Tagarchief: online

Symposium eDiscovery focust op impact online media

De rol van digitaal bewijs bij opsporing wordt steeds groter. Over dat onderwerp wordt op donderdag 23 april gesproken tijdens het Symposium E-Discovery, georganiseerd door het gelijknamige HvA-lectoraat. Op het symposium zijn gebruikers en makers van E-Discoverytechnieken aan het woord.

Verslag van?Jos Willemsen?? 28 april 2015

Het is alweer de zesde keer dat het Symposium E-Discovery plaatsvindt. ?Vijf jaar geleden begonnen deze symposia als mijn openbare les, ik wilde E-Discovery op de kaart zetten,? vertelde E-Discovery lector Hans Henseler
?vorig jaar?tijdens de Lustrum-editie. Dat E-Discovery inmiddels op de kaart staat, is te merken aan de opkomst. Het Benno Premselahuis is ingeruild voor Pakhuis de Zwijger. Henseler organiseerde met zijn lectoraat daar vorig jaar al mede de?DFRWS conferentie.

Ook tijdens dit symposium volgt weer het onderwerp waar het lectoraat E-Discovery voor staat: het verkrijgen en verwerken van digitaal materiaal voor opsporing. ?Dit jaar kijken we terug naar The Decade of Discovery en kijken we vooruit naar de impact van online media op het verzamelen, verwerken en zoeken naar digitaal bewijs?, legt Henseler uit.


Social media
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van Arnout de Vries. Arnout werkt bij onderzoeksorganisatie TNO en is de tweede van zeven sprekers die op het programma staan. Hij neemt ons mee in de wereld van opsporing via sociale media; door Arnout ook wel de ?moderne Sherlock Holmes? genoemd. ?Sociale media zorgen voor een revolutie in de opsporing, zoals DNA dat dertig jaar geleden deed,? zegt Arnout. ?Er is bijna geen misdaadsoort waarbij sociale media niet betrokken zijn.?


Als voorbeeld wordt de Britse burgerjournalist Eliot Higgins aangehaald, die door sociale media met bewijs kwam in de zaak van de MH17. Higgins werd zelfs als getuige opgeroepen bij het proces, terwijl hij zijn appartement niet uit was geweest. ?Social media is een gamechanger in alle facetten van het politiewerk?, concludeert Arnout de Vries.
Of via YouTube:

En bijbehorende slides:


Informatiemarkt
Wie de grote zaal van Pakhuis de Zwijger verlaat, komt terecht op de informatiemarkt. Daar heeft een aantal data- en digitale opsporingsbedrijven een kraam. De markt fungeert bovendien als netwerkmogelijkheid, waarbij professionals met elkaar praten over de laatste stand van de techniek. Hans Henseler: ?Door deze informatiemarkt luister je niet alleen naar verhalen over de theorie van E-discovery, maar kun je ook leren wat er daadwerkelijk gebeurt in de praktijk.?
Bronnen: HvA

DIY Detectives: Dark Justice

dark justice

De strijd vanuit burgergroeperingen tegen pedofilie, kindermisbruik en kinderhandel wordt steeds heviger. Vooral vanuit Engeland zijn er steeds meer groepen actief. We blogden al eerder een?interview met OPIT (Online Predator Investigation Team), en ook Stinson, Letzgo Hunting en Deamon Hunters noemden we eerder. Recentelijk hebben een aantal?nieuwe burgergroepen, die zich pedojagers?noemen, succes behaald met een aantal veroordelingen. Zo was er de enige tijd geleden de groep?Dark Justice, die bijdroeg aan de veroordeling van een man die een 14 jarig meisje wilde ontmoeten om vervolgens sex met haar te hebben.

PAY-Roger-Lee

De pedojagers van Dark Justice deden zich voor als 14 jarig meisje en de pedofiel was bereid honderden kilometers te reizen om haar te ontmoeten. Hij vertelde in een chat dat hij al eerder een 12 jarig meisje zwanger had gemaakt. Hij stuurde naaktfoto’s van zichzelf en keek erg uit naar de ontmoeting. Het team van burgers dat klaar voor hem stond had als voornaamste?wapen een videocamera waarmee ze het bewijs vastlegden, maar ook hoopten ze op een verklaring tijdens de ontmoeting.

Volgens Metro?was de man al eerder veroordeeld voor sex met een 12-jarig meisje. Toen hij doorhad dat hij gepakt zou worden voor een soortgelijk vergrijp, dreigde hij met zelfmoord, iets dat de autoriteiten konden voorkomen door hem tijdige te arresteren.

De uitspraak van de rechter:

“U werd gepakt?door internet burgerwachten, dat is de beste manier om ze te beschrijven, die deden?alsof zij een meisje?waren waar jij op internet mee in gesprek kwam.?Het werd al snel duidelijk dat zij zich voordeden als een 14 jarig meisje. En u?ging er helemaal voor. Ik ben er stellig van overtuigd dat u een gevaar bent voor?jonge kinderen.”

De man kreeg twee jaar en 4 maanden gevangenisstraf.

 


The Paedophile Hunter – Full film. door StinsonHunter

Peadophiles unmasked

Pedofielen zijn actief op velerlei platformen. Zo ook bijvoorbeeld op de app en dating platform Tinder. En ook daar vecht men terug in een poging deze daders te ontmaskeren. Op diverse social media platformen?zijn er al leraren, doctoren en zelfs politie agenten ontmaskerd als pedofiel. Een groep pedojagers uit?Gloucestershire?doet zich op dergelijke platformen voor als minderjarig meisje op zoek naar een date. De groep heeft een webpagina ‘ Pedofielen ontmaskerd’. De 37 jarige John ziet zich niet als burgerwacht. Wij geven alle informatie aan de politie en laten verdere afhandeling aan hen en uiteindelijk de rechter. Ze gebruiken accounts van meisjes tussen de 13 en 15 en geven altijd kun leeftijd aan in de gesprekken, zodat de mannen altijd nog kunnen terugkrabbelen. John: “De meeste mensen denken dat pedofielen vatzige mannen van 60 zijn. Maar het fenomeen is uit de hand gelopen, omdat iedereen ermee weg lijkt te komen. We zien mannen van alle leeftijden. De jongere mannen zijn misschien wat na?ef soms, maar ze horen de wet te kennen. Ze nemen bewust een enorm risico. Wij zijn niet op heksenjacht, dus we geven ze echt wel kansen om wat te doen met de informatie die we ze geven. Wij lokken ook niet uit, want wij zoeken ze niet op, we reageren alleen op verzoeken. Alles wat we doen overhandigen we aan de politie”. John heeft meer dan 150 gesprekken gevoerd en 15 mensen in het echt ontmoet in de afgelopen 6 maanden. “We kunnen niet overal achteraan. Als we dat zouden doen zouden we er minimaal twee op een avond vangen.” John doet het samen met een aantal anderen uit de buurt. Ze bekijken nu hoe ze hun werk kunnen financieren.

Hieronder zijn screenshots van delen van gesprekken op Tinder:

convo4 convo3 convo2 convo??convo5

Bronnen: Daily Mail, Telegraph, Inquisitr,?The Independent, CloserOnline, Mirror, Cloucester Citizen, Gloucestershire Echo, Daily Mail, Metro, 9News

COSMOS: Collaborative Online Social Media Observatory

cosmos

Collaborative Online Social Media Observatory (COSMOS) is een “Social Big Data” initiatief door het Economisch en Sociaal Research Council (ESRC) gefinancierd (? 1.5M). Het brengt sociale, IT, politieke, gezondheids-, statistische en wiskundige wetenschappers bijeenbrengt om betere methodologische, theoretische, empirische en technische studie te doen van social media data?in de sociale en politieke context.

Als onderdeel van het onderzoeksprogramma is het?COSMOS software platform ontwikkeld en beschikbaar gesteld. De COSMOS-platform is, naast?alle andere bestaande sociale media analyse software ontwikkeld omdat:

  1. Het wordt ondersteund door meer fundamenteel?interdisciplinair onderzoek (technische en sociale wetenschappers) die eindgebruikers ook informeren over hun onderzoek;
  2. Het platform maakt?koppelingen van meerdere digitale bronnen (sociale media en andere digitale bronnen zoals administratiesystemen);
  3. Het integreert een aantal data-analyse-instrumenten met een nieuw workflow-model (bijv sentiment analyse in een?sociale netwerk analyse kan gedaan worden die vervolgens geplot wordt?op een kaart);
  4. De?analyse algoritmen zijn open, transparant en controleerbaar en kunnen daarmee ook aangepast?en verbeterd worden door derden;
  5. De eindgebruikers hebben geen kennis van programmeren nodig. Het platform is gratis voor academici en publieke sector gebruikers, alsmede?not-for-profit onderzoeksinstituten.

Demonstratie van het?COSMOS Platform:

 

Twitter data verzamelen met COSMOS

COSMOS Webinar:

Big Social Data with COSMOS from webscience on Vimeo.

Bronnen: Cardiff School of Computer Science & Informatics

 

Interview met OPIT – Online Predator Investigation Team

OPIT1

Rond de jaarwisseling had ik een interview met het Britse burgeropsporingsinitiatief OPIT, het Online Predator Investigation Team. Brendan Collis uit Derby doet dit al een paar jaar met zijn vrouw en doet uit de doeken?wat hen beweegt, hoe ze werken,?de successen die ze behaalden, maar ook de valkuilen die ze zien voor burgers die dit soort werk willen doen. Het werk van OPIT leidde onder andere tot de veroordelingen van John Marples en Peter Mitchell. Peter?Mitchell werkte bijvoorbeeld als tuinier op diverse scholen en werd na een melding inclusief dossier van OPIT vervolgens door de politie nog eens betrapt op bezit van belastend fotomateriaal. Hij stuurde meisjes bijvoorbeeld foto?s van zijn eigen geslachtsdeel terwijl hij op zijn?grasmaaier zat?en?vroeg ze?of hij met ze kon afspreken om ze?dronken te voeren.

Dit soort online burgerinitiatieven geven aan dat ze een belangrijk gat invullen dat de politie onvoldoende oppakt. Daarom heb ik OPIT?ook gevraagd hoe ze de samenwerking met de politie ervaren, die zich duidelijk nog moet ontwikkelen. Want?kritiek is er ook: pedojagers zouden bewijs onbruikbaar maken en het leven van deze verdachten in gevaar brengen. De politie worstelt enorm met deze initiatieven, terwijl experts aangeven dat het fenomeen niet zal verdwijnen. Je kunt het beter in goede banen leiden en daar waar mogelijk samenwerken. Jim Gamble, voormalig directeur van het Britse Child Exploitation and Online Protection Centre (CEOP)?riep juist op tot meer online burgerwachten en wil ze ondersteunen en tot een online leger vormen van vrijwilligers met 1000 digitale rechercheurs onder leiding van de politie. Hij hekelde de houding en kennis van de overheid en zou het liefst zien dat elk korps 20 vrijwilligers zou trainen en op politiecomputers zou kunnen laten werken om bewijs te verzamelen. Een dergelijke regeling zou landelijk voor 1.5 miljoen pond te doen zijn, gaf hij aan. ?De burgerinitiatieven laten zien dat je geen politieagent nodig hebt om de daders te pakken?.

Aan de andere kant zijn er politici die aan wetgeving werken om het strafbaar te maken om je online als iemand anders voor te doen, en daarmee het werk van pedofielen, maar daarmee ook pedojagers te frustreren.

Toby Fawcett-Greaves van de Derby politie zegt erover: ?Wij zullen burgers altijd stimuleren om met informatie te komen dat de veiligheid van kinderen ten goede komt. En er bestaat altijd het risico dat het in de rechtzaal niet geaccepteerd wordt. Maar alle informatie?zal eerlijk, onpartijdig en volgens de wet worden behandeld.?

The Guardian kreeg van Collis inzage in honderden berichten die Mitchell verstuurde aan de twee virtuele tienermeisjes. Ze konden uiteindelijk video-opnames maken van Mitchel en met 3500 berichten onder de arm leverden ze het materiaal in bij de politie. Die reageerde met gemengde gevoelens: ?Wij adviseren elke vorm van opsporing door de politie te laten uitvoeren. Elke informatie wordt in dank ontvangen, maar hierna gaat de politie het onderzoek verder afhandelen.? Het hof kwam erachter dat Mitchell zijn baantjes zorgvuldig uitkoos om verdenkingen van contact met kinderen te mijden.

In Amerika is er zelfs een TV programma ? To Catch A Predator? ?dat samenwerkt met de?Perverted-Justice groep, dat er een sport van lijkt te maken om misbruikers met virtuele (online) meisjes in de val te lokken. De show werd gestopt toen in 2007 een Texaanse advocaat zich zelf doodschoot toen ze hem thuis filmden en de politie bij hem thuis aanklopte. Ook in Duitsland heeft het TV Programma Tatort Internet geprobeerd online mannen te lokken en waarna deze werd geconfronteerd met de zogenaamde moeder van het meisje (een actrice). Ook deze uitzendingen moesten stoppen na kritiek van de kinderbescherming en diverse advocaten.

Maar deze activiteiten stoppen niet en na Amerika hebben in Engeland online pedojagers een enorme vlucht genomen. We hebben al eerder blogs gemaakt over?Letzgo Hunting?Enerzijds helpt het dat ze successen halen, zoals ook Stinson de pedojager die al 10 veroordelingen op zijn naam heeft staan. Anderzijds worden ze meer een meer gesteund door de bevolking, zoals blijkt uit het voorbeeld van Stinson die een Kickstarter crowdfuncing project startte en meer dan 30.000 pond ophaalde?om zijn werk te financieren.

Bekijk onderstaande reeks videoclips, voorzien van?Nederlandstalige ondertiteling:

Een Britse detective deed zich ook voor als veertienjarig meisje op Facebook om te laten zien wat er gebeurd: ?Binnen vijf minuten had het profiel drie berichten van mannen tussen twintig en veertig die ?asl? vroegen (leeftijd, geslacht en woonplaats). De mannen deden maar weinig moeite zichzelf te verbergen, misschien omdat ze denken dat ze ermee weg komen, zoals velen ook doen. (?) Sommige bouwden het traag op, eerst met een beetje small talk in tienertaal of vragen over mijn hobby?s. Maar al gauw kwamen de vragen: of ik al seks had gehad, met wie en of ik dat leuk vond. Anderen gingen nog verder en vroegen of ik het erg zou vinden iets seksueel te doen voor de webcam. Of ze vroegen of zij iets mochten tonen via de webcam. En ik was maar een uur online geweest!? Het zijn geen vieze oude mannetjes of engerds: ?Ze lijken heel verantwoordelijk en degelijk. Ze hebben zelfvertrouwen en weten precies hoe ze kinderen en tieners moeten benaderen. Ouders moeten zich realiseren dat pedofielen heel normaal lijken, ze vallen niet op. Ze hebben werk, en gebruiken de anonimiteit van het internet om zich uit te leven.? Het Engelse woord ?grooming? wordt vaak gebruikt voor dit soort zaken, waarvan er in Nederland afgelopen jaar ook een aantal grote zaken zijn opgelost.

OPIT

Zonder risico’s is het pedojagen ook niet. OPIT legt uit hoe zij werken, waarbij de namen van verdachten pas bij aanhouding of zelfs na een veroordeling genoemd worden, net als de politie zou doen in Engeland. Maar niet iedereen werkt zo. Stinson Hunter begon met het online namen & shamen van de pedofielen zodra ze kwamen opdagen op afspraakjes en hij ze op camera kon filmen. Maar onder andere een zelfmoord die volgde van een van de verdachte leidde ertoe dat hij tegenwoordig vanaf ziet om dit te doen. Ook werd zijn pas geboren zoontje?bedreigd. Daarnaast is niet elke burger te vertrouwen, want er zijn ook pedospeurneuzen die pedofielen na belastend materiaal afpersen voor eigen gewin.

Bekijk de eerste aflevering van de documentaire van Shock Doc over Stinson Hunter, of de Britse documentaire die in oktober 2014 werd uitgezonden:

The Paedophile Hunter – Full film. door StinsonHunter

En het lijkt alsof social media platformen er wat aan doen, zoals het Facebook Safety Center dat een heel team van mensen heeft met diverse maatregelen waar ook Facebookgebruikers in voorzien worden. Maar het feit dat de pedojagers op Facebook en andere platformen nog zo ongelooflijk veel vinden (bijvoorbeeld Tinder), geeft aan dat het nog steeds een heel groot probleem is. Ook de social media onderwereld met chatgroepen en fora op het zgn. Dark Web, waar totaal geen controle of moderatie plaatsvind en iedereen anoniem is, stikt van dit soort activiteiten. Onlangs toonde een onderzoek aan dat 80% van de illegale praktijken op het?Dark Web in deze hoek zit.Bekijk dit oudere BBC fragment bijvoorbeeld eens over Twitter, waar pedofielen ook actief op zijn:

Peadophiles unmasked

 

Laatste plaatsen: Seminar over burgeropsporing – De Moderne Sherlock

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een speciale seminar over online burgeropsporing.

In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen politie en OM. Diederik Greive van het OM zal optreden als dagvoorzitter op deze middag.

De onderwerpen komen vanuit drie invalshoeken; het OM, de politie en burgers.

Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar?bit.ly/demodernesherlock.

Wees er snel bij, want het aantal plaatsen is beperkt!

ModerneSherlock uitnodiging

 

Achtergrond van de sprekers

Opening: Annemarie Jorritsma-Lebbink

Burgemeester Annemarie JorritsmaAnnemarie Jorritsma-Lebbink werd geboren op 1 juni 1950 te Hengelo (Gld.). Na het behalen van haar MMS-diploma in 1967 volgde zij in Breda de School voor Toeristische Vorming (einddiploma 1969). Vervolgens was zij werkzaam bij een reisbureau en als exportmanager. Zij was voor de VVD van 1978 tot 1989 lid van de gemeenteraad in Bolsward en van 1982 tot 1994 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij was gedurende deze periode voor haar fractie woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat.

Voorts was zij secretaris Provinciale Vrouwen VVD en plaatsvervangend adviesraadslid Vrouwen VVD, lid van de commissie eigen woningbezit van de stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, lid van de Raad van Bestuur van het Perscentrum Nieuwspoort, lid van de provinciale raad voor de Friese taal en cultuur “Berie foar it Frysk”, lid curatorium Thorbecke Akademie en lid van het bestuur van de Stichting Hoogbouw.

Annemarie Jorritsma-Lebbink werd op 22 augustus 1994 benoemd tot minister van Verkeer en Waterstaat in het Eerste Kabinet Kok. Op 3 augustus 1998 werd zij benoemd tot vice-minister-president en minister van Economische Zaken in het Tweede Kabinet Kok.

Vanaf 22 juli 2002 tot 29 januari 2003 was Jorritsma-Lebbink weer lid van de Tweede Kamer en van 11 februari t/m 17 augustus 2003 was ze waarnemend burgemeester van Delfzijl. Per 18 augustus 2003 is ze benoemd tot burgemeester van Almere. Op 25 maart 2014 opende zij samen met de heer Ivo Opstelten het PIT-museum.

Dagvoorzitter: Diederik Greive

Diederik GreiveDiederik Greive is Hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en heeft een levenslange passie voor opleiden. Sinds 1985 geeft hij les en de laatste tien?jaar treedt hij regelmatig op als procesbegeleider/ discussieleider bij workshops en evenementen. De positie bij SSR in het College van Bestuur sluit goed aan bij zijn ervaring en plezier in leren & ontwikkelen.

Na zijn rechtenstudie en raio opleiding heeft hij zich verder geschoold in creativiteit, organisatie- en bestuurskunde. Bij het OM heeft Diederik veel verschillende functies gehad. Zo is hij officier van justitie, teamleider, recherche officier en hoofdofficier geweest bij?vier verschillende parketten. Tussendoor heeft hij drie?jaar als Directeur van de Dienst Prisma gewerkt, het toenmalige organisatie- en adviesbureau van de rechterlijke macht. Zo heeft Diederik in het werk evenwicht gezocht tussen vak, organisatie en maatschappelijke functie.

Op dit moment is Diederik, naast zijn werk voor SSR, ook OM portefeuillehouder opsporingsberichtgeving, wat betekent dat hij landelijk verantwoordelijk is voor de wijze waarop media gebruikt worden om burgers te betrekken bij opsporing. Deze ervaring met media komt goed van pas bij de grote veranderingen die zich in het leren voltrekken. Als docent probeert Diederik visualisatie en interactie op te nemen in leervormen. Als bestuurder van een opleidingsinstituut hanteert hij een beeldende en interactieve stijl. Deze stijl richt zich op ontwikkeling van mens & organisatie en de verbinding met de partners in de omgeving van het opleidingsinstituut.

Spreker: Henk Bril (perspectief vanuit politie)

Volgt.

Spreker: Johan Bac (perspectief vanuit OM)

Johan-BacMr. dr. J.R. Bac (1969) is hoofdofficier van justitie?parket Midden-Nederland.?Naast zijn studie rechten haalde hij ook zijn propedeuse psychologie. Na zijn studie werkte hij vier jaar aan de VU te Amsterdam, gaf onderwijs en deed daarnaast onderzoek naar jeugd(proces)recht. Van 1998 tot 2003 werkte hij als raio bij de rechtbank in Den Bosch, het parket Utrecht en als tactisch co?rdinator bij de politie Utrecht. Van 2003 tot 2007 werkte hij als officier van justitie in Arnhem. Hij vervulde daar de functies van gebiedsofficier Nijmegen, veelplegerofficier, co?rdinerend officier frontoffice, raio-opleider,?tegenspreker en portefeuillehouder mensenhandel/-smokkel.

Vanaf 2007 werkt Johan Bac weer bij parket Midden-Nederland, aanvankelijk als rechercheofficier,?sinds maart 2010 als plaatsvervangend hoofdofficier en sinds 1 april 2011 als hoofdofficier van justitie.

 

 

Spreker:?Maurice de Hond?(perspectief vanuit burgers)

Maurice de hondIn 1971 is Maurice de Hond afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker was hij 15 jaar actief als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d?Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was Maurice de Hond in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara?s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd Maurice de Hond assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en hij directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd hij tot 1999 voorzitter van de raad van commissarissen. Van 1998 tot en met 2001 is hij CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 runt Maurice de Hond?www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. Tot slot is Maurice betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Locatie

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het seminar vindt plaats in PIT Expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

U bent van harte welkom. Wilt u zich aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Het adres is?Schipperplein 4?Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Bellingcat interview

bellingcat logo3

In aanloop naar de seminar over burgeropsporing?van 10 februari waar aandacht zal zijn voor meerdere ontwikkelingen heb ik afgelopen week een interessant interview gehad met Eliot Higgins. Achter de schermen was er al langer contact, maar het werd hoog tijd om meer te delen over zijn initiatief Bellingcat, en Elliot vertelt zelf over wat hij doet, denkt en droomt.

Bellingcat is een exemplarisch?voorbeeld van de moderne Sherlock die online speurt en zaken probeert op te lossen. Bellingcat wil?bovendien deze lessen en tools graag delen met anderen om iedereen te leren hoe zij ook een moderne Sherlock kunnen worden. En dat zoeken ze breed: onder burgers, media, bedrijven of overheid. Eliot?was al eerder in de Nederlandse media geweest, onder andere vanwege zijn werk in relatie tot MH17, waarover eerder ook een blog op deze site?is gemaakt.

Het is ongelooflijk leerzaam om te zien hoe hij zaken onderzoekt, daarin samenwerkt en informatie valideert, zoals bij de MH17 waar Rusland veel propaganda lijkt te produceren, maar ook in de strijd in Syri? waarin ISIS zeer actief is op social media. Ik vroeg hem naar successen, valkuilen en zijn manier van werken en hoe zich dit ontwikkeld heeft maar ook zal gaan ontwikkelen.

Dit interview kijkt iets breder naar de activiteiten van Bellingcat, en vooral daar waar het politie en justitie raakt. Zo heeft de Britse politie Eliot ook al gevonden om te kijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. Bellingcat houdt zich namelijk niet meer uitsluitend met oorlogsmidaden bezig, maar ook met andere soorten nationale en internationale misdaad.

Bekijk de hele playlist hieronder of bekijk het fragment naar je keuze. De vragen die ik hem stelde zijn hopelijk duidelijk door de titel van elk?filmfragmentje:

Bellingcat rapport ook in Nederlands!

Op 8 november bracht Bellingcat het een rapport uit met daarin bewijs dat de Buk-lanceerinstallatie, die in verband wordt gebracht met het neerhalen van MH17 in Oekra?ne, afkomstig was van het Russische leger en eind juni vertrokken was naar de Oekra?ense grens. Met het onderzoeken van bewijs uit openbare bronnen was het Bellingcat MH17 onderzoeksteam erin geslaagd om de verplaatsingen van de Buk-lanceerinstallatie op 17 juli, in door separatisten gecontroleerd gebied, in kaart te brengen. Dit geldt ook voor de route van de Buk toen deze deel uitmaakte van een konvooi, dat in de periode 23 juni – 25 juni in Rusland was vetrokken van Koersk naar Millerovo, nabij de grens met Oekra?ne.

Aan de hand van het bewijs verzameld door het Bellingcat MH17 onderzoeksteam is duidelijk geworden dat het Russische leger de Buk-lanceerinstallatie, die op 17 juli werd gefilmd en gefotografeerd in Oekra?ne, heeft geleverd.

Het Bellingcat MH17 onderzoeksteam bestaat uit leden afkomstig uit verschillende landen, waaronder Nederland, Finland, Rusland, het Verenigde Koninkrijk en de Verenigde Staten en blijft doorgaan met het onderzoeken van andere kwesties met betrekking tot het conflict in Oekra?ne.

Voor meer informatie over Bellingcat en zijn werkzaamheden kan contact opgenomen met Eliot Higgins via?eliothiggins@bellingcat.com

Download hier, of lees het hieronder.?Dit rapport is ook beschikbaar in?Engels,?Duits,?Frans?en?Russisch.

We zijn benieuwd wat je vind van zijn werk, welke vragen het nog oproept of welke suggesties je zou willen meegeven voor zijn initiatieven. En misschien beweegt het je tot deelname in een van de Bellingcat initiatieven, want Bellingcat verwelkomt alle hulp!

SKUP 2015

Enige tijd later presenteerde Eliot Higgins ook op SKUP, de Noorse stichting voor vrije onderzoeksjournalistiek?(SKUP = Stiftelsen for en Kritisk og Unders?kende Presse). Bekijk hieronder zijn bijdrage:



Broadcast live streaming video on Ustream



Broadcast live streaming video on Ustream

Online gedragsverandering

online gedrag

Vanaf vandaag is het boek ?De factor gedrag? online beschikbaar. Hierin maakt de lezer kennis met de visies en resultaten uit het Enabling Technology Programme ?Gedrag en Innovatie?, dat dit jaar na vier jaar onderzoek wordt afgerond. Dit boek is interessante kost voor ieder binnen en buiten TNO die meer wil weten over de wisselwerking tussen mens en (technologische) innovatie. Zo ook een reeks onderzoeken naar online gedrag op social media (vanaf pagina 23).

Vier maatschappelijke thema?s
De resultaten van het onderzoeksprogramma zijn beschreven aan de hand van vier maatschappelijke thema?s. Het eerste hoofdstuk van het boek, ?Sleutelen aan een duurzaam systeem?, gaat vooral in op pogingen om op grote schaal duurzame technologie en gedrag ingevoerd te krijgen. Het tweede hoofdstuk ?Participeren door online te communiceren? verkent de contouren van de participatiesamenleving en de rol die technologie daarin speelt. Het derde hoofdstuk ?Een leven lang goed functioneren, presteren en genieten? laat zien hoe je als burger van wieg tot graf gezonder, veiliger, zelfredzamer en productiever kunt leven. Het vierde en laatste hoofdstuk ?De e-burger en de digitale sneeuwbal? gaat, om een link te leggen met de praktijk, in op de risico?s van informatie- en communicatietechnologie en hoe die te voorkomen zijn of in elk geval in te dammen.

Gedragsverandering in de praktijk
Daarnaast worden veel cases beschreven: praktijkvoorbeelden waarin innovatie en gedragsverandering op een geslaagde manier samengaan. Ten slotte maken de projectleiders van het ETP Gedrag en Innovatie je deelgenoot van wat zij tijdens dit programma meemaakten en vertellen zij u wat de samenleving in hun ogen aan de resultaten kan hebben. Door het boek heen wordt, om dat te verduidelijken, een dag beschreven uit het fictieve gezin Dobbelaar. De leden van dit gezin ervaren in hun dagelijks leven de mogelijkheden van de innovaties die onderzocht werden in het ETP Gedrag en Innovatie.

Veel leesplezier, innovatie en gedragsverandering toegewenst!

Lees ?de factor gedrag? hier online: http://issuu.com/ono-ono/docs/tno_digi_issuu/1

Bronnen: TNO

Save the Date: 10 februari seminar burgeropsporing in P!T Museum Almere

Save the date

Op 10 februari 2015 organiseert Reed Business Education samen met TNO een exclusieve seminar over online burgeropsporing. In deze afwisselende en inspirerende middag komen verschillende onderwerpen aan de orde, zoals dilemma?s in de burgeropsporing en het gebruik van sociale media binnen de?politie.?De onderwerpen komen vanuit meerdere invalshoeken; het OM, de politie, burgeropsporing en de rol van de media.

Diederik Greive van het Openbaar Ministerie?zal optreden als dagvoorzitter op deze middag en tot de sprekers behoren Maurice de Hond,?recherchebaas Henk Bril van de Nationale Politie en Johan Bac van het Openbaar Ministerie. Daarnaast is er een rol weggelegd voor diverse burgerinitiatieven, wetenschappers, maar ook andere overheidsinstanties zoals de rijksoverheid en gemeenten.

Het seminar vindt plaats in de PIT expo, een nieuw museum ontstaan uit een fusie van het Nederlands Politiemuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Een museum vol innovaties voor veiligheid, maar ook de politie en brandweer van vroeger zijn er te vinden. Op deze inspirerende plek, goed passend bij het onderwerp, ontvangen wij u heel graag op 10 februari aanstaande.

Aanvang: 13.00
Einde:?+?18.00u
Locatie: PIT Almere
Adres: Schipperplein 4, Almere

U bent van harte welkom. De bijeenkomst is gratis. Meer informatie volgt later op deze pagina.
Wilt u zich alvast aanmelden? Ga dan naar bit.ly/demodernesherlock

Let op: het aantal plaatsen is beperkt, dus meld u snel aan!

Maurice de Hond geeft hieronder in het kader van de NFI themadagen digitale opsporing alvast een paar lessen mee die hij leerde uit de Deventer moordzaak:

Opstelten geeft startsein Veiligheidsdag Almere

Het PIT museum is een plek voor dialoog en ontmoeting voor professionals en het brede publiek over actuele en maatschappelijk relevante thema?s rond veiligheid. Het adres is?Schipperplein 4
Almere en er is voldoende parkeergelegenheid. Klik hier voor een Google Maps route of bekijk het hieronder:

Met het openbaar vervoer

Vanaf station Almere Centrum neem je bus 1 of 3 richting Almere Haven, bij de tweede halte (Bottelaarspassage) uitstappen. Busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage inlopen. Na ongeveer vijf minuten rechtdoor lopen ga je aan het einde linksaf en loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.
Vanaf station Almere Centrum is het ongeveer vijftien minuten lopen naar het Schipperplein. Door de Stationsstraat, Stadhuisplein, Stadhuisstraat, Grote Markt, Korte Promenade, Bottelaarspassage, busbaan oversteken en de Zoetelaarspassage uitlopen. Aan het einde rechtsaf en vervolgens loop je de trap naast de MediaMarkt af naar het Schipperplein. Sla direct rechtsaf en loop langs de gevel direct naar de ingang van PIT.

Met de auto

Vanaf de A6
Neem afrit 5: Almere-Stad Centrum. Onderaan de afrit ga je linksaf de Veluwedreef op richting Flevoziekenhuis.Let op: 50km! Zie verder bij *

Vanaf de A27
Neem de afrit Almere-Stad. Linksaf de Waterlandse weg richting Almere. Steeds rechtdoor (Waterlandse weg gaat over in Veluwedreef). Zie verder bij *

* Rijd de Veluwedreef af tot het kruispunt met de Cinemadreef/Parkwijklaan. Ga hier linksaf richting centrum. Bij de tweede verkeerslichten linksaf de Landdrostdreef op. Steek de busbaan over en ga bij de rotonde rechtsaf de Hospitaalweg op. Je passeert het Flevoziekenhuis aan je linkerhand en ga bij de rotonde rechtdoor onder de overkapping door. Neem de volgende rotonde, in de vorm van een krakeling, driekwart (twee keer de busbaan over) en ga dan rechtdoor. Je rijdt op de Schippergarage (Flevostraat) af waar je de auto kunt parkeren. Volg al lopend in de parkeergarage het zebrapad naar de linkeruitgang. Je loopt nu direct tegen de gevel van PIT aan. Volg deze gevel naar de ingang van PIT.

Parkeren

Betaald parkeren kan in de Flevogarage (Blekerstraat) of de Schippergarage (Flevostraat). Volg in deze garages de bewegwijzering naar PIT. De Schippergarage is direct naast PIT. Ga in de garage rechts naar achteren. De ingang van PIT is op hetzelfde niveau als de parkeergarage.

45001409reg

Bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media

We publiceerden al eerder een blog over Veilige Publieke Taken met handreikingen over wat te doen tegen agressie en geweld via social media. Bedreigingen via social media worden in de meeste gevallen in principe op hetzelfde wijze behandeld als alle andere bedreigingen. Toch kan de dynamiek en impact heel anders zijn. Recentelijk publiceerden Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel van VDMMP. Onderstaande tekst van hen is?eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

VPT2

Wat is de impact van bedreigende, discriminerende en beledigende uitingen op social media vanuit juridische optiek??Er leven veel vragen over de strafbaarheid van agressie via sociale media. In principe?geldt dat alles wat niet-digitaal strafbaar is, ook strafbaar is als het via social?media gebeurt.

Agressie via sociale media is veelal direct tegen een persoon of organisatie gericht. Daarom zal de agressie veelal op persoonlijke pagina?s van werknemers en organisaties plaatsvinden, zoals een Twitter- of Facebook- account. Dan weet de afzender immers dat de boodschap ook wordt gelezen. Agressie en bedreigingen via sociale media zijn, net als ?offline? agressie strafbaar. De bedreiging moet in dat geval van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied, dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ook uitgevoerd zou worden.

Het maakt hierbij niet uit als een bedreiging via sociale media op een indirecte manier plaatsvindt. Zo vormde het plaatsen van een tekst op internet waarin werd gesuggereerd dat liquidatie van onze premier verstandig zou zijn, een strafbare bedreiging. Agressie en bedreigingen via sociale media kunnen altijd plaatsvinden. Of een dergelijk bericht binnen of buiten werktijd wordt geplaatst, doet er hierbij niet toe. Het gaat om de relatie van de bedreiging tot de functie en werkzaamheden van de werknemer of de organisatie. Agressie en bedreiging die direct gerelateerd kunnen worden aan de functie en werkzaamheden?van de werknemer of organisatie valt als risico onder psychosociale arbeidsbelasting van de werknemer. Een organisatie dient zich hierop voor te bereiden.

Het Burgerlijk Wetboek (BW) schrijft in artikel 7:611 voor dat een werkgever zich moet houden aan ?het beginsel van goed werkgeverschap?. En artikel 7:658 BW stelt dat de werkgever een zorgplicht heeft voor zijn medewerkers. Deze bepalingen zijn verduidelijkt door jurisprudentie waarbij een werkgever aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Op basis daarvan is gesteld dat bij agressie via sociale media een werkgever erop moet letten dat:

  • Onderzocht is welke schadeveroorzakende gebeurtenissen zich zouden kunnen voordoen (risicoanalyse).
  • Op basis van deze risicoanalyse zorgvuldig afgewogen preventieve maatregelen zijn getroffen.
  • Er goede opvang en nazorg geboden is.

De gemeente is als werkgever daarmee wettelijk verplicht risico?s op psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk te beperken. Hieronder vallen ook het beperken van de gevolgen van uitingen van agressie via sociale media. Meer informatie over de verantwoordelijkheid van de werkgever is opgenomen in het handboek Sociale media veranderen het veiligheidsdomein.

geweldsbanner

Hoe nu om te gaan met bedreigingen via sociale media?
Belangrijk is om met medewerkers in gesprek te gaan over de vraag welke typen agressie er via sociale media voorkomen, op welke sociale media dit gebeurt, welke gevolgen dit heeft, et cetera. Werkgevers kunnen ook met andere organisaties spreken over agressie via sociale media en zo ervaringen en best practices uitwisselen. De volgende stappen zijn te doorlopen om te voldoen aan de Arbowet als het gaat om agressie via sociale media:

1. Risicoanalyse – Inventariseer de risico?s van agressie via sociale media door met medewerkers in gesprek te gaan.

2. Visie – Maak op basis van de risicoanalyse uit stap 1 een plan van aanpak met daarin een visie over de aanpak van agressie via sociale media. Belangrijk is om dit in gesprek met de werkvloer te doen. Het gebruik (zowel type, aard als frequentie) van sociale media verschilt namelijk per medewerker.

3. Normen – Wat medewerkers ervaren als agressie en wat ze aan maatregelen nodig hebben of achten, verschilt. Het vaststellen van normen helpt daarbij. Wat is
acceptabel via sociale media en wat niet? En wat moet en mag een medewerker doen bij overschrijding van de norm? Mag hij of zij direct reageren of dient dit
eerst met de leidinggevende te worden besproken?

4. Gedragscode – De houding en het gedrag van werknemers kan ook leiden tot escalatie van agressie via sociale media. Een gedragscode over hoe je je gedraagt
op sociale media is daarmee eveneens een onderdeel van preventief beleid.

5. Werkafspraken – Vervolgens is belangrijk dat teams en leidinggevenden goed samenwerken als het gaat om het voorkomen van agressie via sociale media. Er
dienen concrete werkafspraken over omgang met sociale media gemaakt te worden; alleen dan wordt beleid effectief.
Enkele suggesties voor de invulling hiervan:
a. Leidinggevenden besteden minimaal ??n keer per jaar aandacht aan het gebruik van sociale media en agressie.
b. Teams maken gezamenlijk afspraken over gebruik van sociale media en reactie op agressie.
c. De teamafspraken worden vastgelegd en jaarlijks ge?valueerd.

6. Actief aanpakken – Wijs medewerkers aan die verantwoordelijk zijn om agressie via sociale media aan te pakken: dit gaat over het bespreekbaar maken, stimuleren en het melden van agressie en het bieden van nazorg. Dit kan een communicatiemedewerker zijn, maar ook een preventiemedewerker of een Arboco?rdinator.

7. Opvang – Agressie via sociale media is ondanks allerlei voorzorgsmaatregelen niet zomaar te voorkomen. Het is daarom van belang dat de impact van de
agressie of bedreiging beperkt wordt door een juiste reactie. Opvang nadat agressie via sociale media heeft plaatsgevonden, is ook belangrijk. Het kan ingrijpend zijn om bedreigd te zijn via sociale media. Bedrijfsopvangteams kunnen bij deze opvang een belangrijke rol spelen. De juiste opvang kan worden geboden door vooraf na te denken over de volgende zaken:
a. Welke zorg heeft de agressief bejegende of bedreigde werknemer nodig?
b. Welke reactie kan en moet richting dader gegeven worden?
c. Wat is nodig om de situatie veilig te stellen? Is bijvoorbeeld beveiliging nodig?
d. Wie dienen ingeschakeld te worden (bijvoorbeeld politie) en hoe wordt met hun samengewerkt?

8. Actie ondernemen – Ook niet onbelangrijk is het geven van een daadkrachtige reactie naar de afzender van het bedreigende of agressieve bericht. Dit is niet
concreet in de Arbowet opgenomen. Wel zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) opgesteld. De ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en vertegenwoordigers van veertien verschillende sectoren hebben zich door ondertekening van deze afspraken gecommitteerd aan
verschillende aspecten van afhandelen, zoals melden, registreren en schade verhalen.

Als werkgever kunt u hier op verschillende manieren invulling aan geven:
a. Melden en registreren van incidenten bevorderen. Dit is extra belangrijk bij sociale media, omdat lang niet altijd duidelijk is dat agressieve uitingen op
sociale media ook een vorm van agressie is en dus gemeld en geregistreerd moet worden. Alleen zo krijgt een organisatie zicht op de omvang van agressie via sociale media, kan een incident afgehandeld worden en het organisatiebeleid bijgesteld worden.
b. Reactie richting afzender geven. Er dienen afspraken gemaakt te worden over hoe gereageerd wordt naar een afzender van agressieve of bedreigende uitingen via sociale media. Dit kan een verzoek tot stoppen zijn, maar bij ernstigere uitingen, zoals een doodsbedreiging, kan dit ook een contact- of pandverbod zijn. De werkgever dient bij een strafbaar feit aangifte of melding bij de politie te doen, net als bij niet-digitale agressie. Bedenk hierbij dat wanneer de gedraging niet digitaal gepleegd zou zijn, het dan ook als strafbaar feit beschouwd wordt. Als dit het geval is, doe dan aangifte! De politie verzorgt dan, in overleg met het Openbaar Ministerie, de opsporing. De politie heeft niet onbeperkt mogelijkheden om een anonieme dader, bijvoorbeeld via het IP-adres, op te sporen. Hiervoor hebben zij toestemming nodig van de Officier van Justitie.

Het verhalen van schade gaat via dezelfde procedure als bij niet-digitale delicten. Slachtoffers kunnen immateri?le schade vorderen voor de angst en het leed
die hen door het strafbare feit is aangedaan.

9. Training en Voorlichting – Een laatste punt is training en voorlichting. Laat sociale media een integraal onderdeel worden van de agressiehanteringstraining, training in de-escalatie, voorlichting en instructie. Bespreek wat gepaste reacties zijn op agressief gedrag via sociale media. Ga ook bij de training over het beperken van agressie in op agressie via sociale media.

Bronnen: Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Digitale Dialoog en hoofdstuk 11 van Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein.?Dit handboek is een verdieping van de eerder uitgegeven?kennispublicaties ?Veilig omgaan met sociale media? van 2011, 2012 en?2013.

Bekijk het volledige document van expertisecentrum Veilige Publieke Taak (VPT)

Zelf foto’s of filmpjes online plaatsen: mag dat?

fotosdelen

Mag je als burger eigenlijk wel foto’s of filmpjes online plaatsen, en mag een ander die weer delen?

Bij zeer ernstige misdrijven mogen burgers foto’s of filmpjes van verdachten op internet zetten. Althans als het de opsporing dient. Dat schrijft? politiechef Henk van Essen, destijds politiechef?van politie-eenheid Den Haag, in een opiniestuk in AD Haagsche Courant. Wel benadrukt hij dat de burger ‘de zorgvuldigheid in acht moet nemen.’? In dat geval is er sprake? ‘een gezonde vorm van burgerparticipatie’. ‘Wat mij betreft is het recht op privacy? geen absoluut recht’, stelt Van Essen. ‘Je hoeft het in Nederland niet te verdienen, maar je kunt het wel degelijk verliezen. Bijvoorbeeld wanneer je ernstig strafbare feiten pleegt en fors letsel toebrengt aan anderen. Dan loop je het risico dat het belang van het slachtoffer groter is dan je eigen belang.’

Geen eigenrichting
‘Natuurlijk moeten zulke filmpjes van verdachten op internet niet leiden tot eigenrichting’, schrijft de korpschef. ‘Maar volgens mij is dat ook helemaal niet het doel. De filmpjes moeten leiden tot herkenning, opsporing, aanhouding en vervolging van de verdachten’.?Met zijn uitspraken gaat Van Essen tegen de richtlijn van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat in 2011 nog pleitte voor hoge boetes voor mensen die foto’s van verdachten verspreidden. Ook politie en Openbaar Ministerie gaan zeer terughoudend om met het verspreiden van beeldmateriaal van verdachten.
Intussen zijn er vele voorbeelden van mensen die het wel doen, van het slijterijmeisje tot aan pomphouder Tausch.?

Onderstaand stuk is van Roy Johannink, Eveline Heijna en Miranda Brummel?van VDMMP. Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog, de sociale media almanak voor gemeenten.

Met de komst van sociale media zijn de meest pikante en aanvullende details over crisissituaties snel te vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: foto?s, filmpjes, geluidsfragmenten, namen of andere persoonsgegevens van daders en slachtoffers. Via Twitter, Facebook of YouTube is alles bijna al bekend, voordat de overheid is ingelicht over het incident. Bij een incident verschijnen vaak binnen het half uur namen en foto?s van slachtoffer(s) en/of verdachte(n) op sociale media.

Met name het privacybelang speelt in deze zeer sterk. In het artikel ?Politie kiest steeds vaker opsporingsbelang boven privacy? van het Algemeen Dagblad van maandag 29 juli 2013 is te lezen dat de politie (in afstemming met justitie) steeds vaker het opsporingsbelang verkiest boven het privacybelang. ?De politie heeft voor de tweede keer in korte tijd een foto van een verdachte op internet geplaatst, enkele uren nadat hij een overval zou hebben gepleegd.? In het artikel komt advocaat Inez Weski aan het woord. Ze vindt het plaatsen van een foto buitenproportioneel, of het moet vallen binnen bepaalde voorwaarden: ?Iemand moet bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het publiek. En er moeten weinig andere mogelijkheden zijn om iemand op te sporen.? Het zijn twee voorwaarden waar volgens het artikel steeds minder vaak rekening mee wordt gehouden. Of sociale media (lees: de snelheid en het bereik van deze middelen) hier de oorzaak van zijn, daar gaat het artikel niet op in. Maar het is voorstelbaar.

Een ander belang waar privacy soms voor moet wijken is nieuwswaarde, zo valt te lezen op www.websiteiusmentis.com van ICT-jurist Arnoud Engelfriet. Ook al mogen foto?s en filmmateriaal niet worden gepubliceerd zonder toestemming van de persoon die op de foto of film staat, Engelfriet zegt dat soms het privacybelang van de persoon op de foto door de rechter wordt afgewogen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Maar wanneer heeft iets nieuwswaarde? In het geval van incidenten is het voorstelbaar dat bijna alle foto?s en filmpjes nieuwswaarde hebben. Maar wat vinden nabestaanden daar van? Slachtofferhulp Nederland is daar duidelijk over in haar onderzoek ?Publiek bezit tegen wil en dank?, de privacy van slachtoffers en nabestaanden is in de praktijk slecht beschermd in de media.

Nu burgers besluiten zelf film- of fotobeelden van verdachten te delen via sociale media, betekent dit dat privacy nog slechter wordt beschermd in de sociale media? En wat voor betekenis hebben deze beelden voor de maatschappelijke impact. Zaken als het gefilmde geweldsincident rondom de bekende voorbeeld van de kopschoppers in Eindhoven roepen bij burgers veel reacties op. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op het aantal meldingen van geweld bij Meld Misdaad Anoniem. Volgens de directeur van de anonieme meldlijn gaan de gesprekken steeds vaker over gewelddadige delicten die veel publieke verontwaardiging oproepen.

Maar met de snelheid en het bereik van sociale media zullen we steeds vaker de volledige beelden zien van slachtoffers en/of daders. Zonder balkjes. Of het nu gaat over de bestormers van het Maasgebouw bij De Kuip, of om Robert M. in de Amsterdamse Zedenzaak. Het privacybelang gaat steeds vaker ondergeschikt worden, door media ?n door de maatschappij. Of dit terecht of onterecht is, is aan de rechter om te bepalen.

In de uitzending van Hollandse Zaken van 13 juni 2013 is stil gestaan bij de gevolgen voor de verdachten. Hierbij is onder meer gesproken over de vraag: hoe heilzaam is internet bij het opsporen van overvallers en geweldplegers? En wat als er twijfels bestaan over de beschuldigingen? Vier jongens uit Krimpen aan den IJssel worden in april 2013 beschuldigd van de mishandeling en beroving van een meisje van 9 jaar oud. Ze worden binnen een paar dagen met naam en toenaam op internet gezet als ‘de helden van Krimpen’ en daarna in het dorp scheef aangekeken. De vader van ??n van de jongens uit Krimpen legt in Hollandse Zaken uit wat ‘vogelvrij op internet’ betekent voor zijn leven. Het is niet geheel vreemd dat familieleden van verdachten of slachtoffers de gevolgen ondervinden van een incident. De familie van een ?ponyplet-filmer? waarin pony?s door volwassenen worden bereden, heeft zelfs moeten onderduiken onder andere als gevolg van bedreigingen en inbraak. Kortom: zelfs mensen die niets te maken hebben met het incident, ervaren de vervelende gevolgen ervan.

Er zijn incidenten bekend waarbij mensen met toevallig dezelfde naam aan een incident werden gelinkt, waarna ze allerlei negatieve reacties inclusief bedreigingen ontvingen. Misschien wordt het tijd voor een maatschappelijke discussie: wat betekent het voor de maatschappij als we zelf gebruik maken van sociale media om verdachten op te sporen? En nog belangrijker is de vraag: wat is de impact op slachtoffers? Op de familie en andere betrokkenen? En op de daders? Wanneer worden bijvoorbeeld lagere straffen gegeven, omdat verdachten al voldoende zijn gestraft op de sociale media? In hoeverre is dat een straf die zich kan meten met reguliere strafmaatregelen? Alleen die vraag al is voer voor flinke discussie.

Maar ook de overheid gebruikt sociale media bij het opsporen van daders. Rijnmondveilig. nl informeert en alarmeert de bewoners uit de regio Rotterdam-Rijnmond bij incidenten, rampen en crises 24 uur per dag, 7 dagen per week. Behalve via de website, SMS, e-mail, Twitter en Facebook wordt ook informatie verspreid via reclamebeeldschermen in de openbare ruimte. De politie heeft ze al gebruikt voor de opsporing van hooligans en daders van berovingen. Dat had een grote impact op de daders, zodat enkelen zich direct hebben gemeld.

Ook diverse deelnemers van onze workshops blijken ervaringen te hebben met mensen die foto?s maken van bijvoorbeeld slachtoffers in opvanglocaties. Soms plaatsen ze deze ook op sociale media. Als Engelfriets uitleg wordt gevolgd, dan mag dit niet.

Immers: ?Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is afgekondigd.? Hij baseert zich op artikel 139f Wetboek van strafrecht. Dit levert uiteindelijk maximaal zes maanden cel op. Tijd dus om in opvanglocaties bordjes te plaatsen met ?filmen en fotograferen verboden??

Hoe nu hier mee om te gaan?
Welke impact de gevolgen hebben, is nog niet duidelijk. Bijvoorbeeld bij het incident bij Baflo, waarbij een jonge vrouw en een politieagent om het leven kwamen, deed op een gegeven moment een foto van een verdachte de ronde en de afgebeelde persoon bleek de verdachte helemaal niet te zijn. Op sociale media ben je voor altijd gelinkt aan het incident door zo?n foto. Online haal je de onjuiste link nu eenmaal niet eenvoudig weg. Op welke wijze je daar last van hebt voor de rest van je leven, is nog onduidelijk.

Naar de effectiviteit en de gevolgen van het gebruik van sociale media bij vermissingen in Nederland is (nog) geen onderzoek gedaan. Op dit moment rond een studente criminologie in samenwerking met adviesbureau VDMMP en Stichting ZoekJeMee een onderzoek af. De centrale onderzoeksvraag luidt: ?Wat is het effect van het gebruik van sociale media door burgers bij vermissingen?? Onderzocht is op welke wijze burgers gebruik maken van sociale media bij vermissingen.

Volgens O?Keeffe en Clarke-Pearson (2011) zijn we ons niet bewust van de privacygevoelige informatie die op internet gezet wordt. Het kan zijn dat er te veel of zelfs valse informatie op sociale netwerken terechtkomt. Informatie die online komt, blijft online staan. Maar uitgebreid onderzoek is hier nog niet naar gedaan. Maar het is aannemelijk dat je er last van kunt hebben bij sollicitaties bijvoorbeeld. En als het aan Harm Brouwer ligt, tot 2011 voorzitter van het College van procureurs-generaal, komt er in Nederland alsnog een breed maatschappelijk debat over de actieve rol van burgers bij de opsporing van misdrijven en verdachten. ?We leven in een tijdperk van revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van communicatie en informatisering en de digitalisering van de samenleving. Moderner is wat ik de ?YouTubisering? zou willen noemen. Burgers onderzoeken andere burgers en zetten hun bevindingen klakkeloos op het internet. Bijvoorbeeld filmpjes van hoe de buurman zwart aan het klussen zou zijn of weblogs van hobbyclubs over de vraag waarom toch niet de voor het feit veroordeelde persoon X, maar persoon Y de werkelijke dader is. Feitelijk gaat het niet alleen meer om burgeropsporing, maar meteen ook om burgervervolging.? (Uit: Social Media DNA). Wij volgen vanuit adviesbureau VDMMP Brouwer in deze: laat er maar een maatschappelijk debat komen.

Bronnen:?AD,?Hulpverleningsforum,?www.websiteiusmentis.com.?Deze?tekst is eerder gepubliceerd in?Sociale media veranderen het Veiligheidsdomein en ook geplaatst in Digitale Dialoog.