Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.

Social media kunnen veiligheid brengen

Veel organisaties staan voor de uitdaging om de enorme hoeveelheid informatie op social media tijdens evenementen of incidenten te filteren. Social media hebben de kracht om informatie snel te verspreiden. Deze informatie kan prima gebruikt worden, want met name tijdens incidenten gaat dat ultiem snel.

TwitcidentTwitcident is een social media intelligence platform dat ontworpen is om informatie op social media te filteren en waarschuwingen af te geven?en?incidenten te managen. Het probeert als het ware de menselijke zintuigen op social media om te zetten in nuttige informatie voor veiligheid en andere maatregelingen voor de openbare orde. Taalgebruik op social media verschilt met het taalgebruik van organisaties. Twitcident probeert de juiste informatie hier uit te halen, ze doen doen dit samen met een aantal onderzoekers van TNO en TU Delft. Uit de socialmedia-inhoud proberen we bruikbare inzichten te filteren, zegt Richard Stronkman oprichter van?Twitcident. Inzichten die relevant zijn voor de dagelijkse operatie en veiligheid tijdens grote incidenten.

Bij grote evenementen kunnen nu tienduizenden twitterberichten worden gefilterd en teruggebracht tot een bruikbaar aantal, waarmee de politie de veiligheidssituatie in de gaten kan houden. De ontwikkeling begon in 2011 toen Pukkelpop werd getroffen door noodweer en er doden vielen. ?Hadden we dat niet via social media zien aankomen??, vroeg Stronkman zich af. ?Zaten er signalen in de socialmediastroom die we hadden kunnen oppakken?? Een inhoudelijke analyse destijds, liet zien dat men wel over het weer praatte. Op verschillende locaties. Ook liet analyse zien dat de intensiteit op bepaalde locaties in korte tijd toenam. Onder andere in de omgeving van Pukkelpop. ?Als we toentertijd al alle socialmediadata hadden geanalyseerd, zoals we dat nu kunnen, had de organisatie van Pukkelpop waarschijnlijk niet het advies gegeven om iedereen in tenten te laten schuilen, maar hadden we de aanpak van afgelopen Pinkpop gehanteerd en mensen op het veld laten zitten.?

Een ander voorbeeld uit het pre-Twitcident-tijdperk is het befaamde?Project X ?incident uit het Groningse Haren. In alle chaos werd er getwitterd dat er een meisje was doodgedrukt. Dit werd in no time als nieuwsfeit geretweet. Voordat men het wist, domineerde het bericht een tijd lang het socialmediaverkeer, waardoor het gerucht een eigen leven ging leiden. Met de attentiewaarde van het onjuiste bericht ging de aandacht niet uit naar andere signalen op social media die relevant waren om de veiligheid in Haren weer enigszins terug te brengen.

Begin?2012 is er?onderzoek?gedaan?naar het gebruik van sociale media in het veiligheidsdomein. Hieruit bleek dat het veiligheidsdomein sociale media vooral inzet om informatie te geven over het werk, de organisatie en bij incidenten en calamiteiten. Het begint met luisteren.?In een onderzoek onder alumni Master Crisis and Disaster management en Master Crisis and Publicorder Management en onder deelnemers aan de opleiding Informatiemanager in de crisisbeheersingskolom zijn opvallend grote verschillen te zien qua gebruik van sociale media. Als het gaat over het gebruik van sociale media binnen de werkzaamheden, dan worden deze vooral als informatiebron benut. Wat opviel is dat het overgrote deel niet effici?nt luisterde op sociale media. In Enschede bij Serious Request is daarna veel ervaring met filtering en luisteren naar berichten opgedaan.

Op 30 april 2013 tijdens de troonswisseling in Amsterdam verwerkte Twitcident een half miljoen socialmediaberichten per uur. Hoe ga je daar de relevante berichten uithalen als het gaat om veiligheid? Niet alle berichten zijn belangrijk. Door een geavanceerd algoritme op alle socialmediaberichten, gecombineerd met gps-informatie van politie in de stad, kon de politie in de crowd control-kamer precies zien waar mensen nog normaal door de straten konden lopen en waar niet meer. ?Zo konden we de veiligheid en doorstroom goed beheersen.?

TwitterHet is moeilijk te zeggen wanneer iets op social media opeens duidt op een incident. E?n tweet van iemand met ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? is niet interessant, 10 mensen die tweeten ?Ik sta in Den Haag en zie vuurwerk? mogelijk wel. De algoritmes van Twitcident zijn complex. De kunst zit hem in het filteren van alle ruis. Een tweet met #Brand kan gaan over ?vuur?, maar ook over ?bier?. Het gaat om het observeren van een periode en de hoeveelheid socialmediaberichten op basis van locatie en mogelijke risico?s. De kunst zit in zo snel mogelijk bij het oorspronkelijke bericht te komen, zodat je kunt ingrijpen.

Een voorbeeld waar Twitcedent zijn ook meerwaarde toonde, was tijdens het Rotterdamse carnaval. Er was sensatie. Iemand had getwitterd dat er een man rondliep op het Beursplein met messen. Door het vroeg detecteren van de tweets en retweets, kon de politie ter plaatse een seintje krijgen. Die ging vervolgens een kijkje nemen en maakte een foto van het plein waar de man met messen zogenaamd stond. Dus niet. Deze foto werd direct geplaatst en het gerucht was met dezelfde snelheid weer weg.

Social media monitoring wordt inmiddels veelvuldig ingezet, ook bijvoorbeeld dit jaar in de Innovation Room van de Nuclair Security Summit. Twitcident zorgt er ook voor de partners binnen de Veiligheidsregio Groningen binnen enkele minuten ge?nformeerd worden over een gevoelde aardbeving in de regio. Het systeem zoekt naar tweets van mensen die een beving melden en stuurt vervolgens een mail en sms naar de aangesloten personen en de meldkamer. Vervolgens blijft het systeem tweets verzamelen om snel een beeld te kunnen vormen van de ernst van de situatie. Door de snelle alertering kunnen betrokken hulpverleningspartijen gebruiken voor snelle beeldvorming. In het verleden waren ze voor de alertering in eerste instantie afhankelijk van het KNMI die pas na een aantal uren kan aangeven dat er een aardbeving is geweest en hoe zwaar deze was.

Bron: Securityfacts

WhatsApp groepen voor buurtpreventie: gemeente Eersel

whatsapp buurt

Door: Nicky Fischer-van de Vliert en Michiel Oldenhof

Een moderne en digitale vorm van buurtpreventie is WhatsApppreventie. Gebruikers kunnen met de mobiele telefoon via WhatsApp gratis met elkaar berichten uitwisselen en bestanden delen. Er zijn inmiddels steeds meer WhatsAppgroepen die op lokale schaal een buurt veiliger proberen te maken. Het grote voordeel van WhatsApp is dat je elkaar snel een berichtje kunt sturen en elkaar eventueel kunt waarschuwen. Een bijkomend voordeel is dat het tegelijkertijd leidt tot zeer intensieve sociale contacten. WhatsApp is een veel krachtiger middel dan ?de buurtpreventie oude stijl’, waarbij mensen op straat surveilleren. Iemand kan heel snel een heel grote groep mensen waarschuwen en eventueel ook foto’s meesturen.

Gemeente Eersel prikkelt, stimuleert en faciliteert
De gemeente Eersel stimuleert het gebruik van WhatsApp voor buurtpreventie. Michiel Oldenhof, veiligheidsco?rdinator gemeente Eersel: ?We merken dat buurtbewoners dit medium herkennen en priv? regelmatig gebruiken. Ze staan alleen nog niet massaal op als groepsbeheerder.?

Daarom heeft de gemeente onlangs alle secretarissen van de buurtverenigingen, dorpsraden en leefbaarheidsgroepen via e-mail benaderd om het item onder de aandacht te brengen. E?n buurtvereniging heeft vervolgens het initiatief genomen om politie en gemeente uit te nodigen voorlichting te geven over inbraakpreventie. Deze buurtvereniging gaat proberen draagvlak te krijgen voor een WhatsAppgroep. ?Dit is precies de route die we voorstaan. De overheid prikkelt, stimuleert en faciliteert waar mogelijk de initiatieven van de inwoners,? aldus Michiel Oldenhof.

Mensen vinden elkaar, werken samen en delen kennis en idee?n uit. Naast een initi?rende rol, wil de gemeente Eersel de groepsbeheerder per wijk op de website publiceren. Inwoners of ondernemers kunnen zo zien voor welke Whats-Appgroep zij zich willen aanmelden en bij wie. Het is aan groepsbeheerders zelf om op andere wijze kenbaarheid te geven aan hun WhatsAppgroep. Ze kunnen daarbij denken aan buurtverenigingen, leefbaarheidsgroepen of dorpsraden.

De gemeente denkt graag mee over het gebruik van de WhatsAppgroepen in de praktijk. Michiel Oldenhof: ?Mochten er een groter aantal WhatsAppgroepen ontstaan,?dan is het handig per groep ??n persoon (de groepsbeheerder) op te nemen in een aparte groep. In deze beheerdersgroep kunnen dan partners zoals de gemeente, jongerenwerker of andere groepsbeheerders berichten plaatsen die voor alle groepen interessant kunnen zijn?. De wijkagent neemt niet direct deel aan WhatsAppgroepen, maar kan de groepsbeheerders bijvoorbeeld via de telefoon, Twitter of met Burgernet informatie verstrekken die gedeeld kan worden.
Michiel geeft verder aan dat het duidelijk moet zijn dat de politie alleen in actie komt via een melding bij 112 of 0900-88444 (politie). Deelnemers aan een groep moeten zich bewust zijn van het doel en de spelregels die voor een groep gelden. Geef bij de groepsomschrijving bijvoorbeeld aan wat men mag verwachten en ook waarvoor de groep niet bedoeld is (zoals contact/priv?berichten).

Voorbeelden waarbij WhatsAppgroepen ingezet kunnen worden
Drie voorbeelden waarvoor wij denken dat WhatsAppgroepen van meerwaarde kunnen zijn:

?Vorige week liet ik rond de lunch de hond uit en zag in de verte drie jongens door de heg uit een tuin komen. Dankzij mijn melding werden zij op afstand in de buurt in de gaten gehouden. Als zulke jongens ergens een hekel aan hebben, dan is dat het. Ook werd direct de politie gebeld.?

?Twee mannen kwamen in mijn winkel en ??n van hen maakte met mij een praatje over energiezuinigheid. De ander maakte met zijn tablet beelden van mijn hele winkel. Nadat hij zijn verkenningsrondje gemaakt had was het gesprek snel afgekapt. Ik had er geen goed gevoel bij en heb via de WhatsAppgroep van mijn collegawinkeliers gewaarschuwd.?

?Bij de supermarkt zag ik wat rare types bij de winkelwagentjes. Ze hadden een doos met boodschappen laten vallen, spraken me aan en vroegen mijn hulp bij het oprapen. Na het rapen van wat sinasappelen zag ik dat er ??n van de drie bij mijn karretje met daarin mijn handtas stond. Ik vertrouwde het eigenlijk niet en heb een Whats-Appberichtje gemaakt. E?n van de groepsappleden reageerde dat dit wel een melding voor de politie is. Dat hielp me over de drempel om de politie te bellen.?

Whats-app inzetten voor buurtpreventie Eersel

Vijf tips voor het inzetten van WhatsAppgroepen
Vanuit onze ervaringen, hebben we vijf tips opgesteld voor gemeenten die WhatsApp willen gaan inzetten:

1. Denk goed na over de beheerder van de groep
Als beleidsambtenaar of wijkagent kun je natuurlijk zelf een WhatsAppgroep starten. Jij bepaalt dan zelf wie deelnemen in het gesprek. Het voordeel is dat je misbruik van een WhatsAppgroep voor koetjes en kalfjes meteen kan tegengaan. Een nadeel is dat je via WhatsApp ook vragen binnen kunt krijgen die niet bijdragen aan het doel van de groep. Wat doe je als iemand een vraag stelt over openingstijden van het gemeentehuis in een groep die bedoeld is als buurtpreventie? De kans dat iemand een dergelijke vraag stelt aan een willekeurige wijkbewoner is kleiner.

2. Een WhatsAppgroep kan maximaal 50 deelnemers hebben
De meeste voorbeelden van WhatsAppgroepen zijn momenteel buren die gezamenlijk de buurt in de gaten houden. Zij delen informatie over verdachte personen snel?via de WhatsAppgroep. Tot vijftig personen ondersteunt WhatsApp dit uitstekend. Wil je echter een hele wijk bereiken, dan loop je aan tegen de beperking dat Whats-App maar 50 leden in een gesprek toestaat.

3. Ongeveer 75% van de Nederlanders heeft een smartphone
De opmars van de smartphone is heel snel gegaan, maar nog steeds niet iedereen heeft een smartphone. WhatsApp is een app die vrijwel elke bezitter op zijn?smartphone heeft. In februari nam Facebook WhatsApp over en leek het er even op dat veel mensen zouden stoppen met WhatsApp. Dat is echter niet gebeurd. Rond de overname meldden veel mensen zich aan bij bijvoorbeeld Telegram, een soortgelijke dienst als WhatsApp. Maar sociale netwerken zijn afhankelijk van de hoeveelheid gebruikers die ze hebben en omdat de meeste mensen WhatsApp ook bleven gebruiken is Telegram niet echt van de grond gekomen als vervanger van WhatsApp. Uiteindelijk bleek dat er alleen nog meer mensen gebruik zijn gaan maken van WhatsApp. Vooral mensen die voor de overname van Facebook nog niet bekend waren met WhatsApp.

4. WhatsApp is niet het einde van een ontwikkeling, kijk dus ook verder
In feite is WhatsApp een mobiele versie van het vroegere MSN en, nog oudere, ICQ. Het is te verwachten dat deze lijn doorzet. FireChat laat bijvoorbeeld zien dat een techniek als Open Garden – waarbij je contact maakt zonder een internetverbinding – weer hele nieuwe mogelijkheden gaat bieden. In hoeverre wil je daar nu al op inspelen?

5. Zorg ervoor dat niet alleen insiders weten van de WhatsAppgroep
De kracht van ieder netwerk is de flexibiliteit. Maak het bestaan van de groepsgesprekken kenbaar op andere kanalen, zoals Eersel doet via de wijkraden en haar?website. Zo krijgen ook relatieve buitenstaanders de kans om deel te nemen.

Spelregels WhatsAppgroepen
Naast deze tips, vinden wij het handig om van te voren een aantal spelregels af te
spreken over de buurt- en/of ondernermersgroep. Denk daarbij aan zaken als:

  • Deelnemers hebben minimaal de leeftijd van 18 jaar.
  • Deelnemers zijn woonachtig/gevestigd in de gemeente Eersel.
  • WhatsApp is een burgerinitiatief.
  • Laat door middel van een WhatsAppbericht aan elkaar weten of 112 al gebeld is!
  • Let op het taalgebruik. Niet vloeken, schelden, discrimineren en dergelijke.
  • Speel geen eigen rechter en overtreedt geen regels/wetten.
  • Het versturen van foto?s van een verdachte is alleen toegestaan voor het verstrekken?van een signalement, wanneer dit voor de melding noodzakelijk/van meerwaarde?is. Daderkenmerken zoals geslacht, huidskleur, lengte en gezicht kunnen?ook goed beschreven worden.
  • Denk bij voertuigen aan de kleur, het merk, het type en het kenteken.

Hoe werkt WhatsApp en het aanmaken van zo?n groep?
Wanneer je een groep maakt, word je de eigenaar van de groep en heb je het beheer
over wie lid kan worden van de groep. Je kunt een groep maken door:

  • Open WhatsApp en ga naar het scherm Chats.
  • Bovenaan het chats scherm, tik de [New Group] knop. Note: je moet een bestaande?chat hebben voordat je een nieuwe groepschat cre?ert.
  • Typ een onderwerp of titel voor de groepschat. Dit is de naam van de groep die?alle leden zien.
  • Voeg groepsleden toe door de [+] te selecteren, of door de naam van het contact?te typen.
  • Tik op de knop [Maak aan] om het aanmaken van de groep te be?indigen.

Bronnen: Eersel.nl, WhatsApp, Buurt WhatsApp, Emerce?en we plaatsten eerder al een artikel over het gebruik van whatsapp buurtgroepen om de veiligheid te verbeteren.

Dit artikel is eerder geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Computermodel voorspelt overlast in woonwijken – en wanneer die uitblijft

Computermodel_hoofdfoto

Misschien wel de beste oplossing tegen overlast in woonwijken: een computermodel om overlastsituaties te voorspellen.?Selmar Smit?van TNO ziet re?le kansen voor zo?n model. Daarmee kan een wijk overlastbestendig worden ontworpen. Bijvoorbeeld door een buurthuis te bouwen, of een park aanleggen.

Welke wetenschappelijk onderbouwde handvatten hebben gemeenten om overlast te voorkomen of bestrijden? Modellen om overlast te voorspellen kijken doorgaans naar de sociale en economische eigenschappen van een buurt. Maar ze leveren maar mondjesmaat praktisch bruikbare informatie. De modellen geven bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag of ergens een buurthuis moet worden gebouwd, een uitgaansdistrict moet worden verplaatst, of een park moet worden aangelegd.

Het effect van dit soort ingrepen is namelijk zeer wisselend en sterk afhankelijk van de omgeving. Wat in de ene buurt tot overlast leidt, heeft niet noodzakelijk hetzelfde effect in een andere buurt. Zo zijn er nauwelijks meldingen van problemen bij caf? De Uylenburg aan de rand van Delft. Terwijl de caf?s in het centrum een paar kilometer verderop een hotspot van overlast vormen.

Overlastkaart belangrijk
Om te kunnen bepalen welke overlast een buurt kan verwachten, is het dan ook van belang om te weten welke gebouwen van een bepaald type op welke locatie(s) staan. Er kunnen 3 typen panden worden onderscheiden. Gebouwen die overlast cre?ren, die overlast aantrekken en die er geen enkel effect op lijken te hebben.

De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten

Dit artikel laat zien hoe een computer met een voorspelmodel een zogenoemde overlast-heatmap?kan maken. En hoe die kaart in de praktijk werkt om overlastgevende locaties te identificeren en voorkomen.

2 theoretische verklaringen voor overlast
Op dit moment zijn er 2 theorie?n gangbaar die verklaren waarom op de ene locatie wel overlast plaatsvindt, en op de andere locatie niet.

  1. Patricia L. en Paul J. Brantingham introduceerden zogenoemde?crime attractors. Dit zijn plaatsen die potenti?le overlastveroorzakers aantrekken, maar niet noodzakelijk zelf overlast veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is een bankje in een park.
  2. De theorie van Richard Wortley geeft juist een verklaring voor de hoeveelheid criminaliteit in een gebied. Hij doet dit met het begrip vancrime precipitators. Dan gaat het om omgevingsfactoren die aanmoedigend werken op personen om overlast te veroorzaken. Een caf? en discotheek zijn daar logische voorbeelden van.

Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving

Nieuw voorspelmodel voor overlast
Een nieuw model van TNO gebruikt een wiskundige uitwerking van bovenstaande theorie?n. Ieder object, gebouw of gebied in een omgeving kan fungeren als precipitator, attractor, of allebei. Want precipitators cre?ren een bepaald niveau van overlast, terwijl attractors bepalen waar de overlast.

2 stappen naar overlastvoorspelling
In 2 stappen kan het computermodel een overlastvoorspelling voor een specifieke locatie maken.

pic1

Figuur 1 – Hoeveelheid overlast

Stap 1: Hoeveelheid overlast bepalen
Het caf? is rood gemarkeerd (zie figuur 1). Dit is een precipitator die een bepaalde hoeveelheid overlast kan veroorzaken in alle objecten binnen een bepaalde straal. Daarop duidt de rode balk. In hetzelfde gebied zijn ook 3 attractors aanwezig, namelijk parken. De afstand tussen de precipitator en de attractor ? en de hoogte van de aantrekkingskracht van de attractor ? bepalen hoeveel overlast er daadwerkelijk wordt aangetrokken. Dit is weergegeven in de blauwe balk. Het park dichtbij het caf? trekt een groot gedeelte van de overlast aan, terwijl het park rechtsonder ver genoeg weg ligt om overlastvrij te blijven.

pic2

Figuur 2 – Reikwijdte overlast

Stap 2: Reikwijdte van overlast bepalen
Overlast vindt meestal plaats in een gebied rond de attractor. Voor elk punt binnen de straal van dit gebied kan de hoeveelheid overlast worden voorspeld. De punten zijn aangegeven met een X (zie figuur 2). Vervolgens kan de hoeveelheid overlast in het gebied worden berekend door de effecten van alle attractors in een buurt op te tellen. Het punt in het midden, dat is weergegeven in de gele balk, trekt de meeste problemen aan. Voor de 2 buitenste punten wordt juist geen overlast voorspeld.

Beperkingen van bestaande overlastberekeningen
Maar er is een probleem bij dit soort berekeningen. Hoe weten we welke objecten een precipitator zijn? En welke een attractor? Hoe sterk is het effect van deze objecten? En hoe groot is de straal van verspreiding?

Een antwoord op deze vragen is afhankelijk van gegevens uit het verleden. Deze informatie laat zien waar overlast was, en welke objecten er in de buurt stonden. Deze gebouwen zijn niet noodzakelijkerwijs een precipitator of attractor. Maar met een zogenoemd zelflerend algoritme is dat wel te bepalen.

Oplossing: zelflerend algoritme
Een zelflerend algoritme is een geavanceerd computerprogramma dat in staat is om zelf te bedenken wat een goede oplossing is. Want het rekenmodel wordt ?beloond? bij goed gedrag. Goed gedrag betekent in dit geval: het kiezen van de juiste parameterwaarden om de overlast te voorspellen.

Buurthuizen blijken een effectief middel om overlast te verminderen

Hoewel het algoritme niet precies weet welke waarden correct zijn, zal het een patroon ontdekken door verschillende dingen te proberen en conclusies te trekken uit de beloningen. Dan blijkt onder welke omstandigheden (dat wil zeggen: bij welke van de aanwezige objecten) een hoge voorspelling gepast is.

Voorbeeld: overlast in haaglanden
TNO heeft de beschreven methode toegepast op data over overlastcijfers en omgevingskarakteristieken van de regio Haaglanden. Om zo een voorspelmodel voor de regio te ontwikkelen.

De input over overlast bestaat uit cijfers van hoeveiligismijnwijk.nl. Deze tonen het aantal meldingen op buurtniveau voor diverse vormen van overlast. Het gaat hierbij om jeugdoverlast, overlast van personen, drugsoverlast, geluidsoverlast en een aantal andere soorten overlast in 438 buurten in de periode van 2010 tot en met 2012.

OpenStreetMap dient als databron voor de omgevingskarakteristieken. De regio Haaglanden wordt daarin beschreven in 128 objecttypen met in totaal 10. 545 objecten. Denk aan de functie van gebouwen, en de aanwezigheid van pinautomaten, speeltuinen, bossen, parken en sportfaciliteiten. Met deze gegevens heeft het zelflerende algoritme de effecten van specifieke objecten op overlast in kaart gebracht.

4 grootste bronnen van overlast
De 4 grootste bronnen van overlast blijken bars, caf?s, fastfoodrestaurants en supermarkten. Dit zijn dus de grootste bronnen van overlast. Zolang er geen attractors in de buurt zijn, zoals in woonwijken, hebben ze weinig tot geen effect op de overlastcijfers. Maar in stadskernen en uitgaansgebieden zorgen deze objecten wel voor overlastplegers.

Viswinkels en gebedshuizen: 2 aantrekkers van overlast?
Viswinkels blijken verrassend genoeg de grootste aantrekkers van overlast te zijn. Toch is dit verband te verklaren. Pleinen zijn een notoire aantrekker van overlast, maar zijn niet opgenomen in de gegevens van OpenStreetMap. De viswinkels op de kaart blijken stuk voor stuk op of vlakbij pleinen te liggen.

Niet alle ‘groene’ oplossingen helpen: parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan

Daarmee fungeren ze in het rekenmodel als een vervanging van pleinen. Niet viswinkels trekken overlast aan, maar de pleinen in de directe omgeving. Een vergelijkbaar verband is te zien bij gebedshuizen. Ook deze liggen vaak op of bij een plein en worden daarom ten onrechte aangewezen als attractors.

3 effectiefste middelen tegen overlast
Hotels en rechtbanken hebben volgens het zelflerend algoritme van TNO een positieve invloed op overlast. Het ontmoedigende effect op overlastveroorzakers is merkwaardigerwijs het grootst in gebieden waar de overlast juist zeer hoog is. En buurthuizen? Die blijken inderdaad een effectief middel om overlast te verminderen.

Niet al het groen helpt tegen overlast
Het rekenmodel van TNO laat zien dat er verschillende mogelijkheden zijn om in woonwijken de overlast te verminderen. Bijvoorbeeld door kunst te plaatsen en plantsoenen aan te leggen. Maar niet alle ‘groene’ oplossingen helpen. Want parkjes en speeltuinen trekken juist ook overlast aan.

Conclusie: voorspellen ?n aanpakken
Het hier beschreven zelflerende algoritme vormt nog geen eindpunt. Er is behoefte aan extra gegevens om het inzetbaar te maken voor interventies en stadsontwerp. Die data zouden gedetailleerder moeten zijn dan nu beschikbaar is, en afkomstig zijn van verschillende stedelijke gebieden.

Natuurlijk kan het model ook voorspellingen doen over andere onderwerpen dan overlast. Zoals criminaliteit, zorg en welzijn. De voorspellingen daarover zouden dan kunnen worden meegenomen als kwantitatieve onderbouwing van de Veiligheidseffectrapportage. Dan kunnen ze worden gebruikt om concrete interventies te kiezen om overlast effectief te verminderen.

Bronnen: CCV Secondant

Tussen hulp en hype: de inzet van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken

PK66

De veiligheid van het slachtoffer is de belangrijkste overweging voor OM en recherche bij de inzet van opsporingsberichtgeving bij ontvoeringszaken. Het opsporingsteam maakt voortdurend een moeilijke afweging van risico?s tegen opbrengsten van het via (sociale) media en andere openbare berichten de hulp van het publiek inroepen. Die risico?s maken recherche en OM soms terughoudend. Terugvinden van het slachtoffer is dan ook een belangrijk overgangsmoment in het gebruik van opsporingsberichtgeving; v??r en n? dat overgangsmoment wordt het met een ander doel en op andere wijze ingezet. Dat concluderen onderzoekers? Yvette Schoenmakers, Jennifer Doekhie en Jaap Knotter in een onderzoek naar ervaringen van de politie met het inzetten van opsporingsberichtgeving in ontvoeringszaken. Dit deden de onderzoekers door acht Nederlandse ontvoeringszaken te bestuderen en te spreken met dertig respondenten van politie en justitie.

Opsporingsberichtgeving is een opsporingsmiddel in strafvorderlijke zin, waarbij via de media en andere openbare berichten de hulp van het publiek wordt ingeroepen, om voor het opsporingsonderzoek relevante informatie te verkrijgen.
Een belangrijke vraag in het onderzoek was met welk doel de berichtgeving wordt ingezet en in welke fase van het opsporingsonderzoek dit gebeurt. Ook is er gekeken naar de mogelijke risico?s en wat het middel heeft opgeleverd. Voor de politie begint een ontvoeringszaak vaak met een melding van een persoonsvermissing. Dit kan later een ontvoering blijken te zijn. Bij ontvoeringen kan gedacht worden aan een losgeldontvoering met winstoogmerk, ontvoering met ideologisch motief, ontvoering in het criminele circuit, relationele ontvoering (schaking), een ouder-kind ontvoering en ontvoeringen met een seksueel motief.

De belangrijkste overweging bij het al dan niet inzetten van opsporingsberichtgeving is de veiligheid van het slachtoffer. Andere overwegingen om al dan niet tot inzet over te gaan zijn de snelheid en het bereik van opsporingsberichtgeving, de privacy van de betrokkenen (proportionaliteit), in hoeverre er alternatieve recherchemiddelen inzetbaar zijn (in plaats van of juist in combinatie met opsporingsberichtgeving), welke tactische informatie er beschikbaar is, de nieuwswaarde van het bericht, of de zaak al door de media belicht wordt en het voorkomen van negatieve beeldvorming over de politieaanpak. Een reden om van opsporingsberichtgeving af te zien is vooral het risico dat de daders het slachtoffer wat zullen aandoen als er berichten in de media komen.
Uit de interviews blijkt dat de recherche en OM met name vanwege het veronderstelde risico voor het slachtoffer soms terughoudend zijn in het inzetten van opsporingsberichtgeving. terugvinden van het slachtoffer vormt dan ook een belangrijke ?knip? in het politieonderzoek. Opsporingsberichtgeving wordt v??r en n? dat overgangsmoment met een ander doel en op andere wijze ingezet. In de eerste fase van het onderzoek zijn de doelstellingen vooral het zoeken naar getuigen en/of informatie over het gebeurde. Na het vinden van het slachtoffer zijn er weer andere tactische doelstellingen, zoals een specifieke informatievraag betreffende bewijsmateriaal.? Uit de acht bestudeerde ontvoeringszaken is overigens niet gebleken dat opsporingsberichtgeving inderdaad een gevaar voor het leven van het slachtoffer oplevert. In de zaken waarin het slachtoffer overleed, gebeurde dit al voordat opsporingsberichtgeving werd ingezet.

De waarde van opsporingsberichtgeving is vooral gelegen in de snelheid waarmee een grote groep bereikt kan worden, of dat juist een zeer specifieke doelgroep kan worden aangesproken. Er wordt vooral een combinatie van verschillende middelen aangeraden. Sociale media worden in de praktijk als belangrijk middel gezien, waar nog meer gebruik van gemaakt kan worden. Opsporingsberichtgeving staat niet op zichzelf: het zal worden opgevolgd of gecombineerd met andere recherchemiddelen. Uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsberichtgeving het meeste opleverde wanneer er een zeer concrete informatievraag gedaan werd, zoals betreffende een specifiek type auto met een bepaald kenteken.

Bron: Politie en Wetenschap

V – Verkrachting

? thinkstock.

Duizenden vrouwen van over de hele wereld hebben hun toevlucht tot Twitter genomen om te getuigen dat zij het slachtoffer van verkrachting zijn. Een feit dat ze niet aan de politie durven melden maar toch kenbaar willen maken omdat verkrachting niet door de beugel kan. Als overlevers willen zij vrouwen waarschuwen en overtuigen om te doen wat zij niet deden: de dader aangeven. Voor dames op Twitter zit er nu namelijk meestal niets anders meer op dan te getuigen via sociale media, voor de politie is het immers te laat. Daarom #BeenRapedNeverReported: omdat zwijgen ni?t helpt.

Als slachtoffer van welke misdaad dan ook word je aangemoedigd om te praten en te getuigen. Makkelijk gezegd… Want hoe praat je in godsnaam over een verschrikkelijke, beangstigende, emotionele en pijnlijke situatie? Je natuurlijke reflex dwingt je er vaak toe in een hoekje te kruipen en het zo te verwerken, als dat al ooit lukt. Voor veel slachtoffers is het opbiechten van die gebeurtenis aan de politie dus onmogelijk en blijft de dader vaak ongestraft. Om toch wat in het reine te komen met de gebeurtenis en het hele hoofdstuk op een of andere manier af te sluiten, getuigen moedige vrouwen nu op Twitter. Ook al staat Twitter niet veel letters toe, toch straalt er veel kracht uit de woorden van deze vrouwen.

Embedded image permalink

De hashtag werd gelanceerd door de Canadese journalistes?Sue Montgomery?van de?Montreal Gazette en?Antonia?Zerbisias die actrice Lucy DeCoutere een hart onder de riem wilde steken en hun eigen verhaal ook deelden. DeCoutere was de eerste vrouw die er openlijk voor durfde uitkomen dat ze aangerand was door?Jian Ghomeshi, een medewerker van de Canadese omroep. Na haar voorbeeld deden nog acht dappere vrouwen hetzelfde. Zerbisias moest verslag uitbrengen over het hele gebeuren en maakte door #BeenRapedNeverReported?heel wat los bij andere dames. “Als alle verkrachte vrouwen de schaamte achter zich laten en hun verhaal delen, zal er geen taboe en stigma meer zijn”, liet Zebisias weten.

Lees even de hartverscheurende getuigenissen:

BEEN RAPED NEVER REPORTED
Bronnen: HLN, Huffington Post

Ready2Help

Op zaterdag 1 november 2014 lanceerde het Rode Kruis Ready2Help. De noodhulporganisatie bereidt zich met dit nieuwe burgerhulpnetwerk voor op de grootste rampenoefening in haar geschiedenis.

In februari 2015 wil het starten met een omvangrijk project dat ertoe moet leiden dat burgers snel kunnen worden ingeschakeld als zich een grote ramp voordoet.?Doel van de oefening is te zien of het oproepsysteem via Ready2Help werkt en op welke manier mensen gehoor geven aan de oproep. De rampenoefening vindt gedeeltelijk online plaats: de Ready2Help-ers zullen via sociale media moeten aangeven dat zij de oproep hebben ontvangen en dit met een virtuele actie bevestigen. Voor het praktische deel van de rampenoefening krijgt een aantal mensen de vraag om zich zo snel mogelijk te melden op een Rode Kruis-locatie ergens in het land. Mensen die willen helpen in het geval van grote rampen of calamiteiten kunnen zich alvast?aanmelden.

“De oefening zal uitgaan van een rampenscenario waarbij grote groepen mensen getroffen worden en er op verschillende manieren hulp geboden moet worden”, meldt het Rode Kruis. Mensen die zich hebben aangemeld voor het project worden via sms opgeroepen. Hen wordt gevraagd aan te geven of zij op dat moment inzetbaar zijn.

Het netwerk van opgeleide en getrainde noodhulpvrijwilligers wil het Rode Kruis gaan versterken met behulpzame burgers. De noodhulporganisatie is van plan deze nieuwe helpers op te roepen bij grote rampen en calamiteiten, als aanvulling op de hulpverlening van reguliere hulpdiensten. Voor Ready2Help zijn geen eerstehulpverleners nodig, maar burgers die in actie willen komen bij een noodsituatie. Met praktische hulp als zandzakken vullen, opvang en vervoer van mensen of tolken in een vreemde taal bijvoorbeeld. Wie zich aanmeldt voor Ready2Help krijgt op het moment van een noodsituatie een oproep per sms met de vraag of hij op dat moment inzetbaar is.

Naar Oostenrijks voorbeeld

Ready2Help is opgericht naar een voorbeeld van het Oostenrijkse Rode Kruis, dat met Team ?sterreich meer dan 35.000 extra mensen kan oproepen om te helpen bij een ramp of calamiteit. Helpers van Team ?sterreich zijn sinds 2006 succesvol ingezet bij onder meer grote ongelukken, overstromingen en zoekacties naar vermiste personen.

Bronnen: Nu.nl, RodeKruis

 

App: KopieID

kopieID
Als je een hotelkamer reserveert, of wanneer je een telefoonabonnement koopt: je wordt vaak gevraagd om een kopie van je paspoort. Kwaadwillenden kunnen met gegevens van jouw identiteitsdocument makkelijk fraude plegen. Hoe voorkom je misbruik?
De Overheid heeft nu een app gelanceerd?waarmee gebruikers een veilige kopie van hun identiteitsbewijs kunnen maken.
De app heet KopieID (iOS,Android,?Windows Phone) en hiermee?kun je??een identiteitsbewijs inscannen en en vervolgens bewerken om de kopie beter te beschermen tegen identiteitsfraude. Zo kun je de?gevoelige informatie, zoals het burgerservicenummer, doorstrepen en er een datum en bestemming aan toe te voegen, zodat de kopie enkel bruikbaar is voor de ontvanger.
iPhone schermafdruk 1iPhone schermafdruk 2iPhone schermafdruk 3iPhone schermafdruk 4iPhone schermafdruk 5

Vervolgens is het document direct te versturen vanuit de app, bijvoorbeeld per mail, of op te slaan op de telefoon of tablet zelf. ?De KopieID-app maakt onderdeel uit van een voorlichtingscampagne van het ministerie van Binnenlandse Zaken om identiteitsfraude tegen te gaan.

Wil je weten hoe het werkt? Bekijk dan onderstaande video:

In het TV programma Radar gaf minister Plasterk van Binnenlandse Zaken uitleg:

Bronnen: Nu.nl, Radar

App: Samaritans Radar

radar3

De Britse hulporganisatie voor su?cidale mensen Samaritans heeft een app ontwikkeld die tweets analyseert op mogelijke su?cidale gedachten. Wie de app installeert, krijgt bericht als een van de mensen die zij volgen, zo?n bericht plaatst.

De mentale gezondheidsproblemen van de Britse jeugd is zorgelijk, en social media wordt aangewezen als facilitator. Zelfmoord is doodsoorzaak?nummer 1 onder mannen tot 35 jaar. Naar schatting hebben bijna 10% van de jongeren tussen 5 en 16 erkende?mentale gezondheidsproblemen.

De app komt in actie als tweets woorden als depressed, help me, hate myself en dergelijke bevatten. Het is daarna aan de persoon die de app geinstalleerd heeft, om te beoordelen of de twitteraar inderdaad su?cidaal is en om actie te ondernemen. Volgens de makers is de app nog niet in staat om de betekenis van een tweet voor honderd procent te vangen. ?Sarcasme is lastig in algoritmes te vangen, door de feedback van gebruikers hopen we de dienstverlening te verbeteren?. Samaritans belooft verder discretie. ?De personen die je volgt op Twitter weten niet dat hun volgers zich hebben aangemeld voor de app?.

radar2

Er zijn wel zorgen over inbreuk op de privacy

Bronnen: Copsincyberspace, The Guardian, SamaritansRadar