uitgewerkt scenario.?

De terugblik op crises uit 2013 biedt inzicht in de bestuurlijke en operationele dilemma?s van de situaties afzonderlijk en daarmee lessen voor de crisisbeheersing. Het geeft ook aan wat verschillende gemeenschappen in 2013 zoal bezighield en hoe bestuurders en hulpdiensten hiermee omgingen. De publicatie, een vervolg op de editie van 2012, is een initiatief van het lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en de Politieacademie. Het eerste exemplaar wordt op 7 oktober aangeboden aan Henri Lenferink, burgemeester van Leiden.

Iedere dag wordt een nieuwe casus online geplaatst, en hieronder kun je de eerste lezen:

De kopschoppers van Eindhoven

kopschoppers2

Door:?Vina Wijkhuijs, Arnout de Vries, verschenen in “Lessen uit crises en mini-crises 2013” van het IFV

In de publicatie Lessen uit crises en mini-crises 2013 (publicatie oktober 2014), wordt van elk van?18 kleine?en grotere crises die speelden in 2013?een korte beschrijving?gegeven, waarna een of meerdere dilemma?s aan de orde komen. Het gaat dan?bijvoorbeeld om de rol van procedures, het omgaan met maatschappelijke onrust, de beeldvorming in de media en ook de rol van de sociale media. ?Het gaat er hierin vooral om?cruciale dilemma?s in kaart te brengen en antwoord te geven op de vraag waarom?zaken gaan zoals ze gaan. Niet oordelen, maar verklaren en inzichtelijk maken, is de leidraad.?

1. Inleiding?

Op 4 januari 2013 wordt in Eindhoven een 22-jarige student door een aantal jongens in elkaar geslagen. Hij wordt daarbij meerdere malen tegen zijn hoofd geschopt en vervolgens bewusteloos achtergelaten. Het incident blijkt op bewakingscamera?s te zijn vastgelegd. De beelden worden door het Openbaar Ministerie (OM) vrijgegeven aan de regionale televisiezender Omroep Brabant, die ze op maandagavond 21 januari vertoont in een opsporingsprogramma. De beelden zijn schokkend en de reacties erop vinden hun weg via sociale media. Binnen enkele dagen melden de jongens zich bij de politie.

Burgerhulp bij opsporingszaken is een al langer bestaand fenomeen. Met de opkomst van sociale media zijn de mogelijkheden alleen maar toegenomen. Burgers kunnen een belangrijke rol spelen bij het oplossen van zaken, maar aan het inschakelen van burgers bij de opsporing van strafbare feiten kleven ook nadelen. In dit geval ontstond door de uitgebreide verspreiding van de beelden via sociale media een heuse klopjacht op de jongens die bij het incident betrokken waren. Daardoor nam voor hen de druk toe om zich bij de politie te melden, maar uiteindelijk kende de rechter, zowel in eerste instantie als later in hoger beroep, aan de daders een strafvermindering toe, omdat door het integraal uitzenden van de beelden hun privacy ernstig was geschaad. Daarmee staan politie en het OM voor een dilemma: Hoe in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing te (blijven) betrekken en te voorkomen dat daardoor sociale onrust ontstaat en/of de strafvervolging wordt geschaad? Eerst volgt het feitenrelaas. Aansluitend gaan we in op het dilemma. Het hoofdstuk is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, een gesprek met hoofdofficier Greive en berichten uit diverse media met daarin ook duiding door experts.

2. Feitenrelaas

Acht jongens (15 tot 19 jaar oud) gaan op 4 januari 2013 een nachtje stappen in Eindhoven. Op een gegeven moment ontstaat er enige irritatie, waarbij een van hen zich op enkele fietsen botviert. Een voorbijganger, een 22-jarige student uit Oirschot, zegt daar wat van. Dat schiet de jongens in het verkeerde keelgat. Ze slaan en schoppen de voorbijganger en laten hem bewusteloos achter. Het slachtoffer is er, met een zware hersenschudding en verwondingen aan kaak en mond, nog relatief goed vanaf gekomen. Van de daders ontbreekt nadien elk spoor. Het incident blijkt echter door bewakingscamera?s te zijn vastgelegd.

Op maandagavond 21 januari laat het OM de beelden van de mishandeling tonen in het opsporingsprogramma Bureau Brabant. Te zien is hoe een groepje jongens van het Stratumseind richting de Vestdijk lopen. ?Ze zijn op oorlogspad lijkt het wel?, luidt het commentaar van Omroep Brabant. Wanneer twee andere jongens die op weg zijn naar huis hun pad kruisen, wordt een van de twee omver geduwd. Hij probeert weer overeind te komen, maar krijgt rake klappen op zijn hoofd. Hij wordt vervolgens herhaaldelijk geschopt en geslagen en wordt, al bewusteloos, tegen zijn hoofd geschopt. Dan rennen de jongens weg en laten het slachtoffer alleen achter.[1]

Het filmpje wordt veelvuldig verspreid via sociale media. GeenStijl plaatst het filmpje nog diezelfde avond online. Op Facebook, Twitter en andere sociale media wordt opgeroepen om de beelden zoveel mogelijk te delen. Ook het zangduo Nick en Simon, Peter R. de Vries en enkele andere publieke figuren roepen via Twitter op om de video te verspreiden.[2] Er volgt een golf van afkeer en ongeloof. Daarnaast is er ook veel medeleven voor het slachtoffer.


De volgende dag, dinsdag 22 januari, melden twee jongens zich bij de politie in Eindhoven; zij worden direct aangehouden en vastgezet. Op woensdag 23 januari meldt een derde jongen zich. Diezelfde dag doet de persofficier van het OM via Omroep Brabant de oproep niet langer gegevens van mogelijke verdachten via internet te verspreiden, omdat dit averechts kan werken voor de uitkomst van het strafproces.[3] Donderdag 24 januari melden de vijf andere jongens zich bij de politie in hun woonplaats Turnhout.

Burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout brengt op vrijdag 25 januari een bezoek aan burgemeester Van Gijzel van Eindhoven om mede namens de Turnhoutse bevolking zijn medeleven te betuigen over het hetgeen gebeurd is. Hij laat weten dat zijn stad (met 41.000 inwoners) erg geschokt is door het geweld, maar maakt zich ook zorgen over de heksenjacht naar de verdachten op sociale media. Daar verschijnen foto’s en adressen van de verdachten en oproepen om ze aan te pakken. ?Het leeft enorm in Turnhout. Ik word zelf veel aangeklampt, gemaild, gebeld, maar zie ook allerlei reacties via de sociale media?, aldus Brentjens.[4] Op het online magazine GeenStijl zijn bij een groepsfoto de namen van zes van de acht jongens gepubliceerd.[5]

Van de drie jongens die zich bij de politie in Eindhoven hadden gemeld, wordt er ??n op 28 januari vrijgelaten, omdat hij volgens het OM niet actief aan het geweld had deelgenomen. Voor de vijf jongens die nog in Belgi? zijn, dient het OM bij de Belgische autoriteiten een uitleveringsverzoek in. Voor drie van hen wordt dat verzoek later weer ingetrokken.[6] Over het uitleveringsverzoek van de andere twee dient eerst een Belgische rechter te beslissen. In het voorjaar van 2013 bepaalt het Hof van Cassatie in Brussel dat de twee verdachten, ondanks dat zij ten tijde van de mishandeling minderjarig waren, aan Nederland mogen worden uitgeleverd.[7]

De uiteindelijk vier verdachten van de mishandeling verschijnen op 14 augustus voor de strafrechter; door het OM is hen poging tot doodslag ten laste gelegd. De rechtszaak heeft echter een iets andere uitkomst dan het OM had gedacht. De rechtbank veroordeelt weliswaar drie van de vier verdachten, maar gunt hen in hun veroordeling een strafkorting van twee maanden, omdat volgens de rechtbank het OM bij het vrijgeven van de beelden niet de juiste afweging heeft gemaakt. Door het vrijgeven van de beelden is volgens de rechtbank de privacy van de jongens ernstig geschaad.[8]

Tegen de uitspraak in de zaken van twee daders (de hoofdverdachten) stelt het OM hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Bosch. Op 11 december 2013 doet het gerechtshof uitspraak: aan ??n dader wordt een iets hogere straf opgelegd, maar het gerechtshof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat voor beide daders een strafkorting van twee maanden passend is. Volgens het gerechtshof had het OM minder zware middelen (dan het volledig tonen van bewakingsbeelden) kunnen inzetten om de daders op te sporen.
Door het OM is na deze uitspraak cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Daarin staat niet meer de veroordeling van de daders centraal,[9] maar de vraag of het gerechtshof, met het toekennen van een strafvermindering van twee maanden, aan de schending van de privacy van verdachten de juiste consequenties verbonden heeft. Op het moment van schrijven, moest de uitspraak in cassatie nog volgen.

3. Dilemma

De politie en het OM doen al jaren bij de opsporing van strafbare feiten een beroep op burgers. Aangezien dit voornamelijk via de media gebeurt, biedt de opkomst van sociale media nieuwe mogelijkheden. Een bericht op Twitter of YouTube waarin de politie om tips vraagt over bijvoorbeeld een overval of inbraak, is allang geen unicum meer, maar eerder dagelijkse praktijk. Ook het aantal burgers dat via Amber Alert, NL-Alert of Burgernet van een vermissings- op opsporingszaak op de hoogte gebracht wil worden, is groeiende. Aan sociale media zijn voor de opsporingspraktijk echter ook nadelen verbonden. Niet alleen verschijnen op sociale media allerlei berichten waaruit een re?le dreiging zou kunnen spreken en die daarom door de politie wel moeten worden gemonitord (alleen al op Twitter worden per dag 35.000 meer of minder ernstige bedreigingen geuit).[10]

Daarnaast kan een officieel opsporingsbericht door de uitgebreide mogelijkheden van sociale media ongewenste effecten tot gevolg hebben, bijvoorbeeld een inbreuk op de privacy of bedreiging van personen of zelfs eigenrichting. Na de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven werd door de actieve verspreiding van informatie over de verdachten de privacy van personen zodanig geschaad dat dit voor de rechter reden was aan de daders een strafvermindering toe te kennen. De vraag is hoe met dit soort mogelijke effecten van opsporingsberichtgeving om te gaan? Het dilemma dat hier centraal staat is: Hoe kunnen het OM en de politie in het huidige media-tijdperk burgers bij de opsporing blijven betrekken en tegelijkertijd voorkomen dat dit tot maatschappelijke onrust leidt die de strafvervolging schaadt?In het nu volgende wordt hier op ingegaan.

4. Analyse

Opsporingsberichtgeving en strafvervolging

Het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel de hulp van het publiek in te schakelen bij het oplossen van deze zaken, wordt opsporingsberichtgeving genoemd (Van Erp, 2012). Een klassieke vorm van opsporingsberichtgeving zijn de korte, urgente politieberichten, waarin aan de hand van een signalement van een vermist persoon of slachtoffer van een geweldsdelict het publiek om nadere informatie wordt gevraagd. Ook het AVRO-programma Opsporing Verzocht is een bekend voorbeeld. Het programma dat inmiddels al zo?n dertig jaar bestaat, trekt nog steeds ruim een miljoen kijkers per uitzending. Door Van Erp et al. (2012) is de bijdrage van dit programma aan de oplossing van opsporingszaken onderzocht. Uit hun onderzoek bleek dat het uitzenden van een opsporingsbericht Opsporing Verzocht de kans op het oplossen van een zaak verhoogt van ongeveer 25 naar 40 procent.[11] Een goed bekeken uitzending van het programma Opsporing Verzocht kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing van een zaak. Wat de bijdrage van regionale opsporingsprogramma?s in deze is, is vooralsnog niet onderzocht.

Zonder de uitzending van de beelden van het incident in Eindhoven in het opsporingsprogramma van Omroep Brabant waren de daarbij betrokken jongensnaar alle waarschijnlijkheid niet aangehouden. De verdachten waren bij de politie niet bekend en daarom werd de hulp van het publiek ingeschakeld. Voor de mishandeling zijn uiteindelijk drie jongens veroordeeld. Zij kregen jeugddetentie opgelegd vari?rend van zes tot tien maanden. De rechter kende echter, ook in hoger beroep, aan de jongens een strafvermindering toe. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat een strafvermindering van toepassing was, mede vanwege de buitengewoon grote media-aandacht voor de uitgezonden beelden en de gevolgen die dit voor de verdachten en hun familie heeft gehad.

?De verdachten zijn door bekende en onbekende personen benaderd. Hun namen, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Ze zijn op straat herkend en tot in hun woning achtervolgt. Ze zijn hun opleiding of hun werk kwijtgeraakt. Ze zijn bedreigd?, aldus de rechtbankvoorzitter. [12]

De rechtbank achtte de privacy-schending verwijtbaar aan het OM, omdat toestemming was gegeven de beelden integraal uit te zenden en op internet te plaatsen, terwijl te voorzien was dat de beelden ook door andere omroepen zouden worden gebruikt en (onder andere) op YouTube en Facebook zouden worden geplaatst. Het Gerechtshof Den Bosch bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde dat met het integraal uitzenden van de camerabeelden de privacy van de verdachten onnodig vergaand was geschonden. Er had (conform de eis van subsidiariteit) door het OM gezocht moeten worden naar ?voor de verdachten minst ingrijpende opsporingsmiddelen.? Volgens het gerechtshof had in deze zaak voor een minder zwaar opsporingsmiddel gekozen kunnen worden, zoals het tonen van ?stills? (stilstaande beelden uit de opname).[13]

Proportionaliteit en subsidiariteit

Volgens de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het College van Procureurs-Generaal dient het OM bij de beslissing om al dan niet van opsporingsberichtgeving gebruik te maken altijd een afweging te maken tussen enerzijds de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en anderzijds de persoonlijke levenssfeer van verdachten, slachtoffers en getuigen. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is zowel een grondrecht (art. 10 Grondwet) als een mensenrecht, omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bij het gebruik van opsporingsberichtgeving hoort het OM daarom nadrukkelijk rekening te houden met ?het grote (en steeds grotere) bereik van verschillende mediavormen zoals het internet en de omstandigheid dat eenmaal gepubliceerde berichtgeving zich niet zonder meer laat verwijderen of herroepen? (zie par. 4.4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving). De zwaarte van het in te zetten middel moet in verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit); hierbij speelt ook de ernst van het delict een rol. Voor opsporingsonderzoek naar verdachten die niet bij de politie bekend zijn, is bijvoorbeeld opsporingsberichtgeving pas toegestaan als het een delict betreft waarvoor een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd. Voor de mishandeling in Eindhoven was dit het geval. Daarnaast hoort het middel pas te worden ingezet als een eventueel lichter middel niet tot voldoende resultaat heeft geleid of zal kunnen leiden (subsidiariteit). Naar het oordeel van de rechter was aan dit vereiste niet voldaan en had met een andere, lichtere, vorm van opsporingsberichtgeving kunnen worden volstaan.[14]

In deze zaak heeft het OM de rechter er dus niet van weten te overtuigen waarom de beelden van de bewakingscamera?s integraal zijn uitgezonden. De motivatie van het OM was, dat daar bewust voor was gekozen vanwege de ernst van de zaak, aldus de hoofdadvocaat-generaal van het Ressortparket Den Bosch, dat namens het OM de strafzaak in hoger beroep behandelde.[15] Eerder, na de uitspraak van de rechtbank in augustus 2013, lichtte de landelijk persofficier het standpunt van het OM als volgt toe:

?We hebben ons afgevraagd of we hetzelfde resultaat zouden krijgen met minder ingrijpende opsporingsmethoden en kwamen tot de conclusie dat dat niet kon (? ). Onze ervaring is dat naarmate de beelden intenser en ingrijpender zijn de bereidheid bij het publiek groter is om ons te helpen. Het is alleen nu moeilijker om in te schatten wat het effect van het vrijgeven van de beelden is.’ [16]

Behalve dat het OM naar het oordeel van de rechter een lichter vorm van opsporingsberichtgeving had kunnen inzetten, had het OM in deze zaak ook een vormfout gemaakt, die door de rechter werd meegewogen in het oordeel over de strafmaat. De beslissing tot het uitzenden van de beelden was niet door de hoofdofficier van justitie genomen, zoals in de Aanwijzing opsporingsberichtgeving is voorgeschreven, maar feitelijk door een officier van justitie in opleiding.

Reacties van het publiek

De vraag waar ook het OM voor staat, is in hoeverre de reacties van burgers op opsporingsberichten zijn te voorzien en hoe met onvoorziene reacties om te gaan. In deze casus volgde na de uitzending van de beelden een golf aan verontwaardigde reacties en oproepen om de daders op te sporen. Al na een dag verscheen op internet een groepsfoto van de verdachten; op het online magazine GeenStijl werden daarbij de namen van zes van de acht jongens vermeld. Het naming and shaming was begonnen. De jongens die op het filmpje te zien waren, ondervonden daarvan de gevolgen. Werd eerst gesproken over de ?acht van Eindhoven?, na hun aanhouding raakte de term ?kopschoppers? in zwang. Dat woord werd zelfs door Van Dale genomineerd om als woord van het jaar 2013 te worden verkozen. Het woord ?kopschopper? legde het uiteindelijk af tegen ?selfie?, maar is desalniettemin in het woordenboek opgenomen als ?een geweldpleger die zijn slachtoffer (zwaar) lichamelijk letsel toebrengt door deze tegen het hoofd te schoppen, ook als hij of zij al (gewond en/of hulpeloos) op de grond ligt.?

Met de term ?kopschoppers? werd niet alleen uitdrukking gegeven aan de ernst van het incident, maar ook de situatie zogezegd ?geframed?. De aangehouden jongens werden in de media als ?kopschoppers? aangesproken en daarmee bij voorbaat schuldig bevonden. Of alle acht jongens die op de beelden te zien waren ook daadwerkelijk geweld hadden gepleegd, stond op dat moment echter nog niet vast. Een ander gevolg van het naming and shaming was dat ook een naamgenoot die niets met het incident te maken had, werd bedreigd.[17]

In NRC Handelsblad stelde universitair docent strafrecht Kwakman dat het OM, door burgers bij de opsporing te betrekken, tot op zekere hoogte verantwoordelijk is voor de ?dynamiek? die daarna onder burgers ontstaat. ?Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan?, aldus Kwakman,[18]?en hij gaf daarbij als voorbeeld de casus van Winschoten, waar de politie in 2012 op zoek was naar een pyromaan:

?De politie betrok de burgers. ?Wees oplettend?, zei ze. Daar is op zich niets mis mee. Maar burgers kunnen zo?n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.?[19]

Hoofdofficier van justitie Greive, die binnen het OM verantwoordelijk is voor de manier waarop de media worden ingezet, stelde zich in hetzelfde artikel op het standpunt dat het OM niet verantwoordelijk is voor de klopjacht die na de uitzending van het opsporingsprogramma ontstond. Het OM houdt in de opsporingsberichtgeving rekening met een mogelijke inbreuk op de privacy van personen. Beelden van omstanders en ook slachtoffers worden daarom veelal onherkenbaar gemaakt. Als een opsporingsbericht echter niet door het publiek wordt opgepakt, mist het zijn doel. Een opsporingsbericht zal daarom altijd voldoende aandachttrekkend alsook aandachtrichtend moeten zijn. Wat het uiteindelijke ?media-effect? van een opsporingsbericht is, blijft evenwel moeilijk te voorspellen, aldus Greive.

Voor beide argumenten valt natuurlijk iets te zeggen. Het OM zal (ook gezien de uitspraak van de rechter) in haar opsporingsberichtgeving met de reactie van het publiek rekening moeten houden, maar geheel voorkomen dat anderen de zaak op de spits drijven kan het niet. Daarvoor zijn de krachten van sociale media te onvoorspelbaar. Over de storm aan reacties na de uitzending van de beelden was ook het OM enigszins verbaasd.[20] De beelden werden op sociale media veelvuldig geraadpleegd en gedeeld. Zowel enkele prominente Nederlanders als online forums speelden hierbij een rol.

Dat in dit geval de beelden van de mishandeling zulke heftige emoties opriepen, kwam echter ook door het commentaar van Omroep Brabant bij het filmpje. Met frases als ?Ze zijn op oorlogspad, lijkt het wel? en ?Nog is het niet genoeg? was dat van een geheel andere toon, dan die we van het programma Opsporing Verzocht gewend zijn. Met een ander commentaar bij de beelden (bijvoorbeeld: uiteindelijk is het wel goed afgelopen) en een meer nauwgezette selectie van beeldmateriaal waren de reacties van het publiek mogelijk minder heftig geweest, maar dat valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nu eenmaal mensen die er een ?sport? of soms hun beroep van maken om daders van strafbare feiten op te sporen. We spreken dan alleen niet meer van burgerparticipatie, maar van burgeropsporing (zie hierna).

Afstemming met burgemeesters

Voor situaties waarin naar aanleiding van een opsporingsbericht maatschappelijke onrust dreigt te ontstaan, is ook de opmerking van burgemeester Brentjens van de Belgische gemeente Turnhout van belang. Naar zijn mening zouden burgemeesters (meer) betrokken moeten worden bij de opsporingsberichtgeving, zodat zij vooraf kunnen inschatten wat een opsporingsbericht in hun gemeente teweeg kan brengen.[21]?In dit geval was echter bij de politie en het OM de identiteit en ook de woonplaats van de jongens niet bekend en was dit juist reden de beelden te vertonen. Vooraf contact opnemen met de burgemeester van de eventuele woonplaats dus was feitelijk onmogelijk.

De situatie waar burgemeester Brentjens evenwel mee te maken kreeg, was een situatie van maatschappelijke onrust. Inwoners uit zijn gemeente waren geschokt over wat er in Eindhoven was gebeurd en ook hoe daarop werd gereageerd. Vanwege de klopjacht op de vijf jongens uit Turnhout werd zelfs door de Belgische politie bij hun woningen gepatrouilleerd.[22] Brentjens bracht daarom een bezoek aan burgemeester Van Gijzel om, mede namens de Turnhoutse bevolking, zijn medeleven met het slachtoffer over te brengen en zijn ontsteltenis over de ontstane situatie te uiten. Na afloop van hun overleg gaven beide burgemeesters een korte persverklaring, waarin zij opriepen de hetze tegen de verdachten te staken en te vertrouwen op de strafrechtelijke afhandeling van de zaak.[23]

Met hun oproep hoopten zij dat de rust in hun gemeenten zou terugkeren.

Burgemeester Van Gijzel werd overigens enkele dagen later wel ge?nformeerd over het voornemen van het OM om opnieuw beelden van een mishandeling (in Oosterhout) vrij te geven. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de burgemeester lieten op 28 januari 2013 een gezamenlijke verklaring uitgaan, waarin zij aankondigden dat er ? ondanks de commotie over het filmpje van de mishandeling aan de Vestdijk in Eindhoven – opnieuw beelden van een mishandeling zouden worden uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.[24] Die uitzending leidde nauwelijks tot commotie en leverde een groot aantal tips op. Maar ook in deze zaak werd het OM later door de rechter zogezegd op de vingers getikt en aan de verdachten een strafvermindering toegekend. Omdat de politie in deze zaak al verdachten op het oog had, had de politie eerst de verdachten zelf met de camerabeelden kunnen confronteren, alvorens over te gaan tot uitzending in het opsporingsprogramma, aldus de rechter.[25]

Van burgerparticipatie naar burgeropsporing

Wanneer via opsporingsberichtgeving de hulp van het publiek wordt ingeroepen voor de opsporing van verdachten van misdrijven ligt het initiatief, en daarmee in principe ook de regie, bij het OM en de politie. Deze casus toont hoe lastig het is om in het huidige media-tijdperk die regie te voeren. Na uitzending van de beelden van de mishandeling in Eindhoven namen burgers het initiatief over; eigenrichting lag op de loer.

Bij burgeropsporing gaat het om acties als het observeren en horen van mensen, het opvragen van gegevens, en het gebruik van verborgen camera?s. Het zijn rechercheactiviteiten waaraan voor de politie, wil zij die kunnen uitvoeren, voorwaarden verbonden zijn (voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris, verplichting tot nauwkeurige verslagleggen en dergelijke). Voor burgers zijn dergelijke voorwaarden niet opgesteld, wat niet wil zeggen dat ?alles maar mag, zolang het aan de opheldering van misdrijven bijdraagt?.[26] Ook als burgers informatie over (vermeende) verdachten verzamelen en verspreiden, is dat aan privacy-normen gebonden. Lastig in het huidige media-tijdperk is wel dat eenmaal gepubliceerde informatie die onjuist blijkt en/of de privacy van personen schaadt, al binnen korte tijd ? via bijvoorbeeld een retweet of een reactieveld op een site – onder velen kan zijn verspreid. Menigeen verschuilt zich dan achter het excuus niet ?de bron? van de informatie te zijn.

Er bestaan tegenwoordig meerdere particuliere websites waarop informatie over verdachten van misdrijven te vinden is (zie Van Erp, 2011). Boevenvangen.nl biedt bijvoorbeeld naast een overzicht van alle uitstaande opsporingsberichten ook een iphone-app waarmee de gebruiker een attendering krijgt als hij zich op een locatie bevindt waar een delict is gepleegd. Daardoor krijgen delicten die vaak niet meer dan lokale aandacht genieten een landelijk bereik. De website is bovendien recent een samenwerking met SBS6 aangegaan: in april 2014 zond de omroep de eerste aflevering van het misdaadprogramma Boeven Vangen uit.[27]

GeenStijl roept op zijn beurt bezoekers op om zelf op zoek te gaan naar de verdachten en ?namen en rugnummers? te leveren. Met slogans als ?herken ze allemaal? en ?tijd gaat nu in? activeert GeenStijl de bezoeker als het ware tot ?een jacht op de dader? (Van Erp, 2011). Hoewel de toon verschilt, zijn de motieven van de site vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld misdaadverslaggever Peter R. de Vries, wiens interventies de afgelopen jaren tot de oplossing van enkele geruchtmakende moordzaken en tot de invrijheidstelling van onschuldig veroordeelde burgers hebben geleid. Bekend is ook zijn televisie-uitzending over Joran van der Sloot, waarin met verborgen camera?s opgenomen gesprekken werden getoond.

Voor het opnemen en uitzenden van beelden is tegenwoordig geen eigen televisieprogramma meer nodig. Vrijwel iedereen kan vrij eenvoudig foto?s of een filmpje op internet plaatsen, zonder een weloverwogen afweging te maken waar het OM aan gehouden is. Die beelden zullen bovendien visueel eerder van een betere kwaliteit zijn dan die van bewakingscamera?s die doorgaans door het OM worden gebruikt. Het is vervolgens voor burgers een kleine stap om via sociale media een netwerk te mobiliseren om een zaak ?op te lossen?.

De politie en het OM hebben dus al lang niet meer het monopolie op het verzamelen en verspreiden van informatie over verdachten van misdrijven. Buurtonderzoek vindt nu ook online door burgers zelf plaats. Inmiddels zijn er op YouTube al tal van beelden te vinden van particuliere bewakingscamera?s waarop verdachten van een diefstal of inbraak te zien zijn, gepubliceerd door winkeliers, tankstationhouders of burgers (Van Erp, 2011). We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkelingen en onduidelijk is nog wat de mogelijke gevolgen hiervan kunnen of zullen zijn.

5. Afronding

Bij de zware mishandeling in Eindhoven op 4 januari 2013 waren minderjarige jongens betrokken die, onder invloed van alcohol, kennelijk niet beseften wat zij feitelijk deden. Het was deels toeval dat het incident plaatsvond op een hoek van een straat die binnen het bereik van een bewakingscamera lag. Er waren daardoor beelden met het hele verloop van het incident vastgelegd.

De zaak van de ?kopschoppers? van Eindhoven toont hoeveel moeite het OM en de politie hebben om de krachten van sociale media in te schatten en, waar nodig, in bedwang te houden. Nadat – twee dagen na de uitzending van de beelden – drie verdachten zich bij de politie hadden gemeld (en ook de andere verdachten bekend waren), deed het OM een dringende oproep om niet langer informatie over de verdachten via internet te delen. Een oproep die enkele dagen later door de burgemeesters van Eindhoven en Turnhout werd herhaald, om een einde te maken aan de sociale onrust in hun gemeenten.Het bleek tevergeefs. Met de term ?kopschoppers? was de toon gezet en werd de klopjacht op de verdachten voortgezet.

De opsporingsberichtgeving had in deze casus desondanks een positief effect in de zin dat de verdachten zijn aangehouden en konden worden berecht. De beelden van de mishandeling leidden echter ook tot reacties jegens de verdachten (en derden!), die hun privacy in ernstige mate schaadden. Nog voordat de rechter in eerste aanleg uitspraak had gedaan, mengden zelfs Tweede Kamerleden zich in de discussie hoe de schending van de privacy zich zou verhouden tot het belang om de beelden uit te zenden.[28] Dat is opmerkelijk, aangezien het in onze rechtsstaat niet past dat politici zich mengen in een zaak die nog in handen van de rechter is. Het is aan de rechter om te bepalen welke straf in een concreet geval moet worden opgelegd.

Uiteindelijk zijn drie jongens veroordeeld; de andere vijf gingen vrijuit. Ook van hen zijn echter persoonsgerelateerde gegevens via internet en sociale media verspreid, die er vandaag de dag nog steeds op staan. Hetzelfde geldt voor het slachtoffer, voor naamgenoten van verdachten en voor bijvoorbeeld diegene die door GeenStijl onterecht in het rijtje van verdachten werd genoemd, zonder dit later te rectificeren. Ook voor hen zal het lastig zijn deze (digitale) ?sporen? te wissen.

Opsporingsberichtgeving is van alle tijden. Al in de tijd van het Wilde Westen werden opsporingsplakkaten gebruikt. De opkomst van sociale media, waarmee beelden en informatie gemakkelijker onder een grote groep mensen kunnen worden gedeeld, stelt echter het OM en ook de politie voor een nieuw dilemma waarmee nog maar weinig ervaring is opgedaan. De uitingen op sociale media naar aanleiding van opsporingsberichtgeving doen soms weer denken aan het Wilde Westen. Burgerparticipatie bij de opsporing van strafbare feiten krijgt onder invloed van sociale media een nieuwe dimensie; de grens met burgeropsporing vervaagt en burgervervolging ligt op de loer.

Literatuur

-????? Erp, J. van (2011). ?Boeven vangen? via internet: beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving, Tijdschrift voor Cultuur en Criminologie, nr. 1, p. 51-69.

-????? Erp, J.G. van, Gastel, F. van & Wemmink, H.D. (2012). Opsporing verzocht. Een quasi-experimentele studie naar de bijdrage van het programma Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten.. Amsterdam: Reed Business.

[1] ???? Omroep Brabant (2013, 21 januari). Nieuws: Afkeer en ongeloof om filmpje zware mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?video/79339912/Beelden+Bureau+Brabant+van+de+mishandeling+in+Eindhoven.aspx.

[2] ???? Zie voor de tweets: https://twitter.com/nickensimon/status/293480798122815489; https://twitter.com/PeterRdeV/statuses/372730756801757184; https://twitter.com/dijkhoff/statuses/372685900003942400.

[3] ???? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Justitie: stop met verspreiden gegevens ‘daders’ mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874291183/Justitie+stop+met+verspreiden+gegevens+daders+mishandeling+Eindhoven.

[4] ???? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Burgemeester Turnhout betuigt medeleven slachtoffer mishandeling Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1874581273/Burgemeester+Turnhout+betuigt+medeleven+slachtoffer+mishandeling+Eindhoven.aspx.

[5] ???? GeenStijl (2013, 24 januari). Archief: GeenStijl levert 8 doodschoppers aan politie. Op 1 juni 2014 ontleend aan www.geenstijl.nl/mt/archieven/2013/01/geenstijl_levert_acht_doodscho.html.

[6] ???? Omdat zij niet actief bij de vechtpartij betrokken zouden zijn geweest.

[7] ???? NOS (2013, 11 juni). Nieuws binnenland: Uitlevering verdachte Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/516652-uitlevering-verdachte-eindhoven.html.

[8] ???? De vierde verdachte wordt vrijgesproken omdat hij geen aandeel had in de geweldpleging.

[9] ???? Het OM heeft er bewust voor gekozen alleen cassatie in te stellen in de zaak van de dader die zijn straf al had uitgezeten, en niet in de zaak van de andere jongen die nog een deel van zijn straf moest uitzitten. Door in die zaak geen cassatie in te stellen, is de uitspraak van het gerechtshof onherroepelijk geworden. Zie OM (2013, 24 december). Nieuws- en persberichten: OM in cassatie in ??n zaak mishandeling Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.om.nl/@162007/cassatie-zaak/.

[10] ??? Aldus Martine Vis, landelijk portefeuillehouder Sociale Media bij de Nationale Politie, in Pauw & Witteman van 31 oktober 2013.

[11] ??? De onderzoekers merken daarbij op dat bij een substantieel deel van de getoonde opsporingsberichten de politie al een verdachte op het oog had en voldoende recherchecapaciteit inzette voor de opvolging van tips.

[12] ??? Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 28 augustus 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:4796). Zie ook Volkskrant (2013, 28 augustus). Archief: Justitie fors in de fout met beelden van schoppartij. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/3500150/2013/08/29/Justitie-fors-in-de-fout-met-beelden-van-schoppartij.dhtml.

[13] ??? Uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 11 december 2013 (ECLI:NL:GHSHE:2013:5955).

[14] ??? In een nagenoeg vergelijkbare zaak van een mishandeling in Oosterhout oordeelde de rechtbank in Breda dat het uitzenden van camerabeelden onnodig was, omdat de verdachte reeds bij de politie bekend was (Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5619). Zie ook: NOS (2013, 25 juni). Nieuws Binnenland: Lagere straf vanwege camerabeeld. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nos.nl/artikel/522273-lagere-straf-vanwege-camerabeeld.html.

[15] ??? Omroep Brabant (2013, 11 december). Nieuws: Eindhovense kopschopper Tom K. moet ??n maand langer zitten. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/203631562/Eindhovense+kopschopper+Tom+K.+moet+%C3%A9%C3%A9n+maand+langer+zitten.aspx.

[16] ??? NOS (2013, 29 augustus). Nieuws binnenland: OM blijft beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://nosc.nl/artikel/545612-om-blijft-beelden-vrijgeven.html.

[17] ??? Omroep Brabant (2013, 23 januari). Nieuws: Tom Kantelberg uit Aalst-Waalre bedreigd na mishandeling op Vestdijk Eindhoven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/1873871323/Tom+Kantelberg+uit+Aalst-Waalre+bedreigd+na+mishandeling+op+Vestdijk+Eindhoven.aspx.

[18] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013.

[19] ??? Bron: ?Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa?, NRC Handelsblad, 25 januari 2013. Zie ook Johannik & Tromp in Lessen uit crises en mini-crises 2012, p. 79-86.

[20] ??? Omroep Brabant (2013, 26 maart). Nieuws: Bureau Brabant: Beelden mishandeling Eindhoven zijn niet voor niets geweest. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/190860812/Bureau+Brabant+%E2%80%98Beelden+mishandeling+Eindhoven+zijn+niet+voor+niets+geweest%E2%80%99.aspx.

[21] ??? Omroep Brabant (2013, 26januari). Nieuws: Ook na mishandeling Eindhoven blijft justitie beelden vrijgeven. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187603802/Ook+na+mishandeling+Eindhoven+blijft+justitie+beelden+vrijgeven+.aspx.

[22] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[23] ??? ?Burgemeesters: Laat omgeving daders met rust?, Volkskrant, 25 januari 2013.

[24] ??? Trouw (2013, 28 januari). Nieuws politiek: OM gaat in tegen eigen opsporingsrichtlijn. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3384170/2013/01/28/OM-gaat-in-tegen-eigen-opsporingsrichtlijn.dhtml.

[25] ??? Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juni 2013 (ECLI:NL:RBZWB:2013:5621) en uitspraak Gerechtshof Den Bosch, 22 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:63).

[26] ??? Aldus Harm Brouwer, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, in ?Baas OM waarschuwt voor ?burgeropsporing??, de Volkskrant, 25 februari 2008.

[27] ??? Zie http://www.sbs6.nl/programmas/boeven-vangen/.

[28] ??? Omroep Brabant (2013, 24 januari). Nieuws: Tweede Kamerleden: beelden verdachten mishandeling Vestdijk Eindhoven belangrijker dan privacy. Op 1 juni 2014 ontleend aan http://www.omroepbrabant.nl/?news/187505882/Tweede+Kamerleden+beelden+verdachten+mishandeling+Vestdijk+Eindhoven+belangrijker+dan+privacy.aspx.

Hier de casus in PDF:

Gerelateerd aan deze casus:

Beeldmateriaal in de opsporing; privacyschending of niet?
Onderzoek naar de grenzen van het gebruik van beeldmateriaal in de opsporing via de social media
Auteur: Wiebe Penterman

Hier het onderzoek ten aanzien van Opsporing Verzocht:

App: 999Eye

999Eye

De?crisismanagement?smartphone app 999Eye?om live beelden te kunnen streamen?wordt ontwikkeld door de brandweer van West Midlands en is onlangs op de?CCR Summit 2014 nog gepresenteerd.

De West-Midlands Fire Service in het Verenigd Koninkrijk is in 2014 gestart met het uitwerken van een innovatief idee om meer informatie over incidenten op de meldkamer te krijgen. 999EYE maakt gebruik van de camera in de smartphone van de beller om mee te kunnen kijken op de plaats van het incident. 999EYE verwijst naar het alarmnummer in het Verenigd Koninkrijk: 999. Het interessante aan dit concept is dat de centralist de regie houdt over de beelden. Er is geen sprake van een video-oproep door een beller maar wordt door de centralist afhankelijk van de situatie bepaald of beelden van de smartphone van meerwaarde kunnen zijn.

Matthew Wroughton van de West-Midlands Fire Service is de grondlegger van 999EYE. Hij vertelt over de aanleiding van 999EYE: ?Centralisten ontvangen per dag tientallen telefoontjes van burgers in nood, veel oproepen betreffen ?standaard? incidenten met een ?standaard? inzet. Complexere incidenten kunnen soms problematisch zijn: de beller is vaak een leek en belt ook nog eens in een panieksituatie. Het kan dan soms moeilijk zijn om de juiste informatie van de beller te krijgen: waar is het incident precies, wat is er aan de hand en met welke omstandigheden moeten de hulpdiensten rekening houden.?
Deze situatie kan worden verbeterd door gebruik te maken van iets dat de meeste mensen tegenwoordig in hun broekzak met zich meedragen?

Watch more Smartphones videos on Frequency

Ontwikkelingen
In de afgelopen vijf jaar zijn de ontwikkelingen snel gegaan, sinds de introductie van de eerste iPhone in 2008 heeft het gebruik van smartphones een enorme vlucht genomen, naar schatting is inmiddels driekwart van de mobiele telefoons een smartphone met een internetverbinding. Project 999EYE maakt gebruik van dit
gegeven. Door bellers van het alarmnummer met een smartphone een sms te sturen met een link naar een internetapplicatie kan de meldkamercentralist meekijken met de camera van de beller en zo zelf een inschatting maken van de aard en de ernst van de situatie.

Validatie van informatie
Matthew Wroughton: ?In 2013 hadden we te maken met een grote brand bij een groot recycling-bedrijf in Smethwick. Alhoewel we meerdere telefoontjes kregen en veel foto?s rondgingen op social media werd de omvang van de brand pas echt duidelijk toen we ter plaatse waren. Als we toen gebruik hadden kunnen maken van geverifieerde videobeelden via 999EYE, hadden we direct meer voertuigen en manschappen kunnen sturen. Alleen op basis van berichten op social media is dit moeilijk te doen, we kunnen niet alle informatie op Twitter en Facebook binnen korte tijd valideren.?

Pilot
De interesse vanuit meldkamers uit binnen- en buitenland is overweldigend. Na de presentatie op het RB&W jaarcongres publieke veiligheid, de CCR Summit 2014, bleken hulpdiensten uit Nederland, Belgi?, Zweden, Finland en zelfs Canada ge?nteresseerd in het idee. Ook in het Verenigd Koninkrijk is de interesse groot. De eerste pilot start in 2015 met 19 brandweerkorpsen. Als de pilot slaagt ? wanneer 999EYE bijdraagt aan een betere informatievoorziening op de meldkamer ? kan het concept worden uitgerold over de rest van de brandweer en ook de andere hulpdiensten zoals de politie en ambulancediensten.

De dienst is al werkend gedemonstreerd en kan tijdens een noodoproep een?link terugsturen naar een smartphone, waar na de beller beelden live kan streamen en delen met de hulpdiensten ?zodat ze live kunnen meekijken op de plek van het onheil.

20140703-093937-34777752.jpg

image

999Eye gebruikt?deze functie niet op alle oproepen en zal het alleen gebruiken met toestemming van de beller en zodra men gemobiliseerd wordt. 999Eye weidde er?een uitgebreide privacy-studie aan?om aan de?wetgeving voor hulpdiensten te voldoen en ze zetten zich in om dit ook voor andere landen te gaan?waarborgen. 999Eye zorgt ook voor de rechten van het publiek die beelden streamend delen met de hulpdiensten.

image

Je kunt?999Eye volgen op Twitter:?@999eye1 @westmidsfire? @bluelighthinkin?en voor updates ook het 999Eye blog?volgen. 999Eye is op de CCR Summit 2014 gepresenteerd en ook op de?Emergency Services Show.

Bronnen: 999Eye blog, Melding! Magazine, BapcoJournal, Telegraph, Frequency

App: Maak je smartphone Boefproof


Elk uur worden in Nederland zeker drie toestellen gestolen, blijkt uit cijfers van de politie. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie komt daarom met een campagne om diefstal te voorkomen. Opstelten hoopt dat gebruikers van mobiele telefoons?een anti-diefstal-app?plaatsen. Er zijn twee features die handig zijn: de killswitch optie (niet te verwarren met?een algehele netwerk killswitch?voor sociale?media waar we eerder over blogden) en de optie je telefoon weer terug te vinden.

Allereerst de?killswitch-optie, in het Nederlands heractiveringsvergrendeling?genoemd. Deze maakt het mogelijk om kwijtgeraakte of gestolen toestellen op afstand te vergrendelen.?Zodra de killswitch geactiveerd wordt, is het?niet langer meer mogelijk om een?toestel terug te zetten naar de fabrieksinstellingen en zo alsnog toegang tot het apparaat te krijgen.?Dieven zouden er dan weinig meer mee kunnen en zodoende ontmoedigd worden om smartphones te stelen. Wat ook vaak een standaard optie op de telefoon is, maar ook mogelijk met te downloaden apps zoals FindMyiPhone of Prey?en ook mogelijk op tablets, is om het apparaat na diefstal?terug te kunnen vinden met behulp van een kaartje.

Boefproof?is een initiatief van de Nederlandse telecomsector, verenigd in Nederland ICT, in samenwerking met het ministerie van Veiligheid & Justitie.?Op verzoek van het ministerie van?Veiligheid en Justitie heeft Samsung deze eenvoudige toestelblokkering nu ook ingebouwd in de nieuwste typen telefoons.?Nederland is, samen met de Verenigde Staten, het eerste land waar de toestellen met eenvoudige toestelblokkeringen wordt aangeboden.?Hackers en andere experts gaven in gesprekken met de NOS aan dat het onzin is: dat soort apps kunnen professionele criminelen eenvoudig omzeilen.

Zo zet je het aan in de iPhone:

De afgelopen jaren is de diefstal van mobiele telefoons sterk toegenomen. Per week worden ruim 300 telefoons in Nederland gestolen.?Vorig jaar werden ruim 26.000 apparaten als gestolen geregistreerd, ruim een kwart meer dan in 2012. In de eerste helft van dit jaar zijn meer dan 13.000 telefoons in verkeerde handen gekomen. De werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk hoger, omdat in veel gevallen geen aangifte wordt gedaan.

Daling van het aantal straatroven is een belangrijke prioriteit van minister Opstelten. De minister benadrukt dat hij dit niet alleen kan en is daarom blij met de hulp van de producenten. Maar de burger speelt een belangrijke rol. ?Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar in een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven weten dat en ze worden steeds handiger. Ze leggen een krant of jas over het toestel en voor u er erg in hebt, is ?ie verdwenen.

Door het installeren van een telefoonblokkering zijn gestolen toestellen op te sporen en op afstand onbruikbaar te maken. Volgens Opstelten kun je veel doen om diefstal te voorkomen. “Achteloos leggen mensen hun telefoon op de bar van een kroeg of op een tafeltje van een zonnig terras. Dieven leggen er een krant of jas over en voor je er erg in hebt, is hij verdwenen.”

Mobiel banditisme

BoefproofUit onderzoek van criminoloog Dina Siegel naar mobiel banditisme blijkt dat de dieven uit Oost-Europa gericht op pad gaan. “Deze bendes bestaan niet uit amateurs, maar zijn professionele criminele organisaties”, zegt ze. “Opdrachtgevers zitten onder meer in Polen, Roemeni? en Bulgarije. Vaak geven ze opdrachten voor een specifiek model, zoals de nieuwe iPhone. Vervolgens worden er 300 ? 400 van dat soort telefoons gestolen.”

Siegel ontdekte dat gestolen smartphones ook in ons eigen land worden doorverkocht. “In veel gevallen wordt de buit verhandeld op Nederlandse markten. Ik wil niet ??n bepaalde markt noemen, want het gebeurt overal.” Daarnaast worden de telefoons verkocht in Oost-Europa en?op internet.

Blokkering ook eenvoudig uit te schakelen

De bendes kunnen in Nederland betrekkelijk makkelijk hun slag slaan, zegt Siegel. “De bendes waren eerst vooral actief in Zuid-Europa, maar daar treedt de politie streng op. Daarom zijn ze naar Nederland gekomen. Ze vinden ons na?ef en goedgelovig.”

Tweakers-hoofdredacteur?Wilbert de Vries?zet vraagtekens bij de campagne van Opstelten. Volgens hem zijn het juist criminele bendes die de blokkering kunnen uitschakelen. “Uiteindelijk zijn er altijd clubjes die dit kunnen omzeilen. De gelegenheidsdief, de junk, zul je er wel mee afschrikken.” Verschillende hackers bevestigen dit aan de NOS. Opstelten is het niet met de experts eens. “Het heeft geen zin om het ?berhaupt nog te proberen. Het toestel is waardeloos.” Ook schrikt een toestelblokkering voldoende af volgens de minister. “De dief loopt dan tegen de lamp.”

Domme dieven?

Misschien zijn het alleen de ‘domme’ 1.0 dieven, maar toch zijn er al veel zaken bekend waarin criminelen gevonden zijn met dit soort diensten. Eerder blogden we ook over klopjachten naar telefoondieven waarbij?iPhones en tablets met deze software voor de oplossing zorgden. Onlangs plaatsten we nog?mooi Storify?verslag over zo’n zaak.

En het blijft niet bij telefoons. De app van?het automerk Tesla zorgde er ook voor dat?een gestolen auto is teruggevonden. Bekijk de video van hoe de zoektocht naar deze auto in zijn werk ging:?CBS News 8 – San Diego, CA News Station – KFMB Channel 8

Bronnen: NOS, Boefproof, Rijksoverheid.nl,?TBRNews,?HeraldSun,?Koin

Laboratorium voor Sociale Machines

MIT-Lab-Social-01

Twitter heeft onlangs?aan?MIT’s Media Lab?een bedrag van $10 miljoen dollar beloofd om de komende vijf jaar alle openbare tweets die ooit geproduceerd zijn te gaan analyseren. Allemaal voor een?goed doel: de wetenschap. En uiteindelijk toegepast in de praktijk natuurlijk, want voor veel doeleinden?zal meer kennis over het ‘Social Media DNA’ tot nieuwe doorbraken kunnen leiden. Het nieuwe?MIT project heet ‘Laboratory for Social Machines‘ (LSM) en zal diverse communicatiepatronen op social media bestuderen en Big Data Analytics voor diverse doeleinden gaan inzetten.

De onderzoekers willen voor?de gegevens diverse data visualisatie tools ontwikkelen en deze ook via apps ontsluiten voor het publiek, zodat iedereen diverse patronen inzichtelijk krijgt en ermee kan gaan?spelen. Een?van de belangrijkste onderzoeksvragen?van het project is om te kijken naar de krachten op sociale media die zorgen voor ‘negatieve energie’, ten opzichte van de ‘positieve energie’ op Twitter. Interessant als het gaat om diverse conficten en incidenten uit de wereld die we ook op dit blog hebben beschreven, maar ook om te kijken naar vroegsignalering van risico’s of hoe de teneur van communiceren ineens kan omslaan en?be?nvloed wordt.

Dit is niet de eerste keer dat Twitter heeft de inhoud van haar gebruikers aan onderzoekers aangeboden. In februari lanceerde Twitter het?Data Grants-program, waarin wetenschappers ook al gratis toegang kregen tot de data van Twitter. Wereldwijd zijn slechts zes onderzoeksinstellingen geselecteerd die aan de slag gaan met deze data, die alle tweets omvatten die ooit zijn verstuurd.?Bij TNO heeft Tijs van den Broek?zo’n plan ingediend en gegund gekregen. Twitter kreeg 1300 voorstellen binnen uit 60 landen. De gehonoreerde voorstellen zijn, naast dat van Twente, afkomstig van onderzoeksinstellingen in de Verenigde Staten, Groot-Brittanni?, Japan en Australi?.?Tijs?promoveert momenteel aan?de Universiteit Twente en werd een van de gelukkigen om?aan de slag met zijn onderzoek naar voorlichtingscampagnes over kanker.?Denk hierbij aan de baarmoederhalscampagne, maar ook vergelijking met de ALS #IceBucketChallenge, #Movember waarbij mannen hun snor lieten staan, maar ook de recente #FeelingNuts campagne mbt?teeltbalkanker. Tijs zegt erover: “Twitter wordt vaak ingezet bij campagnes over vroegtijdige opsporing van kanker. Wat zijn de factoren die de verspreiding versnellen? Wat is het effect? Blijven mensen na afloop van een campagne erover praten?”

Onlangs was Tijs nog bij SocialMediaWeek om erover te praten.

Wil je meer weten over dit soort campagnes falen of succes hebben, kijk dan nog eens terug naar de negatieve teneur rondom de baarmoederhalscampagne die in april 2009 startte. Onderstaande documentaire gaat in op de twijfel die jonge meiden hadden bij de inentingen en de invloed die social media toen had (uit 2011).

En over waar RIVM naartoe moest: “RIVM 2.0”

Al langere tijd bedachten veel onderzoekers hun eigen methodes om tweets op te graven, zoals het volgen van aardbevingen te volgen of om erachter te komen welke?restaurants je beter kunt mijden omdat mensen er ziek worden. En als het niet wist, Twitter?verkoopt publieke tweets al een tijdje aan adverteerders en marketeers. Het verschil deze keer is dat Twitter?ook nog eens miljoenen investeert, iets waar MIT’s Media Lab uiteraard blij mee is en een mooie aanvulling is op hun operationele budget van 45 miljoen.

Bronnen: Engadget, MIT, Twitter,